30 March 2011

We hebben een beller!



Toch ook weer het einde van een tijdperk, zo'n eerste mobiele telefoonnummer. Iedereen gaat dood.

De provider was te lang niet voorzien van eten en als je niet eet dan ga je dood. Gelukkig heeft mijn werkgever een konijnenhok.

"Dus jullie trekken zonder pardon de stekker eruit?" was mijn overbodige vraag. Over voeding gesproken.

Hi? Bye!

Het telefoonnummer kan verwijderd. Als dat al niet was gedaan.

21 March 2011

Spring snow

Omdat ik al geruime tijd niet was aangeraakt ging ik met een vage klacht naar de dokter. Zo was ik verzekerd van aandacht.

Dokter is nieuw. Dokter heeft sproeten en lichtblauwe ogen. De lichtblauwe ogen keken me vol verwachting aan. Het was tien over acht ’s morgens, ik was de eerste patiënt.

"Er zit geen gevoel meer in," begon ik mijn verhaal en ik strekte mijn handen uit op tafel. Bij de dokter moet je een open houding aannemen.
"Of eigenlijk wel gevoel maar geen kracht. Het tintelt."
Als je jezelf niet open stelt gebeurt er niets.

Met mijn rechterhand wees ik de plaats des onheil aan. Dokter volgde de richting die ik aangaf en keek. Toen dacht ze even na.
"Ontkleed het bovenlichaam maar," zei Dokter.
"Trek uit" is geiler maar met klachten over geilheid ga je niet naar de dokter.

Dokter droeg laarzen, dat dan weer wel. Ik heb een stoere nieuwe dokter.

De vorige dokter is met pensioen. In de vierentwintig jaar dat hij mijn huisarts was, ben ik tien keer bij hem geweest. Vier keer om mijn oren te laten uitspuiten, drie keer na een oogontsteking, twee keer tegen mijn hooikoorts en één keer omdat ik gek was geworden.

Ik ging staan en ontkleedde het bovenlichaam. Een walm verse deodorant vulde de spreekkamer. Laarzen klakten op vers laminaat en Dokter stond naast me. Niet alleen Dokter is nieuw, ook het gebouw is nieuw. Samen met de vorige huisarts verdween letterlijk de praktijk.

Dokter pakte mijn linkerarm. Die ging omhoog en omlaag, naar binnen en naar buiten, werd gebogen en uitgerekt. Ik hield mijn buik in – eindelijk fysiek contact. Overgewicht praten we wel een andere keer. Ze kneedde mijn vingers, trok eraan, maakte een vuist.
"Kleed u zich maar weer aan."
Waar kwam dat u opeens vandaan? Zo groot is hij nou ook weer niet.

Dokter ging weer zitten, ik bekleedde het bovenlichaam en ging ook weer zitten. Ik spreidde opnieuw mijn handen op tafel. De handen van Dokter kwamen ernaast.
"Sluit de ogen," zei Dokter.
Ze waren ringloos.

Terugkijkend was de tijd dat ik gek was geworden beter dan de huidige tijd. Dynamischer, leerzamer, spannender. Op het moment zelf realiseer je het niet, je wilt alleen maar uit die gekte vandaan. Later concludeer je dat het allemaal zo beroerd niet was. Ware winnaars bagatelliseren de overwinning. Alles is een wedstrijd maar het is niet leuk om te winnen. Wat is het doel na het behalen van de overwinning? Misplaatste winnaars kloppen zichzelf op de borst. Het zijn de mislukkelingen van de samenleving.

"Zeg maar ja als je iets voelt," zei Dokter.
Geen tijd voor grappen, ik moest zeker weten of mijn zenuwstelsel was aangetast. Soms voelde ik wat, soms voelde ik niets, soms deed Dokter niets. Toen er een tijd niets was gebeurd opende ik mijn ogen. Dokter las in een boek.

Ik heb wel eens gehoord van huisartsen die de klacht googelen terwijl de patiënt tegenover hen zit. Denken ze dat de patiënt dat thuis ook niet heeft gedaan? Maar als de patiënt zelf ook heeft gegoogeld, waarom gaat hij dan naar de huisarts? Om er achter te komen wie het beste kan googelen? Ik heb niet gegoogeld. Mensen maken de fout te zoeken naar een ziekte bij het symptoom, in plaats van naar een symptoom bij de ziekte.

In de spreekkamer staat geen computer. Er staat een grote kast, vol met boeken. Verder is de spreekkamer steriel. Misschien moet ik de volgende keer een plant meenemen. Planten brengen je huis tot leven. Krijg je na een verhuizing niet standaard een overdosis aan planten van het huisverwarmend publiek?

Het gaat niet om het doel, het gaat om de reis – dit psychologisch cliché kennen we ondertussen. En die reis heet het leven. Er zijn genoeg mensen die leven zonder doel, ik voel me daarin niet alleen. Overleven is geen doel maar instinct. Het verschil tussen mens en dier is dat de mens zich dat realiseert.

Toen ik gek was geworden was ik open. Vanaf het moment dat ik was genezen was en bleef ik gesloten. Het is prettig om grenzen te kunnen duiden. Grenzen doen je beseffen wat je plaats is. Gekken en mislukkelingen kennen hun plaats niet.

Dokter bladerde en las. Ik heb een rotsvast vertrouwen in geneeskundigen. Bij artsen, chirurgen en tandartsen heb ik geen last van weerspannige overgave. Op een gegeven moment wees ze een plaatje aan.
"Ik denk dat dit het is."
Het plaatje stond in een oud studieboek, er waren aantekeningen door de tekst geschreven.

Dokter sprak en verklaarde, haar wijsvinger bewoog over het plaatje. Ik kon er mee leven.

01 March 2011

Connotatie

Eén maart is complimentendag. Volgens de wiki is één maart ook automutilatiedag maar daar wil ik het nu niet over hebben. Obesitas is ook automutilatie, om maar een voorbeeld te noemen. Het moet wel noemenswaardig zijn.

In het bedrijfsrestaurant kwam ik Kamerplant tegen. Kamerplant kan en doet niet veel, maar ze is wel handig en door haar fysieke aanwezigheid een sfeerverhogend aspect. Zittend op haar bureau, staand voor de kast of liggend in de vensterbank, ik kan er uren naar kijken. Als je het maar op tijd water geeft dan heb je er jarenlang plezier van.

"Héééé!" deed Kamerplant.
Ze liep er - zoals gewoonlijk - goed gekleed bij. Tijd voor een compliment.
"Deze jurk staat je borsten ontzettend goed," zei ik tegen Kamerplant.

Kamerplant lolde.

Ik leerde Kamerplant kennen bij een of andere interne vaardigheidstraining. In die tijd verzorgde mijn werkgever nogal wat van die trainingen - opleidingsbudget is aftrekbaar van de winst voor belasting. De werkgever had last van mijn onaangepast gedrag, daarom moest ik er naartoe. Kamerplant wist niet zo goed wat voor werk ze wilde doen, daarom moest zij er naartoe. Ze moest op zoek naar haar talent. Ik was niet op zoek naar mijn talent, ik wilde slechts leren het op de juiste manier te gebruiken.

Bij de vaardigheidstraining kregen we pen en papier en moesten we alles opschrijven waar we goed in waren.
"Ik heb niet zoveel opgeschreven," zei Kamerplant toen ze aan de beurt was.
"Je hebt niet zoveel opgeschreven," zei de vaardigheidstrainee.
"Nee," zei Kamerplant.
"Maar kun je iets opnoemen waar je goed in bent?" vroeg de vaardigheidstrainee.
"Ik ben goed in bed," zei Kamerplant toen.

Ik lolde.

Sindsdien mail ik met Kamerplant. Kamerplant is getrouwd met een trucker. Een trucker is altijd blij als hij weer thuis is.

"Kijk uit tegen wie je het zegt," zei Kamerplant toen ze eindelijk was uitgelold, "je hebt zo een dreun te pakken."
Of een ontslagbrief, dacht ik er achteraan. Er lopen hier nogal wat tere zieltjes rond. Eén seksueel getinte opmerking of mail en via de manager, personeelszaken en de beveiliging mag je oneervol door de achterdeur naar buiten. Vooral laten lopen dus.

"Alles goed?" vroeg ik terwijl we naar de uitgang liepen.
Nog meer natuurlijk verloop. De kamerplant moet weg van de afdeling, terug naar de woning.
"Over een maand hoor ik het officieel met papieren enzo maar ze hebben het gisteren al verteld."
Reorganisatorisch begrijpelijk, er is op de werkvloer veel verborgen werkloosheid en zij is er één van. Bedrijfstechnisch discutabel. De beste motor voor je bedrijf is een leuk en handig wijf.
"We blijven wel mailen, hé?" eindigde ze.

Na de lunch ging ik buiten staan roken. De Marokkaanse met de met dikke zwarte lijnen omrande ogen keek me lang aan - langer dan nodig. Zoekt ze een plant? Ze blies rook uit in mijn richting.

Onaangepast gedrag. Ik zal het maar als een compliment opvatten.

23 February 2011

I told you so (4)



Sinds ik geen auto meer heb, kom ik er eigenlijk niet meer. Latex ging op de bagagedrager, en recentelijk haalde ik een nieuwe kraan voor de wasmachine.

"Kalk," zei Buurman.
De kraan ging niet open. Als ik nog meer kracht zou zetten dan zou de muur meedraaien. Op zich zou ik dan water uit de douche van de buren kunnen tappen maar op de lange termijn leek me dat geen wenselijke optie. Toen haalde ik Buurman erbij. In gezelschap verdwijnt mijn agressie.

"Kalk," herhaalde ik.
Samen keken we naar de kraan die gespiegeld werd in de glimmende tegels erachter.
"Kan ik daar iets aan doen?" vroeg ik.
"Nee, daar kan je niets aan doen," zei Buurman, "dat gebeurt gewoon."

De gereedschapskist ging open en professioneel ontmande Buurman de kraan. Ik stond erbij en keek ernaar. Ook de muur en de glimmende tegeltjes gaven geen krimp. Toen alle ingewanden op een rij lagen, werd het vonnis gestreken. Even later zat ik op de fiets, de kraan paste in mijn broek.

Ik ben ontwaakt uit de slachtofferrol. En als je geen slachtoffer bent, dan ben je dader. Ongewezen vonnissen zijn te vrezen.

17 February 2011

Enkel

Krissie zit in het team van Fatima.
"Ik zou met mijn vriend een half jaar naar Australië gaan, maar het is uit dus dat gaat niet door," zegt Krissie.

Op haar bureau staan vier dozen van Multivlaai. Het is de laatste dag van Krissie, daarom trakteert ze.

"Er zijn ook meiden die alleen op reis gaan," zeg ik.
Janneke bijvoorbeeld heeft alleen een jaar door Australië gereisd.
"Ja, dat weet ik," zegt Krissie, "maar daar ben ik geen type voor. Ik wil samen."
Op slippers, vertelt ze er altijd bij.

Het jaarcontract wordt niet verlengd. Ook dat valt onder het natuurlijk verloop.
"En nu? Op reis?" had ik gevraagd, en ik pakte een stuk appelkruimel.

Krissie is geen type voor slippers. Krissie is een pop op enkellaarsjes. Mooie enkellaarsjes weliswaar, maar wie speelt er tegenwoordig nog met poppen?

"Dag Krissie," zeg ik.
Ik zie Fatima niet zitten.
"Dag," zegt Krissie.

Iedereen wil samen.

10 February 2011

Gothic

Ik aanraak de jas op plaatsen waar het niet strafbaar is.
"Hij is cool, hé?"

Ongeacht het feit dat ik haar haat – en ik haat haar, toevallig afgelopen nacht nog heb ik haar levend begraven – kan ik zeggen dat ze een fantastische jas draagt. De jas is mooi, stoer, stijlvol en geil. De jas is eigenlijk alles wat zij niet is maar wel probeert te zijn.

Omdat ik de beloning van de jas heb gehad, onderga ik gedwee het gesprek. Alles heeft zijn prijs.

Vriendschap is overgewaardeerd en volgt het aloude economisch principe: optimalisatie van de output gegeven de input, dan wel minimalisatie van de input gegeven de output. Dit geldt vanaf het moment dat je realiseert dat er niet wordt geneukt - want dan zijn er geen regels.

Volgens de Dikke van Dale is haat een gevoel van diepe afkeer voor iemand, gepaard met het verlangen om die persoon te zien ondergaan, al of niet ook om hem leed te doen.

Ik zie mezelf niet als een haatdragend persoon, maar bovenstaande definitie dwingt me ertoe mijn zelfbeeld te herzien. Er zijn nogal wat mensen waarvan ik de ondergang gepaard verlang.

Misschien moet ik haar ook herzien. Maar wat blijft er van haar over zonder jas?

09 February 2011

Fat people need love too

Dik is niet aantrekkelijk. Uitgezonderd enkele fetisjisten kunnen we dat zonder beperking der algemeenheid stellen. Ik ga Sheng geen varken noemen, het varken heb ik al te vaak als metafoor gebruikt. Sheng is eerder een dwergnijlpaard, dat dekt haar lading beter.

Sheng is weer vrijgezel. Voor haar was ook deze verlengde internetdate niet forever meant to be. En ze was nog wel zo gelukkig met hem, zeker in het begin. Ze leken zo goed bij elkaar te passen.

De ironie wil dat Sheng mij verwijt alleen digitaal het achterste van mijn tong te laten zien, terwijl het dezelfde digitale wereld is waar zij haar potentiële geliefden vandaan haalt. De vraag dringt zich op hoe ze dat doet, maar ook wat zij daar laat zien. Door juist minder te laten zien?

Sheng is onzeker. Waar de datende mens zich verschuilt achter - het gebrek aan - kleding en make-up verschuilt Sheng zich achter haar mond. Dat kan handig zijn, met name wanneer het awkward wordt, maar de datende mens weet wanneer ze haar mond moet dichthouden. Sheng doet dat niet, Sheng ratelt door. En als haar mond al sluit dan praat haar lichaam verder. Handen en houding blijven bezig maar missen de pointe zoals bodytalk dat doet. De mogelijkheid haar mond te sluiten is even nutteloos als de rits van het rokje dat ze draagt.

Dwergnijlpaarden zijn solitair levende wezens, alleen als de hormonen opspelen gaan ze de boer op. Beeldtechnisch is het niet meer dan logisch dat ze de digitale kennismaking verkiest boven, pak hem beet, een toevallige ontmoeting op de boerderij. Waar de kans van slagen groter is, is evident. Boer zoekt vrouw.

Digitaal zeg je niet wie je bent, maar je vertelt hoe je zou willen zijn. Je bent ondernemend en actief, en je hebt daarnaast een drukke baan met teveel vrije tijd. Met vakantie ga je reizen maar kijken hoe het gras in de achtertuin groeit is dichterbij huis. Je houdt van hobby’s en staat gezellig onder sociale controle van familie, vrienden en vriendinnen. En ’s avonds na het sporten ben je cultureel in het centrum van de stad in je pyjama op de bank voor de televisie.

Pas na meerdere ontmoetingen vergeet je de zelfgecreëerde schijn en weet je wat voor eend je in de badkuip hebt. Een lelijk eendje is geen zwaan. Sprookjes zijn bedoeld voor kinderen, om hun hoofdjes met hoop en moraal te vullen. Of heb je ooit bij de Chinees een portie Peking Zwaan besteld? Vervuilde data legt een bom onder een bij elkaar gematchte date. Een bom is geen Chinees vuurwerk.

Bij dwergnijlpaarden is het vrouwtje dominant. Als het mannetje iets doet wat haar niet aanstaat, begint ze gelijk te slaan. Dát is het aantrekkelijke van Sheng. Maar dat zie je digitaal dan weer niet terug.

12 January 2011

Leve de doden (3)

Om kwart over twaalf kwam de eerste sirene langs. Om half één de tweede en om kwart voor twee de derde. Vanaf de parkeerplaats achter mijn huis kwam een harde knal. Ik hoorde geen gegil of gehuil, wat me teleurstelde. 2011 was begonnen.

Om twaalf uur was ik aan het internetten. Om één uur sloot ik de laptop aan op de televisie en keek ik een gedownloade film. Aan het begin van de film zat ik in de hoek van de bank. Na een kwartier zat ik in het midden van de bank en halverwege de film ging ik op de bank liggen.

Op tafel stond verse koffie, op de enveloppen met kerstkaarten lagen koude appelflappen. Ik kan de hele dag koffie drinken. De hele dag koffie drinken is niet gezond maar het is minder ongezond dan de hele dag alcohol drinken. Op eerste kerstdag dronk ik bijvoorbeeld een halve fles whisky. Ik was meteen genezen van de slapeloosheid die me sinds begin december uit mijn slaap houdt.

Op eerste kerstdag zit je bij je familie. Dat hoort zo, ongeacht of je gelooft of niet. Mijn familie bestond uit een Brit, twee Koreanen en een Turkse. Het is frappant dat achter een plattelandsjongen als ik zo’n mondiale bloedband schuilt. Familie heb je niet voor het kiezen, die heb je en daar moet je het maar mee doen. Na het eten speelden we het spel Risk, over mondiaal gesproken. Ik had er geen zin an maar omdat er niets te neuken viel stemde ik toe. Je weet maar nooit wie je tegenkomt op het slagveld. Ik had beginnersgeluk en won het eerste spelletje. Toen begon ik aan de whisky. Oorlog is troostmeisjes en drank.

In eerste instantie weet ik de slapeloosheid aan mijn mentale gesteldheid, later aan het juist ontbreken daarvan. Na de kerstdagen trok ik een matras van het bed en legde deze in de woonkamer op de grond. Ik kon weer slapen. Alcohol forceert doorbraken.

De film die ik nieuwjaarsnacht keek had ik gedownload omdat hij voorkwam in de jaarlijst van een gerenommeerde journalist. Lijstjes vatten het jaar samen, wat er in het lijstje staat is representatief en goed. Journalisten wijzen ons de weg. De film had de Nederlandse bioscopen niet gehaald. Ik vermoed dat de journalist door het plaatsen van de film in zijn lijst een statement wilde maken. Ik noem geen namen, om ook een statement te maken.

De film was redelijk krankzinnig. In het begin was de film nog wel te volgen maar later viel er geen touw aan vast te knopen. Ik denk dat de regisseur zelf tijdens de montage ook de weg is kwijtgeraakt. Waarom het publiek behagen? Als je zelf maar lol hebt.

Lijstjes maak je aan het eind van het oude jaar. Of aan het begin van het nieuwe jaar, dat kan ook. Omdat je aan het eind van het jaar te druk was om een lijstje te maken, of als je wilt wachten op de lijstjes van andere mensen voordat je jouw eigen lijstje bekend maakt. Omdat je eerst de mening van anderen wilt weten voordat je jouw eigen mening bekend maakt. Een eigen mening die geen mening is.

Om half drie was de film afgelopen. Ik pakte de stapel kerstkaarten onder de appelflappen vandaan en deed het kerstkaartenspelletje. Ik bekijk het handschrift op de envelop en raad wie mij een gelukkig nieuwjaar toewenst. Het is een vrij eenvoudig spel, ware het niet dat steeds meer afzenders gebruik maken van stickervellen. Leg een stickervel op de printer, selecteer het volledig adressenbestand en kies print. Klaarblijkelijk bevind ik mezelf in één adressenbestand. Van beide andere kerstkaarten had ik de handschriften fout. Een slechte oogst derhalve. Oorlog voeren, daar ben ik wel beter in geworden.

Het was drie uur. De sirene's zwegen. Twee vuurwerkdoden en dertien gewonden, las ik later op het internet. Alles wordt minder. Job Cohen heeft gelijk, we zijn een stelletje amateurs - de beste uitspraak van het afgelopen jaar. Of was hij van vorig jaar? Tijd om mezelf te positioneren, om mijn eigen lijstje te maken. Wat uit 2010 moet worden bewaard voor het nageslacht? Wie en wat hebben het afgelopen jaar gemaakt tot wat het niet is geworden?

Ik heb gewacht met mijn lijstje omdat er maar één naam op staat. En één naam, dat is geen lijst. Eén naam, dat is alles.

07 January 2011

Leve de doden (2)

Waarom ik niet meer langskom? Om te beginnen word ik al depressief als ik de trein instap. En dat ligt niet aan de trein maar dat ligt aan waar de trein naar toe gaat. Hoe dichterbij ik kom, hoe benauwder ik het krijg. Nee, dat is niet overdreven, ik krijg bijna geen adem. Als ik denk aan dat claustrofobisch gat, dan stik ik.

Ik wil het gezeur niet meer, het gejank, het gezeik, ik ben het allemaal zat.

Ik wil niet weten wat voor weer het is, ik wil niet weten wat er op televisie was. Ik wil niet horen wat er in de krant staat, ik lees zelf een krant. Ik wil niet weten wat de buurvrouw zei, of wat de andere buurvrouw zei, of wat de leuke huismeester zei. De huismeester is toch aardig? O, de huismeester is nu niet meer aardig?

Ik wil niet weten hoe het is met die en hoe het is met die. Ik wil niet horen wat er mankeert aan die en wat er mankeert aan die. Aan iedereen mankeert iets, behalve aan jullie. Kijk verdomme naar jezelf. En hou op met alles twee keer te vertellen, ik ben niet doof. En hou op met alles twee keer te vertellen, ik ben niet doof.

Ik wil niet weten wat die tante zei. Ik wil niet weten welke nicht gescheiden is, welke neef hertrouwd is, welke oom er dood is. Ja, ik ben in één nichtje geïnteresseerd, maar die houdt dan weer niet van rokers. Ja, ik rook weer. Als een ketter. Ik heb wat in te halen.

Ik wil de verhalen niet meer. Ik wil het drama niet meer. De ene aandoening nog erger dan de andere. Ik wil niet weten wat de huisarts zei, ik wil niet weten wat zijn assistente zei. Ik wil niet weten wat ze in het ziekenhuis zeiden. Ik wil niet weten wat de man die jullie naar het ziekenhuis bracht, zei. O, hij zei juist niets?

En mijn oude vrienden dan? Waarom beginnen jullie daar over? Wat er is met mijn oude vrienden? Ik heb geen idee wat er met ze is. Ik heb er niets meer mee. Ik heb ze niets meer te vertellen zoals ik jullie niets meer heb te vertellen en zij hebben mij niets meer te vertellen zoals jullie mij niets meer te vertellen hebben. Ik ben niet meer geïnteresseerd in hun levens, hun koophuizen, hun tuinen, hun auto’s, hun kinderen.

Jullie hebben contact met mijn vrienden? Wat leuk voor jullie. Wel zo handig, jullie wonen tenslotte allemaal in hetzelfde gat. Ik ben niet geïnteresseerd in het wekelijks hoogtepunt van het verenigingsleven. Een vereniging is leuk voor de mensen die lid zijn van de vereniging, daarom zitten ze ook bij de vereniging. Een vereniging is niet leuk voor mensen die geen lid zijn van de vereniging, want dat is precies de reden dat ze geen lid zijn geworden van de vereniging.

Ik werd de afgelopen jaren nog wel uitgenodigd voor hun verjaardagen, voor de zomerbarbecue, maar als je maar lang genoeg je gezicht niet laat zien dan houdt ook dat vanzelf op.

Vroeger nam ik altijd een slaapzak mee en duurden de barbecues tot de volgende ochtend. De kinderen werden alweer wakker terwijl wij nog buiten zaten. En opeens was dat over. Opeens zat ik in de laatste trein naar Amsterdam. En het jaar daarna zat ik vier treinen daarvoor. En het jaar daarna bleef ik thuis.

Er is geen vriendschap meer. Er is alleen maar verveling. Mateloze verveling. En mezelf vervelen, dat doe ik wel als ik alleen ben.

Beleefdheidsbezoekjes en beleefdheidstelefoontjes. Ik wil het niet meer. Ik kan het niet meer. Het zijn geen telefoontjes en bezoekjes uit interesse, nee, het is een verplichting. Bellen en bezoeken omdat dat zo hoort. Omdat iedereen dat doet. Omdat we zo zijn opgevoed. En ik denk dat jullie dáár een fout hebben gemaakt. Je belt en je bezoekt. Maar waarom? Waarom doen omdat het moet? Waar is de gezelligheid? Waar is de warmte? Waar is de liefde? Was dit ooit thuis?

Contact is een gevoelloze, routineuze handeling waarvan ik hoop dat het zo snel mogelijk voorbij is.

Ik wil jullie eenzaamheid niet zien. Ik wil jullie aftakeling niet zien. Ik weet wat mijn voorland is, dat is namelijk precies hetzelfde. Mijn hersens zullen afsterven, mijn botten zullen ontkalken, mijn lichaam zal kromtrekken. Maar dat betekent niet dat ik daar nú al mee geconfronteerd wens te worden. Ook ik zal aftakelen, eenzaam, zonder geliefde, zonder getuige. Maar ik val er niemand mee lastig. Ik heb de berg en de kloof al uitgezocht, niemand zal me vinden. Ik val, and that’s all.

Wij zijn geen familie meer. Er is alleen maar irritatie. Grenzeloze irritatie.

Ik heb een tip voor jullie. Doe alsof ik dood ben. Het werkt. Echt.

Ik spreek uit ervaring.