07 June 2005

W-Mode

Om zes uur begint het festival, voor ons begint het om halfacht met New Order. Chrystal, tien minuten lang, de opening. Boem. Die zit. Gedreven, fanatiek, net niet gelikt genoeg om mainstream te worden, wel dermate dichtgesynthesizerd om de underground te ontlopen. De onvermijdelijke bassound van Peter Hook haalt het begin van de jaren tachtig terug. Barney Summer zingt nog steeds tegen het valse aan, ook dat hoort erbij. Vierde nummer. Dat intro. Ik brul meteen: "Transmission!" Geen schaamte meer voor vroeger. Onlosmakelijk verbonden met het Joy Division verleden, speel die nummers dan ook. Waarvan akte. Meteen een hoogtepunt in de set. Vlekkeloos uitgevoerd. Donker en dreigend. En wat heeft Barney met zijn stem gedaan? Later in set wagen ze zich zelfs aan Love will tear us apart. Swingend, het terrein komt tot leven, er wordt gedanst. Ik zit met de Nouvelle Vague versie in mijn hoofd en zie opwaaiende jurkjes van op blote voeten dansende meisjes.True Faith, Temptation en Blue Monday sluiten af. Extase. Nu al. En we moeten nog vier dagen.

We verkassen naar de tent. Roisin Murphy, vorig jaar nog met Moloko, nu al solo. Nieuw neukertje, nieuwe band. Meer jazzy, zwoeler dan haar vorige werkgever. Minder dansbaar. Geile zomeravond muziek. Quote: "Ze heeft helemaal geen tieten." Precies.

We blijven bij de tent. Op het hoofdpodium komt een neger, daarover straks meer. We wachten op Kraftwerk. Pioniers der elektronica, de opa's van de computermuziek. Hoe gaan ze hun muziek live vertalen? Goed. Verschrikkelijk goed zelfs. Beeld en muziek zijn één, vullen elkaar naadloos aan. De beelden heb je ook wel nodig, de heren van Kraftwerk staan stokstijf achter hun beeldschermpjes en bewegen af en toe lichtjes met een muis. De heer links roept soms wat in een microfoon. Maar wat ze met die muis doen. Geniaal. Kale elektroritmes, monotoon in het begin, repeterend en steeds genuanceerder en verfijnder naar het eind. Autobahn, Das Model, T.E.E. en Tour de France, ze komen allemaal voorbij. Derde plaats.

Ronduit slecht. Pornopedo Snoop Dogg. Hiphop hoort hier niet. Het heet hier Rock Werchter, geen Hiphop Werchter. Oke, Ice-T met Bodycount mogen ze nog wel een keer neerzetten maar deze bagger bewaren ze maar voor hun eigen ghetto. Go back where you belong. En gezien de nullen op hun bankrekening is dat allang niet meer in de ghetto. Meneer Dogg was drukker bezig met zijn afterparty dan met zijn optreden. Dertig Belgische meisjes mochten mee. Na voldoende te zijn gekeurd natuurlijk. Binnenkort op video via KaZaA verkrijgbaar. Genoeg kelders in dit land.

Slotact op dag één. Chemical Brothers. De enige nog ter zake doende dansact. Soms bombastisch, dat mag op een festival. De trits Hey boy, Hey girl, Block rockin' beats en de supersingle Galvinize brengen alles en iedereen in beweging. Ook de wolken, die beginnen mee te botsen. Believe slaat in als een bom, de wolken laten al hun water vallen. We drinken en dansen door tot de laatste tonen. Modder? Droogt wel weer. Nat tot op het bot bereiken we de tent.

De tweede dag verkiezen we het terrein bij de Pyramid, we mijden het hoofdpodium. Voordeel: bij het hoofdpodium staat geen grassprietje meer overeind, bij de Pyramid behoort in het gras liggen nog tot de mogelijkheden. Het gaat natuurlijk om de muziek, de Pyramid regelt. Sioen valt in voor The Kaiser Chiefs die Live8 verkozen boven Werchter wegens commercieel interessanter. Goed gedaan jongens. Ik zal jullie cd uit het café verwijderen. Eikels. Geen promotie van mijn kant meer. Sioen ken ik niet en verrast en overdondert. Indiepop met een viool. Indringend, bezwerend. Vijfde plaats en een plek op de cd-plank in het café.

De Dresden Dolls. Een theatrale White Stripes worden ze genoemd, ook Brechtian punk cabaret. Ze zien er theatraal uit maar maken gewoon muziek. Orgel en drums, af en toe een gitaar. In de Pyramid-tent volledig op hun plaats. Intense voordracht, juist door het kale van de muzikale begeleiding. En wat een strot. Deze vrouw, Amanda Palmer, kan echt zingen. Halverwege de set, na een cover van Black Sabbath's Warpigs loopt ze achter haar orgel vandaan en jaagt ze Jaques Brel's Amsterdam de tent in, slechts begeleid door een akoestische gitaar. De rillingen lopen over mijn lichaam. Verkocht. Dit is een Godin. Vierde plaats.

Na de Dolls nog een man/vrouw combi, The Kills. Garagerock met een drumcomputer. Opzwepend. En niet alleen door de muziek. Ik heb een nieuwe muze gevonden, Alison Mosshart. Mager, tietenloos, lange bos zwart piekhaar. Spijkerbroek, laarzen en leren jack uit de vorige eeuw. Waarschijnlijk loopt ze er sindsdien in. Ze beweegt tegen het spastische aan, kruipt op de boxen, valt met gitaar en al de versterker aan om daar uiteindelijk uitgeput en jankend te blijven liggen. Het trillen van haar lichaam bij de buiging na het optreden valt niet te faken. Een duivelin.

Elvis Costello moet opboksen tegen Greenday. De pretpunk van Greenday heeft me nooit geboeid en we blijven in de Pyramid. Volledige uptempo set, anders dan vorige week op Parkpop in de brandende zon. Leuk, goed en professioneel. De toegift, natuurlijk weer I want you. Twee lippen gaan richting mijn mond. Een festival is een vakantie. En op vakantie heb je een vakantievriendinnetje.

Faithless sluit af op het hoofdpodium. We laten ons meezeulen door collega's uit de fabriek die we tegen zijn gekomen. Wat mensen in Faithless zien is mij volstrekt onduidelijk. Faithless, de band van Dido's broertje Rollo, is niets. Helemaal niets. Zielloze muziek. Een rapper die niet kan rappen en een organiste, Zuster Bliss noemt ze zichzelf, op sleutelboard. Een themaatje uit de keyboard, een beat en wat pretentieus geneuzel (I can't get no sleep-vind je het gek als je zulke muziek maakt). Zuster Bliss is speciaal voor vandaag naar de kapper geweest (kekke haarpuntjes voor de oren langs) en ze heeft een wit glitterhemdje aangetrokken. Lieve zuster. Ik zit liever de hele nacht in een dixie opgesloten dan met jou in een hotelkamer. Capice? Nog beter. Ga maar mee de dixie in. And don't mention the S-word. God is a DJ. Wat een wijsheid. Ik zal je laten zien wie God is. Na een kwartier verlaten we het terrein en vallen aan op de halve kippen.

Ook slecht. Velvet Revolver. Voorheen Guns & Roses, nu zonder Oral Sex maar met Scott Weiland, voorheen zanger van The Stone Temple Pilots. Ik ben nooit een fan van Guns & Roses geweest. The Stone Temple Pilots waren een aardig grungebandje, ze opereerden in de schaduw van Alice in Chains. Wekelijks draai ik hun Sex Type Thing in het café. Het is meteen het minst slechte nummer dat ze spelen. Dit is cockrock van de slechtste soort. Veel cock, geen rock. Het record Motherfokker roepen nemen ze mee. Tot nooit meer ziens jongens. Goede tweede in het Motherfokkerklassement is overigens Audioslave. Chris Cornell heeft eerder die dag zijn longen leeggeschreeuwd op Live8 dus wij zitten met een hese Cornell. Ook hier doet het oude werk het aardig. Ze spelen wat Soundgardennummers en het onvermijdelijke Killing in the name off van Rage against the machine. Juist daardoor wordt de zwakte van het eigen songmateriaal blootgelegd. Cornell is één van de beste rockzangers van het afgelopen decennium maar dan moet ie geen twee optredens per dag gaan doen.

Therapy? opent de derde dag, we zijn vroeg opgestaan en staan bijna vooraan. Na het eerste nummer trekt Cairns een blikje Stella open. Hm. "Biertje?" Ik heb ze vaker beschreven, ze zijn altijd goed. Vrolijke Ieren met zware liedjes. We zijn wakker. Na Therapy? speelt Pennywise, een soort Greenday maar dan van de underground. Meer richting The Ramones. Aardig. Na een half uur heb ik het wel gezien en we verkassen weer naar de Pyramid voor The Dears. Indiepop uit de mosterdpot van Interpol maar dan Canadees. Minder uptempo. Goede band. Goede plaat. Goed optreden. Mooie organiste. Helaas stond ze te ver voor een knappe foto.

Interpol laten we voor wat het is, ik heb gekozen voor het hoofdpodium met Nine Inch Nails en Rammstein. Achteraf gezien terecht. Interpol blijkt zijn set te hebben ingekort en bezit in de bassist een groepslid die achter de coulissen zijn partijen inspeelt, in de nabijheid van een emmer. Ook aan de halve kippen gezeten?

Nine Inch Nails. Swans' Sex, God, Sex klinkt als inloopmuziek uit de boxen. Fokkit! Dit is een voorteken. Na twee nummers voel ik het aankomen en ik wurm me door de mensenmassa naar voren. Trent Reznor ziet er redelijk aantoonbaar uit, hij begint lichamelijk zelfs op Sylvester Stallone te lijken. Afgekickte Amerikanen storten zich volledig op de sportschool. Gelukkig gaat het bij Reznor niet ten koste van zijn talenten. Ook heeft hij zijn ziel niet in de sportschool laten liggen. Wish, March of the pigs, hij overdondert het publiek en slaat iedereen lam. Hard en meedogenloos. Twee rustpunten. Bij Something I can never have komen de tranen, na Hurt, solo gespeeld, waarbij Reznor zichzelf minimaal begeleid op keyboard, kunnen ze me opvegen. Hij sluit af met Head like a hole en blaast daarmee Rammstein van het podium. Buck dich jongetjes, Oom Trent zal jullie wat respect bijbrengen. Absoluut hoogtepunt.

Dan Rammstein. We staan erbij en kijken ernaar. Gevangenen in de machine van hun eigen show. Veel vuur, maar dan letterlijk, niet uit de boxen, wat toch een essentieel onderdeel is van een optreden. Routineus. Ons drie dagen geoefende "Dein Gesicht interessiert mich nicht" blijft achterwege. Hun muziek zal ik thuis blijven draaien. Voor een optreden adviseer ik de dvd van de vorige tournee.

De laatste dag, de zondag, hangen we traditioneel bij het hoofdpodium. De zon is gaan schijnen, het is zelfs warm. Krantje lezen, beetje shoppen, wachten op het geweld van de avond. Soulwax zet een goede maar onbegrepen set neer, net zo onbegrepen als hun laatste plaat. Het Aziatische vriendinnetje van de zanger zingt ook een moppie mee in NY Excuse. Hé, dit is net de LCD Soundsystem. Vriendinnetje zit namelijk in die band. Programmeer hen dan ook, Meneer Schueremans! Groeibriljantje. LCD Soundsystem dan.

God is a DJ? Nee. God draagt een gitaar, heet Josh Homme en noemt zijn band Queens of the Stone Age. Vanaf de eerste tonen retestrakke rock zoals rock moet klinken. Stoner noemen ze dit. Whatever. Josh Homme c.s. spelen alles wat zich rockband noemt naar huis. Dag cockrockers, dag zakkenvullers, dag pretpunkers. Josh Homme komt om te spelen. Dat vindt hij leuk en dat doet hij dus ook. Nick Olivieri wordt niet gemist, evenmin als Mark Lanegan (hoe jammer ik het ook vind dat Lanegan er niet bij is). Zonder een seconde rust jaagt Homme de setlist er doorheen, van opener Go with the flow (nu al?) tot afsluiter No one knows. Strakker dan een sluitspier. Tweede plaats.

REM sluit af. We wachten op de regen. Wanneer REM op Werchter speelt regent het namelijk altijd. REM wint de prijs voor het mooiste decor. Verder gedegen set met de hits vooraan om de voortijdige verlaters tegen te houden. Het blijft droog. Het is gewoon warm. De lichtbalk waarschuwt voor zware regenval na middernacht. Even doorspelen dus jongens. Ze halen de regen niet. Zouden ze daarom It's the end of the world as we know it niet spelen?

Josh Homme is God. Trent Reznor is de Duivel. Amanda Palmer is een Godin en Alison Mosshart een Duivelin. Sex, God, Sex. Laat de orgie back stage maar beginnen. Toch maar een citaat van fucking Faithless. This is my church. Ik weet ondertussen waar mijn end of the world ligt. Goed dat ik geen condooms bij me had. Mag trouwens ook niet van de kerk.

23 May 2005

Slet

"Hoe oud ben je eigenlijk?"

Rare openingszin. Gaat het om mijn leeftijd? Ik kijk haar recht aan.
"Zeg het zelf maar."

Ze mag niet drinken in combinatie met haar medicijnen. Ze wil geen bier meer.
"Daar word ik dik van. Ik wil whiskey."
Ik pak de fles, zet een glas voor haar neer en schenk het halfvol. Puur, zonder ijs, gooit ze het goedje naar binnen. Ik geniet. Van dit moment, van haar. Refill. Replay. Het is al ver in de ochtend wanneer we, tram- en zonlichtontwijkend, naar haar huis fietsen. Naar haar bed fietsen. Is het haar bed?

Sms.
"Wat een mooie vrouw is dat."
Hoe weet zij dat nou? Ik heb haar alleen haar telefoonnummer gegeven. Nog meer lesbische geneugten? Wat gebeurt er allemaal? Wat wordt er achter mijn rug om geregeld? Wie zit er achter wie aan? Ik raak het overzicht kwijt.

Ze nodigt me uit voor haar verjaardag. Telefoonnummer, adres, alles erop en eraan. Ik herlees de mail. Het staat er echt. Ik loop achter mijn bureau vandaan naar het rookhok en steek een sigaret op. Na drie minuten ben ik alweer terug en ik lees de mail nogmaals.
"Ik weet dat ik je overrompel. Nee heb ik, ja kan ik krijgen."
Lef of naïef? Blind vertrouwen, dat wel. Dat doet het hem. Ik reply en onthul mijn identiteit. Fokkit.

Tegen de avond worden we wakker. Ik zit onder de schrammen. Haar nagels hebben banen getrokken over mijn lichaam. Op verscheidene plaatsen staan afdrukken van haar tanden. Ze vraagt of zij dat heeft gedaan. Ik knik. Ze weet er niets meer van. Ze moet compleet van de wereld zijn geweest.

Lokaas, een jager en een prooi, dat is duidelijkheid.

Ze mailt dat ze in de buurt is. Donderdagavonddeals worden donderdag overdag gemaakt. Ik reply mijn stereotiepe tekst: de naam van een kroeg en een tijd. Eerder maakten we de afspraak dat we niet zouden gaan daten maar zouden kennismaken. Dat klinkt een stuk minder pretentieus. Ik hoef maar één biertje te wachten. Valt mee. Haar gezicht biedt zich vragend aan. Ik beantwoord haar wangen. We maken kennis.

Ze vertelt over de seroxat. De seroxat die haar huiduitslag veroorzaakt. Het manisch gedrag. Het niet meer mogen drinken. Het zoeken naar lijfelijke bevestiging omdat er geen andere bevestiging meer is. De seroxat die haar frigide maakt. Het zoeken dat haar nymfomaan heeft gemaakt.

Mijn zorgvuldig aangebrachte scheiding van werelden vertoont scheuren. Het wordt verwarrend wanneer de werelden samenkomen en de verhaallijnen door elkaar gaan lopen. De fabriek rolt het privéleven binnen, het privéleven rolt het www binnen en gezamenlijk rollen ze de kroeg binnen. Derdegraads vergelijkingen hebben geen unieke oplossing.

Ze is mooi. Type PJH. Tenger lichaam. Kleine borstjes. Gitzwart haar.
"Geverfd?" vraag ik.
Ze schudt haar hoofd. Grote, stralende, maar ook venijnige ogen. Hier moet je geen ruzie mee krijgen. Dit zijn ogen die vuur kunnen spuwen. Dit zijn dodelijke ogen. Haar lach ontbloot een perfecte rij tanden. Gefascineerd kijk ik haar aan. Ze wordt verlegen en slaat haar ogen neer. Wat doet ze met zo’n koppie en zo’n lichaam op het www? Ook ik verval in clichés. En un momento dado staat ze op en loopt naar de wc. Gezichten draaien zich om en kijken haar na: de barkeepers, de jongens naast ons, de mannen bij de deur. In plaats van haar na te kijken bekijk ik de veranderende gelaatsuitdrukkingen op de gezichten van haar voyeurs. Ogen vernauwen zich. Lippen worden bevochtigd. Een hand verdwijnt in een broekzak. What’s a pretty girl like you doin’ in a place like this?

Ik denk aan onze nachten samen. Of beter, dagen. Want ’s nachts drinken we. Ik denk aan haar lust, aan haar orgasmes. Hoezo frigide. Het verbaast haarzelf nog het meest. Ze vertelt verder. Dat ik niet de enige ben. Ik kijk naar de onaangeroerde condoomverpakking op het kastje naast haar bed, verborgen tussen asbak, wekker, sigaretten en medicijnen. Russisch roulette. Ik win toch nooit wat. Ik schuif mijn arm onder haar billen en trek haar bovenop me. Ze komt omhoog, recht haar rug en streelt de rode striemen op mijn buik.
"Sorry."
Ik antwoord door haar billen vast te pakken. Ze zet haar handen op mijn gehavende borst, spreidt haar benen en laat zich langzaam zakken.

Lokaas in het ene stuk, jager in een ander stuk, prooi in weer een ander stuk. Aangenomen en aangemeten rollen. De aangenomen rol is zelfbepaald. Maar over wat je aangemeten wordt heb je geen zicht. Geen controle. Je wordt niet geregisseerd. Je wordt gemanipuleerd. In die zin ben ik zelf ook niet clean. Ik stop haar ook in een rol die haar ontgaat.

Makkelijk gesprek. We gaan verder waar de logs ophouden. Bier en sigaretten. Dat maakt het ook makkelijk. Roddelen, natuurlijk. Even de weblogsoap doornemen. Wie heb je allemaal ontmoet. Ik maak een interne vertaalslag. Wie heb je allemaal geneukt. Ze noemt man en paard zonder iemand af te vallen. Ze praat graag. En veel. Ik zeg eigenlijk weinig. Ze vraagt ook weinig. Ik kan veel vertellen zonder iets te zeggen maar ik laat haar de eer. Ik luister graag. En goed. Ik bestel het bier. Dat moet ook gebeuren. Het is geen versierdate dus ik ga me niet inhouden qua drankgebruik. Trouwens, al was het wel een date met het oog op meer dan zou ik me nog niet inhouden. Inhouden leidt tot onthouding, inhoud tot onthouden. Ik wil haar onthouden. Ik drink en kijk naar haar gezicht. Haar ogen, ogen om in te verdrinken. Haar mond, het bewegen van haar lippen. We gebruiken dezelfde lippenbalsem. Dat schept een band. Lippen zijn gevoelig. Onderschatte erogene zone. Zullen onze lippen vriendjes worden? Mijn etensloze maag werkt mee, de alcohol vloeit soepel. Ik begin te smelten. De flow is daar.

Ik begin verliefd te worden. Verwarring. Ik voel me op mijn gemak, misschien is dat het. Ik voel me niet snel op mijn gemak. Ik moet mijn gemoedstoestand niet verwarren met verliefdheid.

Ik corrigeer een zin. Ze is niet mooi. Ze is bloedmooi.

Ik moet opschieten, om acht uur moet het café open zijn. Eten komt vannacht wel. Of niet. Ik vermoed dat ze slaapt. Ik leg de lakens over haar heen en loop naar haar douche. De zeep bijt. Ze heeft me getekend. Dit is beter dan een trouwring. De douchedeur gaat open en ze strompelt naar binnen. Verbaasd kijk ik haar aan. Ze slaat haar armen om me heen, ik draai haar rug naar de hete straal water. Ze kijkt me aan, maakt een arm los, beweegt haar hand naar boven en veegt de slaap uit mijn ogen. Een verlegen meisjesglimlach, ze slaat haar ogen neer. Nu weet ik het zeker. Ik wil je. Voor mij alleen. Ik ga je genezen. Ik ga je gelukkig maken.

Ik verwar mijn eigen dubbelrol. Dit moet even zonder alcohol. Ik reply.
"Leg straks maar uit, 19.00 uur koffie."
Repeterend nuchter. Uitvoerig dronken.

Ze pakt haar mobieltje.
"Vind je het goed als mijn huisgenoot ook komt?"
De beschermengel wordt opgeroepen en is opvallend snel ter plaatse. Begroetingsrituelen. Ik open mijn barkeeperoog en focus op de lichaamstaal. Dit is iets meer dan een huisgenoot. Dan zoenen we niet. Van mij krijgt ze dus geen vochtige lippen. Ze staat op voor een nieuwe urinelozing. Van bier drinken worden haar lippen blijkbaar wel vochtig. De beschermengel buigt zich voorover en fluistert iets in mijn oor. Ik bestel drie bier en reken mijn roze bril af.

"Je vindt me dus een slet."
Ik zwijg.
"Zeg het dan!"
Ik gooi mijn zoveelste jutter naar binnen en kijk haar weer aan.
"Zeg dat ik een slet ben en je ziet me nooit meer terug."
Ik probeer na te denken maar het lukt me niet meer. Mijn gedachten zijn vertroebeld. Door gebrek aan eten, door oververmoeidheid, door de drank. Door haar. Hoe meer ik probeer haar te vergeten, hoe meer ik drink. Hoe meer ik drink, hoe sterker haar aanwezigheid in mijn hoofd. Ik kan aan niets anders meer denken. Ik zie alleen maar haar lichaam voor me. Haar lichaam, bedekt met het lichaam van een man. Haar lichaam, verborgen onder talloze mannenlichamen. Haar lichaam, dat de pompende bewegingen van het mannenlichaam opvangt. Een ja-knikker tussen haar opgetrokken knieën. Haar lichaam, wijdbeens gespreid, dat de pompende bewegingen van het mannenlichaam ontvangt, kanaliseert en ontkracht. De stilvallende ja-knikker die zijn zaad als vers geronnen olie haar ingewanden injaagt. Zaad, de olie van haar nymfomanie. De dood van mijn euforie.

Euforie is een verslavend gevoel. Verslaving leidt tot ongeremde drang. De drang naar meer. De ongeremde euforie maakt overmoedig. Verandert in hoogmoed. Hoogmoed, de aanzet tot de onherroepelijke val.

De vrije val naar het niets. Exit verslaving. Enter vrijheid. Terug naar de totale leegte.

Het niets betekenen . Het niets willen. Het niets zijn.

03 May 2005

Pool

"Alles goed?"

Als je niets te zeggen hebt, zeg dan ook niets en laat me met rust.

Happy people have no stories. We zitten in Festina Lente. We hebben lol. We eten. We praten. We drinken. We lachen. We flirten. We teasen. We hebben geen verhalen. We verhalen. We verhalen de schade. We halen elkaar. We bereiken elkaar. Schuldgevoelens. We betalen elkaar.

Bloedarmoede bij de bloedzuigers. Zijn we in de winter scherper? Gebrek aan inspiratie is gebrek aan uitlokking. Laten we blij zijn dat iedereen de zon opzoekt. Laat iedereen zich maar vergapen aan het lonkend vlees. Levert weer mooie verhalen op. Voorlopig hebben we hier het rijk alleen. Het wordt overzichtelijker. Het walgelijk bezitterige. Kutkatten. Kutkind.

Ik bied haar een kamer aan. In mijn huis. Niet om haar te helpen. Om mezelf beter te voelen.

Ik zoek de rust van het poolcafé op. Lege tafels. Een lege bar. Rust. De zon schijnt. Terrassen lopen vol. Ik loop naar binnen. Ik bied Holloog naast me wat te drinken aan. Ik wacht op wat gaat komen. Ik wacht op wat er nog meer naar binnen komt. Komt Niet. Kwam.

Nooit achter een boot aanzwemmen. Het café induiken en wachten op de volgende afvaart. Vanwaar die haast? Ik drink te snel.

Eentje linksaf, de andere twee rechtsaf. Is dit in scène gezet? Ze pakt mijn hand. Of ik pakte de hare. Wat is het verschil? Het maakt niet uit. Niet meer. Ze trilt. Van spanning. Zo lang heeft ze hier op gewacht. Eindelijk. Genieten van momenten zei je toch? Hier is je moment. Haar moment is daar.

Vier uur thuis. Vier uur slaap. Vier uur werken. Twee gebakken vissen en date één. Nog vier uur werken. Fiets pakken en ik zit er alweer.

"Je bent vroeg."

Misschien vind ik jou ook wel leuk. Zonder te vragen zet ze de eerste neer. Na de tweede begin ik te praten. Na de derde haal ik date twee op. Na de vierde word ik rustig. Na de vijfde ben ik te laat voor mijn volgende afspraak. Na de zesde bel ik date drie op. Na de zevende ben ik een lul. Na de achtste loop ik Vertigo binnen en bestel nummer negen en tien. Wie had het over eten? Na het dozijn vol te hebben gemaakt fietsen we terug naar het poolcafé. Ik ben eindelijk wakker. Tapas dan maar. Ik kijk naar het universiteitsgebouw aan de overkant en ik schiet vierentwintig uur terug in de tijd. Zij schiet vijf jaar terug in de tijd.

"Stel."
"..."
"Wil jij de vader worden?"

De bruidegom komt langs. Op zoek naar een slaapplaats. Sorry knul. Ik slaap ergens anders.

Lange incubatietijd. Ik heb veel bedenktijd nodig. Teveel. De tegenpartij haakt af. De tegenpartij houdt niet van twijfelaars. Van besluitlozen. Je ziet het verkeerd. Ik heb al lang besloten. Ik denk slechts over mijn besluit na. De keuze ligt al vast. Lag al vast. De uitkomst staat bij voorbaat vast. Ik heb je verteld dat ik rekenaar ben.

"Alles kut?"

Was het maar zo. De zon is lekker maar het moet niet te lang duren. Straks ga ik er nog in geloven ook. Ik zoen Potje achter de bar. Ik ken haar. Ik ga alleen naar cafés waar ik het personeel ken. Die naaien me niet. Bij anderen weet je het maar nooit.

Niet hier en daar een bui. Nee. Dat niet. Af en toe laat de zon zich zien. Beter. De zon in de gedaante van anderhalve meter passie. Niet te vaak. Dan word je immuun.

De eerste keer is niet de beste keer. Mensen verwarren spanning met kwaliteit. Een goede plaat geeft ook pas na talloze draaiuren zijn geheimen prijs. Ik wil talloze draaiuren met je doorbrengen. Draaibeurten. Ik blijf om je heen draaien. Van alle kanten ga ik je bekijken. Bewaar je geheimen. Bewaar je orgasmes. Voor later. Anders verlies ik mijn interesse. Mijn aandacht. Meer wijn, meer aandacht. En maak de wc even schoon. Gewoon. Beetje normen en waarden, kleintje.

Hij is niet thuis. Of we meegaan. Gaan jullie maar, ik kijk wel. Het kutkind zegt hetzelfde. Ze kijkt ook liever. Een klaarkomende vrouw is mooi.

Ik ben allergisch voor katten. Toch aai ik haar. Ik wil bij Teiltje in het mandje. "Neuken?" Ik ben wel eens subtieler geweest.

Zelf initiatief nemen werkt niet. Heeft nooit gewerkt. Zal niet werken. Kom daarom maar naar mij toe. Dat werk. Dat werkt. Ze kwam. Ze komt klaar. Ik steek een sigaret op. "Mag ik er ook één?" Ik geef haar mijn sigaret en sla mijn armen om haar heen.

Het wordt tijd mijn eigen woorden te lezen. Het geschreven woord. Zwart op wit. Te lezen en te begrijpen. Mezelf te zien. De spiegel. Was het echt zo erg? Ik zie alleen de littekens. Ik heb anderen nodig om de rest te zien. Om mij de rest te laten zien.

Ze stoot haar wijn om. Zenuwachtig? Ik stop met bier en stap over op de wijn. Zoent lekkerder. We zijn met z’n drieën. Wie zoent er straks met wie? Wie slaapt er bij wie? Of zullen we gewoon niet gaan slapen. We kunnen kijken. Naar elkaar. Ik sport niet. Ik spot.

Ik krijg de smaak te pakken. Afspreken is leuk. Hangt natuurlijk wel van het gezelschap af. Ik moet het anders formuleren. De afspraken zijn leuk want het gezelschap is goed.

Ze wordt hees. Vaag dronken meisje. Lief meisje. Leuk meisje. Ze doet een poging het café schoon te maken. Ik doe een poging in haar bed te belanden. Twee uur later. Ik ben in de berm beland. Ik schop de fiets van me af. Controleer mijn knieën. Dronken mensen breken nooit wat. Laat staan het ijs.

Het ijs is gesmolten.

19 April 2005

Plain

Ik leerde haar kennen in de televisiefabriek in Aalsmeer. Ome Joop liet een theater bouwen in Scheveningen. Hypermoderne telefooncentrale. Dito apparatuur. Schiphol en ik zaten bij de fax. Een zoete geur vulde de ruimte, pakte de faxbladen op en liep weg. We keken haar na. Vrijdag maar eens een borrel organiseren.

Twintig studenten om de reserveringen aan te nemen. Reserveringen voor de eerste in een lange rij van musicals. Ik kwam er mijn oude nachtdienstmaatje van Schiphol tegen. Als je vliegtuigen kunt laden en lossen kun je ook een telefoon opnemen. Wij waren de favorieten van de meisjes van het uitzendbureau. We kregen de diensten die we wilden hebben, de leuke baantjes. Op dinsdagochtend kwam de weekplanning voor de bagagekelder binnen. Linea recta vanuit de maandagnachtdienst naar het uitzendbureau. Koffie drinken en de diensten voor de komende week verdelen. En toen mochten we opeens naar Aalsmeer.

"Hij is slecht. In bed."
Ik hoor over haar hetzelfde.
Ik confronteer haar niet met de waarheid.

De vrijdagavondborrel is geregeld. Geen drank nodig hebben om remmingen los te laten. Dierlijke aantrekkingskracht. Ze is mooi. Ze ruikt lekker. Onze achternamen matchen. Het wordt de running gag. Ik ben sinds een week bezet. Mijn bezetter zit twee tafels verderop. Ik heb drank nodig om mijn zintuigen uit te schakelen. Drank nodig om mezelf te temmen. Om mijn nieuw verworven bezetter te beschermen.

"Ik ga douchen. Zet jij koffie?"
"De koffie is op."
Ik doe de kraan open. Het hete water ook. Chagrijniger kun je me ’s morgens niet krijgen.

Op weg naar Vriendje-sinds-drie-weken. Een dronken automobilist. Een fietser wordt geschept. Een hoofd raakt de voorruit. Stuitert via de motorkap op de stoeprand. Veertien dagen coma. Een medisch wonder noemden de artsen het. Vriendje-sinds-drie-weken zit aan haar bed. Afwisselend kijkend naar de monitor en haar gezicht. Het moment dat ze haar ogen opent. Haar mond opent. Ze spreekt. Haar eerste woorden. Ze zegt een naam. Mijn naam.

"Weet ze het?"
"Misschien."
Je hoeft niet altijd de waarheid te zeggen.

Op de begane grond, bij de eerste hulp, word ik binnengebracht. Mex loopt naar haar kamer. Ze ziet Vriendje-sinds-drie-weken denken. Niet nog één. Ze verlost hem van zijn gedachten.
"Sporten is gezond. Z’n enkel doormidden."

"Het leven is een feest maar je moet zelf de slingers ophangen."
De klap heeft haar niet intelligenter gemaakt.

Ze gaat samenwonen. Ik ga samenwonen. Zij gaan uit elkaar. Ik ga uit elkaar. Op woensdagavond staat ze opeens voor de deur. We bekijken elkaar en vragen ons af wie er erger aan toe is. Ze doet een voorstel. Gedrogeerd door liefdesverdriet ga ik akkoord. Twintig uur later zitten we in Normandië. We zetten de tent op. Spreiden de slaapzakken. We doen wat we na de vrijdagavondborrel hadden moeten doen. Bannen onze verloren liefdes uit. We wanen ons in het vorig millennium.

We vangen elkaar op door met elkaar te praten. We drinken om te kunnen praten. We kleden elkaar uit om niet meer te hoeven praten. Om elkaar niet meer op te hoeven vangen.

Ze is jarig. Ik fiets spontaan langs. Een huiskamer zonder visite. Ze viert het niet. Ik vraag niet naar het waarom. We trekken een fles wijn open. Wat later: deurbel. Fris-gekapt-en-geschoren komt met een grote bos rozen binnen. Aha! Daarom dus. Ze loopt naar de keuken om koffie te zetten voor Fris-gekapt-en-geschoren. Ik loop achter haar aan en vraag of ik weg moet gaan. Ze slaat haar armen om me heen.
"Nee! Je moet blijven. Híj moet weg!"
Haar kruis ontmoet het mijne.
"Je moet keuzes maken."
Ik bleef. Slapen. Er hingen geeneens slingers.

The day after is het ergst. De verliefde gevoelens gieren door je lichaam. Het gemis is dan het sterkst. Het verlangen op het hoogtepunt.

Haar vriendinnenclubje heeft per stuk de dertig jaar bereikt. Het wordt groots gevierd. Het café van een bevriende eigenaar wordt afgehuurd. Ze fladdert langs alle singlemannen die ze heeft uitgenodigd. Die ze allemaal al heeft gehad. Ik ga bij de groep jongens staan. We kijken naar haar. Haar dijen zijn onze verbindende factor. De rillingen lopen over mijn rug. Ik maak me los van de groep, loop naar de bar en gooi twee whisky’s naar binnen.
"Alles goed?"
Ik kijk in de ogen van mijn voormalige bezetter. Nu ik jou zie wel. Het verschil is pijnlijk duidelijk. We zonderen ons af en worden dronken. Filosoferen over een doorstart. We gaan als laatste weg. Waar zijn de jarigen gebleven? Ik fiets met haar mee naar huis. Bij haar thuis gekomen hangt ze een klamboe boven het bed. We wanen ons in een ander land. We wanen ons in een andere relatie.

Pijn is lekker. Gemis is pijn. Verlangen is ook pijn. Pijn laat je voelen dat je leeft. Geluk verwent en verzadigt. Geluk maakt lui. Geluk betekent het einde. Gelukkig zijn is het einde.

Zaterdagnacht. Kwart voor vier komt ze binnen. Ik doe net de buitenverlichting uit. Ze heeft groot nieuws. Ze gaat trouwen. Op 2 juli. En emigreren. Per 1 augustus. Of ik ook op de bruiloft kom. Ik schud mijn hoofd. Op 2 juli zit ik in Werchter. Ze zegt dat ik wel even op en neer kan rijden. Ik zeg de waarheid. Nee. Ik rijd niet op en neer. Niet meer. Keuzes maken zei je toch? Ik heb gekozen.

Ik ben gemaakt. Niet voor jou. Je bent passé. Het ga je goed.

11 April 2005

Poppenkast

Eén van de hoogtepunten toen ik nog op een ander adres logde. Redelijk uit zijn verband getrokken door het hier te plaatsen. Toch onlosmakelijk behorend bij het logverleden en een dierbare herinnering. De bewustwording van en confrontatie met het publiek had, achteraf gezien, een positief effect op mijn paranoia en dus negatief effect op de kwaliteit. Veel van wat ik daarna publiceerde keert hier daarom niet terug.

Vragen. Vragen naar. Mailen? MSN-en? Telefoonnummers. Afspreken? Daten? Vermoeiend, een log bijhouden.

Complimenten zijn leuk maar de belangstelling naar de logger komt meer voort uit nieuwsgierigheid door het intrigerende van de persoon Semtex, het fysiek, dan uit gemeende interesse naar de mens achter het log.
"Semtex date nooit."
Oh nee? Selectie aan de poort. Om aan al het gevraag een eind te maken stem ik in met het verzoek. Spreek je wel eens af? Ja. Voor het eerst ga ik afspreken met iemand die ik slechts virtueel ken. Iqqz, Seco en Stella kende ik al voor het loggen dus die tellen niet mee. Ik kom uit de kast en mail Poppetje. Ze mag me face to face interviewen. Dus lezers. Spreekt Sem weleens af? Ja. Bij deze.

Pop gaat akkoord. Logisch, zij deed de eerste aanzet. Ik maak slechts van de gelegenheid gebruik meer vragen te beantwoorden. Vragen van mijn publiek, niet van het hare. Die demonisering moet eraf. Een ongrijpbaar figuur blijven houd ik toch niet vol. Afspreken. Niet met de mailbox. Met een meid met ballen. Ik stel een thuiswedstrijd in Amsterdam voor. Zaterdagmiddag, na mijn katerslaap van vrijdagnacht. Mijn favoriete humeurmoment. Pop vindt het goed. Ik mail Pop: zaterdag a.s. Schreierstoren 16:00 uur. Schuin tegenover het C.S. Kan niet missen. Daar even kennismaken en dan via de Zeedijk naar de Nieuwmarkt. Afhankelijk van type en stemming zal ik dan een café uitkiezen.

Weblogland is een raar land. Stoppen. Doorgaan. Stoppen. Doorgaan onder een andere naam. Naamswijzigingen. Logjes verwijderen. Bekenden naar je log trekken en vervolgens gaan janken dat er bekenden op je log komen en dat je niet meer vrijuit kunt schrijven. Kinderen, jullie doen het allemaal zelf. En begin niet te zeiken over oprechtheid. Opgeilen en bij het afscheid zeggen dat je een vriendje hebt. Dat is vragen om problemen. Ik zal eerlijk zijn. Mijn werkvloer leest ook mee. Het zij zo. Het meeste ontgaat ze toch. Ik mail Seco. Je laatste log ontgaat me. Reply: Zegt de Keizer van de onnavolgbare logs. Zij, zijn, hem, haar. Zoek het maar uit allemaal. Ik was je liefde voor de voorjaarsklassiekers vergeten.

Zonder horloge leven en toch een man van de klok. Klokslag 16:00 uur loop ik naar binnen.
Hoe herken ik je? schreef Pop.
Je herkent me, schreef ik terug.

Zonnige dag. Binnen staat een meisje achter de bar. Twee kleerkasten zitten aan de stamtafel, verder is het leeg. Iedereen zit op het terras aan de zij- en achterkant. Uitzicht op het water. Intuïtief weet ik: die komt te laat. Stereotiepe vrouweneigenschap. Ik ga aan de bar zitten. Bestel een dubbele espresso en een kahlua. Nog even geen zonlicht. Eén sigaret later bestel ik nog een dubbele espresso. Te lang nagezeten vannacht.
"Sem?"
Ik draai me om. Ik heb haar niet binnen zien komen. Daarom moeten er achter een bar spiegels hangen. Zodat je kunt zien wat er achter je rug gebeurt. Ik steek mijn hand uit.
"Hoi Pop."
Geen zoenen. Nog niet. Ze ziet mijn koffie en bestelt thee.
"Ik dacht dat jij zo’n drankorgel was."
Niet op mijn nuchtere maag, doos. De kahlua is slechts voor de suiker.

Weblogland is een raar land. Virtuele incest. Naast het open log een draaiende messenger, ICQ-en, skypen en een mailbox. Reageren in de comments, reageren op de messenger, reageren op de mails. Reageer je maar suf. Reageren bij de één, reageren bij de ander. Eén zin, twee zinnen. Hooguit. Anders kunnen we het niet meer volgen. Het gaat niet om het log. En zo hobbelt iedereen achter elkaar aan. Een communicatiefabriek van de alleen thuiszittenden. Even een avondje sletten. Hop hop hop in galop. En naar voren die puntjes meisjes!

Een gewoon meisje. Er zitten ook gewone meisjes op internet. Mijn log is niet representatief. Mijn mailbox is niet representatief. Ik ben niet representatief. Goede lengte, een kop kleiner dan ik. Hakken. Leuk koppie met haar. Half lang. Meisjesachtig. Geen spetter. Gewoon. Gewoon is leuk genoeg. Gewoon is veilig. Twinkelende ogen. Ze ruikt lekker.
"Jil Sander?"
"Ja!"
Roken beïnvloedt je smaak. Niet je reukvermogen. Geen makeup. Nou ja, geen, subtiel dan. Focus. Een gelakte pinknagel. Die mag ze wel in mijn tepels zetten. Ik zeg dat ik nog even wakker moet worden en vertel mijn planning voor de komende uren. Daarna zien we wel. Ze knijpt haar ogen toe.
Dan schalks: "Daarna zien we inderdaad nog wel."

Een goede 1 april grap, absoluut. De jaloezie druipt uit de comments. Ik flirt een avondje mee. Slijmbal! Later een mailtje. Vriendje jaloers. Ah gut. Knul toch. Jaloers op een adremme brulboei? Ik reaguur neuqen en je wordt jaloers? Op het forum ben ik gestopt toen ik ontdekte dat ik tussen de peuters was beland. Met jullie ben ik ook gestopt. By the way: heb je al mogen kijken? Heb je ze al aan mogen raken? Of trek je jezelf nog steeds af bij een fotootje van haar? Geeft niets hoor, met je plassertje spelen. Doe maar wat je fijn vindt. En goed wassen hoor! Ook onder het randje. Daar komt namelijk dat rare luchtje vandaan.

Ik verstuur een smsje. De kleerkasten staan op en gaan weg. Na de koffie gaan we naar buiten en we lopen naar de Zeedijk. Tien jaar geleden werkte ik hier. Ik vertel wat over de cafés en mijn eigen geschiedenis daarin. Ik werkte hier net na de grote schoonmaak van de Zeedijk. Ondertussen heeft de verloedering alweer toegeslagen. Jammer. We lopen door naar de Nieuwmarkt. Bij de visboer haal ik mijn katerontbijt. Ik vraag Pop of ze ook vis wil. Ze trekt een vies gezicht.
"No thanks."
Whatever. Even later dirigeer ik haar naar binnen en we gaan aan de bar zitten. Pop wijn, ik bier en een jägermeister.
"Ik ben er klaar voor. Brand maar los."

Het interview ga ik hier niet reproduceren. Dat leest U maar bij Pop zelf.

De werkvloer leest mee. Ik zal ze eens wat afleiding bezorgen. Zusje komt langs. Gewoon, even koffie drinken. Ik neem Zusje mee naar mijn afdeling en stel haar voor als mijn vriendin. Zeggen dat ik AIDS heb zou minder indruk hebben gemaakt. Brood en spelen. De monden weer gesnoerd. Ik zet Zusje achter mijn bureau en laat haar mijn dagelijkse werkzaamheden zien.
"Wel saai hoor," fluistert ze.
Ik knik.
"Maar wel goede koffie!"
Ik neem haar mee naar de bovenste verdieping en we kijken uit over de stad. Ze wijst.
"Daar woont mijn moeder. En daar ben ik geboren."
Ik ga achter haar staan en leg mijn armen om haar middel. Ik zoen haar kruin. Wat later loop ik met haar mee naar buiten. Ik weet dat ze staan te kijken. Ik streel haar kontje. Ze speelt mee, schurkt zich tegen me aan en maakt haar mond zoenklaar. Zoenen is lekker.

Pop stelt haar vragen. Ik antwoord naar eer en geweten. Wantrouwen zit in mijn schijf van vijf, snelheid ook. Mijn vertrouwen valt snel te verdienen. Deze girl-next-door naast me aan de bar is oké. En stel dat ik me vergis. Wat dan nog. Ze weet hoe ik eruit zie. Lekker belangrijk. Uiteindelijk wil iedereen met zijn buurmeisje trouwen. Mijn buurjongen laat zijn nieuwste scharrel bij hem intrekken. Flashback. Mex en ik lopen op de galerij. We komen buurjongen en toenmalig vriendinnetje tegen.
"Hé, alles goed?"
"Ja hoor. We hebben besloten uit elkaar te gaan."
"Toevallig zeg. Wij ook."
Lachsalvo’s. We keuvelen als fijne buren.
"Wie houdt het huis?" vraag ik hem.
"Ik."
Ik geef een high five.
"Ik ook!"
De meiden, ex-en ondertussen, lachen.
"Succes met het verhuisgedoe."
"Jullie ook."
‘t Is dat het te vroeg voor bier was.

Weblogland is een raar land. Verliefd op een virtueel figuur. Verliefd op een website. Een weblog. Verliefd op woorden. Ik zuig je naar het beeldscherm en maak je gek. Obsessief log je in. Klik je op de link naar mijn log. Probeer je jezelf te vinden in mijn woorden. Je zoekt jezelf. Je herkent iets, je leeft mee. Je voelt mee. Je lijdt mee. Je verloochent jezelf. Je verliest jezelf. Je verliest je leven.

Het klikt.
"Vreemd voor twee watermannen samen," zegt ze.
Ik denk even na. Toch niet weer zo’n single miepje die aankomt met astrologische kletspraatjes. Makkelijke manier om een opening te maken bij het fastdaten maar hou dat geneuzel voor je als je al vier uur tegenover me zit. Praat over je ex-vriendjes. Wat beviel je, wat beviel je niet. Praat niet over je favoriete vakantieland. Praat over je diepste angsten. Praat over je littekens. Laat me je littekens zien. Dan hebben we dat gehad. Onderaan beginnen. Van onderaf naar boven klimmen. Niet andersom. Het vakantieland bepalen we ’s morgens wanneer we weggaan wel.
"Linksaf of rechtsaf?"
Planning slaat alle spontaniteit dood. Ik zal je littekens strelen. Ik zal je wonden verzorgen. Elke dag. Ik zal je leren ze te accepteren. Ik zal je leren ervan te houden. Waardoor je jezelf zal accepteren. Waardoor je van jezelf zal gaan houden.

Ik besluit Pop mijn café te laten zien. Aan de bar zitten de kleerkasten. Twee spa rood. Breeduit lachend stellen ze zich voor. Loyale gasten.
"Vertrouwde je het niet?" vraagt ze.
"Internet is ziek. Weet ik veel waar die bezoekers vandaan komen en wat ze van plan zijn."
We gaan bij de spiermassa’s zitten en praten over hun vriendinnetjes die zo komen. Pop schuurt met haar been tegen het mijne.
"Sem? Mijn laatste trein enzo…."
Ik maak de zin af.
"Is weg?"
Ze knikt. De kleerkast naast haar tikt met zijn flesje spa tegen haar wijnglas.
"Is rekening mee gehouden. Je komt veilig thuis."
Boomlang zet een nieuw rondje drank neer.
"Wie zegt dat ik naar huis wil?"

Ingehaald door de tijd. Ik verander van koers. Wijziging van strategie is geen zwaktebod. Voor je zwakheden uitkomen maakt je sterk. Dwalen en keren. Poppen en kasten. Ik onderschat U niet. Maakt U het zelf maar af.

Pop is klaar. Ik niet. Nog lang niet.

11 March 2005

Public castration

Steunend op mijn handen hang ik boven haar. Mijn geslacht wijst naar de opening die zojuist is verlaten. Haar armen boven haar hoofd uitgestrekt. Haar handen klemvast. Ze heeft haar gezicht afgewend. Een gezicht met een van pijn vertrokken grimas.

Nooit terugtrekken wanneer haar orgasme zich aandient. Ik trek me terug en laat haar afkoelen. Ze zoekt haar orgasme. De pijn op haar gezicht is het krampachtig zoeken. Ze is het kwijt.

Haar mond beweegt lichtjes. De spanning op haar armen neemt af. Het trillen van de aderen op haar armen vermindert. De grip van haar vingers verslapt. Ze komt bij.

Voordat ze er is grijp ik in. Ik stoot toe. In één keer. Bekken op bekken. Onze botten kraken. Ze schreeuwt geluidloos. Een ondefinieerbaar geluid. Alsof ze haar tong heeft afgebeten.

Ze is van de wereld. Ze ligt in coma naast me. Ik staar naar het plafond. Ik weet het. Dit was het.

De laatste keer.

01 March 2005

Leer

De telefoon gaat. Hallo wereld. Ik loop naar mijn geluidsapparatuur en schuif de volumeknop omhoog. Voluit. Dag wereld. Ik moet maar weer eens aan het werk gaan. Ik moet maar weer eens aan de drank. De eerste werkdag na het ziektebed. Geen energie. Rust roest. Lust doodt.

Ze heeft het begrepen. Op mijn eerste vrije zondag komt ze me ophalen en we rijden naar Beverwijk. Exen hoef je niets uit te leggen. Gold dat maar voor iedereen. Ik word schijtziek van het verklaren, uitleggen, relativeren. Suggestie bestaat alleen in de perceptie van de gesprekspartner, de lezer, de toeschouwer. Misinterpretatie bij degene die interpreteert. Interpretatie is reconstructie van de constructie. Misinterpretatie is een fout van de bouwer. Niet van de ontwerper.

Hallucinaties door de koorts. De virtuele wereld hallucineert mee. Een computerscherm als mens. Wordt er nog geleefd?

Ontbijten bij de visboer. Broodje haring en een familiebak kibbeling. En dan naar binnen. Ze wil een andere jas. Gaan we regelen. De leerhal. Die geur. Leer is geil. Bij de tweede is het al raak. Ze is zo makkelijk. Als een jas goed is dan is hij goed. Welke kleur? Ik wijs de rechter aan. Ze twijfelt even en hangt de linker terug. Ik trek een week fooi uit mijn broekzak en reken af. Afdingen is voor rijkeluiskindjes.

De arbo-arts stelt wat zinloze vragen en ik geef wat zinloze antwoorden. Kleine oogjes om hoofdpijn te fingeren. Gebogen rug om spierpijn te fingeren. Arbo-artsen zijn mislukte geneeskundigen. In een functie geduwd om zelf de WAO te ontlopen. Doe wat voor je centen. En begin anders een weblog ofzo. Koop een webcam en laat je tieten zien. Ik ben niet geïnteresseerd in je hoofd. Vertel maar over je geslaagde ontharingsbehandeling na je MRI-scan. Ik zap even door. Next please.

Ik irriteer mezelf niet. Ik ben mijn beste vriend. In gesprekken zwijg ik steeds vaker. Ik hoef niets kwijt. Denk maar wat je wil denken. Ik ga niets meer uitleggen. Ik ga niets meer verklaren. Wordt lid van de bibliotheek en ga een boek lezen als je verklaringen wil hebben. Leven zit in het hoofd. Niet in het lichaam.

Lichamen zijn inwisselbaar. Hoofden niet. Hersens niet.

Toerist in je eigen land. Je waant jezelf op een bazaar. Zenuwachtige muziek. Hoezo is punkmuziek zenuwenmuziek? Hier wordt je pas zenuwachtig van. Het mag. Het hoort bij de sfeer, de entourage. Ze snuffelt wat tussen de rekken, past af en toe eens wat. Ik kijk naar de kledingcultuur van benedenmodaal Nederland. Ik kijk naar kontjes. Hairextensions, nailpolish. Wat moet je met die neplokken. Is er nog iets puur aan je? Waarom gaat iemand voor zijn lol een half uur in een stoel zitten om zijn nagels te laten behandelen? Heb je polio? Kan je ze niet knippen? Is er nog iets echt?

Weinig woorden nodig hebben om iets te zeggen is niet aan iedereen besteed. Waarom wordt een mail van twee a-viertjes verwacht. Tussen de regels door leren lezen. De ongeschreven woorden zijn krachtiger. Betekenisvoller. Een stilte zegt meer. Ik heb mensen gek gekregen door te zwijgen. Negeren is nog leuker. Negeer mensen en ze zijn rijp voor de sloop. Ruim de messen maar op. Jouw verwachting, niet de mijne. Jouw probleem dus, niet het mijne.

Ze loopt voor me. Ik kijk naar háár kontje. Vroeger ingesnoerd in de zwart glimmende lustopwekker. Laarzen eronder. Stoer. Zelfbewust. Zelfverzekerd. Ze wist het.

We lopen naar Hal 2. De struinschuur. Ouderwets gezellig. Onder het gewone volk. In de volgende hal de broodjes en soepenmuur. Bij de smartlappenzanger kopen we koffie en we gaan zitten. Sigaretten op tafel. Rondkijken. Rust. Volledige rust. Het debiele schoonmaakstertje begint een gesprek. Ik negeer haar. Zoals altijd wanneer je naast me zit beginnen mensen tegen ons te praten. Beginnen mensen tegen jou te praten. Het is je open gezicht. Nooit een afwijzing te zien. Toegankelijk voor iedereen.

Het was fijn om een week thuis te zitten. Geen gezeik. Geen irritaties. Het ideale leven is een leven zonder irritaties. Het ideale leven is alleen leven. De onvoorwaardelijke liefde van een kind. Donder op met je kutkind. De onvoorwaardelijke afhankelijkheid van een kind bedoel je. Het kind is afhankelijk van jou. Jij bent afhankelijk van het kind. Zonder het kind ben je niets. Heb je geen bestaansrecht.

De tafelkleedcafeetjes toen we nog in De Pijp woonden. Wij liepen overal naar binnen. Gingen overal zitten. Pasten overal tussen. Praatten met iedereen. Konden met iedereen praten. Een barkeeper en een psychiater. Je beste co-schap liep je bij mij aan de bar. Wachtend tot ik klaar was met werken. Zo leerde je de snuivers kennen. De slikkers kennen. Hun lulverhalen. Hun manipulatieve junkengedrag. Het gelieg. Je leerde door de verhalen heen te luisteren. Je hoorde wat ze niet wilden zeggen. Je hoorde wat het gelieg over henzelf vertelde. Je leerde ze doorgronden. Dat leer je niet uit een collegedictaat.

Vroeger werd ik geslagen totdat ik mijn mond dichthield. Nu houd ik mijn mond dicht en willen mensen gaan slaan. Analyse en logica waren mijn beste vakken op de universiteit.

Het leven is niet logisch. Het leven is niet te leren.

22 February 2005

Cyste

Griep is geen ziekte. Griep is gebrek aan eten, aan slaap, aan vitaminen. Een gebrek aan alcohol. Had ik maar gedronken. Dan had ik de griep niet gekregen. Alcohol is sterker dan bacteriën.

Stijf van de koorts fiets ik naar het ziekenhuis. Een nieuwe afspraak maken duurt te lang. De assistente wijst me een kleedruimte. Een kleedruimte? Hoezo kleedruimte? Ik heb een cyste op mijn ooglid. Niet op het oog van mijn lid.

Ze komt langs met een tas eten. Ze verzorgt me. Ik ben haar derde kind geworden.

Er wordt een ontsmettingsmiddel in mijn oog gegoten. De cyste heeft zich ondertussen vermenigvuldigd en heeft er een broertje bijgemaakt. Vruchtbaarheidsalert. Ik moet oppassen met mijn zaad. "Dat worden dus twee spuiten," zegt Meneer de Oogarts. Wat jij wil jongen. Je gaat je gang maar.

Een mailbox gevuld met vragen. Zoeken naar antwoorden. Een mailbox gevuld met telefoonnummers. Ik wil geen telefoonnummers. Ik wil niet bellen. Ik wil geen stemmen horen. Ik wil geen vragen. Ik wil geen vragen beantwoorden. Ik wil denken. Ik wil lezen. Ik wil woorden. Ik wil beter worden.

De naald schuift onder mijn huid, onder mijn ooglid, onder het dunne velletje dat mijn oog bedekt en beschermd. Hoe dik is de huid daar dat er überhaupt een naald in past? Ik focus op de pijn van de naald. Zit hij nu in mijn pupil? Nee toch? Wat voel ik dan? Ik vouw mijn handen samen voor mijn borst en geef geen kick. Ik geniet. Ik geniet van de pijn. De tweede spuit gaat aan de onderkant mijn oog in. Een geniepiger pijntje. Langzaam beginnend, aanzwellend tot onhoudbaar wanneer het verdovende goedje in mijn oog wordt gespoten. Ik geef me over en probeer aan borsten te denken. Maar wiens borsten?

Woorden, het lijkt makkelijk om te spreken maar er zijn weinig die het kunnen, ze kan het niet, als ze het uit moet spreken komt er geen geluid uit, de stilte waar ze naar verlangt?

Ik moet aan wat leuks denken maar verzand direct in een dilemma. Zelfs hier de twijfel. Altijd die eeuwige twijfel. Besluiteloosheid. Waarom ben ik in mijn werk zo besluitvaardig? Ik neem altijd als eerste een beslissing. Ik ben de snelste. En het is altijd de juiste beslissing. Waarom daar wel? Omdat het van me verwacht wordt? Omdat ik ervoor betaald word? Moet ik mezelf dan maar gaan betalen? Mezelf hoereren?

Vraag haar dus ook niet uit te leggen of uit te spreken, ze kan het niet en zelfs als ze het kan zal ze het laten, ik wil het niet horen, als ze het zegt is het echt, zolang ze zwijgt is het hooguit een gedachte, fictie.

De eerste klem wordt aangebracht. Het bovenste ooglid wordt dubbel geklapt. Er wordt van binnenuit gesneden. Ik hoor het gekraak van een scharniertje dat wordt aangedraaid. Natuurlijk, rek maar op die handel. De tweede klem draait mijn onderste ooglid binnenstebuiten. Ik moet naar boven kijken. Alsof ik kan zien waar ik heen kijk. Het scharnier wordt strakker gedraaid. Meneer de Oogarts kan er niet goed bij. Ik vertrouw op de herstelkracht van de biologische processen van mijn lichaam. Het lichaam is zelfvoorzienend. De huid kan niet denken. De huid zal het oog straks weer willen beschermen en de huid zal zich automatisch strak trekken om mijn oog. Daarom herstellen hangborsten zich niet. Er is geen noodzakelijke beschermende functie.

Haar woorden strelen me, hoe kan iemand die me niet kent zo lief voor me zijn? Of ze kent me wel. Volgens haar begrijp ik het ook, heb ik het ook gevoeld, ieder op zijn eigen manier maar in essentie gelijk. Dezelfde aanraking met de smerige kant van de mens. Onmenselijk is ook menselijk. Onmensen zijn ook mensen. Mensen zijn beesten. Beestachtig is menselijk.

Na een kwartiertje lepelen en snijden is het gedaan. De klemmen worden verwijderd. Langzaam kom ik omhoog. Ik ben duizelig. Van de verdoving? Van de koorts? Van de pijn? Ik krijg een kwak zalf als ontstekingsremmend toetje in mijn oog en ik kan vertrekken. Ik strompel naar het kleedhokje en passeer de volgende patiënt. Een ziekenhuis is ook een fabriek. Productie aan de lopende band. Wat is de target van een oogarts? Ik knipoog naar de volgende patiënt en bezorg mezelf een pijnscheut. Even vergeten dat ik ben geopereerd. Ik moet tien minuten gaan zitten voordat ik naar buiten mag. Wat jij wil. Ik zal me gedwee gedragen vandaag. Ik betaal er tenslotte goed voor. Dan moet je ook wel doen wat ze zeggen. Dat zijn de spelregels.

Daarom verlangt ze waarschijnlijk naar mij, ik kan voor haar spreken, zij mag luisteren naar hoe ik mezelf uit, hoe mijn ziel schreeuwt via letters. In gedachten sluit ze haar ogen en streelt mijn gezicht, zo onschuldig en toch gepijnigd. Waarom? Waarom? Omdat jullie ook pijn hebben geleden, ze kan niet veroordelen, ze is niets beter.

Bij de ingang kom ik mijn buurman tegen. "Wat doe jij hier?" vraag ik. "Ik werk hier." Dat wist ik niet. Ik weet dat het mijn buurman is. Ik herken hem tenslotte met één oog. Meer weet ik niet van hem. O ja, dat hij geen last heeft van mijn 2 keer 200 watt. Want dat heb ik hem ooit gevraagd. Een woningbouwvereniging wil je niet achter je aan hebben. Buurman kijkt naar het verband op mijn oog en stelt geen stomme vragen. "Hoe ga je naar huis. Zal ik je thuis brengen?" Ik wijs naar mijn fiets. "Doe voorzichtig." Ik ben in een gehoorzame bui vandaag.

Daarom straft ze zichzelf, haar lichaam, haar karakter. Alles is bevlekt en onrein.

Thuisgekomen bel ik mijn werkgever, verstuur wat e-mails en kruip ijlend in bed. Ik slaap nog niet eens of de hallucinaties zijn al begonnen. Ik zie engeltjes. In maagdelijk witte jurkjes. Met witte strikjes in hun gevlochten haartjes. Ik ben in de hemel. In Heaven, everything is fine.

Ondanks alles zijn er mensen die van haar houden. Is er een God die van haar houdt. En heel voorzichtig begint zij ook van zichzelf te houden.

Een overstromende mailbox met aanbiedingen. Een overstromende wc-pot met etensresten. Niets meer dan uitgekotste liefde. Liefde. Ze stikt erin. Ze heeft teveel. Ze geeft teveel. Ze wil teveel. Ze wil teveel geven. Ze geeft zich over. Ze geeft over.

Liefde. De cyste op de ziel. Zich onzichtbaar vermenigvuldigend tot een onuitroeibaar kankergezwel. Liefde. De meest dodelijke ziekte die er is.

15 February 2005

R.I.P.

Voor Michiel.

Buurman is pas sinds een jaar Buurman. Hij heeft het café overgenomen van de oude baas. Oude Baas was 62 winters oud toen hij zijn zaak verkocht. Goede leeftijd om te stoppen. Toch? Of tellen jaren in de horeca zwaarder. Net zoals bij bootwerkers en bij bouwvakkers. Fysiek slopend. Versleten knieën en enkels. Gebogen rug. Om over de longen en de slokdarm maar te zwijgen.

Ik mocht Oude Baas. Ik was er stamgast. De manier waarop hij klanten afzeikte was geweldig. Hij mocht klanten afzeiken. Het was tenslotte zijn café. Als personeelslid haal je dat niet in je hoofd. Een botte beer. Hij was ook een beetje een beer. Een knuffelbeertje. En op zijn oude dag ook nog charmeur. Altijd flirten met de vrouwen, of er nu een man naast zat of niet. Overhemd, spencertje. Knoopjes los, borstharen eruit. Leesbrilletje. Potloodje aan een touwtje om zijn nek.

We hadden een week eerder besloten uit elkaar te gaan. En toen kwam oud & nieuw. We vierden samen oud & nieuw. Bij Buurman in het café. Waar je stamgast bent kun je veilig oud & nieuw vieren. Ook als je uit elkaar gaat. In de kroeg zijn we nooit uit elkaar geweest.

Café Buurman heeft een U-vormige bar. In het midden de flessenvoorraad, de bakplaat voor de saté, het frituurpannetje en de au bain marie met de pindasaus. Al dertig jaar niets veranderd. Zo krijg je twee kleine barretjes. Bij elk barretje een barkeeper. Ik zat altijd aan de kant van Oude Baas. In eerste instantie omdat daar ruimte was. Ik houd niet van drukte om me heen. Wanneer ik eenmaal ergens prettig zit ga ik daar ook steeds zitten. Never change a winning team. Bij Oude Baas was altijd ruimte. De andere helft van de bar, waar Buurman stond, was meestal afgeladen. Populaire jongen. Ik houd niet van populaire jongens. Of was het de impopulariteit van Oude Baas? Ik houd van Oude Baas. Ik houd ervan wanneer mensen worden afgezeken. Hij hield zich niet in. Dat is niet goed voor je hart. Mij heeft hij nooit afgezeken. Dat dwing je af.

Hij vroeg me meerdere keren voor hem te komen werken. Ik twijfelde. Zoals ik altijd twijfel. Maar dit was anders. Gaan werken in je stamcafé en je bent je stamcafé kwijt. Een kroegbaas die je leuk vindt hoeft als werkgever helemaal niet leuk te zijn. Sterker, ze zijn dat ook vaak niet. Ik ben een leuke barkeeper. Als leidinggevende een dictator.

Natuurlijk vierden we samen oud & nieuw. Mijn beste drinkebroer. Ik wilde met haar samenzijn. Toen. Nu nog steeds. Geen oog voor nieuwe liefdes. Ik had het samen te gezellig. Ik vond nergens anders die gezelligheid. Met niemand anders.

Dertig jaar bier tappen. Biervaten sjouwen. Pindasaus maken. In café Buurman is de pindasaus heilig. Geheime receptuur. Alleen Oude Baas kent het recept. In het keukentje een bus kruiden. De samenstelling? Niemand die het weet.

Een jaar geleden zijn zaak verkocht. Eindelijk. Aan Buurman. Oude Baas kon gaan vissen. Gaan genieten. Leven. Kunnen horecajongens wel genieten? Kunnen horecajongens wel leven? Zijn we niet te afhankelijk van de gezelligheid om ons heen? Elke dag weer. Elke dag feestgangers en feestbedervers. Hoeristen en toeristen. Sletjes en spetters. Vrouwen en vouwwagens.

In de Bocht werkte ik vaak met Zusje. Privécontacten deed ik niet aan. Ik had Mex tenslotte, en later India. Na de Bocht en na Mex en na India trok ik naar Zusje toe. Ik begon privé met haar om te gaan. Ze zei dat ik leuk was. Ze zei dat ik lief was. Maar ze zei ook dat ze bang voor me was, toen ze voor me werkte. Zusje ving me op na het India debacle. De dictator. Jankend bij haar thuis aan tafel. Zusje zette Angel op.

Hij liet me na sluitingstijd zitten. Zijn vrouw erbij. Die kwam zelden. Goed geconserveerd. Ik gedroeg me netjes en mocht bodemloos doordrinken.
"Pak het zelf maar," werd het al snel.
Als klant achter de bar mogen komen. Het heiligdom. Achterlijk eigenlijk hoe mensen aan een bar gedurende uren naar dezelfde twee vierkante meter kunnen kijken. Een schilderij van Bob Ross is er niks bij. De beste plaats in een café is achter de bar. De meeste ruimte. Het beste uitzicht. De meeste aandacht.

In café Buurman leerde ik Kroegbaas kennen en ik besloot voor hem te gaan werken. Correctie. Kroegbaas besloot dat ik voor hem ging werken. Ik was onverzekerd. Ik had ontslag genomen in De Bocht. Ontslag nemen betekent geen rechten. Kroegbaas zette me op de loonlijst. Dan was ik in elk geval verzekerd. Ik vond dat ik dan ook wel een tegenprestatie mocht leveren. Hij had een barkeeper nodig. Ik was barkeeper. Eén en één is twee. Is die wiskundestudie toch nog ergens goed voor geweest.

Het is een ongeschreven horecawet dat je niet bij de buren gaat werken. Concurrentiebeding heet dat officieel. Ik doe niet aan wetten. Ik heb schijt aan regelgeving. Ik ben loyaal. Loyaal naar Kroegbaas. En dus ging ik niet voor Oude Baas werken. In de horeca heb je geen vrienden. Alleen maar kennissen. Daarom is loyaliteit een groot goed. Ik ben groot. Ik ben goed. Ik ben loyaal.

Afgelopen vrijdag. Ik werk. Het is druk. Veel bekenden. Ik kan moeilijk de aandacht verdelen. Iedereen wil aandacht. Ik wil iedereen aandacht geven. Ik wil met iedereen praten. Ik wil met iedereen zoenen. Op de hoek van de bar, in het stamgastenhoekje Nerd en Nietzz. Twee Amerikaanse hormoonbundels eromheen. Ik vraag aan de logsters of de Amerikanen ok zijn. De Amerikaan is ze voor met het antwoord.
"Yeah man. We’re ok."
Bij de spoelbak zit Mr. Happy die de identiteit van Stella onthuld. Grijns. Dus toch. Ik heb haar nooit meer over het logeerbed gehoord. Ze geven me een verlaat verjaardagscadeau. Opdat ze me blijven zien, na de verkoop van het café. Ja, wij blijven elkaar zien. Ook zonder cadeau. In de andere hoek Mex met twee blondjes. Gaat ze me koppelen? Dat is geen loyaliteit meer. Dat is zorgzaamheid. Ze kent mijn smaak. Mex zegt dat ze met een verjaardagscadeau in haar maag zit. Ik vraag of ze zwanger is. De blondjes keuren me. Wat heeft ze verteld?

Buurman komt met een bedrukt gezicht binnen. Ik heb geen tijd voor hem. Heel even dan, een snelle borrel. Ik hef mijn glas om te proosten maar hij houdt zijn handen stil en staart naar de grond.
"Oude Baas ligt in coma."

Werken. Pensioen. Oudedag. Genieten op je oude dag. Van je oude dag. Valt er nog wat te genieten? We worden maar ouder en ouder. Genieten moet je niet later doen.

Vijf uur later. Precies om sluitingstijd is hij overleden. 63 jaar oud. Net een jaar gestopt met werken.

Er moet nu genoten worden. Drinken en roken. Feesten en vrijen. Daten en dumpen. Dumpen? Hoezo dumpen? Welke idioot heeft dat bedacht? Er wordt niemand gedumpt. We gaan valentijnskaarten versturen. We gaan met elkaar bellen. We gaan afspraakjes maken. We gaan dansen. We gaan feesten. We gaan vrijen. Hoezo angst voor de afwijzing? Er is geen afwijzing. We gaan genieten. We gaan lol maken. We gaan elkaar gelukkig maken. Al is het maar voor één nacht. Morgenochtend gaan we douchen en ontbijten en we zien het allemaal wel. Na ons de zondvloed. Morgen? Ja, wat morgen!? Dat is morgen pas. Moet je morgen werken? Ah gut. Boeien! Morgen is een nieuwe dag voor een nieuw feest. Nu is het nu. Hou je niet in. Laat je los. Laat je gaan. Doe het.

Alsjeblieft.

Wat is het nut van een goed pensioen? Wat doe ik in die fokking kantoortoren met mijn veilige negen tot vijf baantje, mijn veilig pensioentje en mijn saaie veilige collega’s. Arbomensen die ons beveiligen tegen RSI. RSI?? Een moderniteitsziekte van mensen die niet eens meer het vermogen bezitten thuis te feesten. Beweeg je thuis nog wel een beetje jongen? Gooi je je vrouw nog wel eens over je schouder? Dondert er nog wel eens iemand uit bed omdat je niet eens meer weet dat je in een bed ligt? Blijkt het licht nog wel eens te branden wanneer je ’s morgens je bed uit rolt? Branden de kaarsen nog wel eens de volgende ochtend? Heb je überhaupt kaarsen? Hoeveel hoeken heeft je huis? Wanneer hebben jullie voor het laatst alle hoeken bekeken? Heb je haar alle hoeken laten zien? Of gaat je huiselijke leventje niet verder dan de hoek van je nachtkastje waar je wekker staat? De wekker die je elke ochtend terugduwt in je slavenbestaantje? Wat zeg ik? Slavenbestaan? Dat is nog te goed voor je! Slaven zongen in ieder geval nog! Die putten moed, kracht en vreugde uit hun positie. Vernederd en afgericht maar ongebroken en fysiek ongenaakbaar. Of de hoek van je peperdure aanrechtblad waar je een pindasausje staat te maken omdat je schoonouders komen eten en jullie heel orgineel gaan tafelgrillen? Wanneer heb je je vrouw voor het laatst op het aanrechtblad genomen? Even achterlangs tijdens de afwas lukt niet meer want je hebt nu een prachtige vaatwasser. Waar is de romantiek van het samen afwassen gebleven? Wist je dat Dreft een lekker glijmiddel is? Moet je haar borsten eens mee insmeren. Wat een feest! Weet je wat ook een feest is? Je schoonmoeder versieren! Daar kan je nog wat van leren! Die kreeg geen vier maanden zwangerschapsverlof. Begin je nog wel eens de volgende ochtend met het wegwerken van de wijnvlekken in je zojuist aangeschafte tapijtje? Laat liggen die wijn. We gaan vrijen! Of is alle passie blijven hangen in de kantoorstoel waar je acht uur per dag in weg zit te rotten?

Een steeds hogere levensverwachting. Een steeds lagere verwachting van het leven.

Barkeeper is de leukste baan die er is.

07 February 2005

48 hours

Klokslag twaalf uur. Boomlang bestelt twee jutter. Ik schenk ze in. Hij geeft me een hand en zwijgt. We proosten. Jutter wil je niet in je gezicht hebben.

Een mobieltje is handig. Ik heb de mijne pas sinds een half jaar. Ik wil helemaal niet bereikbaar zijn maar borsten breekt wet. Niet handig voor mijzelf maar handig voor mijn omgeving. Nu hoeven ze niet meer te bellen om te felicibla maar kunnen ze het afdoen met een sms-je. Bereikte het aantal ontvangen kerstkaarten afgelopen december al een dieptepunt, het aantal felicibla is te tellen met de vingers van één hand. De hand van iemand die met vuurwerk heeft gestunt.

Wanneer je je vriendschappen verwaarloost kun je ook niets verwachten. Mag je niets verwachten. Ik verwacht ook niets. Ik hoop. Ik hoop, maar ik verwacht niets. Hoe lang kun je teren op oude roem? Alles is vergankelijk. Roem ook. Ik ook.

Mex nodigt me uit voor een verjaardagsmaal. Bij Mex teer ik niet op oude roem. Bij Mex teer ik op liefde. Het houden van zonder verliefdheid. Hadden we dan toch moeten trouwen? Ik beken haar dat ik vreemdga met Zusje. Zusje was haar voor. In plaats van een gemeenschappelijk verjaardagsdiner stel ik een alcoholnacht voor. Haar carriereverplichtingen staan mijn voorstel in de weg. Dan niet.

Alles heeft een prijs.

Lodewijk, mijn redderin na de spiegelnacht op Sloterdijk, komt lang-zal-die-leven zingend binnen. Aandachttrekkertje, dominant, theatraal. Hart van goud. Aan haar date legt ze uit wie ik ben. Ze zegt dat ze met mij wel een eigen zaak wil beginnen. Ik zeg dat ik wel met haar naar bed wil. Dat wil ze niet. Wat kan ze anders zeggen met haar hand in de broek van haar date? Het stamcafé op het Waterlooplein is failliet. Ik zeg dat ik er over na zal denken. Ik krijg nog geld van haar.

Klokslag drie uur. De Muze komt altijd om drie uur. Ze klimt half op de bar en steekt haar armen naar me uit. We brengen onze monden naar elkaar. We feliciteren elkaar. Ze was zelf vier dagen geleden jarig. Ze vraagt wat mijn mooiste kado is. Ik antwoord. "Nu." Die ogen. Die lippen. Die mond. Aantrekkelijkheid valt uit te leggen. Aantrekkingskracht niet. Het is er of het is er niet.

Na sluitingstijd zak ik door met Kroegbaas. Het zal mijn laatste verjaardag in dit café zijn. Ik vraag me af waar ik volgend jaar mijn verjaardag niet zal vieren. Waar ik volgend jaar op dit moment zal zitten. Waar ik volgend jaar na dit moment zal liggen.

Zaterdagmiddag. Ik word wakker op de bank. Toch in slaap gevallen. Ik kruip naar de douche en spoel mijn kater weg. Ik bel Zusje en zeg dat ik een uur later kom. Wakker worden doe ik het liefst alleen. Ik ontnuchter op de fiets. Fietsen is gezond. Ik moet wachten wanneer ze de deur open doet. "Nu mag je komen." Een verjaardagstaart met brandende kaarsjes. Een stoel versierd met ballonnen en slingers. Een kindersurprise-ei. Flashback. In De Bocht nam ik altijd van die eieren voor haar en India mee. Mijn twee beste serveersters. Mijn twee leukste serveersters. Mijn twee mooiste serveersters. Mijn twee liefste serveersters. Zo blij als een kind met een kadootje in een chocolade-ei.

Later die avond. Zusje bij mij achterop de fiets. Naar Panama. We hebben afgesproken bij de ingang. We wachten op mijn collega's die de kaarten hebben. We wachten. En we wachten. We zien Katja. We wachten. Twee mannen vragen of ze hun jassen naar de auto mogen brengen. Zusje moet lachen. Zie ik eruit als een portier? We kijken naar de happy few. We wachten. Zusje vraagt of er nog meer ingangen zijn. Na een uur en zes sigaretten ben ik het zat en we gaan naar binnen. Dan maar geen kaarten. Ik praat ons wel de zaal in.

Bij de ingang bots ik tegen een bos zwarte krulletjes aan. Ik mompel iets van sorry. Ik heb je gezegd dat ik groot ben. We brengen onze jassen weg. Zusje stopt haar mobieltje in mijn broekzak. Waarom moeten meisjes altijd hun mobieltje bij zich hebben?

Zusje is klein. Vergeleken bij mij dan. Opdat zij ook iets ziet gaan we op het balkon staan. Voorzien van longnecks Heineken genieten we van Ellen. Een weinig verhullend groen jurkje. Gespierde armen en benen en toch op en top vrouw. Verschrikkelijk mooie vrouw. Goed bouwjaar. Helemaal vooraan, tussen fotograferende boeren, een beetje rechts van het midden, gaat de bos zwarte krulletjes uit haar dak. Over haar passie is niets gelogen. Naast ons staat een rode velours jurk op kekke laarsjes. "Lekker," zeg ik tegen Zusje. De jurk voelt onze ogen en draait zich om. Een ongeschoren kop kijkt ons grijnzend aan. Rukker. Met de broekzak waar haar mobieltje in zit rijd ik tegen Zusjes billen aan. "Moet je voelen. Ik heb meteen een stijve." Ze stikt er bijna in.

Ellen heeft ondertussen een ander seventies pakje aangetrokken. Ik krijg zin in een seventies party. Geweldige kleding. Atomic, Call Me en Rapture zijn de beste nummers. Bij Call Me gaat Ellen vocaal los. Zuiver schreeuwen. Mijn adoratie neemt buitenaardse proporties aan. Bij Atomic gaat Robin Berlijn los. Eindelijk kan hij zich laten gaan. Eén met zijn instrument. Ingetogen. Niet van deze wereld. Opgesloten in zijn eigen wereld. Hij laat zijn gitaar hijgen, janken, kreunen, schreeuwen.

De gitaarsolo als metafoor voor de geslachtsdaad. Hij laat zijn gitaar klaarkomen.

Atomic. De explosie en de paddestoel. Het vrouwelijk orgasme en het mannelijk geslachtsdeel. De implosieve kracht van de vaginale stuiptrekkingen. Naar binnen gekeerde zuigkracht uitmondend in een inwendig fysiek spastische ontploffing.

Na afloop komen we bij de toiletten mijn collega's, de specialisten, tegen. Ik stel Zusje aan ze voor. Geen verwijten, meteen bier halen. In de zaal is de housenacht begonnen. Klotemuziek. Ellen loopt ons voorbij. Zal ik naar haar toegaan? Zal ik zeggen dat ik jarig ben? Misschien zoent ze me wel. Misschien krijg ik een kadootje. Misschien mag ik mee backstage. Zusje duwt een nieuwe longneck in mijn handen. "Wakker worden."

De specialisten willen dansen, Zusje en ik gaan zitten. Zusje loopt met een ingetapete knie en ik dans nooit. Ik wil roken en drinken en dat gaat niet samen. We kijken naar de vleesmarkt. We zeiken kleding af. We zeiken kapsels af. We zeiken kontjes af. Naast mij op de bank ligt iemand te slapen, naast Zusje zit een groep hormonen verveeld voor zich uit te staren. Zo, dus dit is jullie zaterdagavond. Dit is jullie ontspanning na een week werken. Na een week stressen. Wat een leegheid. Wat een saaiheid. Elkaar niets te vertellen. Pronken met een nieuw shirtje. Met nieuwe hakjes. Een terloops maar o zo bedachtzaam tevoorschijn komend bh-bandje. Goedkoop. Voorspelbaar. Het absolute niets.

Zichzelf man noemende knulletjes. Het type dat later aan zijn vriendin vraagt wat hij aan moet trekken. Omdat ze zelf geen smaak hebben. Geen mening hebben. Omdat ze geen karakter hebben. Geen ruggegraat hebben. Geen smoel hebben. Omdat ze niet geleerd hebben zelf na te denken. Hun hersenen niet gebruiken om na te denken. Kuddedieren. Schapen. Leeghoofden.

In de natuur wordt een gebrek aan hersenen gecompenseerd door het uiterlijk. Zelfs die regel gaat hier niet op. Ze zijn nog lelijk ook.

De bewegingen op de dansvloer zijn al niet veel beter. Er wordt wat heen en weer gewiegd. En daar betalen ze dan nog geld voor ook. Doe dat lekker thuis in je keuken. Het specialistenmeisje gaat uit haar dak. Kijk maar goed meisjes: zo doe je dat. Leuke meid. Mooie meid. Heeft ook nog een verhaal te vertellen. Die moet ik vaker meenemen. Ik vraag Zusje wat ze van ze vindt. "Lekker stel." Zusje liegt niet. Is niet bang om de waarheid te vertellen. Dat zouden meer mensen moeten doen.

Mensen zijn apen. Mensen zijn ratten.

Rond een uur of twee breng ik Zusje naar huis. De rijen bij de ingang zijn langer dan aan het begin van de avond. Een oneindige stroom leeghoofden op weg naar nog meer leegheid. Mijn broek zit onder het kaarsvet. Zusje biedt aan het kaarsvet eraf te halen en ik ga met haar mee naar binnen. "Broek uit!" Ging het altijd maar zo makkelijk. Halfnaakt kijk ik toe hoe ze met strijkbout en servet mijn broek ontkaarsvet. Ze bemoedert, mijn lieve zusje. We nemen afscheid. Ik fiets door naar Boomlang die mijn bardienst heeft overgenomen. Rustig de nacht op een veilige plaats uitzingen. Het bruine buurtcafeetje. Toevluchtsoord voor de nachtelijke verdwaalden. De eenzamen. De dronkelappen. Donkerbruin. Gezellig. Warm. Ik zit aan de bar dus ik ben niet alleen. Nu het nog kan. Nog drie maanden mijn toevluchtsoord. En dan?

Rustig de nacht op een veilige plaats uitzitten.

Aan de bar zit nog een andere jarige. Wat gezellig. Aan weerskanten een vriendin. Leuke vriendin trouwens. Ik vraag aan de vriendin of ze alleen is. "Hij is de auto aan het wegzetten." Ik houd van duidelijkheid. Ik geef de jarige een biertje en vertel Boomlang over mijn avond. Buurman komt binnen. Ik negeer hem. Twee weken geleden bood hij me nog een baan aan. Zijn eerste reactie op de verkoop van het café was: "dan wil ik Sem hebben." Ik schreeuwde dat van de daken. Had ik niet moeten doen. Hij moest eerst een ander personeelslid ontslaan. Mijn enthousiasme was te vroeg. Ben ik eindelijk eens enthousiast is het weer niet goed. Ik moet aan mijn timing gaan werken.

Rustig de nacht op een veilige plaats uitdenken.

Ik heb nu een ander besluit genomen. Ik stop na de verkoop van het café gewoon. Weer lekker de weekenden thuis. Boeken lezen. Naar de Cinecenter op zaterdagavond. Vijf gangen diners maken met Zusje. Met Mex naar ons stamcafé uit mijn Zeedijkperiode. Op zaterdag naar het Waterlooplein. Op zondagochtend naar de Zwarte Markt. Op zondagmiddag in het Vondelpark liggen. Een weekend naar mijn vrienden in de polder. Een weekend naar mijn vrienden. Een weekend hebben. Een weekend. Achtenveertig uur.

Rustig de nacht op een veilige plaats uitdrinken. Dit weekend. Deze achtenveertig uur. Deze verjaardag. De nacht wegdrinken. Het weekend wegdrinken. Mijn verjaardag wegdrinken.

Burgerlijkheid is onvermijdelijk. Saaiheid niet. Leegheid niet.