05 September 2025
Waterschade
Of ik mee ga naar de palingrokerij. Vorige week vroeg ze dat ook al en toen zei ik nee en nu vraagt ze het alweer en opnieuw zeg ik nee, met de toevoeging dat ik andere plannen heb. Slechts nee zeggen zonder uitleg is ook weer zo bot, een beetje vriendelijkheid in het leven kan geen kwaad. Er is een optreden waar ik heen ga. Twee afspraken op één dag is teveel van het goede voor de autistisch ingestelde mens. Het goede moet verdeeld, gulzigheid wordt bestraft. Ik sta op, maak ontbijt, lees het nieuws en ga op de bank liggen om verder te slapen. Er komt een moment dat ze het niet meer vraagt.
De dag kabbelt voort als het leven zelf, je hoeft niet veel te doen, je zit je tijd uit en voor je het in de gaten hebt is het over. Op vrijdag is er markt in het winkelcentrum, ik onderbreek het nietsdoen en haal twee broodjes haring bij de visboer. Haring is een goede bodem, behalve als je pizza wilt maken, dan moet je deeg gebruiken.
Om half acht 's avonds stap ik op de fiets. Ik heb de fietsverlichting opgeladen, de lampjes zitten onhandig in mijn broekzak. Leuk al die externe verlichting, je sjouwt er wel de hele avond mee rond. Om vijf voor acht ben ik waar ik zijn moet, mijn topografische kennis weer eens overschat. De tent is nog niet eens open, er staat niemand voor de ingang. Het is altijd dichterbij dan je denkt.
Ik zoek een veilige parkeerplaats voor de fiets en wandel richting de Kinkerstraat. Het gebouw in de bocht van de Amstelveenseweg en de Kinkerstraat komt me bekend voor, ik ben er eerder geweest maar ik kan me niet herinneren waarom of waarvoor ik daar was. Het revalidatiecentrum waar Louise ooit lag (en na een half jaar weer stond) zit halverwege de Kinkerstraat, dus dat is het niet. Ik treuzel terug en overweeg een wandeling in het Vondelpark om de tijd te doden, dan zie ik dat er al wat mensen bij de ingang staan en dat de toegangsdeuren zijn opengeklapt.
De jongen bij de ingang kan mijn naam niet vinden op de lijst die voor hem ligt. Op die lijst staan de namen van de mensen die online een ticket hebben gekocht. Ticket is wat veel gezegd, ze doen hier niet aan tickets, virtueel toegangsbewijs is een betere benaming. Je bestelt en betaalt online en bij de ingang zeg je jouw naam en als je naam op de lijst staat mag je naar binnen, zo simpel is het. Ik maak dit voor het eerst mee, ik ben hier nooit eerder geweest, want dan had ik ook geweten hoelang het fietsen was. Misschien moet ik vaker ergens heen gaan, of überhaupt naar buiten gaan. Naast de jongen staat een meisje met rare tatoeages op haar armen. Nadat de jongen voor de derde keer de lijst tevergeefs heeft doorgenomen zegt het meisje: 'Daar!' En daar staat inderdaad mijn naam. Waar zouden we zijn zonder meisjes?
Ik passeer de tafel met de jongen en het meisje en de lijst met namen en via twee klapdeuren die je vroeger in schoolkantines zag stap ik de zaal in. Meteen links zijn de wc's. Waar je ook binnenkomt, bij vrienden thuis, een kroeg, het ziekenhuis of het politiebureau, stel jezelf twee vragen: waar is de uitgang en waar is de wc, de rest komt later. De bar zit rechts, de bar is iets van vroeger en komt later. Er is geen biertap, er staat een aantal koelkasten gevuld met blikken en flesjes bier. Wel zo handig. Het scheelt in de schoonmaak en het onderhoud en de voorraad is telbaar. Eens een barman altijd een barman.
Het voorprogramma is een Schotse zanger die zichzelf begeleid op een basgitaar. Of een Schotse basvirtuoos die erbij zingt, dat mag ook. Tussen de nummers door neemt hij een slok van zijn whisky en snuit hij zijn neus in een groene zakdoek die goed kleurt bij zijn eveneens groene shirt. Vanaf het bargedeelte komt storend geroezemoes de zaal in. Het publiek in de zaal is beleefd enthousiast wat niet kan verhullen dat het optreden redelijk saai is. Of zoals Viv later zal zeggen: 'Ik voel het niet, het voelt niet echt.' De laatste drie nummers zingt hij vanuit de zaal, of nou ja, zaaltje, onversterkt. Hij gaat op een bank aan de zijkant staan, begint te zingen en dan is het opeens helemaal stil, ook bij het bargedeelte, op zijn stemgeluid na. Schreeuwers worden overstemd, ga fluisteren en mensen luisteren.
Na het voorprogramma zoek ik Seco die ik bij de bar vind waar hij met een meisje staat te praten. 'Dat is Viv,' zal Seco later verklaren, een vriendin van Pee, de beste vriendin van Pee. Ze heeft gespeecht bij het afscheid van Pee, ik kan me haar niet herinneren.
Wat kan ik me eigenlijk nog wel herinneren? Dat we vanaf Zorgvlied zijn teruggelopen naar de stad, dat we in het Martin Luther Kingpark bij het Amstel Boathouse bier hebben gedronken met de ouders en een paar collega's, dat we na het vertrek van de ouders en de collega's bij de Febo bij de Berlagebrug patat hebben gegeten. Dat er geen theater was, achterblijvers verwarren theater met emotie. Aan de andere kant van de Amstel zag je de gebouwen van Delta Lloyd, waarvan het afscheid ook aanstaande was. En dat het warm was, het was een heel warme dag.
Ik laat ze praten en ga buiten staan roken. Het is een aangenaam warme septemberavond.
Als ik weer binnen ben haal ik bier en wacht tot het mijn beurt is. Volgorde is overal, volgorde hoort, volgorde organiseert, je moet je plaats kennen. Ik ben jaren niet naar een concert geweest, bescheidenheid is op zijn plaats. Als het mijn beurt is nemen we de komende concerten voor de herfstmaanden door. Het worden drukke maanden, met veel optredens die op de wensenlijst staan, niet handig met mijn nieuwe 24uurs ploegendienst contract. 'Dan meld je je maar ziek.' Ik meld me nooit ziek. Juist de schaarste maakt het waardevol. En dan: 'Dat is Viv.' Viv is even groot, of beter gezegd even klein als Pee. Ze pasten goed bij elkaar.
Genoeg gepraat, de zaalverlichting gaat uit, de podiumverlichting gaat aan, we zijn hier voor de muziek, de rest is bijzaak. Een welkome bijzaak, maar als het eropaan komt bijzaak.
Op het kleine podium staan zeven personen. Nee, acht. Nee, het zijn er zelfs negen. Twee drummers, twee bassisten, vier gitaristen en een violiste. Thor Harris stelt iedereen voor dus dat duurt even. Dan begint het. Bassen en drums zetten een groove in, even later komen de gitaren en de viool, die over de groove heen beuken, janken en vliegen. Ondanks de vele instrumenten is er geen gepiep, geknars of distortion vanuit de geluidsboxen, het is een muur van zuiver, gestructureerd geluid met een allesondersteunend ritme van de bassen en de drums. Soms komt de viool bovendrijven, dan weer hoor je het gejengel van een of meerdere gitaren die de gitaristen met een drumstok als ware het een zaag bewerken. En dat gaat 45 minuten zo door. 45 Minuten drone. 45 Minuten is precies goed, mijn oren zitten tegen de grens van gehoorschade aan.
Meer valt er niet over te zeggen, je had er bij moeten zijn. Net zoals bij crematies, waar je ook niets hoeft te zeggen.
Na afloop drinken we nog een flesje bier terwijl we toekijken hoe de bandleden zelf alle instrumenten en materialen inpakken en opruimen. Geen telefoons, geen selfies met de artiesten, het publiek laat de muzikanten met rust en in hun waarde. Een verademing, dit hok en dit publiek, en dat toch midden in Amsterdam. Als het bier op is gaan we naar buiten voor een laatste sigaret. Viv komt bij ons staan. 'Hebben jullie het niet koud?' Seco draagt een zomerbloes, ik mijn onvermijdelijk Unsane T-shirt. Ze kijkt me aan. 'Goed shirt.'
Ze haalt een hand door haar haar, doet haar jas, een Adidas trainingsjack, open en even later weer dicht. We nemen het optreden door en we vinden het alle drie een goed optreden. Dan loopt de Schot van het voorprogramma langs en zijn oog valt ook op mijn shirt. Aan zijn ogen te zien heeft hij nog een paar whisky's gehad.
'That band, that band!' De Schot wijst naar mijn T-shirt. 'My mate saw their albumcover in this recordstore, from that band, with that body between the tracks, and all that blood. And he puked! He puked in the recordstore all over that albumcover! He puked!'
Chris Spencer vertelde me na het optreden in P60 dat hun albumfoto's van hemzelf zijn, gewoon in zijn achtertuin en op straat gemaakt. Nou ja, gewoon. Ik vertel het aan de Schot.
'He puked!'
Dat weten we nu wel.
'Thanks for the gig,' zeg ik, 'I enjoyed the a cappella part the most, where everybody was silent.'
'Yeah, that's what people often tell me.'
Viv haalt opnieuw een hand door haar haar en doet haar trainingsjack weer open en dicht. De sigaretten zijn op. 'Huiswaarts,' zegt Seco. Vroeger was concertbezoek het voorgerecht voor een nachtelijke afterparty in het café. Daar kwamen meerdere concertgangers, ervaringen werden uitgewisseld, superlatieven en teleurstellingen gedeeld, de euforie opgerekt tot sluitingstijd. Je belandde in een bed dat niet het jouwe was of je zag helemaal geen bed. Vroeger is dood.
Ik heb trek in patat maar zeg het niet. Huiswaarts het is. Eindelijk die vervelende lampjes uit mijn broekzak. En het moment, dat je het niet meer vraagt.
05 February 2024
Selectief altruïsme
Er is geen gebak. Niet op tafel, niet in de koelkast.
Gebak heeft iets feestelijks, er is iets te vieren en dat moet geaccentueerd. Een schaal met gebak wordt uitnodigend gepresenteerd. Pak maar, het is lekker. Gebak heeft ook suiker, een overdaad aan calorieën en na afloop misselijkheid en spijt, zoals intimiteit na te veel drank. Met koffie spoel je de volgende ochtend de achtergebleven smaak weg.
Hoe meer alcohol, hoe minder lelijk de andere overgeblevene.
Het weer is, volgens het instituut dat er verstand van heeft, zacht voor de tijd van het jaar. Maar wat is dan hard weer?
Een stevig meisje met een beugeltje kan haar rugzakje niet vinden. Ik schat haar een jaar of zestien. Ze kan haar tranen nog juist binnenhouden. Ik vang het gesprek op aan de servicebalie naast me. Servicebalie dekt niet de lading.
'I will help you find it.’ Na een wandeling en wat gesprekken zijn beugeltje en rugzakje herenigd.
Waarom help ik de ene persoon wel en de andere niet? Dienstverlening is nederigheid, maar wie die nederigheid opeist kan de boom in.
Een vriend meldt zich. Toen we studeerden zaten we wekelijks in de kroeg, in de soos tussen de studentenflats. Als collega’s zaten we wekelijks in het café, op steenworp afstand van het kantoor. Nu is het zes maanden geleden dat we elkaar hebben gesproken of gezien.
Zelfs het jaarlijks bezoek aan Nam Kee is - zonder woorden - komen te vervallen.
Zo gaan die dingen.
Er is alles te bewijzen en niets meer te vertellen.
02 January 2024
Tijd
Aan het geluid te horen is het nieuwe jaar begonnen. Het is zes uur ‘s avonds. Mensen hebben geen geduld meer. Vuurwerk afsteken is toegestaan vanaf zes uur ‘s avonds, wat wordt geïnterpreteerd als dat het moet worden afgestoken om zes uur ‘s avonds. Niemand wacht tot het twaalf uur is en de champagnekurken knallen. De symboliek van vuurwerk afsteken is verdwenen. Een voordeel: Het is als met regen, wat nu valt komt morgen niet naar beneden. Ik doe de gordijnen dicht, dan zie ik de regen niet.
Op het werk waren geen oliebollen, er waren geen appelflappen, er was niets dat op de naderende jaarwisseling wees. Het publiek was gehaast, vervelend, onbeleefd. Het gedrag van het publiek wisselt met het land van oorsprong. Er zijn echter vaste waarden. De Amerikanen en Canadezen gedragen zich, veroorzaken geen overlast. Afrikanen en Zuid-Amerikanen zijn irritant, alleen al omdat ze geen andere taal dan die van het geboorteland spreken. Daarnaast ruiken ze uit hun mond. Italianen zijn opgefokt en Spanjaarden blijven door ratelen in hun eigen taal, ook al haal je je schouders op en zeg je herhaaldelijk ‘Ingles’. En dan de Nederlanders. Ongeduldig en asociaal.
In de kantine van de blauwe uniformen haalde ik koffie. Met twee plastic bekertjes zwarte troost in mijn handen liep ik terug naar de deur die ik met een van mijn voeten open duwde.
"Blijf je niet hier je koffie opdrinken?"
De Vietnamese, blauw mantelpakje, zwart haar, zonnebankbruin gezicht, houdt haar hoofd schuin terwijl ze het vraagt. Sommige blauwe uniformen dragen een pantalon. De outfit is ontworpen door een bekende Nederlandse couturier. De ontwerper is duidelijk een billenman. Zonnebanken zijn kankerverwekkend.
"Nee, ik moet terug."
Ik hoef niet terug maar ik wil terug. Het boek dat ik bij me heb moet uit. Een matig boek van een auteur die me eerder wel boeide. Het verhaal is langdradig en ongeloofwaardig (een zeventienjarig meisje wordt verliefd op en laat zich bezwangeren door een vijfenzestigplus jarige man). Toch wil ik weten hoe het afloopt. (spoiler: ze gaan met elkaar trouwen). Het is als het leven. Maak af waar je aan begint.
De desbetreffende kantine wordt geplaagd door fruitvliegjes. Er is een apparaat neergezet dat de beestjes tot zelfmoord moet verleiden. Ik mag er eigenlijk niet komen, in de blauwe kantine, ik word getolereerd. Een gemeenschappelijke werkvloer schept een band.
Niemand eet hier fruit. Blikjes energiedrank en kant-en-klare broodjes en happen van de To-Go is het menu. Fruitvliegjes hebben niet zoveel met fruit te maken als de naam doet vermoeden. De oorzakelijke aanwezigheid zijn etensresten, verwelkte bloemen en planten, koffiedrab en theezakjes en resten frisdrank en sap. De fruitvlieg is interessant voor de wetenschap vanwege zijn genetische overeenkomst met de mens. Irritant aanwezig.
Steevast staat de televisie aan, maar niemand kijkt of luistert. Iedereen is bezig met het scherm van zijn of haar mobiele telefoon en iedere telefoon verspreidt een uniek geluid van een filmpje dat bekeken moet worden waarbij iedereen gedwongen meeluistert. Iedereen? Nee, niet iedereen. In de hoek zit een eenzame strijder die hardnekkig weerstand biedt aan de overheerser. Hij heeft geen telefoon bij zich, hij is niet bereikbaar.
Er werken een aantal zeventienjarigen, steevast stagiaires. Goedkope krachten. Ik heb geen idee wat ik tegen ze moet zeggen.
Na de gedane arbeid, toen ik mijn toegangspas bij de tijdregistratie hield en uitklokte, was er geen leiding aanwezig in het provisorisch opgezette kantoor. Er was überhaupt niemand aanwezig, evenals in de ochtend toen ik voordat de dienst begon inklokte om aan te tonen dat ik present was. De kloktijdenregistratie is het bewijs dat ik leef.
Sinds ik hier werk zijn mijn gedachten aan actieve levensbeëindiging teruggekeerd.
De verwachte berichtenterreur op de mobiele telefoon blijft uit. Hopelijk is iedereen er klaar mee. Clichématige nieuwjaarswensen van mensen die je nooit of hooguit een keer per jaar ziet. Nieuwjaarswensen per telefoon versturen is gemakzuchtig. Het is aandachttrekkerij, het stoort, het is van geen waarde, het is overbodig.
Waarschijnlijker is
dat ze klaar zijn met mij. Ik ben overbodig.
Om twaalf uur ga ik naar buiten. Er is niemand op de galerij, er staat niemand op straat. Ze hebben hun kruit al verschoten. Ook de noedels van de buurvrouw, de Thaise nieuwjaarstraktatie die je gezondheid en voorspoed toewenst, blijven in de verpakking in haar voorraadkast. De temperatuur is aangenaam, zeker voor de tijd van het jaar, toch staat binnen de kachel aan. Oude mensen hebben het snel koud. Ik rook de eerste sigaret van het nieuwe jaar. Het regent nog steeds. Sommige dingen veranderen nooit.
12 May 2022
Stadhuisplein
Sabine organiseert een borrel. Het is de derde keer dat ze een borrel organiseert. De eerste keer was de kroeg dicht, toen ging iedereen maar naar huis. De tweede keer kwam er één genodigde opdagen, toen hebben ze samen maar wat gedronken. Deze derde keer voel ik me verplicht te verschijnen, het kan wel eens de laatste keer zijn.
De borrel is in een café aan een straatje dat uitkomt op een plein. Het straatje bestaat volledig uit cafés. Waarom specifiek dit café is uitverkoren is niet duidelijk.
Omdat het warm is zitten we buiten. Ik zoek een plekje onder de parasol. Afgelopen zondag heb ik gewandeld, niet beseffend dat er te weinig hoofdhaar aanwezig is om mijn hoofd te beschermen. Sabine zit naast me, roodharigen blijven van nature uit de zon. Gezellig, denk je dan, maar minder is waar.
De kilo’s die ze na de vechtscheiding is kwijtgeraakt zitten er weer aan. En omdat ze lekker bezig was zette ze flink de lepel erin, het vlees en vet lubbert aan alle kanten. Buik, benen, armen, het is allemaal overdadig, dik en banaal. Dik is niet gezellig.
Corona heeft mensen veranderd en niet ten goede.
Qua gesprekken kan ik kort zijn, dat zijn ze namelijk ook. Er komt geen zinnig woord uit Sabine. Ook geen onzinnig woord, dat moet gezegd, maar als je iets organiseert dan doe je dat toch met een reden? Iets drinken met een groep mensen is toch bedoeld om te communiceren? Om iets te vertellen? Om je verbaal te uiten?
Bij Sabine houdt het op na het organiseren. Misschien was haar huwelijk ook zo, dat het stopte na de bruiloft.
Als slagroom op haar taart trekt een misselijkmakende geur me tegemoet, een geur waaruit ik opmaak dat haar oksels deze week nog geen douche of deodorant hebben gezien. Of geen van beide, dat kan ook.
Niet alles is slecht. Het Witbier is goed en bij de bittergarnituur zit kaas en worst. Bier en worst is een goede combinatie, net zoals borrels en terras, dit in tegenstelling tot borrels en Sabine.
Ik verlaat het straatje met cafés via het plein, een grote, volledig betegelde ruimte zonder het minste stukje groen. Grijs en grauw, kaal en levenloos, als de borrel, de mensen, het leven. Op de terugweg in de trein bedenk ik dat het goed is dat ik erheen ben gegaan. Het is inderdaad de laatste keer.
25 February 2022
Zilver
Zo spreek je iemand elke dag en zo is iemand vertrokken. Zo gaan die dingen. Ik was er niet op voorbereid, ik werd erdoor overvallen. Ik had mijn ongefundeerde vermoedens, vermoedens die eerder even betrouwbaar bleken te zijn als mijn mensenkennis of het weerbericht.
De Servische is weg. Ze is zwanger en mag van de baas betaald dik zijn en op de bank zitten. Of liggen, dat kan ook, al naar gelang de situatie. Als je zwanger bent is er sprake van een verwekker en dat beïnvloedt de situatie thuis.
Ik heb haar telefoonnummer, ik kan haar opbellen zodat ik haar zou spreken maar ik houd niet van telefoneren. Ik houd ook niet van het versturen van berichtjes. Mijn communicatielijnen zijn beperkt.
Wat een tijdelijke afwezigheid leek te worden, immers een zwangerschap is eindig, werd een definitief afscheid, de Servische verstuurde een bericht met de niet mis te verstane boodschap. Na de misselijkheid en het kotsen, het baren en het wettelijk verlof komt ze niet meer terug naar de virtuele werkvloer. Het waarom van de uitgesloten terugkeer wordt niet vermeld.
Negen maanden lang spraken de Servische en ik elkaar dagelijks. We spraken over het werk, via de computerlijn, het was zoiets als videobellen maar dan zonder beeld. Elke dag hoorde ik haar stem. De Servische weigerde de camera aan te zetten, ik moest het doen met het geluid.
Werkgerelateerde communicatie is goed te doen, er is een onderwerp, namelijk werk, je hoeft geen interesse te veinzen of belangstelling te tonen, werk is een gedeeld belang. Het werk verschaft het privilege om iemand op te bellen. ‘Hoe gaat het’ is nooit een aanleiding om iemand op te bellen. ‘Hoe gaat het’ is een reden om de nummerblokkeerfunctie van de telefoon te gebruiken.
Qua impact is beeld ondergeschikt aan geluid. Een stem geeft meer informatie. Teleurstelling hoor je terug in iemands stem, net als terughoudendheid. Een stem kan vermoeidheid blootleggen bij een opgewekt gezicht, andersom is niet mogelijk. Het gekreun van iemand die klaarkomt is indringender dan het beeld ervan. Horen is fantasierijker dan zien.
Naarmate de negen maanden vorderden sijpelden niet-werkgerelateerde onderwerpen het dagelijks gesprek binnen. Zo zijn er de drie zussen, er is het nieuwe appartement, de temperatuur in Belgrado, de oudste zus die in Berlijn woont, de keuken die niet paste, en de onvermijdelijke coronabesmetting, opgelopen via de zaadgever die wel buiten kwam, hij moest boodschappen doen voor zijn bronstige bloem.
Soms zei ze, zonder aanleiding, dat ze in het weekend niets had gedaan, behalve series bingewatchen, hangend op de bank.
Ik heb geen abonnement op welke streamingdienst dan ook. Buiten het werk heb ik niets om over te praten. Hooguit praat ik over collega’s, of over het weer, als ik door een flinke regenbui ben overvallen.
15 July 2014
Urban Sanity
Noord heet hip te zijn. Nieuwe bedrijfjes schieten als paddenstoelen uit de grond, bedrijfjes die evenwel even snel weer verrotten als ze niet op tijd worden geplukt. Ideeën komen en gaan met welwillende subsidiepotten als communicerende vaten. Geen eelt of andere buffers worden opgebouwd, na een omzet-technische rukwind ligt het land er weer schoon, vlak en werkloos bij. Het natuurlijk evenwicht herstelt, de inspanning verliest. Willen maar niet kunnen en geen verstand van zaken. Opportunisme volgens het boekje.
Sociaalgeografisch gezien houdt het ze van de straat en dat is ook wat waard. Wat je niet ziet is er niet. Een werkloze heet freelancer en iemand die linkjes op Facebook plaatst noemt zichzelf journalist.
Hip gaat over vorm, niet over inhoud. Subsidiepotten zijn bedoeld om de boel draaiende te houden, niet om de mensen zelfvoorzienend te maken. Hip betekent met een iPhone in de hand staan wachten in de rij voor de verlenging van de bijstand. Armoede is de nieuwe hip.
Bijna had ik een woning gekocht in Noord. Bijna is niet helemaal. Noord heeft het hoogste aantal voedselbankpatiënten per hoofd van de bevolking in Amsterdam. Noord is armoede troef, meer nog dan titelfavoriet Zuidoost, waar op een enkele garage gevuld met pragmatische vluchtelingen na (beter een dak boven je hoofd dan helemaal geen hoofd) de lichaamsomvang niets te wensen overlaat. Integendeel. Bijna is helemaal niet. Het pak yoghurt duwt mijn arm weg.
Het samenspel van nauwe straatjes, trappen en balustrades, stuk voor stuk gevuld met eethuisjes en cafés, is een terugkerend element in mijn dromen. Je gaat een eethuisje binnen door buitenom een trap op te lopen. Eenmaal binnen kom je via inpandige doorgangen, kruipruimtes, doorgebroken nissen en nog meer trappen in een ander cafeetje of restaurant. De zaken zijn bovenop en door elkaar gebouwd, waarbij niet duidelijk is waar de ene zaak begint en waar de andere zaak ophoudt. De geuren en de geluiden van de verschillende keukens smelten samen, stoelen, tafels en personeel vermengen zich en uiteindelijk heb je geen idee meer waar je jezelf bevindt.
Er zijn meer terugkerende elementen in het nachtelijk onbewuste, al is het beleefder om het vrouwen te noemen. Het pak yoghurt personifieert, ze loopt in de dromen opdringerig symbolisch iemand anders te zijn. Terugkerende elementen vertellen een verhaal.
De foto’s van het laatste bedrijfsuitje vertellen ook een verhaal, een verhaal waarvan ik nu pas inzie wat het eind betekent. Waarheid staat niet vast maar evolueert, er is één zekerheid en dat is dat er geen zekerheid is. Dat is pas armoede.
02 June 2014
Voorwaarts Mars!
's Ochtends. Ik krijg een bos bloemen. Leuk als je van bloemen houdt, maar niet praktisch. Geld is praktisch. Je stopt het in je broekzak en je neemt het mee naar huis. Bloemen mee naar huis nemen is als meisjes oppikken in de kroeg. Je geeft het te drinken, het huis fleurt ervan op maar uiteindelijk houd je een hoop rotzooi over. Bij geld kun je zelf beslissen waaraan je het besteedt. Bijvoorbeeld aan een vaas om de bloemen in te zetten.
'Waarom heb je bloemen gekregen,' vragen ze.
Bloemen krijg je als er iets te vieren is. Maar er is niets te vieren. Ik zwem rondjes. En waar zwem ik volgend jaar? Mag ik volgend jaar überhaupt nog zwemmen?
Bevestiging noch ontkenning, houvast noch vangnet. Dwalen is niet goed voor autisten.
'Wanneer ga je trakteren?'
Voor wat hoort wat. De prijs van de bloemen wordt gedeclareerd en jij wordt geacht de bonus te spenderen aan zoiets als taart.
'Als ik word ontslagen,' zeg ik.
Niemand luistert. De slingers worden op het te laatste moment opgehangen en iedereen kijkt naar de billen die ronddansen op mijn bureau.
Volwassenen mogen niet in het kinderbad. Ik whatsapp een foto van de bloemen. Ik krijg een foto van een paaldanseres terug.
'Wanneer kom je?' staat eronder.
'Als ik word ontslagen.'
'Neem zelf ontslag. Laat je omscholen.'
Tot paaldanseres?
De bloemen, nog in het papier, staan in een snoeppot gevuld met water. Moriaantje loopt langs. Over snoepjes gesproken. Ze heeft dreadlocks in het haar gevlochten. Fietsen en zwemmen verleer je niet maar op de snelweg heb je weinig aan een fiets.
'Hoe was je weekend?' vraagt Moriaantje.
Ik pak de snoeppot.
'Wil je een bos bloemen?'
'Misschien een andere keer,' zegt Moriaantje.
Dat is het antwoord op een andere vraag.
'Ben je jarig?'
Ik krijg slappe, zweterige handen aangereikt en beantwoord evenzoveel keer dezelfde vraag.
'Nee.'
Feestjes bij anderen thuis zijn leuker dan feestjes bij jezelf. Denk alleen maar aan alle bacteriën die ze achter laten. Buiten schijnt de zon. Kamerplant verschijnt online.
'Wil je mijn nieuwe bikini zien?'
Moriaantje, te jong en te mooi, is nu al verpest. Haar belangstelling is even nep als het ingevlochten haar. Weg is de fleurige haarband, weg zijn de olijke oogjes. Daarvoor in de plaats gekomen zijn een strak bloesje, hakjes en vragen die iedereen op maandagochtend al eerder heeft gesteld.
Ik vraag aan Kamerplant of ze de bloemen wil. Kamerplant strooit met tegenargumenten zoals uitkeringstrekkers met plannen - opportunistisch en morgen weer anders. Kamerplant houdt niet van kamperen, tijdens vakanties slaapt ze in hotels.
'Ik kook niet als ik op vakantie ben. Ik heb ook vakantie.'
Als een hoertje met zonvakantie gaat, ligt ze ook op haar rug.
Op koningsdag liep ik vier keer langs de woning van Moriaantje zonder precies te weten waar ze woont. Te veel kennis belemmert. Ga je met iemand naar bed als je weet dat ze herpes heeft? Herpes kan overslaan op je ogen. Blind zijn ze toch al, wat maakt het uit?
Twaalf uur. Lunch. In de kantine bots ik op Roos. Roos duwt haar wang naar mijn mond. Roos overleeft ook. Ze doet het met een manager, dat vertelde ze me vorige week op een terras. We zaten in de zon, rookten sigaretten en dronken op de creditcard van de werkgever.
'Hij knuffelt niet. En ik houd zo van knuffelen.'
Ze opende haar armen en ik voelde wat ik zelf het meeste mis. De manager keek toe. Drie witte wijn en je glijdt vanzelf naar binnen. Ik beantwoord de wang.
'Vanochtend waren we bij de directeur. We hebben het verteld. Niemand had het in de gaten.'
'Wil je een bos bloemen?'
De huur gaat omhoog, het pensioen gaat naar beneden. De rente daalt, de belasting erover stijgt. Collega's met diploma worden ontslagen en collega's zonder diploma promoveren. Ik begrijp het niet meer.
's Middags. Collegiale mededeling.
'Het is kwaadaardig.'
Iedereen is stil. We wisten dat er iets aan de hand was, maar ook niet meer dan dat.
'Voortdurend leef je in onzekerheid. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Ben ik er volgend jaar nog of niet? Het is gekmakend.'
De visite zit in de tuin. Moriaantje ontbloot haar schouder en kirt. De visite doet of hij thuis is. Zelden heb ik eerder bij een eerste kennismaking een grotere aversie gevoeld. Het is het zesde zintuig, ik voel dat het niet klopt. Waarom trappen vrouwen hierin? Waarom zien zij een welbespraakte, charmante man en zie ik een schijnheilig, zelfingenomen mannetje? Beter een gevulde doos dan een gevulde portemonnee. De staat betaalt het eten.
Zwem ik hier volgend jaar nog? Elke dag stel ik mezelf die vraag. Dat is ook gekmakend. Landelijk gezien sterven er dagelijks vierhonderd mensen. Elke dag vierhonderd begrafenissen met een veelvoud daarvan aan koppen koffie en bossen bloemen.
Het is ieder voor zich en als er een partner ziek is huilen ze krokodillentranen. De verdrietpolitie zegt hoe je dient te reageren. Ik reageer niet, ik haat ze allemaal. Tijdens het slapeloze begin van de nacht steek ik schroevendraaiers in knieschijven, stroomdraden in schaamlippen, met hun armen op de rug gebonden zakken ze tergend langzaam naar de bodem van de mestput. Je kunt niet blijven janken. Instinctief heeft iedereen een overlevingsmechanisme. Er zijn mensen die eraf vallen en er zijn mensen die zich laten vallen. In beide gevallen moet je ze laten liggen. Het plaveit de weg voor hen die eroverheen lopen.
Er worden meer mensen ontslagen dan dat er mensen de diagnose kanker
krijgen. Armoede is het nieuwe kanker. Overal sluimerend aanwezig, de
één heeft geluk, de ander niet.
In het ziekenhuis krijg je meer bezoek dan in de bijstand.
De rest van het terminale verhaal hoor ik niet. Als je niet kan zwemmen moet je gaan lopen. Ik pak de snoeppot en gooi het water eruit.
Hier, heb je een bosje bloemen.
15 April 2014
Theater
In de nieuwe zaal is een bijeenkomst. Ik ga naar de bijeenkomst. De collega’s gaan niet, maar ik ga wel. Misschien leer ik op deze manier nieuwe mensen kennen. Het is een mooie, nieuwe zaal. Nieuw is niet per definitie mooi, maar wel schoon. In België is schoon hetzelfde als mooi. Bij de ingang van de zaal krijg ik een flesje water aangereikt. Dat heeft een collega bijvoorbeeld nog nooit gedaan.
Ik kom binnen in het midden van de zaal, zowel horizontaal als verticaal gezien. Er gaan rijen stoelen omhoog en er gaan rijen stoelen omlaag. Er staan stoelen links en er staan stoelen rechts. De zaal loopt omhoog als in een amfitheater, de stoelenrijen zijn hoger geplaatst naarmate je verder naar achteren zit. Het presentatiegedeelte is op gelijke hoogte met de onderste rij. De ingang van de zaal lijkt op iemand met een gaatje in zijn achterhoofd waardoor de mieren naar binnen lopen.
Ik ben een mier en ik volg de andere mieren. Het bovenste deel van de zaal is gevuld met mensen, op het stuk beneden zit bijna niemand. Van bovenaf gezien kijk ik op de voorgevel van Iris. Iris zit halverwege beneden, aan de zijkant tegen de muur. Ik loop naar Iris.
"Niemand durft naast me te zitten," zegt Iris.
Iris is een mier die andere mieren opdrachten geeft. Ik ben niet bang voor hoger geplaatsten. Angst is iets voor mensen die wat te verliezen hebben. Ik ga naast Iris zitten. Als je de zaal overziet lijken we op een stelletje dat zich heeft afgezonderd van de rest.
Iris is een stoere chick. Ik associeer me graag met stoer en chicks.
"Was jij niet met zwangerschapsverlof?" vraag ik aan Iris.
Boven haar knie zitten twee gaten in haar jeans. Ze ruikt naar sigarettenrook.
"Nee, ik heb geen kind," zegt Iris, "dat is die ander."
Zwanger is niet stoer. Zwanger is maatje meer en sigaretje minder. Ik vraag me af wie die ander is. Is er nog een Iris?
Dat vindt Iris genoeg conversatie. De rest van de voorstelling doet ze er het zwijgen toe. In principe is dat geen probleem. Als afgezonderd stelletje hoef je niet te praten. De voorstelling is begonnen.
29 March 2014
There will be blood (5)
De lente is een zwaar overschat jaargetijde. Eén zonnestraal breekt door en kutjes springen open zoals de knoppen van de bloemen. Mensen verwarren zon met temperatuur. Eén zwaluw maakt nog geen zomer.
Ongewassen lakens zijn een motief om het bed te vermijden. Ironisch genoeg is het gebrek aan vieze lakens de aanleiding voor Shengs vertrek. Ook een dertigplus Chinees met smetvrees heeft behoeften.
"De liefde was voorbij," zei ze.
De doos deed het niet meer.
Een andere doos doet het dan weer wel.
Nog een nadeel van de lente, het ongedierte verlaat de schuilplaats. Zonder zich te wassen, zonder de aangekoekte winterlaag te verwijderen. Ze doen geen moeite om het te verbergen. Ze koketteren ermee, ze paraderen als de hoofdact op het podium van andermans feest. De lucht van arrogantie - een gebrek aan reflectie - overstijgt de etensgeur uit de keuken, wat mijn eigenrecht vaardigt.
Nonchalant is hip, met een pak verhul je de smerigheid eronder. Ongewassen is armoedig en gebrek aan respect voor het publiek. Bezitterig legt hij zijn arm om haar middel, zoals een zwerver dat doet bij zijn hond.
Sheng kwam niet meer klaar. Feitelijk was het niet genoeg - het was juist te weinig.
Ik eet wat de pot schaft. Terwijl ik eet kijk ik naar het toneelstukje dat wordt opgevoerd. Witte wijndrinkers zijn schijnheilige alcoholisten. Het is het noodlot. Ik stuur Sheng een bericht.
"Hoe oud ben je intussen?" stuurt ze terug.
De opportunist dweept met de eerste zonnestraal. De lente oogt fris, vrolijk, fruitig en frivool. Dag in dag uit schone lakens gaat vervelen. Opportunisten zien mogelijkheden en laken hun beperkingen. Dat is enerzijds hun aantrekkelijkheid, anderzijds is het een gegronde reden om ze te mijden.
Een flikflooiend stel verdrink je, bij voorkeur aan elkaar vastgeketend, zodat ze kunnen genieten van elkaars doodstrijd. Samen doodgaan is net alsof je samen klaarkomt.
Opportunisme is gedrag, domheid is een gen. Binnenshuis bloeien geen bloemen, kiemen ontzieken in het volle buitenlicht.
Ik doe of mijn neus bloedt. Uiteindelijk bloedt het vanzelf dood.
05 February 2014
Fail Accompli
Een week nadat we koffie hebben gedronken doen we het gesprek opnieuw. Officieel. Ditmaal draagt ze niet het zwart-wit geruit rokje, in plaats daarvan stemmig zwart van teen tot topje. Er is nog een verschil. Ze is met haar tweeën - waarschijnlijk om fraude en seks te voorkomen.
"Het is de omgekeerde wereld," zegt meisje nummer twee.
Met de gebundelde drie delen van 1q84 ga ik liggen. Een stoel is om op te zitten, een bank is om op te liggen - net zoals ramkoers en opblaaspoppen. 1q84 is de doorbraak van Murakami naar de massa. Daaruit had ik de conclusie kunnen trekken.
De modern ingerichte vergaderfaciliteit beoogt efficiënt gebruik van beschikbare middelen en tijd. De tafel is hoog, de benen zijn lang. Wordt dit de begrafenis van mijn kantoorcarrière? Bij een overlijden zou men zich verplicht vrolijk moeten kleden. Ik draag een schone trui. Ik draag de hele winter een trui, daarna gooi ik hem weg. Overlijden is bevrijding.
Aan de hand van een Japans mantelpakje wandelen we in het Tokio van 1984. Het is redelijk gezellig. Totdat we bij pagina 64 komen. Daar gaat Murakami in de fout. Zonder rechtvaardiging door handeling of perspectief verandert de tegenwoordige tijd in verleden tijd. Het mantelpakje is wordt het mantelpakje was. Ik herlees de pagina’s ervoor, de pagina’s erna, maar het is fout. Echt fout. Weg consensus, weg geloofwaardigheid.
Het geruite rokje houdt van Italiaan. Het tweede meisje, dertig jaar oud maar gezegend met jeugdpuistjes, houdt van Antilliaan. Er zijn meer meisjes die daar last van hebben - en dan voornamelijk waar ze na afloop last van hebben. Is er één die niet is achter gebleven met herpes, vitaminegebrek en kinderen?
Over neger gesproken. In het bedrijfsrestaurant staat Janine. Ik loop langs, kijk haar aan en zeg eet smakelijk. Janine kijkt naar de muur achter me en zegt niets. Ze knippert niet eens met haar ogen. Marketing is negeren van mensen die jou willen. Je aandacht gaat uit naar de mensen die je niet willen. Ik hoop op baarmoederhalskanker, maar een aanrijding tijdens het fietsen zou ook al leuk zijn.
Er staan meer storende elementen in het boek. Zo is er sprake van half twaalf ’s middags en van nachtelijk uitzicht om zeven uur ’s avonds. Vertaalfouten of interpretatiefouten? Magisch realisme mag vervreemdend en surrealistisch zijn, als het maar stijlvast gebeurt. 1q84 is overvloedig en diffuus, Murakami verslikt zich in breedsprakigheid met taedieus resultaat. Dag lees- en leefplezier.
Ik laat de Japanse in het mantelpak los en sluit het boek. Fouten zijn overkomelijk, het feit dat mij zoiets opvalt niet. Er zijn meer boeken, ik zet de televisie aan.
Ook dat is overlijden. Het ene moment wordt je genaaid, het volgende moment zit je zelf achter de machine. Ik zit in verleden tijd. Ik loop achter Jeugdpuistje aan naar de afdeling waar ik ooit begon. Het is vertrouwd. De mensen, de kasten en de bureaus. Oud-collega’s heten me welkom. Ik ken hier mij plaats, ik heb er een rol. Jeugdpuistje laat de werkzaamheden zien die ik ga verrichten. Ik krijg een erectie.
"Denk er goed over na," zegt Jeugdpuistje.
Kunstschaatsen Olympische winterspelen 2014. Yuna Kim haalt zilver, de Koreanen dienen een klacht in. Mao Asada gaat onderuit. Verplichte kür, einde carrière.
"I’m only human and humans fail," zegt de Japanse na afloop.
Jeugdpuistje ruikt naar goedkoop parfum. Ik kende mijn plaats, ik had er een rol. Niet terug van weggeweest maar opgestaan is plaatsje vergaan.
Een woonkamer zonder bank is als een raam zonder gordijnen: van slapen komt er niet veel. De woonkamer ademt leer, de bank ligt goed. De gordijnen kunnen dicht. Ik denk er nog even over na.
30 January 2014
Extern toezicht op cumulatieve regressie van ontbindingsfactoren
Ze draagt een zwart-wit geruit rokje. Daarboven een zwart shirtje, eronder zwarte panty’s en zwarte pumps.
"Ik heb geen bankpasje bij me," zegt ze.
Dat betekent dat ik de koffie betaal.
Uiterlijke kenmerken leiden af en - helaas - tot vooroordelen. Ik denk bijvoorbeeld niet dat ze kan schaken. Als je het rokje uitspreidt op het aanrecht dan heb je een schaakbord.
Stress leidt tot maagzweer. Tegenwoordig moet je blij zijn dat je een baan hebt. Of een baan al dan niet leuk is, is niet van belang. Van de maag is het twaalf meter darm tot aan de uitgang.
De wereld is ziek, het bedrijf waar ik werk is ziek en zelf ben ik ook niet goed bij mijn hoofd. Maar wat is de diagnose? De juiste diagnose? Symptomen zijn geen ziekten - maar slechts kenmerken daarvan. Van te weinig koffie krijg je hoofdpijn, van te veel alcohol krijg je hoofdpijn en als je tegen een muur aanloopt krijg je hoofdpijn.
Ze heeft een vacature geplaatst, daarom drink ik koffie met haar. Of ze leuk is, is niet van belang.
Wat is oorzaak en wat is gevolg? Wat is aangeleerd, wat is aangepraat en wat heb ik er zelf bij verzonnen?
"Misschien is het de midlife crisis," zegt ze.
Misschien zie ik te weinig rokjes. Ik heb maandenlang op de computer geschaakt - totdat ik hoofdpijn kreeg.
13 December 2013
There will be blood (4)
"Hé," zegt Jacqueline.
Strakke riemen, gebruikt om de veroordeelde te fixeren, kunnen de circulatie belemmeren en hiermee voorkomen dat het narcosemiddel de hersenen bereikt.
Het is een mooie winterse dag. De zon schijnt volop, er staat hoegenaamd geen wind. Alleen de temperatuur indiceert dat je in Nederland bent. Mijn ballen liggen op tafel.
"Goed zo," zegt de trainee.
"Dat was in 2008," zegt Jacqueline.
De stem van Jacqueline is niet meer hees. Misschien is ze gestopt met roken - vanwege het kindje. Misschien is ze gestopt met volleybal - vanwege het kindje. Geen volleybal, geen biertjes drinken.
"Misschien wil ik later wel naar Amsterdam," zegt Jacqueline.
In 2008 lachten de mensen en lachte het leven. Er was tijd. Er waren kroegen. Er was rook en er was drank. Er waren roze wolken zonder confrontaties met obligaat dagelijks leven. En er was werk. Bevalt het je niet? Voor jou tien andere werkgevers.
Jacqueline rookte Marlboro light. Later bietste ze mijn Camels. Bijna alle meisjes rookten Marlboro light. Logisch, de Volkswagen Golf is de meest gestolen auto want het is de meest verkochte auto. Stoppen met kopen is niet gelijk aan stoppen met roken.
Op het pakje sigaretten staat: ‘Rokers sterven jonger’. Jonger dan wie? Jonger dan Noord-Koreanen? Jonger dan vluchtelingen uit Syrië? Jonger dan voedselbankiers? Waarom is alle informatie halfbakken? Hoe moeilijk is het om duidelijk te zijn?
Jacqueline ging naar de Caribbean. Er was tenslotte werk genoeg. Ze kwam terug. Een dikke buik is duidelijk. Bevallen doe je beter in Nederland.
Bij executie door ophanging breekt de nek. Tevens wordt het ruggenmerg onderbroken waardoor onmiddellijk een verlamming van het gehele lichaam - inclusief de ademhalingsspieren - optreedt.
Jacqueline lachte ook. Dat weet ik omdat ik het heb opgeschreven.
"En?" vraagt de trainee.
Ik berg mijn ballen weer op. Ik mag een kop koffie komen drinken - een empathische manier om nee te zeggen. Resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor het heden. De afgewezen eenling wordt een verongelijkte kluizenaar.
Een nieuwe winter, hetzelfde geluid. Hoe moeilijk is het om mijn naam te zeggen?
Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft.
Iedereen moet dood.
Gelukkig gaat iedereen dood.
28 October 2013
Palliatieve sedatie
Een deel van het personeel gaat tijdens de lunch naar buiten en wandelt een rondje om het bedrijfsgebouw. Het andere deel van het personeel sluit achteraan in de rij voor het moderne want van uitbestede catering voorziene bedrijfsrestaurant. Je kunt het te dure voedsel van het van uitbestede catering voorziene bedrijfsrestaurant mijden door thuis klaargemaakte boterhammen mee te nemen en op te eten of je eet niet en gaat tijdens de lunch buiten een stukje wandelen.
Omdat het KNMI zegt dat er wind waait sluit het deel van het personeel dat tijdens de lunch naar buiten gaat om een rondje om het bedrijfsgebouw te wandelen achteraan in de rij voor het van uitbestede catering voorziene bedrijfsrestaurant. Waar dien je een klacht in over de klachtenprocedure?
Op de Herengracht waait een boom om en valt bovenop een voorbijganger. Na tevergeefs reanimatiewerk overlijdt de voorbijganger, een Duitse toerist. Een duidelijk geval van dood door schuld. De boom krijgt de doodstraf, het vonnis wijst executoir de brandstapel aan. Geen grappen over Duitsers en gas. Nederlanders wijzen graag een schuldige aan. Naming and shaming - wijzen, duiden en hangen - raakt ingeburgerd. Dat zouden meer mensen moeten doen - raken en inburgeren.
Het pak yoghurt gaat niet flaneren rond het bedrijfsgebouw. Het waait en het aura dat haar werkzaamheden camoufleert zou kunnen wegwaaien. Ze doet de oordopjes uit die haar intelligentie vrijwaren van verbale indrukken van minderwaardig kaliber en vraagt of ze mag aansluiten. Dat mag. Niemand wil worden buitengesloten en al helemaal niet met deze wind.
Op de Ceintuurbaan waait een boom om en valt op een auto. In de auto zit een man. Eerst is de man dood. Later blijkt de man toch niet dood. Dat levert een verrassing op voor zijn vrouw als hij thuiskomt. De kans dat je als mens onder een boom terechtkomt bij een storm is verwaarloosbaar klein. De kans dat een boom bij een storm op een auto valt is vele malen groter. De mens is intelligenter dan een auto, ondanks alle elektronica die erin zit verwerkt. Als een boom bij een storm op een auto valt waarin op dat moment iemand aanwezig is dan slaat de boom twee vliegen in één klap. Dat is efficiënt gebruik van de beschikbare middelen, zoals je bijvoorbeeld door samen te douchen gas bespaart.
Het pak yoghurt gaat tegenover me zitten. Van op afstand gezien lijkt het nog wat maar slechts gescheiden door de breedte van de moderne bedrijfskantinetafel - in combinazi met de bijpassende bank en stoelen zodanig ontwikkelt dat de kantoormedewerker niet te lang blijft zitten - valt op dat ze met name bij het uitdelen van de borsten en de schouders niet vooraan heeft gestaan. Gelukkig zijn haar heupen tijdens deze culinaire samenkomst niet zichtbaar. Dat is een pré, om ook maar eens iets positiefs te zeggen want verder zegt ze niet veel. Ze heeft er zichtbaar moeite mee.
Met uitzondering van wat materiële schade is er verder weinig aan de hand. Een storm in Azië of in Amerika veegt minstens een volledig dorp of stad van de kaart. Wij moeten genoegen nemen met een stilleven van het openbaar vervoer en de website van AT5 die plat ligt, om in het jargon te blijven. Eigenlijk is het gewoon zielig. Smeer een kwak schoensmeer op je gezicht en je bent een racist. Een zielig land met kleinzielige mensen. Politiek correcte draaikonten zijn gevaarlijker dan mensen die een traditioneel kinderfeestje willen vieren.
Ze moet een rot jeugd hebben gehad. Zonder borstgroei de middelbare schooltijd doorlopen is bemesten van seksloze puberteit. Maar echt beter wordt het natuurlijk niet als je op latere leeftijd balancerend op knieënverneukende pumps en zwaaiend met mobiele telefoons de coole madam uithangt terwijl de frigiditeit tussen je benen vandaan druipt. Hoeveel passiviteit moet een mens tentoonspreiden om dood te worden verklaard? Jammer dat er zoveel bomen zijn omgewaaid, ik had je graag geholpen met het touw. Blijf binnen als je niet naar buiten hoeft. Je moet doen waar je goed in bent, niet waarin je goed hoopt te worden.
25 October 2013
Zalig zijn de onwetenden
De spijkerbroek is nieuw en ook het jasje is nieuw. Dat zie je aan alle kanten. We krijgen dan ook alle kanten te zien - nieuwe kleding moet je laten zien. Ze bekijkt zichzelf in de spiegeling van het raam - haar heupen en rondingen, de overdaad en het gebrek daaraan. Twintig graden Celsius is normaal in de herfst.
Als laatste binnenkomen en als eerste weggaan is ook normaal. De lunch is extern en duurt van twaalf tot twee en dat is ook normaal. Ze komt niet om te werken, ze gaat naar haar werkgever om te flaneren, om de mobiele telefoons op te laden, om de Starbucks coffee te drinken die ze op het station heeft gekocht en om de yoghurt op te eten die ze thuis in een plastic bak met vers fruit heeft vermengd. Ik vul de jaarlijkse enquête in die medewerkerstevredenheid peilt. Ik ben iets minder positief gestemd dan vorig jaar. Vorig jaar was een dieptepunt.
Ze stopt oordopjes die zijn verbonden met één van de mobiele telefoons in haar oren. Ze bekijkt haar gezicht in de spiegeling van de mobiele telefoon. Ze doet haar kin een stukje naar beneden, waardoor ze de puntjes op haar voorhoofd ziet. Ze houdt de kin omhoog, zodat ze de inhoud van haar neusgaten ziet. Het hoofd helt over naar links en het hoofd helt over naar rechts. En dit alles zonder dat beide ogen het spiegelend scherm verlaten. Ongegeneerd. En als ze jou betrapt terwijl je ernaar kijkt krijg je een blik toegeworpen die zegt dat jij degene bent die zich moet schamen. Shame is the shadow of love, zegt PJ.
Ik begrijp het wel. De mens is ijdel. Dat wordt er van kinds af in geramd. Wat ben je al groot, wat ben je mooi. En wat heb je mooi haar. Draai eens een rondje, laat je nieuwe jurkje maar zien. Buiten bereik van het ouderlijk oog wordt de pirouette voor de spiegel herhaalt. IJdelheid wordt onzekerheid als bevestiging ontbreekt, waarna het accent op uiterlijk vertoon vergroot en een negatieve spiraal ontwaakt waaraan de spiegel en anorexia hun bestaansrecht ontlenen. Een vinger in je keel stoppen is als masturberen. Je speelt met jezelf.
Nieuwe kleding is opwindend, natuurlijk laat je je nieuwe kleding zien. Om te laten zien dat je originaliteit mist. Om te laten zien dat je persoonlijkheid mist. Om te laten zien dat je geen smaak hebt. Je bent nog altijd het meisje dat graag met poppen speelt. Door het afsluiten van je gehoor sluit je je af van de wereld. Natuurlijk sluit je je af van de wereld. Ouder en niets wijzer ben je zelf die pop geworden - nooit geleerd om met iemand anders te spelen.
Iemand moet lachen. Ik weet niet waarom, er is niets om te lachen. Het is lachen naar het woord, het is iemand die hardop haha zegt. Een driekwart legging is praktisch als je driekwart benen hebt. Bij het Lichtjesfeest vieren Hindoes de overwinning van de gelukzaligheid over de onwetendheid. Je kunt een breinaald in het ene oor naar binnen en via het andere oor naar buiten steken zónder de hersens te raken. In een aantal gevallen maakt dat geen verschil.
12 August 2013
Every fucking day
Afhankelijk van de vraagstelling worden de methodes bepaald. Soms is het niet nodig om intensief onderzoek te doen en is snel antwoord nodig op een gerichte vraag. Door middel van interviews wordt dan een quickscan uitgevoerd. De opdrachtgever ontvangt na de vraagstelling een globaal advies. Meestal weet de opdrachtgever dan genoeg en kan zelf verder. Soms is nog nader detailonderzoek nodig en wordt de focus gelegd op enkele aspecten.
Ze is binnen. De nagellak heeft dezelfde kleur als de bumper case van de iPhone. First world problems, first world solutions. Verder blijft het een schijnheil met sproeten. Nu doet zich de tweede situatie voor. Hieronder zal ik mij beperken tot deze variant, omdat de procedures voor beide typen verschillend zijn. Ik vind meisjes met sproeten aantrekkelijk.
In samenwerking staat het optimaliseren maar ook het verbeteren van processen centraal.
Een normaal mens ontbijt thuis. Misschien als je twee uur in de trein zit dan eet je het ontbijt op in de trein of als je ’s morgens meer bezig bent met het voeren van je kroost dan met het voeren van jezelf kan ik me voorstellen dat het ontbijt erbij inschiet. Maar als je opzichtig seksloos single bent en tien minuten fietsen bij je werk vandaan woont (dat weet ik omdat ik het stuk zelf heb gefietst om het te controleren) dus duidelijk niet. Je wordt wakker, je eet je bakje yoghurt, je poetst je tanden en je stapt op de fiets. Hoe moeilijk is dat?
Vooral door verantwoordelijkheden laag in de organisatie te leggen regelen de medewerkers veel zaken zelf door een sturingsmechanisme dat gebaseerd is op vertrouwen. Intervisie is een handvat bij een performance onder benchmark, een zuchtje wind oogst een storm aan winstgevendheid mits factorisering is geijkt aan de meest recente data en casuïstiek dagelijks wordt besproken.
De mobiele telefoons (meervoud) gaan aan de oplader, de jas gaat aan de kapstok en het ritueel gaat beginnen. Het is anderhalve minuut over half tien en de bak yoghurt komt tevoorschijn. Ze woont tien minuten fietsen bij haar werk vandaan en ze ontbijt achter het bureau in de fabriek. De rest van het personeel mag meegenieten. We kunnen het zien en we kunnen het horen. Horen is irritanter dan zien. Voor beeld kun je je afsluiten, je kijkt de andere kant op, maar voor geluid kun je je niet afsluiten. En wanneer geluid eenmaal irriteert kruipt het in je gehoorgang als een speld onder je nagel. Zelfs als je hem verwijdert galmt hij na als een kerkklok om tien uur ’s morgens op zondagochtend.
In mindere tijden moet je een andere koers varen. Low profile, weinig short en meer long. Rendementsverbetering in optimaliseringszin maar ook ten aanzien van de andere karakteristieke kenmerkende eigenschappen zoals capaciteitsbeschikbaarheid, kwantiteitshoeveelheden, proeftesten, streefdoelstellingen en voortgangscontinuïteit.
De bak yoghurt zit in een plastic zak. Het geritsel van het plastic stroomt over de afdeling zoals urine klettert in een pisbak. De rest van het personeel weet: de tas gaat open en de bak komt tevoorschijn. Je wil je ervoor afsluiten maar het lukt niet - je hoort het en je ruikt het. Hoe meer je je ergens voor probeert af te sluiten, hoe sterker de kracht van hetgeen waarvoor je je probeert af te sluiten wordt. Na het geritsel komt de bak tevoorschijn, een plastic tupperware bak. Geen kant en klaar pak yoghurt van de supermarkt maar een huisgemaakte combi van yoghurt met stukjes fruit. Yoghurt uit de supermarkt zit al in een pak. Thuis zijn de yoghurt en de stukjes fruit in de plastic tupperware bak gedaan. Daarna is de plastic bak in een plastic tas gestopt en is de reis naar de fabriek aangevangen.
Waarom? Waarom als je het ’s morgens in de plastic tupperware bak kunt stoppen, stop je het niet direct in je kutmond?
We zijn nog niet klaar. Yoghurt eet je met een lepel. De noodzakelijke lepel komt tevoorschijn en wordt niet neergelegd zoals een normaal mens een tafel indekt. De lepel wordt niet neergelegd naast de bak yoghurt op het bureau. Wanneer de lepel tevoorschijn is gehaald en zich één centimeter boven het bureau bevindt wordt hij losgelaten. De lepel landt met bijpassend gerinkel op het bureau naast de bak yoghurt, rolt al rinkelend een paar keer om en komt als een nadruppelende kraan in een gootsteen tot stilstand.
En wij mogen genieten van dit ritueel. Elke ochtend. Every fucking day.
Traditionele meetmanieren zijn aan significante verbetering toe. Een opdrachtevaluatie vereist concrete feedback, full backward approach, en een hands on mentaliteit. Na trendanalyses en interne audits volgen aanbevelingen en managementcalls waaruit beoogde resultaten kunnen faciliteren en stimuleren maar ook verbloemen en verdoezelen en verder reiken dan not in my backyard.
Anderen storen zich er niet aan, ook in deze sta ik alleen. Hun maskers zijn niet minder in aantal en soort. Ze vinden haar mooi - en leuk. Vroeger altijd gepest op school en nooit een meisje van dichtbij gezien. Ze zien het niet, wat ook voor hen reden is voor een enkele reis Siberië. Snollen willen leuk gevonden worden. Daar kleden ze zich op, ze behagen en gedragen zich ernaar. Het raffinement en het gemak waarmee ze de omgeving om haar vingers windt maakt me gek. Misschien is de grootste ergernis nog wel het feit dat iedereen zich láát manipuleren. Ik ben de enige die het ziet - waarschijnlijk ben ik ook de enige die de yoghurt ziet. Daarmee ben ik niet de enige die faalt als mens - al is dat niet de gemeenschapszin waarnaar ik zoek.
Door voortdurende investeringen in de versterking van de organisatie is het onderscheidend vermogen van de diverse proposities in de afgelopen jaren verder toegenomen. Tevens zijn de posities in de verschillende afzetgebieden versterkt. Dit zorgt er voor dat de toekomst met vertrouwen tegemoet wordt gezien en een gezonde groei wordt verwacht. De voorspelbaarheid van opbrengsten en resultaat op korte en middellange termijn wordt niet ondermijnd door de volatiele economische omstandigheden in een aantal relevante regio’s en sectoren. Daar openbaren zich mogelijkheden voor verdere expansie door penetratie in de vraag naar massaconsumptie.
Mijn moordneigingen zijn terug. Maar nu is het geen homofiele matennaaier, Chinese brildrager, overgewaardeerde afgestudeerde of misleidinggevende. Het is een kut. Twee uitgerekte lippen met een gat ertussenin. Een schijnheilige, geraffineerde, overbetaalde consultancykut met sproeten trekt mijn zenuwen over de grens van elasticiteit.
Een tweede aanleiding vormen de grenzen waartegen huidige expertise aanloopt. Deels loopt deskundigheid tegen nieuwe, moeilijker op te lossen kwesties aan doordat het beleid inmiddels meester is van de eenvoudige problemen: het laaghangend fruit is al geplukt. Daarnaast bestaat over nieuwe technologieën hoogstens laboratoriumervaring over de risico’s en onzekerheden waarmee zij gepaard gaan.
Raad eens waarin die plastic tupperware bak verdwijnt? Rustig meisje, rustig maar. Stil blijven liggen. Anders mors ik als ik met de lepel de yoghurt met stukjes vers fruit eruit probeer te scheppen. Lig je comfortabel? Wel blijven ademen, anders is de lol er snel af. Wil je ook een hapje? Of wil je een hapje van het reeds afgescheiden, half-verteerde deel uit het andere gat? Patrick Bateman, eat your heart out.
Op basis van de voorgestelde resultaten worden, in het verlengde van separate parallelle uitkomsten, een aantal acties opgestart. Zo zal onder meer de huidige missie- en visiebepaling worden herzien en een nieuw beleid worden uitgeschreven. Hiervoor zijn reeds afspraken gemaakt om vanuit de tweede lijn beleidsvisies op te volgen en is de complexiteit van deze ontwikkelingstrajecten gegarandeerd.
Ze ruikt lekker. Heel erg lekker. Nog meer dan voor geluid ben ik gevoelig voor geur. Ze zet een bekertje heet water neer. Ik ruik aan de rand van het bekertje op de plek waar haar hand het bekertje heeft vastgehouden. Haar geur hangt rond het bekertje zoals de zon je lichaam omarmt na een frisse duik in het water. De nieuwe wereld is niet beter dan de oude. Ik word zelf een steeds slechtere versie van mijn vorige ik.
07 August 2013
Faith
Onopvallend, zoals in het voorbijgaan een blik wordt gewisseld die anderen ontgaat. Een liefkozing zonder gevolgen.
Ook ik beweeg de arm. De hand gebogen, de vingers vlak.
We naderen.
Overeenstemming, een elektrische schok die gevaarlijk wordt naarmate hij langer voortduurt.
Haar hand daalt, mijn hand stijgt. Bevestigingsdrang.
En we missen allebei.
03 June 2013
Ronin
Een nieuwe maand, een nieuw overleven. We we noemen haar voortaan Janice. De vrouw van Harry 'Rabbit' Angstrom in de Rabbit-cyclus van John Updike heet ook Janice. Does make sense. John Updike is mijn favoriete schrijver. Ik leerde hem kennen omdat er een verhaal van zijn hand in de Playboy stond. Er is niemand die je gelooft als je zegt dat je de Playboy leest vanwege de goede artikelen.
"Daar staat Janice," fluistert Kamerplant.
Ik lunch met Kamerplant want zo zie ik nog eens iets. Janice kijkt naar het scherm van haar mobiele telefoon en ziet niets. Dat doet de halve wereld tegenwoordig. In de weg staan en naar een zwart doosje in de palm van hun hand kijken. Zijn we evolutionair eindelijk zover dat we rechtop kunnen lopen, gaan hele volksstammen weer gebogen door het leven. Je ziet wat er op het scherm van je mobiele telefoon gebeurt, je ziet niet wat er in de wereld om je heen gebeurt. Je ziet mij bijvoorbeeld niet zitten. In de beperking toont zich de meester.
Er zijn mensen die niet lunchen zoals er mensen zijn die niet geloven. De lunch is zodanig in het kantoorleven gepropt dat de kantoorslaaf niet meer zonder kan. De lunch is verworden tot een overbodige routine, even zinloos als het roken van een sigaret: het is tijdverspilling en slecht voor je lichaam. Toen ik in de horeca werkte lunchte ik nooit. Wakker worden, eten, werken, eten, zo zagen de dagen eruit.
Het gaat goed met Janice, ik draai er niet omheen. De carrière gaat goed en de seks gaat goed. Toen het slecht ging met Janice was ze mooier maar dat is persoonlijk. Lelijk is rudimentair onpersoonlijk en seks is beter dan fitness. Mensen zien er slecht uit bij problemen en goed naarmate er meer geld binnenkomt. Janice niet. Ik geef mijn mening voor een betere maar beter wordt het er niet op. Eenmaal genezen is er niet veel meer van over om naar huis te schrijven.
Het eerste wat ik deed toen ik op kantoor ging werken, was aankomen. En dan zeggen ze dat werken in de horeca ongezond is. Na twaalf jaar kan ik stellen dat het kantoorleven ongezonder is. Ik verlang terug naar de horeca zoals je terugverlangt naar een ex - tegen beter weten in bij gebrek aan beter.
Samen met Kamerplant kijk ik naar een misplaatste marketing look. Het jasje is het niet, de blouse is het niet en de pantalon is het niet. Het model dat Janice in haar haar heeft laten knippen laat zien hoezeer het is verpest. Wat is er mis met een spijkerbroek, een gebreid truitje en een dikke bos rossig haar? Uiterlijk is geen keuze, daarmee word je geboren, maar de aankleding kies je zelf. Het kantoorleven maakt zichtbaar meer kapot dan me lief is. Ik denk niet dat ik zonder bril het graf ga halen.
Het type omgeving is te beïnvloeden. Een fabriek, een kroeg of een ziekenhuis als omgeving is een keuze. Ze zijn verwisselbaar. Het is een misverstand te veronderstellen dat de mens verandert door zich te verplaatsen naar een andere omgeving. De perceptie wijzigt zoals alcohol dat doet, de mens blijft intrinsiek gelijk.
"Ze gaat weer trouwen," zegt Kamerplant.
Stel je wilt iemand de liefde verklaren. Het is zinvol dat op te schrijven. Zo word je gedwongen na te denken over de formulering, over de toonzetting, over de gevolgen. Of het tegenovergestelde is het geval: je maakt het uit. Ook dan heeft het zin om pen en papier te pakken. Want anders is de kans groot dat je een mes pakt, met alle bacteriële infectiegevolgen van dien.
De klimgeit wordt in de echt verbonden met haar nieuwe steenbok. Achtendertig wordt ze dit jaar, ruim op tijd voordat haar verval definitief inzet. Maar waarom moet er per se getrouwd worden? Waarom moet er een ring om de vinger? Trouwen is geen garantie dat hij zijn bokkenpootje niet in een - of andere - andere geitenkaas steekt. "Je hebt nog drie maanden de tijd om haar van mening te veranderen," zegt Kamerplant. Een vinger kan weer van de ring af.
Tientallen keren per dag wordt de mens geconfronteerd met keuzes. Kiezen tussen opruimen of weggooien, tussen onthouden of vergeten, tussen doorslikken of uitspugen. De vuilcontainer is een boekwinkel vol verhalen over toenadering en afwijzen, over ophitsen en afdanken, over afwateringsbuizen en spoorwegovergangen.
Janice beperkt zich en heerst. Dat kan ik van mezelf niet zeggen, ik lees al twintig jaar de Playboy niet meer.
In het eerste hoofdstuk van de Opwindvogelkronieken van Haruki Murakami steekt een zestienjarige Japanse een sigaret op. Ze zegt: "Als je niks te doen hebt, vliegen je gedachten gauw een ontzettend eind weg - zo ver weg dat je ze niet meer goed kunt volgen."
03 May 2013
There will be blood (3)
Als je niet laat zien wat je doet, dan heb je niets gedaan. We gaan terug naar school.
"Juf! Juf! Kijk wat ik heb gemaakt!"
En dat uit twintig bacteriënhaarden tegelijk. Bevestiging, bewijs, respons, rapport.
"Dat is keurig gekakt. Niets in het broekje maar alles in het potje!"
Om nog maar te zwijgen over de bijpassende lucht. Onderwijs is ondergewaardeerd, scholing overschat.
Met een lesbische zit ik op het terras van de soos. Het is vrijdagmiddag, de scholen zijn dicht, tijd voor een borrel. Ik moet onder de mensen komen en de lesbische is mens. Ze draagt een net, strak overhemd boven een paar sneakers en drinkt bier.
"Daar woonde ik."
Ik wijs naar de tiende verdieping van de rode flat, aan de overkant van de straat.
"En daar woonde Ingrid."
Ik wijs naar de flat die vanachter de soos opdoemt.
"Mijn vriendin heet ook Ingrid."
Dagelijks worden er werknemers ontslagen, toekomstperspectief neemt af en armoede neemt toe. De lesbische heeft juist ontslag genomen. Dan heb je ballen.
"Ik vind het juist wel grappig," zegt de lesbische daarover.
Ze vindt alles grappig, en lacht voortdurend. Ik lach mee maar ik vind het niet grappig meer.
De innovatievelingen verdwijnen. Ze stellen vragen, uiten kritiek. De uitgang is snel gevonden, al dan niet met behulp van een vertrouwenspersoon of de bedrijfsjurist. Je moet je mond houden en in de pas lopen, hoe vurig ze het tegendeel ook beweren. Niemand is te vertrouwen, zelfs zij niet die hun functie eraan ontlenen.
"Ik vraag me af wat ik er nog doe."
"Dat vraag ik me al jaren af."
Als je erbij wil horen moet je meedoen, maar meedoen betekent nog niet dat je erbij hoort. Je wordt nooit een deel van de familie als het jouw familie niet is. Je bent een indringer en geen deel van de geschiedenis. Geschiedenis is de motor die de boel bij elkaar en draaiend houdt. Niet dat ik hunker naar een familie, wel onderken ik het verlangen naar een thuis. Zonder thuis geen verlaten.
De soos was ooit thuis, waarschijnlijk daarom spreek ik er graag af. Het is veranderd, maar niet vervlogen. Er zijn wat spullen verplaatst, de keuken en de bar zijn vernieuwd maar niemand ziet het verschil. Het publiek drijft mee op de waan van de dag. Een spiegel is om foto’s van jezelf te maken en reflectie is iets voor oude mensen.
We drinken halve liters Heineken, eten bitterballen en vlammetjes en roken Lucky Strike. Ook wij zijn veranderd.
"Eigenlijk ben ik gestopt."
"Ik eigenlijk ook," zegt ze.
Tolereren leidt niet tot accepteren, imiteren niet tot integreren. Je wordt gedoogd en staat erbij als een gedekte tafel in een afhaalrestaurant.
25 April 2013
There will be blood (2)
De mens die slechts ziet wat fout gaat is een chagrijn, de mens die alleen het goede ziet is een dwaas. Daartussenin bevindt zich de massa: Het kan vriezen, het kan dooien, na regen komt zonneschijn en een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, dat soort mensen. Ja hoor, ik lach me dood.
Ik wilde mezelf doodlopen. Voordat het doel was bereikt deden mijn knieën het niet meer. Dat schoot niet op. Ik ging twee dagen op de bank liggen, beide benen uitgestrekt op een verzameling kussens. Ik legde zakjes gevuld met ijs op de brandhaard en kreeg hoofdpijn. Na een week zonder noemenswaardige vooruitgang ging ik naar de huisarts.
"Ik krijg hoofdpijn van mijn bank," zei ik.
Twee dagen televisie kijken, dat leek me wel wat. Het nuttige met het aangename verenigen zie je hooguit in de prostitutie terug. Ik zette de televisie aan. Er was geen beeld. Aangenaam, zei ik zojuist. Het apparaat staat er drie jaar ongebruikt te zijn. Het is dat ik hem uit de doos heb gehaald, anders zou je niet kunnen zien dat het een televisie is. Nu dus ook niet.
Vanwege de pijn had ik geen eetlust. En twee dagen op je rug liggen leidt niet tot honger. Ik at dus niet. Dat kwam goed uit. Als je eet moet je naar het toilet en op het toilet zitten met deze knieën behoorde niet tot de dingen die je ooit moet hebben gedaan voordat je doodgaat. Doodgaan door uithongering duurt maanden. Ik had tijd genoeg. Geen horloge, maar tijd genoeg.
Ik zette de televisie uit en weer aan. Nog steeds geen beeld. Het zit niet mee. Wel geluid, maar geen beeld. Ik bekeek de stapel kussens op de bank. Wel benen maar niet lopen, wel kopen maar niet kijken. Mijn leven is een omgebouwde Thaise, een klont slagroom zonder taart. Het is misselijkmakend.
"Laat maar zien," zei de huisarts.
Ik liet de knieën zien. Maar er was niets te zien. Ze werden gebogen, ineengedrukt, naar binnen en naar buiten gedraaid. Ik gaf geen kick it, de knie- en kruisbanden gaven geen krimp.
"Neem maar een paracetamol als het pijn doet."
Ik mocht naar de fysiotherapeut, dat dan weer wel. Weer iemand voor in mijn adressenboekje. De fysiotherapeut las de aanbevelingsbrief van de huisarts.
"Zo, probleempjes met de televisie?" vroeg de fysiotherapeut.
"Wel benen, geen beeld," zei ik.
Ik deed mijn broek uit. Ik had mijn knieën extra goed gewassen. Voor een date wast de gemiddelde vrouw haar geslachtsdeel twee maal. Na de eerste keer wassen moet ze naar het toilet. Ik lap de ramen altijd twee maal. Eerst binnen, daarna buiten. Ook al zijn de ramen niet smerig, je lapt ze toch. Het is een kwestie van gevoel, ook al zie je het verschil niet.
Een alternatief is televisiekijken via de computer. Maar dat is geen televisiekijken, dat is computeren. Zo is een fysiotherapeut een therapeut en geen arts. Mijn gegevens verdwenen in een Macbook zoals mijn loopvermogen in drijfzand. De kleine zelfstandige gaat mee met zijn tijd, de kantoorslaaf vergeet hoe de wereld eruit ziet.
"Rusten. Veel rusten. En blijven bewegen."
Rusten en bewegen. Haal daar het goede maar uit.
17 February 2013
Taiyou
Meer mensen verkozen de luchtvochtigheid boven verwinterde zondagmiddagseks. Er zaten mensen buiten, voor hun huis of op het balkon. Mensen werkten in de tuin. Auto’s werden gewassen. Er werd gefietst, veel gefietst. En gewandeld, zoals gezegd. Door mij, maar ook door veel anderen. Ik ben zelden op een origineel idee betrapt.
Ongeacht welke keuze we hadden gemaakt - tuin, balkon, auto, fiets - we hadden één ding gemeen: we lieten ons humeur kietelen door de voorjaarszon. We hadden de deur geopend, de muffe woonkamer verlaten en waren naar buiten gegaan.
Sommige mensen droegen een muts en handschoenen, anderen waren gekleed in een sportieve trui of jas. De overgang van jaargetijden zorgt voor een contrastrijk beeld. Er ligt nog ijs op de sloten terwijl kinderen voetballen in T-shirts met korte mouwen op een aangrenzend stukje gras. Met grasveldjes moet je uitkijken. Je kunt er de hond uitlaten.
Van Floor moet ik eigenlijk in het bos wandelen maar in het bos is geen contrast. Door de bos bomen het niet meer zien, zeg maar.
Daarom wandelde ik door de straten van het oude dorp. Langs kleine maar statige huisjes, maar ook langs misplaatste moderniteiten. Langs lamlendige landhuizen, langs restaurants die voorjaarsomzet lieten lopen. Langs het stadhuis en het zwembad. Langs de kade en langs de bosrand. Langs de snelweg, langs een illegale vuilstortplaats. Daar bleef ik staan.
Een bonus op deze zonovergoten middag. Dankzij Floor is de locatie gevonden.
Be aware, be very aware.
Fleur vind ik een leukere naam. Een vriendinnetje dat Fleur heet, dat zou leuk zijn. Een vriendinnetje, dat zou leuk zijn. Samen met een vriendinnetje wandelen is leuker dan in de tuin werken of de auto wassen. Ik bezit geen auto en ik heb geen tuin. Het zal met elkaar te maken hebben.
Na de toevalstreffer liep ik verder, de polder in. Er zitten nog geen pollen in de lucht, anders had ik het niet gedaan. Pollen in het voorjaar zijn het ergst, want levenslustig en vers. Even besmettelijk als buikloop bij kleuters, even verraderlijk als hun puberende zus.
Over het spoor en een spoorwegovergang de polder uit, via een tuincentrum en een bouwmarkt de bewoonde wereld weer in. De randstedelijke villawijk, daarachter de moderne maar monotone huizenrij, de goedkope grijze flatgebouwen en de late jaren zestig bouw. Toen stond ik in het winkelcentrum.
Over contrast gesproken.
In het winkelcentrum waren de winkels open. Het was koopzondag maar er werd niet veel gekocht. Kopen doe je niet bij een glimlachende voorjaarszon.
Tegenwoordig is elke zondag koopzondag. Niet meer één keer per maand, of alleen met de feestdagen. Alles moet meer en de omzet wordt minder. Het speciale is eraf, zoals bij iemand die je elke week ziet. Hoe houd je het spannend? Ik keek naar boven. De zon zal de rest van de maand niet meer schijnen.
Bij de ingang van de snackbar stond een groepje pubers. Ik bestelde een bakje friet. Wandelen maakt hongerig, onzekere jeugd hoerig. Ik eet zelden friet, daarom blijft het speciaal.
Terwijl ik mijn friet at zag ik buiten een bekende Nederlander staan. Maar ik wist niet wie het was. Zo bekend was hij toch weer niet. Misschien moet hij vaker naar buiten gaan.