07 August 2013

Faith

Haar arm komt los van het lichaam. De hand vlak, de vingers licht gebogen. Een handreiking vermomd als beweging.

Onopvallend, zoals in het voorbijgaan een blik wordt gewisseld die anderen ontgaat. Een liefkozing zonder gevolgen.

Ook ik beweeg de arm. De hand gebogen, de vingers vlak.

We naderen.

Overeenstemming, een elektrische schok die gevaarlijk wordt naarmate hij langer voortduurt.

Haar hand daalt, mijn hand stijgt. Bevestigingsdrang.

En we missen allebei.

01 August 2013

Zero

Na negen maanden, I kid you not, kom ik erachter dat er een borreldislist is. Dat is niet het probleem. Integendeel. Er blijkt dus weldegelijk een groepje collega’s te zijn dat regelmatig gaat borrelen. Er wordt een mail verstuurd en er wordt geborreld. Zo simpel kan het zijn (en zo simpel is het ook).

Sinds mijn komst hier beklaag ik mezelf over het gebrek aan gezamenlijke bierconsumptie. Ik zie het niet of ik wil het niet zien - ongeveer net zoiets als met de werkzaamheden die mij zijn toebedeeld.

Ik vraag aan de officier van dienst of ik op de dislist mag. 'Tuurlijk mag dat,' zegt de officier. Dat is ook niet het probleem. Ik krijg de dislist onder ogen. Dan zie ik het probleem. 

Iedereen staat erop. Iedereen die hier ooit een bureau heeft aangeraakt staat erop. Trainees, ex-collega’s, teamleiders, managers, zelfs de nieuwe geraffineerde overbetaalde kutsnol staat erop. Iedereen die ook maar iets te maken heeft of heeft gehad met de verdieping waar wij ons salaris bij elkaar schrapen staat erop. Iedereen. Behalve ik.

Dat is het probleem.

De conclusie is duidelijk: Er wordt mij niets verteld. Niets over de werkzaamheden, niets over de systemen, niets over verbanden tussen de input en output en niets over borrels. Niets, nul komma nul, njiente, noppes, nada, nothing, nichts.

Zoek het zelf maar uit.

Is het omdat ik stink? Of is het omdat ze bang voor me zijn? Zijn ze bang voor mij vanwege hun eigen stank? De strategische positionering van organisatieadviesbureaus. Of, in normaal Nederlands: Practise what you preach.

12 June 2013

Fatalima

Erger dan het aangekondigd huwelijk van Janine is de trouwfoto van Fatima die ik onder ogen kreeg. Onder ogen krijgen is zacht uitgedrukt. ‘In your face, baby’ zou Sab zeggen.

De wetenschap dát - maar nog meer het beeld zelf.

Fatima kijkt rechtstreeks in de lens. De hooggesloten bruidsjurk maakt haar ongenaakbaar. Het camerastandpunt is op driekwart van het lichaam, wat het neerbuigende in haar onontkoombare blik versterkt.

Ze houdt het bruidsboeket triomfantelijk omhoog, alsof ze zojuist een ontstekingsmechanisme heeft geactiveerd. 'Steenhard, en toch zacht.'

De witte kleur, het kant, het vertedert. Ze blijft een vrouw. Een vrouw met een hoofddoek weliswaar, maar onmiskenbaar een vrouw.

Uit het oog, uit de problemen. Bijna spottend kijkt ze me aan.

Het poppetje met de vers geföhnde krullen dat zich druk maakte over welke crème de beste bescherming voor de handen biedt, is veranderd in een loeistrakke moslima waaraan alleen de gordel met explosieven ontbreekt. Semtex, zou ik zeggen.

03 June 2013

Ronin

Een nieuwe maand, een nieuw overleven. We we noemen haar voortaan Janice. De vrouw van Harry 'Rabbit' Angstrom in de Rabbit-cyclus van John Updike heet ook Janice. Does make sense. John Updike is mijn favoriete schrijver. Ik leerde hem kennen omdat er een verhaal van zijn hand in de Playboy stond. Er is niemand die je gelooft als je zegt dat je de Playboy leest vanwege de goede artikelen.

"Daar staat Janice," fluistert Kamerplant.
Ik lunch met Kamerplant want zo zie ik nog eens iets. Janice kijkt naar het scherm van haar mobiele telefoon en ziet niets. Dat doet de halve wereld tegenwoordig. In de weg staan en naar een zwart doosje in de palm van hun hand kijken. Zijn we evolutionair eindelijk zover dat we rechtop kunnen lopen, gaan hele volksstammen weer gebogen door het leven. Je ziet wat er op het scherm van je mobiele telefoon gebeurt, je ziet niet wat er in de wereld om je heen gebeurt. Je ziet mij bijvoorbeeld niet zitten. In de beperking toont zich de meester.

Er zijn mensen die niet lunchen zoals er mensen zijn die niet geloven. De lunch is zodanig in het kantoorleven gepropt dat de kantoorslaaf niet meer zonder kan. De lunch is verworden tot een overbodige routine, even zinloos als het roken van een sigaret: het is tijdverspilling en slecht voor je lichaam. Toen ik in de horeca werkte lunchte ik nooit. Wakker worden, eten, werken, eten, zo zagen de dagen eruit.

Het gaat goed met Janice, ik draai er niet omheen. De carrière gaat goed en de seks gaat goed. Toen het slecht ging met Janice was ze mooier maar dat is persoonlijk. Lelijk is rudimentair onpersoonlijk en seks is beter dan fitness. Mensen zien er slecht uit bij problemen en goed naarmate er meer geld binnenkomt. Janice niet. Ik geef mijn mening voor een betere maar beter wordt het er niet op. Eenmaal genezen is er niet veel meer van over om naar huis te schrijven.

Het eerste wat ik deed toen ik op kantoor ging werken, was aankomen. En dan zeggen ze dat werken in de horeca ongezond is. Na twaalf jaar kan ik stellen dat het kantoorleven ongezonder is. Ik verlang terug naar de horeca zoals je terugverlangt naar een ex - tegen beter weten in bij gebrek aan beter.

Samen met Kamerplant kijk ik naar een misplaatste marketing look. Het jasje is het niet, de blouse is het niet en de pantalon is het niet. Het model dat Janice in haar haar heeft laten knippen laat zien hoezeer het is verpest. Wat is er mis met een spijkerbroek, een gebreid truitje en een dikke bos rossig haar? Uiterlijk is geen keuze, daarmee word je geboren, maar de aankleding kies je zelf. Het kantoorleven maakt zichtbaar meer kapot dan me lief is. Ik denk niet dat ik zonder bril het graf ga halen.

Het type omgeving is te beïnvloeden. Een fabriek, een kroeg of een ziekenhuis als omgeving is een keuze. Ze zijn verwisselbaar. Het is een misverstand te veronderstellen dat de mens verandert door zich te verplaatsen naar een andere omgeving. De perceptie wijzigt zoals alcohol dat doet, de mens blijft intrinsiek gelijk.

"Ze gaat weer trouwen," zegt Kamerplant.

Stel je wilt iemand de liefde verklaren. Het is zinvol dat op te schrijven. Zo word je gedwongen na te denken over de formulering, over de toonzetting, over de gevolgen. Of het tegenovergestelde is het geval: je maakt het uit. Ook dan heeft het zin om pen en papier te pakken. Want anders is de kans groot dat je een mes pakt, met alle bacteriële infectiegevolgen van dien.

De klimgeit wordt in de echt verbonden met haar nieuwe steenbok. Achtendertig wordt ze dit jaar, ruim op tijd voordat haar verval definitief inzet. Maar waarom moet er per se getrouwd worden? Waarom moet er een ring om de vinger? Trouwen is geen garantie dat hij zijn bokkenpootje niet in een - of andere - andere geitenkaas steekt. "Je hebt nog drie maanden de tijd om haar van mening te veranderen," zegt Kamerplant. Een vinger kan weer van de ring af.

Tientallen keren per dag wordt de mens geconfronteerd met keuzes. Kiezen tussen opruimen of weggooien, tussen onthouden of vergeten, tussen doorslikken of uitspugen. De vuilcontainer is een boekwinkel vol verhalen over toenadering en afwijzen, over ophitsen en afdanken, over afwateringsbuizen en spoorwegovergangen.

Janice beperkt zich en heerst. Dat kan ik van mezelf niet zeggen, ik lees al twintig jaar de Playboy niet meer. 

In het eerste hoofdstuk van de Opwindvogelkronieken van Haruki Murakami steekt een zestienjarige Japanse een sigaret op. Ze zegt: "Als je niks te doen hebt, vliegen je gedachten gauw een ontzettend eind weg - zo ver weg dat je ze niet meer goed kunt volgen."

31 May 2013

Moriaantje

Het bloeit niet, het broeit niet en het boeit niet.

Er lopen geen hakken voorbij, er lopen geen leren jasjes voorbij. Er loopt niets voorbij.

Verderop, om de hoek, zit een uitzendkracht. Een prachtig zwart meisje met elke dag een andere kleurige band in het haar.

De combinatie van kleurige band en stralend gezicht intimideert de misantropie. Er zijn belangrijkere zaken in het leven.

Waar blijft de lente bijvoorbeeld? Waar blijft de zon?

De zon zit verderop, om de hoek.

26 May 2013

14 May 2013

6:00 AM

Een nieuwe dag, een nieuw document, een nieuwe nachtmerrie. Ik word wakker gemaakt door een collega die zegt dat ik voor het afgelopen examen een tien heb gehaald. Het is een collega die geen grappen maakt. De projectleider komt erbij. Hij draagt een gehoorapparaat,  een zendertje bungelt op zijn buik. Hij vraagt naar de stand van zaken. "Het is geen tien," zeg ik, "het is een acht." Consternatie alom. Meisjes uit een film lopen langs en bemoeien zich ermee. Er ontstaan discussies. "Maar het zou een tien moeten zijn." De collega lacht, de projectleider controleert zijn gehoorapparaat. De meisjes spreken een taal die ik wel herken maar die ik niet kan verstaan. "Waar kopen jullie die jasjes?" De meisjes lachen. "Weet je dat niet?" Ik lach met ze mee. Lachen is hetzelfde in elke taal. "Wie van ons is het mooist?" De collega draagt een grafkist. De grafkist is open, van binnen is hij leeg. "Waar is je vrouw?" vraag ik, "waar is het lijk?" De meisjes lachen. "Je bent zelf een lijk." De projectleider onderbreekt het gelach van de meisjes. "Weet je wel waarmee je bezig bent?" De meisjes zijn stil. De collega loopt weg, de meisjes kruipen in de kist. "Nee. Ik heb geen idee waarmee ik bezig ben." Ik heb een hamer in mijn hand. "Waar kopen jullie die jasjes?" De meisjes lachen. "Weet je het niet?" Ik timmer de grafkist dicht. De meisjes zijn stil. De projectleider wijst naar de wekker. Het is zes uur ‘s morgens.

05 May 2013

03 May 2013

There will be blood (3)

Er is veel te doen maar eigenlijk is er niets te doen. Het is zoiets als alle meubelen naar één kant van de woonkamer sjouwen, de opengevallen plekken stofzuigen en daarna de meubels op hun plaats terugzetten. Je hebt hard gewerkt en niemand ziet het verschil. In wezen is er ook geen verschil.

Als je niet laat zien wat je doet, dan heb je niets gedaan. We gaan terug naar school.
"Juf! Juf! Kijk wat ik heb gemaakt!"
En dat uit twintig bacteriënhaarden tegelijk. Bevestiging, bewijs, respons, rapport.
"Dat is keurig gekakt. Niets in het broekje maar alles in het potje!"
Om nog maar te zwijgen over de bijpassende lucht. Onderwijs is ondergewaardeerd, scholing overschat.

Met een lesbische zit ik op het terras van de soos. Het is vrijdagmiddag, de scholen zijn dicht, tijd voor een borrel. Ik moet onder de mensen komen en de lesbische is mens. Ze draagt een net, strak overhemd boven een paar sneakers en drinkt bier.
"Daar woonde ik."
Ik wijs naar de tiende verdieping van de rode flat, aan de overkant van de straat.
"En daar woonde Ingrid."
Ik wijs naar de flat die vanachter de soos opdoemt.
"Mijn vriendin heet ook Ingrid."

Dagelijks worden er werknemers ontslagen, toekomstperspectief neemt af en armoede neemt toe. De lesbische heeft juist ontslag genomen. Dan heb je ballen.
"Ik vind het juist wel grappig," zegt de lesbische daarover.
Ze vindt alles grappig, en lacht voortdurend. Ik lach mee maar ik vind het niet grappig meer.

De innovatievelingen verdwijnen. Ze stellen vragen, uiten kritiek. De uitgang is snel gevonden, al dan niet met behulp van een vertrouwenspersoon of de bedrijfsjurist. Je moet je mond houden en in de pas lopen, hoe vurig ze het tegendeel ook beweren. Niemand is te vertrouwen, zelfs zij niet die hun functie eraan ontlenen.
"Ik vraag me af wat ik er nog doe."
"Dat vraag ik me al jaren af."

Als je erbij wil horen moet je meedoen, maar meedoen betekent nog niet dat je erbij hoort. Je wordt nooit een deel van de familie als het jouw familie niet is. Je bent een indringer en geen deel van de geschiedenis. Geschiedenis is de motor die de boel bij elkaar en draaiend houdt. Niet dat ik hunker naar een familie, wel onderken ik het verlangen naar een thuis. Zonder thuis geen verlaten.

De soos was ooit thuis, waarschijnlijk daarom spreek ik er graag af. Het is veranderd, maar niet vervlogen. Er zijn wat spullen verplaatst, de keuken en de bar zijn vernieuwd maar niemand ziet het verschil. Het publiek drijft mee op de waan van de dag. Een spiegel is om foto’s van jezelf te maken en reflectie is iets voor oude mensen.

We drinken halve liters Heineken, eten bitterballen en vlammetjes en roken Lucky Strike. Ook wij zijn veranderd.
"Eigenlijk ben ik gestopt."
"Ik eigenlijk ook," zegt ze.

Tolereren leidt niet tot accepteren, imiteren niet tot integreren. Je wordt gedoogd en staat erbij als een gedekte tafel in een afhaalrestaurant.

01 May 2013

I guess I'm allergic



Ctrl N is een nieuw document. Uit het raam kijken is dromen.

Het hoofd moet rusten en het lichaam moet bewegen. Ik denk dat de therapeut dát bedoelde. Kwaaltjes openbaren zich niet voor niets. Ze verkondigen een boodschap waarnaar je je maar hebt te schikken. Alles heeft een reden en als je van de trap af valt dan ben je snel beneden.

Op de televisie kun je belangrijke beelden zien. Beelden die de hele wereld over gaan - en uiteindelijk overgaan. Een vrouw in een blauwe jurk, mannen in kapiteinspak met zwaard. Carnaval is vroeg dit jaar.

Het is Koninginnedag 2013 en ik ga naar de vrijmarkt op de perifere oevers van mijn bestaan. Als een feestdag er is om te feesten dan is de vrijmarkt er om te vrijen.

Half Nederland zit voor de televisie en kijkt naar het carnaval. Ander half Nederland zit niet voor de televisie. Dat zit buiten achter een tafel met aftandse spullen van zolder, of loopt langs iemand die buiten achter een tafel met aftandse spullen van zolder zit.

Hemoglobine geeft kleur aan het leven - voor zover er sprake is van leven.

Het is een zonnige dag. Niet zonnig in de zin van rokje en haltertop, maar zonnig in de zin van droog, oranje kledingstukken en plukjes oranje haar. Meedoen verbroedert en verbindt - verliefd en verblind.

Misschien gaan mijn ogen achteruit, en is dat de oorzaak van de hoofdpijn.

Ik neem kleine stappen, mijn knieën kunnen niet meer aan. Het gaat iets beter. Niet veel, maar het gaat beter. Geduld, rust en bewegen. En stap voor stap. Met kleine stapjes overbrug je geen kloof, dat moet met een sprong. Je kunt de kloof ook laten voor wat hij is en blijven staan. Van blijven staan is nog niemand doodgegaan. Van over een kloof springen daarentegen ...

Koninginnedag kan verraderlijk zijn, de vrijmarkt is een bacteriënfestijn. Wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten en wie niet horen wil moet voelen. Voor de zekerheid draag ik een sjaal.

"Kijk je wel een beetje uit," zei Kim nog.