01 January 2007

Niagara (2)

Op oudejaarsdag heb ik uitgeslapen tot vier uur ’s middags. Kill Bill 1 & 2 lagen klaar voor de avond. Ik wil geen jaaroverzichten zien. Van te lang slapen kun je hoofdpijn krijgen. Bij de ochtendkoffie at ik twee appelflappen, ik had geen oliebollen. Om vijf uur ging de telefoon en ik nam op wat ik anders nooit doe. Ze ging naar een feest in Hoofddorp en haar opa was dood. We zouden elkaar volgend jaar wel weerzien. Het terugbrengen van de dvd’s heeft geen haast. Gister zou ik de dvd-speler aansluiten maar toen besloot ik dat vandaag maar te doen. Om zes uur heb ik eieren met spek gemaakt. Tijdens het bakken stak ik mijn hand op naar de dochter van de buurman die langsliep. Mijn vader heb ik nu zes jaar niet gesproken. Na het ontbijten belde ik met tegenzin mijn moeder. Gedurende de hele avond hoorde ik het geluid van sirene’s. Op het moment van jaarwisseling stond ik mijn afwas te doen. Het gasfornuis glimt nu weer. Ik zette Slayer op en draaide net zo lang aan de volumeknop totdat ik het geluid van het vuurwerk niet meer hoorde. Om half één liep ik de galerij op maar er was niemand buiten. Toen heb ik weer koffie gezet en nog twee appelflappen opgewarmd. Op web streep log werden om 00.00 uur drie berichten gelogd, op blogger, livejournal, punt en wordpress heb ik niet gekeken. Binnen een half uur ontvang ik twee keer een bericht met eenzelfde tekst. Het is de enige overeenkomst met vorig jaar. Ik houd me in en stuur niets terug. De dvd-speler staat nog steeds onuitgepakt op de bank. Ik heb geen haast.

30 December 2006

Niagara (1)

In het winkelcentrum kwam ik een oud-collega tegen. De oliebollenkraam naast de V&D was duurder dus ik heb daar geen oliebollen gekocht. Een meisje met een mooie rode lange jas liep hand in hand met wat ik denk dat haar vriendje was. Ze had stijl blond haar met een pony, hij had krulletjes. Ik heb zeventien Aziaatjes gezien, ze droegen allemaal kleine tasjes. Logisch, het zijn ook kleine mensen. Twee honden bepaalden de sfeer op het inpandige terras. Iedereen stoorde zich eraan behalve de eigenaren van de honden. Ze keken stoïcijns voor zich uit. Bij de Hema kocht ik een broodje rookworst. Ik moest eerst een nummertje trekken. Ik had nummer zestig en op dat moment werd nummer drieënveertig geholpen. Op de eerste verdieping haalde ik een fluitketel die ik op de begane grond afrekende. Ik moet meer thee drinken en minder koffie. Bij het sigarettenwinkeltje was het zo druk dat ik ben weggelopen. Noodgedwongen zal ik dus ook minder gaan roken. Dit jaar wordt er meer dan ooit aan vuurwerk uitgegeven. Bij de Xenos kocht ik een doosje met tien aanstekers, je moet goed de statistieken bijhouden. Daarna liep ik de boekenwinkel in om het boek van Susan te kopen maar dat kon ik niet vinden. Toen heb ik maar een krant gekocht want er stond een leuk meisje achter de kassa. Verjaardag, kerst en oud & nieuw hebben sinds dit jaar geen functie meer. Vandaag ontving ik de zesde kerstkaart, dat is er één meer dan vorig jaar. Zeven keer kreeg ik een uitnodiging voor een verjaardag, één keer ben ik er naartoe gegaan. Ze vroeg of ik nog met mijn vriendin was. Ik gaf antwoord over de verkeerde vriendin want die kent zij helemaal niet. De liefde is snel voorbij. Je kunt mobiel bellen met vier plastic tassen in je hand, het ziet er alleen niet uit. Bij de oliebollenkraam stonden meer mensen in de rij dan bij de McDonalds. Ze verkopen allebei vette rotzooi. Soms als je in een rij staat kom je een bekende tegen maar meestal niet. In welke rij je ook gaat staan, de rij ernaast gaat altijd sneller. In december heb ik het minst geschreven en het meest gepubliceerd. Woensdag ben ik dronken geworden met een lesbisch meisje. Toen ze terugkwam van de wc zei ze dat ze blaasontsteking had. Sinds september heb ik drie lekkages en het lekt nu nog steeds. Mijn fiets stond vorige week nog netjes voor de deur, ondanks dat ik had vergeten hem op slot te zetten. Voordat ik naar de supermarkt ga eet ik een broodje, anders kom ik met veel te veel eten thuis. Een vrouw kun je niet eten maar ze zeggen over kinderen dat ze om op te vreten zijn. Als ik deze week niet op mijn werk zou zijn verschenen zou mijn bureau er nog net zo hebben uitgezien als vorige week. Mijn buurman krijgt op oudejaarsavond zijn dochter op bezoek. Het Parool was vandaag vroeger dan anders. Schijthonden. Twee keer zag ik iemand in een rolstoel en beide keren was degene die achter de rolstoel liep er beroerder aan toe. Ik kreeg een uitnodiging voor de Westergasfabriek maar ik ga niet naar de Westergasfabriek. Minoes komt misschien ook, stond in de mail. Misschien word ik wel door de bliksem getroffen, schreef ik terug. Dat begreep ze niet. Bij Dirk werd gebalanst, iedereen die ik ken was aan het tellen maar ik zag Atchara nergens. Kassa vijf was en bleef leeg. Nog niet al het oude muntgeld is ingeleverd. Ik heb nog steeds de gulden die Lilian fooi gaf op mijn verjaardag. Drie weken later diende ik mijn ontslag in. Later nodigde ze mij uit voor haar afstudeerfeest. Haar vader vond me wel leuk, ik noemde hem bij zijn voornaam. Toen ik wegging wilde ik voor het eerst de Amstel in fietsen. Ik kan goed zwemmen. Een oliebollengevecht is pas vuurwerk. Vijf keer ontving ik dit jaar een geboortekaartje, één keer ben ik er naartoe gegaan. Dit jaar was het warmste jaar ooit. In absolute zin heb ik minder gedronken, relatief gezien juist meer. Ik heb het nooit eerder zo koud gehad. Dit jaar geen rouwkaarten. We hebben even staan praten en toen ging ik weer naar huis.

24 December 2006

Lam Gods

Jouw stem is het eerste dat ik hoor wanneer ik wakker word. Witte korsten van opgedroogd zout omringen mijn ogen. Het promillage zette de zaak op scherp, jou zien deed de rest. "Dit bericht wordt tweeënzeventig uur bewaard."

Om vier uur ’s middags wordt de wijn ontkurkt. Mijn team houdt een eigen feestje, op de andere vleugel heeft de hele afdeling zich verzameld. Statusconform ben ik aangenomen bij een club van uitzonderlingen. Na twee uur zijn we door onze kerstinkopen heen en ik loop over. Drinken is een overwerkactie. Witte wijn draagt een nieuwe broek, de vouwen zitten er nog in. Goede kont, geen goed gesprek. De wijn die ik heb meegenomen is beter. De beveiliging is niet blij, wat we nog in het gebouw doen. De voorraad wegwerken.

Lallend nemen we de hoek bij de toiletten in, je moet je plaats kennen. Dag reputatie. Ze werkt veel, steeds als ik hier ben dan zie ik haar. Heeft ze geen leven? Mijn begeleider grijpt net op tijd in, ik sta op het punt de fout in te gaan. Hij neemt het gesprek over, ze is neukbaar en te dik. Wie heeft er kaas besteld? Ik lust geen kaas. Voordat je het in de gaten hebt zit je aan twintig jaar alimentatie vast. Ik kom hier teveel.

De kater maakt me overgevoelig, niet beantwoorden, niet nu. Het zout bijt, antibiotica en alcohol kunnen prima samen. Het leven en ik gaan niet samen, althans, met die gedachte ben ik uiteindelijk in slaap gevallen. De keuken is schoon gebleven, in die zin boek ik progressie. Mensen in een identiteitscrisis moet je nooit vragen stellen. De strop is niet zichtbaar, hangt ergens verborgen in afwachting van de sluipmoord op mijn uitgestoken nek.

Nieuwmarkt. Jij?


Zonder ijs, niet zo moeilijk om te onthouden, toch? Allebei lang en mager, niet mooi en daarom aantrekkelijk. Studentikoos spijkerbroekenpubliek, de muziek indie van de afgelopen decennia. De verbranding gaat sneller dan mijn hoofd kan verwerken. Waarom is het hier zo donker? Ik wijs naar iets dansend voor ons. "Ik heb ook een veter in mijn laars." Er zit nog veel meer moois in jouw laarzen.

Twee nachten achter elkaar droom ik over baby’s. Ik krijg het advies de foto van mijn desktop af te halen, in elk geval te veranderen. De twee vleugels komen samen bij mijn bureau, iedereen mag kijken. Het is niet de schaal die ze stil heeft gekregen, het is jouw blik die ze het zwijgen heeft opgelegd.

Ik vlucht. Een laatste blik, je pakt mijn arm. Ik wil je niet in verlegenheid brengen, de hunkering is te groot. Het promillage is de enige manier om de controle te verliezen. De douane neemt geen blaastest af, ik word binnen gelaten. Tranen van geluk.

In de Leidsestraat mag je niet fietsen. Het is een wonder dat ik de tramrails heb kunnen ontwijken, voetgangers gaan uit zichzelf aan de kant. Bij de McDonalds haal ik een bananenshake, een noodzakelijke stoot calorieën voor de nooit eerder zo moeilijke weg terug naar huis. Bij de afvalbakken gaat een toerist over zijn nek. Beter mikken, sukkel. En minder drinken als je niet tegen drank kunt.

Ik zoek onze bank in het Vondelpark maar zelfs dat is me niet gegund. De grond is omgeploegd, banken en bomen zijn verdwenen. Het Vondelpark deelt mee in de herstructureringsmalaise van Amsterdam, de bouwputten het symbool voor de kraters in mijn volwassenheid. De sentimenten worden verwijderd, geschiedenisloze modernismen nemen hun plaats in. Het roodwitte lint zegt genoeg: gevarenzone.

02 December 2006

Filtrum

De sigaretten gooi ik neer. De discman wordt, nog spelend, op de cd-verzameling gelegd. Ik trek het papiergeld uit mijn broekzak en gooi het naast de sigaretten, de sleutels gaan op de boekenplank. Mijn jas gaat over de woonkamerdeur, dan droogt hij beter, de schoenen gaan op de kachel, het regende toch harder dan ik vermoedde. Ik zet koffie en de computer aan. Het is één december.

"Doe je wel rustig aan?" De stem van mijn nieuwe teamleider in de fabriekstam nadat ik mijn vierde jägermeister naar binnen gooi. Nooit drinken waar leidinggevenden bij zijn. Ik blus met bier en steek nog een sigaret op. Ze hebben me geen afscheidsborrel aangeboden dus ik doe het zelf met niet verzonden uitnodigingen. We staan aan de hoge tafel, de bar is vol. Hoofd bar is er niet, acht borsten runnen de toko. Ze lijkt op India: kort haar, stevige heupen, volle lippen. Bedrijfskleding: gestreken overhemd, blauwe sloof. Het gaat om de details: de knoopjes boven haar borsten zijn dicht, dat deed India beter, India deed alles beter. Zo lang ik dat blijf denken zal er nooit iets gebeuren. Lang, die ik vanochtend in de lift zag staan, komt met vier rode wijn aangelopen. Ik schat haar nu jonger dan vanochtend, te jong. Druk gebarend vertelt ze haar aanhang wie, wat, waar en waarom. Vanochtend een rok en bruine, suède, kniehoge laarzen, nu een spijkerbroek en sportschoenen. Ze zal wel dichtbij wonen.

Ze vindt het niet erg dat het niet doorgaat, als ik maar fris en vrolijk terugkom. Of ik terug kom vraagt ze niet. Ik weet niet wanneer het herstel zich inzette. Misschien was het mijn gebogen hoofd? De nederlaag accepterend, mijn meerdere erkennend? Opeens stond ze naast mijn bureau, ik had haar niet aan zien komen. “Hoi, ik heb wat voor je.” Haar eerste woorden sinds ze voor mij besloten had dat ik maar eens normaal moest gaan doen. Een gebogen hoofd is normaal, waarschijnlijk loopt zij thuis ook zo in de rondte. Ik loop naar Surrogaat, ze weet het en zet vier glazen neer. Akiko is op één oktober getrouwd. Iedereen loopt in de rondte. Ze kijkt me niet aan wanneer een vermoeid alsjeblieft over haar lippen heen rolt. Ze draait zich om naar de kassa, in haar nek hangen vettige plukken haar. In de spiegel boven de kassa word ik betrapt.

Vier rode wijn overstemt ons gesprek door hun spijkerbroeken. Heb ik er goed aan gedaan? Ik weet het niet, zoals ik het steeds wanneer ik begin te drinken niet weet. Alsof het daarna wel duidelijk is. Het is nooit duidelijk, soms betrap je jezelf op een moment van helderheid, een seconde van begrip, een seconde van het alles weten, het alles begrijpen, dezelfde seconde als waarin je leven aan je voorbij trekt wanneer de verstikkingsdood de nietigheid van je longen bewijst. Zes planken zijn duidelijk. Ze blijft me aankijken wanneer ze het opflikkerende schermpje vanuit haar broekzak tevoorschijn haalt en het tegen haar oor aanhoudt. "Liefje! Waar zit je?" Halverwege je darmen. Surrogaat zet een schone asbak neer, ze heeft witte donshaartjes langs haar bovenlip. Wat doet ze hier? Ze loopt nooit zaal. You Tube heet in Japan I Tube. Een kaartje voor Nine Inch Nails kost € 42,50. "Waarom staan ze niet aan de bar?"

Aanlokkelijke gedachte, een simpel ja, de obsessie extraheren. Omdat jij de plank volledig mis slaat zeg ik nee, schreeuw ik nee. De neiging te verklaren is lang geleden begraven, soms staat de zombie op en geef ik hem aandacht. Ik bepaal, de zombie geeft slechts het signaal. Jij bevindt je niet zonder reden in de schemerzone, er lopen er nogal wat rond daar, zombies. Het nummer zocht ik met jou in gedachten, dat kan ik niet ontkennen. Overbodig te vermelden dat ik wel meer doe met jou in mijn gedachten.

De tranen stromen over haar wangen, ik sta op, loop naar haar toe en leg mijn hand op haar schouder. Aan de andere kant van de lijn hangt haar man. Ze reageert niet, ik loop door naar de koffiecorner en laat twee plastic bekertjes vollopen met water. Vier maanden in de waan van toekomstperspectief, nu alweer gedegradeerd tot hoofd telefoon. Ze snuit haar neus en vertelt het verhaal dat ik zojuist al hoorde. Vertel maar meisje, vertel het nog maar een keer. Een stoorzender met vijftig kilo teveel en vijftig IQ-punten te weinig begint opzichtig mee te leven, ik kijk naar het plafond en vraag me af of de rookmelder afgaat als ik nu een sigaret zou opsteken. We hadden het stiekem al gevierd, een uur in plaats van het gebruikelijk halve. Ik vertelde dat ik rond was, ik zou elk aanbod hebben geaccepteerd maar ze pikten mijn eis. Alleen nog even een tweede gesprek. "Is dit wel wat je echt wil?" Steeds wanneer ze die vraag herhaalt schiet ze vol. Je mag geen misbruik maken van emotioneel instabiele mensen. Tweede gesprekken zijn onzin, het moet in één keer goed.

Wat zou je nu aan het doen zijn? Lig je op de bank, zit hij naast je en kijken jullie naar de televisie? Of sta je met je vriendinnen in de keuken om de vaatwasser in te ruimen en hangen jullie mannen in de woonkamer bij de cognac? Of heb je jezelf uitgekleed en maakt hij foto’s van je? Misschien lig je in bad? Aan het bijkomen van de drukke werkweek, je ogen dicht, je gedachten uitgeschakeld. Heb je eigenlijk wel een bad? Hij werkt ondertussen beneden zijn administratie weg, de plannen voor morgen zijn gemaakt, weer een dag dat je wordt geleefd. Nu, in het warme water, het enige moment voor jezelf, met jezelf. Je legt je handen tussen je benen. Iedereen is slecht dus je bent geen uitzondering. Sluit je ogen, je kunt in mij schuilen, daar ben ik voor. Weet waar je staat, dat maakt alles een stuk minder ingewikkeld. Ik weet waarvoor ik sta. Voor jou. Hoe lang duurt het voordat ik je weer zie? Je weet het niet. Niet alles mag bereikbaar zijn, het houdt je nederig. Verwende mensen zijn de meest irritante mensen.

"Zullen we in de zon gaan zitten?" Ik knik. We lopen naar het verste gedeelte van het bedrijfsrestaurant. De tafel in de hoek, de enige plaats waar de zon zich toegang tot datzelfde bedrijfsrestaurant eigent, is bezet. Ik kijk naar de hoeveelheid voer op de borden van de stropdassen. Maximaal een kwartier wachttijd. We gaan aan de tafel ernaast zitten, naast de stropdassen waar zij nooit deel van zal uitmaken. Ze is laatst zelfs gaan golfen, op haar vrije zaterdag, huwelijkse eenzaamheid vertaalt in purgatieve carrièredrang. Binnen tien minuten pak ik onze dienbladen op en we schuiven door, naast elkaar, naar de tafel in de zon. De stropdassen zijn verdwenen, zomer in november. Ze draagt een push-up en ik kijk naar buiten. Ze vraagt naar mijn vriendinnen, ik praat er overheen door naar haar dochter te vragen. Ik verwijder de spijkers, trek de planken uit elkaar. Het graf is leeg.

De vier spijkerbroeken trekken hun jassen aan en lopen met hun mobiele telefoons in de aanslag naar buiten. Ik besluit om niet naar de bar te verhuizen, je moet ze hongerig houden. Sorteren is iets anders dan filteren, het komt wel op hetzelfde neer.

04 November 2006

Serdica

Het is niet druk op de pont, hij vaart de hele dag door. Vreemd eigenlijk, zo lang als ik hier nu al woon en dan nooit naar de overkant van de plas zijn geweest. Noord is helemaal niet ver. Er zal nooit een aanleiding zijn geweest de plas over te steken, dat zal het zijn. Nog vreemder te bedenken wat nu dan wel de aanleiding is. Ik doe zelden aan huisbezoek. Afspreken doe je in de kroeg, niet voor de televisie. Het is net als met begrafenissen, je gaat erheen voor de achterblijvers. Dat is wat ik altijd tegen baby’s heb gehad. Elke geboorte is de doodsteek van een ander leven. Natuurlijk baalde ik van haar afbericht, in eerste instantie. Daarna bedacht ik dat het beter zou zijn, zoals bij nader inzien alles in je voordeel kan worden uitgelegd. Gebrek aan relativering breekt de mensen op, ik wil gaat steevast vooraf aan dus ik zal. Nee, je zult dus helemaal niets. Ik wil is pretentieus gelul en ik zal wel zien is de enig juiste aanvulling. Het zou teveel zijn geweest, teveel indrukken, teveel verhalen, teveel gedraai om de harde kern. Teveel jullie. De beste seks is één op één. Kraamvisite is geen circus alleen realiseert het bezoek zich dat nooit. Ik ga niet naar het circus, de pont brengt mij naar jou.

De kleur is goed, nee, perfect. Rozerood en paars. Ze steekt haar handjes uit alleen weet ik niet precies waar naartoe. Zij zelf waarschijnlijk ook niet. In de winkel wurm ik mezelf langs de kinderwagens. Ik steek mijn tong uit als de moeder niet kijkt, het mormel zet de sirene aan. Natuurlijke aversie. Ik hoor niet tussen deze winkelrekken, het krijsen is niet meer dan een geoorloofd alarm. Nee, ik wil er geen drie paar sokjes voor € 5 bij en nee, ik hoef het ook niet te passen. Geen gevoel voor humor. Winkelmeisjes op koopavond zijn chagrijnig. Een uurloon voor een pakje sigaretten, dat wordt feest vanavond. Het feest begint ’s middags bij de lunch. Na tien minuten praten houdt ze opeens haar mond en draait ze haar hoofd naar me toe, voor het eerst kijkt ze me recht in de ogen aan. Hoe gaat het met jou? Groen, grijs, blauw? We zitten in de zon die door het hoge raam naar binnen straalt, het is moeilijk te zien. Ik blijf naar haar ogen kijken en zwijg. Ze krijgt een kleur.

Vorig jaar, op de grond aan de gracht voor het café, tussen twee amsterdammertjes en een boom. Hoeveel honden zeiken hier elke dag? De plastic tas met jouw weekvoorraad gaat open, stokbrood, chorizo, wijn en spa blauw. We eten en drinken om onze handen te kunnen plaatsen. De zwerver die ons aanspreekt slaat je eten af, de fles wijn neemt hij mee. Ieder overleeft op zijn eigen manier, met of zonder eigen middelen, ingegeven door eigen ervaringen, de uniciteit van het eigen instinct. Onze ervaringen kunnen en zullen nooit dezelfde zijn. Iedereen heeft zijn eigen overlevingsinstinct en die matchen zelden. Het doel van de één is de dood van een ander. De dood van de gemeenschap.

Ik beweeg mijn been lichtjes, mijn handen rusten kruislings onder haar okseltjes, ze kwijlt mijn armen onder. Haar hoofd houdt ze kaarsrecht omhoog, ondersteuning in de nek is niet nodig. Ruggengraat, nu al. Ik leg mijn neus tegen haar hoofdje en snuif haar geur op. Zwitsal doen ze hier niet aan. Puur natuur, de enige manier om te overleven, de enige manier de immuniteit te behouden. Ik begin tegen haar te praten, ze praat terug, niet dat ik er iets van kan verstaan maar ze praat. Grote verhalen. Misschien ga je later net zo goed schrijven als je moeder. De moeder komt terug uit de keuken en zet een nieuw biertje voor me neer. Zwart kleedt af maar blijft de mooiste kleur. Alles in verhouding. Het hoofdje en ik kijken naar dezelfde langslopende borsten. Hoe groot zouden je borsten zijn als je net zo groot als ik was geweest? De onderlip van het hoofdje begint te bewegen. Ik open mijn mond, mijn stem haalt het trillen van de onderlip weg. Ik begrijp iets niet, waarom jankt ze niet?

Naarmate je ouder wordt verwacht je meer rust te krijgen. Het leven is onder controle, je hebt een plaats, niet gevonden maar ingenomen. Je verwacht meer tijd te hebben, meer verveling is significant meer tijd. Het hoeft allemaal niet meer zo nodig. Ook dat begrijp ik niet. Er is geen rust, het gaat niet langzamer, het gaat alleen maar sneller, de tijd volgt mijn sigaretten en gaat in rook op. De dagen, de weken, de maanden, de jaren, het derde decennium was een lachertje vergeleken bij het vierde. Nog gejaagder op weg naar niets, avondvullend niets, het niets dat je jezelf de volgende ochtend realiseert, alleen wanneer ik heb gedronken heb ik, de volgende ochtend wanneer ik wakker word, het gevoel iets te hebben meegemaakt. Omdat ik mezelf er niets van kan herinneren zal er vast wel weer iets zijn gebeurd. Verveling en afstomping en het vliegt allemaal voorbij. Elke nieuwe ervaring vergroot de waarde van de ervaring daarvoor, waardoor het heden altijd ondergeschikt zal blijven aan het verleden. Ruim een jaar zag ik deze bos krullen alleen vanaf de foto. Ze springt me tegemoet, ze slaat haar benen om me heen, ik pak haar billen en het voelt alsof ik ze gisteren in mijn handen had. Een jaar is niets. Het leven is niets.

Jij eet de kaas, ik de chorizo. Chorizo en bier is een goede combinatie, net zoals olijven en wijn dat is. Je rug komt los van de bank, je draait een kwartslag en gaat in kleermakerszit tegenover me zitten. Onze monden bewegen maar het gesprek is niet relevant. Eens te meer realiseer ik mezelf dat het niet gaat om wat maar om wie. Mensen waar je het langer dan een avond mee uithoudt dwingen dat af door hun zijn, niet door hun laten. Rage against the machine schalt uit de boxen. Het openstaande raam is niet afdoende tegen de rook waarin we de kamer hebben gehuld.

Ik zwijg op haar vraag omdat ik nooit weet wat ik moet antwoorden wanneer iemand vraagt hoe het gaat. Ze pulkt stukjes van haar krentenbol en stopt ze achteloos in haar mond, ik lepel verder aan mijn soep. Zou ze haar dochter ook zo hebben gevoed, op dezelfde manier zoals ze nu de stukjes brood in haar eigen mond stopt? Gedoseerd. Elke dag soep. Het gevaarlijke van een antwoord geven is dat ik niet weet waar ik moet beginnen en waar ik moet eindigen. Gewoonlijk eindigt het in bed en die illusie heb ik al lang uit mijn hoofd gezet. Het genieten van is nu voldoende, genieten is het hoogst haalbare en daarmee is mijn zwijgen gerechtvaardigd. Als antwoord vertel ik wat ik vanavond ga doen. Ze vraagt hoe groot ze nu is, om mij te helpen met de maat. Hoe groot is een baby? Weet ik veel. Ik houd mijn handen een stuk uit elkaar, ze zegt dat het dan wel een heel grote baby is. Enthousiasme bedriegt ons voorstellingsvermogen. Het voordeel van een kinderhand om je lul is dat hij daardoor groter lijkt. Iets kleiner dan? Vraagteken.

Drie maanden oude ogen, drie maanden moedermelk. Weet je, dat ik je drieëneenhalve maand geleden al over je hoofdje aaide? Of je hoofdje, laten we maar aannemen dat het je hoofdje was, ze pakken je tegenwoordig voor minder op. Na het eten rookten we samen een sigaret. Hoe zal ze er uit zien, straks, mét complexe delen, bevredigd en bevlekt? Ik schiet langs de fotopagina’s, de één na de ander vliegt voorbij. Wishful thinking. Waar zit de exacte symbiose van jullie cellen? Ik veranker te mooi, maar het was ook te mooi. Kaas, chorizo en olijven, bier en rum. Uiteindelijk vind ik de getekende, genoeg van jouw genen, niet teveel Europees, wel dwingend en ontkrachtend genoeg. Ontkrachten is geen temmen, je bent een ongeleid projectiel dat tijdelijk in banen is geleid. Ooit zal je losbreken en weer in je eigen baan schieten. Wat is het nut van beide voeten op de grond?

De ijzeren plaat die als loopplank dienst doet legt zich geruisloos op de kade, ik heb hooguit tien minuten hoeven wachten. Ik zet mijn fiets tegen één van de afvalbakken aan de zijkant, het zadel stabiliseert. Zonder de fiets op slot te doen loop ik een rondje over de pont, ze kunnen toch nergens heen. Ik kijk naar de gouden gloed die boven de stad uitstijgt. Links de Zeedijk, rechts de Singel. In het midden niets, wat er eventueel zou kunnen zijn, ik zie het niet. Over vier uur gaat de wekker. Ik stop de dopjes in mijn oren en druk op play. Als je alleen leeft ga je met anderen meeleven. Het is niet druk op de pont. Hij vaart de hele nacht door.

04 October 2006

Dierendag

Waar blijft de klap? Er gebeurt niets. Is het echt zo leeg geweest? Of ben ik zelf ondertussen dood? Is elke afwijzing goed voor een A-viertje vol teksten en roept iedere vorige fysieke bar de emotie nog op, nu komt er niets. Geen letter komt er uit mijn vingers, geen gedachte dwaalt af. Geen flow, geen anger, geen gemis, niet eens de leegte doet pijn. De afkeer is winnaar. Slechts zij, zij die na bleven zitten, die voel ik nog.

Vrienden, kennissen, stamgasten, toeristen. Everybody’s just passing by. De één blijft wat langer dan de ander, de intonatie blijft gelijk. Een naam die rond zingt, soms, na verloop van tijd nog een anekdote waardig is. Weet je nog? Nee, ik wil het niet meer weten. Zijn er geen herinneringen? Nee, alles is opgeschreven en gepubliceerd. Internet is hetzelfde als weggooien. Ik ben het kwijt.

Weet je wat mij frappeert? Haar constant goede humeur. Misschien omdat er minstens vier voormalige neukers naast elkaar aan de bar zitten? De vraag blijft wie haar uit het moeras heeft getrokken. En jij mag die vraag beantwoorden. Ik doe alles maar half, ik weet het, mag jij beredeneren hoe ze zou kunnen zijn geworden. Wanneer er geen vervolg is dan moet je zelf het einde schrijven.

Het leven is niet zo ingewikkeld als het lijkt. Als je klaar bent dan moet je stoppen, het lijken doen we zelf. De klanten, verworden tot parasieten, zuigen me leeg exclusief BTW. Uitzuigers met hun bevestigingsverhalen. Kijk dan naar me, kijk dan. Luister dan naar me, luister naar mijn verhaal. Kijk naar mijn leven, luister naar wat ik allemaal niet meemaak, zie hoe onrechtvaardig het allemaal is. Nee, het is niet onrechtvaardig. Dit is gerechtigheid. Zuip jezelf klem en kruip naar huis. Misschien kom je onderweg een andere hond tegen die hem er wel even in wil prikken. Eén keer figuurschijten is genoeg.

Rijpe vruchten hechten niet meer en doen wat Newton van ze verwacht, de uiterste verkoopdatum overschreden kunnen ze het rondhangen laten om liggend hun laatste levensfase te slijten. Ik ontvang het adres, kus de foto welterusten en verstuur een kaart. Zo gevoelloos ben ik nu ook weer niet. Zet de drank maar klaar, we komen er aan. Onbeperkt houdbaar.

01 October 2006

Dikke doei

Het eind is in zicht.

Vijf jaar is genoeg, ik ben het zat. Niets is meer boeiend genoeg om mij hier vast te houden. Niet het geld, niet de drank, niet de mensen, voorzover ze dat laatste woord waard zijn te noemen. Een generatie vloog hier over en ik vlieg mee, de opvolgers dommer, leger en irritanter dan daarvoor. Eenzaam aan de top is inderdaad eenzaam, het verschil tussen rukken en neuken. De alcohol is niet meer toereikend dat gevoel te verdrijven. Alcohol is in ieder geval niet meer afdoende, ik ben gestopt met drinken. In de vertroebelde blik van de beneveling is er geen enkele vraag die een antwoord behoeft, in de wedergekeerde helderheid is het eerste antwoord al dodelijk. De spiegel is condensloos, mijn gezicht harder, gerimpelder. Het lichaam functioneert, de zintuigen scherper dan ooit, het beeld getekend maar ongebroken. Ik draag geen bril en zal er ook nooit één nodig hebben.

Cup d komt langs. Ze heeft haar schoonzus meegenomen, twee voormalig leidsepleinsnollen naast elkaar. De nakende promotie laat een diepe wond achter, een wond waar ze maar al te graag in willen wroeten. Kom maar, lik jezelf maar naar binnen. Het enige zetje dat ik jou zal geven is over de rand. Alsof ik mezelf door de inkijkjes laat imponeren. Billen wil ik zien, geen borsten, hoeveel borstkankercampagnes ze ook uit de grond stampen. Gewillig is afstotend, de zaadresten hangen nog aan hun mondvullend tandvlees. Ze vergeten de rondkruipende maden, door mij onzichtbaar afgedekt, na mijn vertrek onvermijdelijk zichtbaar wordend, naar binnen glijdend door hun instinctief opengesperde, zuigende grotten.

Het Versastel heeft een souvenir voor me meegenomen van Texel. Geluk zit in de kleine dingen, onderscheidend vermogen ook. Ik hou van jullie. Dour wordt in overweging genomen al is de kans dat ik in Osaka of Akiko zal zitten groter. Japan is dichterbij dan Noord, Ouderkerk of Gent. Het propje chinees heeft haar lippen rood gekleurd, de rest laat de ruggen zien. Huichelaars bewijzen zich door de strijd met gesloten vizier, parasieten door het bleke gelaat. Het bleke gelaat, veroorzaakt door een gebrek aan rode bloedlichaampjes, door een gebrek aan eigen bloedtoevoer, een gebrek aan eigen identiteit.

Gegen komt met zijn draak binnen en zegt dat zijn ex uit Berlijn op de stoep stond. De draak moet lachen. Ik zeg dat hij 10 december vrij moet houden, NoMeansNo komt naar Amsterdam, ik weet alleen nog niet waar. Gegen zegt dat Het Ketelhuis met een Japans filmfestival komt. Het punt is duidelijk, ik heb mijn avonden voor andere zaken nodig, ik verdoe hier mijn tijd. Leven is niets anders dan je tijd verdoen, zaak is om dat dan op de minst beroerde manier te doen, in het minst beroerde gezelschap. Ik heb een tweede computer gekocht en ben in onderhandeling met een nieuwe provider.

Het zich eigenaar noemend kadaver doet na sluitingstijd een poging tot conversatie. Terechte kritiek kan ik hebben, in alle andere gevallen begin ik te lachen. Nadeel daarvan is dat de gesprekspartner zich niet serieus genomen voelt. Terecht, ik lach je ook gewoon uit. Niet mijn probleem. Feit is wel dat ik mijn glans heb verloren. Mijn aanwezigheid is niet meer sturend, dwingend, bepalend. Ik weet wanneer ik overbodig ben, ik ben altijd degene geweest die het uit maakte. Loyaliteit heeft zijn grenzen en de grens is overschreden.

Met de tot volgende week woorden pak ik mijn spullen en loop naar buiten, twijfel of ik naar café Buurman zal gaan voor een afzakkertje. Nee, niet doen, ook daar gelden de hier beschreven levenswetten, de periferie lonkt. Ik kom thuis op een tijdstip waarop ik gewoonlijk nog sta schoon te maken, nuchter. De mailbox zorgt voor de noodzakelijke gemoedsrust. Ik open de bijlage en bekijk de foto, zet het souvenir aan mijn mond en klok het goedje naar binnen. Waar gaat het nu eigenlijk over?

Het is mooi geweest.

28 September 2006

Aladdin reverse

We hebben afgesproken om samen te gaan eten. Tegen half vier ’s middags verstuur ik een bericht. De zon brandt de kantoortuin binnen, ze moeten hier wietplanten gaan verbouwen. Patat met een milkshake in het park? Het antwoord is duidelijk.
"Geen patat. Ik wil Thai."

Duidelijkheid is goed. Fantasieloos, maar wel goed. Ik raffel mijn werk af en ga een uur eerder weg. Buiten loop ik tegen een muur van zeeklimaathitte aan, een kleffe, vieze warmte. Vier stoplichten verder herken ik de voor de deur van haar huis geparkeerde, gekleurde fietstassen. Vroeger had ze een zwarte bak aan haar stuur hangen, dat vond ik leuker. Ook handiger om het eten en drinken in mee te nemen, ik ben een praktisch mens. Rokjes zijn leuk maar waar laat je de sigaretten?
"Die houd jij dus bij je."

September is warm en bezweet bereik ik haar huis. September vorig jaar was ook al zo warm, letterlijk en figuurlijk, warm van jou. Hoe lang gaat deze nazomer duren? Net zo lang als die van vorig jaar? Ik sprint de twee inpandige trappen omhoog. Eenmaal binnen biedt ze haar vermagerde wangen aan. Ik zeg dat ze heus wel eens iets uit de snackbar mag eten, loop door naar de koelkast en trek een fles witte wijn tevoorschijn.

Het gaat niet goed met haar. Ze is rusteloos. Veel verhalen maar de leegte begint zich te openbaren.
"Waarom vraagt iedereen steeds aan me waarom ik geen vriendje heb?"
Als ze mij die vraag stellen dan noem ik haar naam.
"Dat heb ik gehoord, ja."
Ze heeft grip op het leven, op háár leven, zelfs meer dan ik, maar ze is de grip op zichzelf aan het verliezen. De zwarte lijnen onder haar ogen zijn meer regel dan uitzondering geworden.
"Kijk."
Ze is midden in de woonkamer gaan staan en showt vol trots haar nieuwe schoenen. Souvenir zoveel van vlucht evenzoveel. Ze zijn echt lelijk en dat zeg ik dan ook. Complimenten doen het altijd goed bij vrouwen. Ze gaat tegenover me staan.
"Nou ja, dat zeg je toch niet?"
Ze schopt haar schoenen uit en loopt naar de slaapkamer. Wel handig, schoenen die je zo gemakkelijk uittrekt. Nu de rest nog. Ik volg haar en vraag of ze een hemd voor me heeft, ik ben zoals gewoonlijk te zwaar gekleed. Ze moet even denken, dan keert haar glimlach terug. Ze steekt haar arm in de nog vers geurende kast en haalt een topje tevoorschijn.
"Trek dit maar aan, dan pas je goed bij mijn schoenen."
Praktisch meisje, ze draagt vandaag een spijkerrokje. Wanneer sta jij weer in je geruite rokje tegenover mij?

"Ik heb me ingeschreven bij een sportschool, ik heb geen conditie meer."
Haar buikje is wel het laatste waar ik me zorgen over maak. Ik vind het wel goed juist, een beetje spek, de geraamtes op het internet hebben mijn geest verziekt. De wereld zit anders in elkaar.
"Ik slaap soms elf uur achter elkaar en dan ben ik nog niet uitgeslapen."
Meer neuken, meisje. Des te meer je neukt, des te minder je nadenkt en des te beter je slaapt. En het is nog goed voor je buikspieren ook, maar dat is bijzaak.
"Je kijkt teveel naar porno."
De wereld zit inderdaad iets anders in elkaar.

Ze trekt haar wenkbrauwen op wanneer ik de fles aan mijn mond zet. Nee, thuis doe ik dat niet want ik drink thuis geen alcohol. Ze loopt naar de keuken en komt terug met twee glazen, ik schenk ze vol.
"Gezellig. Lekker gewerkt?"
Nee. Ik moet er een maand uit, minstens. Misschien wel langer. Misschien wel voorgoed. De vluchtweg is zelf een gevangenis geworden. Veilig is niet spannend. De lach is verdwenen, de geilheid is verdwenen. All work and no play makes Jack a dull boy. Ik vraag of ze vaak op het internet zit.
"Alleen voor mijn rooster. En soms op msn. En mijn zus heeft een eigen site."
Ze pakt de laptop, klapt hem open en drukt op wat knopjes. De site is goed, knappe foto’s ook. Ik zoek de portfolio met de foto’s van huisgenoot.
"Die staat er niet op."

Het msn-scherm springt open, smileys vervuilen het beeld, ik zie een hoofd dat ik niet ken en lees een begroeting die ik niet begrijp. Ik pak mijn glas en de fles wijn en ga op de bank liggen. Ze grinnikt en tikt met onregelmatige tussenpozen op het toetsenbord.
"Je hebt zeker nog geen honger?"
Gezellig. Vanaf haar balkon kan ik de fabriek zien. De dag rolt opnieuw aan me voorbij, een dag zoals er zoveel zijn geweest en zoals er nog zoveel meer zullen volgen, net zolang totdat de middelloonregeling tegen lucratief personeelstarief in een gepaste oudedagsvoorziening is geperst.

De nieuwe desktop, ze moest eens weten. Jij vindt hem mooi, dat weet ik zeker, omdat we haar allebei mooi vinden, allebei verliefd waren. Ik nog steeds, voor jou kan ik niet spreken. Ben je nog verliefd? Je staat voor de kroeg en ziet ons weer zitten. Wij en de kroeg, onlosmakelijk met elkaar verbonden als het gaat om herinneringen aan onze ontmoetingen. Schuilplaats van illusies van een mogelijk leven, verdrinken in de realiteit van een onmogelijk leven. Een vlucht uit de wereld, een vlucht in elkaar. De dronkenschap er zwalkend tussenin, twijfelend, omdat ze geen keuze kan maken. Een intensiteit die een jaar later nog ongeëvenaard is. Tastbaar, bereikbaar, en tegelijkertijd ongrijpbaar. Aantrekkelijker is niet mogelijk. Ik idealiseer jou niet. Ik idealiseer die tijd, die plaatsen, de bijbehorende geuren. De bijbehorende dronkenschap, dronken van haar en van jou. Ik idealiseer dat leven. Je staat voor de kroeg en stuurt me een bericht. Ik mis je ook maar er is nu geen weg terug. Er is teveel veranderd het afgelopen jaar. Er zijn keuzes gemaakt, er zijn beslissingen genomen, beslissingen met een rotsvaste plaatsbepaling tot gevolg. Een plaats waar ik niet bepaald woon. Jij was mijn nieuwe houvast, niet veel later de laatste strohalm. Ik was bezig alles te verbranden, jouw aanwezigheid was olie op dat door mij ontstoken vuur. Het ging allemaal zo gemakkelijk, zo snel. Jij stond voor het nieuwe leven, jij was het nieuwe leven. Hoe kom ik hier vanaf, dacht ik na je eerste mail. Nu vraag ik mezelf af, hoe je van mij bent afgekomen. Je staat voor de kroeg en vervolgt je weg. Van opruimen knap je op. Opruimen van je hoofd, van je buik, van je huis, van je vrienden. Alles overzichtelijk. Wanneer er niets is, is het overzicht optimaal. Ik selecteer reply en beantwoord je bericht. Kom. Het is herfst, we gaan weer drinken. Ik heb momenteel een optimaal overzicht want er is niets meer. Ben je nog verliefd?

Ze moet de vraag herhalen.
"Waarom zitten wij nooit op msn als je toch zoveel achter je computer zit?"
Omdat ik met een fles wijn op jouw bank mag liggen. Ze klapt de laptop dicht en komt bij me op de bank liggen. Ze gaapt. Ze is moe.
"Je treft me niet op mijn beste momenten."
Nee, kleintje. Op betere momenten treffen wij elkaar niet.

07 September 2006

Subtropie

Wat je van ver haalt is lekker. Geld- en opleidingloos stapt hij je huis binnen om er nooit meer weg te gaan, je hebt er voor getekend. En jij weet dondersgoed wat een handtekening betekent. Handig, die rechtenstudie. De universitaire titel staat niet garant voor intelligentie. Van ver halen omdat het hier niet is. Van ver halen omdat ze je hier niet willen, bedoel je. Open your eyes, of zal ik ze even open slaan? Heb je geen buren? Geen collega’s? Geen vrienden? Mannen die verder kijken dan je heupen? Die moeten er toch zijn?

Van ver halen omdat hier niemand je onderstel trekt en laat dat daar nu juist een teken van welvaart zijn. Een teken van gezondheid ook, hoe meer vlees, hoe breder het bekken, hoe welvarender je baarmoeder. Baringsrijp. Met de ogen van een konijn kijkt hij naar jou, zijn duracel in de aanslag. Stier Herman is er niets bij, maar die was dan ook een stuk slanker dan hij.

Hij hoeft geen inburgeringcursus te doen, leve het oranjeverleden van onze voorouders. Hij hoeft geen werk te zoeken, hij hoeft niet naar school. Hij prikt zich rijk in jou. En jij loopt leeg als de spreekwoordelijke luchtballon. Dat is dan weer in overeenstemming met, zo zie je er tenslotte ook uit. Voordeel van je omvang is, dat je er de eerste maanden niets van ziet. Je zal in het begin niets uit hoeven leggen. Je opgeblazen, nachtrustloze gelaat, zal worden toegeschreven aan het nieuwe liefdesnest, niet aan het uitdijend inwendige broeinest.

Later zal je mij bellen, we kunnen weer afspreken, hij is toch niet thuis. Tot aan je knieën in het kroost vertel je mij dat ik niet hoef te slaan, dat je het hebt gezien. Vertwijfeld laat je mij je halfbloed nageslacht zien. Mooi hoor, die tropische koppies. Dan vertel je over het cultuurverschil. Hij weet niet beter, zal je zeggen, hij kent zijn eigen vader niet eens. Hij vermoedt zijn oom maar hij weet het niet zeker. Moeilijk te zien, uiterlijke verschillen zijn minder helder dan bij ons.

Je hebt het maar geaccepteerd, zo zijn ze nu eenmaal. Je bent niet bang dat hij ze bij je weg haalt. Nee, natuurlijk niet. Hij weet dat ze bij jou goed worden verzorgd en ze lopen hem alleen maar in de weg. Verzorgen? Ga maar op straat spelen. Cultuur? Beter geen cultuur dan een achterlijke cultuur. Bosmensen horen in een bos, om bomen en hun natuurlijke bewoners maar te vermijden. Biologie zou een betere studie voor je zijn geweest. Bij gebrek aan een huishoudschool.

23 August 2006

Dixieland



Geen fabriek, geen kroeg, geen stoorzenders. Eindelijk tijd voor reflectie. Wat is belangrijk en wat niet, wie is belangrijk en wie niet.

De eerste dag is het moeilijkst, ik moet wennen. Wennen aan de overburen, wennen aan de stilte. Wennen aan het gemis. Ik heb zelf gekozen voor deze confrontatie, eindelijk gebeurt er iets. Er gebeurt iets juist omdat er niets gebeurt. Ik heb er naartoe geleefd, zorgvuldig gepland. Je bereikt een punt waarop je jezelf realiseert tot hier en niet verder. Kom maar jongen, laat nu maar eens zien wat je waard bent. Waar is nu je grote bek gebleven? Ik moet wennen aan mezelf. De confrontatie valt mee, de geografische verplaatsing biedt voldoende afstand, de afstand die nodig is om mezelf geestelijk te kunnen distantiëren. De techniek werkt niet mee, de techniek kent geen afstanden meer. Ik kijk op mijn mobiel om te zien hoe laat het is en zie het bericht.
Vanavond naar de Parade? Kus.
Kut.

Geen fabriek, geen kroeg, geen vragen. "Mag ik je iets vragen?" Ik sta in de Club en kijk hoe de instrumenten worden uitgestald en gestemd. Lang haar, spijkerjasje. Ik kijk naar haar pols. Dagpas. Ik antwoord bevestigend en zoek haar ogen. "Speelt Nouvelle Vague hier?" Ja. "Merci." Het is de langste conversatie van de dag. Je moet zuinig zijn met je woorden.

Geen fabriek, geen kroeg, geen auto. De kadett is verbouwd tot het blik van het bier dat hier niet mee naar binnen mag. De trein is oké, achterover gezakt trekt de wereld spreekwoordelijk aan je voorbij. Metaforen zijn niet nodig, de trein is zelf een metafoor. Het landschap verandert, het weer verandert. Ik verander. Overstappen, sigaret, overstappen, sigaret. Het is net seks maar dan anders. Elke trein een andere snelheid, een ander tempo. Elke trein een andere geur, een ander geluid. Toch is dit ook een bekend terrein. Koffie rechts, schone wc’s midden achterin, tanden poetsen naast de tent en de douches links. Douchen? Donder op met je douche, het is geen huwelijksreis. Hoewel, op een huwelijksreis moet je ook niet douchen. Dan kun je alvast aan mijn geur wennen.

Geen fabriek, geen kroeg, geen mongolen. Ik pak mijn tandenborstel en loop naar de zijkant van mijn tent. Een mongool maakt zijn gulp open. Haal hem eruit en je kunt de rest van leven niet meer pissen. Zijn vriend gaat tussen ons in staan. Dan ziet hij de tekst op mijn borst. "Hé, Killing Joke! Hosannas from the basement of hell." Ik complimenteer hem met het feit dat hij deze zin in één keer zonder stotteren uit zijn strottenhoofd heeft gekregen. De mongool doet zijn gulp weer dicht en probeert iets te zeggen. Zijn vriend vertaalt. "Hij werkt voor een Nederlandse baas, hij heeft het niet zo met Nederlanders." Die baas zorgt er maar wel mooi voor dat hij hier een kaartje voor heeft kunnen kopen. Wil hij ander werk? Misschien kan hij beginnen met de dixies schoon te maken, dan weet hij meteen waar hij voortaan kan gaan staan pissen en waar hij wakker wordt als hij nog een keer bij mijn tent gaat staan.

Geen fabriek, geen kroeg. Geen fabrieksarbeiders en geen stamgasten. Ja, twee in de tent tegenover me maar die zijn welkom. Meer dan zelfs. Het is een overgangsjaar, niet te grote stappen ineens. Vijf dagen van de wereld, alsof dit geen wereld is. Dit is ook een wereld, dit is de wereld waar ik wil wonen. Ik kan hier wonen, in tegenstelling tot anderen die bij de gedachte aan een dixie al een eczeem in hun kruis voelen groeien. De moderne mens is zijn immuniteit aan het verliezen, vatbaar voor elke oneffenheid in de dagelijkse structuur van uiterlijke verzorging, hygiëne en voedingspatronen. Ze vergeten dat het eten hier beter is dan de semi-culinaire magnetronprak die ze thuis in hun strot laten vloeien. Kauwloos slurpvoer, zaad glijdt beter.

Geen fabriek, geen kroeg, geen irritaties. Duidelijker, geen mensen die op mijn zenuwen werken. Vijftigduizend voortslenterende Belgische jongeren werken niet op mijn zenuwen, tenminste, zolang ze niet tegen mijn tent staan te pissen. Wees proper en doe dat dan gewoon even binnen. Kom maar, ik bijt hem er niet af en ik heb voorgezeepte doekjes bij me, dit tot grote hilariteit van de overburen. Ik heb graag schone handen en een schone eikel. Ook dat, ja. You’ve got blood on your hands, baby. Links staat een groep Belgische wietdealertjes, Amsterdam is niet meer wat het is geweest, rechts het geluid van een fijn potje adolescentenseks, vrij snel daarna gevolgd door de bijbehorende ruzie. Meisje, weet jouw mamma dat je hier bent? Heeft jouw mamma jou ook verteld over jongetjes? Heeft mamma verteld dat videoclips er zijn om plaatjes te verkopen en een gimmick te genereren? Dat de wereld iets anders in elkaar zit? Dat je beentjes spreiden om een touwtje in te brengen iets anders is dan je beentjes spreiden wanneer er een jongetje bovenop je ligt? Mijn voorgezeepte doekjes helpen niet tegen je tranen, dat zal alleen nog maar meer gaan prikken. Tussen zuchten en grijnzen ligt een mooi gebied.

Geen fabriek, geen kroeg, geen Afrikanen. Een Aziaatje komt binnengelopen, ze wordt gevolgd door vier ingevallen wangen. Pillenslikkers. Het meisje begint te dansen en te springen, haar gezicht straalt aan alle kanten. Twee ingevallen wangen manen haar tot rust en ze gaat teleurgesteld op de grond zitten. Ze staat vrijwel direct weer op, haalt een krant tevoorschijn, spreidt hem uit en gaat erop liggen. Van haar tas maakt ze een kussentje. Ze sluit haar ogen. Ik zet mijn bier neer, pak mijn camera en fotografeer haar. Een naveltruitje loopt langs en schopt mijn bier omver.

Geen fabriek, geen kroeg, geen wekker. Op vrijdag word ik wakker gemaakt door de soundcheck van Massive Attack. Half Mezzanine komt langs, ik leg mijn hand op morningwood en denk aan het gothicmeisje van gisteravond. Een blouse van netstof, daarover een lederen corset, eronder een rok van kreukelstof, een panty en glimmende kistjes. En dat alles in het zwart. Angel moet het hoogtepunt van de dag worden. Jij mag jezelf opmaken, jij verbergt jouw gezicht doelbewust, als bescherming, om jezelf niet te laten zien. Juist om niet op te vallen, in tegenstelling tot mensen die een middag vrij moeten nemen omdat ze naar de schoonheidsspecialiste moeten. De schoonheidsspecialiste, het meest overbodige beroep ter wereld, dat is iemand die zich gespecialiseerd noemt in schoonheid. Schoonheid uit een doos verf als een saus uit een pakje van knorr. De grap met het varken laat ik achterwege. Dag natuur, welkom clown. Ze maken poriën schoon van mensen die te beroerd zijn om zichzelf te wassen, ze kleuren gezichten alsof je een indiaan bent. Poriën moet je niet schoonmaken, vuil beschermt. Des te meer oppervlakte je blootlegt des te kwetsbaarder het wordt. Laten zitten dus. Net zo onzinnig als het witten van tanden. Ja, schuur maar weg dat glazuur. Bij aankoop van je nieuwe bril gratis een gebit en een levenslang abonnement op vloeibaar voedsel. Combitickets rulez. Ga maar als indiaantje naar huis, dat vind je mannetje fijn. Dan kan hij zich weer de stoere cowboy voelen die hij diep van binnen wil zijn. Eindelijk kan hij weer zijn zweep laten knallen, zijn sporen in je dijen rammen, zijn lasso uitwerpen naar de dartele veulens in de wei. Want dartel is het bij jullie thuis al lang niet meer. De vraag vind je me niet meer aantrekkelijk zal nooit bevestigend worden beantwoord want daar is hij te schijterig voor. Eindelijk kan hij weer op je neer kijken, wanneer je op handen en voeten voor hem zit, eindelijk is hij weer een hengst. Ga maar door met toneelspelen, ik speel mee wanneer ik aan je kist sta om te genieten van je rottingsproces. Tranen in mijn ogen, erger dan de ammoniakdampen uit Dixieland kon ik me niet voorstellen, maar weer weet je het te overtreffen. Ik zal een tooi voor je meenemen, want veren in je reet zal je niet meer van me krijgen. Nee, dan jij, mooi gothicmeisje. Zwart is tijdloos, jij bent tijdloos. Schoonheid zit niet in een potje, schoonheid zie je niet in de spiegel, schoonheid zit in jou, lief gothicmeisje. Ik knijp in mijn ballen en kom klaar. Het is tijd om op te staan.

Geen fabriek, geen kroeg, geen obsessies. Ik sta in de Dance Hall en staar naar éénstaartig blond, de staart bungelend over haar linkerschouder. Jas aan, haar tas houdt ze stevig vast. Ze zoekt een rustig plekje tussen het dancegeweld en legt de tas voor haar voeten op de grond. Ze begint langzaam mee te wiegen, beetje bij beetje komt haar lichaam in beweging. Voorzichtig komt haar arm omhoog. Mijn bier is op maar ik wacht met refreshen, ik staar. Haar andere arm komt ook omhoog, synchroon volgen ze de strakke technobeat. Volgende keer moet ik een telelens meenemen. Wat later pakt ze haar tas en loopt langs me naar de zijuitgang. Het regent stevig. Ik ga naast haar staan en kijk luchtig naar links en naar rechts. Ze vangt mijn blik, kijkt weer naar buiten, haalt haar schouders op en loopt terug naar haar plekje tussen het dancegeweld. Ik trek mijn regenjas aan, haal twee drankbonnen uit mijn broekzak en loop naar de dichtstbijzijnde bierstand.

Geen fabriek, geen kroeg, geen verplichte omgangsvormen. Hier hoef ik niemand te vriend te houden. Niet? Dan niet. Graag of traag. Ongegeneerd kijk ik ze aan, kleed ik ze uit met mijn ogen. Nee, niet jij, houd jij je kleding maar aan. Aan sommige geuren wen je nooit, aan sommige lichamen ook niet. Ik zeg niet dat je stinkt, ik vind dat je stinkt. Ik zeg niet dat je lelijk bent, ik vind je lelijk. Misschien stink je helemaal niet maar dat vind ik nou eenmaal. Ga een stuk verderop zitten, daar waar ze jou wel op waarde weten te schatten. Omdat ze maar één waarde zien met hun ongeletterde ogen. Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid, een lelijke meid heeft haar benen gespreid. Wees blij dat ik een mening over jou heb, jij, als nietszeggende verzameling samengebald vet. Typisch geval van een gemiste echoscopie. De wetenschap is er, gebruik het dan ook. Ouders zijn aansprakelijk voor wat ze neerzetten op deze aardkloot maar ik kan moeilijk jouw vader op zijn bek gaan slaan. Ik ken de wetenschap maar het rechtssysteem loopt achter. Daarbij, beetje respect voor de ouderdom, ze hebben het al zo zwaar gehad jou tot hier te krijgen. Ze zijn blij dat ze van je af zijn. Dat zeggen ze niet, nee, natuurlijk niet. Er zal er nooit één de waarheid recht in je gezicht zeggen, zelfs op hun sterfbed zullen ze hun hypocriete handen in de jouwe leggen, hun liefdevolle laatste woorden omringd door de zure geur van een disfunctionele slokdarm. Ik heb geduld, ik kom jullie nog wel tegen, ik ruik jullie soort op kilometers afstand. Vier uur in de trein is nog niet genoeg, begrijp je nu dat ik naar de andere kant van de wereld wil?

Ik weet niet of ik volgend jaar weer ga. Wat is belangrijk en wat niet. De kater is erg, te erg. De kater van de after-festival-dip en back-to-real-life gevoel. Eenmaal thuis ervaar ik geen real life. Er is geen real life. Ik wil rondlopen tussen vijftigduizend onbekenden. Ik wil het anker gedag zwaaien. Weet je dat ik er, in een vlaag van dagdromerij, aan heb gedacht? Aan wie ik überhaupt heb gedacht? Natuurlijk ga ik volgend jaar weer, ik ben teveel masochist om mezelf van deze pijn te onthouden. Wie is belangrijk en wie niet.

Ik zoek het bericht, selecteer antwoorden en reply. Ik kom vannacht naar je toe.