In het winkelcentrum zit een nieuw restaurant. Een Thaise restaurant. Dat vertelde de Thaise buurvrouw, ze stond in het trappenhuis de planten te verzorgen. Ik was op weg naar de berging, de opruimwoede gaat door. Ik heb mezelf altijd afgevraagd wie de eigenaar was van de planten in het trappenhuis. Na de verhuizing naar deze woning stonden er meer planten in het huis dan uit de oude woning waren weggehaald. "Ik ga er vanavond eten," vervolgde ze. "Met Mayumi."
Het trappenhuis is grijs en grauw en heeft granieten traptreden en vloekend rode trapleuningen. Ik heb haar daarna niet meer gesproken. "Heb je haar daarna nog gesproken?" Maar zij heeft mij ook niet gesproken. Het is een vraag om een gesprek te hebben, ze spreken elkaar wekelijks. Het geld dat Mayumi achterliet toen ze wegging, ze moest de trein halen, gaf ik aan mijn buurvrouw. "Geef het maar terug." We bleven zitten totdat ik alle wijn had opgedronken, toen bracht ik haar naar de tram, ik was zelf met de fiets gekomen. Beter een goedkope escort dan een slechte date.
Eenmaal per week wordt het trappenhuis gedweild, de schoonmaakkosten zijn verwerkt in de servicekosten van de huur. Door de hermetisch afgesloten deuren kan het vocht geen kant op en zijn de ramen na het dweilen gedurende twee dagen beslagen. Een muffe geur komt los van de vloer en de muren, de averechtse werking van zeep, alsof je laarzen poetst die nog ongebruikt in een doos zitten. Het vuil zit dieper. Ik bedankte haar voor de fles wijn die ze op kerstavond had gebracht. Ik was niet thuis, ze heeft een sleutel van mijn huis en ze had de fles op de bartafel neergezet. Hij was mooi ingepakt en er zat een handgeschreven kaartje bij. Ik heb het getroffen met de buren, al blijven het rare mensen. Misschien vinden ze mij ook wel raar. Sinds de kerst ben ik niet meer buiten geweest.
Ik was er als eerste, ging aan de bar zitten, bestelde een biertje en stak een sigaret op. Veel scenario’s had ik doorgenomen, allemaal even dom als realistisch. "Blijf jezelf," zei Kim drie dagen daarvoor. Leer van de fouten van anderen, het leven is te kort om ze allemaal zelf te maken. Zouden ze Jägermeister hebben? Na vijf minuten bestelde ik nog een biertje. Toen kwam Mayumi binnen. De buurvrouw had vertraging, ze had haar gebeld en zat vast in het verkeer. Mayumi was mooier dan op de foto’s, jonger ook. Casual gekleed, ze kwam rechtstreeks uit haar werk vandaan. Ze wilde wel een tonic drinken. Dat verstond ik na drie keer vragen. Het meisje achter de bar verstond het na drie keer nog niet, toen zei ik het maar. Was ze maar in het verkeer vast blijven zitten, het ging goed totdat zij binnenkwam.
Ze vroeg of de keuken al klaar was, ik zag dat haar ogen over de volledige lengte van mijn lichaam gleden. Ja, meid, zo zie je mij niet vaak. Wanneer ik voel dat de bui het einde nadert knap ik mezelf op. Of ik knap mezelf op en de bui bereikt het eindpunt. De keuken is nog niet klaar maar ik kan wel koken, het water en het gas zijn weer aangesloten. "Kom vanavond ook naar het nieuwe restaurant." Ze trekt een samenzweerderige glimlach. Daar moet ik over nadenken. "Doe haar de groeten van me."
Ik loop naar de berging en gooi de vuilniszak en andere overjarige ballast weg. Ik geef spullen altijd een intrinsieke meerwaarde, een herinnering door middel van een associatie. De verbanden kunnen weg, ik heb genoeg in mijn hoofd. Je weet nooit waar acties toe leiden maar als je niets doet leidt het zeker nergens toe. Toen één van de nieuwe buren zich kwam voorstellen werd het oneigenlijk gebruik van de planten duidelijk en heb ik ze terug gezet in het trappenhuis. In het beslagen raam tekende ik een hartje en schreef ik onze namen, verbonden door een pijl.
Ik bel Zusje. "Kom hierheen, we gaan vanavond Thais eten." Zusje vraagt waarom. "Ik ga iemand jaloers maken." Ze hapert. "En wie precies denk je dat er jaloers gaat worden?"
05 January 2008
04 January 2008
Discard
Als grap had ik het ingetoetst als sms-bericht toen ze zei dat ze het zo druk had en moeilijk deed om een tijd af te spreken.
Je hebt een ander. Je hebt een vriendje en je hebt mij niet meer nodig. Je gaat nu met hem uit eten en films kijken en praten over het leven en de liefde en dronken worden en slapen.
Ik heb het bericht niet verzonden, zoals je logs niet publiceert.
Toen kwam ze langs om spullen op te halen, tweedehandskleding voor een weeshuis in India. Zwarte blouse, knoopjes los, strakke spijkerbroek, zwarte puntlaarzen. Weg pinku capuchon, weg oversized worker, weg sportschoenen. Na een rondje langs de nieuwe verf, inboedel en betonresten zette ik thee voor haar en gingen we op de bank zitten.
"Erwin! Ik heb een vriendje!"
Nooit eerder heeft ze mijn naam gezegd.
Je hebt een ander. Je hebt een vriendje en je hebt mij niet meer nodig. Je gaat nu met hem uit eten en films kijken en praten over het leven en de liefde en dronken worden en slapen.
Ik heb het bericht niet verzonden, zoals je logs niet publiceert.
Toen kwam ze langs om spullen op te halen, tweedehandskleding voor een weeshuis in India. Zwarte blouse, knoopjes los, strakke spijkerbroek, zwarte puntlaarzen. Weg pinku capuchon, weg oversized worker, weg sportschoenen. Na een rondje langs de nieuwe verf, inboedel en betonresten zette ik thee voor haar en gingen we op de bank zitten.
"Erwin! Ik heb een vriendje!"
Nooit eerder heeft ze mijn naam gezegd.
02 January 2008
Hoofdzaak
Jaarwisseling. Mag je dan de jaren wisselen? Mensen verwisselen? Levens wissen?
Vorig jaar werd om klokslag twaalf uur de afwas gedaan, dit jaar kreeg om twaalf uur de boekenplank een schoonmaakbeurt. Het is een erfstuk, handgemaakt en uniek. Het jaar 2007 gaat ongemerkt over in 2008. Drie sms-berichten zijn de oogst van de jaarwisseling.
Om twee uur ’s nachts knalt het vuurwerk nog steeds, de stofzuiger kan er dan ook nog wel bij. Drie berichten van bekenden van Internet. Internet is niet de toekomst, Internet is het verleden.
Na zes weken wordt de slaapkamer gebruikt waarvoor hij is bedoeld: om in te slapen. De azijnlucht overtreft de verf, verder stofvrij en kaal. Er moet een nieuwe spiegel komen, een levensgrote. De confrontatie mag op ware grootte.
Er ligt ijs op de sloot voor het huis, de voorspelde temperatuurdaling was niet overgekomen. De zon schijnt, de was kan naar buiten.
Dit jaar het hoofd maar eens opruimen.
Vorig jaar werd om klokslag twaalf uur de afwas gedaan, dit jaar kreeg om twaalf uur de boekenplank een schoonmaakbeurt. Het is een erfstuk, handgemaakt en uniek. Het jaar 2007 gaat ongemerkt over in 2008. Drie sms-berichten zijn de oogst van de jaarwisseling.
Om twee uur ’s nachts knalt het vuurwerk nog steeds, de stofzuiger kan er dan ook nog wel bij. Drie berichten van bekenden van Internet. Internet is niet de toekomst, Internet is het verleden.
Na zes weken wordt de slaapkamer gebruikt waarvoor hij is bedoeld: om in te slapen. De azijnlucht overtreft de verf, verder stofvrij en kaal. Er moet een nieuwe spiegel komen, een levensgrote. De confrontatie mag op ware grootte.
Er ligt ijs op de sloot voor het huis, de voorspelde temperatuurdaling was niet overgekomen. De zon schijnt, de was kan naar buiten.
Dit jaar het hoofd maar eens opruimen.
31 December 2007
Schrijfplezier
De slaapkamer is klaar, het ruikt er naar nieuw, te nieuw - ondanks de aanwezigheid van tien jaar oude vloerbedekking. Wierook vult de ruimte maar haalt de lucht ervan niet weg.
De langste muur is rood geverfd, vuurrood. De gordijnen zijn zwart, de kozijnen grijs, de plinten wit. Alleen de deur en de deurpost herinneren aan een voormalig medebewoner. De spiegel moet nog worden opgehangen, er moet nog van alles worden opgehangen, zonder spijkers behouden de muren een maagdelijkheid die voorlopig niet mag worden weggenomen.
"Veel liefde, warmte en schrijfplezier," staat er op de kerstkaart. Eén van de vijf kerstkaarten, de overige vier zijn niet opengemaakt. Het onbekende handschrift, de bij nader inzien bekende postcode achterop de envelop, de handgeschreven boodschap.
Zie hier het schrijfplezier.
De langste muur is rood geverfd, vuurrood. De gordijnen zijn zwart, de kozijnen grijs, de plinten wit. Alleen de deur en de deurpost herinneren aan een voormalig medebewoner. De spiegel moet nog worden opgehangen, er moet nog van alles worden opgehangen, zonder spijkers behouden de muren een maagdelijkheid die voorlopig niet mag worden weggenomen.
"Veel liefde, warmte en schrijfplezier," staat er op de kerstkaart. Eén van de vijf kerstkaarten, de overige vier zijn niet opengemaakt. Het onbekende handschrift, de bij nader inzien bekende postcode achterop de envelop, de handgeschreven boodschap.
Zie hier het schrijfplezier.
15 December 2007
Onderhuur
De wekker gaat af en haar hoofd verschijnt vanachter de slaapkamerdeur. Hé, een vrouw in mijn huis.
"Hé, een man in mijn bed."
Ze heeft het blauwe uniform nog aan. Ze loopt weg en ik hoor de geiser aanslaan, even later spoelen de douchestralen Singapore van haar af. Het hoofdeinde van het bed grenst aan de douche, twintig centimeter vooroorlogs beton scheidt me van haar naakte lichaam.
Hoe erg zijn de alcoholdampen? Het was een spontane actie, zo vaak gebeurt het niet dat er om tien uur ’s avonds wordt gebeld. Niet meer. Ik was bezig met een wandeling door de buurt, mijn maag had moeite met het eten. Wandelen is goed voor de spijsvertering. Natuurlijk kom ik.
De oude schoorsteen is dichtgemetseld. Een ruime mantel biedt ruimte aan meisjesprullaria, fotolijsten en de wierookdoos. Ik volg mijn neus en trek een willekeurige la onder de tafel open. Wat mijn zintuigen te veel hebben, heeft mijn hoofd te weinig.
Ze gaat naast me liggen, de wekker snoozet.
"Je moet hem ook op radio zetten."
Ze rommelt aan het apparaat en prepareert haar jetlag. India ligt als de Chinese muur in het denkbeeldige midden van het bed, Berlage sloop ik met mijn eigen handen, handen die het verkeerde lichaam aanraken. Ik had helemaal geen wekker moeten zetten.
Zeventien jaar is er ook, ze verlaat de puisterige pubers die om haar heen dartelen en ze eist een plek op tussen ons in.
"Hé!"
Onze heupen maken contact, ik omklem het glas. Aan de stamtafel zit een andere flirt. Ze mailt tegenwoordig zonder aanhef en zonder naam. Aan het tijdstip van verzenden kan ik zien dat de kinderen in bed liggen, aan de tekst kan ik zien wat haar man niet doet.
Er hangt dezelfde geur. Het is niet de wierook, het is iets anders maar ik kan niet thuisbrengen wat. Het bed is kleiner, te klein voor mij. Diagonaal pas ik er in, languit. De eerste nacht slaap ik slecht, nu weet ik niet beter. Afkerig van veranderingen maar geen moeite met aanpassen. Als ik terugkom uit de douche is ze aan de kant gaan liggen die ik tien minuten daarvoor heb verlaten.
"Lekker warm."
Zij ruikt anders.
De kroeg is dicht en schoon en ik sta er nog steeds. Met de bedrijfsleider speel ik een wedstrijdje muziekjes raden, hij zegt dat hij haar niet heeft aangeraakt. De schaal frituurhapjes laat ik voor wat het is, mijn maag is net weer rustig, het lege glas komt vol retour. Ze vraagt of ik morgen ook weer kom, na het gala, dan kan ik haar in haar galajurk zien. Het maakt niet uit wat je draagt.
Ik stoei met een Turks koffiepotje, hij sputtert wat tegen maar geeft zich gewonnen. Aan de eettafel vier ik de overwinning, uit de slaapkamer klinkt een zacht ronkend geluid. Het gordijn dat ik open had gelaten is nu gesloten, haar silhouet tekent zich af door het vanuit de woonkamer invallende licht. Hier kan geen dronkenschap tegenop, dit plaatje wint het moeiteloos van alle beelden die gewoonlijk door de remmingloze alcoholroes heendringen. Ik sluit de slaapkamerdeur en steek een sigaret op. Niet direct alle routines overboord gooien, begin met de slechte gewoonten.
Waarom zijn ze slapend mooier? Omdat ze dan niet praten?
De eerste dag breng ik door op de bank. Ik kom binnen, hang mijn jas op, gooi de voorraad schone textiel in de slaapkamer en ga liggen. Ik lees de ruggen van de boeken in de kast en pak er één. Het boek gaat in één keer uit, slechts onderbroken door een bezoek aan de waterkoker. Het is precies twaalf uur als ik het boek terugzet, ik loop naar het balkon, rook een sigaret en ga naar bed.
"Ik moet naar huis."
Je moet niets.
"Ik moet er morgen vroeg uit."
Je moet niets.
"Ik moet je iets vertellen."
Je moet niets.
"..."
Ik moet naar de wc.
Een backpackersverhaal dat zich afspeelt in een veel te vaak genoemd land. Intuïtie is het zesde zintuig, ik kan er niets aan doen, het gaat vanzelf. De DVD’s die er lagen kende ik al. Alle vooroordelen worden bevestigd, al is dat niet het doel van de schrijver. Toen ik naar het balkon liep bleef ik staan bij de fotowand in de gang, haar gezicht nam plaats in het verhaal. Gedurende het lezen had ik niet aan haar gedacht, het is de aframmeling na een slecht uitgevoerde opdracht. Geestelijke verdoving luistert niet naar fysieke pijn, als je verliefd bent voel je niets.
Ze zal langskomen zoals ze ook trouw opa bezocht. Ze zal jutter meenemen zoals ze jenever naar opa bracht. Misschien kom ik ook in een lijstje boven de eruit gesloopte kachel te staan.
’s Avonds ga ik naar huis. Jpopsuki redt de dag - dit jaar en alles er tussenin. Nog niet eens op het statistisch gemiddelde tekent de neergang zich af. Een paar hobbels verdwenen als ééndagspuisten, ik verschoon het bed. Onomkeerbaar, de oogst in overeenstemming met mijn gulle hand met pesticiden. Nog één is er over, de rest vegeteert of is vergaan, verguist, vervloekt en vergeten. We gaan er naartoe, zij om de eerste klap op te vangen – wijdbeens, ook dat – daarna zal ze me loslaten. Haar werk is gedaan.
Een land waar niemand luistert is erger dan een land waar niemand je verstaat.
Vijf minuten lopen in plaats van een half uur fietsen. Het brilletje draagt vandaag lenzen.
"Het jeukt."
Ik vraag niet waar precies, bekijk haar borsten en buik en vraag of ze is afgevallen. Het maakt haar tien jaar aantrekkelijker. Ze krijgt vanavond visite, morgen is de jeuk over. Stel geen vragen, heb geduld, het antwoord komt.
"Hé, een man in mijn bed."
Ze heeft het blauwe uniform nog aan. Ze loopt weg en ik hoor de geiser aanslaan, even later spoelen de douchestralen Singapore van haar af. Het hoofdeinde van het bed grenst aan de douche, twintig centimeter vooroorlogs beton scheidt me van haar naakte lichaam.
Hoe erg zijn de alcoholdampen? Het was een spontane actie, zo vaak gebeurt het niet dat er om tien uur ’s avonds wordt gebeld. Niet meer. Ik was bezig met een wandeling door de buurt, mijn maag had moeite met het eten. Wandelen is goed voor de spijsvertering. Natuurlijk kom ik.
De oude schoorsteen is dichtgemetseld. Een ruime mantel biedt ruimte aan meisjesprullaria, fotolijsten en de wierookdoos. Ik volg mijn neus en trek een willekeurige la onder de tafel open. Wat mijn zintuigen te veel hebben, heeft mijn hoofd te weinig.
Ze gaat naast me liggen, de wekker snoozet.
"Je moet hem ook op radio zetten."
Ze rommelt aan het apparaat en prepareert haar jetlag. India ligt als de Chinese muur in het denkbeeldige midden van het bed, Berlage sloop ik met mijn eigen handen, handen die het verkeerde lichaam aanraken. Ik had helemaal geen wekker moeten zetten.
Zeventien jaar is er ook, ze verlaat de puisterige pubers die om haar heen dartelen en ze eist een plek op tussen ons in.
"Hé!"
Onze heupen maken contact, ik omklem het glas. Aan de stamtafel zit een andere flirt. Ze mailt tegenwoordig zonder aanhef en zonder naam. Aan het tijdstip van verzenden kan ik zien dat de kinderen in bed liggen, aan de tekst kan ik zien wat haar man niet doet.
Er hangt dezelfde geur. Het is niet de wierook, het is iets anders maar ik kan niet thuisbrengen wat. Het bed is kleiner, te klein voor mij. Diagonaal pas ik er in, languit. De eerste nacht slaap ik slecht, nu weet ik niet beter. Afkerig van veranderingen maar geen moeite met aanpassen. Als ik terugkom uit de douche is ze aan de kant gaan liggen die ik tien minuten daarvoor heb verlaten.
"Lekker warm."
Zij ruikt anders.
De kroeg is dicht en schoon en ik sta er nog steeds. Met de bedrijfsleider speel ik een wedstrijdje muziekjes raden, hij zegt dat hij haar niet heeft aangeraakt. De schaal frituurhapjes laat ik voor wat het is, mijn maag is net weer rustig, het lege glas komt vol retour. Ze vraagt of ik morgen ook weer kom, na het gala, dan kan ik haar in haar galajurk zien. Het maakt niet uit wat je draagt.
Ik stoei met een Turks koffiepotje, hij sputtert wat tegen maar geeft zich gewonnen. Aan de eettafel vier ik de overwinning, uit de slaapkamer klinkt een zacht ronkend geluid. Het gordijn dat ik open had gelaten is nu gesloten, haar silhouet tekent zich af door het vanuit de woonkamer invallende licht. Hier kan geen dronkenschap tegenop, dit plaatje wint het moeiteloos van alle beelden die gewoonlijk door de remmingloze alcoholroes heendringen. Ik sluit de slaapkamerdeur en steek een sigaret op. Niet direct alle routines overboord gooien, begin met de slechte gewoonten.
Waarom zijn ze slapend mooier? Omdat ze dan niet praten?
De eerste dag breng ik door op de bank. Ik kom binnen, hang mijn jas op, gooi de voorraad schone textiel in de slaapkamer en ga liggen. Ik lees de ruggen van de boeken in de kast en pak er één. Het boek gaat in één keer uit, slechts onderbroken door een bezoek aan de waterkoker. Het is precies twaalf uur als ik het boek terugzet, ik loop naar het balkon, rook een sigaret en ga naar bed.
"Ik moet naar huis."
Je moet niets.
"Ik moet er morgen vroeg uit."
Je moet niets.
"Ik moet je iets vertellen."
Je moet niets.
"..."
Ik moet naar de wc.
Een backpackersverhaal dat zich afspeelt in een veel te vaak genoemd land. Intuïtie is het zesde zintuig, ik kan er niets aan doen, het gaat vanzelf. De DVD’s die er lagen kende ik al. Alle vooroordelen worden bevestigd, al is dat niet het doel van de schrijver. Toen ik naar het balkon liep bleef ik staan bij de fotowand in de gang, haar gezicht nam plaats in het verhaal. Gedurende het lezen had ik niet aan haar gedacht, het is de aframmeling na een slecht uitgevoerde opdracht. Geestelijke verdoving luistert niet naar fysieke pijn, als je verliefd bent voel je niets.
Ze zal langskomen zoals ze ook trouw opa bezocht. Ze zal jutter meenemen zoals ze jenever naar opa bracht. Misschien kom ik ook in een lijstje boven de eruit gesloopte kachel te staan.
’s Avonds ga ik naar huis. Jpopsuki redt de dag - dit jaar en alles er tussenin. Nog niet eens op het statistisch gemiddelde tekent de neergang zich af. Een paar hobbels verdwenen als ééndagspuisten, ik verschoon het bed. Onomkeerbaar, de oogst in overeenstemming met mijn gulle hand met pesticiden. Nog één is er over, de rest vegeteert of is vergaan, verguist, vervloekt en vergeten. We gaan er naartoe, zij om de eerste klap op te vangen – wijdbeens, ook dat – daarna zal ze me loslaten. Haar werk is gedaan.
Een land waar niemand luistert is erger dan een land waar niemand je verstaat.
Vijf minuten lopen in plaats van een half uur fietsen. Het brilletje draagt vandaag lenzen.
"Het jeukt."
Ik vraag niet waar precies, bekijk haar borsten en buik en vraag of ze is afgevallen. Het maakt haar tien jaar aantrekkelijker. Ze krijgt vanavond visite, morgen is de jeuk over. Stel geen vragen, heb geduld, het antwoord komt.
04 December 2007
Latex
IMG_0911. Dat is vragen om problemen.
We hebben een vensterbank, nog steeds geen venster. We hebben weer water, nog steeds geen gas. Alles is wit, het heeft in huis gesneeuwd - op de betonnen vloer na. We hebben een slaapkamer - nog steeds geen slaap.
Maandag kwam de melding van de kerstborrel. Ik nodigde haar uit. Vandaag was de kerstborrel. Ik ben niet gegaan, mijn hoofd stond er niet naar. "Je lijkt wel een vrouw, met al die stemmingswisselingen."
De onderrand van mijn oog begint weer te ontsteken, een vuurrode eyeliner. "Het is net alsof je oog bloedt." Omdat alles wat ik zie pijn doet.
De lenzen waren uit, rood shirt met V-hals. De eeuwige zwarte broek om de biggepootjes af te kleden.
"Ga je echt niet mee?" De onderkant van mijn oog antwoordt.
Latex.
30 November 2007
De sloper in het slakkenhuis
Het nadeel als niemand weet wat je doet is dat niemand vraagt hoe het is geweest.
Dan krijg je sprekers die jou ongevraagd hun belevenissen gaan verhalen. Verdomd interessant maar ga vooral verder. Als ze eindelijk stilvallen licht ik ze in over het bestaan van het asiel. Daar kunnen ze gratis een kat ophalen.
Contactlozen geef je een kat, dan hebben ze iets om te aaien. Dan hebben ze altijd iemand die blij is als ze thuiskomen en aandachtig naar de verhalen luistert. Tenminste, zo lang als ze de etensbak en het zojuist geopende blik vasthouden.
Verse weduwen geef je een hondje om voor te zorgen. Ze zijn niet anders gewend dan het zorgen voor iets dat slechts eet en schijt en ze af en toe eens goed afblaft. Zo komen ze nog eens buiten en hebben ze een reden om het keukenzeil weer te dweilen na een verkwikkende wandeling. Even luchten want je stinkt.
Er zijn ook sprekers die geen woorden gebruiken. Ze zuchten hard en veel, het kan je onmogelijk ontgaan, de verwachting is dan dat je vraagt waarom ze zo zuchten. Hebben ze ergens pijn? Of zijn ze misschien moe? Of hebben ze iets ergs meegemaakt? Iets ergs dat ze alle woorden heeft ontnomen? Het zijn de meest irritante aandachtstrekkers. Ze blazen hun sigarettenrook uit alsof ze een brand staan te blussen. Ik loop dan steevast naar de wc. Wanneer je de wc-deur opent moet je bukken anders krijg je een stoot luchtverfrisser in je gezicht.
Mijn slaapkamerraam staat altijd open. Daar kwam de kat van de buren achter. Ik haat katten. Daar kwam de kat van de buren ook achter.
Minder hoorbaar en daarom significant zichtbaar irritant zijn de zenuwpezen. Sigaret in de linkerhand, de rechterhand in de broekzak. De rechterhand komt uit de broekzak, de sigaret gaat in de rechterhand en de linkerhand gaat in de broekzak. Een haal van de sigaret en de linkerhand is weer terug, pakt de sigaret over en de rechterhand verdwijnt weer in de broekzak. Al naar gelang de volgorde wordt met de dalende hand een niet bestaande vlek van het dijbeen afgeveegd. Bij afwezigheid van broekzakken zijn er altijd nog plukjes haar die achter het oor worden geklemd of zijn er juist geen plukjes haar die toch achter het oor moeten worden geklemd. De niet-bestaande vlek wordt daarna opnieuw weggeveegd. En dit alles als substituut van een verhaal dat op hun lippen brandt maar waarnaar je moet vragen voordat het eruit komt. Hardnekkige pisvlek.
Ik had vroeger een hond. Het was niet mijn hond maar ik zorgde voor hem dus hij accepteerde mij als zijn baas. Het was een vals beest, een slechte opvoeding leidt niet automatisch tot verkeerd gedrag. ’s Nachts lag hij tegen het voeteneind van mijn bed, mijn waakhond. Als ik de verhalen moet geloven is hij geëindigd bij een particulier beveiligingsbedrijf. Wie moet er nu beschermd worden?
Dan heb je ook nog de parasieten die ertussendoor kruipen, de ergste soort. Ze dartelen rond je benen zonder expliciet aantoonbare toegevoegde waarde, steken overal hun bolle kop tussen en controleren steeds hun mobiel wanneer er even niets wordt gezegd. Kut, nog steeds geen nieuw bericht, een minuut geleden was er ook nog niets. Hoe kan dat toch? Misschien heb ik niet goed gekeken, of misschien was het bericht net verstuurd en is het nu nog onderweg. Wel kijken, niet kopen. Beetje meedoen, beetje meeliften, beetje meepraten, maar als puntje bij paaltje komt moet de hond nog worden uitgelaten. Je ziet het beest denken: Ik moet haar een hond geven, dan komt ze nog eens buiten.
De buren hadden de verhuizing al gepland, dat had dus niets met de verdwijning van hun kat te maken. Huisdieren worden onrustig van verhuizingen, ze willen niet in het mandje. Ze ruiken het en gaan rare dingen doen. Ze weigeren te eten of verstoppen zich onder de vloer. Of ze lopen gewoonweg.
Het voordeel als niemand weet wat je doet is dat ook niemand vraagt hoe het is geweest.
Dan krijg je sprekers die jou ongevraagd hun belevenissen gaan verhalen. Verdomd interessant maar ga vooral verder. Als ze eindelijk stilvallen licht ik ze in over het bestaan van het asiel. Daar kunnen ze gratis een kat ophalen.
Contactlozen geef je een kat, dan hebben ze iets om te aaien. Dan hebben ze altijd iemand die blij is als ze thuiskomen en aandachtig naar de verhalen luistert. Tenminste, zo lang als ze de etensbak en het zojuist geopende blik vasthouden.
Verse weduwen geef je een hondje om voor te zorgen. Ze zijn niet anders gewend dan het zorgen voor iets dat slechts eet en schijt en ze af en toe eens goed afblaft. Zo komen ze nog eens buiten en hebben ze een reden om het keukenzeil weer te dweilen na een verkwikkende wandeling. Even luchten want je stinkt.
Er zijn ook sprekers die geen woorden gebruiken. Ze zuchten hard en veel, het kan je onmogelijk ontgaan, de verwachting is dan dat je vraagt waarom ze zo zuchten. Hebben ze ergens pijn? Of zijn ze misschien moe? Of hebben ze iets ergs meegemaakt? Iets ergs dat ze alle woorden heeft ontnomen? Het zijn de meest irritante aandachtstrekkers. Ze blazen hun sigarettenrook uit alsof ze een brand staan te blussen. Ik loop dan steevast naar de wc. Wanneer je de wc-deur opent moet je bukken anders krijg je een stoot luchtverfrisser in je gezicht.
Mijn slaapkamerraam staat altijd open. Daar kwam de kat van de buren achter. Ik haat katten. Daar kwam de kat van de buren ook achter.
Minder hoorbaar en daarom significant zichtbaar irritant zijn de zenuwpezen. Sigaret in de linkerhand, de rechterhand in de broekzak. De rechterhand komt uit de broekzak, de sigaret gaat in de rechterhand en de linkerhand gaat in de broekzak. Een haal van de sigaret en de linkerhand is weer terug, pakt de sigaret over en de rechterhand verdwijnt weer in de broekzak. Al naar gelang de volgorde wordt met de dalende hand een niet bestaande vlek van het dijbeen afgeveegd. Bij afwezigheid van broekzakken zijn er altijd nog plukjes haar die achter het oor worden geklemd of zijn er juist geen plukjes haar die toch achter het oor moeten worden geklemd. De niet-bestaande vlek wordt daarna opnieuw weggeveegd. En dit alles als substituut van een verhaal dat op hun lippen brandt maar waarnaar je moet vragen voordat het eruit komt. Hardnekkige pisvlek.
Ik had vroeger een hond. Het was niet mijn hond maar ik zorgde voor hem dus hij accepteerde mij als zijn baas. Het was een vals beest, een slechte opvoeding leidt niet automatisch tot verkeerd gedrag. ’s Nachts lag hij tegen het voeteneind van mijn bed, mijn waakhond. Als ik de verhalen moet geloven is hij geëindigd bij een particulier beveiligingsbedrijf. Wie moet er nu beschermd worden?
Dan heb je ook nog de parasieten die ertussendoor kruipen, de ergste soort. Ze dartelen rond je benen zonder expliciet aantoonbare toegevoegde waarde, steken overal hun bolle kop tussen en controleren steeds hun mobiel wanneer er even niets wordt gezegd. Kut, nog steeds geen nieuw bericht, een minuut geleden was er ook nog niets. Hoe kan dat toch? Misschien heb ik niet goed gekeken, of misschien was het bericht net verstuurd en is het nu nog onderweg. Wel kijken, niet kopen. Beetje meedoen, beetje meeliften, beetje meepraten, maar als puntje bij paaltje komt moet de hond nog worden uitgelaten. Je ziet het beest denken: Ik moet haar een hond geven, dan komt ze nog eens buiten.
De buren hadden de verhuizing al gepland, dat had dus niets met de verdwijning van hun kat te maken. Huisdieren worden onrustig van verhuizingen, ze willen niet in het mandje. Ze ruiken het en gaan rare dingen doen. Ze weigeren te eten of verstoppen zich onder de vloer. Of ze lopen gewoonweg.
Het voordeel als niemand weet wat je doet is dat ook niemand vraagt hoe het is geweest.
27 November 2007
Nag champa
Even ben je weer terug en even heb ik spijt, dat het zo is gelopen. Het sloopwerk haalt jouw handtekening naar boven, jij had de kleuren uitgezocht. Ik was niet geïnteresseerd in kleuren, ik was geïnteresseerd in jou. De gele verf vloekt bij het bouwpuin, waar het niet is afgebladderd zitten op sommige plaatsen schimmelplekken. Het sloopwerk haalt jou naar boven.
Onder het vakkundig aangelegd zeil komen vier andere lagen tevoorschijn. Dit gaat zeer doen. Had je die toen niet gezien? Succes in je carrière met het ontleden van het menselijke hoofd, houd rekening met onderliggende gedachten. Vier lagen, vier andere levens in dit huis. Misschien wel meer, wij leefden er ook twee, twee verschillende levens die er één hadden moeten zijn. Ons samenwonen was het delen van een huis, de toekomst een achterliggende gedachte.
Even heb ik spijt, even word ik sentimenteel. Het gebrek aan een klusmaatje of gesprekspartner breekt me op en loopt vast in waar ooit een afvoer was. Wij klusten hier samen, dat was saamhorigheid, het was tenslotte van ons. Nu is het van mij en van geen waarde. De pijpen zijn afgesloten, toch lijkt het alsof de rioollucht naar boven komt. Hoeveel stront hebben wij hier weggespoeld? De afvoerpijp een vergiet voor bloed.
Het puinstof ruikt hetzelfde als toen. ’s Nachts ontkorstten we onze neuzen voordat we neukten in de tussenwoning. ’s Morgens rook je het nog steeds. Ik was dronken toen we de woning gingen bezichtigen, je stopte pepermunt in mijn mond. Roze, alles was roze, de vorige bewoonster een overspannen dwerg met een gebrek aan smaak. Ze had een kat, ik begon meteen te niezen en kreeg een bloedneus toen we binnenkwamen. Op de dag dat ik mijn handtekening zette, liet ik haar de overname afkopen. Jij de kleuren, ik de zaken. Overspannen mensen heb je snel in een hoek. Timing, toon en zin. Ik heb er geen last meer van, ik ben over mijn allergie heen gegroeid.
Even word ik sentimenteel, even mis ik je. Misschien had ik ook moeten verhuizen, een eind markeer je met een begin. Mijn ineenstortingen werden veroorzaakt door het accentueren van het eindpunt, zonder vervolg - apathisch, doelloos en onmachtig. Op de dag dat je vertrok zat je ’s avonds bij me aan de bar, je zat er zoals je er altijd zat. Je vertelde me wat jullie hadden gegeten, wat ze van je nieuwe woning vonden. Het was een gezellige dag geweest. Er was geen verschil, het was alsof we iedereen die dag van jouw verhuizing voor de gek hadden gehouden. De buren brachten mij die dag voor het eerst een kom soep, de eerste in een nog steeds lopende reeks van een met uitsterven bedreigd stukje keukenvlijt. Gisteren ook weer, oudjes zijn nieuwsgierig, oudjes zijn zorgzaam. Het is een gewenste sociale controle.
De blaren staan al op mijn handen wanneer een aanneemhulpje binnenloopt. Hij ziet de berg vloerresten. "Ik zou maar uitkijken, daar zit asbest in." Asbest, dat is vast iets kankerverwekkends. "Vooral niet scheuren, in hele delen verwijderen." Uh huh. Er komt maximaal een stuk ter grootte van een pakje sigaretten los per keer. "Je mag het niet bij het grof vuil doen, je moet het naar de gemeente brengen." Dominant ventje. Hij inspecteert de vertrekken, vertelt wat er nog staat te gebeuren en vertrekt weer. Ik doe alsof ik het niet heb gehoord en donder alles in de containers. Mag dat niet? Goh. Ik doe alsof mijn neus bloedt, dan krijg ik misschien ook geen kanker.
Even mis ik je en ik pak de telefoon. Ze neemt op. Een uur later loopt ze naar binnen met haring en kibbeling. "Ik heb een cadeautje voor je meegenomen!" Dhoop Cones. Ze draagt een roze shirt met een capuchon. "Waar moet ik beginnen?" In de slaapkamer, het is tijd voor een nieuwe handtekening.
Onder het vakkundig aangelegd zeil komen vier andere lagen tevoorschijn. Dit gaat zeer doen. Had je die toen niet gezien? Succes in je carrière met het ontleden van het menselijke hoofd, houd rekening met onderliggende gedachten. Vier lagen, vier andere levens in dit huis. Misschien wel meer, wij leefden er ook twee, twee verschillende levens die er één hadden moeten zijn. Ons samenwonen was het delen van een huis, de toekomst een achterliggende gedachte.
Even heb ik spijt, even word ik sentimenteel. Het gebrek aan een klusmaatje of gesprekspartner breekt me op en loopt vast in waar ooit een afvoer was. Wij klusten hier samen, dat was saamhorigheid, het was tenslotte van ons. Nu is het van mij en van geen waarde. De pijpen zijn afgesloten, toch lijkt het alsof de rioollucht naar boven komt. Hoeveel stront hebben wij hier weggespoeld? De afvoerpijp een vergiet voor bloed.
Het puinstof ruikt hetzelfde als toen. ’s Nachts ontkorstten we onze neuzen voordat we neukten in de tussenwoning. ’s Morgens rook je het nog steeds. Ik was dronken toen we de woning gingen bezichtigen, je stopte pepermunt in mijn mond. Roze, alles was roze, de vorige bewoonster een overspannen dwerg met een gebrek aan smaak. Ze had een kat, ik begon meteen te niezen en kreeg een bloedneus toen we binnenkwamen. Op de dag dat ik mijn handtekening zette, liet ik haar de overname afkopen. Jij de kleuren, ik de zaken. Overspannen mensen heb je snel in een hoek. Timing, toon en zin. Ik heb er geen last meer van, ik ben over mijn allergie heen gegroeid.
Even word ik sentimenteel, even mis ik je. Misschien had ik ook moeten verhuizen, een eind markeer je met een begin. Mijn ineenstortingen werden veroorzaakt door het accentueren van het eindpunt, zonder vervolg - apathisch, doelloos en onmachtig. Op de dag dat je vertrok zat je ’s avonds bij me aan de bar, je zat er zoals je er altijd zat. Je vertelde me wat jullie hadden gegeten, wat ze van je nieuwe woning vonden. Het was een gezellige dag geweest. Er was geen verschil, het was alsof we iedereen die dag van jouw verhuizing voor de gek hadden gehouden. De buren brachten mij die dag voor het eerst een kom soep, de eerste in een nog steeds lopende reeks van een met uitsterven bedreigd stukje keukenvlijt. Gisteren ook weer, oudjes zijn nieuwsgierig, oudjes zijn zorgzaam. Het is een gewenste sociale controle.
De blaren staan al op mijn handen wanneer een aanneemhulpje binnenloopt. Hij ziet de berg vloerresten. "Ik zou maar uitkijken, daar zit asbest in." Asbest, dat is vast iets kankerverwekkends. "Vooral niet scheuren, in hele delen verwijderen." Uh huh. Er komt maximaal een stuk ter grootte van een pakje sigaretten los per keer. "Je mag het niet bij het grof vuil doen, je moet het naar de gemeente brengen." Dominant ventje. Hij inspecteert de vertrekken, vertelt wat er nog staat te gebeuren en vertrekt weer. Ik doe alsof ik het niet heb gehoord en donder alles in de containers. Mag dat niet? Goh. Ik doe alsof mijn neus bloedt, dan krijg ik misschien ook geen kanker.
Even mis ik je en ik pak de telefoon. Ze neemt op. Een uur later loopt ze naar binnen met haring en kibbeling. "Ik heb een cadeautje voor je meegenomen!" Dhoop Cones. Ze draagt een roze shirt met een capuchon. "Waar moet ik beginnen?" In de slaapkamer, het is tijd voor een nieuwe handtekening.
18 November 2007
Vanishing point
"Weet je nog wat je zaterdag tegen me zei?"
Nee. Ik weet er helemaal niets meer van. Dat je er goed uitziet voor iemand die er twee heeft uitgepoept? Waar de opening van je jurk zit? Of ik jouw paard mag zijn? Of je ook een zweep hebt meegenomen? Sorry, er was niemand anders, daarom ben ik maar om jouw nek gaan hangen. En dat je leiding geeft aan tweehonderd man, ach, soms wil jij toch ook gewoon een vrouw zijn? Mijn reputatie is bekend, ik bedoel er niets mee.
"Dat is nu juist het punt."
Een week eerder stond ze aan ons blok, of ik maar even mee wil komen. Informatie, niet bestemd voor andere oren. Hoe meer ik zwijg, hoe zenuwachtiger ze worden, maar ook hoe meer ik word genegeerd. Ik ben niet meer één van hun, al ben ik dat in mijn ogen nooit geweest. Mijn hoofd zit vol informatie die niemand mag horen. Persoonlijk beleidsplan. Bij wie ik alleen de vingers breek, bij wie ik de ogen uitsteek. Wie ik verlos van het nagelbijten, wie nooit meer naar de tandarts hoeft. Wie er een parkeerplaats krijgt onder het gebouw, wie nooit meer met de trap omhoog hoeft. Wie er een stukje mee mag rijden, wie er mee naar huis mag. Wie er zweet mag achterlaten in bed, wie nooit meer zal kunnen zweten. Wie er in een bos gaat wonen, wie de manshoge vriezer mag inwijden.
"Ik wil je iets vragen."
Vorig jaar zei ze dat ook, toen had ik een maand later een andere baan. Opdoeken, het hele team. De helft terug naar beneden, de andere helft eruit. Compleet overbodig, allemaal, ze hebben hun eigen werk geschapen. Vasthouden in plaats van delen, stilhouden in plaats van verspreiden. Overtollig en ook nog eens overdadig betaald, budgettair onverantwoord, behalve voor hun eigen hypotheken. Iedereen eindigt uiteindelijk in een huurhuisje, een kamertje waar af en toe een wit schort langskomt dat een dienblad met eten naar binnen brengt en je complimenteert met het feit dat je alweer een dag niet in je bed hebt geplast. Kunnen ze alvast een voorschot nemen, voor mij zijn ze even nietszeggend als dement.
"Zou je dat op papier kunnen zetten?"
Het is niet de eenzaamheid zelf. Je wordt alleen geboren en je gaat alleen weer dood, dat is bekend. Het is de confrontatie ermee, zolang je wordt omringd door mensen valt het niet op, ben je jezelf niet bewust van de eventualiteit ervan. Eén in verwachting, één in therapie, één in Amerika en één in India. Ik mag het fort bewaken, het fort van mijn eigen klatergoud. Pas wanneer ze zijn verdwenen, tijdelijk of voorgoed, wordt het zichtbaar - tastbaar, omdat ze er niet meer zijn om met hun aanwezigheid de illusie te voeden.
"Weet je nog wat je zaterdag tegen me zei?"
Dat is nu juist het punt.
Nee. Ik weet er helemaal niets meer van. Dat je er goed uitziet voor iemand die er twee heeft uitgepoept? Waar de opening van je jurk zit? Of ik jouw paard mag zijn? Of je ook een zweep hebt meegenomen? Sorry, er was niemand anders, daarom ben ik maar om jouw nek gaan hangen. En dat je leiding geeft aan tweehonderd man, ach, soms wil jij toch ook gewoon een vrouw zijn? Mijn reputatie is bekend, ik bedoel er niets mee.
"Dat is nu juist het punt."
Een week eerder stond ze aan ons blok, of ik maar even mee wil komen. Informatie, niet bestemd voor andere oren. Hoe meer ik zwijg, hoe zenuwachtiger ze worden, maar ook hoe meer ik word genegeerd. Ik ben niet meer één van hun, al ben ik dat in mijn ogen nooit geweest. Mijn hoofd zit vol informatie die niemand mag horen. Persoonlijk beleidsplan. Bij wie ik alleen de vingers breek, bij wie ik de ogen uitsteek. Wie ik verlos van het nagelbijten, wie nooit meer naar de tandarts hoeft. Wie er een parkeerplaats krijgt onder het gebouw, wie nooit meer met de trap omhoog hoeft. Wie er een stukje mee mag rijden, wie er mee naar huis mag. Wie er zweet mag achterlaten in bed, wie nooit meer zal kunnen zweten. Wie er in een bos gaat wonen, wie de manshoge vriezer mag inwijden.
"Ik wil je iets vragen."
Vorig jaar zei ze dat ook, toen had ik een maand later een andere baan. Opdoeken, het hele team. De helft terug naar beneden, de andere helft eruit. Compleet overbodig, allemaal, ze hebben hun eigen werk geschapen. Vasthouden in plaats van delen, stilhouden in plaats van verspreiden. Overtollig en ook nog eens overdadig betaald, budgettair onverantwoord, behalve voor hun eigen hypotheken. Iedereen eindigt uiteindelijk in een huurhuisje, een kamertje waar af en toe een wit schort langskomt dat een dienblad met eten naar binnen brengt en je complimenteert met het feit dat je alweer een dag niet in je bed hebt geplast. Kunnen ze alvast een voorschot nemen, voor mij zijn ze even nietszeggend als dement.
"Zou je dat op papier kunnen zetten?"
Het is niet de eenzaamheid zelf. Je wordt alleen geboren en je gaat alleen weer dood, dat is bekend. Het is de confrontatie ermee, zolang je wordt omringd door mensen valt het niet op, ben je jezelf niet bewust van de eventualiteit ervan. Eén in verwachting, één in therapie, één in Amerika en één in India. Ik mag het fort bewaken, het fort van mijn eigen klatergoud. Pas wanneer ze zijn verdwenen, tijdelijk of voorgoed, wordt het zichtbaar - tastbaar, omdat ze er niet meer zijn om met hun aanwezigheid de illusie te voeden.
"Weet je nog wat je zaterdag tegen me zei?"
Dat is nu juist het punt.
10 November 2007
Subscribe to:
Posts (Atom)