22 April 2009

Het compliment

Zonder eerst tot tien te tellen, verstuurde ik het bericht.
Niet lang daarna belde de Manager.
"Ik ben bij met mijn mail," zei ze.
Een originele manier om te zeggen dat je een bericht hebt gelezen.
"Een manager leest overdag geen mail," zei ik, "die doet dat 's avonds thuis."
Het tijdstip van verzenden had op eerdere momenten haar prioriteiten verraden.
"Waarom?" vroeg ze.
Ik had drie verhalen voorbereid.
"Ik vind het niet leuk meer, het is een sleur geworden."
Het werd de waarheid.
"Zo leest het bericht ook," zei ze.
Het schrijven ben ik nog niet helemaal verleerd.
"Tegen jou ga ik niet liegen," zei ik, "morgen vertel ik een ander verhaal."
"Jammer," eindigde ze, "en dat is een compliment."

18 April 2009

Turnover

Je weet wat je hebt gedaan en je weet wat je nog moet doen. Ook weet je wat je niet hebt gedaan en wat je zou moeten doen. Na een overspannen ochtend wil je een rustige lunch. Het hoofd moet leeg en de mentalen moeten op een rij. Er volgt namelijk nog een middag.

Het restaurant is redelijk gevuld, redelijker dan op vrijdag gewoonlijk. Vrijdag is de favoriete parttime dag. Het merendeel van de werknemers zit thuis of ligt vreemd. Ook komt het voor dat men écht overwerkt wanneer men overwerk als excuus gebruikt voor huiselijke afwezigheid. Er wordt vandaag flink overgewerkt. De automatische piloot vult het dienblad. Ik reken af en loop richting de tafel in de hoek, mijn tafel in mijn hoek. Als ik een hond zou zijn geweest dan had ik er een urineclaim gedumpt.

Terwijl ik door het restaurant loop, onderzoek ik de vrije plaatsen. De tafels aan weerszijden van mijn domein zitten vol. Op het domein zelf ontwaar ik wat plukken vrouw. Dat mag, en het is niet eens vervelend. Als vrouwen zich in de hoek van het restaurant afzonderen, dan is er waarschijnlijk iets precairs te bespreken. Halverwege het restaurant zeg ik een paar oud-teamgenoten gedag. Er volgt een uitnodigend gebaar, plaats genoeg, maar ik loop door. Ik wil rust, ik wil nu niet horen hoe gezellig het vroeger was. Was het vroeger eigenlijk wel gezellig, of lijkt dat alleen maar zo. We hadden vroeger minder status en minder verantwoordelijkheid, daarom meer vrijheid en minder zorgen.

Het gedeelte bij het raam, mijn stoelen bij mijn raam, is nog vrij. Ik loop er heen en ga zitten. Ik wil rust, met hooguit de ruis van de onvermijdelijk verbale twitter als buitengeluid. Ik wil rust en ik wil meisjes kijken. Meisjes kijken is rustgevend. Wie luncht er met wie en wat voor kleding hebben ze aan? Ik wil precaire gesprekken afluisteren. Voyeurs vrijen veilig.

De fatsoensnorm zegt dat je reeds aanwezige tafelgenoten een smakelijke wedstrijd wenst. Mijn fatsoensnorm zegt dat ik mensen aankijk wanneer ik iets smakelijks zeg. Ik zoek oogcontact ter voorbereiding op de verplichte woorden. Dat had ik beter niet kunnen doen.

Mijn ademhaling valt weg. Ik voel een steek ter hoogte van mijn hart. Zonder te trillen breng ik een bekertje melk naar mijn mond. Alles is nog onder controle. Het slikken haalt de ademhaling terug. De ademhaling haalt de mentalen terug. Ik zet het bekertje melk neer zonder te morsen. Ik recht mijn rug en tel tot tien. Dag meisjes kijken, dag smakelijke wedstrijd.

Ik ben recht tegenover Bernadette gaan zitten.

Na een overspannen dag wil je ’s avonds rust. Geen gedoe, geen drukte. Onrust werkt als een carnavalspak op de waarheid. Overdreven en uitbundig, fake en de confrontatie ontwijkend. Wanneer je weet dat het is afgelopen, dan investeer je niet meer. Wanneer je weet dat het is afgelopen, dan onderneem je niet meer. Het heeft geen zin om te bedenken wat je had kunnen doen, de oneindigheid aan mogelijkheden is gekmakend. Concentreer je op wat je hebt gedaan, daar moet je het mee doen. Of, als je de rij bekijkt, daar heb je het mee gedaan.

15 April 2009

Repeater

Vroeger was alles beter, zeggen ze. Ze zeggen zoveel. Vroeger had je saamhorigheid, iets gemeenschappelijks. Er was een gemeenschappelijke zoektocht, ondanks het individualistisch karakter ervan. Vroeger was het spannend. Er kwam een gemeenschappelijk groeiproces, met als resultaat dat je uit elkaar bent gegroeid.

Anderhalf jaar geleden begon ik met de opleiding actuarieel rekenaar. Je moet niet doen wat je leuk vindt, je moet doen waar je goed in bent. Ik ben goed in rekenen, anderen zijn bijvoorbeeld goed in liefde. Ik kan dan uitrekenen hoe vaak anderen liefde zijn. Sheng is actuarieel rekenaar. Ik begon met de opleiding omdat ik Sheng wilde uitrekenen.

Vroeger was ik verliefd op Sheng, maar Sheng was uitgerekend. Daarom herkenden mijn telefoon en ik haar nummer niet. Uit het oog - uit de mobiele telefoon. Waarom heb ik een telefoon? Ik word zelden gebeld en als ik word gebeld neem ik niet op. Ik heb er wel een leuke ringtone op gezet. Van een Japanse metro-omroepster. Ik weet niet wat ze zegt. Ik wacht meestal tot er een volgende metro komt.

"Donderdag? Half zeven?"

Sheng komt later binnen, ik hoor mijn stem haar naam roepen.
"Ik kon het niet vinden," zegt ze.
Kwestie van gewoon rechtdoor lopen.
"Ik stap altijd een halte verder uit."
Sheng biedt haar wangen aan. Waarom spreek je af met een lijk?
"For old times sake."

Zaterdag gooide ik vier spijkerbroeken weg en kocht er twee nieuwe voor in de plaats. Daar is niets rekenkundig aan. Naarmate je ouder wordt slijt er minder, behalve het eigen lichaam.

Ze draagt nog steeds hetzelfde brilletje, carrière leidt niet bij iedereen tot uiterlijk vertoon. Af en toe zakt het brilletje naar voren.
"Heb je wel eens aan lenzen gedacht?" vraag ik.
"Heb jij wel eens goed naar me gekeken?" antwoordt Sheng.
Je misleidt jezelf door te zien wat je wil zien, jezelf beschermend voor wat je liever niet ziet.
"Rook je nog?" vraagt Sheng.
Achteloos duwt ze het brilletje terug op zijn plaats.

Vroeger kreeg ik in een week meer mails dan tegenwoordig in een jaar tijd. En dat zelfs nadat ik mezelf bij een aantal mailinglists had aangemeld. Daarom lees ik de spam. In de spambak zit altijd mail. Ook van mezelf, terwijl ik me niet kan herinneren mezelf een mail te hebben gestuurd. Do not reply this message staat er dan. Het blijft een verbazingwekkend fenomeen, de spam. Ooit is er iemand geweest die de teksten heeft verzonnen. Ik had vroeger ook periodes dat ik teksten verzon. Een verbazingwekkend fenomeen, inderdaad.

Sheng vertelt, ik kijk. Sheng praat graag, een woordenstroom als het hek om haar voortuin van onzekerheid. Ik weet dat ze een vriend heeft, maar dat zegt ze niet. Ik weet dat ze samenwoont, maar dat zegt ze niet. Ik weet niet waarom ze mij wil zien, maar dat zeg ik niet. Ik weet dat ik niet zoveel moet drinken en dat zegt ze dan ook.
"Als ik drink wat jij drinkt dan lag ik al lang op de grond."
Eenvoudige rekensom. Lijken horen niet op de grond maar er onder. Je spreekt met anderen af om jezelf beter te voelen.

Toen ik woensdagavond thuiskwam, was ik geil. Dat is opmerkelijk, ik heb maandenlang geen opwinding gevoeld. Ik vroeg me af wat deze dag anders maakte dan de andere dagen, wat de onrust in mijn onderbuik zou kunnen verklaren.

Tegen middernacht breng ik Sheng naar de metro zoals ik Kim naar de laatste metro bracht, alleen dan zonder de melancholie die bij het afscheid nemen hoort, zonder het verlangen naar een volgende keer.
"Voor herhaling vatbaar," zegt Sheng.
Herhaling is voor als je iets hébt gemist, niet omdát je het mist. Herhaling is iets van vroeger - toen het beter was.

01 April 2009

Eindexamenfeest



Beetje flauw om een DVD te noemen maar dit is nu eenmaal het beste dat maart 2009 heeft gebracht. Ook prachtige dingen uit 2001 en 2007 gevonden maar die vallen buiten deze scope. Misschien moet ik de scope veranderen.

"Bloedeloos" was mijn reactie nadat ik alle geripte clipjes van EXPO08 op JoeToep had gezien. De DVD was toen nog niet binnen. Een week na de releasedatum ontving ik het kleinood. Ik wachtte met kijken van de DVD tot na het examen van 1 april, het moest de vertroosting worden - het werd een dubbele beloning. Het examen ging onverwacht goed, en het volledig concert vanaf DVD was vele malen beter dan de streaming clips deden vermoeden.

Vergeleken met Electric Mole – en in iets mindere mate Dynamite Out! – is alles bloedeloos. Elk concert staat echter op zichzelf en moet als zodanig worden bekeken. Natuurlijk hoop je op een tweede Electric Mole, maar er is al een Electric Mole. Als je Electric Mole wil zien dan moet je Electric Mole opzetten.

EXPO08 is Ringo met een naar de achtergrond gemixte sobere, strakke band (bas, gitaar, drum) en het overdadige orkest van Saito Neko (waar ze Heizei Fuzuuko mee opnam).

Het geluid is fantastisch. Wat de Jappen van EMI er in de studio aan hebben lopen schaven doet er niet toe. Dit heet professioneel, en dat is niet per definitie gelikt. De muziek van band en orkest is naadloos in elkaar gearrangeerd, wat de nummers een zoveelste nieuwe dimensie oplevert. Ringo’s performance en stem verbinden het geheel, het is tenslotte haar feestje (EXPO08 is de registratie van haar 10-jarig jubileum als artiest) en dat is een heel mooi feestje geworden.

Nog 1 examen en dan heb ik ook feest. En een andere scope.

29 March 2009

Lost & found

Het doucheputje is verstopt. ’s Nachts wil ik het bed niet in. Mijn linker grote teen is ontstoken. De digitale ontvanger functioneert niet. Er komt etter uit mijn linker oor. De wasmachine verschuift tijdens het centrifugeren. De voorband van mijn fiets is lek. De belastingdienst onderschat mijn zuinigheid. De woningbouwvereniging verhoogt de huur met anderhalf jaar terugwerkende kracht. Bernadette doet klef met een collega. Er is geen antwoord.

Er zit een kuil in het matras. De pan is van de steel gebroken. Na drie dagen is Expo08 nog niet binnen. Crocodile is Spaans ondertiteld. Nassira draagt killing boots. De metro is op tijd. Het regent niet. Sab wordt 18. Er zit een scheur in mijn jas. Atchara loopt op Adidas. Over drie dagen examen. De stofzuigerzak is vol. Het wasmiddel is op. De vuilnisbak stinkt. De spijkerbroeken zijn gekrompen. Onder mijn anus zit een bult. Ik vraag hoe oud ze is, het bloed kruipt in haar wangen.

Nee, ik ga niet naar Werchter. Mijn oma was aan het eind van haar leven blind en doof. Weer haal ik sluitingstijd niet. De stoeprand ligt midden in de weg. Nee, ik heb niet gevochten. Eén op schoot en één in mijn nek. Ik word jaloers. De gordijnen stinken. Ik ben te laat begonnen met studeren. Jenni wil thee drinken. Ja, ik heb de column geschreven. Ik drink thee, Jenni drinkt warme chocomelk. Nee, ik ga naar huis.

Nee, ik heb geen klusjesman nodig. En nee, ik heb jou ook niet nodig. De beste jaren liggen achter me, maar welke is dan het best? Dag carrièrekut, hallo instinct. De zomervakantie duurde vroeger zes weken lang. Er is één nieuw bericht. Geen nieuws is geen nieuws. Natuurlijk komt er geen antwoord.

Wat moet ik in Thailand? Ik houd niet van kinderen. Ik ga niet naar Sri Lanka. Ik spreek geen Spaans. Ik herken het telefoonnummer niet. Ik beluister de berichten niet. Eén bericht is geen bericht. Debby gaat nooit meer terug, zegt ze. Zes weken wachten met een reply is te lang. Het moet allemaal snel en het moet allemaal gisteren. Wat doe je morgen dan?

’s Morgens wil ik het bed niet uit. Ik heb koorts. Ik heb spierpijn. Ik meld me ziek. Ik ben te laat begonnen met leven. Ik stel geen vragen. Ik kan niet meer schrijven. Ik maak ruzie. Ik verbreek banden. Ik eet twee mandarijnen. Ik verschoon het bed. Ik verwissel de vuilniszak. Ik ga naar Rotterdam. Ik load down. Ik heb het doucheputje gevonden.

19 March 2009

St. Anger

Op de dag dat ik besloot te beginnen met de voorbereiding van het laatste examen, woensdag 18 maart, lag de uitslag van het examen van januari in de brievenbus. Het formaat van de envelop vertelde me genoeg. Ik stelde de voorbereiding van het voorlaatste examen met een dag uit en ging het internet op nadat ik de brievenbus had gerepareerd.

Bij een laatste examen ben je bereid nog één keer alles uit de kast te halen, helaas was dat nu niet meer het geval. Er is altijd een excuus om iets uit te stellen, al is het niet altijd uit vrije wil, soms ben je het gewoon vergeten. Met een minimale inspanning een maximaal rendement behalen. Mijn cijferlijst volgt de daling van de koersen. Zo beschouwd sta ik weldegelijk met beide benen in de huidige tijd. Midden in de nacht sms-te Ana.

De volgende dag wilde Janine samen lunchen. Dat was toevallig, toen ik ’s morgens op de fiets zat, dacht ik hetzelfde. Als ik fiets, denk ik altijd hetzelfde. Ik vertelde over de uitslag die gisteren in de brievenbus lag. "Dan doe je het toch nog een keer," zei Janine. De oplossing was even simpel als haar eigen leven. Fail. Ik wilde geen oplossing, ik wilde medelijden. Janine heeft sinds haar scheiding geen behoefte meer aan medelijden. De lunches en gesprekken van voor de scheiding waren een stuk beter. Met Janine gaat het sinds de scheiding een stuk slechter.

De gebroken rug van haar ex bleek minder gebroken dan het was, nu had hij geprobeerd het huis in de fik te steken en ze had haar nieuwe liefde gesproken en die had gesolliciteerd in Luxemburg en ze wilde altijd al in de Ardennen wonen en een bomenkwekerij beginnen en de rest ging mijn ene oor in en mijn andere oor weer uit.

Ik had een bakje tonijnsalade gekocht en verdeelde het over drie boterhammen. De thee was donker geworden, te bitter voor het moment van de dag. Sommige collega’s gebruiken één bakje tonijnsalade voor één broodje, ik had het kunnen uitsmeren over zes sneden brood. Misschien ging het al veel langer slecht met Y en wilde ik het niet zien. Het viel me nu voor het eerst echt op. Ik stuurde een mail naar Ana. Ik sms niet graag, ik heb teveel woorden nodig. De gewenste reactie kwam. Voorspelbaar kun je saai noemen, soms is voorspelbaarheid een zegen.

"Ben je boos?" vroeg Janine na de lunch. Treuzelend volgde ze me de trap op naar onze verdiepingen. Je kunt beter niet zeggen dat je iemand leuk vindt, dat willen ze niet horen. Pas als je ongeïnteresseerd doet, dan heb je hun aandacht te pakken. "Nee, ik ben niet boos," zei ik. Het was confronterend, als je dat verwart met boosheid dan heb je het niet goed begrepen.

Je onderschat me, dacht ik. "Je overschat me," zei Janine.

’s Middags kwam de onvermijdelijke mail, die ik machinaal beantwoordde. Toen werd Janine boos. Je moet op tijd beginnen met de voorbereiding.

20 February 2009

X-mas

18 February 2009

Kwekeling

De lunchtafel ziet er gezellig uit. 

Janine draagt een paars truitje met pofmouwen dat je in de zomer op de Parade ziet. De mouwen zijn kort, de schouders zijn minimaal bedekt. Ze heeft een clip in het halflange haar, wat het meisjeseffect versterkt. Sinds Janine haar man de deur wees, leeft ze in de zomer. De temperatuur ligt rond het vriespunt, er waait een oostenwind en Janine lacht haar armen bloot.

Ze zitten voorovergebogen. Ze lachen, samenzweerderig. 

Janines voorbeeldfunctie zal meerdere huwelijken doen stranden. Ik ken de verhalen, de verhalen over hem van haar, over hem van haar en over hem van haar. Ze mankeren allemaal iets. Ik spreek haar niet tegen, want niemand is normaal. De meest normale zijn het minst aantrekkelijk. En zijzelf mankeren vanzelfsprekend niets.

Ze zijn er ooit mee getrouwd. Waarom vroeg ik mezelf toen af en waarom vraag ik mezelf nog steeds af. Eigengereid en ontwikkeld maar als de dood voor een leven zonder de symbolische ring. Een ring gaat knellen, vroeg of laat. Bloedbanen worden afgeknepen, de doorstroming stokt en het leven sterft af waar de ring begint.

Ze eten niet, ze zitten voornamelijk onafhankelijk te zijn. De vrijheid lonkt, er zijn mannen en mogelijkheden genoeg. Ze maken plannen, ze maken afspraken, er is een oppas geregeld. Janine heeft de zolder opgeruimd en al zijn spullen weggegooid. De zolder is een goede plaats om jezelf op te knopen.

In hun saamhorigheid verslikken ze zich in de marktwaarde van hun afgestorven ledematen. Ik wend mijn gezicht af en spot Bernadette. Het verschil tussen Bernadette in pantalon op hakken en Bernadette in spijkerbroek op boots is een wereld. Bernadette draagt geen ringen, nooit gedaan ook.

17 February 2009

Kaas

"Wat heb jij gedaan?" vraagt ze in de rookpauze.
Ze haalt twee sigaretten tevoorschijn.
"Ik ben naar Rialto geweest."
Ik geef haar mijn aansteker.
"Met wie?"

Niet of het leuk was, of het druk was.
"Met wie was je daar?"
Of het goed was, of het gezellig was.
"Oh leuk. Met wie?" is de vraag als je ergens heen gaat.
"Met wie" is altijd de vraag.

Soms gaat de telefoon.
"Ik zit in de stad. Kom je ook?" wordt gezegd.
"Vijftien minuten," zeg ik dan.
Andersom werkt dat niet.
Soms bel ik zelf.
"Ik zit in de stad. Kom je ook?"
"Met wie ben je daar?"

Ik vraag nooit: "Met wie?"
Het interesseert me niet.
Wanneer iemand dat wil vertellen, dan zegt hij of zij het wel. Als het relevant is voor de avond, als het relevant is voor het verhaal.

Als ik gebeld wordt door een call center, dan zeg ik: "Met wie?"
Vijf keer achter elkaar.
Dan hangen ze op.

"En hoe heb jij het weekend ondergaan?" vraag ik.
"Ik ben naar Paradiso geweest."
Ze geeft mijn aansteker terug.
"Lolz. Nog geneukt?" vraag ik.
Ze inhaleert diep.
"Met wie?"

11 February 2009

A cat with three ears



Op een log publiceer je waar je blij van wordt. Of waar je verdrietig van bent geworden.

Ik heb me voorgenomen hier niet over muziek te publiceren en dat doe ik dus ook niet. Plaatjes vullen gaatjes en een webcam levert plaatjes die je kunt publiceren. Met plaatjes kun je ook laten zien waar je niet mee bezig bent.

Uit een recentelijk onderzoek bleek dat downloaders meer geld uitgeven aan het relevante materiaal dan niet-downloaders. Eindelijk hoor ik eens bij een meerderheid. Ik download veel maar daardoor ben ik ook meer gaan kopen. Het is zelfs de reden dat ik een - door mij altijd verafschuwde - creditcard heb aangeschaft. Online kopen doe je met een creditcard en creditcards kun je niet downloaden.

Vroeger fietste je naar de stad. Dan kocht je een CD en dan fietste je weer naar huis. Dan zette je de CD op en dan was je blij. Nu bestel je wat, wacht drie dagen, of je wacht een week of zelfs drie maanden en als je de bestelling alweer bent vergeten dan ligt er een pakketje in de brievenbus. Hé wat leuk, een pakketje. Dan pak je het pakketje uit, je zet de CD op en je maakt er een foto van.

Want blij zijn kun je niet downloaden.