Lief,
Vanmiddag zag ik dat je hyvesaccount is opgeheven. Jammer.
Ik kwam er regelmatig. Niet om te krabbelen, als ik iets wil zeggen dan bel ik je, wel om naar de foto’s te kijken. Een manier om op de hoogte te blijven van je reilen en zeilen, een glimp van je leven door middel van beelden.
Beelden die ik zelf thuis niet zie, beelden in schril contrast met onze schrijfsels en gesprekken. Huiselijke beelden, of zeg maar gewoon burgerlijke beelden. Van het groeien van je kinderen via de bank die van het midden van de kamer naar de linkermuur verhuisde tot aan het groeien van je haar. Ik kijk graag naar levens van anderen. Ik kijk graag naar jouw leven. Ik kijk graag naar jou. Door de foto’s voel ik me, hoe minimaal dan ook, deelgenoot.
Wil je me de foto mailen waarop je met je dochter in je armen in je witte zomerjurk op het strand staat?
x,
S
20 July 2008
17 July 2008
Opblaaspop
Vanochtend was ik bij de dokter, bij de fietsendokter om precies te zijn. Mijn fiets was ziek. Er zat een stevige voorhoofdsholteontsteking, er zat een ingegroeide teennagel, hij had twee gekneusde vingers en iets van een aambei. Dat laatste moest even nader worden bekeken. Ik steek niet zelf mijn hand in een achterste, daar heb je specialisten voor.
Bij de fietsendokter loop je zo naar binnen, hij werkt niet volgens afspraak. Er waren drie fietsendokters met zwarte smeer op hun spijkerbroek er was één fietsendoktersvrouw in een stoere overall met opgestroopte mouwen. De fietsendokter zei dat een poliklinieke behandeling zou volstaan. De ingrepen zouden onder plaatselijke verdoving plaatsvinden. In de namiddag, tegen vijf uur, zou ik mijn fiets in de uitslaapkelder kunnen ophalen.
Terwijl ik een traantje wegwijsvingerde aaide ik mijn zieke tweewieler over zijn zadel, in de wetenschap dat hij in besmeerde maar geoliede handen was. Het onderzoek zou glad verlopen, mijn enige zorg was of de banden in dat benauwde hok wel genoeg lucht zouden krijgen. Toen ging ik naar mijn werk.
Toen ik op mijn werk was, kon ik me niet goed concentreren. De baas begreep me, je zit met je gedachten toch ergens anders. Vannacht had ik alle vlogs van Cotorich bekeken en op het beeldscherm van de computer zag ik steeds haar gezicht terugkomen. Zelfs het glitterhemdje van Vijfentwintig naast me bracht me niet op andere gedachten. Als ik maar even wegdroomde kwam ze tevoorschijn. Toen heb ik de screensaver uitgezet.
Tijdens de lunch belde ik naar de fietsendokterskelder. Werd voorheen alles gemold aan je fiets dat maar gemold kon worden, de reflector, de verlichting, de banden, de bagagedrager en natuurlijk het slot, deze fiets is de afgelopen jaren glorieus doorgekomen. Zelfs de fietspomp, gewoonlijk na één dag gescheiden van het functionele nut, stond nog fier ingeklemd op het frame. Het gaat goed met de fatsoensnormen in Amsterdam. Er zijn minder junks en er is betere opvang voor daklozen, verslaafden en bejaarden, dat natuurlijk ook maar dan toch. In de fietsendokterskelder werd niet opgenomen. Ze waren zeker aan het lunchen.
’s Middags meldde ik me af voor een vergadering zodat ik eerder weg kon gaan, je fiets gaat altijd voor. Als antwoord kreeg ik de melding dat de vergadering was afgelast omdat er te weinig mensen waren. Het is hoogseizoen voor de fietsendokters. Toen stuurde ik het weekend een berichtje dat alles goed was. Als antwoord kreeg ik de mededeling dat we met de auto gaan. U wilt op een parkeerplaats cruisen. Mag dat? Onder tijdsdruk gaan mensen in de fout.
Ik wil best een cadeautje meenemen, graag zelfs, maar ik weet de maat niet. Het steekt erg nauw met dat spul, misschien kan ik beter haar ermee insmeren en het dan hard laten worden. Ik weet niet of ze van planten houdt. Planten voelen dat, je moet ermee uitkijken. Ik zou aan de fietsendokter wat oude fietsbanden kunnen vragen. Je leest wel eens verhalen dat ze gereedschap achterlaten na een operatie. Als een relatie routine wordt dan gaat het fout.
Om vier uur ging ik terug naar de fietsendokter. Ik wilde erbij zijn als mijn fiets wakker werd. Niets is zo erg als wakker worden in een kelder vol onbekende fietsen. Toen ik binnen kwam opende hij juist zijn velgen. Hij zag er goed uit, hij trilde nog wat na door de spanning van de ketting en de banden maar dat was dan ook alles. Over een maand even terug voor controle was de boodschap en de mouwen van de overall gingen naar beneden. Toen mocht ik de fiets meenemen en we gingen fietsen. In het begin een beetje onwennig maar al snel kwamen we op tempo. Ik nam de toeristische route, buitenlucht is goed voor fietsen. Volgende maand neem ik iets mee voor de overall, een set snelbinders kan ze vast wel waarderen.
Om zes uur, na een uur fietsen en een pisstop in de Amstel, waren we thuis. Ik zette mijn fiets in de kelderbox en genoot van de spanning. Toen ontdekte ik dat de fietspomp was verdwenen.
Bij de fietsendokter loop je zo naar binnen, hij werkt niet volgens afspraak. Er waren drie fietsendokters met zwarte smeer op hun spijkerbroek er was één fietsendoktersvrouw in een stoere overall met opgestroopte mouwen. De fietsendokter zei dat een poliklinieke behandeling zou volstaan. De ingrepen zouden onder plaatselijke verdoving plaatsvinden. In de namiddag, tegen vijf uur, zou ik mijn fiets in de uitslaapkelder kunnen ophalen.
Terwijl ik een traantje wegwijsvingerde aaide ik mijn zieke tweewieler over zijn zadel, in de wetenschap dat hij in besmeerde maar geoliede handen was. Het onderzoek zou glad verlopen, mijn enige zorg was of de banden in dat benauwde hok wel genoeg lucht zouden krijgen. Toen ging ik naar mijn werk.
Toen ik op mijn werk was, kon ik me niet goed concentreren. De baas begreep me, je zit met je gedachten toch ergens anders. Vannacht had ik alle vlogs van Cotorich bekeken en op het beeldscherm van de computer zag ik steeds haar gezicht terugkomen. Zelfs het glitterhemdje van Vijfentwintig naast me bracht me niet op andere gedachten. Als ik maar even wegdroomde kwam ze tevoorschijn. Toen heb ik de screensaver uitgezet.
Tijdens de lunch belde ik naar de fietsendokterskelder. Werd voorheen alles gemold aan je fiets dat maar gemold kon worden, de reflector, de verlichting, de banden, de bagagedrager en natuurlijk het slot, deze fiets is de afgelopen jaren glorieus doorgekomen. Zelfs de fietspomp, gewoonlijk na één dag gescheiden van het functionele nut, stond nog fier ingeklemd op het frame. Het gaat goed met de fatsoensnormen in Amsterdam. Er zijn minder junks en er is betere opvang voor daklozen, verslaafden en bejaarden, dat natuurlijk ook maar dan toch. In de fietsendokterskelder werd niet opgenomen. Ze waren zeker aan het lunchen.
’s Middags meldde ik me af voor een vergadering zodat ik eerder weg kon gaan, je fiets gaat altijd voor. Als antwoord kreeg ik de melding dat de vergadering was afgelast omdat er te weinig mensen waren. Het is hoogseizoen voor de fietsendokters. Toen stuurde ik het weekend een berichtje dat alles goed was. Als antwoord kreeg ik de mededeling dat we met de auto gaan. U wilt op een parkeerplaats cruisen. Mag dat? Onder tijdsdruk gaan mensen in de fout.
Ik wil best een cadeautje meenemen, graag zelfs, maar ik weet de maat niet. Het steekt erg nauw met dat spul, misschien kan ik beter haar ermee insmeren en het dan hard laten worden. Ik weet niet of ze van planten houdt. Planten voelen dat, je moet ermee uitkijken. Ik zou aan de fietsendokter wat oude fietsbanden kunnen vragen. Je leest wel eens verhalen dat ze gereedschap achterlaten na een operatie. Als een relatie routine wordt dan gaat het fout.
Om vier uur ging ik terug naar de fietsendokter. Ik wilde erbij zijn als mijn fiets wakker werd. Niets is zo erg als wakker worden in een kelder vol onbekende fietsen. Toen ik binnen kwam opende hij juist zijn velgen. Hij zag er goed uit, hij trilde nog wat na door de spanning van de ketting en de banden maar dat was dan ook alles. Over een maand even terug voor controle was de boodschap en de mouwen van de overall gingen naar beneden. Toen mocht ik de fiets meenemen en we gingen fietsen. In het begin een beetje onwennig maar al snel kwamen we op tempo. Ik nam de toeristische route, buitenlucht is goed voor fietsen. Volgende maand neem ik iets mee voor de overall, een set snelbinders kan ze vast wel waarderen.
Om zes uur, na een uur fietsen en een pisstop in de Amstel, waren we thuis. Ik zette mijn fiets in de kelderbox en genoot van de spanning. Toen ontdekte ik dat de fietspomp was verdwenen.
13 July 2008
Noord/Zuidlijn
Opa is niet gekomen. De rest van de familie is er wel. Ouders en stiefouders, ouder en lelijker. Koffie en vers geperste jus in plaats van flessen wijn en likeur. ’s Middags in plaats van ’s avonds, lunch in plaats van tapas. Zonder drank ben ik minder gedreven, ik kwijl minder, zoek niet naar woorden en houd mijn handen thuis. Zoeken is zelfgecreëerde werkverschaffing, je moet gewoon niets kwijtraken.
Het is het zevende jaar, het zeven achtereenvolgende jaar. Je moet ergens een grens trekken. Ik hoor bij de groep van ongehuwd aangetrouwden. Bij het woord huisvriend denk ik eerder aan huismijt dan aan een welkome gast. Zelf vermijd ik de spiegel. Er is altijd iets anders om over na te denken. Ze passeren de revue, allemaal. Op deze momenten blijkt het geheugen nog prima te werken. Op welke momenten niet? Ik kan het me nu even niet herinneren. Ik weet wat er gebeurt en ik weet wat er gaat gebeuren. Aan alles komt een eind.
Zwager die ik de afgelopen twee verjaardagen bezighoud, het wringt tussen hem en de zussen. De zwangere, ze werpt over een maand en trouwt volgend jaar. Haar aanstaande: geaccepteerd, geïntegreerd en gestabiliseerd. De te jonge vader met het altijd vochtige voorhoofd, ik vergeet steeds wat voor werk hij doet. De tien jaar oudere moeder van zijn kind, Russisch of Oost-Europees, dat weet ik - ook - niet meer. Hebben ze het écht wel geprobeerd om vanmiddag een oppas voor de schijtfabriek te vinden? En tot slot de visagist, ze schminkt meisjes die belspelletjes presenteren. Ze heeft een mooie kop maar te veel heup. Uiteindelijk zijn ze toch maar getrouwd, ik voorspel bekkeninstabiliteit.
Op de uitklapbare IKEA-tafel staan de schalen die ik kan uittekenen. De gele saladekom, de groene saladekom, de schaaltjes van oma met wortel, paprika en komkommer, de tupperwarebakjes met feta, tapenade, chorizo en filet americain en de twee ronde plateaus met hartige taart om het af te maken. Het stokbrood moet je in de keuken halen. Er is geen vis.
De zweefteven zijn er, te veel goud en te weinig kleding, te veel verhalen met te weinig inhoud. De geadopteerde speelt emotioneel labiel. Ze heeft haar ouders gezocht maar niet gevonden. Bij thuiskomst meldde ze zich ziek, haar darmen trokken het inheemse voedsel niet. Nooit je afkomst verloochenen. De Italiaanse is er, vorig jaar in slim fit op pumps, nu in zomertenue op zaaddodende witte gympen. Als er twee mensen ruzie maken dan zijn er twee verhalen. Toen ik het tweede verhaal hoorde vond ik haar niet meer zo slim. Iedereen liegt, je weet alleen niet wanneer je de waarheid nodig hebt. Huisgenoot is er en lekker op tijd, ze woont intussen samen met een ander. Ik smelt nog steeds voor haar met sproeten gevulde, broze gezicht. Ze is getemd. Haar roekeloosheid was haar aantrekkelijkheid - naast haar lichaam, lippen en dito bos haar. Ze is het product van een gescheiden kunstenaarsechtpaar, het meest onbevangen van ons allemaal. Is er überhaupt iemand aanwezig die wel op een normale manier is grootgebracht?
In de woonkamer wordt gegeten, er wordt gerookt op het balkon. Aan de rechterkant van het balkon zit de deur naar de keuken, meteen daarachter staat de koelkast. Twee flessen rosé en één fles witte wijn, verder een overdosis aan fruitsap en frisdrank. Boven op één van de keukenkastjes staat een onaangeroerde fles sake. Het is mijn cadeau van vorig jaar - het heeft niet zo mogen zijn. Het is zondagmiddag, we zitten buiten op het terras en we bestellen onze lunch. Ik heb me niet afgemeld. Over zeven jaar zal de fles er nog precies zo staan. Ik weet wat er is gebeurd en er is een eind aan gekomen.
Mensen hangen een geloof aan om de zinloosheid van het leven te verbergen. De hemel, een hogere kaste of gewoon in hogere sferen. Er is niets na de dood, er valt niets te bereiken - het moet nu gebeuren. Waar je vandaan komt is niet boeiend, wat je ermee doet, bepaalt. Er is leven voor de dood, een aantal grensgevallenen uitgezonderd. Er is iets. Met de mobiele telefoon tegen haar oor aan komt ze aangelopen. Er is altijd iets. Er is altijd een ander.
Ik heb gekozen, daarom zit ik hier op dit terras en niet op twee hoog - ik was haar toch al kwijt. We mijden chirurgie, we praten over relatieplanet en Japanse vrouwen. Ik vertel over mijn werk, ze weet niet eens wat ik doe. Ja, examens, maar waarom dan? Dat leg je niet uit zonder in details te treden. Mijn frustraties. Ja, maar waarom dan? Het zit hem in de details. We praten over jou. Ik vertel wanneer ik je voor het eerst ontmoette. Je onthoudt altijd de leuke dingen, herinneringen krijgen niet zonder reden het predikaat dierbaar. Nog zo’n hokje waarin ik niet pas, ik onthoud de mislukkingen, de fouten, de momenten waarop het fout ging. Mensen zijn net koersen: In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst. Zou het leven nog goed komen? Er is iets geweest. Er is naar je gevraagd.
Het leeft hier, ze maakt foto’s en ik drink koffie. De zelfontspanner werkt niet. De man van het bejaarde stel naast ons op het terras biedt aan de camera te bedienen. Hij draagt een regenjas. We zitten in de brandende zon, er was regen voorspeld. Het weer in dit land is betrouwbaarder dan haar inwoners. Waarom heeft ze geen vis gehaald? Het is logisch dat Opa niet is gekomen. Opa is al twee jaar dood.
Het is het zevende jaar, het zeven achtereenvolgende jaar. Je moet ergens een grens trekken. Ik hoor bij de groep van ongehuwd aangetrouwden. Bij het woord huisvriend denk ik eerder aan huismijt dan aan een welkome gast. Zelf vermijd ik de spiegel. Er is altijd iets anders om over na te denken. Ze passeren de revue, allemaal. Op deze momenten blijkt het geheugen nog prima te werken. Op welke momenten niet? Ik kan het me nu even niet herinneren. Ik weet wat er gebeurt en ik weet wat er gaat gebeuren. Aan alles komt een eind.
Zwager die ik de afgelopen twee verjaardagen bezighoud, het wringt tussen hem en de zussen. De zwangere, ze werpt over een maand en trouwt volgend jaar. Haar aanstaande: geaccepteerd, geïntegreerd en gestabiliseerd. De te jonge vader met het altijd vochtige voorhoofd, ik vergeet steeds wat voor werk hij doet. De tien jaar oudere moeder van zijn kind, Russisch of Oost-Europees, dat weet ik - ook - niet meer. Hebben ze het écht wel geprobeerd om vanmiddag een oppas voor de schijtfabriek te vinden? En tot slot de visagist, ze schminkt meisjes die belspelletjes presenteren. Ze heeft een mooie kop maar te veel heup. Uiteindelijk zijn ze toch maar getrouwd, ik voorspel bekkeninstabiliteit.
Op de uitklapbare IKEA-tafel staan de schalen die ik kan uittekenen. De gele saladekom, de groene saladekom, de schaaltjes van oma met wortel, paprika en komkommer, de tupperwarebakjes met feta, tapenade, chorizo en filet americain en de twee ronde plateaus met hartige taart om het af te maken. Het stokbrood moet je in de keuken halen. Er is geen vis.
De zweefteven zijn er, te veel goud en te weinig kleding, te veel verhalen met te weinig inhoud. De geadopteerde speelt emotioneel labiel. Ze heeft haar ouders gezocht maar niet gevonden. Bij thuiskomst meldde ze zich ziek, haar darmen trokken het inheemse voedsel niet. Nooit je afkomst verloochenen. De Italiaanse is er, vorig jaar in slim fit op pumps, nu in zomertenue op zaaddodende witte gympen. Als er twee mensen ruzie maken dan zijn er twee verhalen. Toen ik het tweede verhaal hoorde vond ik haar niet meer zo slim. Iedereen liegt, je weet alleen niet wanneer je de waarheid nodig hebt. Huisgenoot is er en lekker op tijd, ze woont intussen samen met een ander. Ik smelt nog steeds voor haar met sproeten gevulde, broze gezicht. Ze is getemd. Haar roekeloosheid was haar aantrekkelijkheid - naast haar lichaam, lippen en dito bos haar. Ze is het product van een gescheiden kunstenaarsechtpaar, het meest onbevangen van ons allemaal. Is er überhaupt iemand aanwezig die wel op een normale manier is grootgebracht?
In de woonkamer wordt gegeten, er wordt gerookt op het balkon. Aan de rechterkant van het balkon zit de deur naar de keuken, meteen daarachter staat de koelkast. Twee flessen rosé en één fles witte wijn, verder een overdosis aan fruitsap en frisdrank. Boven op één van de keukenkastjes staat een onaangeroerde fles sake. Het is mijn cadeau van vorig jaar - het heeft niet zo mogen zijn. Het is zondagmiddag, we zitten buiten op het terras en we bestellen onze lunch. Ik heb me niet afgemeld. Over zeven jaar zal de fles er nog precies zo staan. Ik weet wat er is gebeurd en er is een eind aan gekomen.
Mensen hangen een geloof aan om de zinloosheid van het leven te verbergen. De hemel, een hogere kaste of gewoon in hogere sferen. Er is niets na de dood, er valt niets te bereiken - het moet nu gebeuren. Waar je vandaan komt is niet boeiend, wat je ermee doet, bepaalt. Er is leven voor de dood, een aantal grensgevallenen uitgezonderd. Er is iets. Met de mobiele telefoon tegen haar oor aan komt ze aangelopen. Er is altijd iets. Er is altijd een ander.
Ik heb gekozen, daarom zit ik hier op dit terras en niet op twee hoog - ik was haar toch al kwijt. We mijden chirurgie, we praten over relatieplanet en Japanse vrouwen. Ik vertel over mijn werk, ze weet niet eens wat ik doe. Ja, examens, maar waarom dan? Dat leg je niet uit zonder in details te treden. Mijn frustraties. Ja, maar waarom dan? Het zit hem in de details. We praten over jou. Ik vertel wanneer ik je voor het eerst ontmoette. Je onthoudt altijd de leuke dingen, herinneringen krijgen niet zonder reden het predikaat dierbaar. Nog zo’n hokje waarin ik niet pas, ik onthoud de mislukkingen, de fouten, de momenten waarop het fout ging. Mensen zijn net koersen: In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst. Zou het leven nog goed komen? Er is iets geweest. Er is naar je gevraagd.
Het leeft hier, ze maakt foto’s en ik drink koffie. De zelfontspanner werkt niet. De man van het bejaarde stel naast ons op het terras biedt aan de camera te bedienen. Hij draagt een regenjas. We zitten in de brandende zon, er was regen voorspeld. Het weer in dit land is betrouwbaarder dan haar inwoners. Waarom heeft ze geen vis gehaald? Het is logisch dat Opa niet is gekomen. Opa is al twee jaar dood.
12 July 2008
The postman always rings twice

Op woensdag, als je op je werk zit en niemand de deur open doet. Op donderdag als bonus erbij, omdat hij twee keer het pakketje moet aanbieden en je niet open doet omdat je weer op je werk zit.
Op donderdagavond vind je dan een briefje met de mededeling dat je de volgende dag het pakketje kunt ophalen. Tijdens kantoortijden. Vervelend zeg, je werkt zelf toevallig op vrijdag en ook nog eens op een kantoor. Dat zijn nog eens tijden.
Misschien een stomme vraag hoor, maar waarom komen ze niet ’s avonds langs als ze overdag niemand thuis hebben getroffen? Is de kans niet groter dat er ‘s avonds iemand thuis is als er overdag niemand aanwezig is? Nee, dan gaan we gewoon de volgende dag langs, op hetzelfde tijdstip.
Dan is het zaterdag en ga je het pakketje ophalen. Het loket waar pakketjes kunnen worden opgehaald is gesloten. Je ziet het pakketje liggen, inpandige postkantoren hanteren het open balie systeem. Je pakt jouw rechtmatig eigendom en loopt naar de kassa. Ze kijken je wantrouwig aan, brabbelen iets over je gedrag en laten je vertrekken als je het afhaalbericht en je legitimatie hebt laten zien. Ben je nu blij?
Ja, ik ben erg blij. Twee keer blij. Of zelfs drie keer blij want het is de limited edition, met bonus CD.
21 June 2008
Oranjekoorts

Het was weer een gekkenhuis in Amstelveen, zaterdagavond, kwartfinale EK 2008.
Zesendertig woningen, vijf schotels, één Hollandse vlag. Dat is overigens niet mijn balkon, ik heb geen vlag van Nederland. Wel één van Apocalyptica, dat zijn vier Finse cellisten die metal spelen op hun cello’s. Ze dragen strakke leren broeken en witte overhemden. Hardrockers met stijl zogezegd. Ik heb er ook een tijdje zo bijgelopen. Wie met pek omgaat wordt besmeurd met het spek op de kat gebonden. En mijn vriendinnetje vond het stoer.
Ik heb de wedstrijd met een half oog bekeken. Er moest gekookt worden, er moest gegeten worden, er moest afgewassen worden. Tijdens de rust heb ik de wasmachine leeggehaald en het wasrek gevuld met de wekelijkse dosis zwarte kleding. Ik doe niet mee met de oranjegekte, ik ga niet opeens in het oranje lopen. Voetbal is niet stoer. Ik draag liever leren broeken. Daar is het nu alleen even te warm voor.
20 June 2008
Insomniateque
Slapeloosheid - dat is lang geleden. Ik heb de hele dag niet gerookt en mijn lichaam sputtert tegen, ik denk dat het de oorzaak is. Mijn maag is onrustig en vraagt om eten. Ik heb honger, de hele dag al. Waar mijn hoofd om vraagt blijft om moverende reden onduidelijk.
Ingrid at haar patat heel geconcentreerd. Elk individueel patatje was een delicatesse dat zorgvuldig werd geconsumeerd. Nooit gehaast, nooit meer dan één patatje tegelijk sloop in haar mond. Haar duim en wijsvinger waren het bestek, de overige drie vingers lagen opgerold in haar handpalm ter ruste.
Het is half vier in de nacht en ik rol naar de andere kant van het bed. Onderweg kom ik twee knuffelberen tegen. Ze zijn ouder dan ik en het zijn de enige twee relikwieën die de opruimwoede van november jongstleden hebben overleefd. Je kunt naar de toekomst kijken of je kunt naar het verleden kijken. Ik kijk naar het plafond. Mijn ogen zijn nu zo aan het donker gewend dat ik bij het invallende licht van de galerij een boek kan lezen. Ik heb geen zin om te lezen.
Hoewel ik altijd degene was die honger had en de reden waarom we op zondagmiddag in de snackbar zaten, was zij degene die haar honger stilde en mij, nadat ze het zout van haar vingers had gelikt, hongeriger dan ooit achter zich aan liet lopen. We wandelden vaak, ’s nachts.
Alles is veranderd en toch blijft alles hetzelfde. Ik ben veranderd en toch dezelfde gebleven. Ondanks het tenenkrommend zelfbeklag dat ik ooit produceerde was het een goede uitlaadklep. Schrijven ordent je hoofd en publiceren geeft het gebeuren een plaats - zoals anderen door middel van converseren zichzelf een plaats weten te geven. Mijn gesprekken gaan niet verder dan terugzeggen wat de ander verwacht. Alle verhalen zijn hetzelfde, alleen de namen en de omgeving zijn verschillend. In foto’s mag ik het verhaal lezen dat ik erin wil lezen.
De finesse in haar bewegingen weet ik aan haar pianospelen. Met het vriendje dat ze voor mij had speelde ze wel eens samen piano. Zij zat op zulke momenten links, hij zat rechts. Het was het enige dat hij beter deed dan ik. Ik bespeelde haar beter - ik zat overal.
Het is tien over half vier. Ik sta op en loop naar de woonkamer. Ik steek een sigaret op en ga op het balkon staan. Leven is niet moeilijk, ik maak het moeilijk. Om te schrijven moet je iets meemaken. Ik maak alleen, niet mee. De straatlantaarns verspreiden een oranjegekleurd licht. Er wandelt niemand.
Ingrid at haar patat heel geconcentreerd. Elk individueel patatje was een delicatesse dat zorgvuldig werd geconsumeerd. Nooit gehaast, nooit meer dan één patatje tegelijk sloop in haar mond. Haar duim en wijsvinger waren het bestek, de overige drie vingers lagen opgerold in haar handpalm ter ruste.
Het is half vier in de nacht en ik rol naar de andere kant van het bed. Onderweg kom ik twee knuffelberen tegen. Ze zijn ouder dan ik en het zijn de enige twee relikwieën die de opruimwoede van november jongstleden hebben overleefd. Je kunt naar de toekomst kijken of je kunt naar het verleden kijken. Ik kijk naar het plafond. Mijn ogen zijn nu zo aan het donker gewend dat ik bij het invallende licht van de galerij een boek kan lezen. Ik heb geen zin om te lezen.
Hoewel ik altijd degene was die honger had en de reden waarom we op zondagmiddag in de snackbar zaten, was zij degene die haar honger stilde en mij, nadat ze het zout van haar vingers had gelikt, hongeriger dan ooit achter zich aan liet lopen. We wandelden vaak, ’s nachts.
Alles is veranderd en toch blijft alles hetzelfde. Ik ben veranderd en toch dezelfde gebleven. Ondanks het tenenkrommend zelfbeklag dat ik ooit produceerde was het een goede uitlaadklep. Schrijven ordent je hoofd en publiceren geeft het gebeuren een plaats - zoals anderen door middel van converseren zichzelf een plaats weten te geven. Mijn gesprekken gaan niet verder dan terugzeggen wat de ander verwacht. Alle verhalen zijn hetzelfde, alleen de namen en de omgeving zijn verschillend. In foto’s mag ik het verhaal lezen dat ik erin wil lezen.
De finesse in haar bewegingen weet ik aan haar pianospelen. Met het vriendje dat ze voor mij had speelde ze wel eens samen piano. Zij zat op zulke momenten links, hij zat rechts. Het was het enige dat hij beter deed dan ik. Ik bespeelde haar beter - ik zat overal.
Het is tien over half vier. Ik sta op en loop naar de woonkamer. Ik steek een sigaret op en ga op het balkon staan. Leven is niet moeilijk, ik maak het moeilijk. Om te schrijven moet je iets meemaken. Ik maak alleen, niet mee. De straatlantaarns verspreiden een oranjegekleurd licht. Er wandelt niemand.
01 June 2008
Vier
Het was geeneens een vijf, mijn voorspelling blijkt weer eens niet te kloppen. Het was een vier. Dus niet een klein beetje niet gehaald maar gewoon grof niet gehaald. Als je iets doet, moet je het goed doen, toch?
Een vijf haal je als je het niet snapt maar toch oeverloze pogingen onderneemt een zes te scoren. Met een vier zeg je niets anders dan: ik heb er niets aan gedaan maar heb uit beleefdheid het examen ingeleverd.
Er is geen man overboord met deze score, nadeel is alleen dat de herkansingen begin november zijn. De bijbehorende baan is al binnen, alleen nog even een sollicitatiebrief schrijven en babbelen, ze hebben al gezegd dat ze me willen hebben, dat ik een diploma overleg is een noodzakelijke bijzaak. Dag nazomer, hallo herfstdepressie. En dan is de zomer nog niet eens begonnen.
Had ik al gezegd dat het verder wel goed gaat? Mijn obsessies nemen af terwijl het drankgebruik juist weer toeneemt, vroeger was het zo dat ze elkaar versterkten. Hoe meer er gedronken werd, hoe obsessiever ik mezelf begon te gedragen. Het is onwaarschijnlijk rustig in mijn hoofd. Of ik ben intussen volledig afgestompt of er staat nog iets te gebeuren dat mij momenteel volledig ontgaat en dat mij vrolijk uit de vermeende roes zal schoppen. Schoppen, die voel je wel.
Het weekend is alweer voorbij en de tas met studieboeken staat onaangeroerd naast mijn bureau. Het is een gave, om half één naar bed gaan en jezelf afvragen wat je in godsnaam hebt gedaan de hele dag waarom je er niet aan toe bent gekomen om de tas met studieboeken überhaupt maar te openen. Morgen weer een dag om de tas open te maken. Na het boodschappen doen. Na het koken en afwassen. Na het opruimen van de was. Na het lezen van de krant. Na het checken van mijn mail en financiën. Als er dan nog tijd over is want ik moet eerst nog een sollicitatiebrief schrijven.
Een vijf haal je als je het niet snapt maar toch oeverloze pogingen onderneemt een zes te scoren. Met een vier zeg je niets anders dan: ik heb er niets aan gedaan maar heb uit beleefdheid het examen ingeleverd.
Er is geen man overboord met deze score, nadeel is alleen dat de herkansingen begin november zijn. De bijbehorende baan is al binnen, alleen nog even een sollicitatiebrief schrijven en babbelen, ze hebben al gezegd dat ze me willen hebben, dat ik een diploma overleg is een noodzakelijke bijzaak. Dag nazomer, hallo herfstdepressie. En dan is de zomer nog niet eens begonnen.
Had ik al gezegd dat het verder wel goed gaat? Mijn obsessies nemen af terwijl het drankgebruik juist weer toeneemt, vroeger was het zo dat ze elkaar versterkten. Hoe meer er gedronken werd, hoe obsessiever ik mezelf begon te gedragen. Het is onwaarschijnlijk rustig in mijn hoofd. Of ik ben intussen volledig afgestompt of er staat nog iets te gebeuren dat mij momenteel volledig ontgaat en dat mij vrolijk uit de vermeende roes zal schoppen. Schoppen, die voel je wel.
Het weekend is alweer voorbij en de tas met studieboeken staat onaangeroerd naast mijn bureau. Het is een gave, om half één naar bed gaan en jezelf afvragen wat je in godsnaam hebt gedaan de hele dag waarom je er niet aan toe bent gekomen om de tas met studieboeken überhaupt maar te openen. Morgen weer een dag om de tas open te maken. Na het boodschappen doen. Na het koken en afwassen. Na het opruimen van de was. Na het lezen van de krant. Na het checken van mijn mail en financiën. Als er dan nog tijd over is want ik moet eerst nog een sollicitatiebrief schrijven.
18 April 2008
15 April 2008
In no time
Er is hagel en regen voorspeld en ik ga met de metro naar mijn werk. Dat betekent dat ik ook weer met de metro naar huis toe ga.
Er is helemaal geen hagel en regen, de zon schijnt en ik heb spijt dat ik vanochtend de fiets niet heb genomen. Het is prachtig fietsweer, het is weer om eens goed uit te waaien. Deus staat vanavond in Paradiso, het is uitverkocht en ik heb geen kaartje. De eerstvolgende weekenddag dat de zon schijnt ga ik in het Amsterdamse bos liggen. Het is goed om buiten te zijn, het is goed om weer eens uit te waaien.
Op weg naar het perron kom ik een bekende tegen. Verplicht gesprek, het hoort erbij, ik probeer mijn arrogantie te laten varen, dit is een eerste goede aanzet daartoe. Jezelf afsluiten kan soms nodig zijn, isolement is wanneer je dat te lang hebt volgehouden. Op het perron, terwijl ik net de oordopjes van de discman in mijn oren stop, zie ik een tweede bekende. De oordopjes gaan uit, sociaal doen kan geen kwaad. We gaan dezelfde kant op.
We praten de rit vol, ze is uitgelaten zonder reden. Zomerhormonen? Een halte voordat ze uitstapt zie ik de derde bekende en ik ben mijn sociale ik alweer kwijt. Ik voel, ik voel het verschil. Social talk en mental talk. Ja, stap maar uit, ik heb wat anders aan mijn hoofd.
Herinneringen vervagen en verdwijnen maar aangewakkerd staan ze, alsof ze nooit zijn weggeweest, in no time weer voor je neus. Letterlijk.
Ze stapt uit waar ik weet dat ze zal uitstappen. Ik weet waar ze woont, ik ben er één keer geweest, op haar verjaardag. Het was de laatste keer dat ik haar zag of sprak. Net zoals afgelopen vrijdag verklootte ik ook dat examen, al had het in haar geval niet met een slechte voorbereiding te maken. Jezelf de hele dag druk maken op de avond die gaat komen valt allerminst voorbereiding te noemen. Ze stuurde later nog de foto’s die waren gemaakt, fotogeniek bleek ik ook al niet te zijn. Zij is in het echt ook mooier.
Alle mensen op de foto’s die ik ondertussen heb bekeken, alle gezichten en lichamen die mij ’s nachts uit mijn bed vandaan houden, zouden die in het echt dan soms lelijker zijn?
Ik blijf staan, jaag op haar ogen maar ze kijkt niet op. Kort wollen jasje, stijve blauwe rok op kniehoogte en zwart glimmende laarzen met brede hak. Haar gezicht nog even perfect, de strakke Aziatische lijn in tact gebleven, haar heupen breder. Getrouwd, gebaard? Een opvouwbare paraplu bungelt aan haar pols. Er was regen voorspeld.
Er is helemaal geen hagel en regen, de zon schijnt en ik heb spijt dat ik vanochtend de fiets niet heb genomen. Het is prachtig fietsweer, het is weer om eens goed uit te waaien. Deus staat vanavond in Paradiso, het is uitverkocht en ik heb geen kaartje. De eerstvolgende weekenddag dat de zon schijnt ga ik in het Amsterdamse bos liggen. Het is goed om buiten te zijn, het is goed om weer eens uit te waaien.
Op weg naar het perron kom ik een bekende tegen. Verplicht gesprek, het hoort erbij, ik probeer mijn arrogantie te laten varen, dit is een eerste goede aanzet daartoe. Jezelf afsluiten kan soms nodig zijn, isolement is wanneer je dat te lang hebt volgehouden. Op het perron, terwijl ik net de oordopjes van de discman in mijn oren stop, zie ik een tweede bekende. De oordopjes gaan uit, sociaal doen kan geen kwaad. We gaan dezelfde kant op.
We praten de rit vol, ze is uitgelaten zonder reden. Zomerhormonen? Een halte voordat ze uitstapt zie ik de derde bekende en ik ben mijn sociale ik alweer kwijt. Ik voel, ik voel het verschil. Social talk en mental talk. Ja, stap maar uit, ik heb wat anders aan mijn hoofd.
Herinneringen vervagen en verdwijnen maar aangewakkerd staan ze, alsof ze nooit zijn weggeweest, in no time weer voor je neus. Letterlijk.
Ze stapt uit waar ik weet dat ze zal uitstappen. Ik weet waar ze woont, ik ben er één keer geweest, op haar verjaardag. Het was de laatste keer dat ik haar zag of sprak. Net zoals afgelopen vrijdag verklootte ik ook dat examen, al had het in haar geval niet met een slechte voorbereiding te maken. Jezelf de hele dag druk maken op de avond die gaat komen valt allerminst voorbereiding te noemen. Ze stuurde later nog de foto’s die waren gemaakt, fotogeniek bleek ik ook al niet te zijn. Zij is in het echt ook mooier.
Alle mensen op de foto’s die ik ondertussen heb bekeken, alle gezichten en lichamen die mij ’s nachts uit mijn bed vandaan houden, zouden die in het echt dan soms lelijker zijn?
Ik blijf staan, jaag op haar ogen maar ze kijkt niet op. Kort wollen jasje, stijve blauwe rok op kniehoogte en zwart glimmende laarzen met brede hak. Haar gezicht nog even perfect, de strakke Aziatische lijn in tact gebleven, haar heupen breder. Getrouwd, gebaard? Een opvouwbare paraplu bungelt aan haar pols. Er was regen voorspeld.
Subscribe to:
Posts (Atom)
