05 February 2010

Aso

De problemen van een ander zijn niet jouw probleem – ongeacht herkomst, religie en andere seksuele afwijkingen.

Waarom…? is een vraag die mensen, die zelf niet nadenken, stellen. Naar het waarom vragen, is overbodig. Dat geldt evenzo voor zij die de vraag stellen. Er ontstaat meer begrip als er niet naar het waarom wordt gevraagd.

Toen ze dertig werd, vluchtte ze naar Turkije. Ze vluchtte naar de witte wijn, de zon en de jongens, zoals een zestienjarige dat doet naar Lloret d’Mar. Pubergedrag om de puisten te ontkennen.

Dertig. Wat is nou dertig? Dertig is niets. Bij dertig kom je net kijken. Veertig, dat is pas een probleem. En zestien, zestien dat is ook een probleem.

Zevenendertig is geen probleem, zevenendertig is koortsvrij.

Tot halverwege je leven bedenk je wat je wilt gaan doen. De tweede helft van je leven bedenk je wat je hebt gedaan - of wat je had en wat je vooral niet had moeten doen.

Hoe ga je om met tegenslag? Je kunt het incasseren, je kunt terugslaan en je kunt ervoor weglopen. Er hangt geen waardeoordeel aan de gekozen optie. De waarde zit hem in het maken van een keuze.

Als je wegloopt, loop dan hard. Als je terugslaat, sla dan hard.

Vroeger, vroeger was alles harder.

Een marketingregel luidt dat 20% van je klanten 80% van je omzet binnenbrengt. Evenzo vertegenwoordigt 80% van de mensheid 20% van de gemeenschappelijke intelligentie.

Er zijn mannen die een pak aantrekken als ze solliciteren. Er zijn vrouwen die een pak uittrekken als ze solliciteren.

Zwangerschap is geen keuze maar een gevolg.

Tot halverwege je leven, leef je van de geboorte af. De tweede helft van je leven, leef je naar de dood toe.

Ook zonder zonde kan er sprake zijn van berouw.

Eenzaamheid is een gevolg van weglopen.

Als het antwoord je niet bevalt, dan had je de vraag niet moeten stellen. Er ontstaat meer begrip als mensen zwijgen.

29 January 2010

Ordinairy life

Er is alweer een nieuw project en alweer zit ik erbij. Voor Jan met de korte achternaam dit keer want ik heb een andere baan.
"Wat een kleine lettertjes," zegt de projectleidster als ze naar mijn A3 kijkt.
Als je een voorbeeldfunctie hebt, dan laat je zien hoe je kunt bezuinigen, op papier bijvoorbeeld. En hoe je excel uitprint.
"Maar voor de rest is alles aan mij groot," zeg ik.
Iedereen moet lachen. De projectleidster krijgt een kleur. Ik ben een grappenmaker. En dat om negen uur 's morgens.

Fátima deelt koffie uit.
"Je zat er net niet," zegt ze.
Dat klopt, ik zat er niet. Ik hing de lolbroek uit.
"Wat zal ik voor je halen?"
Een liefdesverklaring.
"Ik loop zelf wel."
Ze is Turks - zonder snor – en heeft een bos krullen waarmee ik vijf jaar samenwoonde. Maar dat is het niet. Integendeel, ik ben afgeknapt op krullen.
"Wat zal ik voor je halen?" herhaalt ze.
Is het hier zo warm of begint ze langzaam te koken?
"Ze heeft problemen met haar familie. Ze woont alleen in Amsterdam," vertelt de postloper. Generatieconflict van een cultureel achtergestelde. Je blijft als meisje bij je ouders wonen totdat een jongen je meeneemt - met toestemming van je ouders.
"Fokkit, ze is verdomme dertig," zeg ik.
Op haar CV ontdek ik een gat van vijf jaar. Wie uitdeelt moet ook incasseren.

Spijkerrokje heeft een nieuwtje.
Het woord nieuwtje zegt genoeg. Manlief had last van een gerichte zaadlozing.
"De televisie stond gewoon aan," zegt ze.
Een televisie in de slaapkamer is slecht voor de nachtrust.

Guess who’s back?
"Tijd niet gezien."
"Ik werk maar één dag in de week, dat wéét je toch?"
"Mooi," zeg ik.
Haar gezicht wordt steeds witter. Michael Jackson syndroom? Ze is naar de kapper geweest, dat zie je meteen. Maar dat gezicht, dat zie je niet meteen. Waar laat ze haar gezicht zo mishandelen? En nog meer: waarom? Liggen de halfbloedjes niet meer goed in de markt? Aziaatjes zijn mysterieus en spannend en sexy maar de nieuwe medelanders zijn vrouw en rijp.
"Dank je."
Eén dag in de week werken en dan deze laag plamuur moeten aanbrengen. Er zijn meiden die het op zaterdagavond met minder doen. Haar gemummificeerde wangen verraden een onwillige stroom bloed.

Ik lunch met de Chinese moeder van het autistisch kind.
Ik merkte niets, ik vond hem lief. Waarom merkte ik niets, waarom was hij zo rustig en waarom was hij niet bang?
"Hij voelt zich veilig bij grote mensen," zegt de Chinese moeder van het autistisch kind. "In een groep kinderen gaat het fout."
Een verbazingwekkend fenomeen.
Na de zomer geeft ze haar baan op, er is geen geschikte opvang voor het autistisch kind. "Misschien ga ik wel terug naar de horeca," zegt ze.
Ik zie een gat in mijn markt.

"Hoe is de diploma-uitreiking?" vraagt Jenny 's middags.
Soms gaan we 's middags koffie en chocomel drinken. Soms doe ik een hele middag over één boeking. Soms schrijf ik 's middags een log. Jenny had een herexamen en ze was een half jaar later klaar.
"Is het wel leuk?"
Ik vond het leuk, maar dat betekent niet dat een ander het ook leuk vindt. Mijn diploma-uitreiking was tijdens de ramadan. De Marokkaanse die we van de mail kennen, assisteerde. Na afloop stonden we te praten, buiten, in de brandende zon. Ik werd spontaan verliefd.
"Dat heb jij wel snel, hé?" zegt Jenny. 
De Marokkaanse heeft alles wat Jenny niet heeft. Slanke benen, puntlaarzen, een strakke jurk over het ingepakte lichaam en een hoofddoek. De jurk doet het tegenovergestelde van wat de hoofddoek moet doen: accentueren in plaats van bedekken. Aziaten gebruiken in de zomer een paraplu, om zichzelf te beschermen tegen de zon.

De rest van de middag werk ik op het nieuwe team. S heeft een vriend.
"Maar pas sinds twee maanden," voegt Homo er snel aan toe.
Homo is mijn nieuwe buurman in de fabriek. Ik begon direct over S - dan hadden we dat maar gehad.
"Is ze nog vrijgezel?" was mijn openingsvraag.
Het scheelt weer een uitnodiging voor mijn verjaardagsborrel.
"Via internet." Alweer.
Mijn probleem is niet haar probleem. Niet meer.

21 January 2010

Lekker belangrijk

deviant art, zemotion, tnt, post, photo, minicloud,

Er lag een briefje van TNT in de brievenbus. Een pakket was afgeleverd bij de buren. Waarom bezorgen ze niet 's avonds? Is 's avonds de kans dat iemand thuis is niet groter? Hoor je niemand over.

De buurman wenste me nog een gelukkig Nieuwjaar voordat hij het pakket overhandigde. Buurman is volledig afgekeurd en beunt de hele dag bij in één van de garages onder de flat. Buurman neemt pakketjes in ontvangst. Hoor je niemand over.

Iemand gelukkig Nieuwjaar wensen, op 21 januari. Hoor je me ook niet over. Beter een goede buur dan een hoge huur.

Het pakket was een ronde koker. De bestelling was voor de Apocalyps geplaatst. In de koker zat een keurig verpakte, een op posterformaat afgedrukte foto. Zemotion in tha house. Is het dan boeiend wat er nog meer gebeurt?

en zo ziet ze eruit

16 January 2010

Borrelnootjes, maar dan zonder vulling

Het beperkte voorstellingsvermogen van de mens bepaalt zijn grens in onmogelijkheden.

Schreeuw het van de daken en je wordt niet gehoord. Ga smoezen en de omgeving spitst de oren. Wil je dat er geen informatie wordt verspreid, zeg dan niets.

Ze wacht al drie weken op het ongesteld zijn. En ze slaapt slecht. Heel slecht. Misschien is ze daarom nog niet ongesteld, omdat ze zo slecht slaapt. Denkt ze.

Ontkennen is oorzaak nummer één in psychisch verval.

In de kroeg kijk je naar de meisjes in de kroeg. Op het werk kijk je naar de meisjes op het werk. Ze bukt en het shirt onder haar vestje springt uit haar broek. Ze gaat staan, stopt het shirtje terug in de broek en bukt opnieuw. Dat het omgekeerde het geval kan zijn, komt niet in haar op. Smoesjes, de voorraad ligt op de onderste plank.

Een fantasie is een gewenste voorstelling van de werkelijkheid. Een illusie is een misplaatste voorstelling van de werkelijkheid.

Hij wordt aan zijn arm getrokken, moet mee naar de dansvloer. Bier klettert op haar rok, loopt via haar laarzen op de vloer. Hij danst niet, want zij heeft al gedanst.

Afbouw is geleidelijke afbraak. Doordat jij ouder wordt, worden de anderen jonger. Ouderen krijgen steeds meer haast, haast naar vervlogen interesse.

Iedereen zoekt contact, maar wie is het meest op zoek naar contact? Een oude man tussen jonge meisjes is best wel vet maar voornamelijk lachwekkend. Het nog steeds niet ongestelde omhulsel, rond en rijp, moet worden getoond. Kijk dan, kijk naar mij.

Zwangerschap is afbraak. Afbraak is slopen, niet ongesteld worden slopend. Kikkererwten zijn borrelnootjes, maar dan minder vet.

Grond moet na de oogst braak liggen, om te herstellen, om weer vruchtbaar te worden. Een cyclus vereist regelmaat. Routine is de middelmaat. Excessen ontstaan daar, waar de middelmaat ophoudt.

Achter de computer kijk je naar meisjes op de computer. Het meisje op de computer is het meisje van het werk. Ze is geïnteresseerd in mannen.

Snelheid is een mate van ongeduld.

Ze gaat bij hem zitten, brengt haar hoofd bij het zijne. Ze ruikt geparfumeerd, de krullen zijn nep. Fantaseren is dromen, de illusie is de nachtmerrie.

Hij laat de foto zien. Ze vindt het een suffe foto. Ze kent hem helemaal niet. Zegt ze. Ontkennen is leven in de illusie.

De overtreffende trap van onthaasten, is de dood.

09 January 2010

Junk

Fatima dronk een sapje, ze was met de auto. Zou ze überhaupt wel eens dronken zijn?
'Wat doe je na het werk, 's avonds?' vroeg Fatima.
'De gordijnen dicht.'
In Amsterdam wonen en dan met de auto naar het werk. Ze droeg de spijkerbroek met haar motorlaarzen. Ik had ‘s morgens één van de nieuwe overhemden aangetrokken.
'Spraakzaam type,' zei Fatima.
In de herrie van DJ Kont was geen sprake van spreken.
'Niet praten maar poetsen,' zei ik. Dat stond in mijn beoordeling. Zo’n type was ik.

Fatima stopte kauwgom in haar mond. Toen zag ik Manager.
'Manager!' riep ik te enthousiast.
Ze droeg iets rozigs, met rode laarsjes.
'Hallo,' deed de mond van de manager. Ze keek blijer dan dat ze het zei. Manager is directeur geworden en leidt een andere divisie.
'Pinku!' zei ik. 'En je haar! Je lijkt wel een meisje!'
Een hand ging door de frisse coupe. Ze bloosde en keek naar de grond. En dat heeft er tegenwoordig vijfhonderd onder zich. Verlegen, als een meisje inderdaad. Manager keek naar Fatima.
'De beste wensen,' zei Manager.
Ze heeft een account bij LinkedIn, ik niet meer. Manager zwaaide en liep door.

Fatima had haar mobiele telefoon gepakt. Het had weinig zin om nu iemand te bellen. Een mobiele telefoon is ook niet om mee te bellen. Een mobiele telefoon is om anderen te laten zien dat jij er naar kijkt.
'Wat doe jij ‘s avonds, na het werk?' vroeg ik toen maar.
'Wat?' zei Fatima.
'Leuk.'
Een serveerster hield een dienblad voor en ik gehoorzaamde. We zwegen en keken naar waar het gezellig was. Aan een tafel zaten de Chinezen te eten. Ik had geen trek in Chinees.

Vorige maand was ik bij één van de Chinezen thuis. Ze heeft een autistisch kind. Het was een leuk jochie, ik merkte geen verschil met andere kinderen. Later vroeg ze of ik bleef eten, maar dat wees ik af. Ik voelde me bezwaard en zei dat ook. Ik had niet in de gaten dat het eten al klaar was, dus toen gaf ze het mee naar huis. Dat hoort er zeker bij.

Uit het niets stond Kaal voor me. Kaal stak zijn hand uit.
'De beste wensen nog!' schreeuwde hij. Zijn schedel weerkaatste de discoverlichting van de dansvloer.
'Jij ook.'
'Leuke vriendin heb je!'
Vriendin?
'We zagen haar op een feestje. Mijn vrouw spreekt ook Spaans.'
Spaans?
'Nou ja, een beetje dan.'
Ik ken wel een Spaanse.
'Via de fabriek kwamen we op jou. Dat is mijn vriendje, zei ze.'
Vriendje.
'Echt een heel leuke vriendin!' schreeuwde Kaal.
'Leuk.'
Dan moet ik maar snel de rente van het vriendje zijn gaan innen.
'Wat?' zei Kaal. Ik reageerde niet en Kaal wist even geen vervolg.
Janine liep langs. Natuurlijk, ook dat nog.
'Hé,' zei Janine. 'Heb je het gezellig?'
'De beste wensen nog!' schreeuwde Kaal opnieuw en vluchtte weg.
'Echt heel gezellig,' zei Fatima.
'Wat?' zei Janine.

Waar Kaal stond, stond nu ineens Homo. Hij stak een zweterige hand uit.
'Het allerbeste,' zei Homo. Na afloop van de kerstborrel had hij van de overgebleven drank het pak appelsap meegenomen. Ik moet vriendelijk blijven, Homo heeft nog steeds contact met Sheng.
'Het is voor het eerst dat ik jou in een overhemd zie.'
Misschien ziet hij me liever zonder overhemd.
'Hoe was de appelsap?' vroeg ik. Appelsap is goed voor de zuurgraad van je zaad.
Homo keek naar het glas in zijn hand. Het was leeg.
'Ik ga weer. Prettige avond verder,' zei Homo.
Spraakzame jongen, type niet praten maar prikken. De één stopt euro’s in een overhemd, de ander in zijn achterwerk.
'Doe de groeten aan Sheng,' zei ik.
'Wat?' zei Homo.

Janine had zweetdruppels op haar voorhoofd.
'Heb je gedanst?' vroeg ik.
'Nee, die is er niet,' zei Janine.
'De muziek staat te hard,' zei ik.
'Oude zak,' zei Janine.
De serveerster liep langs en ik bediende mijzelf. Janine dronk witte wijn.
'Leuk, een wit overhemd met een zwart rokje,' zei ik tegen de serveerster.
'Wat?' zei de serveerster.
'Proost!' zei ik, en hief het glas.
'Waar zijn je vrienden?' vroeg Janine.
Vrienden.
Geen idee.
'Wat?' zei Janine.
'Geen idee.'
'Dan sms je toch even?'
'Mijn telefoon ligt boven.'
'Dan ga je hem ophalen.'
'Wil je van me af of zo?'
'Ik ben al van je af.'

Janine keek naar Fatima.
Fatima draagt sinds kort een designbril. Ze wil geen meisje meer zijn. Afstuderen, auto, designbril - in die volgorde.
'Wat een mooie bril,' zei Janine.
'Wat?' zei Fatima.
De één stopt euro’s in zijn neus, een ander zet ze erop.
'Als de serveersters goed doorlopen, dan heb ik straks ook vier ogen,' zei ik.
'Niet lullen maar vullen,' kauwde Fatima.
Ze stopte de mobiele telefoon weg. We hadden genoeg gezien.
'Fijne avond nog,' zei Fatima en vertrok, waarschijnlijk op zoek naar passende vulling.
Fijne avond. Prettige avond. Prettig weekend. Waarom zegt er niemand gewoon doei? Waarom moet het allemaal fijn en prettig zijn? Dat maak ik zelf wel uit.

De Chinezen waren uitgegeten en keken doelloos om zich heen. Toen ze mij zagen staan, zwaaiden ze. Ik zwaaide terug.
'Dat schiet nogal op, naar elkaar zwaaien.'
'Heb jij geen hekel aan nieuwjaarswensen? Gelukkig nieuwjaar, de beste wensen, heb je een leuke kerst gehad? Rot op met je verwensingen, ze menen er niets van.'
'Als je erbij wil horen dan moet je ook de dingen doen die erbij horen,' zei Janine.
Niet praten maar blaten.
'Wat?' zei Janine.
'Vorige maand was ik bij één van die Chinezen - laat maar zitten.'
'Oké. Ik ga,' zei Janine. 'Doei.'

Ik had me voorgenomen om Freud voortaan thuis te laten. Als zij dat nu ook zouden doen. Als zij nu eens, allemaal, voortaan thuis zouden blijven.
'Gelukkig nieuwjaar Janine,' zei ik, maar ze hoorde het niet meer.
Want zo'n type is ze.
De muziek ging uit en een pak nam het woord. De Chinezen kwamen bij me staan.
'Ik heb een kalender met Chinese meisjes over,' zei Jenny na het urbi et orbi van de directievoorzitter.
'Zal ik hem morgen voor je meenemen?'
Alsof de dag er ook maar iets toe doet.

02 January 2010

Pig



Het ritueel op nieuwjaarsdag zijn de kerstkaarten. Wat er in de voorbije weken is binnengekomen en verzameld, wordt op 1 januari uitgepakt en genoten. Een handvol dit keer, wat altijd nog beter is dan een mondvol.

Als de kaarten binnenkomen, doe ik het handschriftspelletje. Dan heb ik een indruk wat me op nieuwjaarsdag te wachten staat. En op 1 januari maar kijken of de jackpot is gevallen.

Een paar opvallende afwezigen bewijzen dat burgerlijkheid zich niet consequent vertaalt. Gelukkig hebben we daar de sms voor. De gelukwenssmsjes vind ik leuker dan de kaarten. Geeft minder rotzooi ook.

Anyway: dit is de leukste van dit jaar. Of van vorig jaar dus. Geen dertien halen, twaalf betalen in een dozijn gratis bij een zak oliebollenpoedersuiker, nee, een echte Hallmark. Aan de binnenzijde van de kaart staat een heel verhaal - wat ik hier niet herhaal. Opdat wij niet zullen vergeten - worden.

22 December 2009

Staartje

De klant voor mij stopt boodschappen in tassen. De scanstraat stokt. Atchara maakt haar staartje los. Ze doet het elastiekje om haar pols en schudt haar haren. Ze drukt met haar handen wat volume in het haar. Ze kijkt in een voor mij niet zichtbaar schermpje, ze buigt voorover, kijkt nogmaals in het schermpje en trekt wat plukjes haar naar voren. Zo wachten we samen totdat de klant voor mij klaar is met inpakken.

Op posters die tegen het raam zijn aangeplakt staan de aanbiedingen van deze week. Ik let niet op aanbiedingen, ik koop wat ik nodig heb. Soms heb ik niets nodig maar ga ik toch in de rij staan. Dan koop ik iets dat handig is. Vuilniszakken zijn handig, er is altijd overbodig materiaal, er is altijd vuilnis. Er zijn ook altijd overbodige mensen, er zijn altijd vuile mensen. De nageboorte met de rode stip op het voorhoofd heb ik nooit meer gezien. Misschien is de vuilnisbak waarin ze woonden, leeggehaald.

Ontvrienden is het woord van het jaar. Een mens moet met zijn tijd meegaan. Zo beschouwd is 2009 geslaagd. Ontvrienden staat niet in de spellingcontrole, waarmee de levensduur van een hype weer eens wordt bewezen. Ontvrienden is voor mietjes, een beetje vent verwijdert zijn hele account.

Soms ga ik naar de AH. Er is verschil tussen het publiek van de Dirk en het publiek van de AH. Het publiek van de AH doet alsof ze meer geld hebben. Er is ook verschil tussen de caissières van de Dirk en de caissières van de AH. De caissières van de AH hebben gesprekstraining gevolgd. De caissières van de Dirk hebben Nederlandse les gevolgd. De caissières van de Dirk zijn leuker. Daarom ga ik soms naar de AH. Leuke dingen moeten niet te lang duren.

Soms denk ik aan andere werkgevers. Soms denk ik eraan hier weer te gaan werken. Vakken vullen in de avonduren. Doosje openmaken, spullen in de schappen zetten. Eenvoudig werk schept een eenvoudig leven. De mens verlangt naar eenvoud wanneer hij geen overzicht meer heeft. Doosje opvouwen, doosje opruimen, de artikelen spiegelen. Eenvoud wordt geassocieerd met saaiheid. Atchara maakt ieder andere werkgever saai. Soms denk ik aan mijn fiets die buiten in de regen staat. Meestal denk ik aan wat ik vanavond zal gaan eten.

Bij de sigarettenbalie klaagt een klant over de prijs van een afgeprijsd artikel. Nederlanders klagen graag. Het is te warm of het is te koud. Het is te droog of het is te nat. Het is een slet of het is een maagd. Ze is frigide of ze is nymfomaan. Het Nederlanderschap als identiteit. Zuinige, hardwerkende, klagende mensen. Ik kwam haar afgelopen zomer tegen, op de Ruysdaelkade. Misschien dacht ze hetzelfde over mij.

Steeds vaker word ik geconfronteerd met beelden uit het verleden. Een jaar geleden is ook verleden. De beelden komen als vanzelf, niet dwingend, wel onvermijdelijk. Is dat ook ouderdom?

Christine was er (koffie verkeerd), ze is later verhuisd naar de Verenigde Staten. Rebecca was er, met haar moeder (twee thee). Fleur was er (fluitje). Jody was er (witte wijn met ijs), Wendy en Sanne waren er (allebei Baileys met ijs). Vanaf de eerste dag dat ik een computer bezit, heb ik Wendy gezocht. Er staat veel op het internet, maar Wendy staat niet op het internet. Lilian was er (rode wijn), later ook verkast naar de Verenigde Staten. Zusje kwam haar tegen in het vliegtuig. "Doe hem de groeten als je hem ziet," zei Lilian. Zusje deed de groeten. Zusje was er zelf niet, Zusje zat in India. Louise en Piek waren er ook niet, ik weet niet waar ze zaten (allebei een fluitje). Het Barleus was er, met te dure champagne (allemaal een vaasje).

De beelden dwarrelen de gedachten binnen, om er rond te huppelen, heen en weer te springen, zonder doel, zonder reden, zonder betekenis, even aanwezig als een vervelend kind dat niet stil blijft zitten. Wanneer iets irriteert, trekt het je aandacht. Je probeert het te vermijden, met een averechts gevolg. Leuke dingen daarentegen lossen op in het gewone, verdwijnen in de saaiheid van het dagelijks gebruik. Soms neem ik een andere kassa, om vanuit een andere hoek te kijken.

Soms denk ik nog aan haar. Misschien ligt ze in de zon. Misschien ligt ze in het park. Misschien ligt ze in bed. Ze ligt op haar rug. Aan zijn ademhaling merkt ze dat het is afgelopen. Hij richt zich op, zijn geslacht glijdt naar buiten. Hij gaat naast haar liggen en trekt het laken over haar heen. Waar is de zon gebleven? Soms denk ik niets.

De klant voor mij is klaar met inpakken. Atchara scant mijn boodschappen. Nadat ik heb afgerekend en mijn boodschappen inpak, haalt ze het elastiekje van haar pols. In een vloeiende beweging brengt ze haar haren weer bij elkaar. Samen met het staartje wacht ze op de volgende klant.

03 December 2009

Opium



De woorden komen niet meer. Is dat ook ouderdom? Buiten sta ik te roken, ik krijg een aansteker.

Opium is een lounge-tent aan de Sloterplas. Je kunt er ook eten. In de zomer zit het terras waarschijnlijk vol. Nu, herfst 2009, is het binnen zo goed als leeg. Er zit een grote groep, etentje van de moeder van de eigenaar. En wij zitten er. Jaarlijks etentje van de gouden fabrieksclub uit 2002.

Intussen gepromoveerd naar sleutelposities binnen de lijn of naar boven gelikt naar de staf. Ik begin over drie maanden bij de staf. Ik heb het niet verteld. Ik heb niet gelikt. Ik heb gewerkt en gestudeerd. Ruzie gemaakt.

Be yourself tonight.

18 November 2009

Motor

Een veel gemaakte fout is het gebruik van de uitdrukking door de war. Door de war is een stijlfout. Om precies te zijn is het een contaminatie. Contaminatie betekent samentrekking. De stijlfout is het samentrekken van door elkaar en in de war.

Een andere veelgemaakte fout is de maakbaarheid van het leven. Dat is geen stijlfout maar een denkfout. De grote denkers verwarren willen met kunnen.

Je kunt jezelf afvragen waarom. De mens wil het maken maar de mens kan het niet maken. Je kunt het ook accepteren.

Stijlfout is uiterlijk, denkfout is innerlijk. Regenlaarzen onder een rokje is een stijlfout, regenlaarzen onder een bikini is een denkfout.

Eerst brak het lipje van de rits van mijn broek. Dat is klein leed. Het was de rits van mijn favoriete broek. Dat is leder. Daarna brak het lipje van de rits van mijn jas. Van mijn favoriete jas. Toen ging ik naar het winkelcentrum en kocht ik een overhemd en een paar laarzen. De verkoopster wreef over haar hoofd.
"Ik kreeg de doos op mijn kop."
Niet logisch, wel bevredigend.

Nadat er was afgerekend vroeg de verkoopster of ik er een doos bij wilde. Er stonden er drie achter de kassa. Dat is een veelgemaakte grap.

Een andere veel gemaakte fout is het in elkaar halen van hoop en verwachting. Je hoopt op een leuke avond. De avond blijkt niet leuk. De ontevredenheid ontstaat niet doordat de avond niet leuk is. De ontevredenheid ontstaat omdat de verwachting niet is uitgekomen. Communicatie leidt niet tot contaminatie. Logisch en onbevredigend.

"Ik wil passie," zegt Kim.
Een broek is geen passie, zeker niet als het lipje van de rits is afgebroken. Knopen zouden kunnen. Knopen kunnen aardig in de war zitten.

Fatima draagt motorlaarzen. Fátima heeft helemaal geen motor. Fatima is een doos, een doos in elkaar.

Communicatie geschiedt door beeld, spraak of schrift. Een bericht is een teken van leven. Paradoxaal genoeg leest een willekeurig bericht als doodvonnis. Geen bericht is daarom goed bericht.

Soms denk ik dat je dood bent. Dat is een stijlfout. Ik accepteer het niet - accepteren is een denkfout. De vraag is waarom.

06 November 2009

Kimchi

Een verhaal met een kop en een staart zit er niet meer in. Werken, eten, slapen - en dat dag op dag onder. Vroeger was ik bang voor zo’n leven. Nu leid ik zo’n leven.

Werken, eten, slapen. Het is saai. Er gebeurt niets. Het is eigenlijk heel erg saai. Er gebeurt echt helemaal niets. Hoe kan een mens bang zijn voor niets?

Vorige week schreef ik dat ik ander werk ging zoeken. Daar had ook leven kunnen staan. Deze week kreeg ik een mail van Leiding. Of ik nog interesse had. Leiding heeft man, kind en geen tieten. Interesse betrof in dit geval dus niet leven.

Zet je probleem op papier en in een week is het probleem opgelost. Mensen zijn hardnekkiger in hun verdwijnen.

Het is ‘s avonds donker en de fietsverlichting moet aan. De dynamo deed raar en ik gaf een schop. Ik schop zelden, er knapte iets. De rest van de terugweg fietste ik in het donker.

Er zijn van die momenten dat je denkt, dit is zo’n moment. Op het project heet roken vergaderen. We vergaderen wat af. Typisch geval van je had erbij moeten zijn.

Het project was bijna klaar. Toen gingen we testen en waren we toch niet klaar. Na een nachtje programmeren was het project weer bijna klaar. We draaiden de handel en toen waren we toch niet klaar. Na nog een test rekende ik uit hoeveel externen ik nodig had. Ik kan goed rekenen. Voordat ik het bevel uitzette, deed ik één 06-je. Ik noemde een bedrag. Toen was het project toch opeens wel klaar. Zakendoen is geen werken - geen werken zoals in werken, eten, slapen.

Nieuw op de werkvloer is een groep hogeschool studenten. Het is waar wat ze zeggen, ze worden steeds groter. Leiding stelde als voorwaarde dat ik verder studeer. We hebben een match.

Stinkende Bek stelde een vraag. Ik feliciteerde haar. Waarmee? Met je zwangerschap, natuurlijk. "Nee, ik ben gewoon dik." De taart van de vorige dag stond er nog, we bezuinigen op schoonmaakkosten. Oftewel: ruim je eigen rommel op. Afwassen met een sopje in een teiltje houdt je nederig.

Woensdagavond keek ik een film op tv. De download was beter.

Op het hoofdkantoor liep ik achter Fatima - aan. Ze kwam waarschijnlijk bij een manege vandaan. Strakke broek, zwarte laarzen tot aan de knie, wit overhemd met giletje en het haar te strak naar achteren. Ze liep moeilijk, niet mank maar zeker niet soepel. Alsof er iets dwars zat tussen haar twee grote tenen. Ze blikte me geen keur waardig.

De bloedvlekken op de handdoeken zijn er niet uitgegaan. Andere wasmachine? Ander wasmiddel? Of gewoon nieuwe handdoeken kopen?

Ik weet niet wat ik tegen dikke mensen heb. Het is niet alleen het aseksuele aspect, hun hele voorkomen afstoot. Misschien omdat ze kop en staart missen.

Als er niets gebeurt, dan ga je navelstaren. Ja, die buik, nog zo’n ding. Misschien moet ik het eens op papier zetten.