Waarom ik niet meer langskom? Om te beginnen word ik al depressief als ik de trein instap. En dat ligt niet aan de trein maar dat ligt aan waar de trein naar toe gaat. Hoe dichterbij ik kom, hoe benauwder ik het krijg. Nee, dat is niet overdreven, ik krijg bijna geen adem. Als ik denk aan dat claustrofobisch gat, dan stik ik.
Ik wil het gezeur niet meer, het gejank, het gezeik, ik ben het allemaal zat.
Ik wil niet weten wat voor weer het is, ik wil niet weten wat er op televisie was. Ik wil niet horen wat er in de krant staat, ik lees zelf een krant. Ik wil niet weten wat de buurvrouw zei, of wat de andere buurvrouw zei, of wat de leuke huismeester zei. De huismeester is toch aardig? O, de huismeester is nu niet meer aardig?
Ik wil niet weten hoe het is met die en hoe het is met die. Ik wil niet horen wat er mankeert aan die en wat er mankeert aan die. Aan iedereen mankeert iets, behalve aan jullie. Kijk verdomme naar jezelf. En hou op met alles twee keer te vertellen, ik ben niet doof. En hou op met alles twee keer te vertellen, ik ben niet doof.
Ik wil niet weten wat die tante zei. Ik wil niet weten welke nicht gescheiden is, welke neef hertrouwd is, welke oom er dood is. Ja, ik ben in één nichtje geïnteresseerd, maar die houdt dan weer niet van rokers. Ja, ik rook weer. Als een ketter. Ik heb wat in te halen.
Ik wil de verhalen niet meer. Ik wil het drama niet meer. De ene aandoening nog erger dan de andere. Ik wil niet weten wat de huisarts zei, ik wil niet weten wat zijn assistente zei. Ik wil niet weten wat ze in het ziekenhuis zeiden. Ik wil niet weten wat de man die jullie naar het ziekenhuis bracht, zei. O, hij zei juist niets?
En mijn oude vrienden dan? Waarom beginnen jullie daar over? Wat er is met mijn oude vrienden? Ik heb geen idee wat er met ze is. Ik heb er niets meer mee. Ik heb ze niets meer te vertellen zoals ik jullie niets meer heb te vertellen en zij hebben mij niets meer te vertellen zoals jullie mij niets meer te vertellen hebben. Ik ben niet meer geïnteresseerd in hun levens, hun koophuizen, hun tuinen, hun auto’s, hun kinderen.
Jullie hebben contact met mijn vrienden? Wat leuk voor jullie. Wel zo handig, jullie wonen tenslotte allemaal in hetzelfde gat. Ik ben niet geïnteresseerd in het wekelijks hoogtepunt van het verenigingsleven. Een vereniging is leuk voor de mensen die lid zijn van de vereniging, daarom zitten ze ook bij de vereniging. Een vereniging is niet leuk voor mensen die geen lid zijn van de vereniging, want dat is precies de reden dat ze geen lid zijn geworden van de vereniging.
Ik werd de afgelopen jaren nog wel uitgenodigd voor hun verjaardagen, voor de zomerbarbecue, maar als je maar lang genoeg je gezicht niet laat zien dan houdt ook dat vanzelf op.
Vroeger nam ik altijd een slaapzak mee en duurden de barbecues tot de volgende ochtend. De kinderen werden alweer wakker terwijl wij nog buiten zaten. En opeens was dat over. Opeens zat ik in de laatste trein naar Amsterdam. En het jaar daarna zat ik vier treinen daarvoor. En het jaar daarna bleef ik thuis.
Er is geen vriendschap meer. Er is alleen maar verveling. Mateloze verveling. En mezelf vervelen, dat doe ik wel als ik alleen ben.
Beleefdheidsbezoekjes en beleefdheidstelefoontjes. Ik wil het niet meer. Ik kan het niet meer. Het zijn geen telefoontjes en bezoekjes uit interesse, nee, het is een verplichting. Bellen en bezoeken omdat dat zo hoort. Omdat iedereen dat doet. Omdat we zo zijn opgevoed. En ik denk dat jullie dáár een fout hebben gemaakt. Je belt en je bezoekt. Maar waarom? Waarom doen omdat het moet? Waar is de gezelligheid? Waar is de warmte? Waar is de liefde? Was dit ooit thuis?
Contact is een gevoelloze, routineuze handeling waarvan ik hoop dat het zo snel mogelijk voorbij is.
Ik wil jullie eenzaamheid niet zien. Ik wil jullie aftakeling niet zien. Ik weet wat mijn voorland is, dat is namelijk precies hetzelfde. Mijn hersens zullen afsterven, mijn botten zullen ontkalken, mijn lichaam zal kromtrekken. Maar dat betekent niet dat ik daar nú al mee geconfronteerd wens te worden. Ook ik zal aftakelen, eenzaam, zonder geliefde, zonder getuige. Maar ik val er niemand mee lastig. Ik heb de berg en de kloof al uitgezocht, niemand zal me vinden. Ik val, and that’s all.
Wij zijn geen familie meer. Er is alleen maar irritatie. Grenzeloze irritatie.
Ik heb een tip voor jullie. Doe alsof ik dood ben. Het werkt. Echt.
Ik spreek uit ervaring.
Showing posts with label other. Show all posts
Showing posts with label other. Show all posts
07 January 2011
29 March 2009
Lost & found
Het doucheputje is verstopt. ’s Nachts wil ik het bed niet in. Mijn linker grote teen is ontstoken. De digitale ontvanger functioneert niet. Er komt etter uit mijn linker oor. De wasmachine verschuift tijdens het centrifugeren. De voorband van mijn fiets is lek. De belastingdienst onderschat mijn zuinigheid. De woningbouwvereniging verhoogt de huur met anderhalf jaar terugwerkende kracht. Bernadette doet klef met een collega. Er is geen antwoord.
Er zit een kuil in het matras. De pan is van de steel gebroken. Na drie dagen is Expo08 nog niet binnen. Crocodile is Spaans ondertiteld. Nassira draagt killing boots. De metro is op tijd. Het regent niet. Sab wordt 18. Er zit een scheur in mijn jas. Atchara loopt op Adidas. Over drie dagen examen. De stofzuigerzak is vol. Het wasmiddel is op. De vuilnisbak stinkt. De spijkerbroeken zijn gekrompen. Onder mijn anus zit een bult. Ik vraag hoe oud ze is, het bloed kruipt in haar wangen.
Nee, ik ga niet naar Werchter. Mijn oma was aan het eind van haar leven blind en doof. Weer haal ik sluitingstijd niet. De stoeprand ligt midden in de weg. Nee, ik heb niet gevochten. Eén op schoot en één in mijn nek. Ik word jaloers. De gordijnen stinken. Ik ben te laat begonnen met studeren. Jenni wil thee drinken. Ja, ik heb de column geschreven. Ik drink thee, Jenni drinkt warme chocomelk. Nee, ik ga naar huis.
Nee, ik heb geen klusjesman nodig. En nee, ik heb jou ook niet nodig. De beste jaren liggen achter me, maar welke is dan het best? Dag carrièrekut, hallo instinct. De zomervakantie duurde vroeger zes weken lang. Er is één nieuw bericht. Geen nieuws is geen nieuws. Natuurlijk komt er geen antwoord.
Wat moet ik in Thailand? Ik houd niet van kinderen. Ik ga niet naar Sri Lanka. Ik spreek geen Spaans. Ik herken het telefoonnummer niet. Ik beluister de berichten niet. Eén bericht is geen bericht. Debby gaat nooit meer terug, zegt ze. Zes weken wachten met een reply is te lang. Het moet allemaal snel en het moet allemaal gisteren. Wat doe je morgen dan?
’s Morgens wil ik het bed niet uit. Ik heb koorts. Ik heb spierpijn. Ik meld me ziek. Ik ben te laat begonnen met leven. Ik stel geen vragen. Ik kan niet meer schrijven. Ik maak ruzie. Ik verbreek banden. Ik eet twee mandarijnen. Ik verschoon het bed. Ik verwissel de vuilniszak. Ik ga naar Rotterdam. Ik load down. Ik heb het doucheputje gevonden.
Er zit een kuil in het matras. De pan is van de steel gebroken. Na drie dagen is Expo08 nog niet binnen. Crocodile is Spaans ondertiteld. Nassira draagt killing boots. De metro is op tijd. Het regent niet. Sab wordt 18. Er zit een scheur in mijn jas. Atchara loopt op Adidas. Over drie dagen examen. De stofzuigerzak is vol. Het wasmiddel is op. De vuilnisbak stinkt. De spijkerbroeken zijn gekrompen. Onder mijn anus zit een bult. Ik vraag hoe oud ze is, het bloed kruipt in haar wangen.
Nee, ik ga niet naar Werchter. Mijn oma was aan het eind van haar leven blind en doof. Weer haal ik sluitingstijd niet. De stoeprand ligt midden in de weg. Nee, ik heb niet gevochten. Eén op schoot en één in mijn nek. Ik word jaloers. De gordijnen stinken. Ik ben te laat begonnen met studeren. Jenni wil thee drinken. Ja, ik heb de column geschreven. Ik drink thee, Jenni drinkt warme chocomelk. Nee, ik ga naar huis.
Nee, ik heb geen klusjesman nodig. En nee, ik heb jou ook niet nodig. De beste jaren liggen achter me, maar welke is dan het best? Dag carrièrekut, hallo instinct. De zomervakantie duurde vroeger zes weken lang. Er is één nieuw bericht. Geen nieuws is geen nieuws. Natuurlijk komt er geen antwoord.
Wat moet ik in Thailand? Ik houd niet van kinderen. Ik ga niet naar Sri Lanka. Ik spreek geen Spaans. Ik herken het telefoonnummer niet. Ik beluister de berichten niet. Eén bericht is geen bericht. Debby gaat nooit meer terug, zegt ze. Zes weken wachten met een reply is te lang. Het moet allemaal snel en het moet allemaal gisteren. Wat doe je morgen dan?
’s Morgens wil ik het bed niet uit. Ik heb koorts. Ik heb spierpijn. Ik meld me ziek. Ik ben te laat begonnen met leven. Ik stel geen vragen. Ik kan niet meer schrijven. Ik maak ruzie. Ik verbreek banden. Ik eet twee mandarijnen. Ik verschoon het bed. Ik verwissel de vuilniszak. Ik ga naar Rotterdam. Ik load down. Ik heb het doucheputje gevonden.
15 January 2009
Dooi
"Als Marlies haar tas had gegeven, had ze zo weg kunnen lopen," aldus Ryan P., de moordenaar van Marlies van der Kouwe. In het Wilde Westen, vroeger, heette dat gewoon "je geld of je leven."
Je kunt ook gaan werken voor je geld. Minister Donner waarschuwt voor het eerst sinds de kredietcrisis voor massaontslagen. Kredietcrisis blijkt een woord te zijn geweest waar in 2008 alle andere problemen achter werden verscholen. Politiek is niets meer dan heel hard schreeuwen vanuit de onderbuik of gekleurd zwijgen in alle talen.
Metallica is opgenomen in the Hall of Fame. Fame is niet in geld uit te drukken, met geld koop je geen aandacht, met geld koop je verachting. De documentary over de totstandkoming van hun voorlaatste album, St. Anger uit 2004, is de laatste film die ik buitenshuis zag waarvan ik me nog iets kan herinneren.
De laatste alcohol die ik nuttigde was een glas Macallan in een Koreaans restaurant, nu ruim een maand geleden. Whisky drink je op speciale momenten. We eindigden die nacht in de soos. Vorige week was ik weer in de soos. We dronken thee en er werd niet gerookt. Whisky rijpt, liefde roest.
De vloer die vorig jaar werd verwijderd, ligt er nog even braak bij. Noch de asbest, noch de kanker krijgen me te pakken. Een jongere, vrouwelijke collega ging twee dagen naar het ziekenhuis. Ze kwam met een borst minder terug.
Afgelopen week heb ik gestudeerd. Tussen het downloaden door maakte ik oude examens. Tussen de oude examens door maakte ik het huis schoon, deed de was, wilde dood en verwijderde mijn baard. Scheren vergt concentratie, concentratie is nodig om examens te kunnen maken.
Vanavond deed ik mijn negende examen op rij. Ik ben binnen.
Je kunt ook gaan werken voor je geld. Minister Donner waarschuwt voor het eerst sinds de kredietcrisis voor massaontslagen. Kredietcrisis blijkt een woord te zijn geweest waar in 2008 alle andere problemen achter werden verscholen. Politiek is niets meer dan heel hard schreeuwen vanuit de onderbuik of gekleurd zwijgen in alle talen.
Metallica is opgenomen in the Hall of Fame. Fame is niet in geld uit te drukken, met geld koop je geen aandacht, met geld koop je verachting. De documentary over de totstandkoming van hun voorlaatste album, St. Anger uit 2004, is de laatste film die ik buitenshuis zag waarvan ik me nog iets kan herinneren.
De laatste alcohol die ik nuttigde was een glas Macallan in een Koreaans restaurant, nu ruim een maand geleden. Whisky drink je op speciale momenten. We eindigden die nacht in de soos. Vorige week was ik weer in de soos. We dronken thee en er werd niet gerookt. Whisky rijpt, liefde roest.
De vloer die vorig jaar werd verwijderd, ligt er nog even braak bij. Noch de asbest, noch de kanker krijgen me te pakken. Een jongere, vrouwelijke collega ging twee dagen naar het ziekenhuis. Ze kwam met een borst minder terug.
Afgelopen week heb ik gestudeerd. Tussen het downloaden door maakte ik oude examens. Tussen de oude examens door maakte ik het huis schoon, deed de was, wilde dood en verwijderde mijn baard. Scheren vergt concentratie, concentratie is nodig om examens te kunnen maken.
Vanavond deed ik mijn negende examen op rij. Ik ben binnen.
30 November 2008
Wishing well
You should wear it all the time. It has to become a part of you, inextricable bound with you. Then you know what it feels like. So watch your stomach, you know what happens when people quit smoking. They gain weight. Ban the need for replacements, substitutes are just cheap tricks.
Be careful, be patient, and control yourself.
Get a hold onto yourself, this is what you wanted, don’t disappoint me. Don’t hesitate and don’t crawl back. Even afterwards, when it gives you discomfort and you may feel unease. That’s the most important part, right at that moment. Then you can show what you’re made of. Even unease finally becomes ease, the unease slips away when you stop thinking about it. It’s hard to stop thinking about it when it’s with you all the time, when you feel it all the time. But wasn’t that what you’ve asked for?
People wish for things and when their wishes come true they wish they didn’t. That’s how you’re educated to be humble. Even because your humility you should be thankful because you can and are allowed to do this. Aren’t you happy now?
Touch it, feel it, live with it.
If you’re really uncomfortable or, possibly, suffering, just lie down on the couch and have a cigarette. Control your breath and then count up from one to fifty. Think a gift to reward yourself. Think of a gift connected with it. This is just the start, think of a gift to support it, to accompany it with, to make it perfect. Because that’s our goal, to make it perfect.
And when you’ve reached the point that you’ve stopped thinking, than it has become a part of you. Just as you imagined, just how you thought it would be, just what you’ve been dreaming of.
Than you can find yourself another dream. Be careful what you wish for.
Be careful, be patient, and control yourself.
Get a hold onto yourself, this is what you wanted, don’t disappoint me. Don’t hesitate and don’t crawl back. Even afterwards, when it gives you discomfort and you may feel unease. That’s the most important part, right at that moment. Then you can show what you’re made of. Even unease finally becomes ease, the unease slips away when you stop thinking about it. It’s hard to stop thinking about it when it’s with you all the time, when you feel it all the time. But wasn’t that what you’ve asked for?
People wish for things and when their wishes come true they wish they didn’t. That’s how you’re educated to be humble. Even because your humility you should be thankful because you can and are allowed to do this. Aren’t you happy now?
Touch it, feel it, live with it.
If you’re really uncomfortable or, possibly, suffering, just lie down on the couch and have a cigarette. Control your breath and then count up from one to fifty. Think a gift to reward yourself. Think of a gift connected with it. This is just the start, think of a gift to support it, to accompany it with, to make it perfect. Because that’s our goal, to make it perfect.
And when you’ve reached the point that you’ve stopped thinking, than it has become a part of you. Just as you imagined, just how you thought it would be, just what you’ve been dreaming of.
Than you can find yourself another dream. Be careful what you wish for.
01 November 2008
Face up
Sometimes you have to take decisions.
Sometimes things don’t work out. Sometimes you have gone to far. Don’t come up with cheap apologies, don’t give me that shit. Face it.
Why do we have to live, regulated by the expectations of others? If the others are happy, you are happy. That’s what dogs are for. Lower your expectations, don’t be so hard on yourself.
Sometimes you’ve got to look in the mirror and face yourself.
What’s that face trying to tell you? Is it trying to tell you something? Probably you don’t like what you see but at least you can be proud of yourself for being decisive.
Feels good, doesn't it?
Sometimes things don’t work out. Sometimes you have gone to far. Don’t come up with cheap apologies, don’t give me that shit. Face it.
Why do we have to live, regulated by the expectations of others? If the others are happy, you are happy. That’s what dogs are for. Lower your expectations, don’t be so hard on yourself.
Sometimes you’ve got to look in the mirror and face yourself.
What’s that face trying to tell you? Is it trying to tell you something? Probably you don’t like what you see but at least you can be proud of yourself for being decisive.
Feels good, doesn't it?
09 March 2008
Yasmine
Op de televisie zag ik een programma over de werkomstandigheden in een Chinese jeansfabriek. De camera volgde een vijftienjarig meisje dat als tweede meisje in een boerengezin naar de stad werd gestuurd om geld voor de familie te verdienen. Haar ouders hadden liever, zoals alle Chinese boerenlandgezinnen, een jongetje gehad. Ik heb liever een Chinees meisje.
Ze overleefde het regime, een regime waar Westerse meiden het nog geen dag volhouden, door een dagboek bij te houden en haar fantasie op de vrije loop te laten. Ze had de zorg op zich genomen van een vis en ze sprak tegen het beestje. Dat hij maar blij moest zijn dat hij de hele dag lekker kon zwemmen en eten en slapen. Het beestje zwom rond in een klein glazen bakje op het tafeltje naast haar bed, het fysieke bed dat afgesloten door een kleed in het zaaltje met twaalf bedden meteen haar woonkamer, studeerkamer en slaapkamer, haar hele leven was.
Alle fabriekswerkers woonden intern, voor het eten en de huur werd een deel van het salaris ingehouden. Ze had vriendschap gesloten met een ander meisje. Soms, als ze ’s avonds niet moesten overwerken, het onbetaalde overwerken dat meer regel dan uitzondering was, gingen ze samen naar de avondmarkt. Dan liepen ze hand in hand langs de kraampjes. In een uitbundige bui lieten ze zich fotograferen in traditionele Chinese kledij. Haar eerste loon werd niet uitbetaald onder het mom van borg, al was het inhouden van het geld meer een waarborg dat ze niet zou weglopen uit de fabriek. Ze had daarom geen geld om de trein naar huis te nemen en nieuwjaar bij haar ouders te vieren. In het verlaten zaaltje met bedden tekende ze op in haar dagboek: "Papa bakt plakkerige rijstkoekjes en oom zal natuurlijk dronken worden. Mama heeft weer een nieuwe jurk voor me gemaakt, een jurk die ik niet aan kan trekken."
De documentaire eindigde abrupt, ook was er stevig in de film gesneden. In de aftiteling liet de regisseur optekenen dat de filmploeg meerdere keren was opgepakt door de Chinese autoriteiten en dat ze filmmateriaal hadden moeten afstaan. Ik weet niet hoe het met haar is afgelopen.
’s Nachts kwam ik moeilijk in slaap. Ik zag haar leven voor me en ik zag in welke luxe wij ons hier wentelen. Ik zag een prachtig Chinees meisje. Ik zag mijn eigen luxeproblemen. ’s Morgens zag ik het nog.
Ze overleefde het regime, een regime waar Westerse meiden het nog geen dag volhouden, door een dagboek bij te houden en haar fantasie op de vrije loop te laten. Ze had de zorg op zich genomen van een vis en ze sprak tegen het beestje. Dat hij maar blij moest zijn dat hij de hele dag lekker kon zwemmen en eten en slapen. Het beestje zwom rond in een klein glazen bakje op het tafeltje naast haar bed, het fysieke bed dat afgesloten door een kleed in het zaaltje met twaalf bedden meteen haar woonkamer, studeerkamer en slaapkamer, haar hele leven was.
Alle fabriekswerkers woonden intern, voor het eten en de huur werd een deel van het salaris ingehouden. Ze had vriendschap gesloten met een ander meisje. Soms, als ze ’s avonds niet moesten overwerken, het onbetaalde overwerken dat meer regel dan uitzondering was, gingen ze samen naar de avondmarkt. Dan liepen ze hand in hand langs de kraampjes. In een uitbundige bui lieten ze zich fotograferen in traditionele Chinese kledij. Haar eerste loon werd niet uitbetaald onder het mom van borg, al was het inhouden van het geld meer een waarborg dat ze niet zou weglopen uit de fabriek. Ze had daarom geen geld om de trein naar huis te nemen en nieuwjaar bij haar ouders te vieren. In het verlaten zaaltje met bedden tekende ze op in haar dagboek: "Papa bakt plakkerige rijstkoekjes en oom zal natuurlijk dronken worden. Mama heeft weer een nieuwe jurk voor me gemaakt, een jurk die ik niet aan kan trekken."
De documentaire eindigde abrupt, ook was er stevig in de film gesneden. In de aftiteling liet de regisseur optekenen dat de filmploeg meerdere keren was opgepakt door de Chinese autoriteiten en dat ze filmmateriaal hadden moeten afstaan. Ik weet niet hoe het met haar is afgelopen.
’s Nachts kwam ik moeilijk in slaap. Ik zag haar leven voor me en ik zag in welke luxe wij ons hier wentelen. Ik zag een prachtig Chinees meisje. Ik zag mijn eigen luxeproblemen. ’s Morgens zag ik het nog.
28 August 2007
Eénakter
Vanochtend moest ik naar de dokter. De dokter begroette me. Ik kom er niet vaak dus ik stelde mezelf voor. Toen vroeg de dokter wat ik er kwam doen.
Daarna moest ik naar de apotheek. De apotheker begroette me. Ik kom er niet vaak dus ik stelde mezelf voor. Toen vroeg de apotheker wat ik er kwam doen.
Daarna moest ik naar mijn werk. De receptioniste begroette me. Ik kom er elke dag dus ik stelde mezelf niet voor. Niemand vroeg me wat ik er kwam doen.
Toen vroeg ik mezelf af wat ik er kwam doen.
Daarna moest ik naar de apotheek. De apotheker begroette me. Ik kom er niet vaak dus ik stelde mezelf voor. Toen vroeg de apotheker wat ik er kwam doen.
Daarna moest ik naar mijn werk. De receptioniste begroette me. Ik kom er elke dag dus ik stelde mezelf niet voor. Niemand vroeg me wat ik er kwam doen.
Toen vroeg ik mezelf af wat ik er kwam doen.
08 May 2007
Photograf
Vlijmscherpe woorden.
Ach ja, waar zijn ze gebleven?
Vrienden, waar zijn ze gebleven?
Drinkerbroeders, waar zijn ze gebleven?
Katers, waar zijn
ze gebleven?
Emoties, waar zijn ze gebleven?
Zweepslagen,
waar zijn ze gebleven?
Nachtvlinders, waar zijn ze
gebleven?
Geilheid, waar ben je gebleven?
Overbodigheid,
waar ben je gebleven?
Gewapend beton, schreef ik ooit.
Jij. Waar ben jij gebleven?
11 April 2005
Poppenkast
Eén van de hoogtepunten toen ik nog op een ander adres logde. Redelijk uit zijn verband getrokken door het hier te plaatsen. Toch onlosmakelijk behorend bij het logverleden en een dierbare herinnering. De bewustwording van en confrontatie met het publiek had, achteraf gezien, een positief effect op mijn paranoia en dus negatief effect op de kwaliteit. Veel van wat ik daarna publiceerde keert hier daarom niet terug.
Vragen. Vragen naar. Mailen? MSN-en? Telefoonnummers. Afspreken? Daten? Vermoeiend, een log bijhouden.
Complimenten zijn leuk maar de belangstelling naar de logger komt meer voort uit nieuwsgierigheid door het intrigerende van de persoon Semtex, het fysiek, dan uit gemeende interesse naar de mens achter het log.
"Semtex date nooit."
Oh nee? Selectie aan de poort. Om aan al het gevraag een eind te maken stem ik in met het verzoek. Spreek je wel eens af? Ja. Voor het eerst ga ik afspreken met iemand die ik slechts virtueel ken. Iqqz, Seco en Stella kende ik al voor het loggen dus die tellen niet mee. Ik kom uit de kast en mail Poppetje. Ze mag me face to face interviewen. Dus lezers. Spreekt Sem weleens af? Ja. Bij deze.
Pop gaat akkoord. Logisch, zij deed de eerste aanzet. Ik maak slechts van de gelegenheid gebruik meer vragen te beantwoorden. Vragen van mijn publiek, niet van het hare. Die demonisering moet eraf. Een ongrijpbaar figuur blijven houd ik toch niet vol. Afspreken. Niet met de mailbox. Met een meid met ballen. Ik stel een thuiswedstrijd in Amsterdam voor. Zaterdagmiddag, na mijn katerslaap van vrijdagnacht. Mijn favoriete humeurmoment. Pop vindt het goed. Ik mail Pop: zaterdag a.s. Schreierstoren 16:00 uur. Schuin tegenover het C.S. Kan niet missen. Daar even kennismaken en dan via de Zeedijk naar de Nieuwmarkt. Afhankelijk van type en stemming zal ik dan een café uitkiezen.
Weblogland is een raar land. Stoppen. Doorgaan. Stoppen. Doorgaan onder een andere naam. Naamswijzigingen. Logjes verwijderen. Bekenden naar je log trekken en vervolgens gaan janken dat er bekenden op je log komen en dat je niet meer vrijuit kunt schrijven. Kinderen, jullie doen het allemaal zelf. En begin niet te zeiken over oprechtheid. Opgeilen en bij het afscheid zeggen dat je een vriendje hebt. Dat is vragen om problemen. Ik zal eerlijk zijn. Mijn werkvloer leest ook mee. Het zij zo. Het meeste ontgaat ze toch. Ik mail Seco. Je laatste log ontgaat me. Reply: Zegt de Keizer van de onnavolgbare logs. Zij, zijn, hem, haar. Zoek het maar uit allemaal. Ik was je liefde voor de voorjaarsklassiekers vergeten.
Zonder horloge leven en toch een man van de klok. Klokslag 16:00 uur loop ik naar binnen.
Hoe herken ik je? schreef Pop.
Je herkent me, schreef ik terug.
Zonnige dag. Binnen staat een meisje achter de bar. Twee kleerkasten zitten aan de stamtafel, verder is het leeg. Iedereen zit op het terras aan de zij- en achterkant. Uitzicht op het water. Intuïtief weet ik: die komt te laat. Stereotiepe vrouweneigenschap. Ik ga aan de bar zitten. Bestel een dubbele espresso en een kahlua. Nog even geen zonlicht. Eén sigaret later bestel ik nog een dubbele espresso. Te lang nagezeten vannacht.
"Sem?"
Ik draai me om. Ik heb haar niet binnen zien komen. Daarom moeten er achter een bar spiegels hangen. Zodat je kunt zien wat er achter je rug gebeurt. Ik steek mijn hand uit.
"Hoi Pop."
Geen zoenen. Nog niet. Ze ziet mijn koffie en bestelt thee.
"Ik dacht dat jij zo’n drankorgel was."
Niet op mijn nuchtere maag, doos. De kahlua is slechts voor de suiker.
Weblogland is een raar land. Virtuele incest. Naast het open log een draaiende messenger, ICQ-en, skypen en een mailbox. Reageren in de comments, reageren op de messenger, reageren op de mails. Reageer je maar suf. Reageren bij de één, reageren bij de ander. Eén zin, twee zinnen. Hooguit. Anders kunnen we het niet meer volgen. Het gaat niet om het log. En zo hobbelt iedereen achter elkaar aan. Een communicatiefabriek van de alleen thuiszittenden. Even een avondje sletten. Hop hop hop in galop. En naar voren die puntjes meisjes!
Een gewoon meisje. Er zitten ook gewone meisjes op internet. Mijn log is niet representatief. Mijn mailbox is niet representatief. Ik ben niet representatief. Goede lengte, een kop kleiner dan ik. Hakken. Leuk koppie met haar. Half lang. Meisjesachtig. Geen spetter. Gewoon. Gewoon is leuk genoeg. Gewoon is veilig. Twinkelende ogen. Ze ruikt lekker.
"Jil Sander?"
"Ja!"
Roken beïnvloedt je smaak. Niet je reukvermogen. Geen makeup. Nou ja, geen, subtiel dan. Focus. Een gelakte pinknagel. Die mag ze wel in mijn tepels zetten. Ik zeg dat ik nog even wakker moet worden en vertel mijn planning voor de komende uren. Daarna zien we wel. Ze knijpt haar ogen toe.
Dan schalks: "Daarna zien we inderdaad nog wel."
Een goede 1 april grap, absoluut. De jaloezie druipt uit de comments. Ik flirt een avondje mee. Slijmbal! Later een mailtje. Vriendje jaloers. Ah gut. Knul toch. Jaloers op een adremme brulboei? Ik reaguur neuqen en je wordt jaloers? Op het forum ben ik gestopt toen ik ontdekte dat ik tussen de peuters was beland. Met jullie ben ik ook gestopt. By the way: heb je al mogen kijken? Heb je ze al aan mogen raken? Of trek je jezelf nog steeds af bij een fotootje van haar? Geeft niets hoor, met je plassertje spelen. Doe maar wat je fijn vindt. En goed wassen hoor! Ook onder het randje. Daar komt namelijk dat rare luchtje vandaan.
Ik verstuur een smsje. De kleerkasten staan op en gaan weg. Na de koffie gaan we naar buiten en we lopen naar de Zeedijk. Tien jaar geleden werkte ik hier. Ik vertel wat over de cafés en mijn eigen geschiedenis daarin. Ik werkte hier net na de grote schoonmaak van de Zeedijk. Ondertussen heeft de verloedering alweer toegeslagen. Jammer. We lopen door naar de Nieuwmarkt. Bij de visboer haal ik mijn katerontbijt. Ik vraag Pop of ze ook vis wil. Ze trekt een vies gezicht.
"No thanks."
Whatever. Even later dirigeer ik haar naar binnen en we gaan aan de bar zitten. Pop wijn, ik bier en een jägermeister.
"Ik ben er klaar voor. Brand maar los."
Het interview ga ik hier niet reproduceren. Dat leest U maar bij Pop zelf.
De werkvloer leest mee. Ik zal ze eens wat afleiding bezorgen. Zusje komt langs. Gewoon, even koffie drinken. Ik neem Zusje mee naar mijn afdeling en stel haar voor als mijn vriendin. Zeggen dat ik AIDS heb zou minder indruk hebben gemaakt. Brood en spelen. De monden weer gesnoerd. Ik zet Zusje achter mijn bureau en laat haar mijn dagelijkse werkzaamheden zien.
"Wel saai hoor," fluistert ze.
Ik knik.
"Maar wel goede koffie!"
Ik neem haar mee naar de bovenste verdieping en we kijken uit over de stad. Ze wijst.
"Daar woont mijn moeder. En daar ben ik geboren."
Ik ga achter haar staan en leg mijn armen om haar middel. Ik zoen haar kruin. Wat later loop ik met haar mee naar buiten. Ik weet dat ze staan te kijken. Ik streel haar kontje. Ze speelt mee, schurkt zich tegen me aan en maakt haar mond zoenklaar. Zoenen is lekker.
Pop stelt haar vragen. Ik antwoord naar eer en geweten. Wantrouwen zit in mijn schijf van vijf, snelheid ook. Mijn vertrouwen valt snel te verdienen. Deze girl-next-door naast me aan de bar is oké. En stel dat ik me vergis. Wat dan nog. Ze weet hoe ik eruit zie. Lekker belangrijk. Uiteindelijk wil iedereen met zijn buurmeisje trouwen. Mijn buurjongen laat zijn nieuwste scharrel bij hem intrekken. Flashback. Mex en ik lopen op de galerij. We komen buurjongen en toenmalig vriendinnetje tegen.
"Hé, alles goed?"
"Ja hoor. We hebben besloten uit elkaar te gaan."
"Toevallig zeg. Wij ook."
Lachsalvo’s. We keuvelen als fijne buren.
"Wie houdt het huis?" vraag ik hem.
"Ik."
Ik geef een high five.
"Ik ook!"
De meiden, ex-en ondertussen, lachen.
"Succes met het verhuisgedoe."
"Jullie ook."
‘t Is dat het te vroeg voor bier was.
Weblogland is een raar land. Verliefd op een virtueel figuur. Verliefd op een website. Een weblog. Verliefd op woorden. Ik zuig je naar het beeldscherm en maak je gek. Obsessief log je in. Klik je op de link naar mijn log. Probeer je jezelf te vinden in mijn woorden. Je zoekt jezelf. Je herkent iets, je leeft mee. Je voelt mee. Je lijdt mee. Je verloochent jezelf. Je verliest jezelf. Je verliest je leven.
Het klikt.
"Vreemd voor twee watermannen samen," zegt ze.
Ik denk even na. Toch niet weer zo’n single miepje die aankomt met astrologische kletspraatjes. Makkelijke manier om een opening te maken bij het fastdaten maar hou dat geneuzel voor je als je al vier uur tegenover me zit. Praat over je ex-vriendjes. Wat beviel je, wat beviel je niet. Praat niet over je favoriete vakantieland. Praat over je diepste angsten. Praat over je littekens. Laat me je littekens zien. Dan hebben we dat gehad. Onderaan beginnen. Van onderaf naar boven klimmen. Niet andersom. Het vakantieland bepalen we ’s morgens wanneer we weggaan wel.
"Linksaf of rechtsaf?"
Planning slaat alle spontaniteit dood. Ik zal je littekens strelen. Ik zal je wonden verzorgen. Elke dag. Ik zal je leren ze te accepteren. Ik zal je leren ervan te houden. Waardoor je jezelf zal accepteren. Waardoor je van jezelf zal gaan houden.
Ik besluit Pop mijn café te laten zien. Aan de bar zitten de kleerkasten. Twee spa rood. Breeduit lachend stellen ze zich voor. Loyale gasten.
"Vertrouwde je het niet?" vraagt ze.
"Internet is ziek. Weet ik veel waar die bezoekers vandaan komen en wat ze van plan zijn."
We gaan bij de spiermassa’s zitten en praten over hun vriendinnetjes die zo komen. Pop schuurt met haar been tegen het mijne.
"Sem? Mijn laatste trein enzo…."
Ik maak de zin af.
"Is weg?"
Ze knikt. De kleerkast naast haar tikt met zijn flesje spa tegen haar wijnglas.
"Is rekening mee gehouden. Je komt veilig thuis."
Boomlang zet een nieuw rondje drank neer.
"Wie zegt dat ik naar huis wil?"
Ingehaald door de tijd. Ik verander van koers. Wijziging van strategie is geen zwaktebod. Voor je zwakheden uitkomen maakt je sterk. Dwalen en keren. Poppen en kasten. Ik onderschat U niet. Maakt U het zelf maar af.
Pop is klaar. Ik niet. Nog lang niet.
Vragen. Vragen naar. Mailen? MSN-en? Telefoonnummers. Afspreken? Daten? Vermoeiend, een log bijhouden.
Complimenten zijn leuk maar de belangstelling naar de logger komt meer voort uit nieuwsgierigheid door het intrigerende van de persoon Semtex, het fysiek, dan uit gemeende interesse naar de mens achter het log.
"Semtex date nooit."
Oh nee? Selectie aan de poort. Om aan al het gevraag een eind te maken stem ik in met het verzoek. Spreek je wel eens af? Ja. Voor het eerst ga ik afspreken met iemand die ik slechts virtueel ken. Iqqz, Seco en Stella kende ik al voor het loggen dus die tellen niet mee. Ik kom uit de kast en mail Poppetje. Ze mag me face to face interviewen. Dus lezers. Spreekt Sem weleens af? Ja. Bij deze.
Pop gaat akkoord. Logisch, zij deed de eerste aanzet. Ik maak slechts van de gelegenheid gebruik meer vragen te beantwoorden. Vragen van mijn publiek, niet van het hare. Die demonisering moet eraf. Een ongrijpbaar figuur blijven houd ik toch niet vol. Afspreken. Niet met de mailbox. Met een meid met ballen. Ik stel een thuiswedstrijd in Amsterdam voor. Zaterdagmiddag, na mijn katerslaap van vrijdagnacht. Mijn favoriete humeurmoment. Pop vindt het goed. Ik mail Pop: zaterdag a.s. Schreierstoren 16:00 uur. Schuin tegenover het C.S. Kan niet missen. Daar even kennismaken en dan via de Zeedijk naar de Nieuwmarkt. Afhankelijk van type en stemming zal ik dan een café uitkiezen.
Weblogland is een raar land. Stoppen. Doorgaan. Stoppen. Doorgaan onder een andere naam. Naamswijzigingen. Logjes verwijderen. Bekenden naar je log trekken en vervolgens gaan janken dat er bekenden op je log komen en dat je niet meer vrijuit kunt schrijven. Kinderen, jullie doen het allemaal zelf. En begin niet te zeiken over oprechtheid. Opgeilen en bij het afscheid zeggen dat je een vriendje hebt. Dat is vragen om problemen. Ik zal eerlijk zijn. Mijn werkvloer leest ook mee. Het zij zo. Het meeste ontgaat ze toch. Ik mail Seco. Je laatste log ontgaat me. Reply: Zegt de Keizer van de onnavolgbare logs. Zij, zijn, hem, haar. Zoek het maar uit allemaal. Ik was je liefde voor de voorjaarsklassiekers vergeten.
Zonder horloge leven en toch een man van de klok. Klokslag 16:00 uur loop ik naar binnen.
Hoe herken ik je? schreef Pop.
Je herkent me, schreef ik terug.
Zonnige dag. Binnen staat een meisje achter de bar. Twee kleerkasten zitten aan de stamtafel, verder is het leeg. Iedereen zit op het terras aan de zij- en achterkant. Uitzicht op het water. Intuïtief weet ik: die komt te laat. Stereotiepe vrouweneigenschap. Ik ga aan de bar zitten. Bestel een dubbele espresso en een kahlua. Nog even geen zonlicht. Eén sigaret later bestel ik nog een dubbele espresso. Te lang nagezeten vannacht.
"Sem?"
Ik draai me om. Ik heb haar niet binnen zien komen. Daarom moeten er achter een bar spiegels hangen. Zodat je kunt zien wat er achter je rug gebeurt. Ik steek mijn hand uit.
"Hoi Pop."
Geen zoenen. Nog niet. Ze ziet mijn koffie en bestelt thee.
"Ik dacht dat jij zo’n drankorgel was."
Niet op mijn nuchtere maag, doos. De kahlua is slechts voor de suiker.
Weblogland is een raar land. Virtuele incest. Naast het open log een draaiende messenger, ICQ-en, skypen en een mailbox. Reageren in de comments, reageren op de messenger, reageren op de mails. Reageer je maar suf. Reageren bij de één, reageren bij de ander. Eén zin, twee zinnen. Hooguit. Anders kunnen we het niet meer volgen. Het gaat niet om het log. En zo hobbelt iedereen achter elkaar aan. Een communicatiefabriek van de alleen thuiszittenden. Even een avondje sletten. Hop hop hop in galop. En naar voren die puntjes meisjes!
Een gewoon meisje. Er zitten ook gewone meisjes op internet. Mijn log is niet representatief. Mijn mailbox is niet representatief. Ik ben niet representatief. Goede lengte, een kop kleiner dan ik. Hakken. Leuk koppie met haar. Half lang. Meisjesachtig. Geen spetter. Gewoon. Gewoon is leuk genoeg. Gewoon is veilig. Twinkelende ogen. Ze ruikt lekker.
"Jil Sander?"
"Ja!"
Roken beïnvloedt je smaak. Niet je reukvermogen. Geen makeup. Nou ja, geen, subtiel dan. Focus. Een gelakte pinknagel. Die mag ze wel in mijn tepels zetten. Ik zeg dat ik nog even wakker moet worden en vertel mijn planning voor de komende uren. Daarna zien we wel. Ze knijpt haar ogen toe.
Dan schalks: "Daarna zien we inderdaad nog wel."
Een goede 1 april grap, absoluut. De jaloezie druipt uit de comments. Ik flirt een avondje mee. Slijmbal! Later een mailtje. Vriendje jaloers. Ah gut. Knul toch. Jaloers op een adremme brulboei? Ik reaguur neuqen en je wordt jaloers? Op het forum ben ik gestopt toen ik ontdekte dat ik tussen de peuters was beland. Met jullie ben ik ook gestopt. By the way: heb je al mogen kijken? Heb je ze al aan mogen raken? Of trek je jezelf nog steeds af bij een fotootje van haar? Geeft niets hoor, met je plassertje spelen. Doe maar wat je fijn vindt. En goed wassen hoor! Ook onder het randje. Daar komt namelijk dat rare luchtje vandaan.
Ik verstuur een smsje. De kleerkasten staan op en gaan weg. Na de koffie gaan we naar buiten en we lopen naar de Zeedijk. Tien jaar geleden werkte ik hier. Ik vertel wat over de cafés en mijn eigen geschiedenis daarin. Ik werkte hier net na de grote schoonmaak van de Zeedijk. Ondertussen heeft de verloedering alweer toegeslagen. Jammer. We lopen door naar de Nieuwmarkt. Bij de visboer haal ik mijn katerontbijt. Ik vraag Pop of ze ook vis wil. Ze trekt een vies gezicht.
"No thanks."
Whatever. Even later dirigeer ik haar naar binnen en we gaan aan de bar zitten. Pop wijn, ik bier en een jägermeister.
"Ik ben er klaar voor. Brand maar los."
Het interview ga ik hier niet reproduceren. Dat leest U maar bij Pop zelf.
De werkvloer leest mee. Ik zal ze eens wat afleiding bezorgen. Zusje komt langs. Gewoon, even koffie drinken. Ik neem Zusje mee naar mijn afdeling en stel haar voor als mijn vriendin. Zeggen dat ik AIDS heb zou minder indruk hebben gemaakt. Brood en spelen. De monden weer gesnoerd. Ik zet Zusje achter mijn bureau en laat haar mijn dagelijkse werkzaamheden zien.
"Wel saai hoor," fluistert ze.
Ik knik.
"Maar wel goede koffie!"
Ik neem haar mee naar de bovenste verdieping en we kijken uit over de stad. Ze wijst.
"Daar woont mijn moeder. En daar ben ik geboren."
Ik ga achter haar staan en leg mijn armen om haar middel. Ik zoen haar kruin. Wat later loop ik met haar mee naar buiten. Ik weet dat ze staan te kijken. Ik streel haar kontje. Ze speelt mee, schurkt zich tegen me aan en maakt haar mond zoenklaar. Zoenen is lekker.
Pop stelt haar vragen. Ik antwoord naar eer en geweten. Wantrouwen zit in mijn schijf van vijf, snelheid ook. Mijn vertrouwen valt snel te verdienen. Deze girl-next-door naast me aan de bar is oké. En stel dat ik me vergis. Wat dan nog. Ze weet hoe ik eruit zie. Lekker belangrijk. Uiteindelijk wil iedereen met zijn buurmeisje trouwen. Mijn buurjongen laat zijn nieuwste scharrel bij hem intrekken. Flashback. Mex en ik lopen op de galerij. We komen buurjongen en toenmalig vriendinnetje tegen.
"Hé, alles goed?"
"Ja hoor. We hebben besloten uit elkaar te gaan."
"Toevallig zeg. Wij ook."
Lachsalvo’s. We keuvelen als fijne buren.
"Wie houdt het huis?" vraag ik hem.
"Ik."
Ik geef een high five.
"Ik ook!"
De meiden, ex-en ondertussen, lachen.
"Succes met het verhuisgedoe."
"Jullie ook."
‘t Is dat het te vroeg voor bier was.
Weblogland is een raar land. Verliefd op een virtueel figuur. Verliefd op een website. Een weblog. Verliefd op woorden. Ik zuig je naar het beeldscherm en maak je gek. Obsessief log je in. Klik je op de link naar mijn log. Probeer je jezelf te vinden in mijn woorden. Je zoekt jezelf. Je herkent iets, je leeft mee. Je voelt mee. Je lijdt mee. Je verloochent jezelf. Je verliest jezelf. Je verliest je leven.
Het klikt.
"Vreemd voor twee watermannen samen," zegt ze.
Ik denk even na. Toch niet weer zo’n single miepje die aankomt met astrologische kletspraatjes. Makkelijke manier om een opening te maken bij het fastdaten maar hou dat geneuzel voor je als je al vier uur tegenover me zit. Praat over je ex-vriendjes. Wat beviel je, wat beviel je niet. Praat niet over je favoriete vakantieland. Praat over je diepste angsten. Praat over je littekens. Laat me je littekens zien. Dan hebben we dat gehad. Onderaan beginnen. Van onderaf naar boven klimmen. Niet andersom. Het vakantieland bepalen we ’s morgens wanneer we weggaan wel.
"Linksaf of rechtsaf?"
Planning slaat alle spontaniteit dood. Ik zal je littekens strelen. Ik zal je wonden verzorgen. Elke dag. Ik zal je leren ze te accepteren. Ik zal je leren ervan te houden. Waardoor je jezelf zal accepteren. Waardoor je van jezelf zal gaan houden.
Ik besluit Pop mijn café te laten zien. Aan de bar zitten de kleerkasten. Twee spa rood. Breeduit lachend stellen ze zich voor. Loyale gasten.
"Vertrouwde je het niet?" vraagt ze.
"Internet is ziek. Weet ik veel waar die bezoekers vandaan komen en wat ze van plan zijn."
We gaan bij de spiermassa’s zitten en praten over hun vriendinnetjes die zo komen. Pop schuurt met haar been tegen het mijne.
"Sem? Mijn laatste trein enzo…."
Ik maak de zin af.
"Is weg?"
Ze knikt. De kleerkast naast haar tikt met zijn flesje spa tegen haar wijnglas.
"Is rekening mee gehouden. Je komt veilig thuis."
Boomlang zet een nieuw rondje drank neer.
"Wie zegt dat ik naar huis wil?"
Ingehaald door de tijd. Ik verander van koers. Wijziging van strategie is geen zwaktebod. Voor je zwakheden uitkomen maakt je sterk. Dwalen en keren. Poppen en kasten. Ik onderschat U niet. Maakt U het zelf maar af.
Pop is klaar. Ik niet. Nog lang niet.
Subscribe to:
Comments (Atom)