Het onderscheid maken tussen de boodschapper en de boodschap blijft moeilijk. Stel dat ik zeg: "Je bent een trut." Je wordt verdrietig en boos en roept "Waarom vind je mij een trut?" Dat is begrijpelijk maar ook dom. Dat vind ik namelijk niet, het is zo. En je bent niet alleen een trut, je bent ook nog doof. Het is geen mening maar het is een vaststaand feit. Het feit is de boodschap, wie het zegt doet niet terzake. De boodschapper meldt de boodschap, laat daarom de boodschapper met rust.
Het kan confronterend zijn, zo’n boodschap. Wanneer iets confronterend is, dan werkt dat op je gemoed. In de linker hersenhelft draait een radartje en je krijgt het signaal om te reageren op de confrontatie. Het gevolg van deze kennisverrijking is een emotionele reactie – je bent niet alleen een trut maar ook nog een jankerd - een reactie die zich richt op de persoon die voor je staat. Je richt jezelf op de boodschapper waarbij je voorbij gaat aan de boodschap. Want het feit dat je een trut bent, blijft. "Zie je niet wat je doet?" volgt daarna. Ja, ik zie dat wel, maar zie je het zelf ook? Je bent niet alleen een trut maar ook nog blind.
Kennisverrijking is kennis tot je nemen, begrijpen en bewaren. Je wordt verrijkt met kennis, je bent nu kennis rijker dan een minuut geleden. Kennisverijking, met een r minder, is het ijken van kennis. IJken is het toetsen aan gestelde eisen, voldoe je aan de eisen dan verdien je daarmee een ijk. Een ijk is een teken dat wordt ingeslagen of ingebrand. Het is dat je een hekel aan rokers hebt, anders had ik een sigaret gebruikt.
Het feit dat je een trut bent wordt er ingeslagen, wie niet horen wil moet voelen. Dat doet even zeer, nu maar hopen dat je het ook nog begrijpt. De boodschapper, dat ben ik, de boodschap is en blijft dat je een trut bent. Doe er je voordeel mee.
24 February 2008
Idle hands
Ik had er niet heen moeten gaan, nu zit ze weer in mijn hoofd. Ik haat afscheid nemen.
Onderweg naar huis ontspint zich een verhaal en heb ik de mooiste oneliners in mijn hoofd. Ik heb gedronken.
Ik kom thuis en zet de computer aan, nu moet ik gaan schrijven.
Ooit legde ik mezelf de beperking op dat wanneer ik thuis kom na een drankgelag ik niet de computer aan mag zetten. Dit nadat de in die toestand geschreven en verzonden dan wel gepubliceerde teksten niet het gewenste effect hadden bereikt. Integendeel, het bereik was de afbraak van wat ooit was opgebouwd. Nooit maar dan nooit meer mocht ik dronken achter de pc.
Ik kom thuis en ik zet de computer aan. Ze zijn te mooi om te laten liggen en morgen zal ik hier steun aan hebben. De computer wordt warm, ik koel af, het verhaal en de oneliners zijn verdwenen - zoals ook jij bent verdwenen.
Dag brilletje, dag biggenpootjes. Dag paardenstaartje, dag vetribbeltjes. Waarom vond je mij niet leuk?
Onderweg naar huis ontspint zich een verhaal en heb ik de mooiste oneliners in mijn hoofd. Ik heb gedronken.
Ik kom thuis en zet de computer aan, nu moet ik gaan schrijven.
Ooit legde ik mezelf de beperking op dat wanneer ik thuis kom na een drankgelag ik niet de computer aan mag zetten. Dit nadat de in die toestand geschreven en verzonden dan wel gepubliceerde teksten niet het gewenste effect hadden bereikt. Integendeel, het bereik was de afbraak van wat ooit was opgebouwd. Nooit maar dan nooit meer mocht ik dronken achter de pc.
Ik kom thuis en ik zet de computer aan. Ze zijn te mooi om te laten liggen en morgen zal ik hier steun aan hebben. De computer wordt warm, ik koel af, het verhaal en de oneliners zijn verdwenen - zoals ook jij bent verdwenen.
Dag brilletje, dag biggenpootjes. Dag paardenstaartje, dag vetribbeltjes. Waarom vond je mij niet leuk?
23 February 2008
Last scene
De officiële laatste dag, er is taart en ik word uitgenodigd. Een landgenote van haar haalt me op. De landgenote is op een paar bruine laarsjes na volledig in het zwart gekleed. Zwart staat haar goed. Ze stamelt een verlegen bedankje en trekt het truitje strak.
Het is half twaalf ’s morgens en we lopen naar de fatale afdeling. Ze heeft de middag vrijaf genomen om te klussen, ze heeft met haar landgenote vriend een huisje gekocht. Elke keer wanneer ik haar spreek vraag ik naar de vorderingen van het pril geluk, het behangen van muren blijkt opeens de ultieme relatietest te zijn. Ze heeft nooit op kamers gewoond, ook niet tijdens haar studie en nu nog steeds woont ze bij haar ouders thuis.
Op de afdeling is het stil. Het continuïteitsproces verstorend parttime werken betaalt zich uit, driekwart van de bureaus op de afdeling zijn leeg. Het zwarte paardenstaartje zit achter het bureau meteen rechts. Op het bureau liggen twee dozen van Multivlaai, een appelkruimel en iets met kwark.
Het paardenstaartje gaat staan als ze onze stemmen hoort, ze draagt verrassend genoeg een spijkerbroek. Vertrouwd is het gestreepte shirt - het vetribbeltje lijkt minder, haar borstjes des te meer. Ze staat onrustig tussen ons in, met het zwarte truitje bespreekt ze haar braakliggende toekomst. Ik ga achter het bureau zitten en bekijk haar voor de laatste keer. Waar ben ik in de fout gegaan?
Het zwarte truitje vraagt haar telefoonnummer en de mobieltjes worden tevoorschijn gehaald. Ik moet wennen aan haar lenzen, de appelkruimel is een goed ontbijt. Ik vraag niets, ik ken het nummer uit mijn hoofd - daar is het mee begonnen.
Het is half twaalf ’s morgens en we lopen naar de fatale afdeling. Ze heeft de middag vrijaf genomen om te klussen, ze heeft met haar landgenote vriend een huisje gekocht. Elke keer wanneer ik haar spreek vraag ik naar de vorderingen van het pril geluk, het behangen van muren blijkt opeens de ultieme relatietest te zijn. Ze heeft nooit op kamers gewoond, ook niet tijdens haar studie en nu nog steeds woont ze bij haar ouders thuis.
Op de afdeling is het stil. Het continuïteitsproces verstorend parttime werken betaalt zich uit, driekwart van de bureaus op de afdeling zijn leeg. Het zwarte paardenstaartje zit achter het bureau meteen rechts. Op het bureau liggen twee dozen van Multivlaai, een appelkruimel en iets met kwark.
Het paardenstaartje gaat staan als ze onze stemmen hoort, ze draagt verrassend genoeg een spijkerbroek. Vertrouwd is het gestreepte shirt - het vetribbeltje lijkt minder, haar borstjes des te meer. Ze staat onrustig tussen ons in, met het zwarte truitje bespreekt ze haar braakliggende toekomst. Ik ga achter het bureau zitten en bekijk haar voor de laatste keer. Waar ben ik in de fout gegaan?
Het zwarte truitje vraagt haar telefoonnummer en de mobieltjes worden tevoorschijn gehaald. Ik moet wennen aan haar lenzen, de appelkruimel is een goed ontbijt. Ik vraag niets, ik ken het nummer uit mijn hoofd - daar is het mee begonnen.
19 February 2008
Twee weken
Ik kwam uit het examen en er lag een bericht op het bureau. Of ik wilde terugbellen. Het examen ging goed, dank je. Alle examens gaan tegenwoordig goed, ik kom bijna niet meer in de kroeg. Het leven wordt er niet interessanter op.
Waarom ze belde was geen examenvraag, wel houdt het me meer bezig dan de getoetste kennis. Het was een statusexamen, ik zal mijn gezag eraan ontlenen. Hoger scoren dan de rest, dat was de opdracht. Ik bel haar terug, dat was een bevel.
Het is het keerpunt na twee weken zwijgen, pas nu ben ik bereid te praten. Natuurlijk bloost ze als ze me ziet zitten, natuurlijk loopt ze voorovergebogen, natuurlijk begint ze meteen te ratelen terwijl ze niet in de gaten heeft dat ik een andere route langs de buffetten loop.
Ik beantwoord de berichten die twee weken hebben liggen wachten. Waarop eigenlijk? Ik heb het niet gevierd. Natuurlijk staat de fles drank die ik vorig jaar kreeg ongeopend in de kast, ze weten niet dat ik thuis niet drink. Wat weten ze eigenlijk wel van me? Ze weten helemaal niets.
Ik draai om de antwoorden heen, de antwoorden staan beschreven, waarom zou ik in herhaling vallen? Wat heb ik nog in een kroeg te zoeken? De vergetelheid nadert terwijl de aandacht zich verwijdert. Euforisch verstuur ik een oud log, hier zijn de antwoorden. Het is een tien, feilloos. Nu zijn ze stil, ik snoer monden zonder handen. Het moment van spijt valt gelijk met enter. Nu weet ze teveel.
Morgen ga ik naar de kroeg, er is niets te vieren. Ik weet genoeg.
Waarom ze belde was geen examenvraag, wel houdt het me meer bezig dan de getoetste kennis. Het was een statusexamen, ik zal mijn gezag eraan ontlenen. Hoger scoren dan de rest, dat was de opdracht. Ik bel haar terug, dat was een bevel.
Het is het keerpunt na twee weken zwijgen, pas nu ben ik bereid te praten. Natuurlijk bloost ze als ze me ziet zitten, natuurlijk loopt ze voorovergebogen, natuurlijk begint ze meteen te ratelen terwijl ze niet in de gaten heeft dat ik een andere route langs de buffetten loop.
Ik beantwoord de berichten die twee weken hebben liggen wachten. Waarop eigenlijk? Ik heb het niet gevierd. Natuurlijk staat de fles drank die ik vorig jaar kreeg ongeopend in de kast, ze weten niet dat ik thuis niet drink. Wat weten ze eigenlijk wel van me? Ze weten helemaal niets.
Ik draai om de antwoorden heen, de antwoorden staan beschreven, waarom zou ik in herhaling vallen? Wat heb ik nog in een kroeg te zoeken? De vergetelheid nadert terwijl de aandacht zich verwijdert. Euforisch verstuur ik een oud log, hier zijn de antwoorden. Het is een tien, feilloos. Nu zijn ze stil, ik snoer monden zonder handen. Het moment van spijt valt gelijk met enter. Nu weet ze teveel.
Morgen ga ik naar de kroeg, er is niets te vieren. Ik weet genoeg.
15 February 2008
All roads lead to Ausfahrt
De eerste afspraak stond. Het was een leuk vooruitzicht. Toen kwam de tweede uitnodiging. Ook een leuk vooruitzicht, helaas wel op hetzelfde moment. Toen moest er worden gekozen.
Stereotiep probleem van kinderen van gescheiden ouders: ze kunnen niet kiezen en ze kunnen geen nee zeggen. Om geen van beide partijen tekort te doen – of meer te geven dan de ander – ontstaat het dilemma. Geen keuze is goed, elke keuze is fout. Altijd wordt er één benadeeld.
Welke keuze er ook wordt gemaakt, ook de genodigde zelf is een verliezer. Het leuke vooruitzicht is opeens minder leuk, is opeens helemaal niet meer leuk. Het andere leuke vooruitzicht is ook niet meer leuk. Ze lopen elkaar in de weg, ze veroorzaken een opstopping, een wegopbreking die slechts kan worden genomen door de afrit te nemen. De genodigde verliest twee keer.
Er wordt gekozen door geen van beide te kiezen. De afrit is de vluchtweg, de gevluchte de verliezer. Hij wordt niet eens gemist.
Stereotiep probleem van kinderen van gescheiden ouders: ze kunnen niet kiezen en ze kunnen geen nee zeggen. Om geen van beide partijen tekort te doen – of meer te geven dan de ander – ontstaat het dilemma. Geen keuze is goed, elke keuze is fout. Altijd wordt er één benadeeld.
Welke keuze er ook wordt gemaakt, ook de genodigde zelf is een verliezer. Het leuke vooruitzicht is opeens minder leuk, is opeens helemaal niet meer leuk. Het andere leuke vooruitzicht is ook niet meer leuk. Ze lopen elkaar in de weg, ze veroorzaken een opstopping, een wegopbreking die slechts kan worden genomen door de afrit te nemen. De genodigde verliest twee keer.
Er wordt gekozen door geen van beide te kiezen. De afrit is de vluchtweg, de gevluchte de verliezer. Hij wordt niet eens gemist.
07 February 2008
Unfamiliar
Precies een jaar geleden zag ik hem voor het laatst. Ik zoende hem op zijn mond om vervolgens te verdwijnen en nooit meer terug te keren.
Hoe ver kun je gaan met het jezelf afsluiten van de wereld? Hoe ver kun je gaan met het verstoppen van jezelf?
Heeft 2007 wel echt bestaan? Was ik aanwezig, in 2007? Ik weet er niets meer van - 150 gigabyte aan muziekbestanden en een paar kilo rond mijn middel bewijzen slechts dat er iets is bijgekomen, niet dat er iets is gebeurd.
Precies een jaar geleden zag ik hem voor het laatst, ik sloot een periode en mezelf af. Ik wilde geen contact, hij vertegenwoordigde wat ik had verlaten. Het was een impulsieve actie en natuurlijk deed het zeer, wat echter verdween was het beklemmende - de verstikkingsdood is pijnlijker dan een val van tien hoog naar beneden.
Het was een jaar, ik zou het ook geloven als me werd verteld dat het een dag is geweest.
Precies een jaar geleden zag ik hem voor het laatst en morgen zie ik hem weer. Morgen ga ik bier drinken met Boomlang.
Hoe ver kun je gaan met het jezelf afsluiten van de wereld? Hoe ver kun je gaan met het verstoppen van jezelf?
Heeft 2007 wel echt bestaan? Was ik aanwezig, in 2007? Ik weet er niets meer van - 150 gigabyte aan muziekbestanden en een paar kilo rond mijn middel bewijzen slechts dat er iets is bijgekomen, niet dat er iets is gebeurd.
Precies een jaar geleden zag ik hem voor het laatst, ik sloot een periode en mezelf af. Ik wilde geen contact, hij vertegenwoordigde wat ik had verlaten. Het was een impulsieve actie en natuurlijk deed het zeer, wat echter verdween was het beklemmende - de verstikkingsdood is pijnlijker dan een val van tien hoog naar beneden.
Het was een jaar, ik zou het ook geloven als me werd verteld dat het een dag is geweest.
Precies een jaar geleden zag ik hem voor het laatst en morgen zie ik hem weer. Morgen ga ik bier drinken met Boomlang.
31 January 2008
Masochist
De katalysator liep naar mijn bureau en begon een gesprek, zij stond bij een externe te praten. Ze droeg dezelfde zwart-witte kleding als gisteren.
Gisteren.
Met een dossier liep ik naar de vijfde, daar zit hun project, ik werk zelf op de derde. Een spoedje, een klus voor haar. In een vorig leven zou ik het niet hebben gedurfd, zou ik haar nooit meer onder ogen durven komen. Ik ben niet veranderd, daarentegen heb ik wél geleerd – ik heb mijn gedrag veranderd, over gedrag heb je zelf actieve controle. Daarbij komt dat ik mijn gezicht toch al heb verloren, er is niets meer te verliezen. Of dreef de spanning van de mogelijkheid om ook nog eens live voor het oog van de camera’s afgemaakt te worden me naar boven?
Je bent masochist of je bent het niet.
Ze had haar lenzen in, ze zag er moe uit. Door het samenknijpen van haar ogen kon ik niet eens zien of ze me aankeek. Ik zei wat ik van haar wilde, ze zei dat ze het zou doen. Een ongebruikelijke doch gepaste stilte volgde. Een derde wiel bij het raam lonkte, ik liep erheen en we koetjes en kalfden over de studie en over de tentamens. Ze hield – onaanwijsbaar wijselijk – haar mond. De gebruikelijke groet bleef ongebruikt in de lucht hangen.
We hebben meer gemeen dan ze vermoedt.
De katalysator is lang aan het woord, de externe en het zwart-witte truitje lopen onze kant op. De mond boven het zwart-witte truitje gaat open. "Ga je mee lunchen?" In de zaal blijven aan tafel twee stoelen naast elkaar vrij wanneer de anderen eenmaal zijn gaan zitten.
Gisteren.
Met een dossier liep ik naar de vijfde, daar zit hun project, ik werk zelf op de derde. Een spoedje, een klus voor haar. In een vorig leven zou ik het niet hebben gedurfd, zou ik haar nooit meer onder ogen durven komen. Ik ben niet veranderd, daarentegen heb ik wél geleerd – ik heb mijn gedrag veranderd, over gedrag heb je zelf actieve controle. Daarbij komt dat ik mijn gezicht toch al heb verloren, er is niets meer te verliezen. Of dreef de spanning van de mogelijkheid om ook nog eens live voor het oog van de camera’s afgemaakt te worden me naar boven?
Je bent masochist of je bent het niet.
Ze had haar lenzen in, ze zag er moe uit. Door het samenknijpen van haar ogen kon ik niet eens zien of ze me aankeek. Ik zei wat ik van haar wilde, ze zei dat ze het zou doen. Een ongebruikelijke doch gepaste stilte volgde. Een derde wiel bij het raam lonkte, ik liep erheen en we koetjes en kalfden over de studie en over de tentamens. Ze hield – onaanwijsbaar wijselijk – haar mond. De gebruikelijke groet bleef ongebruikt in de lucht hangen.
We hebben meer gemeen dan ze vermoedt.
De katalysator is lang aan het woord, de externe en het zwart-witte truitje lopen onze kant op. De mond boven het zwart-witte truitje gaat open. "Ga je mee lunchen?" In de zaal blijven aan tafel twee stoelen naast elkaar vrij wanneer de anderen eenmaal zijn gaan zitten.
30 January 2008
Equus
Daarom zag ik haar niet zitten, ik miste haar al. Dag blonde krullen, hallo roodbruine herfstspoeling.
Rondjes koffie halen, niet vanwege de koffie, wel vanwege de blik op haar bureau, op de vulling van de bijbehorende stoel. Ik vond de stoel vandaag niet zo leuk, herfstkleuren zijn voor de wereld, niet voor op het hoofd. De rest van het lichaam gaat eveneens schuil onder nieuwe aankopen en alwéér een ander paar laarzen. Ze heeft de caissière definitief verslagen. Qua schoeisel dan, het hoofdje van kassa vijf, tegenwoordig kassa één, staat onaantastbaar bovenaan de ranglijst der onwetende obsessies.
Ze is vier jaar jonger, goede partij. Het duurde even voor ik er achter was, externen staan niet in de systemen. Na de zoveelste ijzige stilte in een reeks rookontmoetingen zei ze iets, het ging over mijn schoenen - voor al uw bruiloften en partijen. Ik zei maar niets over mijn fetisj. Haar sigaret was eerder op dan die van mij en ze liep weg uit het haperende gesprek. Toen vroeg ik haar naam. Ze antwoordde, mijn blik vroeg details. Ze spelde haar naam, ze vermeed de logische wedervraag.
De eerste hit op google was raak, lang leve de digenitale generatie. Hyves is een trage, slecht gebouwde kutsite maar als informatiebron onweerstaanbaar, zeker de fotoalbums. Clara is een maand lang mijn desktop geweest, altijd goed voor een stevige roddel. Ik heb netjes gevraagd of ik de foto mocht gebruiken, een verzameling hilarische smiley’s was haar antwoord.
Drie stuks die alles zeggen. Eentje met een vriendin, eentje met een glas rosé op Oerol en één met een paard. Vrijgezel dus, Oerol is een festival voor droogstaande cultuurminnende singles van dertig plus. Alweer ééntje met een paard, vandaar die fietstassen. Thuis geen controle maar wel de baas in het hooi. Prachtige kop, goede kont, ik knap af op haar ongehakt schoeisel. Een paard mag je eerst keuren, goed gebit - met tandenstokers prik je dwars door drooggeilers heen. Zou ze soms ook geen kinderen kunnen krijgen? Mannetje met lui zaad en de deur gewezen? Geen kinderzitje, het oude brood gaat niet naar de eendjes. Oud brood als haver, rosé als water, een vrouw is een oud meisje. Meisjes van acht jaar oud hebben een poster van een paard boven hun bed, volwassen vrouwen willen een paard tussen hun benen. Zouden het die grote bruine ogen zijn?
"Stoer," zeg ik. Ze raakt het haar aan, voelt zich ongemakkelijk, de sigaret trilt tussen haar vingers. Niet mooi, maar dat zeg ik niet. Ik heb de illusie dat wanneer ik zelf minder lieg er dan ook minder tegen me gelogen zal worden. Misschien heeft ze binnenkort een dressuurwedstrijd - verkapte manegedating. Ze heeft relatief kleine maar goed blauwe ogen en een paar handen die binnen tien minuten een emmer met aardappels kunnen schillen. Een boerinnetje in de consultancy.
Paarden zijn groepsdieren en onevenhoevig. Per poot hebben ze een oneven aantal tenen waarvan de middelste is uitgegroeid tot hoef. Eén keer per jaar naar de hakkenbar en ze paradeert weer uitdagend verder. Misschien moet je toch ook iets aan je handen laten doen, anders heb ik huis wel een passende set handschoenen voor je. Neem je verder je eigen spulletjes mee?
Ik leg mijn boodschappen op de lopende band van kassa één en fantaseer over de fatale overval, een overval waarbij de gemaskerde geweldenaar het pistool tegen haar slaap aan zet, ik haar vervolgens met een snoekduik over de lopende band met boodschappen van kassa één bevrijd van haar belager en in de daaropvolgende worsteling met het gemaskerde hoofd het leven laat. Famous when you’re dead. Twintig jaar geleden werkte ik hier zelf, ’s avonds vakken vullen, na sluitingstijd. Tegenwoordig gebeurt dat gedurende openingstijd, één van de vakkenvullers is haar vriendje. Ik kijk niet alleen naar meisjes, ik kijk naar sociale verbanden.
Daarom zie ik haar niet zitten.
Rondjes koffie halen, niet vanwege de koffie, wel vanwege de blik op haar bureau, op de vulling van de bijbehorende stoel. Ik vond de stoel vandaag niet zo leuk, herfstkleuren zijn voor de wereld, niet voor op het hoofd. De rest van het lichaam gaat eveneens schuil onder nieuwe aankopen en alwéér een ander paar laarzen. Ze heeft de caissière definitief verslagen. Qua schoeisel dan, het hoofdje van kassa vijf, tegenwoordig kassa één, staat onaantastbaar bovenaan de ranglijst der onwetende obsessies.
Ze is vier jaar jonger, goede partij. Het duurde even voor ik er achter was, externen staan niet in de systemen. Na de zoveelste ijzige stilte in een reeks rookontmoetingen zei ze iets, het ging over mijn schoenen - voor al uw bruiloften en partijen. Ik zei maar niets over mijn fetisj. Haar sigaret was eerder op dan die van mij en ze liep weg uit het haperende gesprek. Toen vroeg ik haar naam. Ze antwoordde, mijn blik vroeg details. Ze spelde haar naam, ze vermeed de logische wedervraag.
De eerste hit op google was raak, lang leve de digenitale generatie. Hyves is een trage, slecht gebouwde kutsite maar als informatiebron onweerstaanbaar, zeker de fotoalbums. Clara is een maand lang mijn desktop geweest, altijd goed voor een stevige roddel. Ik heb netjes gevraagd of ik de foto mocht gebruiken, een verzameling hilarische smiley’s was haar antwoord.
Drie stuks die alles zeggen. Eentje met een vriendin, eentje met een glas rosé op Oerol en één met een paard. Vrijgezel dus, Oerol is een festival voor droogstaande cultuurminnende singles van dertig plus. Alweer ééntje met een paard, vandaar die fietstassen. Thuis geen controle maar wel de baas in het hooi. Prachtige kop, goede kont, ik knap af op haar ongehakt schoeisel. Een paard mag je eerst keuren, goed gebit - met tandenstokers prik je dwars door drooggeilers heen. Zou ze soms ook geen kinderen kunnen krijgen? Mannetje met lui zaad en de deur gewezen? Geen kinderzitje, het oude brood gaat niet naar de eendjes. Oud brood als haver, rosé als water, een vrouw is een oud meisje. Meisjes van acht jaar oud hebben een poster van een paard boven hun bed, volwassen vrouwen willen een paard tussen hun benen. Zouden het die grote bruine ogen zijn?
"Stoer," zeg ik. Ze raakt het haar aan, voelt zich ongemakkelijk, de sigaret trilt tussen haar vingers. Niet mooi, maar dat zeg ik niet. Ik heb de illusie dat wanneer ik zelf minder lieg er dan ook minder tegen me gelogen zal worden. Misschien heeft ze binnenkort een dressuurwedstrijd - verkapte manegedating. Ze heeft relatief kleine maar goed blauwe ogen en een paar handen die binnen tien minuten een emmer met aardappels kunnen schillen. Een boerinnetje in de consultancy.
Paarden zijn groepsdieren en onevenhoevig. Per poot hebben ze een oneven aantal tenen waarvan de middelste is uitgegroeid tot hoef. Eén keer per jaar naar de hakkenbar en ze paradeert weer uitdagend verder. Misschien moet je toch ook iets aan je handen laten doen, anders heb ik huis wel een passende set handschoenen voor je. Neem je verder je eigen spulletjes mee?
Ik leg mijn boodschappen op de lopende band van kassa één en fantaseer over de fatale overval, een overval waarbij de gemaskerde geweldenaar het pistool tegen haar slaap aan zet, ik haar vervolgens met een snoekduik over de lopende band met boodschappen van kassa één bevrijd van haar belager en in de daaropvolgende worsteling met het gemaskerde hoofd het leven laat. Famous when you’re dead. Twintig jaar geleden werkte ik hier zelf, ’s avonds vakken vullen, na sluitingstijd. Tegenwoordig gebeurt dat gedurende openingstijd, één van de vakkenvullers is haar vriendje. Ik kijk niet alleen naar meisjes, ik kijk naar sociale verbanden.
Daarom zie ik haar niet zitten.
28 January 2008
Managedement
De nieuwe indeling wordt bekendgemaakt. De indeling komt me bekend voor. Ik vraag wanneer de mooie plannen worden geëffectueerd. "Begin 2009." Er wordt weinig gezegd.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Toevallig was er een gaatje en ik kroop naar binnen. Ik had mezelf bewezen en er mocht worden geoogst. Toen zat ik er ook - opeens, zomaar, vanuit het niets. Ik ging voor de status, de rest interesseerde me niet. Ik was iedereen voorbij gestreefd, slappe handjes werden toegestoken. Doet het zeer, die felicitatie? Ja, ik ga het vanavond vieren maar niet met jullie.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Het team wordt verdeeld over de andere teams, vacatures worden niet vervuld. Al naar gelang het aandachtsgebied krijgen ze een plek. Hoofdzaken naar boven, bijzaken naar buiten.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Ik zei dat je het hele team moest opdoeken en moest verdelen over de rest van de afdeling. Ik zei wie je waar moest neerzetten, wie zou vertrekken, welke taken we zouden meenemen, welke taken zouden kunnen worden uitbesteed en welke taken zouden komen te vervallen. Overbodig routinematig gerommel in een zelfgecreëerde marge.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Ja, ik weet nog dondersgoed wat ik tegen je zei want dit is de indeling die ik voorstelde met mijn dronken kop op het bedrijfsfeest - een lege maag, een onnoemelijke hoeveelheid drank. Ach ja, het was toch feest? Ik heb het gevierd. Heb ik eigenlijk nog wat over je kont gezegd?
Het is nu nog wachten op de rest van het verhaal.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Toevallig was er een gaatje en ik kroop naar binnen. Ik had mezelf bewezen en er mocht worden geoogst. Toen zat ik er ook - opeens, zomaar, vanuit het niets. Ik ging voor de status, de rest interesseerde me niet. Ik was iedereen voorbij gestreefd, slappe handjes werden toegestoken. Doet het zeer, die felicitatie? Ja, ik ga het vanavond vieren maar niet met jullie.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Het team wordt verdeeld over de andere teams, vacatures worden niet vervuld. Al naar gelang het aandachtsgebied krijgen ze een plek. Hoofdzaken naar boven, bijzaken naar buiten.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Ik zei dat je het hele team moest opdoeken en moest verdelen over de rest van de afdeling. Ik zei wie je waar moest neerzetten, wie zou vertrekken, welke taken we zouden meenemen, welke taken zouden kunnen worden uitbesteed en welke taken zouden komen te vervallen. Overbodig routinematig gerommel in een zelfgecreëerde marge.
Weet je nog wat je toen tegen me zei?
Ja, ik weet nog dondersgoed wat ik tegen je zei want dit is de indeling die ik voorstelde met mijn dronken kop op het bedrijfsfeest - een lege maag, een onnoemelijke hoeveelheid drank. Ach ja, het was toch feest? Ik heb het gevierd. Heb ik eigenlijk nog wat over je kont gezegd?
Het is nu nog wachten op de rest van het verhaal.
27 January 2008
Reason
Het examen ging goed. De derde op rij en de derde op rij binnen - ik ben het nog niet verleerd. Nog zes en dan naar Groningen.
Ze stond bij de metrohalte, ik zag na afloop binnen geen bekenden en liep meteen naar buiten, de onuitgeschreeuwde euforie als een zak aardappelen met me meeslepend. Ze herkende me niet direct, na het eerste vak volgt ze geen lessen meer. Want: "Een tien." Ze sprak de woorden uit alsof ze zich ervoor schaamde. "En jij?" Maar een acht.
Dat ze tweeënhalf uur deed over een enkele reis, voor vier uur les dus alles bij elkaar negen uur bezig, was het zwaardere argument.
Ze bietste een sigaret en begon te praten. Als ik stop met roken spreek ik niemand meer. Ze was gestopt.
Ze stond bij de metrohalte, ik zag na afloop binnen geen bekenden en liep meteen naar buiten, de onuitgeschreeuwde euforie als een zak aardappelen met me meeslepend. Ze herkende me niet direct, na het eerste vak volgt ze geen lessen meer. Want: "Een tien." Ze sprak de woorden uit alsof ze zich ervoor schaamde. "En jij?" Maar een acht.
Dat ze tweeënhalf uur deed over een enkele reis, voor vier uur les dus alles bij elkaar negen uur bezig, was het zwaardere argument.
Ze bietste een sigaret en begon te praten. Als ik stop met roken spreek ik niemand meer. Ze was gestopt.
Subscribe to:
Posts (Atom)