Het gaat niet goed. Ik had mezelf moeten blijven. Ga je anders voordoen en je kunt erop wachten. Hij komt. Je weet niet precies wanneer. Maar je weet het. Ik wist het.
Journalistiek schrijven is wat anders dan een log bijhouden. De artikelen die ik inleverde komen terug wegens te weinig journalistieke waarde. Kritisch, dat wel, maar dat is niet genoeg. Wie, wat, waar, hoe en waarom, dat willen ze lezen. Ze? Ik niet. Het herschrijven schuif ik voor me uit en ik mis de deadline. Gezichtsverlies. Ik heb in elk geval een gezicht om te verliezen. Dat kunnen de meeste niet zeggen. De halve fabriek is met vakantie en ik draai overuren. Waarom eigenlijk? Waar komt dat achterlijke verantwoordelijkheidsgevoel vandaan? Had ik maar een kind gehad, dan had ik daar mijn verantwoordelijkheid op kunnen projecteren en als een normale ambtenaar naar mijn werk kunnen gaan. Zonder me druk te hoeven maken over welke prestatie dan ook. Waarom wil een mens presteren? Wat is de noodzakelijkheid daarvan?
Het zwarte gat na de festivalroes. Een roes die ik niet vast kan houden. Een roes, ruw verstoord door de maandagochtendwekker. De festivalroes, afzien in een tentje op een weiland. Leven op koffie, melk, bier, pasta en gebakken vis. Saamhorigheidsgevoel. Vijf dagen samen met mensen die ik zelf heb uitgekozen, mensen die niet op mijn zenuwen werken. Mensen die niets van je verwachten, waar ik zelf niets van verwacht. Omdat ze niets meer hoeven te bewijzen. Omdat ze zijn. Vijf dagen geen zorgen, geen stress. Vijf dagen muziek. Vijf dagen een leeg hoofd. Vijf dagen een vol gemoed. De maandagochtendwekker, terug naar de huichelaars, de likkers, de ziek zwak en misselijk, de schijnheiligen. Het zwarte gat van de vakantieliefde. Voltooide tijd. Gemist.
Een goed bericht dat slecht valt. Op maandagmiddag wordt het team bij elkaar geroepen en word ik gepresenteerd als nieuwe onderbaas. Vorig jaar zat een leidinggevende functie er niet in. Ik heb mijn houding aangepast en bingo. Ik ben een onderdeel van de huichelaars geworden. Welke prijs ga ik betalen voor mijn slecht geweten? Twee directe collega’s aasden ook op de positie, liepen zich maanden te profileren. Ik profileer mezelf niet, ik doe gewoon mijn werk. De jaloezie straalt van hun koppen af, een slap handje wordt me toegestoken. Felicitatiemails stromen binnen. Gerechtigheid, wordt er geschreven. Ik reply het meisje twee bureaus verderop en vraag of ze met me wil lunchen. Een keihard nee komt retour. In haar beleving bewandelen we de gein-niet gein grens en voor haar is die duidelijk. En ze vraagt zich af of het voor mij ook wel zo duidelijk is. What the fuck? Ik vraag je voor een lunch, muts, niet ten huwelijk. Naarmate de dag vordert neemt de kracht van haar woorden toe, wordt de overwinningseuforie van de promotie voorbij gestreefd door haar afwijzing. Doordat ze dwars door me heen prikt. De verleden tijd van geweten is gewist.
Ik slaap slecht de afgelopen weken. Kort, dat ook, maar dat doe ik zelf. Bezig blijven, dan hoef ik niet te denken. Ik denk mezelf gek. Daar heb ik tegenwoordig niet eens meer een ander voor nodig. Op zaterdagmiddag word ik wakker en ik draai door. Het is teveel. Alles schiet door mijn hoofd. Ik heb het eerder gehad, ik weet wat me te doen staat. Schoonmaaktherapie. En wel nu meteen. Ik maak een emmer met sop en kruip op mijn knieën door de douche, door de wc, door het huis. Het zweet druipt van mijn voorhoofd, ik steek mijn tong uit en lik mijn eigen zout op. Ik boen totdat ik spierpijn in mijn armen begin te krijgen, totdat mijn knieën rood zijn uitgeslagen. Aan het eind van de middag ben ik leeg, fysiek en mentaal. Ik strek mijn benen en wrijf over mijn knieën. Ik schuif de emmer met sop opzij, recht mijn rug, laat me zakken op de glimmende vloer en val in slaap.
Ik word wakker met een stijve nek. Uit de woonkamer komt een piepend geluid. Twee gemiste oproepen, één nieuw bericht zegt het scherm van mijn mobiel. What else is new. Ik lees het bericht. Een tijd en de naam van een kroeg. Ze weet hoe ze me aan moet pakken, geen overbodige informatie leveren. En wat een timing. Alsof ze ruikt dat ik haar nodig heb. Wederzijds belang. Ze wil ook lozen. Ik sta op, gooi de emmer leeg in de wc en ga onder de douche staan. De helderheid keert terug. Ben ik afhankelijk van een vrouw? Of ben ik afhankelijk van dé vrouw? Ik ben vergeten boodschappen te doen en fiets op een lege maag naar de stad. Naar de kroeg. Naar haar.
Het is druk, bedrijfsleider viert zijn afscheid. Ik sta tussen Afwachtend en Uitdagend en bestel mijn vaste recept. Ik zie haar niet en ga met de dubbele consumptie op het terras zitten. Fijne nazomer. Twee ambulances rijden kort achter elkaar voorbij. Ik ben nog niet rustig, mijn fantasie slaat op hol. Altijd te laat. Ik weet het, rustig blijven, niet nadenken. Ze komt vanzelf wel opdagen. De veertig procent doet wat ik ervan verwacht. De spanning vloeit uit mijn lichaam weg. Grijnzend staar ik naar de brug waar ze elk moment overheen kan komen. Meer symbolisch is een verbinding niet geweest.
Ze komt. Ik weet niet precies wanneer. Maar ik weet het.
17 August 2005
Gadus
Lappendag. De laatste dag van de Hoornse kermis. Iedere derde maandag van augustus. Niet moeilijk te onthouden. Ik heb mijn middelbare schooljeugd doorgebracht in Hoorn. Na het eindexamen gevlucht naar Amsterdam, naar de universiteit. Naar een kamer. Eindelijk mijn eigen kamer, eindelijk veilig. Ik heb niets meer met de stad. Behalve dan Lappendag. Alles mag op Lappendag.
Om tien uur ’s morgens strompelen we Station Sloterdijk binnen en kopen bij de automaat een kaartje. Bij de loketten is het veel te druk. Wat doen al die mensen hier? Met het vervoersbewijs warm in mijn hand luister ik naar de omroeper. Al het treinverkeer is gestremd. Pardon lul? Al het treinverkeer is gestremd. Ga ik één keer per jaar met de trein, besluit er uitgerekend vandaag eentje te ontsporen. Ik krijg te horen dat we via CS moeten reizen. Met de bus welteverstaan. We lopen naar buiten en sluiten achteraan bij de mensenmassa die voor een bus staat te wachten. Wachten. Wachten. Een andere bus met Centraal Station op de voorkant komt aangereden. Ik wurm me uit de rij en loop naar de verse bus. Op het moment dat ik instap wijzigt de chauffeur de tekst op de voorkant in Sloten. Ik stap weer uit en loop terug naar de rij die ik heb verlaten en die ondertussen is opgelost. De bus is ook opgelost, hij rijdt voor onze neus weg. We lopen terug naar onze fietsen en besluiten dan zelf maar naar CS te rijden. Nog even en ik ontspoor. Klote openbaar vervoer. Leve de benenwagen en de fiets. Ik heb een hekel aan afhankelijkheid.
Bij de streekbussen op het CS is het verbazingwekkend rustig. Ik stap in de bus, laat de chauffeur het treinkaartje zien en vertel over de stremming. Of het treinkaartje ook in de bus geldig is. Hij kijkt me meewarig aan. Hij heeft zoiets gehoord, zegt ie. Stroomleidingen zijn neergestort, ambulances rijden af en aan, een traumahelicopter vliegt over het terrein en meneer heeft zoiets gehoord. Vooral lekker de Telegraaf blijven lezen. Ik vertel dat ik heb afgesproken met collega’s van hem. Hij kijkt naar het treinkaartje en negeert mijn opmerking. Mensen die aan het werk zijn, zijn niet geïnteresseerd in de verhalen van andere mensen, in de verplichtingen van andere mensen. Daarom zullen ze ook rustig weer gaan staken. Reizigers? Lekker belangrijk. Luister sukkel. Ik zal de catering voor de bruiloft van je dochter eens vijf minuten van te voren annuleren. Vervelend hè, wanneer je ergens op rekent en het even anders loopt. We mogen gaan zitten.
Eenmaal in Hoorn, anderhalf uur later dan gepland, ga ik op zoek naar Rem uit de fabriek. Sorry dat ik te laat ben, Dude. Overmacht. Hij is geen velden of wegen te bekennen. We lopen naar Het Plafond en sluiten aan bij Broer en aanhang. We gaan beginnen. Het is rustig in de stad. Waar is iedereen? Oké, het is geen superweer maar wel aangenaam. Ik spreek Broer één keer per jaar. Op Lappendag. Eén keer is genoeg. We hoeven niet te bellen met elkaar. Een telefoon gebruik je om afspraken te maken of af te sms-en. Verhalen vertel je bij een biertje. We bestellen bier en vertellen verhalen. Leuke anekdote. Onze familienaam dreigt uit te sterven. Broer en ik zijn de enigen die nog voor nageslacht met de familienaam kunnen zorgen. Alle neven met onze achternaam zijn of getrouwd met een gescheiden vrouw, zijn impotent of homofiel of hebben alleen maar dochters. Een zware last drukt op onze schouders. En wij, de twee overgeblevenen, willen geen kinderen. Broer bestelt een dubbel rondje. Even de last verdrinken, de schouders verlichten.
Broer heeft een leuke club mensen om zich heen verzameld, wat later op het Kerkplein vinden we de buschauffeurs ook. Elk jaar vaste prik. Mooie gasten. Geen lulverhalen maar plezier maken. Handen schudden, bier halen, proosten. We lopen verder het plein op en vinden een vrij rondje. Ik sta het liefst aan een rondje. Genoeg plaats voor de glazen, lekker hangen, niet naar een houding hoeven zoeken. Eén van de buschauffeurs is een jeugdvriend van me, met hem bespreek ik de vorderingen van mijn leven. Mex houdt ondertussen zijn collega’s bezig. Ik ga op zoek naar een ober, draai me om en kijk naar de deuropening van het café waar we voor staan. Ik kijk recht in de ogen van twintig jaar oud zeer. Ik zeg haar naam. Ze zegt mijn naam. Zonder een spoor van twijfel. Geen steek veranderd. Ik niet. Zij niet. Dezelfde uitstraling. Dezelfde vrolijkheid. Dezelfde bos met haar.
Dezelfde twinkeling in haar ogen. Dezelfde vlinders in mijn buik.
Ik heb de foto nog steeds, een foto van een kringfeestje thuis van puistenpubertjes. De bank en de stoelen gevuld met adolescente onzekerheid. Op tafel flesjes bier, glazen pisang ambon en bessen-jus, schalen met chips en nootjes. Wij samen op de grond. Ik met mijn rug tegen de bank, zij in mijn armen.
"Weet je dat ik stapelverliefd op je was?"
"Ik ook op jou!"
"Waarom zeggen we dat nu pas?"
All that could have been. Het is even stil. Ik breng mijn gezicht naar het hare en zoen zachtjes haar lippen. Er wordt nieuwe drank aangereikt en we hervatten het gesprek. We nemen iedereen van het kringfeestje door. Wat er van ze is geworden. Wie we nog zien, met wie we nog contact hebben. Ik zie helemaal niemand meer, ik ben in Amsterdam een nieuw leven begonnen. Gevlucht van thuis, omdat er geen thuis meer was. In mijn vlucht voorbijgaand aan het mooie, dat toen niet mooi genoeg was. Omdat ik het niet zag, niet wilde zien, niet kon zien. Geen sentimenten, alles of niks. Gevlucht bij gebrek aan liefde, die dus weldegelijk aanwezig was. Als een blind paard vertrokken, omdat niemand mijn oogkleppen verwijderde. Omdat ik niemand de oogkleppen liet verwijderen. Ze vertelt met wie ze uiteindelijk is getrouwd. Ze vertelt dat ze nu vier en acht jaar oud zijn.
Waarom hebben we dat nooit eerder gezegd. De angst voor de afwijzing die het altijd wint van de euforische bekentenis. De verwarring van gevoelens die je niet kunt duiden. Toen en nu. Zeg het maar gewoon wanneer je verliefd bent. Wat is het ergste dat kan gebeuren?
Een goed moment voor sterke drank. Ik neem afscheid van haar en ga op zoek naar Density die ik tequila heb beloofd. Mijn belofte komt als geroepen. Ik loop een rondje over het Kerkplein maar zie niemand die voldoet aan de beschrijving. Nog een poging. Ik loop nu in tegenovergestelde richting. Bingo! Ga in de trein eens achterstevoren zitten en je ziet ook hele andere dingen. Alweer zo’n kleintje. Of ben ik zelf gewoon lang? Ik val meteen aan op haar wangen, ik heb behoefte aan fysiek contact. Na het standaard gebrabbel loop ik het café in om mijn belofte in te lossen. De tequila is op. Heeft ze nu al de hele voorraad haar keelgat ingejaagd? Ik denk even na en neem als alternatief wodka mee. Manlief en broer voorzie ik van bier. We proosten, ik giet het destillaat in één keer naar binnen en sluit mijn ogen. Die had ik even nodig. Ze nipt van het goedje en geeft mij haar glas. Ze drinkt alleen maar tequila. Whatever. Ik neem haar glas aan en sla ook deze meteen achterover. Hij blijft even hangen maar glijdt dan door naar de plaats van bestemming. Mex is er ondertussen bij komen staan en geeft me haar lachende je-bent-weer-lekker-bezig blik. Inderdaad. Ik ben lekker bezig.
We sluiten het kroegengedeelte zoals gewoonlijk af op de Rooie Steen. Ook hier vinden we weer een vrij rondje. Heerlijk, die tradities. Rooie Steen is pullentijd. De kroegen sluiten om vier uur, tijdelijke drooglegging van de binnenstad van Hoorn. Bij een drooglegging moet je hamsteren. Maar hoe hamster je liefde?
Om onze hersencellen en maagwand te redden gaan we even na vieren naar de visboer. De meeste mensen vallen na een stevige drankpartij aan op de patat en frikadellen. Fout. Behalve die dellen dan, dat mag dan weer wel. Alles mag op Lappendag. De verzadigd vette rotzooi uit de snackbar maakt je alleen maar misselijker en zorgt voor een ongewenst effect. Je maaginhoud zal in omgekeerde richting je lichaam verlaten. Zo heeft God het biologisch niet bedoeld. Vis is het antwoord. Familiebakken kibbeling en haring. Lekker en gezond. De vis is een zwaar ondergewaardeerd beestje, ik voel me er wel bij thuis. Op Lappendag voel ik me ook thuis, als een vis in het water. De metafoor over de vis en de fiets laat ik achterwege. Want zo heeft God het biologisch tenslotte niet bedoeld.
Om tien uur ’s morgens strompelen we Station Sloterdijk binnen en kopen bij de automaat een kaartje. Bij de loketten is het veel te druk. Wat doen al die mensen hier? Met het vervoersbewijs warm in mijn hand luister ik naar de omroeper. Al het treinverkeer is gestremd. Pardon lul? Al het treinverkeer is gestremd. Ga ik één keer per jaar met de trein, besluit er uitgerekend vandaag eentje te ontsporen. Ik krijg te horen dat we via CS moeten reizen. Met de bus welteverstaan. We lopen naar buiten en sluiten achteraan bij de mensenmassa die voor een bus staat te wachten. Wachten. Wachten. Een andere bus met Centraal Station op de voorkant komt aangereden. Ik wurm me uit de rij en loop naar de verse bus. Op het moment dat ik instap wijzigt de chauffeur de tekst op de voorkant in Sloten. Ik stap weer uit en loop terug naar de rij die ik heb verlaten en die ondertussen is opgelost. De bus is ook opgelost, hij rijdt voor onze neus weg. We lopen terug naar onze fietsen en besluiten dan zelf maar naar CS te rijden. Nog even en ik ontspoor. Klote openbaar vervoer. Leve de benenwagen en de fiets. Ik heb een hekel aan afhankelijkheid.
Bij de streekbussen op het CS is het verbazingwekkend rustig. Ik stap in de bus, laat de chauffeur het treinkaartje zien en vertel over de stremming. Of het treinkaartje ook in de bus geldig is. Hij kijkt me meewarig aan. Hij heeft zoiets gehoord, zegt ie. Stroomleidingen zijn neergestort, ambulances rijden af en aan, een traumahelicopter vliegt over het terrein en meneer heeft zoiets gehoord. Vooral lekker de Telegraaf blijven lezen. Ik vertel dat ik heb afgesproken met collega’s van hem. Hij kijkt naar het treinkaartje en negeert mijn opmerking. Mensen die aan het werk zijn, zijn niet geïnteresseerd in de verhalen van andere mensen, in de verplichtingen van andere mensen. Daarom zullen ze ook rustig weer gaan staken. Reizigers? Lekker belangrijk. Luister sukkel. Ik zal de catering voor de bruiloft van je dochter eens vijf minuten van te voren annuleren. Vervelend hè, wanneer je ergens op rekent en het even anders loopt. We mogen gaan zitten.
Eenmaal in Hoorn, anderhalf uur later dan gepland, ga ik op zoek naar Rem uit de fabriek. Sorry dat ik te laat ben, Dude. Overmacht. Hij is geen velden of wegen te bekennen. We lopen naar Het Plafond en sluiten aan bij Broer en aanhang. We gaan beginnen. Het is rustig in de stad. Waar is iedereen? Oké, het is geen superweer maar wel aangenaam. Ik spreek Broer één keer per jaar. Op Lappendag. Eén keer is genoeg. We hoeven niet te bellen met elkaar. Een telefoon gebruik je om afspraken te maken of af te sms-en. Verhalen vertel je bij een biertje. We bestellen bier en vertellen verhalen. Leuke anekdote. Onze familienaam dreigt uit te sterven. Broer en ik zijn de enigen die nog voor nageslacht met de familienaam kunnen zorgen. Alle neven met onze achternaam zijn of getrouwd met een gescheiden vrouw, zijn impotent of homofiel of hebben alleen maar dochters. Een zware last drukt op onze schouders. En wij, de twee overgeblevenen, willen geen kinderen. Broer bestelt een dubbel rondje. Even de last verdrinken, de schouders verlichten.
Broer heeft een leuke club mensen om zich heen verzameld, wat later op het Kerkplein vinden we de buschauffeurs ook. Elk jaar vaste prik. Mooie gasten. Geen lulverhalen maar plezier maken. Handen schudden, bier halen, proosten. We lopen verder het plein op en vinden een vrij rondje. Ik sta het liefst aan een rondje. Genoeg plaats voor de glazen, lekker hangen, niet naar een houding hoeven zoeken. Eén van de buschauffeurs is een jeugdvriend van me, met hem bespreek ik de vorderingen van mijn leven. Mex houdt ondertussen zijn collega’s bezig. Ik ga op zoek naar een ober, draai me om en kijk naar de deuropening van het café waar we voor staan. Ik kijk recht in de ogen van twintig jaar oud zeer. Ik zeg haar naam. Ze zegt mijn naam. Zonder een spoor van twijfel. Geen steek veranderd. Ik niet. Zij niet. Dezelfde uitstraling. Dezelfde vrolijkheid. Dezelfde bos met haar.
Dezelfde twinkeling in haar ogen. Dezelfde vlinders in mijn buik.
Ik heb de foto nog steeds, een foto van een kringfeestje thuis van puistenpubertjes. De bank en de stoelen gevuld met adolescente onzekerheid. Op tafel flesjes bier, glazen pisang ambon en bessen-jus, schalen met chips en nootjes. Wij samen op de grond. Ik met mijn rug tegen de bank, zij in mijn armen.
"Weet je dat ik stapelverliefd op je was?"
"Ik ook op jou!"
"Waarom zeggen we dat nu pas?"
All that could have been. Het is even stil. Ik breng mijn gezicht naar het hare en zoen zachtjes haar lippen. Er wordt nieuwe drank aangereikt en we hervatten het gesprek. We nemen iedereen van het kringfeestje door. Wat er van ze is geworden. Wie we nog zien, met wie we nog contact hebben. Ik zie helemaal niemand meer, ik ben in Amsterdam een nieuw leven begonnen. Gevlucht van thuis, omdat er geen thuis meer was. In mijn vlucht voorbijgaand aan het mooie, dat toen niet mooi genoeg was. Omdat ik het niet zag, niet wilde zien, niet kon zien. Geen sentimenten, alles of niks. Gevlucht bij gebrek aan liefde, die dus weldegelijk aanwezig was. Als een blind paard vertrokken, omdat niemand mijn oogkleppen verwijderde. Omdat ik niemand de oogkleppen liet verwijderen. Ze vertelt met wie ze uiteindelijk is getrouwd. Ze vertelt dat ze nu vier en acht jaar oud zijn.
Waarom hebben we dat nooit eerder gezegd. De angst voor de afwijzing die het altijd wint van de euforische bekentenis. De verwarring van gevoelens die je niet kunt duiden. Toen en nu. Zeg het maar gewoon wanneer je verliefd bent. Wat is het ergste dat kan gebeuren?
Een goed moment voor sterke drank. Ik neem afscheid van haar en ga op zoek naar Density die ik tequila heb beloofd. Mijn belofte komt als geroepen. Ik loop een rondje over het Kerkplein maar zie niemand die voldoet aan de beschrijving. Nog een poging. Ik loop nu in tegenovergestelde richting. Bingo! Ga in de trein eens achterstevoren zitten en je ziet ook hele andere dingen. Alweer zo’n kleintje. Of ben ik zelf gewoon lang? Ik val meteen aan op haar wangen, ik heb behoefte aan fysiek contact. Na het standaard gebrabbel loop ik het café in om mijn belofte in te lossen. De tequila is op. Heeft ze nu al de hele voorraad haar keelgat ingejaagd? Ik denk even na en neem als alternatief wodka mee. Manlief en broer voorzie ik van bier. We proosten, ik giet het destillaat in één keer naar binnen en sluit mijn ogen. Die had ik even nodig. Ze nipt van het goedje en geeft mij haar glas. Ze drinkt alleen maar tequila. Whatever. Ik neem haar glas aan en sla ook deze meteen achterover. Hij blijft even hangen maar glijdt dan door naar de plaats van bestemming. Mex is er ondertussen bij komen staan en geeft me haar lachende je-bent-weer-lekker-bezig blik. Inderdaad. Ik ben lekker bezig.
We sluiten het kroegengedeelte zoals gewoonlijk af op de Rooie Steen. Ook hier vinden we weer een vrij rondje. Heerlijk, die tradities. Rooie Steen is pullentijd. De kroegen sluiten om vier uur, tijdelijke drooglegging van de binnenstad van Hoorn. Bij een drooglegging moet je hamsteren. Maar hoe hamster je liefde?
Om onze hersencellen en maagwand te redden gaan we even na vieren naar de visboer. De meeste mensen vallen na een stevige drankpartij aan op de patat en frikadellen. Fout. Behalve die dellen dan, dat mag dan weer wel. Alles mag op Lappendag. De verzadigd vette rotzooi uit de snackbar maakt je alleen maar misselijker en zorgt voor een ongewenst effect. Je maaginhoud zal in omgekeerde richting je lichaam verlaten. Zo heeft God het biologisch niet bedoeld. Vis is het antwoord. Familiebakken kibbeling en haring. Lekker en gezond. De vis is een zwaar ondergewaardeerd beestje, ik voel me er wel bij thuis. Op Lappendag voel ik me ook thuis, als een vis in het water. De metafoor over de vis en de fiets laat ik achterwege. Want zo heeft God het biologisch tenslotte niet bedoeld.
11 August 2005
Teil
Ze is een beetje in de war, zegt ze. Moet je vooral met mij dronken gaan worden, dat schept pas duidelijkheid.
Een stralend gezicht kijkt me aan. Hoe haal ik het in mijn hoofd dat de straling voor mij is bedoeld? De oorzaak van de straling ligt van binnen, daar zit de bron. Het doel, de ontvanger, is onbepaald. At random verplaatst de radioactiviteit zich. Straling is een radio. Onbedoeld wordt er meer dan het object besmet. De meerwaarde van de aanslag, de onschuldige slachtoffers vallen bij bosjes. Ik val bij bosjes. Onbedoeld besmet.
De eerste redactievergadering. Op maandagochtend. Whatever. Ik schud de handen van de mederedacteuren en stel me als agendapunt één officieel voor. Het pak komt een kwartier te laat.
De voorzitter legt uit: "Dat krijg je met twee kinderen."
Daag, Pak.
Na het werk fiets ik naar Get en vraag of mijn bestelling al binnen is. Mager kijkt in zijn computer en antwoordt ontkennend. Nog een week. Oké. Om het gat te dichten vraag ik naar andere nieuwe releases. Alleen op DVD. Veel te duur, zegt Mager. De marketingmachines draaien weer op volle toeren. Goede verkoper. Smeert je geen rotzooi aan.
"Pak maar in."
Het is feest vandaag. Ik wijs er nog drie aan en reken meer af dan hij per dag verdient.
Ik rijd door naar het café, dump de handel, gooi een borrel naar binnen en ben voor even besluiteloos. Naar huis? Nop. Ik fiets door naar het filmhuis en bestel een koffie. Even pauze. Ik ben onrustig.
"Ga je naar de film?"
Nee, ik kom de krant lezen. Er wordt een kaartje voor me geregeld, ik loop de trap af en ga in de verkeerde zaal zitten. Het meisje in de film intrigeert, is mooi, dus ik blijf tot het eind. De film zelf blijkt een draak maar de bevestiging van het menselijk seksuele onvermogen houdt hem drijvend. Na de film vertel ik mijn blunder.
"Dan ga je er toch nog één kijken?"
O ja, het is feest vandaag. Een kwartier later bevind ik me weer in een zaal, nu in de juiste. De reclames beginnen te irriteren en ik zet mijn discman op. Een goede policier later zit ik weer aan de krantentafel. Het filmhuis is leuk.
Afspreken is helemaal niet leuk. Een afspraak is ontdaan van alle spontaniteit. Kom maar langs wanneer je zin hebt. Ik weet niet wat je vruchtbare dagen zijn, ik weet niet wanneer je hormonen hun maandelijks kotspartijtje hebben. Andersom ook. Ik kom langs wanneer ik zin heb. Om zes uur ’s avonds bepaal ik wat ik gaan doen. Eten of drinken? Niet een week daarvoor.
Ze vraagt of ik op haar wil wachten. De nieuwe tijdschriften worden geleverd en we storten ons op de kamelenzuiger in de Vrij Nederland. Bedrijfsleider doet de rolluiken naar beneden en zet nieuwe drank neer. Mijn café wordt verbouwd dus we blijven nazitten in het filmhuis. De alarmcode wordt een uur doorgeschoven en we blijven zitten totdat alle hokjes zijn gevuld. Ik kijk naar de tijd. De minimaal benodigde slaaptijd is al niet meer haalbaar.
"Wodka," zegt ze wanneer we uiteindelijk buiten staan.
Ik had mijn zinnen al gezet op haar logeerbed dus die wodka kan er wel bij.
"Eentje dan."
Eén fles dat is.
Het onoverzichtelijke middenspel. Veel stukken op een kleine ruimte. Talloze mogelijkheden. Teveel mogelijkheden. Een whisky. Overzicht door de exploderende werking ervan. Dan puinruimen, kijken wat er over is gebleven. Wie er over is gebleven. Stukken worden geslagen, stelletjes verdwijnen in de nacht. De ruimte is daar, duidelijkheid door beneveling. Door ontruiming.
"En toen begon je nog aan me te zitten ook."
Ik dacht dat ik aan het Chineesje, die aan de andere kant van me zat, had gezeten.
"Daarna, ja."
Ik moet echt minder drinken. Of in ieder geval iets eten voordat ik mijn slokdarm open gooi.
Chineesje was op blote voeten, blote voeten die ze op mijn benen neerlegde. Ik streelde haar voetzolen. Ze vertrok geen spier. Ik zette mijn nagels in haar voetzolen. Onberoerd keek ze me aan. Chinezen zijn gevoelloos. Daarom moet ik niet meer achter ze aanlopen. Ze hebben wat. Maar wat dan? Ik pakte één van haar voeten, bracht hem naar mijn gezicht en zette mijn lippen erop. Ze riep dat ik het niet moest doen. Omdat ze vies zijn. Is zoenen vies? Dat krijg je van dat roken. Ik legde haar voeten terug op mijn dijbenen en zoende vervolgens haar schouder. Een ritueel wanneer ik haar zie. Altijd even haar ontblote schouder proeven. Ze tolereert het. Ze weet dat ik ongevaarlijk ben. Dat heb ik haar verteld. Ze is slechts surrogaat. Maar dat heb ik haar niet verteld.
Ze heeft haar ouders verteld over haar geplande vaderloos ouderschap. Het is een hint. Nu word ik geacht mijn mening te geven. Een bekende of een onbekende donor. De bekende donor ben ik. Grote kans op blauwe ogen, bos blonde schapenkrulletjes. Het gaat een mooie worden. En een slimme. Eén nadeel. De rest van haar leven zit ze aan mij vast. Sterker. Zit ik aan haar vast. Ik ken mijn verantwoordelijkheden, hoeveel afspraken we van te voren ook maken. Dat weet ze ook. Ze neigt naar onafhankelijk moederschap. En met twee gepensioneerde ouders beschikbaar komt het allemaal wel goed. Ze vertelt het alsof de beslissing al is genomen.
Weet ik veel dat ze zo aanhankelijk is. Ik ben ook aanhankelijk. Iedereen is aanhankelijk maar de meesten zitten nog in hun ontkenningsfase, ze laten niets blijken. Ik schuif de fles, de glazen en de asbak opzij en kruip op handen en knieën naar haar toe. Ik ga achter haar zitten en sla mijn armen om haar heen. Haar armen hangen als stukken lood langs haar lichaam. Er gebeurt niets. Is Bartholini je klieren vergeten? Niks mis met aanhankelijkheid. Jammer alleen dat steeds de verkeerde mensen aan je gaan zitten.
De bodem van de fles Zoladkowa komt in zicht. Het geluid van ratelende trams heeft de garage vervangen. Ze doet een poging op te staan en zweeft naar haar bed. Zonder zich uit te kleden gaat ze onder het bovenste laken liggen.
"Wil je een teiltje pakken?"
Helderheid van geest, dat dan weer wel. Ik loop naar de douche, pak de bak en zet hem bij het eind van haar hoofd. Binnen een minuut ligt ze in coma. Wat nu? Nog maar een wodka bedenktijd. De fabriek is al open maar ik heb teveel alcohol in mijn bloed om te gaan werken. Slapen, minstens een paar uur. Maar waar dan? Het logeerbed? Wat als ze wel begint te kotsen? Ik moet bij haar blijven, of ze dat nu wil of niet.
Het loopt uit de hand. Ik heb ze niet meer in de hand, ze vinden allemaal iemand anders leuker. Heb ik op teveel paarden gewed? Niets komt aanwaaien en als het al komt aanwaaien is het niet interessant. De vuilnisbelt uitspitten om daar die ene bloem te vinden. Kruipend door het afval, waar de werkelijke schoonheid zichzelf eerder openbaart. Ik verlies het zelfs van een donor. Nee, ik heb niet gewed. Ik was mooi behang, alleen te snel verkleurd. Dat krijg je ook van roken.
Na twee uur schrik ik wakker van haar telefoon die als wekker dienst doet. Bellen, ik moet de fabriek bellen. Ik pak de fles water, gorgel een beetje en luister naar mijn eigen stem. Moet lukken.
"Ik kom wat later."
Het vrij nemen is er niet eenvoudiger op geworden met de verplichte telefoondiensten. Rechts van me draait ze zich op haar rug en begint te snurken. De teil is leeg gebleven.
Ik ga weer liggen en pak nog twee uur slaap. Moet genoeg zijn. Wodka levert vage dronkenschappen. Geen kater maar je voelt dat er iets niet klopt in je lichaam. Daarna sta ik op, loop naar haar douche en spoel de drank- en rooklucht van me af. Tril alert. Heb ik wel gegeten gisteren? Terug in haar kamer kleed ik me aan en geef haar een aai over haar bol. Ze stopt acuut met snurken. Ik pak mijn fiets en ga naar buiten. Waar is de visboer als je hem nodig hebt? Ik fiets naar De Cuyp en koop vier haringen. Het trillen stopt. In de fabriek stort ik me op de espresso’s. Aan het eind van de middag komt de sms terreur op gang. De afgelopen nacht en de komende nachten worden besproken. Ik lees de berichten. Hoe lang houd ik dit vol?
Niet alleen zij is in de war. Iedereen is in de war. Geen komkommertijd, geen hondsdagen. Zomerkolder noemen we dit. Nog een maand en het is weer herfst. Dan gaan we weer normaal leven, dan doen ze weer normaal. Ik ben slechts surrogaat. Dat wordt me net verteld.
Mag ik een teiltje?
Een stralend gezicht kijkt me aan. Hoe haal ik het in mijn hoofd dat de straling voor mij is bedoeld? De oorzaak van de straling ligt van binnen, daar zit de bron. Het doel, de ontvanger, is onbepaald. At random verplaatst de radioactiviteit zich. Straling is een radio. Onbedoeld wordt er meer dan het object besmet. De meerwaarde van de aanslag, de onschuldige slachtoffers vallen bij bosjes. Ik val bij bosjes. Onbedoeld besmet.
De eerste redactievergadering. Op maandagochtend. Whatever. Ik schud de handen van de mederedacteuren en stel me als agendapunt één officieel voor. Het pak komt een kwartier te laat.
De voorzitter legt uit: "Dat krijg je met twee kinderen."
Daag, Pak.
Na het werk fiets ik naar Get en vraag of mijn bestelling al binnen is. Mager kijkt in zijn computer en antwoordt ontkennend. Nog een week. Oké. Om het gat te dichten vraag ik naar andere nieuwe releases. Alleen op DVD. Veel te duur, zegt Mager. De marketingmachines draaien weer op volle toeren. Goede verkoper. Smeert je geen rotzooi aan.
"Pak maar in."
Het is feest vandaag. Ik wijs er nog drie aan en reken meer af dan hij per dag verdient.
Ik rijd door naar het café, dump de handel, gooi een borrel naar binnen en ben voor even besluiteloos. Naar huis? Nop. Ik fiets door naar het filmhuis en bestel een koffie. Even pauze. Ik ben onrustig.
"Ga je naar de film?"
Nee, ik kom de krant lezen. Er wordt een kaartje voor me geregeld, ik loop de trap af en ga in de verkeerde zaal zitten. Het meisje in de film intrigeert, is mooi, dus ik blijf tot het eind. De film zelf blijkt een draak maar de bevestiging van het menselijk seksuele onvermogen houdt hem drijvend. Na de film vertel ik mijn blunder.
"Dan ga je er toch nog één kijken?"
O ja, het is feest vandaag. Een kwartier later bevind ik me weer in een zaal, nu in de juiste. De reclames beginnen te irriteren en ik zet mijn discman op. Een goede policier later zit ik weer aan de krantentafel. Het filmhuis is leuk.
Afspreken is helemaal niet leuk. Een afspraak is ontdaan van alle spontaniteit. Kom maar langs wanneer je zin hebt. Ik weet niet wat je vruchtbare dagen zijn, ik weet niet wanneer je hormonen hun maandelijks kotspartijtje hebben. Andersom ook. Ik kom langs wanneer ik zin heb. Om zes uur ’s avonds bepaal ik wat ik gaan doen. Eten of drinken? Niet een week daarvoor.
Ze vraagt of ik op haar wil wachten. De nieuwe tijdschriften worden geleverd en we storten ons op de kamelenzuiger in de Vrij Nederland. Bedrijfsleider doet de rolluiken naar beneden en zet nieuwe drank neer. Mijn café wordt verbouwd dus we blijven nazitten in het filmhuis. De alarmcode wordt een uur doorgeschoven en we blijven zitten totdat alle hokjes zijn gevuld. Ik kijk naar de tijd. De minimaal benodigde slaaptijd is al niet meer haalbaar.
"Wodka," zegt ze wanneer we uiteindelijk buiten staan.
Ik had mijn zinnen al gezet op haar logeerbed dus die wodka kan er wel bij.
"Eentje dan."
Eén fles dat is.
Het onoverzichtelijke middenspel. Veel stukken op een kleine ruimte. Talloze mogelijkheden. Teveel mogelijkheden. Een whisky. Overzicht door de exploderende werking ervan. Dan puinruimen, kijken wat er over is gebleven. Wie er over is gebleven. Stukken worden geslagen, stelletjes verdwijnen in de nacht. De ruimte is daar, duidelijkheid door beneveling. Door ontruiming.
"En toen begon je nog aan me te zitten ook."
Ik dacht dat ik aan het Chineesje, die aan de andere kant van me zat, had gezeten.
"Daarna, ja."
Ik moet echt minder drinken. Of in ieder geval iets eten voordat ik mijn slokdarm open gooi.
Chineesje was op blote voeten, blote voeten die ze op mijn benen neerlegde. Ik streelde haar voetzolen. Ze vertrok geen spier. Ik zette mijn nagels in haar voetzolen. Onberoerd keek ze me aan. Chinezen zijn gevoelloos. Daarom moet ik niet meer achter ze aanlopen. Ze hebben wat. Maar wat dan? Ik pakte één van haar voeten, bracht hem naar mijn gezicht en zette mijn lippen erop. Ze riep dat ik het niet moest doen. Omdat ze vies zijn. Is zoenen vies? Dat krijg je van dat roken. Ik legde haar voeten terug op mijn dijbenen en zoende vervolgens haar schouder. Een ritueel wanneer ik haar zie. Altijd even haar ontblote schouder proeven. Ze tolereert het. Ze weet dat ik ongevaarlijk ben. Dat heb ik haar verteld. Ze is slechts surrogaat. Maar dat heb ik haar niet verteld.
Ze heeft haar ouders verteld over haar geplande vaderloos ouderschap. Het is een hint. Nu word ik geacht mijn mening te geven. Een bekende of een onbekende donor. De bekende donor ben ik. Grote kans op blauwe ogen, bos blonde schapenkrulletjes. Het gaat een mooie worden. En een slimme. Eén nadeel. De rest van haar leven zit ze aan mij vast. Sterker. Zit ik aan haar vast. Ik ken mijn verantwoordelijkheden, hoeveel afspraken we van te voren ook maken. Dat weet ze ook. Ze neigt naar onafhankelijk moederschap. En met twee gepensioneerde ouders beschikbaar komt het allemaal wel goed. Ze vertelt het alsof de beslissing al is genomen.
Weet ik veel dat ze zo aanhankelijk is. Ik ben ook aanhankelijk. Iedereen is aanhankelijk maar de meesten zitten nog in hun ontkenningsfase, ze laten niets blijken. Ik schuif de fles, de glazen en de asbak opzij en kruip op handen en knieën naar haar toe. Ik ga achter haar zitten en sla mijn armen om haar heen. Haar armen hangen als stukken lood langs haar lichaam. Er gebeurt niets. Is Bartholini je klieren vergeten? Niks mis met aanhankelijkheid. Jammer alleen dat steeds de verkeerde mensen aan je gaan zitten.
De bodem van de fles Zoladkowa komt in zicht. Het geluid van ratelende trams heeft de garage vervangen. Ze doet een poging op te staan en zweeft naar haar bed. Zonder zich uit te kleden gaat ze onder het bovenste laken liggen.
"Wil je een teiltje pakken?"
Helderheid van geest, dat dan weer wel. Ik loop naar de douche, pak de bak en zet hem bij het eind van haar hoofd. Binnen een minuut ligt ze in coma. Wat nu? Nog maar een wodka bedenktijd. De fabriek is al open maar ik heb teveel alcohol in mijn bloed om te gaan werken. Slapen, minstens een paar uur. Maar waar dan? Het logeerbed? Wat als ze wel begint te kotsen? Ik moet bij haar blijven, of ze dat nu wil of niet.
Het loopt uit de hand. Ik heb ze niet meer in de hand, ze vinden allemaal iemand anders leuker. Heb ik op teveel paarden gewed? Niets komt aanwaaien en als het al komt aanwaaien is het niet interessant. De vuilnisbelt uitspitten om daar die ene bloem te vinden. Kruipend door het afval, waar de werkelijke schoonheid zichzelf eerder openbaart. Ik verlies het zelfs van een donor. Nee, ik heb niet gewed. Ik was mooi behang, alleen te snel verkleurd. Dat krijg je ook van roken.
Na twee uur schrik ik wakker van haar telefoon die als wekker dienst doet. Bellen, ik moet de fabriek bellen. Ik pak de fles water, gorgel een beetje en luister naar mijn eigen stem. Moet lukken.
"Ik kom wat later."
Het vrij nemen is er niet eenvoudiger op geworden met de verplichte telefoondiensten. Rechts van me draait ze zich op haar rug en begint te snurken. De teil is leeg gebleven.
Ik ga weer liggen en pak nog twee uur slaap. Moet genoeg zijn. Wodka levert vage dronkenschappen. Geen kater maar je voelt dat er iets niet klopt in je lichaam. Daarna sta ik op, loop naar haar douche en spoel de drank- en rooklucht van me af. Tril alert. Heb ik wel gegeten gisteren? Terug in haar kamer kleed ik me aan en geef haar een aai over haar bol. Ze stopt acuut met snurken. Ik pak mijn fiets en ga naar buiten. Waar is de visboer als je hem nodig hebt? Ik fiets naar De Cuyp en koop vier haringen. Het trillen stopt. In de fabriek stort ik me op de espresso’s. Aan het eind van de middag komt de sms terreur op gang. De afgelopen nacht en de komende nachten worden besproken. Ik lees de berichten. Hoe lang houd ik dit vol?
Niet alleen zij is in de war. Iedereen is in de war. Geen komkommertijd, geen hondsdagen. Zomerkolder noemen we dit. Nog een maand en het is weer herfst. Dan gaan we weer normaal leven, dan doen ze weer normaal. Ik ben slechts surrogaat. Dat wordt me net verteld.
Mag ik een teiltje?
27 July 2005
Pak
Het laatste fabriekslog is al weer even geleden. Logisch, wie werkt er in een fabriek en schrijft daar dan nog over ook? Wie gaat het überhaupt lezen? Lekker belangrijk, achterlijk geneuzel over werk. Het enige belang van werk is het bankafschrift. En de koffiemachine. En de lunch. En het meisje van twee bureaus verderop.
Mijn enige eerder gefabriceerd fabriekslog ging over communicatie. Eén sarcastische mail en ik was aangenomen. De zaken gaan voorspoedig. Ik communiceer, vergader met managers, knip, plak en schrijf op ons intranet en maak een nieuwsbrief voor onze divisie. Net een weblog maar dan zonder reageermogelijkheid. Je kunt wel mailen. Dat dan weer wel.
Onze divisie is ondervertegenwoordigd in de redactie van ons huisorgaan. De mededeling wordt samenzweerderig gebracht. Het communicatieteam bestaat uit samenzweerders. Ondervertegenwoordigd is een understatement. We zijn helemaal niet vertegenwoordigd, meldt de hoofdredactrice van het huisorgaan na onze kamervragen. En er is plaats genoeg in de redactie. Nederland is vol maar ons huisorgaan niet. De voorzitter vraagt om een vrijwilliger om onze divisie te vertegenwoordigen in de redactie. Mijn sollicitatiemail heb ik twee dagen daarvoor al naar de hoofdredactrice verzonden. Ik heb geleerd hoe bedrijfscommunicatie werkt.
Pak één laat ik voor wat het is, het regent en pak één fietst niet lekker in een regenpak. Spijkerbroek, zwart shirt, capuchon. Jezelf zijn werkt het beste. De afspraak is aan het eind van de middag. Dat is goed, ’s middags ben ik scherper dan ’s morgens. Ik schreef haar dat ik een zuiver informatief gesprek wilde. Zij vertaalt zuiver als wat zij wil en wat ik heb te bieden. Het informatieve is de locatie, ik word verwacht in de foyer. Nu eerst de dag zien door te komen.
De tien uur sigaret. Ik heb regelmaat nodig. Daarom ben ik hier gaan werken. In het rookhok kom ik Toon tegen. Toon is een goede toon. Hard werken, niet zeiken, roken en espresso’s drinken. Alsof ik mezelf zie. Toon zit alleen met die achterlijke achtergrond die hij heeft meegenomen. Kan hij zelf niets aan doen, dat snap ik ook wel, maar toch. Probeer zelf eens na te denken, knul. Zo moeilijk is dat niet. "Alle vrouwen in korte rokjes zijn hoeren." Nee, Toon. Een vrouw in een kort rokje is communicatie.
Eén uur. Kontjes kijken in het restaurant. De schapen gaan lunchen, ik houd Vriend gezelschap bij het naar binnen werken van een aankomend hartinfarct en doe een update over mijn leven. Zo vaak spreken we elkaar niet. Hoeft ook niet. Aanwezigheid is voldoende. Vriendschap vraagt geen bevestiging door oeverloze woordenstromen. Er zijn wanneer nodig en nooit overbodig. Ik vertel over het weekend in het café, mijn log, vage emails en puisten, hij vertelt over sterilon en zijn afgescheurde kleine teennagel. Verschil moet er zijn. Half uur sharp, mannen van de klok als we zijn, staan we op en lopen naar de spoelkeuken. Een lopende band waarachter gesubsidieerden hun uitkering spekken. Inderdaad, verschil moet er zijn.
Een pak aan het laatste tafeltje voordat we rechtsaf moeten richting de wasstraat trekt mijn aandacht. Oké, er zijn wel meer mensen die alleen eten, ik eet bijna altijd alleen, maar waarom zit dit alleen? Niet het pak doet het hem, ik haat pakken, maar het pak in combinatie met de bijbehorende bos haar, uitwaaierend tussen haar schouderbladen, alle herfstkleuren in zich verenigend. Het pak in combinatie met de onder tafel uitstekende punten, de met oranje stiksel afgewerkte bruine punten van haar cowboylaarzen. Ik schop Vriend tegen zijn voet en knik in haar richting. Hij krimpt ineen. "Auw." Aha, het was zijn linkerteen.
Na de lunch eerst roken. In het rookhok staat vijfentwintig jaar trouwe dienst. Ik begroet hem als zaagmans. Hij kijkt me niet begrijpend aan. "Om de week door midden te zagen." Kantoorhumor. Vijfentwintig jaar trouwe dienst heeft de mens niet slimmer gemaakt. Ik zei al dat ik me heb aangepast. Het rookhok is communicatie bij uitstek. En ik moet verhalen voor de nieuwsbrief hebben. Roken is werken.
Telefoondienst. De achterstandsbrieven zijn de deur uit dus dat betekent de hele dag incassoshit aan de andere kant van de lijn. De open internetverbinding vergoedt veel. Vreemd trouwens. Hotmail doet het hier nooit maar Gmail kan gewoon geopend worden. Ik bekijk de foto’s in de inbox en zeg ondertussen tegen de bellers dat ze niet moeten zeiken maar betalen. Op een nette manier dan. Communicatie hè. De telefoontraining werpt zijn vruchten af. Buiten giet het, ik bekijk mijn eigen verbrande kop en waan mezelf op een mooie zondagmiddag in het park. Ik zie een kontje in een legerbroek en kan de muziek van het getoonde podium bijna horen. Ik zie Gent en kan het bier bijna proeven. Waar komt in godsnaam dat hoge ziekteverzuim vandaan? Hier kun je niet ziek worden.
Om vier uur ga ik naar beneden en nestel mezelf in de foyer. Altijd op tijd. Hoofdredactrice is er niet. Aanpassen, communicatie. Een espresso later is ze er nog niet. Ik haal een tweede espresso en ga weer zitten. Waarom komen vrouwen altijd te laat? Dan hoor ik het geklak van hakken. Stevige hakken. Hm, dit zijn geen pumps, dit zijn laarzen. De lunch maakt een sprongetje in mijn buik en ik buig het hoofd om de hoest op te vangen. Wanneer ik mijn hoofd weer omhoog doe staat ze al voor me. Staan ze al voor me. De bruine punten met oranje stiksels.
"Hoi," zegt het pak. Ik steek mijn hand uit. Aangenomen.
Freud heeft gelijk. Wanneer een man een vrouw voor het eerst ziet is zijn eerste gedachte of hij ermee naar bed wil. Maar wat denken vrouwen eigenlijk?
Mijn enige eerder gefabriceerd fabriekslog ging over communicatie. Eén sarcastische mail en ik was aangenomen. De zaken gaan voorspoedig. Ik communiceer, vergader met managers, knip, plak en schrijf op ons intranet en maak een nieuwsbrief voor onze divisie. Net een weblog maar dan zonder reageermogelijkheid. Je kunt wel mailen. Dat dan weer wel.
Onze divisie is ondervertegenwoordigd in de redactie van ons huisorgaan. De mededeling wordt samenzweerderig gebracht. Het communicatieteam bestaat uit samenzweerders. Ondervertegenwoordigd is een understatement. We zijn helemaal niet vertegenwoordigd, meldt de hoofdredactrice van het huisorgaan na onze kamervragen. En er is plaats genoeg in de redactie. Nederland is vol maar ons huisorgaan niet. De voorzitter vraagt om een vrijwilliger om onze divisie te vertegenwoordigen in de redactie. Mijn sollicitatiemail heb ik twee dagen daarvoor al naar de hoofdredactrice verzonden. Ik heb geleerd hoe bedrijfscommunicatie werkt.
Pak één laat ik voor wat het is, het regent en pak één fietst niet lekker in een regenpak. Spijkerbroek, zwart shirt, capuchon. Jezelf zijn werkt het beste. De afspraak is aan het eind van de middag. Dat is goed, ’s middags ben ik scherper dan ’s morgens. Ik schreef haar dat ik een zuiver informatief gesprek wilde. Zij vertaalt zuiver als wat zij wil en wat ik heb te bieden. Het informatieve is de locatie, ik word verwacht in de foyer. Nu eerst de dag zien door te komen.
De tien uur sigaret. Ik heb regelmaat nodig. Daarom ben ik hier gaan werken. In het rookhok kom ik Toon tegen. Toon is een goede toon. Hard werken, niet zeiken, roken en espresso’s drinken. Alsof ik mezelf zie. Toon zit alleen met die achterlijke achtergrond die hij heeft meegenomen. Kan hij zelf niets aan doen, dat snap ik ook wel, maar toch. Probeer zelf eens na te denken, knul. Zo moeilijk is dat niet. "Alle vrouwen in korte rokjes zijn hoeren." Nee, Toon. Een vrouw in een kort rokje is communicatie.
Eén uur. Kontjes kijken in het restaurant. De schapen gaan lunchen, ik houd Vriend gezelschap bij het naar binnen werken van een aankomend hartinfarct en doe een update over mijn leven. Zo vaak spreken we elkaar niet. Hoeft ook niet. Aanwezigheid is voldoende. Vriendschap vraagt geen bevestiging door oeverloze woordenstromen. Er zijn wanneer nodig en nooit overbodig. Ik vertel over het weekend in het café, mijn log, vage emails en puisten, hij vertelt over sterilon en zijn afgescheurde kleine teennagel. Verschil moet er zijn. Half uur sharp, mannen van de klok als we zijn, staan we op en lopen naar de spoelkeuken. Een lopende band waarachter gesubsidieerden hun uitkering spekken. Inderdaad, verschil moet er zijn.
Een pak aan het laatste tafeltje voordat we rechtsaf moeten richting de wasstraat trekt mijn aandacht. Oké, er zijn wel meer mensen die alleen eten, ik eet bijna altijd alleen, maar waarom zit dit alleen? Niet het pak doet het hem, ik haat pakken, maar het pak in combinatie met de bijbehorende bos haar, uitwaaierend tussen haar schouderbladen, alle herfstkleuren in zich verenigend. Het pak in combinatie met de onder tafel uitstekende punten, de met oranje stiksel afgewerkte bruine punten van haar cowboylaarzen. Ik schop Vriend tegen zijn voet en knik in haar richting. Hij krimpt ineen. "Auw." Aha, het was zijn linkerteen.
Na de lunch eerst roken. In het rookhok staat vijfentwintig jaar trouwe dienst. Ik begroet hem als zaagmans. Hij kijkt me niet begrijpend aan. "Om de week door midden te zagen." Kantoorhumor. Vijfentwintig jaar trouwe dienst heeft de mens niet slimmer gemaakt. Ik zei al dat ik me heb aangepast. Het rookhok is communicatie bij uitstek. En ik moet verhalen voor de nieuwsbrief hebben. Roken is werken.
Telefoondienst. De achterstandsbrieven zijn de deur uit dus dat betekent de hele dag incassoshit aan de andere kant van de lijn. De open internetverbinding vergoedt veel. Vreemd trouwens. Hotmail doet het hier nooit maar Gmail kan gewoon geopend worden. Ik bekijk de foto’s in de inbox en zeg ondertussen tegen de bellers dat ze niet moeten zeiken maar betalen. Op een nette manier dan. Communicatie hè. De telefoontraining werpt zijn vruchten af. Buiten giet het, ik bekijk mijn eigen verbrande kop en waan mezelf op een mooie zondagmiddag in het park. Ik zie een kontje in een legerbroek en kan de muziek van het getoonde podium bijna horen. Ik zie Gent en kan het bier bijna proeven. Waar komt in godsnaam dat hoge ziekteverzuim vandaan? Hier kun je niet ziek worden.
Om vier uur ga ik naar beneden en nestel mezelf in de foyer. Altijd op tijd. Hoofdredactrice is er niet. Aanpassen, communicatie. Een espresso later is ze er nog niet. Ik haal een tweede espresso en ga weer zitten. Waarom komen vrouwen altijd te laat? Dan hoor ik het geklak van hakken. Stevige hakken. Hm, dit zijn geen pumps, dit zijn laarzen. De lunch maakt een sprongetje in mijn buik en ik buig het hoofd om de hoest op te vangen. Wanneer ik mijn hoofd weer omhoog doe staat ze al voor me. Staan ze al voor me. De bruine punten met oranje stiksels.
"Hoi," zegt het pak. Ik steek mijn hand uit. Aangenomen.
Freud heeft gelijk. Wanneer een man een vrouw voor het eerst ziet is zijn eerste gedachte of hij ermee naar bed wil. Maar wat denken vrouwen eigenlijk?
18 July 2005
Relict
Some kind of morning after. We hebben te kort geslapen om van morning te kunnen spreken. Het is vandaag gisteren. Morgen is het vandaag. Vrijdagnacht nog doorhalen en ik heb een dubbel weekend. De plek naast me op het matras is leeg. Ik vind haar terug in de slaapkamer. Embryonaal naast haar vriendin. "Je nam teveel ruimte in beslag."
Buiten is het dertig graden. Een verjaardag op vier hoog. Ik heb een te licht shirt aan, zweetdruppels worden zichtbaar. Ik zweet niet vanwege de warmte, dat maakt het alleen maar erger.
De kroeg waar we hebben afgesproken is al schoongemaakt. Er is niemand binnen. Ik twijfel. Naar huis gaan of wachten. Ik loop naar buiten, sla de hoek om en loop het poolcafé binnen. Biertje bedenktijd. Het poolcafé waar het allemaal begon. Never return to the scene of the crime. Kutclichés. Plaatsen hebben hun eigen, unieke geur. Ik ga juist altijd wel terug naar de plaats waar het gebeurde. Herbeleving van de misdaad. Op zoek naar de geur van het delict. De geur van herkenning. Opsnuiven, proeven, ruiken, voelen. Steeds mezelf ermee confronteren. Confronteren met wat was, met wat is geweest. Op zoek naar de pijn van het gemis. Bevestigen wat is geweest.
Huisgenoot is er. Lang, mager lichaam, nu eens eentje niet van plastic. Androgyne verschijning, mooie kop met lang haar, lichtroze, volle lippen. Spijkerbroek tot halverwege haar heupen, vanaf haar knieën weggestopt in roodwitte laarzen. Blote schouders, grote dunne zilveren ringen in haar oren. Haar gezicht zuigt me naar haar toe. Ze zoent me bedachtzaam op mijn mondhoeken. Verleidelijker is er niet. Niet het afstandelijke van een aangeboden wang, niet het overdreven intieme van vol op de mond. Ik streel haar vrijkomende bilspleet. "Ik heb geen decolleté van voren dus dan maar van achteren."
Al bellend komt ze binnen. Outfit zomerklaar. Zonneklaar. Ik bestel nogmaals en spoel de rosé van Zusjes verjaardag weg. Spoel Zusje weg. Jaloerse eikel. Een familie waar je warm van wordt. Een familie die het wél goed heeft gedaan. Stuk voor stuk hartelijk en vrolijk. Behaaglijk. Een familie waar ik jaloers van word, waar ik bij wil horen, waar ik word omarmd. Zo veilig, zo lekker warm. Een familie waar ik van ga drinken. Dronken van jaloezie.
Vorig jaar ging ze na één drankje weg. Om te studeren. Ik vraag naar haar studie. Ze antwoordt achteloos. "Mee gestopt. Ik werk weer in een restaurant." Ik beloof langs te komen en fantaseer over haar laarzen. Hoe het zou zijn om de punten te likken. Hoe groot de schaamte van de onderwerping is. Nu. Op dit moment. En publiek.
De bestelling wordt neergezet. Zij rode wijn, ik bier. Ze legt haar telefoon neer en omhelst me. Ze vraagt hoe de verjaardag was. Ik vertel over de koelkast. Ze vraagt wie het meisje met de digitale camera is. Met een lui oog zie je geen diepte. Ik moet lachen. In de zomer wordt er weinig gesurft. Ik antwoord. Ik vertel over een gewone mailwisseling. Zij geeft het antwoord. Ik wist het. Ze wil dansen. Ik wil zitten. Ze wil poolen. Ik wil praten en drinken. Beteuterd kijkt ze me aan. Oké dan, we gaan poolen. Ik speel de tafel leeg en laat haar de eer voor de zwarte bal. The right side won.
Zwager heeft een motor. Ze wil een stukje rijden. Ze mag mee op de motor. Haar rood leren jasje sluit als een handschoen, de helm maakt haar motorklaar. Wat hebben vrouwen met motoren? Het betere trilwerk? Een machine temmen tussen je dijen? Ik hoef niet getemd te worden en druip af naar de koelkast. Met een nieuwe fles ga ik op het balkon zitten. Inertia creeps.
Ver na sluitingstijd verlaten we het poolcafé. We slenteren langs de grachten, in de ene hand een fiets, in de andere hand elkaar. Bij een houten steiger zetten we de fietsen neer en we gaan liggen. Ik til haar schouders op en leg mijn jas onder haar hoofd. Ze spreidt haar armen, als het verdwenen kruis om haar nek. Spreidt haar benen. Ik smoor het aanzwellend gehuil met mijn mond. Een deur gaat open, een scooter zet ons in het volle licht. Ze zucht. Ik kom overeind, steek een sigaret op en geef hem aan haar. Geur van herkenning. Hetzelfde delict. We kijken naar de gracht, naar de weerspiegeling van de straatlantaarns in het water. De scooter rijdt weg, we drukken tegelijkertijd onze sigaretten uit. Ze staat op. Ik ga op mijn knieën voor haar zitten, kijk tegen haar op, zoen haar kruis, buig mijn hoofd, lik haar voeten, kus haar tenen. Zonder publiek.
Ik zit naast Opa zonder Oma, Oma dementerend achter slot en grendel. Opa vertelt betere verhalen dan de collegiale make-up dozen.
Kleding in bed benauwt me, gaat jeuken. Ik slaap altijd naakt. Kan ik dat hier wel maken? Fokkit. Ik zoek een asbak en rook mijn slaapsigaret. Er hangen geen gordijnen. Ik lig met mijn voeten richting de ramen en kijk naar de lichter wordende lucht. Over vier uur word ik in de fabriek verwacht, noodzakelijke aanwezigheid. Het lot tarten, dit soort nachten. Legendarisch, nu al. Ik wacht tot mijn ogen dichtvallen. Er gebeurt niets. Waarom ben ik niet moe?
Hij is er ook. Weer. Ik heb me er op voorbereid, de dolk van haar vorige verjaardag verwijderd. Toch slaat de verwarring toe. Ik probeer haar verhalen te vertalen, nu met de gezichten erbij, ik probeer de houding van de familie, zowel naar hem als naar mij toe, te vertalen. Ik nam de exacte richting op de middelbare school. Ik ben niet goed in talen. Wat je van ver haalt is niet per definitie goed. Ik zoek het liever dicht bij huis. Ik moet meer rosé hebben. Van een afstand gadesla ik hem. Fris gedoucht, keurig overhemd. Hangbuik. Teenslippers. Killing.
De deur veroorzaakt tocht. Waar ben je als meest gestelde vraag via de mobiele telefoon. Ben je wakker de meest gestelde vraag bij voorzichtig geopende deuren. Open deur.
Zusje vraagt of ik eten mee naar huis wil nemen, er is teveel over. Aha. Ik moet dus weg. Ik kan stoppen met vertalen. Hangbuikzwijntjessex. Terwijl ze het vraagt controleer ik mijn berichten. Ik hoef geen eten mee. Ik ga namelijk niet naar huis.
De aanval op mijn hart is ingezet. Het hoesten duurt te lang. Heeft zich genesteld in mijn keel. Behaaglijk ligt hij te wachten, te wachten op de volgende teerstoot. Strijdvaardig maar met een laf gesloten vizier. Ik voed hem ook te goed. De weg is geplaveid, de toegangspoort tot afsluiting van de zuurstoftoevoer naar mijn hart. Ze zet de tweede aanval in. Haar schaamlippen gaan instinctmatig te werk. Doen waarvoor ze zijn geschapen. Openen, omvatten, afsluiten. Kijk mama, zonder handen. Puur natuur. De aanval van onderaf. Koppelen, hechten, vastzetten. Ik open mijn ogen en volg haar bewegingen, haar silhouet afgetekend door de opkomende zon. Haar tepels kijken me vernietigend aan. Waag het niet. Aanhechting. Ik trek mijn benen op en bied haar billen een tegengewicht. Besmetting. Een stootblok. Stoot maar. Iedere beweging een stroomstoot naar mijn hersenen. De derde aanval. De meest langzame. Het meest smerig. Het pijnlijkst. Het onuitroeibare geheugen.
Vriendin geeft me een beker koffie. Ik combineer het met een nicotineontbijt. Ik kruip onder de douche. Magie kun je niet wegspoelen is mij verteld. We zullen zien. Ik vraag aan Vriendin of ze deodorant heeft. Vandaag ruik ik naar vrouw. Ik ben op tijd voor de verplichte bijeenkomst in de fabriek. Eerder verbaasde dan verraste blikken. "Ik heb doorgehaald." Ik verstuur een gesloten nazorg.
Het hier en het nu. Het hier en het niet. De illusie van het wel achterna lopend. Ik weiger de telefoon op te nemen en haar bezorgdheid groeit. Ik ben niet minder bezorgd om jou. Nee, geen projectie. Ik ben ongevaarlijk, schreef ik eerder. Het log als manipulator. Vruchten zijn reeds afgeworpen. Appels en bomen. Niet te ver, dicht bij huis vallen. Honger kun je wegroken maar het knagende gevoel blijft. Liefde stilt honger maar zet er een ander, ziekmakend, gevoel voor in de plaats. Een gekrompen maag, een groot hart. Eenmaal binnen laat ze je niet meer los. Een grote mond, een klein hart. Zij zal mij niet meer loslaten. Misschien is zij wel het gevaar. Voor hem. Voor hen. Voor zichzelf. Ze heeft ruimte genoeg.
Ze heeft zich ziek gemeld.
Buiten is het dertig graden. Een verjaardag op vier hoog. Ik heb een te licht shirt aan, zweetdruppels worden zichtbaar. Ik zweet niet vanwege de warmte, dat maakt het alleen maar erger.
De kroeg waar we hebben afgesproken is al schoongemaakt. Er is niemand binnen. Ik twijfel. Naar huis gaan of wachten. Ik loop naar buiten, sla de hoek om en loop het poolcafé binnen. Biertje bedenktijd. Het poolcafé waar het allemaal begon. Never return to the scene of the crime. Kutclichés. Plaatsen hebben hun eigen, unieke geur. Ik ga juist altijd wel terug naar de plaats waar het gebeurde. Herbeleving van de misdaad. Op zoek naar de geur van het delict. De geur van herkenning. Opsnuiven, proeven, ruiken, voelen. Steeds mezelf ermee confronteren. Confronteren met wat was, met wat is geweest. Op zoek naar de pijn van het gemis. Bevestigen wat is geweest.
Huisgenoot is er. Lang, mager lichaam, nu eens eentje niet van plastic. Androgyne verschijning, mooie kop met lang haar, lichtroze, volle lippen. Spijkerbroek tot halverwege haar heupen, vanaf haar knieën weggestopt in roodwitte laarzen. Blote schouders, grote dunne zilveren ringen in haar oren. Haar gezicht zuigt me naar haar toe. Ze zoent me bedachtzaam op mijn mondhoeken. Verleidelijker is er niet. Niet het afstandelijke van een aangeboden wang, niet het overdreven intieme van vol op de mond. Ik streel haar vrijkomende bilspleet. "Ik heb geen decolleté van voren dus dan maar van achteren."
Al bellend komt ze binnen. Outfit zomerklaar. Zonneklaar. Ik bestel nogmaals en spoel de rosé van Zusjes verjaardag weg. Spoel Zusje weg. Jaloerse eikel. Een familie waar je warm van wordt. Een familie die het wél goed heeft gedaan. Stuk voor stuk hartelijk en vrolijk. Behaaglijk. Een familie waar ik jaloers van word, waar ik bij wil horen, waar ik word omarmd. Zo veilig, zo lekker warm. Een familie waar ik van ga drinken. Dronken van jaloezie.
Vorig jaar ging ze na één drankje weg. Om te studeren. Ik vraag naar haar studie. Ze antwoordt achteloos. "Mee gestopt. Ik werk weer in een restaurant." Ik beloof langs te komen en fantaseer over haar laarzen. Hoe het zou zijn om de punten te likken. Hoe groot de schaamte van de onderwerping is. Nu. Op dit moment. En publiek.
De bestelling wordt neergezet. Zij rode wijn, ik bier. Ze legt haar telefoon neer en omhelst me. Ze vraagt hoe de verjaardag was. Ik vertel over de koelkast. Ze vraagt wie het meisje met de digitale camera is. Met een lui oog zie je geen diepte. Ik moet lachen. In de zomer wordt er weinig gesurft. Ik antwoord. Ik vertel over een gewone mailwisseling. Zij geeft het antwoord. Ik wist het. Ze wil dansen. Ik wil zitten. Ze wil poolen. Ik wil praten en drinken. Beteuterd kijkt ze me aan. Oké dan, we gaan poolen. Ik speel de tafel leeg en laat haar de eer voor de zwarte bal. The right side won.
Zwager heeft een motor. Ze wil een stukje rijden. Ze mag mee op de motor. Haar rood leren jasje sluit als een handschoen, de helm maakt haar motorklaar. Wat hebben vrouwen met motoren? Het betere trilwerk? Een machine temmen tussen je dijen? Ik hoef niet getemd te worden en druip af naar de koelkast. Met een nieuwe fles ga ik op het balkon zitten. Inertia creeps.
Ver na sluitingstijd verlaten we het poolcafé. We slenteren langs de grachten, in de ene hand een fiets, in de andere hand elkaar. Bij een houten steiger zetten we de fietsen neer en we gaan liggen. Ik til haar schouders op en leg mijn jas onder haar hoofd. Ze spreidt haar armen, als het verdwenen kruis om haar nek. Spreidt haar benen. Ik smoor het aanzwellend gehuil met mijn mond. Een deur gaat open, een scooter zet ons in het volle licht. Ze zucht. Ik kom overeind, steek een sigaret op en geef hem aan haar. Geur van herkenning. Hetzelfde delict. We kijken naar de gracht, naar de weerspiegeling van de straatlantaarns in het water. De scooter rijdt weg, we drukken tegelijkertijd onze sigaretten uit. Ze staat op. Ik ga op mijn knieën voor haar zitten, kijk tegen haar op, zoen haar kruis, buig mijn hoofd, lik haar voeten, kus haar tenen. Zonder publiek.
Ik zit naast Opa zonder Oma, Oma dementerend achter slot en grendel. Opa vertelt betere verhalen dan de collegiale make-up dozen.
Kleding in bed benauwt me, gaat jeuken. Ik slaap altijd naakt. Kan ik dat hier wel maken? Fokkit. Ik zoek een asbak en rook mijn slaapsigaret. Er hangen geen gordijnen. Ik lig met mijn voeten richting de ramen en kijk naar de lichter wordende lucht. Over vier uur word ik in de fabriek verwacht, noodzakelijke aanwezigheid. Het lot tarten, dit soort nachten. Legendarisch, nu al. Ik wacht tot mijn ogen dichtvallen. Er gebeurt niets. Waarom ben ik niet moe?
Hij is er ook. Weer. Ik heb me er op voorbereid, de dolk van haar vorige verjaardag verwijderd. Toch slaat de verwarring toe. Ik probeer haar verhalen te vertalen, nu met de gezichten erbij, ik probeer de houding van de familie, zowel naar hem als naar mij toe, te vertalen. Ik nam de exacte richting op de middelbare school. Ik ben niet goed in talen. Wat je van ver haalt is niet per definitie goed. Ik zoek het liever dicht bij huis. Ik moet meer rosé hebben. Van een afstand gadesla ik hem. Fris gedoucht, keurig overhemd. Hangbuik. Teenslippers. Killing.
De deur veroorzaakt tocht. Waar ben je als meest gestelde vraag via de mobiele telefoon. Ben je wakker de meest gestelde vraag bij voorzichtig geopende deuren. Open deur.
Zusje vraagt of ik eten mee naar huis wil nemen, er is teveel over. Aha. Ik moet dus weg. Ik kan stoppen met vertalen. Hangbuikzwijntjessex. Terwijl ze het vraagt controleer ik mijn berichten. Ik hoef geen eten mee. Ik ga namelijk niet naar huis.
De aanval op mijn hart is ingezet. Het hoesten duurt te lang. Heeft zich genesteld in mijn keel. Behaaglijk ligt hij te wachten, te wachten op de volgende teerstoot. Strijdvaardig maar met een laf gesloten vizier. Ik voed hem ook te goed. De weg is geplaveid, de toegangspoort tot afsluiting van de zuurstoftoevoer naar mijn hart. Ze zet de tweede aanval in. Haar schaamlippen gaan instinctmatig te werk. Doen waarvoor ze zijn geschapen. Openen, omvatten, afsluiten. Kijk mama, zonder handen. Puur natuur. De aanval van onderaf. Koppelen, hechten, vastzetten. Ik open mijn ogen en volg haar bewegingen, haar silhouet afgetekend door de opkomende zon. Haar tepels kijken me vernietigend aan. Waag het niet. Aanhechting. Ik trek mijn benen op en bied haar billen een tegengewicht. Besmetting. Een stootblok. Stoot maar. Iedere beweging een stroomstoot naar mijn hersenen. De derde aanval. De meest langzame. Het meest smerig. Het pijnlijkst. Het onuitroeibare geheugen.
Vriendin geeft me een beker koffie. Ik combineer het met een nicotineontbijt. Ik kruip onder de douche. Magie kun je niet wegspoelen is mij verteld. We zullen zien. Ik vraag aan Vriendin of ze deodorant heeft. Vandaag ruik ik naar vrouw. Ik ben op tijd voor de verplichte bijeenkomst in de fabriek. Eerder verbaasde dan verraste blikken. "Ik heb doorgehaald." Ik verstuur een gesloten nazorg.
Het hier en het nu. Het hier en het niet. De illusie van het wel achterna lopend. Ik weiger de telefoon op te nemen en haar bezorgdheid groeit. Ik ben niet minder bezorgd om jou. Nee, geen projectie. Ik ben ongevaarlijk, schreef ik eerder. Het log als manipulator. Vruchten zijn reeds afgeworpen. Appels en bomen. Niet te ver, dicht bij huis vallen. Honger kun je wegroken maar het knagende gevoel blijft. Liefde stilt honger maar zet er een ander, ziekmakend, gevoel voor in de plaats. Een gekrompen maag, een groot hart. Eenmaal binnen laat ze je niet meer los. Een grote mond, een klein hart. Zij zal mij niet meer loslaten. Misschien is zij wel het gevaar. Voor hem. Voor hen. Voor zichzelf. Ze heeft ruimte genoeg.
Ze heeft zich ziek gemeld.
29 June 2005
Parkmis
Ze is klein. Zijn alle loggende meisjes klein? We kijken elkaar lang genoeg aan om te weten dat wij het zijn, dat zij het is, dat ik het ben. Tandenbloot lach. Stralende ogen. Zoenen. Lekker ding. Koesteren. "Bier?"
Mijn kater van gisternacht, of beter, van vanochtend, wordt wakker. Ik begin te zweten. De bus staat vast op de Loevensteinlaan. Gezichten worden vochtig, meisjes beginnen te zuchten. Roodbroek voor me leunt tegen mij aan. Verontschuldigend -ik kan er ook niets aan doen dat de bus zo vol is- kijkt ze me aan. Het is goed, meid. Alleen op weg naar het Zuiderpark. Het is niet raar om alleen activiteiten te ondernemen. Het is eigenlijk best prettig. Geen overlegcultuur. Geen gedoe. Het belangrijkste: niet hoeven wachten. Op niemand. Ja, op de trein. Dat dan weer wel.
Heen en weer geschud tussen degelijkheid en losbandigheid. Wat is echt en wat is nep. Wat is vol zijn van en wat is leeg. En wie bepaalt dat. Hoe kan ik dat bepalen. Je weet niet wat de ander doet. Je rekent, telt, trekt lijnen. Legt verbanden. Haar hand beweegt en verschuift een stuk. Gevoel bedriegt, de ratio te beperkt.
De laatste keer was in november. Bij haar thuis. Daarna bij Ellen en een kop koffie in de fabriek. Nu spreken we af in het eetcafé waar we vorig jaar elke maand zaten. Buiten is veiliger afspreken dan binnen. Ze is dikker geworden, meer kont. Minder beweging? Of juist meer op haar rug? Meer volwassen ook. Het we-zien-wel heeft plaats gemaakt voor wat-als. Wat als hij dat zegt, wat als hij me voor de keuze stelt. Dan bel je mij maar. Maar dat zeg ik niet. Dat denk ik. Nooit alles zeggen wat je denkt.
Ze heeft zich opgemaakt. Decolleté, afgewerkt met een zwart topje. Spijkerbroek, glitterriem. Ik houd haar langer vast dan nodig. Zoek haar lippen in plaats van haar wangen. Haar billen in plaats van haar taille. Ze vertelt over de worp van India. De problemen. Het zal eens een keer niet normaal gaan bij haar. Daarom was ze ook zo leuk. Nooit kon er iets normaal gaan. Geen verassingen, wel altijd onverwachts. Verassingen zijn irritant. Onverwachte gebeurtenissen zijn leuk.
"Je moet je voicemail eens inspreken."
Ik geef haar mijn mobiel. "Doe jij het maar."
"Je hebt drie berichten! Slet!"
"Lees eens voor."
"Kom je een biertje halen?"
"Next."
"Zit je in de stad?"
"Next."
Ze drukt wat knopjes in, wacht even en zegt vervolgens: "Dit is de voicemail van …"
"Waar blijft het derde bericht?"
"Lees zelf maar."
Het terrein is nog vrij leeg. Links de twee grote podia, daar is de drukte. Rechts Locals Only, beginnende bandjes, daar is het rustig. Ik ga naar rechts en loop een heerlijke bak herrie tegemoet. Grijns. Het was goed hierheen te gaan. Links van het podium ga ik in het gras zitten. Even acclimatiseren. Ontbijten en flesjes AA drinken. Mijn kater begint af te nemen, een gevoel van geluk neemt me in bezit. Het leven is goed. De zon brandt op mijn bleke gelaat. Kom maar jongen, ik kan je hebben vandaag. Ik ben nog niet helemaal wakker. De drank is ook nog niet uitgewerkt. Nog niet uitgewerkt van het vrijgezellenfeest van gisteravond. Een vrijgezellenfeest van meiden waar ik als enige jongen wordt toegelaten. Ik ken de bruid, de bruidegom niet. Dan ga ik ook niet vrijgezellen met de bruidegom maar dus wel met de bruid. Logica.
Een bruiloft in Verwegistan, een vrijgezellendag in Amsterdam. Kiezen. Ik moet. Verwegistan wordt een heel weekend. Vrijdag beginnen, zondag thuis. Er wordt een huisje gehuurd. Kunnen we met z’n allen blijven slapen. Naar huis rijden is zinloos. Vertaald: nuchter blijven op een bruiloft is zinloos, een ondenkbare optie. Social talk is niet aan mij besteed. Voormalige studievrienden met kinderen. Na de laatste feesten die ik met ze meemaakte vond ik dat ze geen moer meer te vertellen hadden. Ze leven in compleet andere werelden. Wat later bedacht ik me dat het omgekeerd is. Ik heb geen moer meer te vertellen. Ik leef in een compleet andere wereld.
Ik geef mijn vrijdagavond niet op. Ik wil werken want ik weet dat zij komt. Daar doe ik het voor. Nergens anders. De enthousiaste blik die me wordt toegeworpen wanneer ze binnenkomt en ziet dat ik aan het werk ben. Zij geeft me bestaansrecht. Haar blik geeft me bestaansrecht. Haar blik is het bewijs dat ik besta. Op een bruiloft rondlopen is geen bestaansrecht. Het is behang, vastgelijmd in een gestreken overhemd. Apen in een pak. Welkom op de apenkermis. Het publiek als een blik mooie verf ter decoratie. "Je bent een lul," krijg ik maandagochtend te horen. Wacht maar tot ik vertel wat ik gister heb gedaan. Je woordenschat zal te klein zijn. Twee jaar geleden was ik voor het laatst op een bruiloft. Ik moest wel, ik was getuige. Erebaan. Daar zeg je geen nee tegen. Zoveel manieren heb ik dan weer wel. Trouwen doe je niet in een pak maar in een park. In het Vondelpark.
De vrijgezellige activiteiten laat ik voor wat ze zijn, ik meld me rond etenstijd. Nieuwe trend: het huiskamerrestaurant. Een stel dat van koken houdt opent de huiselijke deuren voor het publiek. Gammele bijzettafels zorgen voor genoeg zitplaatsen voor twintig mensen. Drinken mag, nee, moet je zelf pakken. Ik ben niet eens de eerste. Twee zwangere vrouwen zijn me voor maar zij drinken geen alcohol. Ik val aan op de rosé. Het is warm. Bij het eten zit ik naast een Minoes. Ooit, op een modepresentatie, het gemeenschappelijke dat de vriendinnenclub bindt, heb ik de hele avond met haar doorgebracht. Ik meed degene, nu zichzelf bruid noemend, die mij als introducé had meegenomen en liep mijn lul achterna naar Minoes. Handen thuisgehouden, ze was kwetsbaar. Ik ook. Nu, vijf jaar later haar eerste woorden. "Ik woon samen. Hij is gewoon bij mij ingetrokken." Ik wacht op de rest van het verhaal maar er komt geen rest. Ik stel voor buiten te gaan roken, in een huiskamerrestaurant wordt niet gerookt. Kok met pretenties. "Blij dat ik daar vorig jaar mee ben gestopt." Zeker toen hij bij je in trok. Kutkat.
Jezelf teleurstellen om de ander maar niet teleur te stellen. Wat schiet je er uiteindelijk mee op? Frustratie, irritatie. Dronkenschap. Ik stop ermee. Met iedereen het naar de zin te maken. Je kunt niet iedereen te vriend houden. Eerst maar eens vrienden met mezelf worden. Ik ben voor mij de belangrijkste persoon. De rest volgt. Op grote afstand.
Na een uur begin ik aan de tocht naar de andere kant van het terrein. Daar speelt Killing Joke. Vergane glorie maar so what. Eerst zien, dan oordelen. Dat zouden meer mensen moeten doen. Hier ben ik. Kijk dan! Dit is het. Dit is hem nou. Nu mag je oordelen.
De set is monotoon, retestrak en snoeihard. Vergane glorie? Geen weg. Hier kunnen de beginnende industrial bandjes nog wat van leren. De bassist en drummer stuwen elkaar naar grote hoogten, sneller, sneller, sneller. Wiens armen begeven het het eerst? Wie moet het tempo loslaten, laten gaan? Jaz Coleman, de armen bezwerend halfhoog in de lucht, trilt mee, de ogen stoïcijns over het publiek naar een onbenoembaar plekje op het achterterrein gericht. Een toegevoegde toetsenist zorgt voor bijpassende piep- en knarsgeluidjes. De gitarist speelt geen gitaar. Hij kleurt het landschap van de ritmische basis. Ik vergeet de zon. Dit is onweer, een stortbui van hagelstenen. Hoogmis in het park. Ik zie maar één kleur. Zwart.
Na vijftig minuten is het voorbij. Het is goed zo. Het publiek verspreidt zich, ik ga in het gras zitten om bij te komen. Even later loop ik naar het achterterrein om te begrijpen waar de zanger naar keek. Niets te zien. Wel lekker rustig hier. Geen wachtrij bij de toiletten. Ik maak mijn darmen alcoholklaar en loop vervolgens met een tray bier terug naar het Locals Only podium. We gaan beginnen.
"Het was leuk. Maar ik vind háár leuker. Jij bent het leukst."
"En jij bent dronken."
Geen speld tussen te krijgen.
"Ben je verliefd op haar?"
"Nee," lieg ik te laat.
Ik moet nadenken. Wat is de definitie van verliefdheid?
Te lang nagedacht. Eén telefoontje, één smsje en ik ben al halverwege. Dat is verliefdheid.
De verplichte dagen. Waar ga ik heen? Van twee kanten wordt er aan me getrokken. Ik moet kiezen maar elke keuze is fout. Wat ik ook besluit, er hangt er altijd eentje hysterisch aan de telefoon. Is het mijn schuld dat jullie uit elkaar zijn? Laat me met rust, stelletje idioten. Eerst je kind verstoten en het vervolgens gaan claimen. Af en toe vraag ik me af waar ik mijn logica vandaan haal. Gordijnen dicht, telefoonstekker eruit. Kiezen door te liegen. Iedereen tevreden.
Werken met de feestdagen. Feestdagen? Waar is het feest dan? "Kom je?" Nee, ik moet werken. Heerlijk excuus. Ook al moet je niet werken, het werkt altijd. De oerhollandse kringfeestjes. "Kom je?" Nee, ik moet werken. Misschien daarna. Dat was wel goed. Gewoon, om vier uur ’s nachts op een feestje verschijnen. De restanten bier wegtikken. Half aangeschoten burgertrutterij aanschouwen. Later, toen het geld eenmaal stroomde werden ze wijzer. De feesten werden in de kroeg gegeven. Beter. Veel rumour, geen stiltes. En altijd een vluchtweg. Komen wanneer je wilt, gaan wanneer je wilt. Vrijheid in de verplichting. En dronken worden met kroeggangers die niets met het feest te maken hebben. Op feesten kom je altijd wel iemand tegen die er niets te zoeken heeft. Dat zijn vaak de pareltjes. Die het feest waard maken. Want zij maken het waar.
Moderne jeugd als ik ben haal ik mijn mobiel tevoorschijn. Aanpassen aan mensen is niet nodig, technologische vooruitgang mijden is dom. Ik verstuur wat smsjes naar de achterblijvers die aan het werk zijn of in het Vondelpark liggen. Getuigen zoeken we allemaal. Wanneer ik van die bevestigingsdrang ben verlost, dan pas ben ik echt vrij. Het doel. Vrij van mensen, vrij van meningen, vrij van verplichtingen, vrij van verwachtingen. Doen waar je zin in hebt. Onafhankelijk. En er nog van kunnen genieten ook.
We smsen wel, mailde ik vannacht. Geloof ik. Ik weet het niet meer. Mailbevestiging na een onbevestigde avond. Ik moet stoppen met ’s nachts, dronken, mails te versturen. Bevestiging te zoeken. De hoofdpijn de volgende ochtend zal de avond, de nacht, bevestigen. De gedachte aan de afgelopen nacht haalt de calvadossmaak terug in mijn mond. Wat een rotzooi. Dat had ik beter vannacht kunnen bedenken. Heb ik nog aan de whisky gezeten? Hier serveren ze dommelsch. Dat moet dan maar. Ik spoel mijn mond schoon. Niet boeiend ook. Ik vind haar wel. Mijn Miss in het park. Ik vind altijd iedereen. Het gaat niet om het zoeken, het gaat om het kijken.
Ze straalt. Ze heeft een digitale camera bij zich. "Ik zal je gezicht niet loggen hoor als je dat niet wilt." Doe maar. Jij mag het. De zon straalt met haar mee. Het bier blijft komen. Bandjes komen en gaan. Mensen komen en gaan. Ik begin te verbranden. Festivalkoorts.
Wat later zitten we samen op de grond. De zon heeft geen kracht meer. De grond is vochtig geworden.
"Ik heb het koud."
Ik pak mijn shirt. Ze schudt haar hoofd.
"Ik heb het koud."
Ik pak mijn fleece. Ze schudt haar hoofd. Ik zeg dat ze iets moet eten en haal broodjes uit mijn rugzak.
"Ik heb het kóúd!"
Ze pakt mijn arm. Ik ga achter haar zitten, maak een holte met mijn bovenlichaam en trek haar tegen me aan. De warmte straalt van mijn lichaam af, slaat op haar lichaam over. Ik sluit mijn armen, omsluit haar. Ik verwarm haar. Ze zoent mijn arm, legt haar hoofd erop en sluit haar ogen.
Droom weg. Elvis Costello jankt "I want you" vanuit zijn tenen. De lucht is oranje gekleurd, schaduwen vullen het terrein. Ik ga staan en zwijmel weg. Hoezo toepasselijk. Ik kijk naar haar en glimlach. Prachtig meisje. Een tik op mijn schouder verstoort het moment en maakt me wakker. Weg droom.
Alweer een beschermengel. Dit wordt een gewoonte. Zorgzaamheid, niet meer dan verkapte jaloezie. Wat denken ze eigenlijk? Er wordt me duidelijk gemaakt dat ik mezelf geen illusies over de nacht moet maken. Afspreken in de toekomst prima, maar vannacht brengt hij haar thuis. Ik houd mijn handen in mijn zakken. Achteloze, verveelde houding. Zo pak je haantjes aan. Ik ben geen haantje. Zij is geen kippetje. Ze is gewoon dronken. Ik maak geen misbruik van haar. Zo vind ik haar leuk. Laten we het dan ook leuk houden.
Ze heeft het niet meer koud. Ze maakt het waar.
Mijn kater van gisternacht, of beter, van vanochtend, wordt wakker. Ik begin te zweten. De bus staat vast op de Loevensteinlaan. Gezichten worden vochtig, meisjes beginnen te zuchten. Roodbroek voor me leunt tegen mij aan. Verontschuldigend -ik kan er ook niets aan doen dat de bus zo vol is- kijkt ze me aan. Het is goed, meid. Alleen op weg naar het Zuiderpark. Het is niet raar om alleen activiteiten te ondernemen. Het is eigenlijk best prettig. Geen overlegcultuur. Geen gedoe. Het belangrijkste: niet hoeven wachten. Op niemand. Ja, op de trein. Dat dan weer wel.
Heen en weer geschud tussen degelijkheid en losbandigheid. Wat is echt en wat is nep. Wat is vol zijn van en wat is leeg. En wie bepaalt dat. Hoe kan ik dat bepalen. Je weet niet wat de ander doet. Je rekent, telt, trekt lijnen. Legt verbanden. Haar hand beweegt en verschuift een stuk. Gevoel bedriegt, de ratio te beperkt.
De laatste keer was in november. Bij haar thuis. Daarna bij Ellen en een kop koffie in de fabriek. Nu spreken we af in het eetcafé waar we vorig jaar elke maand zaten. Buiten is veiliger afspreken dan binnen. Ze is dikker geworden, meer kont. Minder beweging? Of juist meer op haar rug? Meer volwassen ook. Het we-zien-wel heeft plaats gemaakt voor wat-als. Wat als hij dat zegt, wat als hij me voor de keuze stelt. Dan bel je mij maar. Maar dat zeg ik niet. Dat denk ik. Nooit alles zeggen wat je denkt.
Ze heeft zich opgemaakt. Decolleté, afgewerkt met een zwart topje. Spijkerbroek, glitterriem. Ik houd haar langer vast dan nodig. Zoek haar lippen in plaats van haar wangen. Haar billen in plaats van haar taille. Ze vertelt over de worp van India. De problemen. Het zal eens een keer niet normaal gaan bij haar. Daarom was ze ook zo leuk. Nooit kon er iets normaal gaan. Geen verassingen, wel altijd onverwachts. Verassingen zijn irritant. Onverwachte gebeurtenissen zijn leuk.
"Je moet je voicemail eens inspreken."
Ik geef haar mijn mobiel. "Doe jij het maar."
"Je hebt drie berichten! Slet!"
"Lees eens voor."
"Kom je een biertje halen?"
"Next."
"Zit je in de stad?"
"Next."
Ze drukt wat knopjes in, wacht even en zegt vervolgens: "Dit is de voicemail van …"
"Waar blijft het derde bericht?"
"Lees zelf maar."
Het terrein is nog vrij leeg. Links de twee grote podia, daar is de drukte. Rechts Locals Only, beginnende bandjes, daar is het rustig. Ik ga naar rechts en loop een heerlijke bak herrie tegemoet. Grijns. Het was goed hierheen te gaan. Links van het podium ga ik in het gras zitten. Even acclimatiseren. Ontbijten en flesjes AA drinken. Mijn kater begint af te nemen, een gevoel van geluk neemt me in bezit. Het leven is goed. De zon brandt op mijn bleke gelaat. Kom maar jongen, ik kan je hebben vandaag. Ik ben nog niet helemaal wakker. De drank is ook nog niet uitgewerkt. Nog niet uitgewerkt van het vrijgezellenfeest van gisteravond. Een vrijgezellenfeest van meiden waar ik als enige jongen wordt toegelaten. Ik ken de bruid, de bruidegom niet. Dan ga ik ook niet vrijgezellen met de bruidegom maar dus wel met de bruid. Logica.
Een bruiloft in Verwegistan, een vrijgezellendag in Amsterdam. Kiezen. Ik moet. Verwegistan wordt een heel weekend. Vrijdag beginnen, zondag thuis. Er wordt een huisje gehuurd. Kunnen we met z’n allen blijven slapen. Naar huis rijden is zinloos. Vertaald: nuchter blijven op een bruiloft is zinloos, een ondenkbare optie. Social talk is niet aan mij besteed. Voormalige studievrienden met kinderen. Na de laatste feesten die ik met ze meemaakte vond ik dat ze geen moer meer te vertellen hadden. Ze leven in compleet andere werelden. Wat later bedacht ik me dat het omgekeerd is. Ik heb geen moer meer te vertellen. Ik leef in een compleet andere wereld.
Ik geef mijn vrijdagavond niet op. Ik wil werken want ik weet dat zij komt. Daar doe ik het voor. Nergens anders. De enthousiaste blik die me wordt toegeworpen wanneer ze binnenkomt en ziet dat ik aan het werk ben. Zij geeft me bestaansrecht. Haar blik geeft me bestaansrecht. Haar blik is het bewijs dat ik besta. Op een bruiloft rondlopen is geen bestaansrecht. Het is behang, vastgelijmd in een gestreken overhemd. Apen in een pak. Welkom op de apenkermis. Het publiek als een blik mooie verf ter decoratie. "Je bent een lul," krijg ik maandagochtend te horen. Wacht maar tot ik vertel wat ik gister heb gedaan. Je woordenschat zal te klein zijn. Twee jaar geleden was ik voor het laatst op een bruiloft. Ik moest wel, ik was getuige. Erebaan. Daar zeg je geen nee tegen. Zoveel manieren heb ik dan weer wel. Trouwen doe je niet in een pak maar in een park. In het Vondelpark.
De vrijgezellige activiteiten laat ik voor wat ze zijn, ik meld me rond etenstijd. Nieuwe trend: het huiskamerrestaurant. Een stel dat van koken houdt opent de huiselijke deuren voor het publiek. Gammele bijzettafels zorgen voor genoeg zitplaatsen voor twintig mensen. Drinken mag, nee, moet je zelf pakken. Ik ben niet eens de eerste. Twee zwangere vrouwen zijn me voor maar zij drinken geen alcohol. Ik val aan op de rosé. Het is warm. Bij het eten zit ik naast een Minoes. Ooit, op een modepresentatie, het gemeenschappelijke dat de vriendinnenclub bindt, heb ik de hele avond met haar doorgebracht. Ik meed degene, nu zichzelf bruid noemend, die mij als introducé had meegenomen en liep mijn lul achterna naar Minoes. Handen thuisgehouden, ze was kwetsbaar. Ik ook. Nu, vijf jaar later haar eerste woorden. "Ik woon samen. Hij is gewoon bij mij ingetrokken." Ik wacht op de rest van het verhaal maar er komt geen rest. Ik stel voor buiten te gaan roken, in een huiskamerrestaurant wordt niet gerookt. Kok met pretenties. "Blij dat ik daar vorig jaar mee ben gestopt." Zeker toen hij bij je in trok. Kutkat.
Jezelf teleurstellen om de ander maar niet teleur te stellen. Wat schiet je er uiteindelijk mee op? Frustratie, irritatie. Dronkenschap. Ik stop ermee. Met iedereen het naar de zin te maken. Je kunt niet iedereen te vriend houden. Eerst maar eens vrienden met mezelf worden. Ik ben voor mij de belangrijkste persoon. De rest volgt. Op grote afstand.
Na een uur begin ik aan de tocht naar de andere kant van het terrein. Daar speelt Killing Joke. Vergane glorie maar so what. Eerst zien, dan oordelen. Dat zouden meer mensen moeten doen. Hier ben ik. Kijk dan! Dit is het. Dit is hem nou. Nu mag je oordelen.
De set is monotoon, retestrak en snoeihard. Vergane glorie? Geen weg. Hier kunnen de beginnende industrial bandjes nog wat van leren. De bassist en drummer stuwen elkaar naar grote hoogten, sneller, sneller, sneller. Wiens armen begeven het het eerst? Wie moet het tempo loslaten, laten gaan? Jaz Coleman, de armen bezwerend halfhoog in de lucht, trilt mee, de ogen stoïcijns over het publiek naar een onbenoembaar plekje op het achterterrein gericht. Een toegevoegde toetsenist zorgt voor bijpassende piep- en knarsgeluidjes. De gitarist speelt geen gitaar. Hij kleurt het landschap van de ritmische basis. Ik vergeet de zon. Dit is onweer, een stortbui van hagelstenen. Hoogmis in het park. Ik zie maar één kleur. Zwart.
Na vijftig minuten is het voorbij. Het is goed zo. Het publiek verspreidt zich, ik ga in het gras zitten om bij te komen. Even later loop ik naar het achterterrein om te begrijpen waar de zanger naar keek. Niets te zien. Wel lekker rustig hier. Geen wachtrij bij de toiletten. Ik maak mijn darmen alcoholklaar en loop vervolgens met een tray bier terug naar het Locals Only podium. We gaan beginnen.
"Het was leuk. Maar ik vind háár leuker. Jij bent het leukst."
"En jij bent dronken."
Geen speld tussen te krijgen.
"Ben je verliefd op haar?"
"Nee," lieg ik te laat.
Ik moet nadenken. Wat is de definitie van verliefdheid?
Te lang nagedacht. Eén telefoontje, één smsje en ik ben al halverwege. Dat is verliefdheid.
De verplichte dagen. Waar ga ik heen? Van twee kanten wordt er aan me getrokken. Ik moet kiezen maar elke keuze is fout. Wat ik ook besluit, er hangt er altijd eentje hysterisch aan de telefoon. Is het mijn schuld dat jullie uit elkaar zijn? Laat me met rust, stelletje idioten. Eerst je kind verstoten en het vervolgens gaan claimen. Af en toe vraag ik me af waar ik mijn logica vandaan haal. Gordijnen dicht, telefoonstekker eruit. Kiezen door te liegen. Iedereen tevreden.
Werken met de feestdagen. Feestdagen? Waar is het feest dan? "Kom je?" Nee, ik moet werken. Heerlijk excuus. Ook al moet je niet werken, het werkt altijd. De oerhollandse kringfeestjes. "Kom je?" Nee, ik moet werken. Misschien daarna. Dat was wel goed. Gewoon, om vier uur ’s nachts op een feestje verschijnen. De restanten bier wegtikken. Half aangeschoten burgertrutterij aanschouwen. Later, toen het geld eenmaal stroomde werden ze wijzer. De feesten werden in de kroeg gegeven. Beter. Veel rumour, geen stiltes. En altijd een vluchtweg. Komen wanneer je wilt, gaan wanneer je wilt. Vrijheid in de verplichting. En dronken worden met kroeggangers die niets met het feest te maken hebben. Op feesten kom je altijd wel iemand tegen die er niets te zoeken heeft. Dat zijn vaak de pareltjes. Die het feest waard maken. Want zij maken het waar.
Moderne jeugd als ik ben haal ik mijn mobiel tevoorschijn. Aanpassen aan mensen is niet nodig, technologische vooruitgang mijden is dom. Ik verstuur wat smsjes naar de achterblijvers die aan het werk zijn of in het Vondelpark liggen. Getuigen zoeken we allemaal. Wanneer ik van die bevestigingsdrang ben verlost, dan pas ben ik echt vrij. Het doel. Vrij van mensen, vrij van meningen, vrij van verplichtingen, vrij van verwachtingen. Doen waar je zin in hebt. Onafhankelijk. En er nog van kunnen genieten ook.
We smsen wel, mailde ik vannacht. Geloof ik. Ik weet het niet meer. Mailbevestiging na een onbevestigde avond. Ik moet stoppen met ’s nachts, dronken, mails te versturen. Bevestiging te zoeken. De hoofdpijn de volgende ochtend zal de avond, de nacht, bevestigen. De gedachte aan de afgelopen nacht haalt de calvadossmaak terug in mijn mond. Wat een rotzooi. Dat had ik beter vannacht kunnen bedenken. Heb ik nog aan de whisky gezeten? Hier serveren ze dommelsch. Dat moet dan maar. Ik spoel mijn mond schoon. Niet boeiend ook. Ik vind haar wel. Mijn Miss in het park. Ik vind altijd iedereen. Het gaat niet om het zoeken, het gaat om het kijken.
Ze straalt. Ze heeft een digitale camera bij zich. "Ik zal je gezicht niet loggen hoor als je dat niet wilt." Doe maar. Jij mag het. De zon straalt met haar mee. Het bier blijft komen. Bandjes komen en gaan. Mensen komen en gaan. Ik begin te verbranden. Festivalkoorts.
Wat later zitten we samen op de grond. De zon heeft geen kracht meer. De grond is vochtig geworden.
"Ik heb het koud."
Ik pak mijn shirt. Ze schudt haar hoofd.
"Ik heb het koud."
Ik pak mijn fleece. Ze schudt haar hoofd. Ik zeg dat ze iets moet eten en haal broodjes uit mijn rugzak.
"Ik heb het kóúd!"
Ze pakt mijn arm. Ik ga achter haar zitten, maak een holte met mijn bovenlichaam en trek haar tegen me aan. De warmte straalt van mijn lichaam af, slaat op haar lichaam over. Ik sluit mijn armen, omsluit haar. Ik verwarm haar. Ze zoent mijn arm, legt haar hoofd erop en sluit haar ogen.
Droom weg. Elvis Costello jankt "I want you" vanuit zijn tenen. De lucht is oranje gekleurd, schaduwen vullen het terrein. Ik ga staan en zwijmel weg. Hoezo toepasselijk. Ik kijk naar haar en glimlach. Prachtig meisje. Een tik op mijn schouder verstoort het moment en maakt me wakker. Weg droom.
Alweer een beschermengel. Dit wordt een gewoonte. Zorgzaamheid, niet meer dan verkapte jaloezie. Wat denken ze eigenlijk? Er wordt me duidelijk gemaakt dat ik mezelf geen illusies over de nacht moet maken. Afspreken in de toekomst prima, maar vannacht brengt hij haar thuis. Ik houd mijn handen in mijn zakken. Achteloze, verveelde houding. Zo pak je haantjes aan. Ik ben geen haantje. Zij is geen kippetje. Ze is gewoon dronken. Ik maak geen misbruik van haar. Zo vind ik haar leuk. Laten we het dan ook leuk houden.
Ze heeft het niet meer koud. Ze maakt het waar.
09 June 2005
Part 2
De opening. Prelude 3. Van tape. Kippenvel op de discman. Now it’s over.
Terug van de wc na het voorprogramma. Ik ontwijk borstloos veertien jaar. Of dertien, dat kan ook. Moeilijk te schatten, de huidige jeugd. Avril Lavigne imitaties. Zwaar opgemaakte ogen. Zwart, veel zwarte make-up. Mobieltjes, natuurlijk. Jongetjes van twaalf, mannen van veertig. En alles daartussenin. Lelijk, de enige overeenkomst. Eerder maakte ik dit mee bij een optreden van The Offspring, medio jaren negentig. Tot aan mijn knieën in de kinderen. Wat doe ik hier?
Blote schouders, lichtbruine huid, zwarte beha-bandjes. Alweer. Een tatoeage op haar rechterschouderblad, de linker kaal. Ik zoen haar schouder. Knikje van de barkeeper naar het bijbehorende hoofd. Hij is ongevaarlijk. Ze praat verder alsof ik niet besta. Kinderen en dronkaards vertellen de waarheid. Een dag later hoor ik mijn waarheid.
Een kuthaar is sterker dan tien paarden.
Rechtsaf meteen het trappetje op. Een schaterlach vanachter de bar. Ik hier? Een groot bier.
"Die is van mij."
De spaghettibandjes vervangen door mouwen. Het topje door een oversized zwart shirt. Zou ze aangekomen zijn?
"Twee studies al. Ik heb geen zin in een normale baan. En jij nog steeds …?"
Ja.
Manipulatief gedrag om de pooiers tevreden stellen. Zakken vullen door mensen geld af te troggelen. Telefoontechnieken zijn niets meer dan flirttechnieken. Wanneer er vragen komen over de kostenstructuur van het niet te missen product verwijs ik ze naar de kleine lettertjes in de financiële bijsluiter. Ondoorgrondelijke taal. Einde discussie. De omschakeling naar het jezelf zijn na een dag gedane arbeid. De schaamte wegdrinken. Geen geflirt. Niet meer.
Communiceert moeilijk. Dat deden we op de zondagavonden beter. Het einde van mijn horecawerkweek. Maandag en dinsdag weekend, woensdag tot en met zondag werken. Waarom ben ik ook alweer naar de fabriek gegaan? Zondagnacht, één uur klaar, Snuif bellen, half twee bij de spaghettibandjes aan de bar. Een hok met een rechthoekige bar in het midden.
"Biertje en een jägermeister."
Weekend vieren. Zeven dagen later weer. En weer. Regelmaat is goed voor de mens. Vier uur sluitingstijd.
Totaalvoetbal? Ik ken de spelregels niet. Go is eenvoudiger.
Ergens bij willen horen. De zelfverkozen hokjesgeest. Een hokje is veilig. Een eigen subcultuur is veilig. Je gaat in een hokje zitten. In het begin is het een leuk hokje. Aangenaam. Nieuw, dat is altijd interessant. Totdat de interesse verflauwt en verdwijnt. De mensen je vervelen. Daar zit je dan in je hokje. Je gaat het hokje uit, opzoek naar een ander hokje. Daar zit je ook een tijdje, wetend dat de geschiedenis zich herhaalt.
De eerste keer zo lang mogelijk uitstellen.
Wanneer je na je eerste biertje naar de wc gaat blijf je de hele avond lopen. Drukte in de hal en op de trappen. Ja knulletjes, dit is hard. Schoolfeest. Ik steek mijn hoofd onder de koude straal water. Piepende oren. Nu al. Het intro van Vermilion dringt door. Kut.
"Waarom schrijf je wel over haar en niet over mij?"
Jij kwam klaar.
Het is een brij van geluid. Valt deze chaos wel te mixen? Dan was Whitehouse lekkerder. Acht muzikanten. Neubauten en Cave doen het zuiver. Transparante geluidsmuren. Hier is alle nuance zoek. Doet me denken aan Fishbone. Teveel mensen, teveel ideeën. Het is een pose. Goed uitgevoerd. De jeugd krijgt wat ze wil. Maskers. Vuisten in de lucht. Springen op de maat. Een pit tot halverwege de zaal. Een zaal die uit zijn dak gaat is niet per definitie een goed concert. Staat Slipknot al onder een playstation? Gorillaz verkochten er dertig miljoen albums door.
Vriendje doet moeilijk. Met meisjes mag je uit, dat is geen probleem. Je mag ermee naar bed, ook geen probleem. Maar een man is gevaarlijk. Penetratiegevaar. Gevaarlijker. Het belachelijke van jullie levenswijze wordt blootgelegd. Voor het eerst dat ik als bedreigend word ervaren. Ik ben een bedreigde diersoort.
De oude nummers klinken beduidend beter. Strakker ook. Rick Rubin heeft het weer geflikt. Vol 3 is een producersplaat. Vind ik St. Anger daarom ook zo goed? Aan elkaar geknipt en geplakt in de studio. Duality wordt afgeraffeld. De piano hebben ze er maar helemaal uitgehaald.
"Een groot bier. Hebben jullie jägermeister hier?"
Halverwege de toegift vind ik het genoeg. Een laatste bezoek aan het witte porselein. Sluitingstijd bestaat niet.
Er is maar één tijd. Tijd om te gaan.
Terug van de wc na het voorprogramma. Ik ontwijk borstloos veertien jaar. Of dertien, dat kan ook. Moeilijk te schatten, de huidige jeugd. Avril Lavigne imitaties. Zwaar opgemaakte ogen. Zwart, veel zwarte make-up. Mobieltjes, natuurlijk. Jongetjes van twaalf, mannen van veertig. En alles daartussenin. Lelijk, de enige overeenkomst. Eerder maakte ik dit mee bij een optreden van The Offspring, medio jaren negentig. Tot aan mijn knieën in de kinderen. Wat doe ik hier?
Blote schouders, lichtbruine huid, zwarte beha-bandjes. Alweer. Een tatoeage op haar rechterschouderblad, de linker kaal. Ik zoen haar schouder. Knikje van de barkeeper naar het bijbehorende hoofd. Hij is ongevaarlijk. Ze praat verder alsof ik niet besta. Kinderen en dronkaards vertellen de waarheid. Een dag later hoor ik mijn waarheid.
Een kuthaar is sterker dan tien paarden.
Rechtsaf meteen het trappetje op. Een schaterlach vanachter de bar. Ik hier? Een groot bier.
"Die is van mij."
De spaghettibandjes vervangen door mouwen. Het topje door een oversized zwart shirt. Zou ze aangekomen zijn?
"Twee studies al. Ik heb geen zin in een normale baan. En jij nog steeds …?"
Ja.
Manipulatief gedrag om de pooiers tevreden stellen. Zakken vullen door mensen geld af te troggelen. Telefoontechnieken zijn niets meer dan flirttechnieken. Wanneer er vragen komen over de kostenstructuur van het niet te missen product verwijs ik ze naar de kleine lettertjes in de financiële bijsluiter. Ondoorgrondelijke taal. Einde discussie. De omschakeling naar het jezelf zijn na een dag gedane arbeid. De schaamte wegdrinken. Geen geflirt. Niet meer.
Communiceert moeilijk. Dat deden we op de zondagavonden beter. Het einde van mijn horecawerkweek. Maandag en dinsdag weekend, woensdag tot en met zondag werken. Waarom ben ik ook alweer naar de fabriek gegaan? Zondagnacht, één uur klaar, Snuif bellen, half twee bij de spaghettibandjes aan de bar. Een hok met een rechthoekige bar in het midden.
"Biertje en een jägermeister."
Weekend vieren. Zeven dagen later weer. En weer. Regelmaat is goed voor de mens. Vier uur sluitingstijd.
Totaalvoetbal? Ik ken de spelregels niet. Go is eenvoudiger.
Ergens bij willen horen. De zelfverkozen hokjesgeest. Een hokje is veilig. Een eigen subcultuur is veilig. Je gaat in een hokje zitten. In het begin is het een leuk hokje. Aangenaam. Nieuw, dat is altijd interessant. Totdat de interesse verflauwt en verdwijnt. De mensen je vervelen. Daar zit je dan in je hokje. Je gaat het hokje uit, opzoek naar een ander hokje. Daar zit je ook een tijdje, wetend dat de geschiedenis zich herhaalt.
De eerste keer zo lang mogelijk uitstellen.
Wanneer je na je eerste biertje naar de wc gaat blijf je de hele avond lopen. Drukte in de hal en op de trappen. Ja knulletjes, dit is hard. Schoolfeest. Ik steek mijn hoofd onder de koude straal water. Piepende oren. Nu al. Het intro van Vermilion dringt door. Kut.
"Waarom schrijf je wel over haar en niet over mij?"
Jij kwam klaar.
Het is een brij van geluid. Valt deze chaos wel te mixen? Dan was Whitehouse lekkerder. Acht muzikanten. Neubauten en Cave doen het zuiver. Transparante geluidsmuren. Hier is alle nuance zoek. Doet me denken aan Fishbone. Teveel mensen, teveel ideeën. Het is een pose. Goed uitgevoerd. De jeugd krijgt wat ze wil. Maskers. Vuisten in de lucht. Springen op de maat. Een pit tot halverwege de zaal. Een zaal die uit zijn dak gaat is niet per definitie een goed concert. Staat Slipknot al onder een playstation? Gorillaz verkochten er dertig miljoen albums door.
Vriendje doet moeilijk. Met meisjes mag je uit, dat is geen probleem. Je mag ermee naar bed, ook geen probleem. Maar een man is gevaarlijk. Penetratiegevaar. Gevaarlijker. Het belachelijke van jullie levenswijze wordt blootgelegd. Voor het eerst dat ik als bedreigend word ervaren. Ik ben een bedreigde diersoort.
De oude nummers klinken beduidend beter. Strakker ook. Rick Rubin heeft het weer geflikt. Vol 3 is een producersplaat. Vind ik St. Anger daarom ook zo goed? Aan elkaar geknipt en geplakt in de studio. Duality wordt afgeraffeld. De piano hebben ze er maar helemaal uitgehaald.
"Een groot bier. Hebben jullie jägermeister hier?"
Halverwege de toegift vind ik het genoeg. Een laatste bezoek aan het witte porselein. Sluitingstijd bestaat niet.
Er is maar één tijd. Tijd om te gaan.
07 June 2005
W-Mode
Om zes uur begint het festival, voor ons begint het om halfacht met New Order. Chrystal, tien minuten lang, de opening. Boem. Die zit. Gedreven, fanatiek, net niet gelikt genoeg om mainstream te worden, wel dermate dichtgesynthesizerd om de underground te ontlopen. De onvermijdelijke bassound van Peter Hook haalt het begin van de jaren tachtig terug. Barney Summer zingt nog steeds tegen het valse aan, ook dat hoort erbij. Vierde nummer. Dat intro. Ik brul meteen: "Transmission!" Geen schaamte meer voor vroeger. Onlosmakelijk verbonden met het Joy Division verleden, speel die nummers dan ook. Waarvan akte. Meteen een hoogtepunt in de set. Vlekkeloos uitgevoerd. Donker en dreigend. En wat heeft Barney met zijn stem gedaan? Later in set wagen ze zich zelfs aan Love will tear us apart. Swingend, het terrein komt tot leven, er wordt gedanst. Ik zit met de Nouvelle Vague versie in mijn hoofd en zie opwaaiende jurkjes van op blote voeten dansende meisjes.True Faith, Temptation en Blue Monday sluiten af. Extase. Nu al. En we moeten nog vier dagen.
We verkassen naar de tent. Roisin Murphy, vorig jaar nog met Moloko, nu al solo. Nieuw neukertje, nieuwe band. Meer jazzy, zwoeler dan haar vorige werkgever. Minder dansbaar. Geile zomeravond muziek. Quote: "Ze heeft helemaal geen tieten." Precies.
We blijven bij de tent. Op het hoofdpodium komt een neger, daarover straks meer. We wachten op Kraftwerk. Pioniers der elektronica, de opa's van de computermuziek. Hoe gaan ze hun muziek live vertalen? Goed. Verschrikkelijk goed zelfs. Beeld en muziek zijn één, vullen elkaar naadloos aan. De beelden heb je ook wel nodig, de heren van Kraftwerk staan stokstijf achter hun beeldschermpjes en bewegen af en toe lichtjes met een muis. De heer links roept soms wat in een microfoon. Maar wat ze met die muis doen. Geniaal. Kale elektroritmes, monotoon in het begin, repeterend en steeds genuanceerder en verfijnder naar het eind. Autobahn, Das Model, T.E.E. en Tour de France, ze komen allemaal voorbij. Derde plaats.
Ronduit slecht. Pornopedo Snoop Dogg. Hiphop hoort hier niet. Het heet hier Rock Werchter, geen Hiphop Werchter. Oke, Ice-T met Bodycount mogen ze nog wel een keer neerzetten maar deze bagger bewaren ze maar voor hun eigen ghetto. Go back where you belong. En gezien de nullen op hun bankrekening is dat allang niet meer in de ghetto. Meneer Dogg was drukker bezig met zijn afterparty dan met zijn optreden. Dertig Belgische meisjes mochten mee. Na voldoende te zijn gekeurd natuurlijk. Binnenkort op video via KaZaA verkrijgbaar. Genoeg kelders in dit land.
Slotact op dag één. Chemical Brothers. De enige nog ter zake doende dansact. Soms bombastisch, dat mag op een festival. De trits Hey boy, Hey girl, Block rockin' beats en de supersingle Galvinize brengen alles en iedereen in beweging. Ook de wolken, die beginnen mee te botsen. Believe slaat in als een bom, de wolken laten al hun water vallen. We drinken en dansen door tot de laatste tonen. Modder? Droogt wel weer. Nat tot op het bot bereiken we de tent.
De tweede dag verkiezen we het terrein bij de Pyramid, we mijden het hoofdpodium. Voordeel: bij het hoofdpodium staat geen grassprietje meer overeind, bij de Pyramid behoort in het gras liggen nog tot de mogelijkheden. Het gaat natuurlijk om de muziek, de Pyramid regelt. Sioen valt in voor The Kaiser Chiefs die Live8 verkozen boven Werchter wegens commercieel interessanter. Goed gedaan jongens. Ik zal jullie cd uit het café verwijderen. Eikels. Geen promotie van mijn kant meer. Sioen ken ik niet en verrast en overdondert. Indiepop met een viool. Indringend, bezwerend. Vijfde plaats en een plek op de cd-plank in het café.
De Dresden Dolls. Een theatrale White Stripes worden ze genoemd, ook Brechtian punk cabaret. Ze zien er theatraal uit maar maken gewoon muziek. Orgel en drums, af en toe een gitaar. In de Pyramid-tent volledig op hun plaats. Intense voordracht, juist door het kale van de muzikale begeleiding. En wat een strot. Deze vrouw, Amanda Palmer, kan echt zingen. Halverwege de set, na een cover van Black Sabbath's Warpigs loopt ze achter haar orgel vandaan en jaagt ze Jaques Brel's Amsterdam de tent in, slechts begeleid door een akoestische gitaar. De rillingen lopen over mijn lichaam. Verkocht. Dit is een Godin. Vierde plaats.
Na de Dolls nog een man/vrouw combi, The Kills. Garagerock met een drumcomputer. Opzwepend. En niet alleen door de muziek. Ik heb een nieuwe muze gevonden, Alison Mosshart. Mager, tietenloos, lange bos zwart piekhaar. Spijkerbroek, laarzen en leren jack uit de vorige eeuw. Waarschijnlijk loopt ze er sindsdien in. Ze beweegt tegen het spastische aan, kruipt op de boxen, valt met gitaar en al de versterker aan om daar uiteindelijk uitgeput en jankend te blijven liggen. Het trillen van haar lichaam bij de buiging na het optreden valt niet te faken. Een duivelin.
Elvis Costello moet opboksen tegen Greenday. De pretpunk van Greenday heeft me nooit geboeid en we blijven in de Pyramid. Volledige uptempo set, anders dan vorige week op Parkpop in de brandende zon. Leuk, goed en professioneel. De toegift, natuurlijk weer I want you. Twee lippen gaan richting mijn mond. Een festival is een vakantie. En op vakantie heb je een vakantievriendinnetje.
Faithless sluit af op het hoofdpodium. We laten ons meezeulen door collega's uit de fabriek die we tegen zijn gekomen. Wat mensen in Faithless zien is mij volstrekt onduidelijk. Faithless, de band van Dido's broertje Rollo, is niets. Helemaal niets. Zielloze muziek. Een rapper die niet kan rappen en een organiste, Zuster Bliss noemt ze zichzelf, op sleutelboard. Een themaatje uit de keyboard, een beat en wat pretentieus geneuzel (I can't get no sleep-vind je het gek als je zulke muziek maakt). Zuster Bliss is speciaal voor vandaag naar de kapper geweest (kekke haarpuntjes voor de oren langs) en ze heeft een wit glitterhemdje aangetrokken. Lieve zuster. Ik zit liever de hele nacht in een dixie opgesloten dan met jou in een hotelkamer. Capice? Nog beter. Ga maar mee de dixie in. And don't mention the S-word. God is a DJ. Wat een wijsheid. Ik zal je laten zien wie God is. Na een kwartier verlaten we het terrein en vallen aan op de halve kippen.
Ook slecht. Velvet Revolver. Voorheen Guns & Roses, nu zonder Oral Sex maar met Scott Weiland, voorheen zanger van The Stone Temple Pilots. Ik ben nooit een fan van Guns & Roses geweest. The Stone Temple Pilots waren een aardig grungebandje, ze opereerden in de schaduw van Alice in Chains. Wekelijks draai ik hun Sex Type Thing in het café. Het is meteen het minst slechte nummer dat ze spelen. Dit is cockrock van de slechtste soort. Veel cock, geen rock. Het record Motherfokker roepen nemen ze mee. Tot nooit meer ziens jongens. Goede tweede in het Motherfokkerklassement is overigens Audioslave. Chris Cornell heeft eerder die dag zijn longen leeggeschreeuwd op Live8 dus wij zitten met een hese Cornell. Ook hier doet het oude werk het aardig. Ze spelen wat Soundgardennummers en het onvermijdelijke Killing in the name off van Rage against the machine. Juist daardoor wordt de zwakte van het eigen songmateriaal blootgelegd. Cornell is één van de beste rockzangers van het afgelopen decennium maar dan moet ie geen twee optredens per dag gaan doen.
Therapy? opent de derde dag, we zijn vroeg opgestaan en staan bijna vooraan. Na het eerste nummer trekt Cairns een blikje Stella open. Hm. "Biertje?" Ik heb ze vaker beschreven, ze zijn altijd goed. Vrolijke Ieren met zware liedjes. We zijn wakker. Na Therapy? speelt Pennywise, een soort Greenday maar dan van de underground. Meer richting The Ramones. Aardig. Na een half uur heb ik het wel gezien en we verkassen weer naar de Pyramid voor The Dears. Indiepop uit de mosterdpot van Interpol maar dan Canadees. Minder uptempo. Goede band. Goede plaat. Goed optreden. Mooie organiste. Helaas stond ze te ver voor een knappe foto.
Interpol laten we voor wat het is, ik heb gekozen voor het hoofdpodium met Nine Inch Nails en Rammstein. Achteraf gezien terecht. Interpol blijkt zijn set te hebben ingekort en bezit in de bassist een groepslid die achter de coulissen zijn partijen inspeelt, in de nabijheid van een emmer. Ook aan de halve kippen gezeten?
Nine Inch Nails. Swans' Sex, God, Sex klinkt als inloopmuziek uit de boxen. Fokkit! Dit is een voorteken. Na twee nummers voel ik het aankomen en ik wurm me door de mensenmassa naar voren. Trent Reznor ziet er redelijk aantoonbaar uit, hij begint lichamelijk zelfs op Sylvester Stallone te lijken. Afgekickte Amerikanen storten zich volledig op de sportschool. Gelukkig gaat het bij Reznor niet ten koste van zijn talenten. Ook heeft hij zijn ziel niet in de sportschool laten liggen. Wish, March of the pigs, hij overdondert het publiek en slaat iedereen lam. Hard en meedogenloos. Twee rustpunten. Bij Something I can never have komen de tranen, na Hurt, solo gespeeld, waarbij Reznor zichzelf minimaal begeleid op keyboard, kunnen ze me opvegen. Hij sluit af met Head like a hole en blaast daarmee Rammstein van het podium. Buck dich jongetjes, Oom Trent zal jullie wat respect bijbrengen. Absoluut hoogtepunt.
Dan Rammstein. We staan erbij en kijken ernaar. Gevangenen in de machine van hun eigen show. Veel vuur, maar dan letterlijk, niet uit de boxen, wat toch een essentieel onderdeel is van een optreden. Routineus. Ons drie dagen geoefende "Dein Gesicht interessiert mich nicht" blijft achterwege. Hun muziek zal ik thuis blijven draaien. Voor een optreden adviseer ik de dvd van de vorige tournee.
De laatste dag, de zondag, hangen we traditioneel bij het hoofdpodium. De zon is gaan schijnen, het is zelfs warm. Krantje lezen, beetje shoppen, wachten op het geweld van de avond. Soulwax zet een goede maar onbegrepen set neer, net zo onbegrepen als hun laatste plaat. Het Aziatische vriendinnetje van de zanger zingt ook een moppie mee in NY Excuse. Hé, dit is net de LCD Soundsystem. Vriendinnetje zit namelijk in die band. Programmeer hen dan ook, Meneer Schueremans! Groeibriljantje. LCD Soundsystem dan.
God is a DJ? Nee. God draagt een gitaar, heet Josh Homme en noemt zijn band Queens of the Stone Age. Vanaf de eerste tonen retestrakke rock zoals rock moet klinken. Stoner noemen ze dit. Whatever. Josh Homme c.s. spelen alles wat zich rockband noemt naar huis. Dag cockrockers, dag zakkenvullers, dag pretpunkers. Josh Homme komt om te spelen. Dat vindt hij leuk en dat doet hij dus ook. Nick Olivieri wordt niet gemist, evenmin als Mark Lanegan (hoe jammer ik het ook vind dat Lanegan er niet bij is). Zonder een seconde rust jaagt Homme de setlist er doorheen, van opener Go with the flow (nu al?) tot afsluiter No one knows. Strakker dan een sluitspier. Tweede plaats.
REM sluit af. We wachten op de regen. Wanneer REM op Werchter speelt regent het namelijk altijd. REM wint de prijs voor het mooiste decor. Verder gedegen set met de hits vooraan om de voortijdige verlaters tegen te houden. Het blijft droog. Het is gewoon warm. De lichtbalk waarschuwt voor zware regenval na middernacht. Even doorspelen dus jongens. Ze halen de regen niet. Zouden ze daarom It's the end of the world as we know it niet spelen?
Josh Homme is God. Trent Reznor is de Duivel. Amanda Palmer is een Godin en Alison Mosshart een Duivelin. Sex, God, Sex. Laat de orgie back stage maar beginnen. Toch maar een citaat van fucking Faithless. This is my church. Ik weet ondertussen waar mijn end of the world ligt. Goed dat ik geen condooms bij me had. Mag trouwens ook niet van de kerk.
We verkassen naar de tent. Roisin Murphy, vorig jaar nog met Moloko, nu al solo. Nieuw neukertje, nieuwe band. Meer jazzy, zwoeler dan haar vorige werkgever. Minder dansbaar. Geile zomeravond muziek. Quote: "Ze heeft helemaal geen tieten." Precies.
We blijven bij de tent. Op het hoofdpodium komt een neger, daarover straks meer. We wachten op Kraftwerk. Pioniers der elektronica, de opa's van de computermuziek. Hoe gaan ze hun muziek live vertalen? Goed. Verschrikkelijk goed zelfs. Beeld en muziek zijn één, vullen elkaar naadloos aan. De beelden heb je ook wel nodig, de heren van Kraftwerk staan stokstijf achter hun beeldschermpjes en bewegen af en toe lichtjes met een muis. De heer links roept soms wat in een microfoon. Maar wat ze met die muis doen. Geniaal. Kale elektroritmes, monotoon in het begin, repeterend en steeds genuanceerder en verfijnder naar het eind. Autobahn, Das Model, T.E.E. en Tour de France, ze komen allemaal voorbij. Derde plaats.
Ronduit slecht. Pornopedo Snoop Dogg. Hiphop hoort hier niet. Het heet hier Rock Werchter, geen Hiphop Werchter. Oke, Ice-T met Bodycount mogen ze nog wel een keer neerzetten maar deze bagger bewaren ze maar voor hun eigen ghetto. Go back where you belong. En gezien de nullen op hun bankrekening is dat allang niet meer in de ghetto. Meneer Dogg was drukker bezig met zijn afterparty dan met zijn optreden. Dertig Belgische meisjes mochten mee. Na voldoende te zijn gekeurd natuurlijk. Binnenkort op video via KaZaA verkrijgbaar. Genoeg kelders in dit land.
Slotact op dag één. Chemical Brothers. De enige nog ter zake doende dansact. Soms bombastisch, dat mag op een festival. De trits Hey boy, Hey girl, Block rockin' beats en de supersingle Galvinize brengen alles en iedereen in beweging. Ook de wolken, die beginnen mee te botsen. Believe slaat in als een bom, de wolken laten al hun water vallen. We drinken en dansen door tot de laatste tonen. Modder? Droogt wel weer. Nat tot op het bot bereiken we de tent.
De tweede dag verkiezen we het terrein bij de Pyramid, we mijden het hoofdpodium. Voordeel: bij het hoofdpodium staat geen grassprietje meer overeind, bij de Pyramid behoort in het gras liggen nog tot de mogelijkheden. Het gaat natuurlijk om de muziek, de Pyramid regelt. Sioen valt in voor The Kaiser Chiefs die Live8 verkozen boven Werchter wegens commercieel interessanter. Goed gedaan jongens. Ik zal jullie cd uit het café verwijderen. Eikels. Geen promotie van mijn kant meer. Sioen ken ik niet en verrast en overdondert. Indiepop met een viool. Indringend, bezwerend. Vijfde plaats en een plek op de cd-plank in het café.
De Dresden Dolls. Een theatrale White Stripes worden ze genoemd, ook Brechtian punk cabaret. Ze zien er theatraal uit maar maken gewoon muziek. Orgel en drums, af en toe een gitaar. In de Pyramid-tent volledig op hun plaats. Intense voordracht, juist door het kale van de muzikale begeleiding. En wat een strot. Deze vrouw, Amanda Palmer, kan echt zingen. Halverwege de set, na een cover van Black Sabbath's Warpigs loopt ze achter haar orgel vandaan en jaagt ze Jaques Brel's Amsterdam de tent in, slechts begeleid door een akoestische gitaar. De rillingen lopen over mijn lichaam. Verkocht. Dit is een Godin. Vierde plaats.
Na de Dolls nog een man/vrouw combi, The Kills. Garagerock met een drumcomputer. Opzwepend. En niet alleen door de muziek. Ik heb een nieuwe muze gevonden, Alison Mosshart. Mager, tietenloos, lange bos zwart piekhaar. Spijkerbroek, laarzen en leren jack uit de vorige eeuw. Waarschijnlijk loopt ze er sindsdien in. Ze beweegt tegen het spastische aan, kruipt op de boxen, valt met gitaar en al de versterker aan om daar uiteindelijk uitgeput en jankend te blijven liggen. Het trillen van haar lichaam bij de buiging na het optreden valt niet te faken. Een duivelin.
Elvis Costello moet opboksen tegen Greenday. De pretpunk van Greenday heeft me nooit geboeid en we blijven in de Pyramid. Volledige uptempo set, anders dan vorige week op Parkpop in de brandende zon. Leuk, goed en professioneel. De toegift, natuurlijk weer I want you. Twee lippen gaan richting mijn mond. Een festival is een vakantie. En op vakantie heb je een vakantievriendinnetje.
Faithless sluit af op het hoofdpodium. We laten ons meezeulen door collega's uit de fabriek die we tegen zijn gekomen. Wat mensen in Faithless zien is mij volstrekt onduidelijk. Faithless, de band van Dido's broertje Rollo, is niets. Helemaal niets. Zielloze muziek. Een rapper die niet kan rappen en een organiste, Zuster Bliss noemt ze zichzelf, op sleutelboard. Een themaatje uit de keyboard, een beat en wat pretentieus geneuzel (I can't get no sleep-vind je het gek als je zulke muziek maakt). Zuster Bliss is speciaal voor vandaag naar de kapper geweest (kekke haarpuntjes voor de oren langs) en ze heeft een wit glitterhemdje aangetrokken. Lieve zuster. Ik zit liever de hele nacht in een dixie opgesloten dan met jou in een hotelkamer. Capice? Nog beter. Ga maar mee de dixie in. And don't mention the S-word. God is a DJ. Wat een wijsheid. Ik zal je laten zien wie God is. Na een kwartier verlaten we het terrein en vallen aan op de halve kippen.
Ook slecht. Velvet Revolver. Voorheen Guns & Roses, nu zonder Oral Sex maar met Scott Weiland, voorheen zanger van The Stone Temple Pilots. Ik ben nooit een fan van Guns & Roses geweest. The Stone Temple Pilots waren een aardig grungebandje, ze opereerden in de schaduw van Alice in Chains. Wekelijks draai ik hun Sex Type Thing in het café. Het is meteen het minst slechte nummer dat ze spelen. Dit is cockrock van de slechtste soort. Veel cock, geen rock. Het record Motherfokker roepen nemen ze mee. Tot nooit meer ziens jongens. Goede tweede in het Motherfokkerklassement is overigens Audioslave. Chris Cornell heeft eerder die dag zijn longen leeggeschreeuwd op Live8 dus wij zitten met een hese Cornell. Ook hier doet het oude werk het aardig. Ze spelen wat Soundgardennummers en het onvermijdelijke Killing in the name off van Rage against the machine. Juist daardoor wordt de zwakte van het eigen songmateriaal blootgelegd. Cornell is één van de beste rockzangers van het afgelopen decennium maar dan moet ie geen twee optredens per dag gaan doen.
Therapy? opent de derde dag, we zijn vroeg opgestaan en staan bijna vooraan. Na het eerste nummer trekt Cairns een blikje Stella open. Hm. "Biertje?" Ik heb ze vaker beschreven, ze zijn altijd goed. Vrolijke Ieren met zware liedjes. We zijn wakker. Na Therapy? speelt Pennywise, een soort Greenday maar dan van de underground. Meer richting The Ramones. Aardig. Na een half uur heb ik het wel gezien en we verkassen weer naar de Pyramid voor The Dears. Indiepop uit de mosterdpot van Interpol maar dan Canadees. Minder uptempo. Goede band. Goede plaat. Goed optreden. Mooie organiste. Helaas stond ze te ver voor een knappe foto.
Interpol laten we voor wat het is, ik heb gekozen voor het hoofdpodium met Nine Inch Nails en Rammstein. Achteraf gezien terecht. Interpol blijkt zijn set te hebben ingekort en bezit in de bassist een groepslid die achter de coulissen zijn partijen inspeelt, in de nabijheid van een emmer. Ook aan de halve kippen gezeten?
Nine Inch Nails. Swans' Sex, God, Sex klinkt als inloopmuziek uit de boxen. Fokkit! Dit is een voorteken. Na twee nummers voel ik het aankomen en ik wurm me door de mensenmassa naar voren. Trent Reznor ziet er redelijk aantoonbaar uit, hij begint lichamelijk zelfs op Sylvester Stallone te lijken. Afgekickte Amerikanen storten zich volledig op de sportschool. Gelukkig gaat het bij Reznor niet ten koste van zijn talenten. Ook heeft hij zijn ziel niet in de sportschool laten liggen. Wish, March of the pigs, hij overdondert het publiek en slaat iedereen lam. Hard en meedogenloos. Twee rustpunten. Bij Something I can never have komen de tranen, na Hurt, solo gespeeld, waarbij Reznor zichzelf minimaal begeleid op keyboard, kunnen ze me opvegen. Hij sluit af met Head like a hole en blaast daarmee Rammstein van het podium. Buck dich jongetjes, Oom Trent zal jullie wat respect bijbrengen. Absoluut hoogtepunt.
Dan Rammstein. We staan erbij en kijken ernaar. Gevangenen in de machine van hun eigen show. Veel vuur, maar dan letterlijk, niet uit de boxen, wat toch een essentieel onderdeel is van een optreden. Routineus. Ons drie dagen geoefende "Dein Gesicht interessiert mich nicht" blijft achterwege. Hun muziek zal ik thuis blijven draaien. Voor een optreden adviseer ik de dvd van de vorige tournee.
De laatste dag, de zondag, hangen we traditioneel bij het hoofdpodium. De zon is gaan schijnen, het is zelfs warm. Krantje lezen, beetje shoppen, wachten op het geweld van de avond. Soulwax zet een goede maar onbegrepen set neer, net zo onbegrepen als hun laatste plaat. Het Aziatische vriendinnetje van de zanger zingt ook een moppie mee in NY Excuse. Hé, dit is net de LCD Soundsystem. Vriendinnetje zit namelijk in die band. Programmeer hen dan ook, Meneer Schueremans! Groeibriljantje. LCD Soundsystem dan.
God is a DJ? Nee. God draagt een gitaar, heet Josh Homme en noemt zijn band Queens of the Stone Age. Vanaf de eerste tonen retestrakke rock zoals rock moet klinken. Stoner noemen ze dit. Whatever. Josh Homme c.s. spelen alles wat zich rockband noemt naar huis. Dag cockrockers, dag zakkenvullers, dag pretpunkers. Josh Homme komt om te spelen. Dat vindt hij leuk en dat doet hij dus ook. Nick Olivieri wordt niet gemist, evenmin als Mark Lanegan (hoe jammer ik het ook vind dat Lanegan er niet bij is). Zonder een seconde rust jaagt Homme de setlist er doorheen, van opener Go with the flow (nu al?) tot afsluiter No one knows. Strakker dan een sluitspier. Tweede plaats.
REM sluit af. We wachten op de regen. Wanneer REM op Werchter speelt regent het namelijk altijd. REM wint de prijs voor het mooiste decor. Verder gedegen set met de hits vooraan om de voortijdige verlaters tegen te houden. Het blijft droog. Het is gewoon warm. De lichtbalk waarschuwt voor zware regenval na middernacht. Even doorspelen dus jongens. Ze halen de regen niet. Zouden ze daarom It's the end of the world as we know it niet spelen?
Josh Homme is God. Trent Reznor is de Duivel. Amanda Palmer is een Godin en Alison Mosshart een Duivelin. Sex, God, Sex. Laat de orgie back stage maar beginnen. Toch maar een citaat van fucking Faithless. This is my church. Ik weet ondertussen waar mijn end of the world ligt. Goed dat ik geen condooms bij me had. Mag trouwens ook niet van de kerk.
23 May 2005
Slet
"Hoe oud ben je eigenlijk?"
Rare openingszin. Gaat het om mijn leeftijd? Ik kijk haar recht aan.
"Zeg het zelf maar."
Ze mag niet drinken in combinatie met haar medicijnen. Ze wil geen bier meer.
"Daar word ik dik van. Ik wil whiskey."
Ik pak de fles, zet een glas voor haar neer en schenk het halfvol. Puur, zonder ijs, gooit ze het goedje naar binnen. Ik geniet. Van dit moment, van haar. Refill. Replay. Het is al ver in de ochtend wanneer we, tram- en zonlichtontwijkend, naar haar huis fietsen. Naar haar bed fietsen. Is het haar bed?
Sms.
"Wat een mooie vrouw is dat."
Hoe weet zij dat nou? Ik heb haar alleen haar telefoonnummer gegeven. Nog meer lesbische geneugten? Wat gebeurt er allemaal? Wat wordt er achter mijn rug om geregeld? Wie zit er achter wie aan? Ik raak het overzicht kwijt.
Ze nodigt me uit voor haar verjaardag. Telefoonnummer, adres, alles erop en eraan. Ik herlees de mail. Het staat er echt. Ik loop achter mijn bureau vandaan naar het rookhok en steek een sigaret op. Na drie minuten ben ik alweer terug en ik lees de mail nogmaals.
"Ik weet dat ik je overrompel. Nee heb ik, ja kan ik krijgen."
Lef of naïef? Blind vertrouwen, dat wel. Dat doet het hem. Ik reply en onthul mijn identiteit. Fokkit.
Tegen de avond worden we wakker. Ik zit onder de schrammen. Haar nagels hebben banen getrokken over mijn lichaam. Op verscheidene plaatsen staan afdrukken van haar tanden. Ze vraagt of zij dat heeft gedaan. Ik knik. Ze weet er niets meer van. Ze moet compleet van de wereld zijn geweest.
Lokaas, een jager en een prooi, dat is duidelijkheid.
Ze mailt dat ze in de buurt is. Donderdagavonddeals worden donderdag overdag gemaakt. Ik reply mijn stereotiepe tekst: de naam van een kroeg en een tijd. Eerder maakten we de afspraak dat we niet zouden gaan daten maar zouden kennismaken. Dat klinkt een stuk minder pretentieus. Ik hoef maar één biertje te wachten. Valt mee. Haar gezicht biedt zich vragend aan. Ik beantwoord haar wangen. We maken kennis.
Ze vertelt over de seroxat. De seroxat die haar huiduitslag veroorzaakt. Het manisch gedrag. Het niet meer mogen drinken. Het zoeken naar lijfelijke bevestiging omdat er geen andere bevestiging meer is. De seroxat die haar frigide maakt. Het zoeken dat haar nymfomaan heeft gemaakt.
Mijn zorgvuldig aangebrachte scheiding van werelden vertoont scheuren. Het wordt verwarrend wanneer de werelden samenkomen en de verhaallijnen door elkaar gaan lopen. De fabriek rolt het privéleven binnen, het privéleven rolt het www binnen en gezamenlijk rollen ze de kroeg binnen. Derdegraads vergelijkingen hebben geen unieke oplossing.
Ze is mooi. Type PJH. Tenger lichaam. Kleine borstjes. Gitzwart haar.
"Geverfd?" vraag ik.
Ze schudt haar hoofd. Grote, stralende, maar ook venijnige ogen. Hier moet je geen ruzie mee krijgen. Dit zijn ogen die vuur kunnen spuwen. Dit zijn dodelijke ogen. Haar lach ontbloot een perfecte rij tanden. Gefascineerd kijk ik haar aan. Ze wordt verlegen en slaat haar ogen neer. Wat doet ze met zo’n koppie en zo’n lichaam op het www? Ook ik verval in clichés. En un momento dado staat ze op en loopt naar de wc. Gezichten draaien zich om en kijken haar na: de barkeepers, de jongens naast ons, de mannen bij de deur. In plaats van haar na te kijken bekijk ik de veranderende gelaatsuitdrukkingen op de gezichten van haar voyeurs. Ogen vernauwen zich. Lippen worden bevochtigd. Een hand verdwijnt in een broekzak. What’s a pretty girl like you doin’ in a place like this?
Ik denk aan onze nachten samen. Of beter, dagen. Want ’s nachts drinken we. Ik denk aan haar lust, aan haar orgasmes. Hoezo frigide. Het verbaast haarzelf nog het meest. Ze vertelt verder. Dat ik niet de enige ben. Ik kijk naar de onaangeroerde condoomverpakking op het kastje naast haar bed, verborgen tussen asbak, wekker, sigaretten en medicijnen. Russisch roulette. Ik win toch nooit wat. Ik schuif mijn arm onder haar billen en trek haar bovenop me. Ze komt omhoog, recht haar rug en streelt de rode striemen op mijn buik.
"Sorry."
Ik antwoord door haar billen vast te pakken. Ze zet haar handen op mijn gehavende borst, spreidt haar benen en laat zich langzaam zakken.
Lokaas in het ene stuk, jager in een ander stuk, prooi in weer een ander stuk. Aangenomen en aangemeten rollen. De aangenomen rol is zelfbepaald. Maar over wat je aangemeten wordt heb je geen zicht. Geen controle. Je wordt niet geregisseerd. Je wordt gemanipuleerd. In die zin ben ik zelf ook niet clean. Ik stop haar ook in een rol die haar ontgaat.
Makkelijk gesprek. We gaan verder waar de logs ophouden. Bier en sigaretten. Dat maakt het ook makkelijk. Roddelen, natuurlijk. Even de weblogsoap doornemen. Wie heb je allemaal ontmoet. Ik maak een interne vertaalslag. Wie heb je allemaal geneukt. Ze noemt man en paard zonder iemand af te vallen. Ze praat graag. En veel. Ik zeg eigenlijk weinig. Ze vraagt ook weinig. Ik kan veel vertellen zonder iets te zeggen maar ik laat haar de eer. Ik luister graag. En goed. Ik bestel het bier. Dat moet ook gebeuren. Het is geen versierdate dus ik ga me niet inhouden qua drankgebruik. Trouwens, al was het wel een date met het oog op meer dan zou ik me nog niet inhouden. Inhouden leidt tot onthouding, inhoud tot onthouden. Ik wil haar onthouden. Ik drink en kijk naar haar gezicht. Haar ogen, ogen om in te verdrinken. Haar mond, het bewegen van haar lippen. We gebruiken dezelfde lippenbalsem. Dat schept een band. Lippen zijn gevoelig. Onderschatte erogene zone. Zullen onze lippen vriendjes worden? Mijn etensloze maag werkt mee, de alcohol vloeit soepel. Ik begin te smelten. De flow is daar.
Ik begin verliefd te worden. Verwarring. Ik voel me op mijn gemak, misschien is dat het. Ik voel me niet snel op mijn gemak. Ik moet mijn gemoedstoestand niet verwarren met verliefdheid.
Ik corrigeer een zin. Ze is niet mooi. Ze is bloedmooi.
Ik moet opschieten, om acht uur moet het café open zijn. Eten komt vannacht wel. Of niet. Ik vermoed dat ze slaapt. Ik leg de lakens over haar heen en loop naar haar douche. De zeep bijt. Ze heeft me getekend. Dit is beter dan een trouwring. De douchedeur gaat open en ze strompelt naar binnen. Verbaasd kijk ik haar aan. Ze slaat haar armen om me heen, ik draai haar rug naar de hete straal water. Ze kijkt me aan, maakt een arm los, beweegt haar hand naar boven en veegt de slaap uit mijn ogen. Een verlegen meisjesglimlach, ze slaat haar ogen neer. Nu weet ik het zeker. Ik wil je. Voor mij alleen. Ik ga je genezen. Ik ga je gelukkig maken.
Ik verwar mijn eigen dubbelrol. Dit moet even zonder alcohol. Ik reply.
"Leg straks maar uit, 19.00 uur koffie."
Repeterend nuchter. Uitvoerig dronken.
Ze pakt haar mobieltje.
"Vind je het goed als mijn huisgenoot ook komt?"
De beschermengel wordt opgeroepen en is opvallend snel ter plaatse. Begroetingsrituelen. Ik open mijn barkeeperoog en focus op de lichaamstaal. Dit is iets meer dan een huisgenoot. Dan zoenen we niet. Van mij krijgt ze dus geen vochtige lippen. Ze staat op voor een nieuwe urinelozing. Van bier drinken worden haar lippen blijkbaar wel vochtig. De beschermengel buigt zich voorover en fluistert iets in mijn oor. Ik bestel drie bier en reken mijn roze bril af.
"Je vindt me dus een slet."
Ik zwijg.
"Zeg het dan!"
Ik gooi mijn zoveelste jutter naar binnen en kijk haar weer aan.
"Zeg dat ik een slet ben en je ziet me nooit meer terug."
Ik probeer na te denken maar het lukt me niet meer. Mijn gedachten zijn vertroebeld. Door gebrek aan eten, door oververmoeidheid, door de drank. Door haar. Hoe meer ik probeer haar te vergeten, hoe meer ik drink. Hoe meer ik drink, hoe sterker haar aanwezigheid in mijn hoofd. Ik kan aan niets anders meer denken. Ik zie alleen maar haar lichaam voor me. Haar lichaam, bedekt met het lichaam van een man. Haar lichaam, verborgen onder talloze mannenlichamen. Haar lichaam, dat de pompende bewegingen van het mannenlichaam opvangt. Een ja-knikker tussen haar opgetrokken knieën. Haar lichaam, wijdbeens gespreid, dat de pompende bewegingen van het mannenlichaam ontvangt, kanaliseert en ontkracht. De stilvallende ja-knikker die zijn zaad als vers geronnen olie haar ingewanden injaagt. Zaad, de olie van haar nymfomanie. De dood van mijn euforie.
Euforie is een verslavend gevoel. Verslaving leidt tot ongeremde drang. De drang naar meer. De ongeremde euforie maakt overmoedig. Verandert in hoogmoed. Hoogmoed, de aanzet tot de onherroepelijke val.
De vrije val naar het niets. Exit verslaving. Enter vrijheid. Terug naar de totale leegte.
Het niets betekenen . Het niets willen. Het niets zijn.
Rare openingszin. Gaat het om mijn leeftijd? Ik kijk haar recht aan.
"Zeg het zelf maar."
Ze mag niet drinken in combinatie met haar medicijnen. Ze wil geen bier meer.
"Daar word ik dik van. Ik wil whiskey."
Ik pak de fles, zet een glas voor haar neer en schenk het halfvol. Puur, zonder ijs, gooit ze het goedje naar binnen. Ik geniet. Van dit moment, van haar. Refill. Replay. Het is al ver in de ochtend wanneer we, tram- en zonlichtontwijkend, naar haar huis fietsen. Naar haar bed fietsen. Is het haar bed?
Sms.
"Wat een mooie vrouw is dat."
Hoe weet zij dat nou? Ik heb haar alleen haar telefoonnummer gegeven. Nog meer lesbische geneugten? Wat gebeurt er allemaal? Wat wordt er achter mijn rug om geregeld? Wie zit er achter wie aan? Ik raak het overzicht kwijt.
Ze nodigt me uit voor haar verjaardag. Telefoonnummer, adres, alles erop en eraan. Ik herlees de mail. Het staat er echt. Ik loop achter mijn bureau vandaan naar het rookhok en steek een sigaret op. Na drie minuten ben ik alweer terug en ik lees de mail nogmaals.
"Ik weet dat ik je overrompel. Nee heb ik, ja kan ik krijgen."
Lef of naïef? Blind vertrouwen, dat wel. Dat doet het hem. Ik reply en onthul mijn identiteit. Fokkit.
Tegen de avond worden we wakker. Ik zit onder de schrammen. Haar nagels hebben banen getrokken over mijn lichaam. Op verscheidene plaatsen staan afdrukken van haar tanden. Ze vraagt of zij dat heeft gedaan. Ik knik. Ze weet er niets meer van. Ze moet compleet van de wereld zijn geweest.
Lokaas, een jager en een prooi, dat is duidelijkheid.
Ze mailt dat ze in de buurt is. Donderdagavonddeals worden donderdag overdag gemaakt. Ik reply mijn stereotiepe tekst: de naam van een kroeg en een tijd. Eerder maakten we de afspraak dat we niet zouden gaan daten maar zouden kennismaken. Dat klinkt een stuk minder pretentieus. Ik hoef maar één biertje te wachten. Valt mee. Haar gezicht biedt zich vragend aan. Ik beantwoord haar wangen. We maken kennis.
Ze vertelt over de seroxat. De seroxat die haar huiduitslag veroorzaakt. Het manisch gedrag. Het niet meer mogen drinken. Het zoeken naar lijfelijke bevestiging omdat er geen andere bevestiging meer is. De seroxat die haar frigide maakt. Het zoeken dat haar nymfomaan heeft gemaakt.
Mijn zorgvuldig aangebrachte scheiding van werelden vertoont scheuren. Het wordt verwarrend wanneer de werelden samenkomen en de verhaallijnen door elkaar gaan lopen. De fabriek rolt het privéleven binnen, het privéleven rolt het www binnen en gezamenlijk rollen ze de kroeg binnen. Derdegraads vergelijkingen hebben geen unieke oplossing.
Ze is mooi. Type PJH. Tenger lichaam. Kleine borstjes. Gitzwart haar.
"Geverfd?" vraag ik.
Ze schudt haar hoofd. Grote, stralende, maar ook venijnige ogen. Hier moet je geen ruzie mee krijgen. Dit zijn ogen die vuur kunnen spuwen. Dit zijn dodelijke ogen. Haar lach ontbloot een perfecte rij tanden. Gefascineerd kijk ik haar aan. Ze wordt verlegen en slaat haar ogen neer. Wat doet ze met zo’n koppie en zo’n lichaam op het www? Ook ik verval in clichés. En un momento dado staat ze op en loopt naar de wc. Gezichten draaien zich om en kijken haar na: de barkeepers, de jongens naast ons, de mannen bij de deur. In plaats van haar na te kijken bekijk ik de veranderende gelaatsuitdrukkingen op de gezichten van haar voyeurs. Ogen vernauwen zich. Lippen worden bevochtigd. Een hand verdwijnt in een broekzak. What’s a pretty girl like you doin’ in a place like this?
Ik denk aan onze nachten samen. Of beter, dagen. Want ’s nachts drinken we. Ik denk aan haar lust, aan haar orgasmes. Hoezo frigide. Het verbaast haarzelf nog het meest. Ze vertelt verder. Dat ik niet de enige ben. Ik kijk naar de onaangeroerde condoomverpakking op het kastje naast haar bed, verborgen tussen asbak, wekker, sigaretten en medicijnen. Russisch roulette. Ik win toch nooit wat. Ik schuif mijn arm onder haar billen en trek haar bovenop me. Ze komt omhoog, recht haar rug en streelt de rode striemen op mijn buik.
"Sorry."
Ik antwoord door haar billen vast te pakken. Ze zet haar handen op mijn gehavende borst, spreidt haar benen en laat zich langzaam zakken.
Lokaas in het ene stuk, jager in een ander stuk, prooi in weer een ander stuk. Aangenomen en aangemeten rollen. De aangenomen rol is zelfbepaald. Maar over wat je aangemeten wordt heb je geen zicht. Geen controle. Je wordt niet geregisseerd. Je wordt gemanipuleerd. In die zin ben ik zelf ook niet clean. Ik stop haar ook in een rol die haar ontgaat.
Makkelijk gesprek. We gaan verder waar de logs ophouden. Bier en sigaretten. Dat maakt het ook makkelijk. Roddelen, natuurlijk. Even de weblogsoap doornemen. Wie heb je allemaal ontmoet. Ik maak een interne vertaalslag. Wie heb je allemaal geneukt. Ze noemt man en paard zonder iemand af te vallen. Ze praat graag. En veel. Ik zeg eigenlijk weinig. Ze vraagt ook weinig. Ik kan veel vertellen zonder iets te zeggen maar ik laat haar de eer. Ik luister graag. En goed. Ik bestel het bier. Dat moet ook gebeuren. Het is geen versierdate dus ik ga me niet inhouden qua drankgebruik. Trouwens, al was het wel een date met het oog op meer dan zou ik me nog niet inhouden. Inhouden leidt tot onthouding, inhoud tot onthouden. Ik wil haar onthouden. Ik drink en kijk naar haar gezicht. Haar ogen, ogen om in te verdrinken. Haar mond, het bewegen van haar lippen. We gebruiken dezelfde lippenbalsem. Dat schept een band. Lippen zijn gevoelig. Onderschatte erogene zone. Zullen onze lippen vriendjes worden? Mijn etensloze maag werkt mee, de alcohol vloeit soepel. Ik begin te smelten. De flow is daar.
Ik begin verliefd te worden. Verwarring. Ik voel me op mijn gemak, misschien is dat het. Ik voel me niet snel op mijn gemak. Ik moet mijn gemoedstoestand niet verwarren met verliefdheid.
Ik corrigeer een zin. Ze is niet mooi. Ze is bloedmooi.
Ik moet opschieten, om acht uur moet het café open zijn. Eten komt vannacht wel. Of niet. Ik vermoed dat ze slaapt. Ik leg de lakens over haar heen en loop naar haar douche. De zeep bijt. Ze heeft me getekend. Dit is beter dan een trouwring. De douchedeur gaat open en ze strompelt naar binnen. Verbaasd kijk ik haar aan. Ze slaat haar armen om me heen, ik draai haar rug naar de hete straal water. Ze kijkt me aan, maakt een arm los, beweegt haar hand naar boven en veegt de slaap uit mijn ogen. Een verlegen meisjesglimlach, ze slaat haar ogen neer. Nu weet ik het zeker. Ik wil je. Voor mij alleen. Ik ga je genezen. Ik ga je gelukkig maken.
Ik verwar mijn eigen dubbelrol. Dit moet even zonder alcohol. Ik reply.
"Leg straks maar uit, 19.00 uur koffie."
Repeterend nuchter. Uitvoerig dronken.
Ze pakt haar mobieltje.
"Vind je het goed als mijn huisgenoot ook komt?"
De beschermengel wordt opgeroepen en is opvallend snel ter plaatse. Begroetingsrituelen. Ik open mijn barkeeperoog en focus op de lichaamstaal. Dit is iets meer dan een huisgenoot. Dan zoenen we niet. Van mij krijgt ze dus geen vochtige lippen. Ze staat op voor een nieuwe urinelozing. Van bier drinken worden haar lippen blijkbaar wel vochtig. De beschermengel buigt zich voorover en fluistert iets in mijn oor. Ik bestel drie bier en reken mijn roze bril af.
"Je vindt me dus een slet."
Ik zwijg.
"Zeg het dan!"
Ik gooi mijn zoveelste jutter naar binnen en kijk haar weer aan.
"Zeg dat ik een slet ben en je ziet me nooit meer terug."
Ik probeer na te denken maar het lukt me niet meer. Mijn gedachten zijn vertroebeld. Door gebrek aan eten, door oververmoeidheid, door de drank. Door haar. Hoe meer ik probeer haar te vergeten, hoe meer ik drink. Hoe meer ik drink, hoe sterker haar aanwezigheid in mijn hoofd. Ik kan aan niets anders meer denken. Ik zie alleen maar haar lichaam voor me. Haar lichaam, bedekt met het lichaam van een man. Haar lichaam, verborgen onder talloze mannenlichamen. Haar lichaam, dat de pompende bewegingen van het mannenlichaam opvangt. Een ja-knikker tussen haar opgetrokken knieën. Haar lichaam, wijdbeens gespreid, dat de pompende bewegingen van het mannenlichaam ontvangt, kanaliseert en ontkracht. De stilvallende ja-knikker die zijn zaad als vers geronnen olie haar ingewanden injaagt. Zaad, de olie van haar nymfomanie. De dood van mijn euforie.
Euforie is een verslavend gevoel. Verslaving leidt tot ongeremde drang. De drang naar meer. De ongeremde euforie maakt overmoedig. Verandert in hoogmoed. Hoogmoed, de aanzet tot de onherroepelijke val.
De vrije val naar het niets. Exit verslaving. Enter vrijheid. Terug naar de totale leegte.
Het niets betekenen . Het niets willen. Het niets zijn.
03 May 2005
Pool
"Alles goed?"
Als je niets te zeggen hebt, zeg dan ook niets en laat me met rust.
Happy people have no stories. We zitten in Festina Lente. We hebben lol. We eten. We praten. We drinken. We lachen. We flirten. We teasen. We hebben geen verhalen. We verhalen. We verhalen de schade. We halen elkaar. We bereiken elkaar. Schuldgevoelens. We betalen elkaar.
Bloedarmoede bij de bloedzuigers. Zijn we in de winter scherper? Gebrek aan inspiratie is gebrek aan uitlokking. Laten we blij zijn dat iedereen de zon opzoekt. Laat iedereen zich maar vergapen aan het lonkend vlees. Levert weer mooie verhalen op. Voorlopig hebben we hier het rijk alleen. Het wordt overzichtelijker. Het walgelijk bezitterige. Kutkatten. Kutkind.
Ik bied haar een kamer aan. In mijn huis. Niet om haar te helpen. Om mezelf beter te voelen.
Ik zoek de rust van het poolcafé op. Lege tafels. Een lege bar. Rust. De zon schijnt. Terrassen lopen vol. Ik loop naar binnen. Ik bied Holloog naast me wat te drinken aan. Ik wacht op wat gaat komen. Ik wacht op wat er nog meer naar binnen komt. Komt Niet. Kwam.
Nooit achter een boot aanzwemmen. Het café induiken en wachten op de volgende afvaart. Vanwaar die haast? Ik drink te snel.
Eentje linksaf, de andere twee rechtsaf. Is dit in scène gezet? Ze pakt mijn hand. Of ik pakte de hare. Wat is het verschil? Het maakt niet uit. Niet meer. Ze trilt. Van spanning. Zo lang heeft ze hier op gewacht. Eindelijk. Genieten van momenten zei je toch? Hier is je moment. Haar moment is daar.
Vier uur thuis. Vier uur slaap. Vier uur werken. Twee gebakken vissen en date één. Nog vier uur werken. Fiets pakken en ik zit er alweer.
"Je bent vroeg."
Misschien vind ik jou ook wel leuk. Zonder te vragen zet ze de eerste neer. Na de tweede begin ik te praten. Na de derde haal ik date twee op. Na de vierde word ik rustig. Na de vijfde ben ik te laat voor mijn volgende afspraak. Na de zesde bel ik date drie op. Na de zevende ben ik een lul. Na de achtste loop ik Vertigo binnen en bestel nummer negen en tien. Wie had het over eten? Na het dozijn vol te hebben gemaakt fietsen we terug naar het poolcafé. Ik ben eindelijk wakker. Tapas dan maar. Ik kijk naar het universiteitsgebouw aan de overkant en ik schiet vierentwintig uur terug in de tijd. Zij schiet vijf jaar terug in de tijd.
"Stel."
"..."
"Wil jij de vader worden?"
De bruidegom komt langs. Op zoek naar een slaapplaats. Sorry knul. Ik slaap ergens anders.
Lange incubatietijd. Ik heb veel bedenktijd nodig. Teveel. De tegenpartij haakt af. De tegenpartij houdt niet van twijfelaars. Van besluitlozen. Je ziet het verkeerd. Ik heb al lang besloten. Ik denk slechts over mijn besluit na. De keuze ligt al vast. Lag al vast. De uitkomst staat bij voorbaat vast. Ik heb je verteld dat ik rekenaar ben.
"Alles kut?"
Was het maar zo. De zon is lekker maar het moet niet te lang duren. Straks ga ik er nog in geloven ook. Ik zoen Potje achter de bar. Ik ken haar. Ik ga alleen naar cafés waar ik het personeel ken. Die naaien me niet. Bij anderen weet je het maar nooit.
Niet hier en daar een bui. Nee. Dat niet. Af en toe laat de zon zich zien. Beter. De zon in de gedaante van anderhalve meter passie. Niet te vaak. Dan word je immuun.
De eerste keer is niet de beste keer. Mensen verwarren spanning met kwaliteit. Een goede plaat geeft ook pas na talloze draaiuren zijn geheimen prijs. Ik wil talloze draaiuren met je doorbrengen. Draaibeurten. Ik blijf om je heen draaien. Van alle kanten ga ik je bekijken. Bewaar je geheimen. Bewaar je orgasmes. Voor later. Anders verlies ik mijn interesse. Mijn aandacht. Meer wijn, meer aandacht. En maak de wc even schoon. Gewoon. Beetje normen en waarden, kleintje.
Hij is niet thuis. Of we meegaan. Gaan jullie maar, ik kijk wel. Het kutkind zegt hetzelfde. Ze kijkt ook liever. Een klaarkomende vrouw is mooi.
Ik ben allergisch voor katten. Toch aai ik haar. Ik wil bij Teiltje in het mandje. "Neuken?" Ik ben wel eens subtieler geweest.
Zelf initiatief nemen werkt niet. Heeft nooit gewerkt. Zal niet werken. Kom daarom maar naar mij toe. Dat werk. Dat werkt. Ze kwam. Ze komt klaar. Ik steek een sigaret op. "Mag ik er ook één?" Ik geef haar mijn sigaret en sla mijn armen om haar heen.
Het wordt tijd mijn eigen woorden te lezen. Het geschreven woord. Zwart op wit. Te lezen en te begrijpen. Mezelf te zien. De spiegel. Was het echt zo erg? Ik zie alleen de littekens. Ik heb anderen nodig om de rest te zien. Om mij de rest te laten zien.
Ze stoot haar wijn om. Zenuwachtig? Ik stop met bier en stap over op de wijn. Zoent lekkerder. We zijn met z’n drieën. Wie zoent er straks met wie? Wie slaapt er bij wie? Of zullen we gewoon niet gaan slapen. We kunnen kijken. Naar elkaar. Ik sport niet. Ik spot.
Ik krijg de smaak te pakken. Afspreken is leuk. Hangt natuurlijk wel van het gezelschap af. Ik moet het anders formuleren. De afspraken zijn leuk want het gezelschap is goed.
Ze wordt hees. Vaag dronken meisje. Lief meisje. Leuk meisje. Ze doet een poging het café schoon te maken. Ik doe een poging in haar bed te belanden. Twee uur later. Ik ben in de berm beland. Ik schop de fiets van me af. Controleer mijn knieën. Dronken mensen breken nooit wat. Laat staan het ijs.
Het ijs is gesmolten.
Als je niets te zeggen hebt, zeg dan ook niets en laat me met rust.
Happy people have no stories. We zitten in Festina Lente. We hebben lol. We eten. We praten. We drinken. We lachen. We flirten. We teasen. We hebben geen verhalen. We verhalen. We verhalen de schade. We halen elkaar. We bereiken elkaar. Schuldgevoelens. We betalen elkaar.
Bloedarmoede bij de bloedzuigers. Zijn we in de winter scherper? Gebrek aan inspiratie is gebrek aan uitlokking. Laten we blij zijn dat iedereen de zon opzoekt. Laat iedereen zich maar vergapen aan het lonkend vlees. Levert weer mooie verhalen op. Voorlopig hebben we hier het rijk alleen. Het wordt overzichtelijker. Het walgelijk bezitterige. Kutkatten. Kutkind.
Ik bied haar een kamer aan. In mijn huis. Niet om haar te helpen. Om mezelf beter te voelen.
Ik zoek de rust van het poolcafé op. Lege tafels. Een lege bar. Rust. De zon schijnt. Terrassen lopen vol. Ik loop naar binnen. Ik bied Holloog naast me wat te drinken aan. Ik wacht op wat gaat komen. Ik wacht op wat er nog meer naar binnen komt. Komt Niet. Kwam.
Nooit achter een boot aanzwemmen. Het café induiken en wachten op de volgende afvaart. Vanwaar die haast? Ik drink te snel.
Eentje linksaf, de andere twee rechtsaf. Is dit in scène gezet? Ze pakt mijn hand. Of ik pakte de hare. Wat is het verschil? Het maakt niet uit. Niet meer. Ze trilt. Van spanning. Zo lang heeft ze hier op gewacht. Eindelijk. Genieten van momenten zei je toch? Hier is je moment. Haar moment is daar.
Vier uur thuis. Vier uur slaap. Vier uur werken. Twee gebakken vissen en date één. Nog vier uur werken. Fiets pakken en ik zit er alweer.
"Je bent vroeg."
Misschien vind ik jou ook wel leuk. Zonder te vragen zet ze de eerste neer. Na de tweede begin ik te praten. Na de derde haal ik date twee op. Na de vierde word ik rustig. Na de vijfde ben ik te laat voor mijn volgende afspraak. Na de zesde bel ik date drie op. Na de zevende ben ik een lul. Na de achtste loop ik Vertigo binnen en bestel nummer negen en tien. Wie had het over eten? Na het dozijn vol te hebben gemaakt fietsen we terug naar het poolcafé. Ik ben eindelijk wakker. Tapas dan maar. Ik kijk naar het universiteitsgebouw aan de overkant en ik schiet vierentwintig uur terug in de tijd. Zij schiet vijf jaar terug in de tijd.
"Stel."
"..."
"Wil jij de vader worden?"
De bruidegom komt langs. Op zoek naar een slaapplaats. Sorry knul. Ik slaap ergens anders.
Lange incubatietijd. Ik heb veel bedenktijd nodig. Teveel. De tegenpartij haakt af. De tegenpartij houdt niet van twijfelaars. Van besluitlozen. Je ziet het verkeerd. Ik heb al lang besloten. Ik denk slechts over mijn besluit na. De keuze ligt al vast. Lag al vast. De uitkomst staat bij voorbaat vast. Ik heb je verteld dat ik rekenaar ben.
"Alles kut?"
Was het maar zo. De zon is lekker maar het moet niet te lang duren. Straks ga ik er nog in geloven ook. Ik zoen Potje achter de bar. Ik ken haar. Ik ga alleen naar cafés waar ik het personeel ken. Die naaien me niet. Bij anderen weet je het maar nooit.
Niet hier en daar een bui. Nee. Dat niet. Af en toe laat de zon zich zien. Beter. De zon in de gedaante van anderhalve meter passie. Niet te vaak. Dan word je immuun.
De eerste keer is niet de beste keer. Mensen verwarren spanning met kwaliteit. Een goede plaat geeft ook pas na talloze draaiuren zijn geheimen prijs. Ik wil talloze draaiuren met je doorbrengen. Draaibeurten. Ik blijf om je heen draaien. Van alle kanten ga ik je bekijken. Bewaar je geheimen. Bewaar je orgasmes. Voor later. Anders verlies ik mijn interesse. Mijn aandacht. Meer wijn, meer aandacht. En maak de wc even schoon. Gewoon. Beetje normen en waarden, kleintje.
Hij is niet thuis. Of we meegaan. Gaan jullie maar, ik kijk wel. Het kutkind zegt hetzelfde. Ze kijkt ook liever. Een klaarkomende vrouw is mooi.
Ik ben allergisch voor katten. Toch aai ik haar. Ik wil bij Teiltje in het mandje. "Neuken?" Ik ben wel eens subtieler geweest.
Zelf initiatief nemen werkt niet. Heeft nooit gewerkt. Zal niet werken. Kom daarom maar naar mij toe. Dat werk. Dat werkt. Ze kwam. Ze komt klaar. Ik steek een sigaret op. "Mag ik er ook één?" Ik geef haar mijn sigaret en sla mijn armen om haar heen.
Het wordt tijd mijn eigen woorden te lezen. Het geschreven woord. Zwart op wit. Te lezen en te begrijpen. Mezelf te zien. De spiegel. Was het echt zo erg? Ik zie alleen de littekens. Ik heb anderen nodig om de rest te zien. Om mij de rest te laten zien.
Ze stoot haar wijn om. Zenuwachtig? Ik stop met bier en stap over op de wijn. Zoent lekkerder. We zijn met z’n drieën. Wie zoent er straks met wie? Wie slaapt er bij wie? Of zullen we gewoon niet gaan slapen. We kunnen kijken. Naar elkaar. Ik sport niet. Ik spot.
Ik krijg de smaak te pakken. Afspreken is leuk. Hangt natuurlijk wel van het gezelschap af. Ik moet het anders formuleren. De afspraken zijn leuk want het gezelschap is goed.
Ze wordt hees. Vaag dronken meisje. Lief meisje. Leuk meisje. Ze doet een poging het café schoon te maken. Ik doe een poging in haar bed te belanden. Twee uur later. Ik ben in de berm beland. Ik schop de fiets van me af. Controleer mijn knieën. Dronken mensen breken nooit wat. Laat staan het ijs.
Het ijs is gesmolten.
Subscribe to:
Posts (Atom)