06 June 2006

Etiquette

"Moet jij hier ook heen?"
Ze laat de uitnodiging zien. Dezelfde uitnodiging als die ik ontving. Ik antwoord bevestigend en vraag of we in gala worden verwacht.
"Staat dat er dan?"
Nee, dat staat er niet. Triomfantelijk kijkt ze me aan.
"Nou dan. Dus je kunt gewoon je bergschoenen aantrekken."

Het is heet binnen, een bruiloftsfeest bij dertig graden. Ik heb een zwart shirt aangetrokken om zich openbarende zweetplekken te verbergen. De zaal is oké, de meiden achter de bar nog beter. De in de echt verbonden zijn het best. Allebei in een wit zomerjurkje met spaghettibandjes. Twee elfjes. Verliefd. Verschrikkelijk verliefd, zoals ik zelden heb gezien. Nee sterker, zo zag ik het nooit eerder. Zo is het bedoeld en niet anders.

Het varken ziet me als eerste. Een hart van goud maar wel een varken. Ze biedt haar bezweet gezicht aan en ik zoen haar wangen.
"Wat is het warm, hè?"
Ze ziet mijn zoekende blik en ze vertelt me wie er allemaal zijn. Allemaal, voor mij te tellen met de vingers van één hand. Ik zeg een naam.
"Die zit buiten. Ze is zwanger, wist je dat?"
Sinds gisteren. Iemand die dezelfde uitnodiging als ik ontving deelde die doodschop al uit. Sommigen scheppen er een behagen in. Ik heb afgeleerd terug te schoppen.

Het varken loopt terug naar de dansvloer, ik kijk de trog rond en keur het vlees. Elfje spot me en loopt met uitgestrekte armen op me af. Zoenen, een hug voor onze geschiedenis. Ze roept het andere elfje erbij. Toen ze het hadden besloten kwam ik ze tegen. Laveloos, alledrie, ik was mezelf ook weer eens tegengekomen, die nacht. Ze kwamen naast me zitten en ik legde mijn hand tussen haar benen. Ze liet hem liggen. Ik vraag waar de envelop heen moet. Ze wijzen. Op een tafel bij de garderobe staat een uit karton gesneden roze hart met een gleuf aan de bovenkant. Mijn envelop is te groot.

Na een tussenstop bij de bar loop ik naar het terras. Ik streel haar buik en vraag hoe lang.
"Vierenhalve maand."
Je hoeft geen rekenaar te zijn om de volgende vraag niet te stellen.
"En we hebben een huis gekocht."
In haar studentenwoning kun je inderdaad geen kind grootbrengen. Haar studentenwoning met het te kleine bed, haar studentenwoning zonder koffie. Haar studentenwoning waar ik een nieuw leven zag. Helaas zag zij het anders. Het liep al tegen de ochtend toen ze in bed ging liggen. Ik pakte mijn jas, alle drank was op.
"Je moet wel blijven."

Toen ik wakker werd stak ik een sigaret op.
"Is dat altijd het eerste dat je doet wanneer je wakker wordt?"
Ik trok het dekbed over haar heen en zweeg.
"Ik rook alleen ’s avonds. Overdag niet."
Na twee dagen belde ik haar op.
"Euh, het is niet de bedoeling dat je gaat bellen. Dat is de etiquette."
Etiquette? Wist ik veel. Ik vraag naar de nieuwe woning.
"Vanuit je werk kun je het zien. Zestig vierkante meter woonoppervlak maar met een tuin van zeventig vierkante meter."
Ik was toch al niet van plan om op bezoek te gaan.
"Hoe gaat het met jou dan?"
Ja, hoe gaat het eigenlijk? Ik kijk naar mijn lege glas, zeg dat ik dorst heb en loop naar binnen, naar de bar. Wanneer ik weer buiten kom is ze bij de aanstaande vader gaan zitten.

Het varken is achter me aangelopen en bietst een sigaret. Ik geef haar een vuurtje, steek er zelf ook één op en loop terug naar binnen. Nieuwe ronde. Bij de tafel waar het gastenboek ligt, zie ik een bekende staan. Nieuwe kansen. Zoenen, geen hug. Ze vertelt dat ze het haar van de elfjes heeft gedaan. Ik zeg dat ik het nog nooit met een kapster heb gedaan. Ze wijst naar haar oren. Ik knik begrijpend. Ja, de muziek staat hard. Ik buig me voorover naar haar geverfde lokken en zeg dat ik nooit naar de kapper ga.

Naast het gastenboek ligt een lippenstift. De kapster schudt haar hoofd wanneer ik een pen pak en ze stopt de lippenstift in mijn hand.
"Je moet een zoen achterlaten."
Ik breek geen spel, kleur mijn lippen en zoen in het boek. Ze geeft een voorgezeept doekje aan en ik veeg mijn lippen af. Met mijn rechterhand maak ik het drinkgebaar.
"Rosé."
Ik loop naar de bar, stop mijn hand in mijn broekzak en leg mijn geslacht terug op zijn plaats. Best wel geil, lippenstift.

"Wat is het warm, hè?"
Ze zou haar jasje kunnen uittrekken.
"Ik heb eronder alleen een beha aan."
Vrouwenlogica. Ik stel voor naar buiten te gaan. Op het terras is het aangenaam. Ze kent hier nog minder mensen dan ik dus we zullen het vanavond met elkaar moeten doen. Ik wijs wat mensen aan en noem wat namen, soms ondersteund door een anekdote. Vader loopt langs en ik druk stevig zijn hand.
"Wat een herrie daarbinnen, ik hoor helemaal niks meer."
Ik zei ook niks. Ze pakt haar mobiele telefoon en laat de foto’s zien.
"Negen jaar alweer."
Statistisch gezien over drie jaar dus ook ontmaagd. Ik complimenteer haar met haar genen, het is een mooie dochter. Ze vertelt dat ze vanavond bij hem is, dat ze nog steeds goed contact hebben. Welk soort contact verzin ik er zelf maar bij.
"Heb jij eigenlijk een vriendin?"
Haar cowboylaarzen strelen mijn kuiten. Dorstig weertje, ik pak onze lege glazen en loop maar weer naar binnen, naar de bar. Waarom is er geen buitentap?

Bij de bar kom ik Broer tegen. Ik ken Broer uit het café waar ik met Elfje werkte. Broer draagt een T-shirt met Slayer erop en steekt zijn getatoeëerde arm naar me uit. Definitely geen gala.
"Alles goed, Pik?"
Ja, Pik. Welk gedrocht hoort eigenlijk bij jou?
"Twee al. Ja jongen, het groeit als kool allemaal."
Oh, het gaat over zijn kinderen. Die lul van jou dus ook.
"Wat is ze mooi, hè? Ik kan wel janken jongen. Wie had dit ooit gedacht?"

Ik heb veel gedacht over Elfje, misschien wel teveel. Niet denken maar doen en bla. Ik wist bij voorbaat dat ik kansloos was en dat is niet vanwege haar seksuele voorkeur. Toen ik de Muze de mijne noemde, was de gedachte haar zwager te worden geen spreekwoordelijke slagroom op de taart maar minstens zo belangrijk als de taart zelf. Ik belde haar op om het nummer van de Muze te vragen. Ze antwoordde met een schaterlach en schreeuwde "ze hebben geneukt!" door het huis. Theatermaakster van de goede soort. Ze is verliefd op een vrouw, klaar. En wat voor één. Misschien moet ik voortaan naar pottencafé’s gaan. Ze zoende graag. Zin om te zoenen? Afzakken naar de Cooldown en scoren. Ik moet denken aan oudejaarsnacht, we werkten met drie man, zij was er met haar vriendinnen als klant. Op één avond met alledrie gezoend. Ze zoende lekker. Het was mijn Four Roses periode.
"Maar ik heb er geen eentje geneukt," vertelde ze me later.

De nog betere achter de bar zet mijn bestelling neer en ik neem afscheid van Broer.
"Spreek je later, Pik."
Ja, Pik. Met twee gevulde glazen loop ik terug naar de kapster. Bij het rondje rechts van de dansvloer ontwaar ik de Muze. We maken oogcontact en ik knik naar haar. Ze neemt me op van boven naar beneden, daar blijft haar blik iets langer hangen. Een glimlach verschijnt op haar gezicht. Ik heb inderdaad mijn bergschoenen aangetrokken.

31 May 2006

21 May 2006

Simon Finn

Hij ziet er goed geconserveerd uit. Zeker voor iemand die halverwege de jaren zeventig volledig de weg kwijt was. Rood overhemd, zijn haar rommelig in een staart bijeengebonden. Hij verwisselt de zorgvuldig klaargezette gitaren en verschuift de stoelen. Plug erin, plug er weer uit, plug in de andere gitaar, daar de plug ook weer uit. Elke handeling veroorzaakt een knal vanuit de luidsprekers. Hij beweegt zijn hoofd naar de microfoon. Zacht, timide, klinkt zijn stem door de zaal. "Sorry."

Hij legt de papieren met de songteksten op de standaard voor hem, de standaard rolt vervolgens binnen een seconde over de grond, een waaier van papier ligt rond zijn voeten. Hij raapt alles bij elkaar, sorteert de papierwinkel en probeert opnieuw de papieren op de standaard te krijgen. Ze blijven nu staan. "Sorry."

Hij tokkelt voorzichtig wat op de snaren van zijn gitaar, recht dan zijn rug, trekt de microfoonstandaard naar zich toe en zet de microfoon aan zijn mond. "This song is called ... ."

Hij begint rustig, met bijna ingehouden stem. Verstandig besluit de versterkers aan te sluiten. Couplet, refrein, couplet. Bij het tweede refrein gaat zijn hoofd naar achter en verwijdt zijn mond. Het stemvolume gaat omhoog, de sneer in zijn stem is daar. Zijn stem? Nee. Het is de stem van zijn demonen. Een man met een akoestische gitaar. Dat is alles. Meer is er niet nodig. De knop in mijn hoofd gaat om.

Na ruim een half uur wordt de knop volledig doorgedraaid. "This is called Jerusalem." Gelijktijdig draaien we onze hoofden naar elkaar. Ik probeer te slikken maar de brok blijft in mijn keel hangen. Op het podium wordt tussen de papieren gezocht. Van voor naar achter en weer terug. Zijn handen bladeren door, back and forth. Hij mompelt in de microfoon. "I can’t find the lyrics."

Ik houd mijn adem in. Zal ik aanbieden te zingen? Ik kan de tekst dromen. Ik kan alleen niet janken zoals hij. Ik bezit zijn waanzin niet. Ik heb andere demonen. Ik buig mijn hoofd, steun met mijn ellebogen op mijn knieën en staar naar de grond. Alsof de tekst tussen mijn voeten zou kunnen liggen. Mijn ogen branden, ik bijt mijn lippen stuk. Dan klinkt de eerste zin. There it is. Ik maak vuisten van mijn handen om kracht te zetten maar het is zinloos. Alle verzet is zinloos. Ik ben al gebroken. Het vocht verlaat mijn ogen. Waarom lukt muziek wel wat mensen niet lukt, mij breken? Na zes minuten en een bijna verontschuldigend klinkend thank you staat hij op en verlaat het podium, ik spiegel zijn bewegingen en ren naar buiten.

Ik heb ooit Michael Gira’s hand geschud, na de afscheidstournee van The Swans. Ik wist niet wat ik tegen hem moest zeggen. "I always start crying when I listen to your music." Nee, doe maar niet. Wat moet hij met die informatie. Pathetic psycho, probably. "Thank you very much for all the music," zei ik toen maar. "Thank you. There’s more to come but it won’t be called Swans anymore." Ik stond hem stompzinnig aan te gapen, zo dichtbij. Hij. Hij weet niet hoeveel nachten ik met een koptelefoon op mijn hoofd naar zijn stem heb geluisterd. Naar zijn gejank, gebrul, geschreeuw. Wanneer de uitzichtloosheid me overviel, wanneer de wanhoop zich voor de zoveelste keer van mij meester had gemaakt. Rechter en beul tegelijk. Geen bevestiging, alleen maar veroordeling, de enig aanwijsbare schuldige ikzelf. Ik dacht aan mijn rechterhand, zou ik hem niet eens moeten loslaten. Pathetic indeed. "Sorry."

Ik steek een sigaret op en word rustiger. Binnen mag niet gerookt worden, nog even en je bent als roker nergens meer welkom. De frisse lucht doet me goed, wat later volgt de rest met de drank. "Jij kunt nu wel gaan." Hij heeft het begrepen. De rest is allemaal bonus. We roken en drinken snel. Hoeveel tijd zou er tussen de optredens zitten? Biertje, sigaret, pissen en weer terug. In de zaal voel ik opnieuw de onrust en ik loop terug naar buiten voor nog een sigaret. Ik mijd een grote groep bezoekers en ga achteraan op een rustig plekje staan. Naast me staat een man met een rood overhemd en warrig bijeengebonden haar in een staart.

07 May 2006

Figuurschijten

Ik mag er niet meer over schrijven? Wat denk je eigenlijk, mafkees? Ik zal je even laten zien wie hier de baas is. Hier bepaal ik namelijk wat er gebeurt. Nou ja, en Joris natuurlijk maar daar heb ik geen last van. Ik heb wel last van jou. Wat doe je hier eigenlijk? Je begrijpt niet wat hier gebeurt. Je leest een woord, misschien lees je soms wel eens een hele zin. Zo! Goed gedaan, knul! Een hele zin. Toe maar. Wat zeg je? Je hebt het hele verhaal uitgelezen? Wow! Kom maar even, dan mag je nu een plakplaatje uitkiezen, dat heb je echt verdiend voor deze onmenselijke inspanning. En, kostte het je veel moeite? Begrijp je ook wat er staat? Niet al te veel moeilijke woordjes, toch?

Nog één die zich druk maakt om een website, om een verzameling woordjes. Wat is jouw probleem eigenlijk? De waarheid? Er is geen waarheid maar om dat te begrijpen zul je iets zwaardere boeken moeten gaan lezen. En dan niet van die plaatjesboeken want dat zijn slechts beelden van wat anderen zien als de waarheid. Dat is hun waarheid, gegoten in een paar honderd asa, niet die van jou. Maar jouw afgestompte en verstofte hersenpartij ziet het niet. Klakkeloos aannemen zonder verder te kijken. Wat ben je toch een slimmerik. Blijf maar lekker leven in die waan. Het woord waanzinnig komt daar vandaan.

Een waarheid creëer je zelf op basis van gedegen kennis en het vermogen tot het interpreteren daarvan. En dat is bij de één nu eenmaal sterker vertegenwoordigd dan bij de ander. Sim - pel. Je begrijpt geen moer van mijn leven en al helemaal niet van mijn log. Omdat je niet weet dat er ook zoiets als een rechtermuisknop bestaat. En omdat je niet kunt interpreteren. Omdat je niet weet wat een stijlfiguur is. Ik heb een grote bek en kan die fijnmazig vertalen naar het papier. Maar zelfs door het lezen van alles dat er staat geschreven word je nog geen steek wijzer. Ik noem geen namen. Uit de context kun je halen wie ik bedoel. Ja, en dus? Ik noem slet wie ik slet wil noemen. Ik noem flikker wie ik flikker wil noemen. Ik noem hoer wie ik hoer wil noemen. Omdat het sletten zijn. Omdat het flikkers zijn. En omdat het hoeren zijn. Niks mis met hoeren trouwens maar dat terzijde. Die werken tenminste voor hun geld, de rest ligt schaapachtig op zijn rug. Moet je ook gaan doen, scheelt in de deurwaarders.

In mijn overenthousiasme deelde ik ooit het adres uit. Ik baal van meerdere bezoekers hier, niet alleen van jou hoor, die eer zul je echt moeten delen. Het zij zo, ik heb ervan geleerd. Het houdt het spannend, een aardige testcase voor mezelf om te kijken hoe ver ik durf te gaan. Even geconfronteerd worden met de grenzen van mijn eigen hypocrisie. Weet je wat het leuke is? Het probleem lost zichzelf uiteindelijk op, na verloop van tijd blijven ze vanzelf weg. Terug naar hun eigen burgerlijkheid en vergetelheid of kinderkamer en verzameling pampers.

Er staat nergens een naam. Nergens. Maar dat weet je niet omdat je niet alles hebt gelezen. Nee, dat neem je maar aan, dat verzin je gewoon. Want jij bent zo wijs met al je levenservaring en al je psychologische inzichten. Kijk eens goed naar jezelf. Waar heeft al die levenswijsheid je gebracht? Nou? Er zullen er weinig zijn die met je willen ruilen. Niet dat juist dat het criterium is, ruilen doe je van spullen of van geliefde, desnoods van werkgever, maar niet van leven. Wel om je even een spiegel voor te houden voordat je weer gaat beweren dat je de wijsheid in pacht hebt. Dat je jezelf even realiseert waar je nu staat en wat daarmee de waarde van al je inzichten is. Wat vaker doortrekken knul, jouw mest is niet vruchtbaar gebleken.

Misschien moet ik in de toekomst gewoon namen gaan noemen. Om het duidelijk en overzichtelijk te houden. Ook leuk voor mensen wanneer ze hun eigen naam gaan googlen. Je eigen naam googlen, kijken hoeveel hits je eigen naam oplevert, is een leuk spelletje wanneer je jezelf thuis zit te vervelen en die tijd komt er gelukkig voor jullie allemaal aan. En dan maar kijken hoeveel hits het oplevert. Eigenlijk ben ik veel te goed voor jullie, maak ik jullie toch weer een beetje blij. Toch weer een stukje bevestiging in jullie miezerig bestaan. Weer een beetje bestaansrecht erbij. Wel even klikken op het linkje dan, het mes snijdt aan twee kanten. Jullie je hit, dan ik ook. Toch? Dat is toch zakelijkheid?

Sommige mensen zijn blij met elke keutel aandacht die ze krijgen. Ik spaar ze momenteel, mijn keutels, totdat ik jullie namen ermee kan schrijven. De stank is lichtelijk irritant maar ach, dat heb ik er voor over. Het stinkt hier toch al.

22 April 2006

Tomtom

11 April 2006

Verhaal

Een verhaal op commando is moeilijk. Te schrijven of te vertellen. Veel verhalen, maar of ze het waard zijn te vertellen weet ik niet. Wat vorige week leuk was is nu al weer over. Wat een half jaar geleden leuk was gaat nooit meer over.

Tegenover je zitten zou makkelijker zijn. Je gezicht vertelt of het verhaal moet doorgaan of een wending moet nemen. Of moet stoppen. De interactie van communicatie. Je geeft aan, je vult aan. Je raakt aan.

Wanneer je weet van de problemen van de ander, de strijd van de ander, dan lijken je eigen verhalen zo niet - belangrijk. Wat is er interessant aan wat ik vertel wanneer ik weet wat er zich in je hoofd afspeelt? Aan wat er zich in je baarmoeder niet - afspeelt?

Of het goed gaat? Wat is goed is altijd mijn tegenvraag. Ik heb het druk, weinig tijd om te denken. Ik heb gekozen voor deze levenswijze, mijn manier om te vluchten. Wanneer ik ga denken gaat het fout. Ik kan maar beter bezig zijn.

Het is stil aan het worden. De wereld wordt kleiner en kleiner, zoals ik ook schreef op mijn eigen log. Wekenlang begon elk stuk dat ik wilde schrijven met die zin. Gevolgd door eenzaamheid, narcistisch geleuter en misplaatste jaloezie. In mijn nieuwe stukken val ik steeds vaker in herhaling, andere woordkeuze en zinsopbouw, hetzelfde verhaal. Ik denk steeds vaker dat ik alles heb gezegd. Mijn wereldbeeld is duidelijk. Mijn zelfbeeld ook. Daar heeft het schrijven aan meegeholpen. Zet het maar op papier en lees je eigen woorden. Ja, het klopt wel wat er staat. Jij - jullie - hebben daar ook aan meegeholpen. De spiegel. Weerkaatsing.

Een stukje lifelog dan maar? Het werk gaat goed, ik ben een van de steunpilaren van het team, lig goed bij het management. Stervensdruk maar so what. Ik vind werken leuk. Communicatietrainingen gedaan. Het zijn spelletjes, dat wist ik al maar nu ken ik ook de spelregels. Ik pas me aan en speel het spelletje mee. Goed vol te houden gedurende de acht uur betaalde arbeid, daarna moet ik heel snel weg. Vraagtechnieken, luistertechnieken. Het even - tot - tien - tellen leerde ik in de kroeg al. Nu noemen ze het anders, het komt allemaal op hetzelfde neer. De ander laten uitrazen, begrip tonen, meebewegen. Een fijn stukje zelfverloochening. Ik heb afgeleerd meteen vol in de tegenaanval te gaan. Mijn norse, ongeïnteresseerde blik werkte als een rode lap op de spreekwoordelijke stier. Zo lelijk zijn de meeste ook, anders was ik wel geïnteresseerd geweest. Mensen die ik leuk vind en ongelijk hebben, geef ik gelijk.

Het gaat goed, ik haal mijn pensioen er wel. Wil je daar je pensioen halen is een andere kwestie. Haal ik mijn pensioen? Heb ik wat te willen? Wanneer ik daar over nadenk draai ik alweer door. Ik moet regelmaat hebben, anders zou ik mijn bed niet meer uitkomen. Of niet meer achter de computer vandaan komen. Ik moet een reden hebben om op te staan en de deur uit te gaan. Het bedrag dat elke maand wordt gestort is een goede reden.

We zijn allemaal hoeren, we gebruiken andere lichaamsdelen maar het komt op hetzelfde neer.

Het café is minder. De sfeer is weg. Het broederschap is weg. Voorheen werd ik ernaar toe gezogen, nu is het ook werk geworden. Gewoon werk, een avondje een café runnen. U vraagt, ik draai. Ik draai op routine mijn avonden, flirt niet meer. Drink een stuk minder, dat ook. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. De slet die een echte slet bleek te zijn, alleen mocht ik het niet zeggen. Zeg de waarheid en mensen worden kwaad. Ik deed het vroeger bij mijn ouders. Mijn vader nooit meer gezien, mijn moeder naar een inrichting. Wat woorden niet allemaal kunnen aanrichten. Schelden doet geen zeer leert elke kleuter wanneer hij of zij wordt gepest. Ik zeg niet dat ik slim ben, wel dat de rest dom is.

Ik dacht dat ik speciaal was, niemand is onvervangbaar. Iedereen zijn eigen agenda zonder inkijkfunctie. Mijn belang is niet het belang van de ander. Individuen, allemaal op zoek naar eigen gewin. Ik heb van het soleren een vak gemaakt, ik kan overleven. Maar overleven is geen leven.

Verhalen wil je horen. Je gaat ze horen. Met op de achtergrond het water van de ouderkerkerplas. Op commando. Het gaat nooit meer over.

08 March 2006

Face it

De pony is weer helemaal in. Dus wat doen de vrouwen uit de grijze verzekeringsfabriek? Die laten hun haar knippen. Ze willen er net zo uitzien als hun dochtertjes. Het ontbreekt alleen nog maar aan gekleurde balletjes aan de vlechtjes. Meisje. Ze willen zo graag weer een meisje zijn. Laat je pony knippen en je ziet er uit als een meisje. Een lekker jong ding. Want dat wil je zo graag zijn. Toch? Verandering van spijs doet eten. Denk je dat hij het ziet, thuis? Heb je er al iets van gemerkt, thuis?

Hebben je tietjes er al iets van gemerkt? Vergeet ze niet te liften, het moet wel in verhouding zijn. Bij een jonge kop horen jonge tietjes, weet je. Denk ook aan de verpakking. Geen Undressed, dat is wel mooi maar mooi niet voor meisjes.

Jammer van al de uren die je onder de zonnebank hebt doorgebracht. Teveel uren. Dat is niet goed voor je huid. Je gerimpelde gezicht vloekt bij je pony. Die pony mag je dan wel jonger maken, de zonnebank heeft een averechts effect. Je kop wordt er alleen maar ouder door. En je sophisticated lippenstift past ook niet echt bij de groep die je probeert te imiteren. Want die gebruiken iets goedkopere. Sterker, niet iets goedkoper maar vaak nog gratis ook, ze jatten het gewoon bij de plaatselijke drogist.

Het geruite rokje dat je hebt aangetrokken, het staat je leuk. Merk je nu het belang van slanke benen? Van rechte kuiten? Merk je nu hoe belangrijk het is dat je benen geschoren zijn? Meisjes hebben geen haar op hun benen. Beter is natuurlijk je benen te bedekken. Geen zwarte panty, heel goed, hier hoort een gekleurde maillot onder. Denk wel goed om je schoeisel want wat je nu aan je voeten hebt is het weer net niet. Ga naar de meisjesafdeling, niet naar de volwassenen rekken. De maten zijn hetzelfde, dus dat is nooit een probleem. Probeer het maar, trek ze maar aan. Overwin je schaamte, zeg desnoods dat je dezelfde maat als je dochter hebt en dat de schoenen een cadeautje voor haar verjaardag zijn. Een beetje moeite doen hoort erbij, een beetje schaamte ook. En ach, dat schamen, volgens mij vind je dat stiekem ook wel lekker. Zie je ze kijken naar je? Voel je het?

Ik vind het wel handig, zo met die pony. Je haren hangen niet meer in de weg. Zal ik je jezelf weer meisje laten voelen? Kom maar. Weet je hoe meisjes tegenwoordig hun zakgeld verdienen? Hoe ze aan een extraatje komen? Vast wel, je leest ook kranten. De jeugd heeft het zwaar. Weinig geld en een hoog uitgavenpatroon. Houd je van breezer? Wil je een breezer verdienen? Kom maar even op je knieën voor me zitten. Maak me maar even blij. Dan laat ik je even voelen wat een meisje is. Want dat wil je toch zo graag? Een meisje zijn?

04 March 2006

Rook

Ik ben vroeg binnen. Het is verbazingwekkend rustig. Misschien is de HMH te hoog gegrepen. Paradiso uitverkopen is wat anders dan vijfduizend man naar de Bijlmer lokken.

Ze heeft haar gele shirt niet aan. Toch herken ik haar meteen. Zo’n kop met haar zie je zelden meer. Ze doet me denken aan mijn eerste vriendinnetje. Van de achterkant gezien dan, het eerste vriendinnetje blijft de allermooiste. Ik heb nog geen zin in een conversatie en ga aan de bar hangen. Ik ben nog niet in de stemming, ik moet eerst drank hebben. Veel drank. Het uitzendstudentje dat de computertap bedient draagt een rood shirtje. Soms zouden ze bedrijfskleding moeten verbieden. Een computertap bedienen kan iedereen. Een strak rood shirtje dragen niet.

Het voorprogramma werd ooit getipt door een klant uit het café. Geen goede tip. Elbow is soft, te netjes. Te beleefd en te nederig ook. Dankbetuigingen aan het adres van de hoofdact en tot twee maal toe het onvermijdelijke thanks-for-listening-to-us. Wat denk je dan dodo? Dat ik een concertkaartje koop om vervolgens bij de garderobe te gaan hangen om naar de nummers van de jassen te luisteren? Het vierde nummer kondigen ze aan als something experimental. Het is meteen hun beste nummer. Leuk bandje voor een zomeravond in het Vondelpark, niet wanneer de adrenaline van het werk nog door je lichaam giert.

De halve liters gieren ook goed, de fles Jack Daniels achter de bar lonkt. Nee, niet doen, niet nu al.

Bij het laatste nummer gaan ze zowaar los. De lampen boven het podium doen een poging tot stroboscopie. Ik maak me los van de bar en doe een paar stappen naar voren. En dan stoppen ze alweer. Gemiste kans. Ik tel de muntjes in mijn broekzak en draai me weer om naar de bar. Het uitzendmeisje heeft hem al in haar handen. Snelle leerling.

Ik word draaierig. In de hal verkopen ze broodjes worst. Zal ik toch maar wat eten?

Ze wordt geflankeerd door twee man. Lichaamstaal, zo mooi om te zien. Zo verhelderend ook. Daarom houd ik zo van kijken. Waarom zou ik me in het gesprek mengen? Een glimlach faken geeft zere kaken, maar nu, terwijl ik naar ze kijk, is mijn glimlach oprecht en gemeend. En helemaal voor mezelf.

De zaal wordt voller. Dus toch nog. Veel stelletjes. Ik geniet van de kledingcultuur van de semi-underground. Jurkjes en laarzen, zelfs in deze februariwinter. Net-niet komt naast me staan aan de bar en bestelt twee koffie. De snelle leerling zegt dat het twee muntjes kost. Net-niet kijkt elkaar aan. Muntjes? Altijd leuk, groentjes. Op festivals helemaal maar hier doen ze het ook goed. Het mag een wonder heten dat ze überhaupt de zaal hebben weten te vinden. Ik zet mijn lege plastic onder de neus van de snelle leerling, ze geeft me een klaarstaand, dood exemplaar retour. Ik schud mijn hoofd en vraag een vers getapte. Gezakt, meid. Je lichaam zal je verder door het leven moeten leiden.

Leren jack, spijkerbroek. Goed.

Nee, geen worst, niet eten tijdens het drinken. Komt vannacht wel weer, of morgen. Woensdag is bruinebonensoepdag in het bedrijfsrestaurant. Bizar, jezelf verheugen op de lunch van morgen. Niet aan het werk denken, ik ben hier om te ontspannen. Ik glimlach weer. Ontspannen, yeah right. Dan moet ik vooral alle meisjes gaan bekijken, alle stelletjes nakijken, dat werkt lekker ontspannend. Ik moet denken aan de Nick Cave concerten die ik hier zag. In gezelschap. Toen kon ik me niet voorstellen deze avonden ooit alleen te gaan doen. Nu is het precies omgekeerd. Ik kan me niet voorstellen hier ooit nog een keer met haar te staan. Ik kan me überhaupt niet voorstellen haar ooit nog te zullen zien. Geef me één goede reden. Ik bestel nog een halve liter.

Rook komt van het podium af, de lichten gaan uit. Ik bestel er nog eentje en wurm mezelf met twee gevulde handen richting het trio. Een meter schuin achter ze blijf ik staan. Ben ik toch niet helemaal alleen. Pocket Revolution opent het optreden, titeltrack van het laatste album. Vreemde opener, ik vind het meer een nummer voor ergens halverwege de set. Het geluid valt tegen, niet zuiver. De geluidsman heeft niet goed opgelet bij het afstellen. Een lege zaal klinkt nu eenmaal anders dan een gevulde zaal. De gitaar van Mauro is veel te zacht, waar het op de plaat juist naar voren is gemixt. Tom Barman draagt zijn onafscheidelijke colbertje, je kunt hem erin uittekenen.

Instant Street klinkt iets beter maar het geluid blijft gruizig, korrelig. De band geeft wat ze heeft, dat is oké. Ze werken zich in het zweet. Na het derde nummer doet Barman zijn jasje uit. Opgestroopte mouwen. Zo zien we dat graag. Het is het enige nummer van The Ideal Crash dat ze spelen. Opvallend. Tekenend voor de gemoedstoestand van Barman ten tijde van het schrijfproces van dat album. Geëmotioneerd worden van je eigen muziek, jezelf er niet van kunnen distanciëren. Geen slijtproces, het bewijs van puurheid van de in muziek omgezette emotie.

Ze kijkt om zich heen. Alsof ze mij zou vinden tussen vijfduizend man. Ik kijk haar lang genoeg aan zodat ze het voelt. Wanneer onze blikken elkaar kruisen houd ik mijn wijsvinger voor mijn lippen. Ze doet twee passen opzij, ik steek mijn hand uit. Een gesprek voeren is hier niet mogelijk. Grijns. Zo mijd je het nodeloos uitwisselen van onzinnige weetjes. Het zijn altijd dezelfde woorden. Ze haalt een pakje Marlboro tevoorschijn en geeft me een sigaret. Klare taal.

Zwart-wit. Geen tussenweg. Nuchter of dronken. Werken of leven. Zwart-wit is goed.

Nothing Really Ends wordt ingezet. Het wordt met de hele band gespeeld, ze proberen de versie die op Pocket Revolution staat, te reproduceren. De versie die Tom Barman deed met Guy van Nueten is mooier. Kaler, zonder violen. Niks mis met violen maar het maakt het nummer iets te bombastisch, het ligt er té dik bovenop. Ze wiegt langzaam mee. Ik ga achter haar staan, leg mijn handen op haar heupen en volg haar ritme. Ik hang mijn duimen in haar broekzakken en trek haar tegen me aan. Ze biedt geen weerstand. Ik verberg mijn gezicht in de bos haar die je zelden meer ziet. Ze ruikt lekker.

Een deja vu toen Nick Cave hier From Her To Eternity speelde. Toen Cave mee meezoog in zijn performance, op zijn knieën kruipend over het toneel, declamerend, schreeuwend. Toen viel het kwartje, opeens zag ik het. De waanzin. De waanzin waarin ze je kunnen onderdompelen. En je kunt jezelf niet verweren. Er zijn geen wapens voor, er is geen verdediging. Ik ging erin mee. Ik ging los. Ik kwam los van haar.

Dit vindt ze het mooiste nummer, zegt ze wanneer ik haar heb losgelaten. Ik zeg wat mijn favoriet is. Wanneer ze dat spelen dan ga ik janken, dat weet ik nu al. Dat mag van haar. Ze vraagt of ik een biertje wil. Ik knik en ze verdwijnt richting bar.

De band loopt ludiek het podium af en is binnen een minuut weer terug. Even adem halen. Dan. Die gitaarlijn. Vanuit de verte komt de melodie je zwevend tegemoet, de melodie die ik kan dromen. Hier ben ik voor gekomen, voor dit nummer. Voor deze zeven minuten en zeven seconden. Voor deze ontlading, voor deze extase. Ik begin te rillen, nu eens niet door het gebrek aan eten opgevangen door sigaretten of door een overload aan drank. Een tekst die ik kan opdreunen, de steeds feller wordende drum, de gitaarlagen die worden opgestapeld, de distortion in het mantra uit het linkerkanaal. En die tekst. Die tekst. Mijn ogen worden vochtig. Tegen dit nummer ben ik niet bestand. Ik voel een hand op mijn rug. Ik bied geen weerstand.

Suds & Soda sluit af. Dat was te verwachten maar daarom niet slecht. De passief gevulde zaal verandert in een bewegende massa, handen gaan de lucht in, meeschreeuwend met het nummer verdrijf ik mijn gedachten. Of verdrijven, uitdrijven is een betere benaming. Na het nummer gaan de lichten aan en ik schud nog twee handen. Heb ik eigenlijk nog wat gezegd? Goed concert, dat waarschijnlijk. Geen Sister Dew, geen Magdalena. Nummers waar ik ooit om zes uur ’s morgens een discussie van een uur over voerde door de telefoon. Weer een glimlach. Zoete herinneringen. Ik begin oud te worden.

In de bovenzaal is een afterparty en ik vind mezelf terug aan een ronde tafel gevuld met bier en jeugd. Zo oud ben ik dan toch ook weer niet. Het niet gele shirt meldt zich netjes af, ik vang iets op over een terugreis. Whatever. Ik vermaak me wel. Dit word een fijne nacht. Strakke housebeats vullen de bovenzaal, vullen mijn oren, dreunen langzaam maar zeker de concertklanken uit mijn hoofd. Dreunen haar uit mijn hoofd. Ik heb een hekel aan house maar soms is het wel erg prettige muziek, of muziek, laten we het geluid noemen. Niet geheel onterecht geassocieerd met leeghoofdigheid.

Ik speur de dansvloer af. Waar is mijn blikvanger van vanavond? Een meisje met zwarte veterlaarzen tot aan haar knieën gaat volledig los. Van binnen dan, ze is niet van deze wereld. Wat zou zij allemaal uit haar hoofd aan het verwijderen zijn? Dans maar. Vlucht maar. Gooi het er maar uit. Bad Timing verdringt de housedreun in mijn hoofd. Ik steek een sigaret op en geniet. Waar rook is, is vuur.

Bezoek aan het rondje maakt me wakker. Of ik een vuurtje heb. Ik geef Nike één van mijn aanstekers en een zoete wietlucht verspreidt zich. Hoe laat moet ik er morgen eigenlijk uit? Oeps. Ik leeg de overgebleven glazen en bestel op weg naar buiten nog een colaatje voor onderweg. Suiker is nu wel even nodig. Fietsend over een verlaten Spaklerweg schieten mijn gedachten alweer naar de volgende dag. Arbeid adelt. Ik moet voortaan vrij nemen na een concert, laat ik sowieso eens vrij gaan nemen. Leef niet om te werken. Inderdaad. Ik werk om niet te leven. Het zijn dezelfde woorden.

20 February 2006

Essence

Ze legt de telefoon neer en zucht. Dinsdag is de drukste dag van de week. Ik loop langs haar bureau. Voorbij haar bureau kun je rechtsaf naar de toiletten, de liften en het trappenhuis. Op het moment dat ze haar hoofd opricht en mij aankijkt rinkelt het apparaat alweer.
"En ik heb nog niet eens gegeten."
Het is kwart over één. Over een kwartier sluit het restaurant. Ze heeft een kleur.

Ik ben op weg naar het restaurant, kantine in de volksmond. Ik vraag of wat ik mee moet nemen.
"Een krentenbol."
Dat kan nooit genoeg zijn.
"En een mueslibol dan."
Ze drinkt liters water per dag. Het schijnt dat je er minder van gaat eten. Terwijl ze met haar ene hand de telefoon opneemt, pakt ze met de andere hand haar portemonnee. Ik wacht de overbodige handeling niet af en sla rechtsaf de gang in.

In het restaurant haal ik mijn standaardrecept. Een kom soep, zes sneetjes droog brood en een liter melk. Ieder zijn ritueel. Ik pak twee krentenbollen en twee mueslibollen. Bij de keuken vraag ik een plastic zak. In de papieren meeneemzakken droogt brood te snel uit, hoe lang zullen de bolletjes nog op haar bureau liggen voordat ze gaat eten? Mijn vaste plek is vrij. Nog zo’n ritueel. De tafel in de hoek bij de ramen. Met mijn rug naar het raam overzie ik alle tafels. Overzie ik alles, geen gedoe in mijn rug. Achter mijn rug. Voordat ik aan de soep begin stop ik de vier bollen in de plastic zak. Heb ik iets om naar te kijken.

Voorpret is altijd leuker.

Na het eten loop ik naar het inpandige winkeltje. Even de krantenkoppen doornemen. De balie staat volgebouwd met rode en roze prullaria. Kaarten, snoep. Heel veel snoep. Hartjes, overal hartjes. Impulsartikelen naast de kassa hebben de hoogste winstmarge. Valentijnsdag is handel. Valentijnsdag is hartjes. Hartjes is handel. Het roze doet pijn aan mijn ogen. Ik ben geen kleurenmens. Zwart, wit, grijs. Dat zijn ook kleuren, dat zijn mijn kleuren. Rode wangen kleuren haar.

Ik leg twee pakjes camel op de balie en pak een stokje met twee spekjes in de vorm van een hart eraan geregen, de roze hartjes omringd door een rode rand. Liefde is geen handel. De liefde is rood. Ik vraag een rode zak en stop de vier bollen en de hartjes erin. Rood is de kleur van het gevaar. Ik rook een pakje per dag. Het schijnt dat je er minder van gaat leven. Met een roze lint knoop ik de bovenkant dicht.

Liefde is gevaar. Verliefd gevaarlijk.

Vanuit het winkeltje loop ik langs de foyer naar het trappenhuis. De liften links laat ik liggen, ik neem altijd de trap. Zo kom je nog eens iemand tegen. Op onze verdieping aangekomen valt haar lege bureaustoel meteen op. Mij valt het meteen op, andere mensen zullen er geen aandacht aan besteden. Anderen besteden sowieso niets. Gieren met aandacht. Ik leg de rode zak naast het beeldscherm op haar bureau, het bureaublad laat ik vrij. Dat is vragen om aandacht.

Ik loop door naar mijn eigen slavenplek en ga verder met waarvoor ik word betaald. Mijn slavenplek, schuin in de hoek, ramen naast en achter me, uitzicht over de gehele afdeling. Geen mensen in mijn rug, de vensterbank gevuld met afgerond, onderhanden zijnde en toekomstig werk. Productie gaat voor communicatie. Het gezin gaat voor het werk. Ik heb geen zin in gezin. Werk is levensvulling, het gezin levensvervuiling.

Schoppen is zoveel makkelijker dan leren omarmen.

Na een half uur komt de eerste mail. Een simpel bedankt. Zo hoort het. Ze heeft de zak dus nog niet opengemaakt en volgt ook haar instinct. Eerst werken, dan de rest. Ik log in op het intranet en selecteer de optie openstaande vacatures. Alsof er een optie vervulde vacatures bestaat. Binnen een minuut volgt de tweede mail. De zak is opengemaakt. Iets uitgebreider. Ik leun naar achter en zie haar opstaan, met een vuurrood gezicht loopt ze richting toiletten. Of ik even normaal wil doen. Goed plan. Laat ik maar weer eens normaal gaan doen.

13 February 2006

X-act

Jij was het verjaardagscadeau. De rol die je niet aan kunt nemen, omdat jij het niet bent. En nooit zal zijn.

Drie dagen te vroeg, of twee nachten. Twee nachten kostte het mij om het te verwerken. Niet de verjaardag, nee. Daar valt niets te verwerken. Alleen maar te bewerken, mezelf. Nee, de mail kostte mij twee nachten. De informatie. De kracht van woorden.

Het leven is theater. Waar ben je jezelf? Waar kun je jezelf zijn? Wanneer is de voorstelling afgelopen?

Het voordeel van het geschreven woord. Je kunt nadenken, je hebt bedenktijd. Het gesproken woord is direct, of het gezicht indirect, het antwoord. Het geschreven woord herlees je. Begrijp ik het goed? Staat het er echt? Ja, het stond er. Indirect, te direct.

Lights, music, camera. Zelfs door je eigen ogen. De foto representatiever dan de spiegel. Want zij bevat geen krassen. Niet zichtbaar tenminste. Zij was, de spiegel is. Voor de spiegel breng je de schmink aan, het verschil tussen wat is en wat wordt gezien. Ze zullen het niet zien.

Dubbelzinnig, zoals we schrijven. Dezelfde zeggingskracht als de stilte die je kunt laten vallen in een gesprek. Het kan twee kanten op. De woorden gingen naar één kant. Afhankelijk van stemming en gemoed trek je het naar jezelf toe of stoot je het van jezelf af. Ik trok de woorden naar mezelf toe. Ik trok jou naar mezelf toe. Omdat ik je bij me wilde hebben. Dichtbij. Heel dichtbij.

Dit moet ik niet zeggen, denk ik vaak. Dit had ik niet moeten schrijven denk ik vaak wanneer ik op send heb gedrukt. Het tekent mijn gemoed. Schrijven is goed, schrijven mag, schrijven moet. Verzenden moet je niet doen. Publiceren moet je niet doen. Waarom die hunkering naar getuigen, naar bevestiging, de hunkering waartegen ik zelf juist zo ageer. Projectie. Ja, ik ook. Een kuddedier. Ja. Ik ook.

De sluier, beetje bij beetje komt hij omhoog. Gedoseerd, je weet wat gulzigheid met je doet. Verlangen kweken, geilheid geweken. Acceptatie is geen zijn. Het is een houding. Alweer. Ontweken.

It’s lonely at the top. Koud ook, het dal biedt beschutting. Mensen bieden beschutting. Totdat er weer iemand uithaalt, eentje die je onderschatte en die alle tijd heeft om de juiste plek te zoeken waar toe te steken. Mijn rug is breed, je kunt niet missen. Een evolutiefoutje, we moeten ogen in onze rug hebben.

Publiceren is het zoeken van ogen. Van teveel ogen. Ogen die op je rug branden wanneer je het zelf al lang bent vergeten. Vergeten, omdat je het hebt opgeschreven. Ogen zijn gevaarlijker dan welk steekwapen ook. Ogen zijn scherper dan welk steekwapen ook.

En jij. Jij wil het niet meer zien. Dus geef je jezelf bloot. Van verliezen leer je meer dan van winnen. Verlies jezelf maar. Je hebt niets meer te verliezen.

Mijn grootste angst is blind te worden. En nu al kan ik niet eens alles zien. Niet paranoïde, nee. Pavlov’s dog. Omdat ik je bij me wil hebben. Te dichtbij.