30 January 2007
Niagara (6)
Natuurlijk is hij grof maar dat is het leven ook. Jammer dat de verkeerde er in stinkt, dat verdient ze niet. Ik mail haar nog wel een keer. Aan de andere kant, haar blonde haren verloochenen zich ook niet. Aardige meid, absoluut. Ik maak het nog wel een keer goed. Het leukst vind ik nog dat publiek dat nooit reageert nu wel van zich laat horen, al blijken de sites waarnaar de namen doorklikken nu ook niet echt uitnodigend en uitdagend genoeg voor een tweede bezoek. Eens te meer blijkt het belang van goed en rustig lezen, er worden teveel en te snel conclusies getrokken. Herlezend is de vertaling snel gemaakt, niet voor niets staat erboven de symboliek genoemd. Another fifhteen minutes of fame, ik heb me doodgelachen vandaag. Ik zat op een andere afdeling om wat externen te begeleiden. Vond ik ze de eerste keer dat ik ze ontmoette nog wel enige intelligentie uitstralen, vandaag is het honderdtachtig graden gedraaid. Wat een domboos. En de hele dag lullen, lullen en lullen. Ga verdomme aan het werk, uitzuigers. Het Chineesje vond ik eerst nog wel leuk, nu stoort haar gehinnik me na een ochtend vragen beantwoorden. Ze loopt wel uit zichzelf naar me toe, dat pleit dan nog in haar voordeel. Moet ze misschien in haar vrije tijd ook eens wat vaker gaan doen, opstaan en stukjes lopen. Waarom hebben de Chineesjes die ik de laatste tijd ontmoet allemaal vetribbels? Het is hier geen America for god’s sake. Ze heeft een met bammetjes gevuld broodtrommeltje bij zich. Oer-Hollands en onbegrijpelijk. Voorlopig houd ik mezelf gedeisd en gaat het spelletje door, kan ik me ondertussen rustig concentreren op volgende week. Want dat er wat gaat gebeuren staat vast, ik weet alleen nog niet wat. Het rooksignaal is afgegeven, slechts de vertaling laat op zich wachten. De journalistieke vier w’s, wie wat waar en waarom moeten nog worden ingevuld. Verder binnenlands nieuws. Ik heb de desktop gewijzigd en er dus een nieuwe obsessie voor in de plaats gekregen, of beter, erbij gekregen want zij blijft mijn hoop op verandering. Niet per se met haar, dat is eigenlijk onmogelijk, wel is ze jong genoeg om me mee te nemen in een stuk van haar leven, als katalysator, als richtingaanwijzer, misschien wel als stuur. Zaak is on speaking terms te blijven, hoewel we na een jaar speachless zo de draad weer op blijken te kunnen pakken. Jammer dat je jezelf niet kunt zien zoals anderen je zien. Wat is mijn unique selling point? In gezelschap vraag je niet om complimenten, complimenten krijg je. Of je vraagt en krijgt te horen wat je nu juist precies niet wilt horen. In de nacht van zondag op maandag ontvang ik er weer één, nu geheel in het Spaans. Ik spreek geen Spaans maar klanken verwoorden ook. Later die week liet ik het lezen en het werd vertaald. Ik had het goed begrepen. Ondertussen dwaal ik toch af naar nieuw blond voer. Ze blijkt ouder dan ik vermoedde, voorbij het pedofiele niveau. Waarom is zo’n meid alleen? Dat zouden ze zich ook van mij af kunnen vragen. Drie katten en een hond, dat is minder, ik ben allergisch voor katten. Nieuw huis, nieuwe baan, tijd om te stoppen met feesten. Iedereen heeft breekpunten, voor onwetenden onbegrijpelijke keerpunten in de levens van anderen, voor henzelf niet meer dan een logische stap in de verdere ontwikkeling. Met wat voor mongool zal ze ooit hebben samengewoond? Waarom is hij vertrokken? Waarom is zij vertrokken kun je ook vragen. Niemand in mijn omgeving begreep het vertrek van mijn bedgenote. Ook niet toen we jaren daarna nog steeds hetzelfde leven leidden, enig verschil waren de twee huizen in tegenstelling tot de het ervoor gehanteerde ene huis. Via een vriend die ik anderhalf jaar geleden voor het laatst sprak en waarmee ik vrijdag in het Patronaat had afgesproken hoorde ik dat ze was gaan samenwonen. Een verhuiskaart kon er niet meer af. Gooide ik zelf vorig jaar de deur dicht, snoeihard overigens, zij heeft de deur nu op slot gedraaid. Poppetje gezien, kastje gesloten.
20 January 2007
Comic sans black
Voeg mij toe als vriend. Op hyves, op lastfm, op de messenger, op de weblogs. Online heb je overal vrienden, netwerken schieten als paddestoelen uit de grond. Ze gedijen goed bij het gebrek aan winter en deze overdaad aan herfst. Het woord vrienden volgt de jaargetijden in betekenisloosheid, niet meer dan het duiden van een tijdperk, verworden tot een geuzenaam uit vroeger tijden.
"Kom je ook, ik verveel me." We zitten er met twaalf aanwezigen. Dat was vroeger wel anders. Huidige onvrede veroorzaakt een bedrieglijk verlangen naar eerder beleefd geluk. Vroeger is niet per se beter, vroeger was anders. Honderd aanwezigen was geen uitzondering, honderd aanwezigen is het technische maximum. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om de stad in te gaan op zoek naar contact, gebonden, om wat voor reden dan ook. Nooit naar vragen, je moet niet teveel willen weten. Kennis heeft soms een averechtse werking, het brengt je slechts verder van het einddoel. Gemeenschappelijke interesse’s? Niet nodig. Laten we ons samen gaan vervelen, dan zijn we niet meer alleen. De verveling is gemeenschappelijkheid genoeg.
De plannen voor mijn verjaardag kan ik even snel afschrijven als dat ik ze bedacht. Verplichte aanwezigheid bij een avondschool staat tapas en wijn in de weg, ik heb mijn sollicitatie eraan opgehangen. Plannen maken, stel jezelf een beloning in het vooruitzicht, een veel gehoord advies van de pseudopsycho’s waarvan ik weet dat ze het beste met me voorhebben. Maakte ik eerder nooit plannen vanwege schimmige verantwoordelijkheden, nu komt het monster van verplichtingen alsnog om de hoek kijken en zet me terug op mijn plaats. Werk heeft het altijd gewonnen van vrienden. Werk heeft het altijd gewonnen van mezelf.
Er ligt een gat waarvan ik niet weet hoe het op te vullen. Het is niet het gemis van de kroeg zelf, kroegen en haar bezoekers zijn inwisselbaar, in de horeca heb je kennissen, geen jaargetijden. Het is het gat van de reuring, er gebeurt iets en je hoeft er zelf niets voor te doen. Het jezelf laten vermaken in plaats van jezelf té vermaken. Het is de reden dat ik het achter een bar zo prettig vond, de beste plaats waar een toeschouwer zich maar kan bevinden. Kijken naar en meeleven met de levens van anderen, de anderen altijd in een roes van alcohol zodat remmingen verdwijnen en ze meer van zichzelf laten zien dan dat ze nuchter zouden doen. En dan ’s nachts, na het werk, aan de stamtafel met een borrel, mezelf realiseren dat mijn leven nog niet zo beperkt is, bevestigd door wat die avond aan mijn geestesoog voorbij is getrokken.
Iedereen houdt de schijn op. Wat laat je zien? Wat willen ze zien? Zorg dat je er leuk uitziet, dan vinden ze je vast wel aardig. Schijn bedriegt. De zwangeren vallen met bakken tegelijk uit de hemel, het vrouwzijn teruggebracht tot haar essentie van ontvangen en uitspugen. Zoeken is zinloos, je loopt ergens tegenaan. Wanneer je bent bijgekomen van de klap vervolg je de weg. Iedereen bedriegt. Maak van de nood een deugd, trek het negatieve naar jezelf toe. Ik schaf mijn verjaardag af, het zal niet meer gevierd worden. Je bent jezelf geen verantwoording schuldig, zorg voor een schoon geweten.
Breng structuur aan, sta op tijd op, nog een fijn advies. Het eerste dat ik doe in mijn weekend is de dag en de nacht omdraaien. Natuurlijk kom ik ook. "Ben je nieuw hier?" Nee, ancien. Terug van de weg kwijt geweest.
Het toeven tussen de twaalf aanwezigen is niet anders. De relatie is daar, het huis is daar, je noemt jezelf gesetteld. Is dit het dan? Ja, dat is het dan. Huisje, boompje, beestje. Man, baan, huis. Niet zeiken en gaan leven. Dit is het. De mens is een ontevreden instituut en altijd op zoek naar meer en beter. Meer is er niet. Beter is er niet. Ja, je kunt mij bellen natuurlijk. Je kunt me toevoegen aan je vrienden.
"Kom je ook, ik verveel me." We zitten er met twaalf aanwezigen. Dat was vroeger wel anders. Huidige onvrede veroorzaakt een bedrieglijk verlangen naar eerder beleefd geluk. Vroeger is niet per se beter, vroeger was anders. Honderd aanwezigen was geen uitzondering, honderd aanwezigen is het technische maximum. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om de stad in te gaan op zoek naar contact, gebonden, om wat voor reden dan ook. Nooit naar vragen, je moet niet teveel willen weten. Kennis heeft soms een averechtse werking, het brengt je slechts verder van het einddoel. Gemeenschappelijke interesse’s? Niet nodig. Laten we ons samen gaan vervelen, dan zijn we niet meer alleen. De verveling is gemeenschappelijkheid genoeg.
De plannen voor mijn verjaardag kan ik even snel afschrijven als dat ik ze bedacht. Verplichte aanwezigheid bij een avondschool staat tapas en wijn in de weg, ik heb mijn sollicitatie eraan opgehangen. Plannen maken, stel jezelf een beloning in het vooruitzicht, een veel gehoord advies van de pseudopsycho’s waarvan ik weet dat ze het beste met me voorhebben. Maakte ik eerder nooit plannen vanwege schimmige verantwoordelijkheden, nu komt het monster van verplichtingen alsnog om de hoek kijken en zet me terug op mijn plaats. Werk heeft het altijd gewonnen van vrienden. Werk heeft het altijd gewonnen van mezelf.
Er ligt een gat waarvan ik niet weet hoe het op te vullen. Het is niet het gemis van de kroeg zelf, kroegen en haar bezoekers zijn inwisselbaar, in de horeca heb je kennissen, geen jaargetijden. Het is het gat van de reuring, er gebeurt iets en je hoeft er zelf niets voor te doen. Het jezelf laten vermaken in plaats van jezelf té vermaken. Het is de reden dat ik het achter een bar zo prettig vond, de beste plaats waar een toeschouwer zich maar kan bevinden. Kijken naar en meeleven met de levens van anderen, de anderen altijd in een roes van alcohol zodat remmingen verdwijnen en ze meer van zichzelf laten zien dan dat ze nuchter zouden doen. En dan ’s nachts, na het werk, aan de stamtafel met een borrel, mezelf realiseren dat mijn leven nog niet zo beperkt is, bevestigd door wat die avond aan mijn geestesoog voorbij is getrokken.
Iedereen houdt de schijn op. Wat laat je zien? Wat willen ze zien? Zorg dat je er leuk uitziet, dan vinden ze je vast wel aardig. Schijn bedriegt. De zwangeren vallen met bakken tegelijk uit de hemel, het vrouwzijn teruggebracht tot haar essentie van ontvangen en uitspugen. Zoeken is zinloos, je loopt ergens tegenaan. Wanneer je bent bijgekomen van de klap vervolg je de weg. Iedereen bedriegt. Maak van de nood een deugd, trek het negatieve naar jezelf toe. Ik schaf mijn verjaardag af, het zal niet meer gevierd worden. Je bent jezelf geen verantwoording schuldig, zorg voor een schoon geweten.
Breng structuur aan, sta op tijd op, nog een fijn advies. Het eerste dat ik doe in mijn weekend is de dag en de nacht omdraaien. Natuurlijk kom ik ook. "Ben je nieuw hier?" Nee, ancien. Terug van de weg kwijt geweest.
Het toeven tussen de twaalf aanwezigen is niet anders. De relatie is daar, het huis is daar, je noemt jezelf gesetteld. Is dit het dan? Ja, dat is het dan. Huisje, boompje, beestje. Man, baan, huis. Niet zeiken en gaan leven. Dit is het. De mens is een ontevreden instituut en altijd op zoek naar meer en beter. Meer is er niet. Beter is er niet. Ja, je kunt mij bellen natuurlijk. Je kunt me toevoegen aan je vrienden.
16 January 2007
Niagara (5)
Wennen, op maandagavond weer onderwijs volgen. Ik had liever de woensdagavond maar democratisch besluit leverde de maandag. Dan ben je er maar van af, zoiets. Het bizarre is dat van de acht newbies die ik twee maanden terug opleidde er hier ook vier zijn komen zitten. Kindjes, zouden jullie niet eerst eens een tijdje gaan werken? Kom maar terug als je een brief zonder spelfouten kunt afleveren, een brief waaruit duidelijk wordt dat je weet waarover je praat. Vooralsnog is jullie enig gepraat het gezeik over het eten in het bedrijfsrestaurant, de tegenwerking bij het vrije dagen opnemen, jullie aanloopschalen en de verplichte overwerkacties. Klote verwende jeugd. Waarom dat zo is? Omdat ik het zeg. Ja, zo zou je het ook kunnen doen en het is niet echt fout maar het is ook niet goed en daarom moet je het doen zoals ik zeg dat het moet. Moeilijk hè, gezag? Zeker nooit een corrigerende tik ontvangen, thuis? Altijd gelijk gekregen zeker, dan waren je ouders tenminste van het gezeik af. Probleem is dat je hier met mij te maken hebt en ik zeik gewoon door. Ja, dat is ook papier maar niet het juiste papier. Ja, dat is een brief maar niet de goede brief. Ja, dat is een excelsheet maar niet het juiste excelsheet. Ja, dat is een berekening maar niet de juiste berekening. Waarom niet? Omdat je niet kunt rekenen. Je kunt knopjes indrukken maar knopjes indrukken op een rekenmachine is geen rekenen. Knopjes indrukken is een mobiele telefoon, knopjes indrukken is multiple choice. Knopjes indrukken is raden, gokken, niet weten. En ik weet. Daarom leidde ik jullie op en ondanks het een week lang uitdragen van één en dezelfde boodschap is er geen moer van blijven hangen. Ja, we hebben internet hier maar dat is om bedrijfsgerelateerde zaken op te zoeken, niet om te kijken hoe laat je trein vanavond vertraging heeft. Ja, we hebben stroom hier maar dat is voor onze apparatuur, niet om je mobiele telefoon op te laden. Kun je trouwens even het geluid van dat voornoemde apparaatje uitzetten? Het lijkt hier wel een gokhal met al dat gepiep. Je komt hier om te werken, niet om te telefoneren. Je moet toch bereikbaar zijn? Waarom? Om te horen dat je moeder er nog zo’n gedrocht net als jij heeft uitgepoept? O, je hebt een vriendin. Het meisje dat nu je broertje ligt te ontmaagden noem jij je vriendin? Of ik altijd zo grof ben? Nee hoor, gewoon, alleen wanneer ik zin heb. Er is een postloper uitgeschopt, misschien kun je daar solliciteren, nee, je hoeft je diploma’s niet te laten zien, je leert er werken, precies wat je uit je schoolboekjes niet hebt geleerd. Je leert er brieven in enveloppen doen. Nee, die gaan er niet vanzelf in. Kijk maar goed, dat kun je zien hoe een brief eruit ziet. Of je een voorschot kunt krijgen? Ja, eindelijk kan ik met ja antwoorden. Ik geef je een voorschot op het niet verlengen van je contract.
10 January 2007
Niagara (4)
Zondagnacht sms. Wat doet die therapeut met haar? ’s Avonds de nieuwjaarsborrel. Vier uur ’s middags is ook ’s avonds. De eerste vliegt naar binnen, de tweede ook. Bij de derde wordt er tegen me gesproken. Bij de vierde volgen de nieuwjaarszoenen. Het is acht januari en ik besluit oud en nieuw te gaan vieren. Mijn computer staat nog aan. Zaterdag de 26e blijkt vrijdag de 26e te zijn en dat geeft problemen. Dan gaan we toch met ons tweeën? Ja, dat zouden we kunnen doen. Just like the ol’ days. Met twee man geeft minder problemen. Directiesecretaresse één ruilt met directiesecretaresse twee. Ik heb met mindere goden gesprekken gevoerd. De jongen van het geluid ken ik ook, met nummer twee daal ik af naar de kelder om illegaal te gaan roken. Ze heeft een zoontje van vier jaar oud en drinkt rode wijn. Nog eentje dan. Ze draagt een om onbegrijpelijke reden modieuze driekwart broek. Met laarzen, dat dan weer wel. Ik selecteer ze erop. De om wel begrijpelijke redenen lesbische keek me verrast aan toen ik het zei. Welke dan? Dat kon ik niet uitleggen, je moet erbij zijn. Van Japan schuif ik door naar de voormalige Sovjet-Unie. Meisjes met een vrouwenblik, krachtig, op een andere manier ongenaakbaar dan de Oosterse schonen. Meer armoede, minder eten, pezige lichamen. Geleefde, verweerde koppen. Bij de Jappen zie je nooit of ze dichter bij de twintig of bij de veertig zitten. In de kroeg zat ik er hooguit twee jaar naast. Het meisje van de catering draagt een zwart pak. Ze is mooi. Ik raak haar aan en zeg wat ik denk. Open communicatie. Ze kleurt. Hoe heet je? Geen leuke naam, een naam die meisjes op chatboxen aannemen, je kunt er leuke woordspelingen mee maken. Zou ze een computer hebben? Leidinggevend kijkt me misprijzend aan. Dat doe je toch niet? Waarom niet? In het rookhok staat vier keer een ton per jaar. Dat is exclusief auto en chauffeur. De twee kutjes erbij ken ik. Ze kijken me betrapt aan. Ik kijk ze weg en blijf over met vier ton exclusief. Ik neem de lege glazen mee terug naar de bar. Weer die misprijzende blik. Ik krijg de drang zijn bezoek aan de tandarts te vervroegen. Gered door vriendje van. Ik vraag hoe het met háár is. Hij is nog niet eerder zo gelukkig geweest. Dat is mooi en we proosten. Met de laatste ronde glazen lopen we naar onze werkplek om onze jassen op te halen. Ik laat ze mijn website zien en zet de computer uit. Surrogaat werkt met Doof. Daar gaan we weer. Wanneer ik overstap op de Jack Daniels komt er spuug mee bij mijn bestelling. De begeleider ontbreekt en ik ga in de fout. Ik ben nu dronken, laten we een keer nuchter afspreken. Dat vindt ze goed. Ik mail je morgen. Nee, ik mail jou wel. De volgende dag is niet goed. Ik heb niet gemaild. Weer eentje met een trauma erbij. Ik voel geen schaamte meer. Is dit de oplossing afstand te creëren? Ik begrijp niet wat ze ooit in me hebben gezien. Waarschijnlijk vragen zij dat zichzelf nu ook af. We gaan als laatste weg. Alweer. Alleen de hoek van de bar waar wij staan moet nog worden schoongemaakt, Surrogaat is al bezig met de kassa. Ladderzat. Leuk meisje voor je. Bij de Burger King drinken we koffie. Nee, teveel vlees, te weinig pijn. Hoeveel krijg je van me? Vooroordelen stijgen met de dronkenschap, grenzen vervagen omgekeerd evenredig. Laat maar zitten.
04 January 2007
Niagara (3)
De eerste drank van het jaar. Dronken mensen zijn ook mensen. Ik wacht van half zeven tot zeven, om half zeven hadden we afgesproken. De barkeeper herkent me. Zeven uur is drie jäger verder. Ik ben al dronken wanneer ze binnenkomt. Gelukkig nieuwjaar en bla. Aan de bar staat een alcoholica die hetzelfde drinkt als ik. Glimt de vitrinekast al? Ik ben mijn 06 vergeten mee te nemen, ik had haast vanochtend. Ik heb mijn baard eraf gehaald, geschoren word ik serieuzer genomen. Zij, die mij ooit inwerkten, vertel ik nu het slechte nieuws. Ergens heb ik iets goed gedaan, maar wat weet ik niet. Niet getrouwd, dat waarschijnlijk. Geen hypotheek, geen kruipend ongedierte. Moeder van een tweeling komt naar de hoek van de bar. We zoenen. Een zinloos gesprek volgt. "Ze komt vanwege jou." Omdat ik vrij ben, of omdat ik leuk ben? "Ze vindt je leuk." Ik haar niet. Nog twee bier. En een jäger. En voor jou ook. Hij zet er drie neer. Ik gooi er twee naar binnen. Het is 2007.
01 January 2007
Niagara (2)
Op oudejaarsdag heb ik uitgeslapen tot vier uur ’s middags. Kill Bill 1 & 2 lagen klaar voor de avond. Ik wil geen jaaroverzichten zien. Van te lang slapen kun je hoofdpijn krijgen. Bij de ochtendkoffie at ik twee appelflappen, ik had geen oliebollen. Om vijf uur ging de telefoon en ik nam op wat ik anders nooit doe. Ze ging naar een feest in Hoofddorp en haar opa was dood. We zouden elkaar volgend jaar wel weerzien. Het terugbrengen van de dvd’s heeft geen haast. Gister zou ik de dvd-speler aansluiten maar toen besloot ik dat vandaag maar te doen. Om zes uur heb ik eieren met spek gemaakt. Tijdens het bakken stak ik mijn hand op naar de dochter van de buurman die langsliep. Mijn vader heb ik nu zes jaar niet gesproken. Na het ontbijten belde ik met tegenzin mijn moeder. Gedurende de hele avond hoorde ik het geluid van sirene’s. Op het moment van jaarwisseling stond ik mijn afwas te doen. Het gasfornuis glimt nu weer. Ik zette Slayer op en draaide net zo lang aan de volumeknop totdat ik het geluid van het vuurwerk niet meer hoorde. Om half één liep ik de galerij op maar er was niemand buiten. Toen heb ik weer koffie gezet en nog twee appelflappen opgewarmd. Op web streep log werden om 00.00 uur drie berichten gelogd, op blogger, livejournal, punt en wordpress heb ik niet gekeken. Binnen een half uur ontvang ik twee keer een bericht met eenzelfde tekst. Het is de enige overeenkomst met vorig jaar. Ik houd me in en stuur niets terug. De dvd-speler staat nog steeds onuitgepakt op de bank. Ik heb geen haast.
30 December 2006
Niagara (1)
In het winkelcentrum kwam ik een oud-collega tegen. De oliebollenkraam naast de V&D was duurder dus ik heb daar geen oliebollen gekocht. Een meisje met een mooie rode lange jas liep hand in hand met wat ik denk dat haar vriendje was. Ze had stijl blond haar met een pony, hij had krulletjes. Ik heb zeventien Aziaatjes gezien, ze droegen allemaal kleine tasjes. Logisch, het zijn ook kleine mensen. Twee honden bepaalden de sfeer op het inpandige terras. Iedereen stoorde zich eraan behalve de eigenaren van de honden. Ze keken stoïcijns voor zich uit. Bij de Hema kocht ik een broodje rookworst. Ik moest eerst een nummertje trekken. Ik had nummer zestig en op dat moment werd nummer drieënveertig geholpen. Op de eerste verdieping haalde ik een fluitketel die ik op de begane grond afrekende. Ik moet meer thee drinken en minder koffie. Bij het sigarettenwinkeltje was het zo druk dat ik ben weggelopen. Noodgedwongen zal ik dus ook minder gaan roken. Dit jaar wordt er meer dan ooit aan vuurwerk uitgegeven. Bij de Xenos kocht ik een doosje met tien aanstekers, je moet goed de statistieken bijhouden. Daarna liep ik de boekenwinkel in om het boek van Susan te kopen maar dat kon ik niet vinden. Toen heb ik maar een krant gekocht want er stond een leuk meisje achter de kassa. Verjaardag, kerst en oud & nieuw hebben sinds dit jaar geen functie meer. Vandaag ontving ik de zesde kerstkaart, dat is er één meer dan vorig jaar. Zeven keer kreeg ik een uitnodiging voor een verjaardag, één keer ben ik er naartoe gegaan. Ze vroeg of ik nog met mijn vriendin was. Ik gaf antwoord over de verkeerde vriendin want die kent zij helemaal niet. De liefde is snel voorbij. Je kunt mobiel bellen met vier plastic tassen in je hand, het ziet er alleen niet uit. Bij de oliebollenkraam stonden meer mensen in de rij dan bij de McDonalds. Ze verkopen allebei vette rotzooi. Soms als je in een rij staat kom je een bekende tegen maar meestal niet. In welke rij je ook gaat staan, de rij ernaast gaat altijd sneller. In december heb ik het minst geschreven en het meest gepubliceerd. Woensdag ben ik dronken geworden met een lesbisch meisje. Toen ze terugkwam van de wc zei ze dat ze blaasontsteking had. Sinds september heb ik drie lekkages en het lekt nu nog steeds. Mijn fiets stond vorige week nog netjes voor de deur, ondanks dat ik had vergeten hem op slot te zetten. Voordat ik naar de supermarkt ga eet ik een broodje, anders kom ik met veel te veel eten thuis. Een vrouw kun je niet eten maar ze zeggen over kinderen dat ze om op te vreten zijn. Als ik deze week niet op mijn werk zou zijn verschenen zou mijn bureau er nog net zo hebben uitgezien als vorige week. Mijn buurman krijgt op oudejaarsavond zijn dochter op bezoek. Het Parool was vandaag vroeger dan anders. Schijthonden. Twee keer zag ik iemand in een rolstoel en beide keren was degene die achter de rolstoel liep er beroerder aan toe. Ik kreeg een uitnodiging voor de Westergasfabriek maar ik ga niet naar de Westergasfabriek. Minoes komt misschien ook, stond in de mail. Misschien word ik wel door de bliksem getroffen, schreef ik terug. Dat begreep ze niet. Bij Dirk werd gebalanst, iedereen die ik ken was aan het tellen maar ik zag Atchara nergens. Kassa vijf was en bleef leeg. Nog niet al het oude muntgeld is ingeleverd. Ik heb nog steeds de gulden die Lilian fooi gaf op mijn verjaardag. Drie weken later diende ik mijn ontslag in. Later nodigde ze mij uit voor haar afstudeerfeest. Haar vader vond me wel leuk, ik noemde hem bij zijn voornaam. Toen ik wegging wilde ik voor het eerst de Amstel in fietsen. Ik kan goed zwemmen. Een oliebollengevecht is pas vuurwerk. Vijf keer ontving ik dit jaar een geboortekaartje, één keer ben ik er naartoe gegaan. Dit jaar was het warmste jaar ooit. In absolute zin heb ik minder gedronken, relatief gezien juist meer. Ik heb het nooit eerder zo koud gehad. Dit jaar geen rouwkaarten. We hebben even staan praten en toen ging ik weer naar huis.
24 December 2006
Lam Gods
Jouw stem is het eerste dat ik hoor wanneer ik wakker word. Witte korsten van opgedroogd zout omringen mijn ogen. Het promillage zette de zaak op scherp, jou zien deed de rest. "Dit bericht wordt tweeënzeventig uur bewaard."
Om vier uur ’s middags wordt de wijn ontkurkt. Mijn team houdt een eigen feestje, op de andere vleugel heeft de hele afdeling zich verzameld. Statusconform ben ik aangenomen bij een club van uitzonderlingen. Na twee uur zijn we door onze kerstinkopen heen en ik loop over. Drinken is een overwerkactie. Witte wijn draagt een nieuwe broek, de vouwen zitten er nog in. Goede kont, geen goed gesprek. De wijn die ik heb meegenomen is beter. De beveiliging is niet blij, wat we nog in het gebouw doen. De voorraad wegwerken.
Lallend nemen we de hoek bij de toiletten in, je moet je plaats kennen. Dag reputatie. Ze werkt veel, steeds als ik hier ben dan zie ik haar. Heeft ze geen leven? Mijn begeleider grijpt net op tijd in, ik sta op het punt de fout in te gaan. Hij neemt het gesprek over, ze is neukbaar en te dik. Wie heeft er kaas besteld? Ik lust geen kaas. Voordat je het in de gaten hebt zit je aan twintig jaar alimentatie vast. Ik kom hier teveel.
De kater maakt me overgevoelig, niet beantwoorden, niet nu. Het zout bijt, antibiotica en alcohol kunnen prima samen. Het leven en ik gaan niet samen, althans, met die gedachte ben ik uiteindelijk in slaap gevallen. De keuken is schoon gebleven, in die zin boek ik progressie. Mensen in een identiteitscrisis moet je nooit vragen stellen. De strop is niet zichtbaar, hangt ergens verborgen in afwachting van de sluipmoord op mijn uitgestoken nek.
Nieuwmarkt. Jij?
Zonder ijs, niet zo moeilijk om te onthouden, toch? Allebei lang en mager, niet mooi en daarom aantrekkelijk. Studentikoos spijkerbroekenpubliek, de muziek indie van de afgelopen decennia. De verbranding gaat sneller dan mijn hoofd kan verwerken. Waarom is het hier zo donker? Ik wijs naar iets dansend voor ons. "Ik heb ook een veter in mijn laars." Er zit nog veel meer moois in jouw laarzen.
Twee nachten achter elkaar droom ik over baby’s. Ik krijg het advies de foto van mijn desktop af te halen, in elk geval te veranderen. De twee vleugels komen samen bij mijn bureau, iedereen mag kijken. Het is niet de schaal die ze stil heeft gekregen, het is jouw blik die ze het zwijgen heeft opgelegd.
Ik vlucht. Een laatste blik, je pakt mijn arm. Ik wil je niet in verlegenheid brengen, de hunkering is te groot. Het promillage is de enige manier om de controle te verliezen. De douane neemt geen blaastest af, ik word binnen gelaten. Tranen van geluk.
In de Leidsestraat mag je niet fietsen. Het is een wonder dat ik de tramrails heb kunnen ontwijken, voetgangers gaan uit zichzelf aan de kant. Bij de McDonalds haal ik een bananenshake, een noodzakelijke stoot calorieën voor de nooit eerder zo moeilijke weg terug naar huis. Bij de afvalbakken gaat een toerist over zijn nek. Beter mikken, sukkel. En minder drinken als je niet tegen drank kunt.
Ik zoek onze bank in het Vondelpark maar zelfs dat is me niet gegund. De grond is omgeploegd, banken en bomen zijn verdwenen. Het Vondelpark deelt mee in de herstructureringsmalaise van Amsterdam, de bouwputten het symbool voor de kraters in mijn volwassenheid. De sentimenten worden verwijderd, geschiedenisloze modernismen nemen hun plaats in. Het roodwitte lint zegt genoeg: gevarenzone.
Om vier uur ’s middags wordt de wijn ontkurkt. Mijn team houdt een eigen feestje, op de andere vleugel heeft de hele afdeling zich verzameld. Statusconform ben ik aangenomen bij een club van uitzonderlingen. Na twee uur zijn we door onze kerstinkopen heen en ik loop over. Drinken is een overwerkactie. Witte wijn draagt een nieuwe broek, de vouwen zitten er nog in. Goede kont, geen goed gesprek. De wijn die ik heb meegenomen is beter. De beveiliging is niet blij, wat we nog in het gebouw doen. De voorraad wegwerken.
Lallend nemen we de hoek bij de toiletten in, je moet je plaats kennen. Dag reputatie. Ze werkt veel, steeds als ik hier ben dan zie ik haar. Heeft ze geen leven? Mijn begeleider grijpt net op tijd in, ik sta op het punt de fout in te gaan. Hij neemt het gesprek over, ze is neukbaar en te dik. Wie heeft er kaas besteld? Ik lust geen kaas. Voordat je het in de gaten hebt zit je aan twintig jaar alimentatie vast. Ik kom hier teveel.
De kater maakt me overgevoelig, niet beantwoorden, niet nu. Het zout bijt, antibiotica en alcohol kunnen prima samen. Het leven en ik gaan niet samen, althans, met die gedachte ben ik uiteindelijk in slaap gevallen. De keuken is schoon gebleven, in die zin boek ik progressie. Mensen in een identiteitscrisis moet je nooit vragen stellen. De strop is niet zichtbaar, hangt ergens verborgen in afwachting van de sluipmoord op mijn uitgestoken nek.
Nieuwmarkt. Jij?
Zonder ijs, niet zo moeilijk om te onthouden, toch? Allebei lang en mager, niet mooi en daarom aantrekkelijk. Studentikoos spijkerbroekenpubliek, de muziek indie van de afgelopen decennia. De verbranding gaat sneller dan mijn hoofd kan verwerken. Waarom is het hier zo donker? Ik wijs naar iets dansend voor ons. "Ik heb ook een veter in mijn laars." Er zit nog veel meer moois in jouw laarzen.
Twee nachten achter elkaar droom ik over baby’s. Ik krijg het advies de foto van mijn desktop af te halen, in elk geval te veranderen. De twee vleugels komen samen bij mijn bureau, iedereen mag kijken. Het is niet de schaal die ze stil heeft gekregen, het is jouw blik die ze het zwijgen heeft opgelegd.
Ik vlucht. Een laatste blik, je pakt mijn arm. Ik wil je niet in verlegenheid brengen, de hunkering is te groot. Het promillage is de enige manier om de controle te verliezen. De douane neemt geen blaastest af, ik word binnen gelaten. Tranen van geluk.
In de Leidsestraat mag je niet fietsen. Het is een wonder dat ik de tramrails heb kunnen ontwijken, voetgangers gaan uit zichzelf aan de kant. Bij de McDonalds haal ik een bananenshake, een noodzakelijke stoot calorieën voor de nooit eerder zo moeilijke weg terug naar huis. Bij de afvalbakken gaat een toerist over zijn nek. Beter mikken, sukkel. En minder drinken als je niet tegen drank kunt.
Ik zoek onze bank in het Vondelpark maar zelfs dat is me niet gegund. De grond is omgeploegd, banken en bomen zijn verdwenen. Het Vondelpark deelt mee in de herstructureringsmalaise van Amsterdam, de bouwputten het symbool voor de kraters in mijn volwassenheid. De sentimenten worden verwijderd, geschiedenisloze modernismen nemen hun plaats in. Het roodwitte lint zegt genoeg: gevarenzone.
02 December 2006
Filtrum
De sigaretten gooi ik neer. De discman wordt, nog spelend, op de cd-verzameling gelegd. Ik trek het papiergeld uit mijn broekzak en gooi het naast de sigaretten, de sleutels gaan op de boekenplank. Mijn jas gaat over de woonkamerdeur, dan droogt hij beter, de schoenen gaan op de kachel, het regende toch harder dan ik vermoedde. Ik zet koffie en de computer aan. Het is één december.
"Doe je wel rustig aan?" De stem van mijn nieuwe teamleider in de fabriekstam nadat ik mijn vierde jägermeister naar binnen gooi. Nooit drinken waar leidinggevenden bij zijn. Ik blus met bier en steek nog een sigaret op. Ze hebben me geen afscheidsborrel aangeboden dus ik doe het zelf met niet verzonden uitnodigingen. We staan aan de hoge tafel, de bar is vol. Hoofd bar is er niet, acht borsten runnen de toko. Ze lijkt op India: kort haar, stevige heupen, volle lippen. Bedrijfskleding: gestreken overhemd, blauwe sloof. Het gaat om de details: de knoopjes boven haar borsten zijn dicht, dat deed India beter, India deed alles beter. Zo lang ik dat blijf denken zal er nooit iets gebeuren. Lang, die ik vanochtend in de lift zag staan, komt met vier rode wijn aangelopen. Ik schat haar nu jonger dan vanochtend, te jong. Druk gebarend vertelt ze haar aanhang wie, wat, waar en waarom. Vanochtend een rok en bruine, suède, kniehoge laarzen, nu een spijkerbroek en sportschoenen. Ze zal wel dichtbij wonen.
Ze vindt het niet erg dat het niet doorgaat, als ik maar fris en vrolijk terugkom. Of ik terug kom vraagt ze niet. Ik weet niet wanneer het herstel zich inzette. Misschien was het mijn gebogen hoofd? De nederlaag accepterend, mijn meerdere erkennend? Opeens stond ze naast mijn bureau, ik had haar niet aan zien komen. “Hoi, ik heb wat voor je.” Haar eerste woorden sinds ze voor mij besloten had dat ik maar eens normaal moest gaan doen. Een gebogen hoofd is normaal, waarschijnlijk loopt zij thuis ook zo in de rondte. Ik loop naar Surrogaat, ze weet het en zet vier glazen neer. Akiko is op één oktober getrouwd. Iedereen loopt in de rondte. Ze kijkt me niet aan wanneer een vermoeid alsjeblieft over haar lippen heen rolt. Ze draait zich om naar de kassa, in haar nek hangen vettige plukken haar. In de spiegel boven de kassa word ik betrapt.
Vier rode wijn overstemt ons gesprek door hun spijkerbroeken. Heb ik er goed aan gedaan? Ik weet het niet, zoals ik het steeds wanneer ik begin te drinken niet weet. Alsof het daarna wel duidelijk is. Het is nooit duidelijk, soms betrap je jezelf op een moment van helderheid, een seconde van begrip, een seconde van het alles weten, het alles begrijpen, dezelfde seconde als waarin je leven aan je voorbij trekt wanneer de verstikkingsdood de nietigheid van je longen bewijst. Zes planken zijn duidelijk. Ze blijft me aankijken wanneer ze het opflikkerende schermpje vanuit haar broekzak tevoorschijn haalt en het tegen haar oor aanhoudt. "Liefje! Waar zit je?" Halverwege je darmen. Surrogaat zet een schone asbak neer, ze heeft witte donshaartjes langs haar bovenlip. Wat doet ze hier? Ze loopt nooit zaal. You Tube heet in Japan I Tube. Een kaartje voor Nine Inch Nails kost € 42,50. "Waarom staan ze niet aan de bar?"
Aanlokkelijke gedachte, een simpel ja, de obsessie extraheren. Omdat jij de plank volledig mis slaat zeg ik nee, schreeuw ik nee. De neiging te verklaren is lang geleden begraven, soms staat de zombie op en geef ik hem aandacht. Ik bepaal, de zombie geeft slechts het signaal. Jij bevindt je niet zonder reden in de schemerzone, er lopen er nogal wat rond daar, zombies. Het nummer zocht ik met jou in gedachten, dat kan ik niet ontkennen. Overbodig te vermelden dat ik wel meer doe met jou in mijn gedachten.
De tranen stromen over haar wangen, ik sta op, loop naar haar toe en leg mijn hand op haar schouder. Aan de andere kant van de lijn hangt haar man. Ze reageert niet, ik loop door naar de koffiecorner en laat twee plastic bekertjes vollopen met water. Vier maanden in de waan van toekomstperspectief, nu alweer gedegradeerd tot hoofd telefoon. Ze snuit haar neus en vertelt het verhaal dat ik zojuist al hoorde. Vertel maar meisje, vertel het nog maar een keer. Een stoorzender met vijftig kilo teveel en vijftig IQ-punten te weinig begint opzichtig mee te leven, ik kijk naar het plafond en vraag me af of de rookmelder afgaat als ik nu een sigaret zou opsteken. We hadden het stiekem al gevierd, een uur in plaats van het gebruikelijk halve. Ik vertelde dat ik rond was, ik zou elk aanbod hebben geaccepteerd maar ze pikten mijn eis. Alleen nog even een tweede gesprek. "Is dit wel wat je echt wil?" Steeds wanneer ze die vraag herhaalt schiet ze vol. Je mag geen misbruik maken van emotioneel instabiele mensen. Tweede gesprekken zijn onzin, het moet in één keer goed.
Wat zou je nu aan het doen zijn? Lig je op de bank, zit hij naast je en kijken jullie naar de televisie? Of sta je met je vriendinnen in de keuken om de vaatwasser in te ruimen en hangen jullie mannen in de woonkamer bij de cognac? Of heb je jezelf uitgekleed en maakt hij foto’s van je? Misschien lig je in bad? Aan het bijkomen van de drukke werkweek, je ogen dicht, je gedachten uitgeschakeld. Heb je eigenlijk wel een bad? Hij werkt ondertussen beneden zijn administratie weg, de plannen voor morgen zijn gemaakt, weer een dag dat je wordt geleefd. Nu, in het warme water, het enige moment voor jezelf, met jezelf. Je legt je handen tussen je benen. Iedereen is slecht dus je bent geen uitzondering. Sluit je ogen, je kunt in mij schuilen, daar ben ik voor. Weet waar je staat, dat maakt alles een stuk minder ingewikkeld. Ik weet waarvoor ik sta. Voor jou. Hoe lang duurt het voordat ik je weer zie? Je weet het niet. Niet alles mag bereikbaar zijn, het houdt je nederig. Verwende mensen zijn de meest irritante mensen.
"Zullen we in de zon gaan zitten?" Ik knik. We lopen naar het verste gedeelte van het bedrijfsrestaurant. De tafel in de hoek, de enige plaats waar de zon zich toegang tot datzelfde bedrijfsrestaurant eigent, is bezet. Ik kijk naar de hoeveelheid voer op de borden van de stropdassen. Maximaal een kwartier wachttijd. We gaan aan de tafel ernaast zitten, naast de stropdassen waar zij nooit deel van zal uitmaken. Ze is laatst zelfs gaan golfen, op haar vrije zaterdag, huwelijkse eenzaamheid vertaalt in purgatieve carrièredrang. Binnen tien minuten pak ik onze dienbladen op en we schuiven door, naast elkaar, naar de tafel in de zon. De stropdassen zijn verdwenen, zomer in november. Ze draagt een push-up en ik kijk naar buiten. Ze vraagt naar mijn vriendinnen, ik praat er overheen door naar haar dochter te vragen. Ik verwijder de spijkers, trek de planken uit elkaar. Het graf is leeg.
De vier spijkerbroeken trekken hun jassen aan en lopen met hun mobiele telefoons in de aanslag naar buiten. Ik besluit om niet naar de bar te verhuizen, je moet ze hongerig houden. Sorteren is iets anders dan filteren, het komt wel op hetzelfde neer.
"Doe je wel rustig aan?" De stem van mijn nieuwe teamleider in de fabriekstam nadat ik mijn vierde jägermeister naar binnen gooi. Nooit drinken waar leidinggevenden bij zijn. Ik blus met bier en steek nog een sigaret op. Ze hebben me geen afscheidsborrel aangeboden dus ik doe het zelf met niet verzonden uitnodigingen. We staan aan de hoge tafel, de bar is vol. Hoofd bar is er niet, acht borsten runnen de toko. Ze lijkt op India: kort haar, stevige heupen, volle lippen. Bedrijfskleding: gestreken overhemd, blauwe sloof. Het gaat om de details: de knoopjes boven haar borsten zijn dicht, dat deed India beter, India deed alles beter. Zo lang ik dat blijf denken zal er nooit iets gebeuren. Lang, die ik vanochtend in de lift zag staan, komt met vier rode wijn aangelopen. Ik schat haar nu jonger dan vanochtend, te jong. Druk gebarend vertelt ze haar aanhang wie, wat, waar en waarom. Vanochtend een rok en bruine, suède, kniehoge laarzen, nu een spijkerbroek en sportschoenen. Ze zal wel dichtbij wonen.
Ze vindt het niet erg dat het niet doorgaat, als ik maar fris en vrolijk terugkom. Of ik terug kom vraagt ze niet. Ik weet niet wanneer het herstel zich inzette. Misschien was het mijn gebogen hoofd? De nederlaag accepterend, mijn meerdere erkennend? Opeens stond ze naast mijn bureau, ik had haar niet aan zien komen. “Hoi, ik heb wat voor je.” Haar eerste woorden sinds ze voor mij besloten had dat ik maar eens normaal moest gaan doen. Een gebogen hoofd is normaal, waarschijnlijk loopt zij thuis ook zo in de rondte. Ik loop naar Surrogaat, ze weet het en zet vier glazen neer. Akiko is op één oktober getrouwd. Iedereen loopt in de rondte. Ze kijkt me niet aan wanneer een vermoeid alsjeblieft over haar lippen heen rolt. Ze draait zich om naar de kassa, in haar nek hangen vettige plukken haar. In de spiegel boven de kassa word ik betrapt.
Vier rode wijn overstemt ons gesprek door hun spijkerbroeken. Heb ik er goed aan gedaan? Ik weet het niet, zoals ik het steeds wanneer ik begin te drinken niet weet. Alsof het daarna wel duidelijk is. Het is nooit duidelijk, soms betrap je jezelf op een moment van helderheid, een seconde van begrip, een seconde van het alles weten, het alles begrijpen, dezelfde seconde als waarin je leven aan je voorbij trekt wanneer de verstikkingsdood de nietigheid van je longen bewijst. Zes planken zijn duidelijk. Ze blijft me aankijken wanneer ze het opflikkerende schermpje vanuit haar broekzak tevoorschijn haalt en het tegen haar oor aanhoudt. "Liefje! Waar zit je?" Halverwege je darmen. Surrogaat zet een schone asbak neer, ze heeft witte donshaartjes langs haar bovenlip. Wat doet ze hier? Ze loopt nooit zaal. You Tube heet in Japan I Tube. Een kaartje voor Nine Inch Nails kost € 42,50. "Waarom staan ze niet aan de bar?"
Aanlokkelijke gedachte, een simpel ja, de obsessie extraheren. Omdat jij de plank volledig mis slaat zeg ik nee, schreeuw ik nee. De neiging te verklaren is lang geleden begraven, soms staat de zombie op en geef ik hem aandacht. Ik bepaal, de zombie geeft slechts het signaal. Jij bevindt je niet zonder reden in de schemerzone, er lopen er nogal wat rond daar, zombies. Het nummer zocht ik met jou in gedachten, dat kan ik niet ontkennen. Overbodig te vermelden dat ik wel meer doe met jou in mijn gedachten.
De tranen stromen over haar wangen, ik sta op, loop naar haar toe en leg mijn hand op haar schouder. Aan de andere kant van de lijn hangt haar man. Ze reageert niet, ik loop door naar de koffiecorner en laat twee plastic bekertjes vollopen met water. Vier maanden in de waan van toekomstperspectief, nu alweer gedegradeerd tot hoofd telefoon. Ze snuit haar neus en vertelt het verhaal dat ik zojuist al hoorde. Vertel maar meisje, vertel het nog maar een keer. Een stoorzender met vijftig kilo teveel en vijftig IQ-punten te weinig begint opzichtig mee te leven, ik kijk naar het plafond en vraag me af of de rookmelder afgaat als ik nu een sigaret zou opsteken. We hadden het stiekem al gevierd, een uur in plaats van het gebruikelijk halve. Ik vertelde dat ik rond was, ik zou elk aanbod hebben geaccepteerd maar ze pikten mijn eis. Alleen nog even een tweede gesprek. "Is dit wel wat je echt wil?" Steeds wanneer ze die vraag herhaalt schiet ze vol. Je mag geen misbruik maken van emotioneel instabiele mensen. Tweede gesprekken zijn onzin, het moet in één keer goed.
Wat zou je nu aan het doen zijn? Lig je op de bank, zit hij naast je en kijken jullie naar de televisie? Of sta je met je vriendinnen in de keuken om de vaatwasser in te ruimen en hangen jullie mannen in de woonkamer bij de cognac? Of heb je jezelf uitgekleed en maakt hij foto’s van je? Misschien lig je in bad? Aan het bijkomen van de drukke werkweek, je ogen dicht, je gedachten uitgeschakeld. Heb je eigenlijk wel een bad? Hij werkt ondertussen beneden zijn administratie weg, de plannen voor morgen zijn gemaakt, weer een dag dat je wordt geleefd. Nu, in het warme water, het enige moment voor jezelf, met jezelf. Je legt je handen tussen je benen. Iedereen is slecht dus je bent geen uitzondering. Sluit je ogen, je kunt in mij schuilen, daar ben ik voor. Weet waar je staat, dat maakt alles een stuk minder ingewikkeld. Ik weet waarvoor ik sta. Voor jou. Hoe lang duurt het voordat ik je weer zie? Je weet het niet. Niet alles mag bereikbaar zijn, het houdt je nederig. Verwende mensen zijn de meest irritante mensen.
"Zullen we in de zon gaan zitten?" Ik knik. We lopen naar het verste gedeelte van het bedrijfsrestaurant. De tafel in de hoek, de enige plaats waar de zon zich toegang tot datzelfde bedrijfsrestaurant eigent, is bezet. Ik kijk naar de hoeveelheid voer op de borden van de stropdassen. Maximaal een kwartier wachttijd. We gaan aan de tafel ernaast zitten, naast de stropdassen waar zij nooit deel van zal uitmaken. Ze is laatst zelfs gaan golfen, op haar vrije zaterdag, huwelijkse eenzaamheid vertaalt in purgatieve carrièredrang. Binnen tien minuten pak ik onze dienbladen op en we schuiven door, naast elkaar, naar de tafel in de zon. De stropdassen zijn verdwenen, zomer in november. Ze draagt een push-up en ik kijk naar buiten. Ze vraagt naar mijn vriendinnen, ik praat er overheen door naar haar dochter te vragen. Ik verwijder de spijkers, trek de planken uit elkaar. Het graf is leeg.
De vier spijkerbroeken trekken hun jassen aan en lopen met hun mobiele telefoons in de aanslag naar buiten. Ik besluit om niet naar de bar te verhuizen, je moet ze hongerig houden. Sorteren is iets anders dan filteren, het komt wel op hetzelfde neer.
04 November 2006
Serdica
Het is niet druk op de pont, hij vaart de hele dag door. Vreemd eigenlijk, zo lang als ik hier nu al woon en dan nooit naar de overkant van de plas zijn geweest. Noord is helemaal niet ver. Er zal nooit een aanleiding zijn geweest de plas over te steken, dat zal het zijn. Nog vreemder te bedenken wat nu dan wel de aanleiding is. Ik doe zelden aan huisbezoek. Afspreken doe je in de kroeg, niet voor de televisie. Het is net als met begrafenissen, je gaat erheen voor de achterblijvers. Dat is wat ik altijd tegen baby’s heb gehad. Elke geboorte is de doodsteek van een ander leven. Natuurlijk baalde ik van haar afbericht, in eerste instantie. Daarna bedacht ik dat het beter zou zijn, zoals bij nader inzien alles in je voordeel kan worden uitgelegd. Gebrek aan relativering breekt de mensen op, ik wil gaat steevast vooraf aan dus ik zal. Nee, je zult dus helemaal niets. Ik wil is pretentieus gelul en ik zal wel zien is de enig juiste aanvulling. Het zou teveel zijn geweest, teveel indrukken, teveel verhalen, teveel gedraai om de harde kern. Teveel jullie. De beste seks is één op één. Kraamvisite is geen circus alleen realiseert het bezoek zich dat nooit. Ik ga niet naar het circus, de pont brengt mij naar jou.
De kleur is goed, nee, perfect. Rozerood en paars. Ze steekt haar handjes uit alleen weet ik niet precies waar naartoe. Zij zelf waarschijnlijk ook niet. In de winkel wurm ik mezelf langs de kinderwagens. Ik steek mijn tong uit als de moeder niet kijkt, het mormel zet de sirene aan. Natuurlijke aversie. Ik hoor niet tussen deze winkelrekken, het krijsen is niet meer dan een geoorloofd alarm. Nee, ik wil er geen drie paar sokjes voor € 5 bij en nee, ik hoef het ook niet te passen. Geen gevoel voor humor. Winkelmeisjes op koopavond zijn chagrijnig. Een uurloon voor een pakje sigaretten, dat wordt feest vanavond. Het feest begint ’s middags bij de lunch. Na tien minuten praten houdt ze opeens haar mond en draait ze haar hoofd naar me toe, voor het eerst kijkt ze me recht in de ogen aan. Hoe gaat het met jou? Groen, grijs, blauw? We zitten in de zon die door het hoge raam naar binnen straalt, het is moeilijk te zien. Ik blijf naar haar ogen kijken en zwijg. Ze krijgt een kleur.
Vorig jaar, op de grond aan de gracht voor het café, tussen twee amsterdammertjes en een boom. Hoeveel honden zeiken hier elke dag? De plastic tas met jouw weekvoorraad gaat open, stokbrood, chorizo, wijn en spa blauw. We eten en drinken om onze handen te kunnen plaatsen. De zwerver die ons aanspreekt slaat je eten af, de fles wijn neemt hij mee. Ieder overleeft op zijn eigen manier, met of zonder eigen middelen, ingegeven door eigen ervaringen, de uniciteit van het eigen instinct. Onze ervaringen kunnen en zullen nooit dezelfde zijn. Iedereen heeft zijn eigen overlevingsinstinct en die matchen zelden. Het doel van de één is de dood van een ander. De dood van de gemeenschap.
Ik beweeg mijn been lichtjes, mijn handen rusten kruislings onder haar okseltjes, ze kwijlt mijn armen onder. Haar hoofd houdt ze kaarsrecht omhoog, ondersteuning in de nek is niet nodig. Ruggengraat, nu al. Ik leg mijn neus tegen haar hoofdje en snuif haar geur op. Zwitsal doen ze hier niet aan. Puur natuur, de enige manier om te overleven, de enige manier de immuniteit te behouden. Ik begin tegen haar te praten, ze praat terug, niet dat ik er iets van kan verstaan maar ze praat. Grote verhalen. Misschien ga je later net zo goed schrijven als je moeder. De moeder komt terug uit de keuken en zet een nieuw biertje voor me neer. Zwart kleedt af maar blijft de mooiste kleur. Alles in verhouding. Het hoofdje en ik kijken naar dezelfde langslopende borsten. Hoe groot zouden je borsten zijn als je net zo groot als ik was geweest? De onderlip van het hoofdje begint te bewegen. Ik open mijn mond, mijn stem haalt het trillen van de onderlip weg. Ik begrijp iets niet, waarom jankt ze niet?
Naarmate je ouder wordt verwacht je meer rust te krijgen. Het leven is onder controle, je hebt een plaats, niet gevonden maar ingenomen. Je verwacht meer tijd te hebben, meer verveling is significant meer tijd. Het hoeft allemaal niet meer zo nodig. Ook dat begrijp ik niet. Er is geen rust, het gaat niet langzamer, het gaat alleen maar sneller, de tijd volgt mijn sigaretten en gaat in rook op. De dagen, de weken, de maanden, de jaren, het derde decennium was een lachertje vergeleken bij het vierde. Nog gejaagder op weg naar niets, avondvullend niets, het niets dat je jezelf de volgende ochtend realiseert, alleen wanneer ik heb gedronken heb ik, de volgende ochtend wanneer ik wakker word, het gevoel iets te hebben meegemaakt. Omdat ik mezelf er niets van kan herinneren zal er vast wel weer iets zijn gebeurd. Verveling en afstomping en het vliegt allemaal voorbij. Elke nieuwe ervaring vergroot de waarde van de ervaring daarvoor, waardoor het heden altijd ondergeschikt zal blijven aan het verleden. Ruim een jaar zag ik deze bos krullen alleen vanaf de foto. Ze springt me tegemoet, ze slaat haar benen om me heen, ik pak haar billen en het voelt alsof ik ze gisteren in mijn handen had. Een jaar is niets. Het leven is niets.
Jij eet de kaas, ik de chorizo. Chorizo en bier is een goede combinatie, net zoals olijven en wijn dat is. Je rug komt los van de bank, je draait een kwartslag en gaat in kleermakerszit tegenover me zitten. Onze monden bewegen maar het gesprek is niet relevant. Eens te meer realiseer ik mezelf dat het niet gaat om wat maar om wie. Mensen waar je het langer dan een avond mee uithoudt dwingen dat af door hun zijn, niet door hun laten. Rage against the machine schalt uit de boxen. Het openstaande raam is niet afdoende tegen de rook waarin we de kamer hebben gehuld.
Ik zwijg op haar vraag omdat ik nooit weet wat ik moet antwoorden wanneer iemand vraagt hoe het gaat. Ze pulkt stukjes van haar krentenbol en stopt ze achteloos in haar mond, ik lepel verder aan mijn soep. Zou ze haar dochter ook zo hebben gevoed, op dezelfde manier zoals ze nu de stukjes brood in haar eigen mond stopt? Gedoseerd. Elke dag soep. Het gevaarlijke van een antwoord geven is dat ik niet weet waar ik moet beginnen en waar ik moet eindigen. Gewoonlijk eindigt het in bed en die illusie heb ik al lang uit mijn hoofd gezet. Het genieten van is nu voldoende, genieten is het hoogst haalbare en daarmee is mijn zwijgen gerechtvaardigd. Als antwoord vertel ik wat ik vanavond ga doen. Ze vraagt hoe groot ze nu is, om mij te helpen met de maat. Hoe groot is een baby? Weet ik veel. Ik houd mijn handen een stuk uit elkaar, ze zegt dat het dan wel een heel grote baby is. Enthousiasme bedriegt ons voorstellingsvermogen. Het voordeel van een kinderhand om je lul is dat hij daardoor groter lijkt. Iets kleiner dan? Vraagteken.
Drie maanden oude ogen, drie maanden moedermelk. Weet je, dat ik je drieëneenhalve maand geleden al over je hoofdje aaide? Of je hoofdje, laten we maar aannemen dat het je hoofdje was, ze pakken je tegenwoordig voor minder op. Na het eten rookten we samen een sigaret. Hoe zal ze er uit zien, straks, mét complexe delen, bevredigd en bevlekt? Ik schiet langs de fotopagina’s, de één na de ander vliegt voorbij. Wishful thinking. Waar zit de exacte symbiose van jullie cellen? Ik veranker te mooi, maar het was ook te mooi. Kaas, chorizo en olijven, bier en rum. Uiteindelijk vind ik de getekende, genoeg van jouw genen, niet teveel Europees, wel dwingend en ontkrachtend genoeg. Ontkrachten is geen temmen, je bent een ongeleid projectiel dat tijdelijk in banen is geleid. Ooit zal je losbreken en weer in je eigen baan schieten. Wat is het nut van beide voeten op de grond?
De ijzeren plaat die als loopplank dienst doet legt zich geruisloos op de kade, ik heb hooguit tien minuten hoeven wachten. Ik zet mijn fiets tegen één van de afvalbakken aan de zijkant, het zadel stabiliseert. Zonder de fiets op slot te doen loop ik een rondje over de pont, ze kunnen toch nergens heen. Ik kijk naar de gouden gloed die boven de stad uitstijgt. Links de Zeedijk, rechts de Singel. In het midden niets, wat er eventueel zou kunnen zijn, ik zie het niet. Over vier uur gaat de wekker. Ik stop de dopjes in mijn oren en druk op play. Als je alleen leeft ga je met anderen meeleven. Het is niet druk op de pont. Hij vaart de hele nacht door.
De kleur is goed, nee, perfect. Rozerood en paars. Ze steekt haar handjes uit alleen weet ik niet precies waar naartoe. Zij zelf waarschijnlijk ook niet. In de winkel wurm ik mezelf langs de kinderwagens. Ik steek mijn tong uit als de moeder niet kijkt, het mormel zet de sirene aan. Natuurlijke aversie. Ik hoor niet tussen deze winkelrekken, het krijsen is niet meer dan een geoorloofd alarm. Nee, ik wil er geen drie paar sokjes voor € 5 bij en nee, ik hoef het ook niet te passen. Geen gevoel voor humor. Winkelmeisjes op koopavond zijn chagrijnig. Een uurloon voor een pakje sigaretten, dat wordt feest vanavond. Het feest begint ’s middags bij de lunch. Na tien minuten praten houdt ze opeens haar mond en draait ze haar hoofd naar me toe, voor het eerst kijkt ze me recht in de ogen aan. Hoe gaat het met jou? Groen, grijs, blauw? We zitten in de zon die door het hoge raam naar binnen straalt, het is moeilijk te zien. Ik blijf naar haar ogen kijken en zwijg. Ze krijgt een kleur.
Vorig jaar, op de grond aan de gracht voor het café, tussen twee amsterdammertjes en een boom. Hoeveel honden zeiken hier elke dag? De plastic tas met jouw weekvoorraad gaat open, stokbrood, chorizo, wijn en spa blauw. We eten en drinken om onze handen te kunnen plaatsen. De zwerver die ons aanspreekt slaat je eten af, de fles wijn neemt hij mee. Ieder overleeft op zijn eigen manier, met of zonder eigen middelen, ingegeven door eigen ervaringen, de uniciteit van het eigen instinct. Onze ervaringen kunnen en zullen nooit dezelfde zijn. Iedereen heeft zijn eigen overlevingsinstinct en die matchen zelden. Het doel van de één is de dood van een ander. De dood van de gemeenschap.
Ik beweeg mijn been lichtjes, mijn handen rusten kruislings onder haar okseltjes, ze kwijlt mijn armen onder. Haar hoofd houdt ze kaarsrecht omhoog, ondersteuning in de nek is niet nodig. Ruggengraat, nu al. Ik leg mijn neus tegen haar hoofdje en snuif haar geur op. Zwitsal doen ze hier niet aan. Puur natuur, de enige manier om te overleven, de enige manier de immuniteit te behouden. Ik begin tegen haar te praten, ze praat terug, niet dat ik er iets van kan verstaan maar ze praat. Grote verhalen. Misschien ga je later net zo goed schrijven als je moeder. De moeder komt terug uit de keuken en zet een nieuw biertje voor me neer. Zwart kleedt af maar blijft de mooiste kleur. Alles in verhouding. Het hoofdje en ik kijken naar dezelfde langslopende borsten. Hoe groot zouden je borsten zijn als je net zo groot als ik was geweest? De onderlip van het hoofdje begint te bewegen. Ik open mijn mond, mijn stem haalt het trillen van de onderlip weg. Ik begrijp iets niet, waarom jankt ze niet?
Naarmate je ouder wordt verwacht je meer rust te krijgen. Het leven is onder controle, je hebt een plaats, niet gevonden maar ingenomen. Je verwacht meer tijd te hebben, meer verveling is significant meer tijd. Het hoeft allemaal niet meer zo nodig. Ook dat begrijp ik niet. Er is geen rust, het gaat niet langzamer, het gaat alleen maar sneller, de tijd volgt mijn sigaretten en gaat in rook op. De dagen, de weken, de maanden, de jaren, het derde decennium was een lachertje vergeleken bij het vierde. Nog gejaagder op weg naar niets, avondvullend niets, het niets dat je jezelf de volgende ochtend realiseert, alleen wanneer ik heb gedronken heb ik, de volgende ochtend wanneer ik wakker word, het gevoel iets te hebben meegemaakt. Omdat ik mezelf er niets van kan herinneren zal er vast wel weer iets zijn gebeurd. Verveling en afstomping en het vliegt allemaal voorbij. Elke nieuwe ervaring vergroot de waarde van de ervaring daarvoor, waardoor het heden altijd ondergeschikt zal blijven aan het verleden. Ruim een jaar zag ik deze bos krullen alleen vanaf de foto. Ze springt me tegemoet, ze slaat haar benen om me heen, ik pak haar billen en het voelt alsof ik ze gisteren in mijn handen had. Een jaar is niets. Het leven is niets.
Jij eet de kaas, ik de chorizo. Chorizo en bier is een goede combinatie, net zoals olijven en wijn dat is. Je rug komt los van de bank, je draait een kwartslag en gaat in kleermakerszit tegenover me zitten. Onze monden bewegen maar het gesprek is niet relevant. Eens te meer realiseer ik mezelf dat het niet gaat om wat maar om wie. Mensen waar je het langer dan een avond mee uithoudt dwingen dat af door hun zijn, niet door hun laten. Rage against the machine schalt uit de boxen. Het openstaande raam is niet afdoende tegen de rook waarin we de kamer hebben gehuld.
Ik zwijg op haar vraag omdat ik nooit weet wat ik moet antwoorden wanneer iemand vraagt hoe het gaat. Ze pulkt stukjes van haar krentenbol en stopt ze achteloos in haar mond, ik lepel verder aan mijn soep. Zou ze haar dochter ook zo hebben gevoed, op dezelfde manier zoals ze nu de stukjes brood in haar eigen mond stopt? Gedoseerd. Elke dag soep. Het gevaarlijke van een antwoord geven is dat ik niet weet waar ik moet beginnen en waar ik moet eindigen. Gewoonlijk eindigt het in bed en die illusie heb ik al lang uit mijn hoofd gezet. Het genieten van is nu voldoende, genieten is het hoogst haalbare en daarmee is mijn zwijgen gerechtvaardigd. Als antwoord vertel ik wat ik vanavond ga doen. Ze vraagt hoe groot ze nu is, om mij te helpen met de maat. Hoe groot is een baby? Weet ik veel. Ik houd mijn handen een stuk uit elkaar, ze zegt dat het dan wel een heel grote baby is. Enthousiasme bedriegt ons voorstellingsvermogen. Het voordeel van een kinderhand om je lul is dat hij daardoor groter lijkt. Iets kleiner dan? Vraagteken.
Drie maanden oude ogen, drie maanden moedermelk. Weet je, dat ik je drieëneenhalve maand geleden al over je hoofdje aaide? Of je hoofdje, laten we maar aannemen dat het je hoofdje was, ze pakken je tegenwoordig voor minder op. Na het eten rookten we samen een sigaret. Hoe zal ze er uit zien, straks, mét complexe delen, bevredigd en bevlekt? Ik schiet langs de fotopagina’s, de één na de ander vliegt voorbij. Wishful thinking. Waar zit de exacte symbiose van jullie cellen? Ik veranker te mooi, maar het was ook te mooi. Kaas, chorizo en olijven, bier en rum. Uiteindelijk vind ik de getekende, genoeg van jouw genen, niet teveel Europees, wel dwingend en ontkrachtend genoeg. Ontkrachten is geen temmen, je bent een ongeleid projectiel dat tijdelijk in banen is geleid. Ooit zal je losbreken en weer in je eigen baan schieten. Wat is het nut van beide voeten op de grond?
De ijzeren plaat die als loopplank dienst doet legt zich geruisloos op de kade, ik heb hooguit tien minuten hoeven wachten. Ik zet mijn fiets tegen één van de afvalbakken aan de zijkant, het zadel stabiliseert. Zonder de fiets op slot te doen loop ik een rondje over de pont, ze kunnen toch nergens heen. Ik kijk naar de gouden gloed die boven de stad uitstijgt. Links de Zeedijk, rechts de Singel. In het midden niets, wat er eventueel zou kunnen zijn, ik zie het niet. Over vier uur gaat de wekker. Ik stop de dopjes in mijn oren en druk op play. Als je alleen leeft ga je met anderen meeleven. Het is niet druk op de pont. Hij vaart de hele nacht door.
Subscribe to:
Posts (Atom)