Er is altijd iets dat wél goed gaat. Alleen zie je dat niet, zoals je een gezond lichaam ook niet voelt.
De mens die slechts ziet wat fout gaat is een chagrijn, de mens die alleen het goede ziet is een dwaas. Daartussenin bevindt zich de massa: Het kan vriezen, het kan dooien, na regen komt zonneschijn en een dag niet gelachen is een dag niet geleefd, dat soort mensen. Ja hoor, ik lach me dood.
Ik wilde mezelf doodlopen. Voordat het doel was bereikt deden mijn knieën het niet meer. Dat schoot niet op. Ik ging twee dagen op de bank liggen, beide benen uitgestrekt op een verzameling kussens. Ik legde zakjes gevuld met ijs op de brandhaard en kreeg hoofdpijn. Na een week zonder noemenswaardige vooruitgang ging ik naar de huisarts.
"Ik krijg hoofdpijn van mijn bank," zei ik.
Twee dagen televisie kijken, dat leek me wel wat. Het nuttige met het aangename verenigen zie je hooguit in de prostitutie terug. Ik zette de televisie aan. Er was geen beeld. Aangenaam, zei ik zojuist. Het apparaat staat er drie jaar ongebruikt te zijn. Het is dat ik hem uit de doos heb gehaald, anders zou je niet kunnen zien dat het een televisie is. Nu dus ook niet.
Vanwege de pijn had ik geen eetlust. En twee dagen op je rug liggen leidt niet tot honger. Ik at dus niet. Dat kwam goed uit. Als je eet moet je naar het toilet en op het toilet zitten met deze knieën behoorde niet tot de dingen die je ooit moet hebben gedaan voordat je doodgaat. Doodgaan door uithongering duurt maanden. Ik had tijd genoeg. Geen horloge, maar tijd genoeg.
Ik zette de televisie uit en weer aan. Nog steeds geen beeld. Het zit niet mee. Wel geluid, maar geen beeld. Ik bekeek de stapel kussens op de bank. Wel benen maar niet lopen, wel kopen maar niet kijken. Mijn leven is een omgebouwde Thaise, een klont slagroom zonder taart. Het is misselijkmakend.
"Laat maar zien," zei de huisarts.
Ik liet de knieën zien. Maar er was niets te zien. Ze werden gebogen, ineengedrukt, naar binnen en naar buiten gedraaid. Ik gaf geen kick it, de knie- en kruisbanden gaven geen krimp.
"Neem maar een paracetamol als het pijn doet."
Ik mocht naar de fysiotherapeut, dat dan weer wel. Weer iemand voor in mijn adressenboekje. De fysiotherapeut las de aanbevelingsbrief van de huisarts.
"Zo, probleempjes met de televisie?" vroeg de fysiotherapeut.
"Wel benen, geen beeld," zei ik.
Ik deed mijn broek uit. Ik had mijn knieën extra goed gewassen. Voor een date wast de gemiddelde vrouw haar geslachtsdeel twee maal. Na de eerste keer wassen moet ze naar het toilet. Ik lap de ramen altijd twee maal. Eerst binnen, daarna buiten. Ook al zijn de ramen niet smerig, je lapt ze toch. Het is een kwestie van gevoel, ook al zie je het verschil niet.
Een alternatief is televisiekijken via de computer. Maar dat is geen televisiekijken, dat is computeren. Zo is een fysiotherapeut een therapeut en geen arts. Mijn gegevens verdwenen in een Macbook zoals mijn loopvermogen in drijfzand. De kleine zelfstandige gaat mee met zijn tijd, de kantoorslaaf vergeet hoe de wereld eruit ziet.
"Rusten. Veel rusten. En blijven bewegen."
Rusten en bewegen. Haal daar het goede maar uit.
25 April 2013
22 April 2013
There will be blood
De Duitse gaat terug naar Duitsland. Niet dat ik me illusies maakte, maar je kunt niemand verbieden te dromen.
Dromen moeten worden gevoed.
Bij vraag 3, waar ik alle andere keren 'nee' had gezegd, zei ik 'ja'. Ik kreeg het warm. De Duitse warmde mee maar herpakte zich. Ze is professioneel. Ze vroeg hoeveel.
"Ik heb vrienden die het ook doen," zei de Duitse.
"Ik heb geen vrienden."
Voor oprechte interesse ben ik aangewezen op het ziekenhuiswezen.
Er stonden vijf buisjes klaar. Ze prikte de naald in mijn arm, mijn hand rustte op een handdoek op haar schoot. Samen keken we hoe de buisjes rood kleurden.
Dromen moeten worden gevoed.
Bij vraag 3, waar ik alle andere keren 'nee' had gezegd, zei ik 'ja'. Ik kreeg het warm. De Duitse warmde mee maar herpakte zich. Ze is professioneel. Ze vroeg hoeveel.
"Ik heb vrienden die het ook doen," zei de Duitse.
"Ik heb geen vrienden."
Voor oprechte interesse ben ik aangewezen op het ziekenhuiswezen.
Er stonden vijf buisjes klaar. Ze prikte de naald in mijn arm, mijn hand rustte op een handdoek op haar schoot. Samen keken we hoe de buisjes rood kleurden.
05 April 2013
Taiyou (4)
Winnie zegt: “Ik heb veel vrijgezelle vriendinnen.”
Ze eet friet. Op vrijdag is er friet. Op andere dagen niet.
“Maar ze zijn niet echt … .”
Ze wacht, zoekt het juiste woord.
“… aantrekkelijk.”
Twee uitgeknepen zakjes mayonaise liggen naast het bord.
“Geen Winnies,” concludeer ik.
Ze pakt een zakje mayonaise, ziet dat het leeg is, legt het terug, pakt het
andere zakje mayonaise en legt ook dat onverrichter zake terug.
“Uiterlijk is toch belangrijk,” zegt ze.
“De eerste keer wel.”
Daarom houd ik niet van daten. Het ligt er te dik bovenop. Geen spontaniteit
maar een sollicitatie.
“Eigenlijk zou je elkaar gewoon moeten ontmoeten, op een verjaardag of zo.”
Ze kijkt naar mijn gemillimeterde haar.
Aantrekkelijker word ik er niet op.
04 April 2013
23 March 2013
Deur
Zaterdag ging ik naar de officiële opening van een winkel. De opening was om twee uur ’s middags. Ik was er om kwart over twee. Meestal is de opening later dan gepland.
Nu niet.
Het was er zo druk dat ik buiten moest staan. Met een gevoelstemperatuur van min 14 is dat geen pretje. Ik besloot in beweging te blijven en liep een rondje door de buurt, later zou het vast rustiger zijn. Zodoende kwam ik langs een sigarettenwinkel. Ik ging naar binnen en kocht sigaretten.
Hoeveel aanwijzingen heb je nodig om te concluderen dat je een buitenstaander bent?
Mijn eerste sigaret rookte ik ook bij min 14. Het legeronderdeel waarbij ik mijn dienstplicht vervulde was op oefening in Duitsland, midden in de winter. Daar ontstond de associatie tussen koude en sigaretten.
Blijkbaar heb ik het al tweeëntwintig jaar koud - min één jaar dan.
Toen ik terugkwam bij de winkel kon de deur open, er waren wat mensen weggegaan. Deur is een ander woord voor winkelopening.
Ik hoor niet bij de doelgroep van de winkel maar wel van de eigenaar. Je moet weten wat je rol is. Isolement is leuk als iedereen achter je aan zit. Maar er zit al jaren niemand achter me aan, daarom moet ik wel naar buiten - en nu naar binnen.
In de winkel waren veel kinderen, sommigen met ouders en anderen zonder. De kinderen die zonder ouders waren gekomen hebben ouders die ooit hier zijn gekomen omdat wij zelf te lui zijn om schoon te maken.
Het middel is erger dan de kwaal. Want wie ruimt de rotzooi in casu hun nageslacht op?
Ik wilde direct weer weggaan - je mag geen kinderen slaan - maar ik zag een opening. En daar deed ik het tenslotte voor.
Even later voerde ik een gesprek. De aanleiding voor het gesprek berustte op een misverstand. Veel levenswendingen berusten op misverstanden. De mens is echter te trots om dat toe te geven.
Nog later deed ik samen met een paar knee-high boots de afwas. Huiselijk is mijn rol. Zo moet het zijn. En zó moeten ze zijn.
Knee-high boots had thuis een vaatwasser. Bij de afwas leer je elkaar kennen.
Uiteindelijk ging ik als laatste weg. Zonder opening, maar met een bosje bloemen. Lekker huiselijk. Later dan gepland, maar toch.
17 March 2013
14 March 2013
17 February 2013
Taiyou
Van Floor moet ik wandelen dus daarom ging ik wandelen. Het was een mooie zondag om te wandelen. De zon scheen, er was een aangename luchtvochtigheid en niet veel wind.
Meer mensen verkozen de luchtvochtigheid boven verwinterde zondagmiddagseks. Er zaten mensen buiten, voor hun huis of op het balkon. Mensen werkten in de tuin. Auto’s werden gewassen. Er werd gefietst, veel gefietst. En gewandeld, zoals gezegd. Door mij, maar ook door veel anderen. Ik ben zelden op een origineel idee betrapt.
Ongeacht welke keuze we hadden gemaakt - tuin, balkon, auto, fiets - we hadden één ding gemeen: we lieten ons humeur kietelen door de voorjaarszon. We hadden de deur geopend, de muffe woonkamer verlaten en waren naar buiten gegaan.
Sommige mensen droegen een muts en handschoenen, anderen waren gekleed in een sportieve trui of jas. De overgang van jaargetijden zorgt voor een contrastrijk beeld. Er ligt nog ijs op de sloten terwijl kinderen voetballen in T-shirts met korte mouwen op een aangrenzend stukje gras. Met grasveldjes moet je uitkijken. Je kunt er de hond uitlaten.
Van Floor moet ik eigenlijk in het bos wandelen maar in het bos is geen contrast. Door de bos bomen het niet meer zien, zeg maar.
Daarom wandelde ik door de straten van het oude dorp. Langs kleine maar statige huisjes, maar ook langs misplaatste moderniteiten. Langs lamlendige landhuizen, langs restaurants die voorjaarsomzet lieten lopen. Langs het stadhuis en het zwembad. Langs de kade en langs de bosrand. Langs de snelweg, langs een illegale vuilstortplaats. Daar bleef ik staan.
Een bonus op deze zonovergoten middag. Dankzij Floor is de locatie gevonden.
Be aware, be very aware.
Fleur vind ik een leukere naam. Een vriendinnetje dat Fleur heet, dat zou leuk zijn. Een vriendinnetje, dat zou leuk zijn. Samen met een vriendinnetje wandelen is leuker dan in de tuin werken of de auto wassen. Ik bezit geen auto en ik heb geen tuin. Het zal met elkaar te maken hebben.
Na de toevalstreffer liep ik verder, de polder in. Er zitten nog geen pollen in de lucht, anders had ik het niet gedaan. Pollen in het voorjaar zijn het ergst, want levenslustig en vers. Even besmettelijk als buikloop bij kleuters, even verraderlijk als hun puberende zus.
Over het spoor en een spoorwegovergang de polder uit, via een tuincentrum en een bouwmarkt de bewoonde wereld weer in. De randstedelijke villawijk, daarachter de moderne maar monotone huizenrij, de goedkope grijze flatgebouwen en de late jaren zestig bouw. Toen stond ik in het winkelcentrum.
Over contrast gesproken.
In het winkelcentrum waren de winkels open. Het was koopzondag maar er werd niet veel gekocht. Kopen doe je niet bij een glimlachende voorjaarszon.
Tegenwoordig is elke zondag koopzondag. Niet meer één keer per maand, of alleen met de feestdagen. Alles moet meer en de omzet wordt minder. Het speciale is eraf, zoals bij iemand die je elke week ziet. Hoe houd je het spannend? Ik keek naar boven. De zon zal de rest van de maand niet meer schijnen.
Bij de ingang van de snackbar stond een groepje pubers. Ik bestelde een bakje friet. Wandelen maakt hongerig, onzekere jeugd hoerig. Ik eet zelden friet, daarom blijft het speciaal.
Terwijl ik mijn friet at zag ik buiten een bekende Nederlander staan. Maar ik wist niet wie het was. Zo bekend was hij toch weer niet. Misschien moet hij vaker naar buiten gaan.
Meer mensen verkozen de luchtvochtigheid boven verwinterde zondagmiddagseks. Er zaten mensen buiten, voor hun huis of op het balkon. Mensen werkten in de tuin. Auto’s werden gewassen. Er werd gefietst, veel gefietst. En gewandeld, zoals gezegd. Door mij, maar ook door veel anderen. Ik ben zelden op een origineel idee betrapt.
Ongeacht welke keuze we hadden gemaakt - tuin, balkon, auto, fiets - we hadden één ding gemeen: we lieten ons humeur kietelen door de voorjaarszon. We hadden de deur geopend, de muffe woonkamer verlaten en waren naar buiten gegaan.
Sommige mensen droegen een muts en handschoenen, anderen waren gekleed in een sportieve trui of jas. De overgang van jaargetijden zorgt voor een contrastrijk beeld. Er ligt nog ijs op de sloten terwijl kinderen voetballen in T-shirts met korte mouwen op een aangrenzend stukje gras. Met grasveldjes moet je uitkijken. Je kunt er de hond uitlaten.
Van Floor moet ik eigenlijk in het bos wandelen maar in het bos is geen contrast. Door de bos bomen het niet meer zien, zeg maar.
Daarom wandelde ik door de straten van het oude dorp. Langs kleine maar statige huisjes, maar ook langs misplaatste moderniteiten. Langs lamlendige landhuizen, langs restaurants die voorjaarsomzet lieten lopen. Langs het stadhuis en het zwembad. Langs de kade en langs de bosrand. Langs de snelweg, langs een illegale vuilstortplaats. Daar bleef ik staan.
Een bonus op deze zonovergoten middag. Dankzij Floor is de locatie gevonden.
Be aware, be very aware.
Fleur vind ik een leukere naam. Een vriendinnetje dat Fleur heet, dat zou leuk zijn. Een vriendinnetje, dat zou leuk zijn. Samen met een vriendinnetje wandelen is leuker dan in de tuin werken of de auto wassen. Ik bezit geen auto en ik heb geen tuin. Het zal met elkaar te maken hebben.
Na de toevalstreffer liep ik verder, de polder in. Er zitten nog geen pollen in de lucht, anders had ik het niet gedaan. Pollen in het voorjaar zijn het ergst, want levenslustig en vers. Even besmettelijk als buikloop bij kleuters, even verraderlijk als hun puberende zus.
Over het spoor en een spoorwegovergang de polder uit, via een tuincentrum en een bouwmarkt de bewoonde wereld weer in. De randstedelijke villawijk, daarachter de moderne maar monotone huizenrij, de goedkope grijze flatgebouwen en de late jaren zestig bouw. Toen stond ik in het winkelcentrum.
Over contrast gesproken.
In het winkelcentrum waren de winkels open. Het was koopzondag maar er werd niet veel gekocht. Kopen doe je niet bij een glimlachende voorjaarszon.
Tegenwoordig is elke zondag koopzondag. Niet meer één keer per maand, of alleen met de feestdagen. Alles moet meer en de omzet wordt minder. Het speciale is eraf, zoals bij iemand die je elke week ziet. Hoe houd je het spannend? Ik keek naar boven. De zon zal de rest van de maand niet meer schijnen.
Bij de ingang van de snackbar stond een groepje pubers. Ik bestelde een bakje friet. Wandelen maakt hongerig, onzekere jeugd hoerig. Ik eet zelden friet, daarom blijft het speciaal.
Terwijl ik mijn friet at zag ik buiten een bekende Nederlander staan. Maar ik wist niet wie het was. Zo bekend was hij toch weer niet. Misschien moet hij vaker naar buiten gaan.
25 January 2013
Je bent zelf een cliffhanger
In het dagelijkse leven, als we werk daaronder verstaan, ben ik dus een aantal verdiepingen verplaatst. Dit even voor het overzicht. Overzicht is belangrijk, want dan weet je waar je staat. Zonder overzicht zou je kunnen verdwalen, door de bos bomen het niet meer zien zitten en in een ravijn storten. Dat is het allemaal niet waard.
Een collega die twintig verdiepingen en drie salarisschalen hoger zit, plaatste op facebook een foto van het uitzicht vanaf zijn werkplek. Je zag de Watergraafsmeer, Amsterdam-Oost, Zeeburg en Diemen. Wel zo overzichtelijk, maar ik heb het niet zo op hoge salarisschalen. Na jaren ploeteren heb je het eindelijk gemaakt, je hebt een plaats bovenin de toren. Je komt op je werk en je start facebook op. Dan ben je niet vierkant geslaagd maar ronduit mislukt.
Er schijnen vrouwen te zijn die het lekker vinden, zo’n hoge man. Ze trouwen op haar verzoek na gemeenschap in goederen.
De collega en ik hebben weinig contact. Maar zoals gezegd hebben we facebook. Op facebook onderhoud je contact met mensen waarmee je geen contact hebt.
Het is een mooie toren, dat mag ook gezegd, maar wel hoog. Erg hoog. Ik heb het niet zo op hoge torens, niet meer. Vroeger wel, maar nu niet meer. Ik krijg al last van hoogtevrees als ik naar filmpjes kijk van grote hoogtes, laat staan dat ik in werkelijkheid mijn sluitspier onder controle houd.
Youtube staat vol met filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Waaghalzen beklimmen bouwkranen en televisietorens, ze lopen langs bergrichels of kruipen zonder touwen langs een stuwdam omhoog. Vroeger steeg ik ook tot grote hoogte, maar dat was vroeger. Het verschil tussen de kindertijd en de volwassenheid is dat kinderen geen vroeger hebben.
Janine schijnt bij het klimmen haar nieuwe vriend te hebben ontmoet. Klimmen is een manier om je vertrouwen in de mensen terug te krijgen, bijvoorbeeld nadat je bent bedrogen, mishandeld of gewoon voor slet bent uitgemaakt. Terwijl je klimt ben je gezekerd en iemand die beneden staat is je zekering. Daarop moet je vertrouwen en na het klimmen ben je dan genezen. Janine zit ook op facebook maar ik heb geen contact met Janine.
Om mezelf te laten lijden kijk ik naar de filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Tintelingen doortrekken mijn benen, mijn buik trekt samen en ik wil wegkijken. Maar ik kijk niet weg, ik kijk recht vooruit. Zelfs veilig achter het bureau, met beide voeten op de grond, begint het in mijn hoofd te draaien en het voelt alsof ik geen benen meer heb. Ik vind het onbegrijpelijk maar tegelijkertijd ook fascinerend. Plaatjes kijken, meer is het niet, en dan zo'n reactie kunnen oproepen. Solistische sadomasochistische spelletjes voor als vrouwen en kaarsen niet voorradig zijn.
Je verwacht dat hoogtevrees verdwijnt naarmate je ouder wordt, of op haar minst afzwakt. Je kweekt tenslotte eelt en je verwerft een hoger beleggings- en incasseringsvermogen. Jammer, maar helaas. In de praktijk verhevigen de angsten naarmate de leeftijd vordert. Het afstompen en afvlakken, de clichématige en gevoelsmatige ontwikkeling van de tekortkomingen, het is allemaal juist precies anders.
Hoogtevrees is geen ziekte, het is een begoocheling, je gaat er dan ook niet mee naar de dokter. Begoocheling is niet erg, driekwart van de wereld gelooft in geesten en loopt verdwaasd in het rond. Zo zei ik bijvoorbeeld tegen Janine dat ze een slet was. Ze twijfelde tussen schreeuwen en slaan. Toen heb ik maar een knoop voor haar doorgehakt. Er is bij hoogtevrees maar één echt probleem.
Als je de top eenmaal hebt bereikt, dan is er maar één weg over.
Een collega die twintig verdiepingen en drie salarisschalen hoger zit, plaatste op facebook een foto van het uitzicht vanaf zijn werkplek. Je zag de Watergraafsmeer, Amsterdam-Oost, Zeeburg en Diemen. Wel zo overzichtelijk, maar ik heb het niet zo op hoge salarisschalen. Na jaren ploeteren heb je het eindelijk gemaakt, je hebt een plaats bovenin de toren. Je komt op je werk en je start facebook op. Dan ben je niet vierkant geslaagd maar ronduit mislukt.
Er schijnen vrouwen te zijn die het lekker vinden, zo’n hoge man. Ze trouwen op haar verzoek na gemeenschap in goederen.
De collega en ik hebben weinig contact. Maar zoals gezegd hebben we facebook. Op facebook onderhoud je contact met mensen waarmee je geen contact hebt.
Het is een mooie toren, dat mag ook gezegd, maar wel hoog. Erg hoog. Ik heb het niet zo op hoge torens, niet meer. Vroeger wel, maar nu niet meer. Ik krijg al last van hoogtevrees als ik naar filmpjes kijk van grote hoogtes, laat staan dat ik in werkelijkheid mijn sluitspier onder controle houd.
Youtube staat vol met filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Waaghalzen beklimmen bouwkranen en televisietorens, ze lopen langs bergrichels of kruipen zonder touwen langs een stuwdam omhoog. Vroeger steeg ik ook tot grote hoogte, maar dat was vroeger. Het verschil tussen de kindertijd en de volwassenheid is dat kinderen geen vroeger hebben.
Janine schijnt bij het klimmen haar nieuwe vriend te hebben ontmoet. Klimmen is een manier om je vertrouwen in de mensen terug te krijgen, bijvoorbeeld nadat je bent bedrogen, mishandeld of gewoon voor slet bent uitgemaakt. Terwijl je klimt ben je gezekerd en iemand die beneden staat is je zekering. Daarop moet je vertrouwen en na het klimmen ben je dan genezen. Janine zit ook op facebook maar ik heb geen contact met Janine.
Om mezelf te laten lijden kijk ik naar de filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Tintelingen doortrekken mijn benen, mijn buik trekt samen en ik wil wegkijken. Maar ik kijk niet weg, ik kijk recht vooruit. Zelfs veilig achter het bureau, met beide voeten op de grond, begint het in mijn hoofd te draaien en het voelt alsof ik geen benen meer heb. Ik vind het onbegrijpelijk maar tegelijkertijd ook fascinerend. Plaatjes kijken, meer is het niet, en dan zo'n reactie kunnen oproepen. Solistische sadomasochistische spelletjes voor als vrouwen en kaarsen niet voorradig zijn.
Je verwacht dat hoogtevrees verdwijnt naarmate je ouder wordt, of op haar minst afzwakt. Je kweekt tenslotte eelt en je verwerft een hoger beleggings- en incasseringsvermogen. Jammer, maar helaas. In de praktijk verhevigen de angsten naarmate de leeftijd vordert. Het afstompen en afvlakken, de clichématige en gevoelsmatige ontwikkeling van de tekortkomingen, het is allemaal juist precies anders.
Hoogtevrees is geen ziekte, het is een begoocheling, je gaat er dan ook niet mee naar de dokter. Begoocheling is niet erg, driekwart van de wereld gelooft in geesten en loopt verdwaasd in het rond. Zo zei ik bijvoorbeeld tegen Janine dat ze een slet was. Ze twijfelde tussen schreeuwen en slaan. Toen heb ik maar een knoop voor haar doorgehakt. Er is bij hoogtevrees maar één echt probleem.
Als je de top eenmaal hebt bereikt, dan is er maar één weg over.
16 January 2013
Mollusken
Het is de derde week van het jaar en ik vraag me af wat ik zal gaan doen. De eerste weken was ik nuttig, maar in het rapportageproces zijn we op een niveau beland dat echte mannen het werk moeten doen. Op de wc ben ik een echte man, maar daarop houdt het verder. Aan de lichaamstaal van de ingehuurde externen lees ik af dat zij hetzelfde denken – dat zij zich afvragen wat ik zal gaan doen. Laat ik maar een log schrijven, Kerst is ook alweer een tijdje voorbij.
Twee weken overwerken, de zaterdagen erbij. Zo begint de werkzame mens het nieuwe jaar. Het jaarwerk vloeit en de afdeling stroomt - over. De afdeling mist deadlines, aansluiting en lunches. Ik mis begeleiding, instructies en kennis. De afdeling werkt onverminderd voort, ik werk onvermeerderd mee. Teamgeest is ook maar een geest.
Toen we afgelopen zaterdag overwerkten ging ik naar het damestoilet. Een man een man, een woord een woord. De beveiliging zat beneden, ik zat met de hindoe boven, de rest van de overwerkers was naar huis. “Maak het niet te laat,” zei de leiding bij het weggaan, “maandag weer een dag.” Zondag is blijkbaar geen dag.
Buiten was het al weer donker, wat niet zo gek is in deze tijd van het jaar. Het zou pas raar zijn geweest als er rood licht naar binnen had geschenen, of als het toilet schoon was geweest. Damestoiletten zijn smeriger dan je op het eerste gehoor zou verwachten. Dat van die deplorabele staat bedenk ik niet zelf, ik heb het eerder gezien.
De hindoe deed intelligent, ik keek vriendelijk mee. Van meekijken kun je een hoop leren. Na verloop van tijd doe je gewoon precies hetzelfde als wat je hebt gezien. Half Nederland kijkt naar domme televisie en gedraagt zich net zo idioot als de mensen dat in de domme televisieprogramma’s doen.
Vroeger, toen ik nog haar en buikspieren had, werkte ik in kroegen waar het gebruikelijk was dat je zelf de wc’s schoonmaakte. Het schoonmaken van het damestoilet was meer werk dan het schoonmaken van de bar. Na een paar keer diep ademhalen de brandspuit erop, dat was de enige methode. En als de dames weg waren nog een keer.
Het is algemeen bekend dat vrouwen samen naar het toilet toe gaan. Ze kletsen even bij, doen hun ditje en hun datje en kunnen verder met het leven. Op het toilet bespreken ze zaken die de omgeving niet mag horen, worden oneffenheden weggewerkt die het daglicht niet mag zien. Het waarom van de rotzooi die ze achterlaten is evolutionair.
Als je geheimzinnige dingen doet, moet je de sporen wissen. Het gevaar van geheimzinnigheid is dat het vroeg of laat gaat lekken - verbaal of vaginaal. Een vrouw laat sporen na als een naaktslak op een zomerse dag.
Het is de derde week van het jaar en ik vraag me af wat ik zal gaan doen. Vrouwen komen al pratend met elkaar tot een oplossing, een man bedenkt dat zelf. Als je praat kun je niet schieten. Het moment voordat je de trekker overhaalt moet je je adem inhouden. Laat een klein beetje lucht los, stop met uitademen, wacht drie seconden en haal de trekker over. Blaas dan de resterende lucht uit.
Twee weken overwerken, de zaterdagen erbij. Zo begint de werkzame mens het nieuwe jaar. Het jaarwerk vloeit en de afdeling stroomt - over. De afdeling mist deadlines, aansluiting en lunches. Ik mis begeleiding, instructies en kennis. De afdeling werkt onverminderd voort, ik werk onvermeerderd mee. Teamgeest is ook maar een geest.
Toen we afgelopen zaterdag overwerkten ging ik naar het damestoilet. Een man een man, een woord een woord. De beveiliging zat beneden, ik zat met de hindoe boven, de rest van de overwerkers was naar huis. “Maak het niet te laat,” zei de leiding bij het weggaan, “maandag weer een dag.” Zondag is blijkbaar geen dag.
Buiten was het al weer donker, wat niet zo gek is in deze tijd van het jaar. Het zou pas raar zijn geweest als er rood licht naar binnen had geschenen, of als het toilet schoon was geweest. Damestoiletten zijn smeriger dan je op het eerste gehoor zou verwachten. Dat van die deplorabele staat bedenk ik niet zelf, ik heb het eerder gezien.
De hindoe deed intelligent, ik keek vriendelijk mee. Van meekijken kun je een hoop leren. Na verloop van tijd doe je gewoon precies hetzelfde als wat je hebt gezien. Half Nederland kijkt naar domme televisie en gedraagt zich net zo idioot als de mensen dat in de domme televisieprogramma’s doen.
Vroeger, toen ik nog haar en buikspieren had, werkte ik in kroegen waar het gebruikelijk was dat je zelf de wc’s schoonmaakte. Het schoonmaken van het damestoilet was meer werk dan het schoonmaken van de bar. Na een paar keer diep ademhalen de brandspuit erop, dat was de enige methode. En als de dames weg waren nog een keer.
Het is algemeen bekend dat vrouwen samen naar het toilet toe gaan. Ze kletsen even bij, doen hun ditje en hun datje en kunnen verder met het leven. Op het toilet bespreken ze zaken die de omgeving niet mag horen, worden oneffenheden weggewerkt die het daglicht niet mag zien. Het waarom van de rotzooi die ze achterlaten is evolutionair.
Als je geheimzinnige dingen doet, moet je de sporen wissen. Het gevaar van geheimzinnigheid is dat het vroeg of laat gaat lekken - verbaal of vaginaal. Een vrouw laat sporen na als een naaktslak op een zomerse dag.
Het is de derde week van het jaar en ik vraag me af wat ik zal gaan doen. Vrouwen komen al pratend met elkaar tot een oplossing, een man bedenkt dat zelf. Als je praat kun je niet schieten. Het moment voordat je de trekker overhaalt moet je je adem inhouden. Laat een klein beetje lucht los, stop met uitademen, wacht drie seconden en haal de trekker over. Blaas dan de resterende lucht uit.
Subscribe to:
Posts (Atom)