30 December 2008

Tweetakt

"Gaan we een keer iets drinken?"

Herhalen wat de ander zegt, een interviewtechniek. Maar dit is geen interview, dit is een privégesprek. Ook gesprekstechnieken blijven achterwege. Trucs gebruik je bij mensen waar je iets van wilt.

Er komt niets dus ik vraag naar haar kerst.
"Verschrikkelijk."
De wedervraag blijft uit, vanaf nu is het haar gesprek, haar verhaal, meer monoloog dan conversatie, meer tegen zichzelf dan tegen mij. Weet ze wel met wie ze hier zit?
"Hoi, met mij."

Dit moet in een kroeg, dit moet niet hier. Zonder alcohol weet ik niet hoe ik moet beginnen. Zonder alcohol weet ik niet wanneer een gesprek is afgelopen en als ik drink is het voorbij wanneer ik dronken ben. Zonder alcohol neem ik het verhaal niet over, zonder alcohol neem ik haar niet over. Of bedoelt ze dat niet?

Niet hij maar zij bedoelt iets anders.
"Natuurlijk is het meer dan alleen maar iets drinken."
Ze kijkt me recht in mijn ogen wanneer ze het zegt. Haar ogen zijn groen, en ik heb altijd gedacht dat ze blauw waren. Opnieuw mis ik de aansluiting, opnieuw sluit ik mezelf buiten. Maar dat bedoelt hij toch?

Toch trekt hij zich terug, wijst haar tijdelijk af. Hij wijst haar af voor nu, niet voor later. Later kan wachten, zij loopt niet weg. Ze wacht. Wanneer er nu wordt gedronken dan wacht ze niet meer.

"Ben je verliefd op me?"

Herhalen wat de ander zegt om tijd te winnen. Wanneer ik drink, zoek ik overal iets achter. De vraag herhalen om de bedoeling te achterhalen. De vleesgeworden paranoia kijkt naar zijn glas. Het is halfvol.

Met welk recht ontneem jij mij mijn illusies? Jouw zelfbeschikkingsrecht? Ik doe er niemand kwaad mee, behalve mezelf. Dat is mijn zelfbeschikkingsrecht. Ik ben niet blij maar het is jouw doel ook niet om mij blij te maken. Het leven is niet maakbaar, hooguit op sommige momenten genietbaar. Laat mij genieten, ik doe er jou geen kwaad mee. Jouw kwaadheid is jouw lot, niet het mijne. Mijn lot is de obsessie en dat is leefbaar. Waarom stelde je mij die vraag eigenlijk? Je wist het antwoord. Om het mij nog harder in te wrijven? Om nog meer bevestiging te krijgen? Het was geen truc, je wil niets van me. Of wil je mij juist helpen, omdat ik in het ongeluk beter gedijd dan in het geluk? Het ongeluk is vruchtbaar, het geluk levenloos. Ik snijd virtueel, jij snijdt door.

We lopen naar boven. Ze heeft haar armen om zichzelf heengeslagen, de laatste warmte van dit jaar. Ze probeert tijd te rekken.

Naïviteit is soms vertederend, meestal dom. Vanaf het allereerste moment, vanaf de allereerste blik – zoals het moet zijn. De obsessie misplaatst.

"Ja."
En dan is er niets meer om op te wachten.

08 December 2008

Bicycle race

Y staat naast mijn bureau, haar houding vraagt aandacht. Het duurt even voordat ik haar opmerk, in opperste concentratie edit ik het interview dat ik met de nieuwe directeur heb gedaan. Ik geef graag aandacht, mits er iets tegenover staat. Vandaag staat Y er tegenover.

Het interview dat bijna een uur duurde breng ik terug naar 400 woorden. Toen ik binnenkwam in de directiekamer ging ik automatisch aan het hoofd van de 8-persoons directietafel zitten. Tijdens het interview werd mijn aandacht getrokken door een litteken op haar linkerwang. Van haar hoofd zou je gemakkelijk een mangakarikatuur kunnen maken, helaas kan ik niet goed tekenen. De directeur vertelde me over een uithaal van haar 2-jarige. Ik heb twee foto’s van haar gemaakt, twee foto’s waartussen ik niet kan kiezen. Op de eerste foto is haar luie oog te nadrukkelijk aanwezig, de tweede foto is niet scherp.

"Kijk," zegt Y.
Ze is strak in het zwart gekleed met een oranje spencertje dat haar te kleine borsten aan de wereld laat zien. Ik ben op dit moment de wereld. Ze toont me een foto van haar nieuwe fiets, haar vrije hand trekt aan het spencertje. Als timide niet had bestaan dan zou zij het hebben uitgevonden. Ik draai mijn hoofd naar de zijkant van mijn bureau en kijk rechtstreeks in haar kruis. Via het spencertje kruip ik naar boven, ik knik haar gezicht gedag en volg haar arm naar de foto. Ik kijk vluchtig naar de foto en zeg dan dat ik jaloers ben. Vorige week vertelde ze me dat ze verliefd is op een collega. Ik heb tegenwoordig steeds meer tijd nodig om de juiste woorden te vinden.

Het is even stil en Y kijkt naar het beeldscherm op mijn bureau.
"Ben je aan het schrijven?" vraagt ze.
Ik scroll door de tekst en laat haar de tweede foto zien, de foto die ik boven het artikel heb geplaatst. Nadat ze me vorige week had verteld dat ze verliefd was geworden, haalde ze een opgevouwen A-viertje uit haar broekzak tevoorschijn. Ze vouwde het A-viertje open en dwong me het te lezen. Vijf intimiderende minuten later wist ik dat ik had verloren. Ik vroeg me af, terwijl Y het A-viertje zorgvuldig opvouwde en weer opborg in haar broekzak, hoe ik ooit nog de mensen kon geloven die mij hadden verteld dat ik goed kon schrijven.
"In twintig minuten,"
had Y eraan toegevoegd.
Dat was de tijd dat het had geduurd voordat haar mail was beantwoord. Het antwoord dat ik zojuist had gelezen.
"Wat een onscherpe foto," zegt Y.

Het blijft stil en Y maakt het lunchgebaar. Om maar wat te zeggen. Tien minuten eerder had ik een concessie gedaan en ik zeg dat ik een andere afspraak heb, een afspraak waarbij ze echter gerust kan aanschuiven. Ze schudt het hoofd.
"Nee, nee, ga jij maar."
Wie zouden er nog meer weten dat ik met mijn vingers in een leidinggevende heb gezeten? Y heeft het me nooit vergeven, al heeft ze het nooit met zoveel woorden gezegd. Aan onbeduidende zaken worden de meeste woorden vuilgemaakt. In datzelfde jaar trok ik mijn handen af van Y, een jaar later meldde ze zichzelf voor de tweede ronde. Ze was instabiel, evenals mijn vermeende verliefdheid. Misschien was ik niet duidelijk genoeg geweest.

Ik ga staan en leg mijn hand op één van haar heupen.
"Kom, we gaan naar de kantine."
Onderweg vertelt ze over haar oude fiets.

06 December 2008

30 November 2008

Wishing well

You should wear it all the time. It has to become a part of you, inextricable bound with you. Then you know what it feels like. So watch your stomach, you know what happens when people quit smoking. They gain weight. Ban the need for replacements, substitutes are just cheap tricks.

Be careful, be patient, and control yourself.

Get a hold onto yourself, this is what you wanted, don’t disappoint me. Don’t hesitate and don’t crawl back. Even afterwards, when it gives you discomfort and you may feel unease. That’s the most important part, right at that moment. Then you can show what you’re made of. Even unease finally becomes ease, the unease slips away when you stop thinking about it. It’s hard to stop thinking about it when it’s with you all the time, when you feel it all the time. But wasn’t that what you’ve asked for?

People wish for things and when their wishes come true they wish they didn’t. That’s how you’re educated to be humble. Even because your humility you should be thankful because you can and are allowed to do this. Aren’t you happy now?

Touch it, feel it, live with it.

If you’re really uncomfortable or, possibly, suffering, just lie down on the couch and have a cigarette. Control your breath and then count up from one to fifty. Think a gift to reward yourself. Think of a gift connected with it. This is just the start, think of a gift to support it, to accompany it with, to make it perfect. Because that’s our goal, to make it perfect.

And when you’ve reached the point that you’ve stopped thinking, than it has become a part of you. Just as you imagined, just how you thought it would be, just what you’ve been dreaming of.

Than you can find yourself another dream. Be careful what you wish for.

26 November 2008

Niagara (15)

Evelien kwam aangelopen. Ik stond tegen een muurtje bij de ingang een sigaret te roken en dacht na over het rookverbod. Mijn werkgever heeft besloten dat de fabriek rookvrij moet worden. Ze bieden een workshop aan om je te helpen te stoppen met roken. Evelien is altijd vrolijk en ze ging nonchalant bij me tegen het muurtje hangen. De docent liep verderop interessant te doen met een mobiele telefoon. De docent is een pisnicht en ik mag hem niet. Hij mag mij ook niet. Hij is onverzorgd, doet alsof hij heel grappig is en hij ruikt uit zijn mond. Thuis gebruik ik wierook om de slaapkamerluchtjes te verdrijven. Als ik ‘s morgens vanuit de douche terugloop naar de slaapkamer schrik ik steevast van de lijkenlucht die er hangt. De groep waar we anderhalf jaar geleden deze opleiding mee zijn begonnen, is wat uit elkaar gerukt. Gelukkig is Evelien er nog. Ik vind Evelien een mooie naam. Op mijn allereerste weblog kwam ook een Evelien al kan dat een schuilnaam zijn geweest. Op het internet is niets wat het lijkt. Evelien was kleiner dan anders en ik vroeg of ze een vrije dag had genomen. Toen keek ze naar haar gympen. We praatten wat en het was gezellig zonder jou. Toen het even stil was, zei ik dat ik voor de les nog koffie wilde halen. Evelien knikte en liep voor me uit naar binnen. Bij de beheerder van de schoolkantine bestelde ze twee koffie. Ze negeerde de euro die ik aan haar wilde geven. “Nee joh!” Daarom vroeg ik verder maar niets, als een vrouw nee zegt, bedoelt ze nee. Achter ons bestelde de docent ook een koffie terwijl hij nog steeds tegen zijn mobiele telefoon stond te praten. “Proost”, zei ik tegen Evelien. “Hiehie,” zei Evelien. Tijdens de pauze werkte ik door aan de opdracht. Iedereen ging naar beneden en ik bleef alleen achter in het lokaal op de eerste verdieping. Toen snapte ik binnen vijf minuten wat ik in de anderhalf uur daarvoor maar niet wilde begrijpen. Ik maakte de opdracht af en liep toen ook naar beneden. Vorige week was ik in een gaybar. “Zo hé, wat ben jij groot”, zei een gay tegen me, “is alles bij jou zo groot?” De gay vond het zelf een heel grappige vraag. Draag ik eens een keer geen leren broek, vallen ze me nog steeds lastig. Onderweg naar de schoolkantine kwam ik de anderen tegen die op weg waren naar boven. De beheerder van de schoolkantine keek moeilijk naar zijn laptop toen ik de kantine binnenliep. Ik heb sinds kort ook een laptop waar ik moeilijk naar kijk maar dat komt door mijn jaarlijkse oogontsteking. Elk jaar in november ontsteekt mijn rechteroog, ik kan de kalender erop gelijk zetten. Evelien droeg een dun gouden ringetje die meisjes van tien jaar oud dragen. Ik heb mezelf opgegeven voor een workshop die je helpt om te stoppen met roken. De workshop was helaas al volgeboekt.

25 November 2008

Het detail

Je denkt dat het niet erger kan, dat je nu alles wel hebt gehad. Je besluit er rustig over na te denken, het te laten bezinken en het een plaats te geven. Haar een plaats te geven. Welke plaats blijft er over wanneer ze eenmaal in je testament hebben gestaan?

Niet te lang in je gedachten houden, dat veroorzaakt obsessies. Obsessies zijn leuk, ze moeten alleen niet te lang duren. Want dan word je gek. Gelukkig is er altijd iemand die je helpt, iemand die je uit je dagdromen haalt. Er is meer. Er komt nog veel meer. Om knettergek van te worden.

Het verhaal vertellen heeft geen zin. Om het verhaal te begrijpen zijn de details nodig en door de details raak je het overzicht in het verhaal kwijt. Het gaat uiteindelijk om de details. Een detail, maar toch.

23 November 2008

Samak

Been away for a while, away from the www in particular.

The cpu crashed again. Totally. Files are saved.

Yesterday I bought a notebook as if I ordered some icecream. "Hmz, let me see. I'll have that one." It's plain and basic. It has a webcam. I have never before used a webcam. It's all about basic needs.

Last night I went out for a drink. She told me she knew, all the time. She told me the truth. So much for the basic needs. Now there is nothing left to live for.

All there is left is this note, and a notebook.

05 November 2008

It's like a movie, it doesn't move me



Skipped the first exam, fucked up the second more or less.

Recieved a message, how things went. She's sweet. Told the truth though. Finally I'm realising there's no use in lying. No more.

Watched a movie on my computer and smoked to much cigarettes. Took this photograf with my mobile phone. Love the colours and the light.

Don't know what I'm doing here. Or, I DO know what I'm doing here, but I shouldn't it be doing HERE. Strange, this template doesn't take the italic characters.

04 November 2008

Heidehal

Bij de uitgang van het sportcomplex stond het Aziaatje weer. Twee dagen geleden droeg ze een lange rode wollen jas toen ze de flesjes water namens haar werkgever uitdeelde, vandaag was het een te vaak gewassen trainingsjack met capuchon op een broek van Sissy Girl. Ze bukte en pakte een flesje water. De gelukwensen van haar werkgever waren met een slinger aan het flesje bevestigd, zoals bloemisten dat doen. “Het leuke van de examens hier is dat ik jou steeds zie,” zei ik. Haar vuurrood gestifte lippen weken uiteen en ze lachte een beugeltje bloot. Haar gezicht verraadde Indisch bloed.

03 November 2008

Rising sun rock

X belde.

Ze had mijn expertise nodig. Logisch dat ze mij belt, ik ben tenslotte specialist. Het ging over video’s, het ging over muziek. Aziatische muziek om precies te zijn. Ja, daar weet ik wel iets van. “En niet alleen van die GO GO GO GO.” Nee lief, ze heten GO!GO!7188 en nee, er is veel meer dan dat.

Met Scarecrow discuzeur ik over Pukkelpop 2005. Daar weet ik niet meer zoveel van.

Ondertussen druppelde de DVD van Rising Sun Rock 2008 binnen - eerder potste ik er al een fragment van. RSR is één van de grootste zomerfestivals in Japan. Na het telefoongesprek is er eindelijk beeld én geluid, in vijf delen van 4 gigabite elk. Festivalbeelden en campingbeelden en van alle bands twee nummers.

Twee nummers van Tokyo Jihen: Killer Tune en Senko Shojo. Terwijl de band speelt, regent het op het festivalterrein.

Het was vanavond heel even zomer.

01 November 2008

Face up

Sometimes you have to take decisions.

Sometimes things don’t work out. Sometimes you have gone to far. Don’t come up with cheap apologies, don’t give me that shit. Face it.

Why do we have to live, regulated by the expectations of others? If the others are happy, you are happy. That’s what dogs are for. Lower your expectations, don’t be so hard on yourself.

Sometimes you’ve got to look in the mirror and face yourself.

What’s that face trying to tell you? Is it trying to tell you something? Probably you don’t like what you see but at least you can be proud of yourself for being decisive.

Feels good, doesn't it?

28 October 2008

Fall



Haven't been out for a month. Didn't drink for a month. Haven't seen my friends for a month. I'll only drink when I'm with friends.

I used to love it when it's raining. I don't care about clothes getting wet. It's only water. I love the smell outside when it's raining.

Didn't went out because I need to study. Didn't touch my books in a month.

I don't mind if it's raining. I don't mind sitting inside when it's raining. When the sun is shining everybody's going out and you're getting anxious going out, afraid you're missing all the fun. It's easier to study when it's raining. Finally this morning it started to rain.

Finally this morning I opened my books. Finally this morning fall has started.

24 October 2008

Checkout

Today I took the subway. Usually I take the bicycle, but it was raining and it was friday and it happened to be my last day before my two weeks off so I rewarded myself with a free ride.

I was scared stiff when the doors openend and I entered the tube. My favourite girl from the supermarket was standing there.

I’ve never seen her anywhere else than at the supermarket. Always wearing the same obliged clothes. All the employees at the supermarket wear the same clothes. At the supermarket she’s just one of the checkout girls.

She was gazing through the windowpane, listening to her ipod.

I didn’t dare to look at her, started to blush. She looked adultary and gourgeous. To me she’s my daily solar ray, even now the fall has started and the rain is pouring down.

I passed her and appropriated some space at another door. I don’t like to sit down, I prefer to stand on my own feet. I took my discman out of my pocket, put in my earplugs and pressed play. I turned my head once for a final look.

Her outfit told me she wasn't gonna be a checkout girl today.

22 October 2008

Wet

14 October 2008

Het laatste avondmaal

Ik was kroongetuige van een paniekaanval. Het blijft een onbekende keuken, hoewel ik ze zelf heb uitgezocht. Ze spreken redelijk goed Engels maar taalgebruik is geen garantie voor wat je op je bord te zien krijgt. Yuk Hoe is een Koreaans gerecht van rauw vlees. Het gerecht wordt geserveerd met een rauw ei. Ze geven niet de garantie dat je er ziek van wordt. In Amsterdam zitten vijf Koreaanse restaurants, er zit er eentje in Amstelveen. In Amstelveen zit ook een Japans eetcafé, de eigenaar ervan is een Chinees.

Vitamine D krijg je van de zon. Vitamine D zit ook in vis, in paling het meest. Nierstenen ontstaan door een gebrek aan vitamine D. Nadat ik mezelf drie keer had omgekleed ging ik aan tafel. Plaatjes in een kookboek geven een vertekend beeld. In het boek stond geen Koreaans woord voor paling. In het buitenland probeer je contact te maken, als je thuis bent probeer je contacten te mijden.

Alles Is Liefde is een populaire Nederlandse film. Ik heb de film niet gezien, ik kijk plaatjes op het internet. Plaatjes op internet geven een vertekend beeld. Het titelnummer van Alles Is Liefde wordt gespeeld door de legendarische Nederlandse rockband Blof. Op het laatste bedrijfsfeest trad dit bandje op. De setlist eindigde met het nummer Alles Is Liefde. Iedereen zong mee en iedereen danste. Ik kende de tekst niet en danste van biertap naar biertap. Als je veel drinkt dan worden de nieren goed gespoeld.

Toen ik mezelf urinerend terugvond achter een gordijn, was het genoeg geweest. Een meisje in uniform sprak me aan. Op haar linkerborst, voor de kijker rechts, stond beveiliging. Niet schrikken, rustig blijven. Eerst terugstoppen, daarna pas je gulp dichtdoen. Ze was niet boos, ze was het zonnetje in mijn huis. Ik verstond niet wat ze zei, er stond een band te spelen. Ik vroeg of ze geen handboeien had. Nee, die had ze niet. Toen vroeg ik of ze haar nieren wel genoeg spoelde. Je kunt zeggen: ik houd van de zon. Dat betekent niet dat de zon ook van jou houdt. De zon is een slet, de zon schijnt op iedereen. Carice van Houten heeft een veertien jaar oudere vriend en daar hoor je niemand over.

Het uniform bracht me terug naar de zaal. We aten samen een toastje met paling en liepen gearmd naar buiten. Ze had weinig vlees op haar botten. Vogels hebben ook weinig vlees op hun botten. Buiten stond iemand tegen een muur over te geven. Plaatjes tegen een muur geven een vertekend beeld. Mensen die binnen zitten kijken graag naar buiten, mensen die buiten staan kijken graag bij je naar binnen. Je boeit mensen om te voorkomen dat ze wegvliegen.

Op de snelweg stond een reiger. Waarom gaat een reiger op de snelweg staan? De reiger vloog niet weg, misschien had hij rauwe paling gegeten en stond hij uit te buiken. Met het linkervoorwiel lieten we het beest het asfalt te likken. Soms hebben mensen een zetje in de rug nodig. Als je kan vliegen, ga dan ook vliegen. Eerst was er een knal, meteen daarna volgde een gil. Het klonk als een klapband, waarschijnlijk waren het zijn nierstenen. Niet in paniek raken, rustig blijven. Met paniek los je niets op. Ik pakte een sigaret. Waar is mijn aansteker? Waar is mijn aansteker gebleven? Met mijn hand graaide ik in het rond. De reiger is familie van de ooievaar. De ooievaar brengt baby’s. Zo reden we onze eigen ooievaar dood.

Mensen moet nederigheid worden bijgebracht. Nederigheid is overgave. Zonder overgave geen liefde. Er zijn geen garanties, er zijn alleen illusies. Een nachtmerrie valt rauw op je dak maar is eigenlijk gewoon een droom. Niet gaan dromen, rustig blijven. Neem een slokje water en draai je kussen om, dan slaap je zo weer verder.

01 October 2008

Is that your mobile phone or are you just happy to see me?

Tijdens het tweede lesuur, vanavond, ging mijn mobiel af. Het geluid stond uit, het apparaat had ik in trilstand gezet. Op het werk, in de kroeg, in gezelschap en in de klas zet je het geluid van je mobiel uit. Dan zet je hem in trilstand, dat heet fatsoen. Of je zet het apparaat helemaal uit. Dat heet grondig.

Tijdens het tweede lesuur, vanavond, trilde mijn mobiel. Het apparaat is net nieuw, ik weet niet hoe ik het moet uitzetten. Het apparaat trilde en trilde en bleef trillen. Nooit geweten dat trillen zo’n geluid kan maken. De docent keek.We zaten met drie man, drie vrouw en twee Chinees op een rij. Mijn mobiel trilde en iedereen keek.

De mensen aan de overkant keken naar onze rij. De mensen links van me keken naar rechts, de mensen rechts van me keken naar links. Het meisje met de motorlaarzen recht tegenover me keek naar mij. Mijn mobiel trilde in de binnenzak van mijn spijkerjack en iedereen keek. Het voelde als een erectie in een verkeerde broek op een verkeerd moment.

"Sorry, het is net nieuw en ik weet niet hoe ik het moet uitzetten," zei ik. Twee Chinees lachten zachtjes, het meisje met de motorlaarzen tegenover me schonk me haar meest afkeurende blik. Vorige week droeg ze een rokje. Ik volgde haar maillot tot het zwart werd voor mijn ogen. Fatsoen lijk. In de pauze haalde ik de batterij eruit. Tijdens het tweede lesuur, vanavond, ging ik ongegrond af.

25 September 2008

Don't hide it, provide it

Martin Parr is fotograaf en bekend van zichzelf en iets meer van zijn werk voor Magnum. Magnum is een fotografencollectief dat zich voornamelijk richt op de minderbedeelden van de aardkloot. Martin Parr was in Amsterdam en gaf een lezing op de Fotoacademie. Ik was er niet bij, ik las het in de krant.

Parr zei onder meer dat de Nederlandse fotografie een goede naam heeft. Ik zou het niet weten, ik ben nooit voorgesteld.

Hij gaf een paar tips aan de toehorende studenten.

1. Wees obsessief, anders wordt het niets
2. Koester je vooroordelen en gebruik ze als beginpunt

Dat zijn goede tips van Meneer Parr. Alleen gelden ze niet slechts voor de fotografie maar zijn ze van toepassing op alle uitingsvormen van beeld, woord en geluid.

Eigenlijk zegt hij dat je van jezelf moet uit gaan en niet vanuit het publiek moet werken. Als de subculturele wereld van loggers zich dit nu eens ter harte neemt, dan wordt het misschien weer wat.

Begin maar aan je autobiografie en vergeet de mooischrijverij. De mindere beelden komen vanzelf, je bent het meest bekend met jezelf. Of had je jezelf anders voorgesteld?

24 September 2008

Instortingsgevaar



Ruim een jaar geleden begon de renovatie en we renoveren nog steeds. Als ze in dit tempo doorgaan dan kunnen ze, als ze klaar zijn, weer beginnen met waar ze zijn begonnen. Waarmee ze zijn begonnen is tegen die tijd wel weer aan vernieuwing toe.

De vernieuwing van het interieur is geëindigd. Niet dat het klaar is, ik ben ermee gestopt. In de hal en keuken wacht de stoere betonvloer nog steeds op een deken en ook de ramen zijn al een jaar jasloos. In de woonkamer staat nog steeds mijn halve slaapkamer. Misschien moet ik de muur tussen de slaapkamer en de woonkamer ook wegbreken, dan is het gewoon één efficiënt ingericht geheel. Eén grote ruimte, zoals je wel in Amerikaanse films uit de jaren zeventig ziet. Nuances breng je aan door kleur en verlichting, verlichting door ruimte en overzicht.

Toen we naar Groningen gingen, kwam ze me ophalen. Ooit was het mijn grootste verlangen. Ik liet haar naar boven komen. Je kunt maar één keer een slechte eerste indruk maken. Is de staat van een woning synoniem voor haar bewoner? De tafel die als bureau dienst doet, trok haar aandacht. "Hier gebeurt het dus," zei ze. "Hier is het gebeurd," verbeterde ik haar in gedachten.

Het balkon is wel weer schoon. Na het zandstralen hebben ze de brandweerspuit erop gezet. De vloer is mooi grijs, alle aangekoekte mos is verdwenen, de regenpijp en of het afvoerputje laten weer water door en door het balkonraam kun je naar buiten kijken. In het prachtig nazomerweer heb ik er zelfs gezeten, ontspannen in het avondzonnetje. De krant lezen en een muziekje vanuit de computer, de asbak binnen handbereik. Je went eraan buiten te roken.

Vorig jaar heb ik een woning op de Haarlemmer Houttuinen laten lopen, een studio voor minder dan anderhalve ton. Ik kon mijn spullen er niet in kwijt. Ik heb er spijt van - nu ik weet wat ik niet nodig heb.

Alles went. Behalve het verlangen. Het leven is een eeuwig durende renovatie van zoeken. Tegen de tijd dat je hebt gevonden wat je zocht is het verlangen weer aan vernieuwing toe en kun je opnieuw beginnen met waar je bent begonnen.

15 September 2008

Morning after pil

Dit soort dagen smaakt naar meer – waardoor het leven minder smaakt.

14 September 2008

13 September 2008

Met name (2)



Het boek van Ana is uit. Het werd vandaag per post geleverd. Morgen is de boekpresentatie - in besloten kring. Ik behoor tot de besloten kring. Het is fijn om ergens bij te horen.

"Je staat er ook in," zei Ana tegen me. Alleen dan niet bij naam genoemd. Zoals je ook in logs nooit namen moet noemen. Andere dierbaren hebben gewijzigde namen gekregen, bang als ze waren voor herkenning.

Ik las het boek vanavond in één keer uit. Ik kende het einde. Vorige week zaten we in een Japans eetcafé. Ze heeft me met stokjes leren eten.

11 September 2008

Belly

Ik maak me zorgen over mijn buik, hij blijft maar groeien. Ik trek mijn shirt strak en laat haar de kogel zien. Ze legt haar handen erop.
"Misschien komt het van de drank," zegt ze.
Haar handen bewegen in cirkels over mijn buik.
"Hebbes."

Ze stopt een vinger in mijn navel.
"Gebrek aan drank dan, ik drink nog geen kwart van wat ik vroeger dronk," zeg ik terug.
"Je beweegt ook minder dan een kwart van vroeger. Toen je meer dronk deed je ook meer."
Oorzaak en gevolg.

Haar handen hebben mijn buik verwisseld voor die van haarzelf. Ze zet haar handen in haar zij, laat ze over haar maag naar het midden kruipen, dan dalen ze recht naar beneden en gaan terug naar de zijkant om net boven haar benen tot rust te komen. Ik steek een sigaret aan en leg de aansteker op tafel wanneer ik de rook uitblaas. Ze heeft me nooit verteld wat haar man doet. Ik confronteer haar ermee.

Ze pakt de aansteker op.
"Hij doet niets."
Er verschijnt een vlam. Ze draait aan het wieltje van de aansteker om de vlam groter te maken.
"Hij is de hele dag thuis."
Terwijl ze praat, kijkt ze naar de vlam.

Met vriendinnetjes speelde ik het spelletje met de lucifers. Je steekt in één beweging twee lucifers aan, je geeft er eentje weg en je houd er zelf eentje vast. De winnaar is degene die het laatst de lucifer loslaat.

"Ik werk en hij zit de hele dag thuis," zegt ze tegen de vlam.
"Rookt hij nog?" vraag ik.
Ze blaast de vlam uit.

04 September 2008

26 August 2008

Issues

Omdat er vandaag nog niemand naar me had gelachen, fietste ik na het werk naar de Chinees. De Chinese lacht altijd naar me. Ook vraagt ze of alles goed is of hoe gaat het. Meestal zeg ik dat het lekker weer is of dat ze weer lekker is.

Soms zeg ik dat het niet zulk lekker weer is. Dat is wanneer ik drijfnat van de regen naar binnen loop. Dan geeft ze me de doos tissues die achter de kassa staat en zegt ze: "Veel regen." Met de tissues droog ik mijn gezicht en snuit ik mijn neus. Vervolgens weet ik met het afval geen raad omdat ik nergens een prullenbak zie staan. Zonder blikken of blozen steekt ze dan haar hand uit om de natte handel in ontvangst te nemen, ondertussen de doos tissues verder onder mijn neus duwend. "Neem maar meer." Bij de Chinees krijgt een doos tissues dezelfde behandeling als het eten.

Soms geef ik antwoord op de vraag of hoe gaat het.

Ik heb gisteren weer een deel van de huisraad weggegooid. In de keuken betrof dat voornamelijk overjarige wijn en andere incourante levensmiddelen. Ik vond een klein flesje rode wijn, het formaat dat je in vliegtuigen krijgt. Ik kreeg het ooit van een toeristenmeisje, op een dooie zaterdagavond toen ik nog in de kroeg werkte. Ze was de enige klant en ze praatte honderduit. Ze droeg teenslippers en ik zag voeten die wekenlang niet waren gewassen. Ze zei dat ze stewardess was en dat ze een paar dagen in Amsterdam bleef. Alles vond ze great en Amsterdam was great en het café was great en ik was ook great. Ik zei dat alle Nederlanders groot waren. De Chinese knikt. "Groot," zegt ze. Ze was Spaanse maar sprak, volgens eigen zeggen, goed Engels. Het was een Engels dialect dat ik dan nooit eerder had gehoord, het leek met het soort Engels dat ze in Oslo of in Tbilisi spreken. Ze bleef zitten en praten totdat er andere klanten kwamen, dat was zes biertjes later. Gedurende die tijd rookten we samen haar sigaretten op. Soms schreef ze iets op in het notitieboekje dat ze op de bar had gelegd. Toen ze wegging gaf ze het flesje rode wijn dat je gewoonlijk in vliegtuigen krijgt. Ze ging staan om afscheid te nemen en te zoenen. Ik tilde haar op, Spaanse stewardessen zijn niet zo groot. Vieze voeten zijn geen reden om niet te zoenen. De Chinese knikt weer.

Vrijdag ging ik naar een biercafé in het centrum, het stamcafé liet ik links van de fabriek liggen. Het is de hangplek van een groep aangetrouwden, ze draaien er reggae. Het is een klein café, daarom mag je met je glas ook buiten staan. Dat biedt het voordeel dat je bij je biertje gewoon kan blijven roken. De bar heeft vier tappunten met in totaal acht tapkoppen. Achter de bar stond een meisje met blank rastahaar. Ik moest me even oriënteren en bekeek alle flesjes bier die boven de bar stonden. Aan het rastameisje vroeg ik of ze misschien ook gewoon bier hadden. Ja, dat had ze. Toen vroeg ik of ze jägermeister hadden. Ja, dat had ze ook. Toen vroeg ik of ze een vriend had. Nee, die had ze niet. Daarom bestelde ik dus maar een biertje en een jägermeister. Daarnaast houd ik niet van reggae. Later op de avond ging er een zwart leren jack aan de bar zitten. Onder het jack droeg ze een I love Amsterdam shirt op een magere spijkerbroek. Ze had grote, licht bollende ogen en een bos natuurlijke krullen. "Pools hoertje," zei ik tegen niemand in het bijzonder. Ze bleek de vrouw van de glazenophaler. In de Soos was ik ook een tijdje glazenophaler. Toen leerde ik Marlies kennen. Ik vroeg die avond of ik eerder mocht stoppen. "Wie?" was de wedervraag. Ik wees Marlies aan. Ze was tien minuten in het toilet gebleven en kwam terug zonder bril. "Ga maar," was het antwoord. "Als je morgen dan wel de achterkant van de bar schoonmaakt." Zondag gooide ik Marlies door de zoekmachines. "Schoonmaken," zegt de Chinese.

Tom droeg in Paradiso een mooi colbert. Ik voelde aan de stof van het colbert en zei dat het een mooi colbert was. Tom keek in de zaal en zei: "Hoop lekkere meiden." Tom heeft homo maar dat weet hij zelf nog niet, hij is nog niet goed genoeg onderzocht. Ik zag twee zwarte jurkjes op pumps die hand in hand door de zaal paradeerden. Waar zouden ze hun mobiele telefoons hebben gelaten? Ik stond nog steeds aan de stof van het colbert van Tom te voelen en zei dat het een mooi colbert was. "Mooi colbert," zegt de Chinese. Later kwamen er allemaal mensen bij staan die ik een hand moest geven. Eén van de mensen, een meisje met dun haar, kwam met een hand vol met geld naar me toe. "Pot," verstond ik. "Hetero Aziatische fetisj," zei ik terug. En daar achteraan: "Wat vind jij van het colbert dat Tom draagt?" Toen liep ik naar de bar en bestelde ik voor mezelf een cola, in de hoop enigszins te ontnuchteren. Toen ik weer terug bij de groep was, merkte ik dat ik twee bier in mijn handen had. In Paradiso bestel ik altijd twee bier. "Bier," zegt de Chinese.

Vorige week vroeg Ana hoe het met Angela was. Ik vertelde het mij laatst bekende verhaal over Angela. Nadat ik het verhaal had afgerond zag ik aan het gezicht van Ana dat we over verschillende Angela’s spraken. Ik ken zeven Angela’s. "Dat geeft niet," besliste Ana, "het was een mooi verhaal." En zo is dat. "Mooi," zegt de Chinese. De laatste keer dat ik in het huis van Louise zat en op de katten paste omdat ze op vakantie was, was het eerste dat ik deed de dichtstbijzijnde Chinees bezoeken. Het was een echte familie Chinees. Pa stond in de keuken, ma stond achter de toonbank en het dochtertje deed de bediening. Het dochtertje droeg een oversized wit overhemd, een zwart rokje tot op haar knieën, een zwart gilletje en platte zwarte schoenen. Ik had geen idee hoe oud ze was. Ze sprak vloeiend Nederlands, haar moeder geen woord, even sprakeloos als smakeloos. De Chinese knikt weer.

Om te voorkomen dat ik straks in een leeg huis zit, ben ik, als surrogaat, de harde schijf van mijn computer gaan opschonen. Het plan was om een externe harde schijf te koppelen en alle bestanden over te zetten. Ik kwam terug van dat plan toen ik uitrekende hoeveel dagen muziek een volle externe schijf zou zijn. Hoeveel muziek kun je nog horen? Hoeveel verhalen kun je nog aanhoren? Je kunt ook uitrekenen hoeveel liter urine de rest van je leven nog door je pisbuis wordt heen gejaagd of hoeveel kilo ontlasting je tot aan je dood nog uit je darmen perst. Je kunt alles uitrekenen. Ik heb meer plannen maar ik zie door de bomen het bos niet meer en door de foto’s de vrouwen niet meer. Ik zie door de verhalen de waarheid niet meer. De Chinese knikt opnieuw. Duidelijkheid en overzicht begint bij opruimen. Ik selecteerde het halve vermogen van de harde schijf en koos voor de optie delete. Toen zei de computer dat de prullenbak te klein was. "Geen prullenbak, geef maar," zegt de Chinese en ik geef haar de tissues.

22 August 2008

Parelduiken

In de Club hangen vijf schermen. Boven het podium, in het midden, hangt de grootste. Aan beide balkons, aan weerszijden van het podium, hangen twee kleinere. Je ziet er de videoclips van de nummers die worden gedraaid. Of je ziet een videoanimatie. Of je ziet niets, omdat je ergens anders bent met je gedachten.

Boven, op het balkon op de eerste verdieping, danst een meisje. Ze is alleen en heeft haar ogen dicht. Ze draagt een wit bloesje. Als je niets wil zien hoef je ook niet te kijken. Ik vind dat ze het bovenste knoopje van haar blouse los moet doen. Ik loop naar boven, naar het balkon op de eerste verdieping. Dan is het zicht beter. In de club hangen mensen. Waar eindigt de dag en waar begint de nacht? In de Club val je niet op.

Op het balkon op de eerste verdieping is bijna niemand. In het midden staat een kleine bar, er staan twee mensen voor. Rechts op het balkon staat een meisje te dansen. Ze draagt een wit bloesje. Ze zou eigenlijk het bovenste knoopje los moeten doen. Ik loop naar het meisje toe en ga naast haar staan. Ik vind dat het bovenste knoopje los moet en steek mijn handen uit. Ze duwt mijn handen weg. Ik ga naast het dansend meisje met de witte blouse zitten en kijk naar beneden, naar de dansende mensen in de zaal. In de Club hangt de geur van zweet. Misschien valt het grote scherm naar beneden.

Ik kijk opzij en ik zie een meisje dansen. Ik zit naast een meisje met een wit bloesje dat danst. Ze zou alleen het bovenste knoopje van haar blouse los moeten doen. Ik ga staan en steek mijn handen uit om het bovenste knoopje los te maken. Het meisje in het witte bloesje duwt mijn handen weg. Ik zeg iets tegen haar oor, ze haalt haar schouders op. Misschien valt het leven wel mee. Misschien val ik van het balkon.

Ik ga weer zitten naast het meisje met het witte bloesje dat danst. Meteen sta ik op, vraag wat ze wil drinken en loop naar de kleine bar. De twee mensen die bij de bar stonden zijn weg. Een zwarte polo met ongewassen haar schenkt mijn bestelling in. Als ik terug loop zie ik een meisje in een wit bloesje dansen, ze zou alleen het bovenste knoopje los moeten doen. "Hier, houd eens vast," zeg ik, terwijl ik haar twee glazen aanreik. Automatisch steekt ze beide handen uit en pakt de glazen. Zo, probeer nu maar eens mijn handen weg te duwen.

In de Club hangen je borsten. In de Club val ik door de mand.

Even later loop ik naar de toiletten om mijn gezicht af te drogen. Waar dagdromerij ophoudt, begint de illusie. Als ik terug kom ga ik aan de andere kant op het balkon op de eerste verdieping staan. Op vrijdagnacht zijn er mensen die kijken en zijn er mensen die bekeken willen worden. Ik kijk hoe het meisje in het witte bloesje danst. Ze heeft haar ogen gesloten, in het donker valt niets te zien. Opeens houdt ze op met dansen. Ze kijkt om zich heen alsof ze iets zoekt, dan loopt ze mij in het donker voorbij, op weg naar de trap. Bovenaan de trap, voordat ze naar beneden loopt, maakt ze de knoopjes van haar blouse weer vast.

20 August 2008

Oud geld

Het restaurant is in twee delen gesplitst, de bar staat er als almachtige tussenin. De bar was gedurende lange tijd het centrum van mijn wereld. Nu ben ik zelf het centrum van de wereld, de toeschouwer tegenover me is decentraal. De jongen die de kaarten aanreikt, ruikt naar zweet. Er is sportzweet, sekszweet en oud zweet. De jongen stinkt, derde categorie. Onder tafel staat een paar sportschoenen, haar laarzen zijn in de auto blijven liggen. Ik speel met vijf paar tenen en bestel biefstuk. Rare.

Het voormalig hoofdkantoor van Shell heet nu Toren Overhoeks, in de wijk in aanbouw komen appartementen waarvan een modaal maandsalaris onder de huurprijs ligt. De buurt profiteert mee: de rijken komen eraan. Het water stroomt sneller, het afval gaat ondergronds. Ik overweeg om in Noord te gaan wonen, het is het enige stadsdeel zonder belastende herinneringen. Ik vind het pontje leuk, alleen de deurmat met welkom erop ontbreekt.

Terwijl we wachten op de wijn belt haar moeder. De spreektaal wijzigt in iets Zuid-Europees. Een andere jongen zet vier glazen neer. Een Merlot, ik keur hem goed. Het schenktuitje van de karaf druppelt na.

Om acht uur ’s morgens lopen er bouwvakkers langs het raam in de woonkamer. Steigers hebben het wooncomplex verandert in een ijzeren geraamte, het wonen teruggebracht tot haar essentie van een verzameling levenloze pijpen en planken, afgedekt met een netwerk van reclame. Ramen en deuren moeten gesloten blijven, toch kruipt het steengruis overal doorheen. "Soms denk ik dat je dood bent." Misschien is isolement hetzelfde als dood. De essentiële sporen zijn niet zichtbaar.

Spanje rijdt je in een etmaal, Groningen in twee uur en Rotterdam in drie kwartier. Afstand is relatief. Ik heb een hekel aan telefoongesprekken, je bent te ver weg. Haar genezing is mijn dood. Ik ben daarna met niemand meer naar bed geweest. Niet de eerste keer is belangrijk. Teleurstelling, het gevolg van de onvermijdelijke verwachting, wordt geprojecteerd op tekortkomingen van de ander. Het pontje duurt minder dan een sigaret. De laatste keer is het belangrijkst.

Met mijn vingers trek ik strepen op de vensterbank. Isolement leidt tot obsessie. We passeren de auto. "Het is zo’n mooie avond, laten we nog even wandelen." De angst voor veroordeling bepaalt het belang van de spreker. Ik ruik sekszweet. Ja, het is een mooie avond.

30 July 2008

Jacqueline lacht

Overal wordt gepraat. Heb je een leuke vakantie gehad of ga je nog op vakantie?

De collega’s van Bernadette zijn vroeg vandaag, Bernadette is er zelf niet bij. Ze zitten aan het begin van de zaal, niet in het gebruikelijke derde kwartier. Gisteren droeg ze een fleurige, overwegend rode jurk. Toen begreep ik waarom ik altijd heb gedacht dat ze Japans was. Het is niet haar huidskleur of stijl gitzwarte haar, het is haar houding. Statig, met een kaarsrechte rug, het uitdrukkingsloze gelaat erboven, niet overdreven netjes of overdressed, wel tot in de puntjes verzorgd. Als haar gezicht draait naar een gesprekspartner dan draait haar lichaam mee. Ik moet aan Julie denken, zij heeft ook een geforceerd rechte rug - al denk ik niet dat Bernadette kalfslederen korsetten draagt.

Overal wordt geklaagd. Het was slecht weer of het wordt slecht weer.

Ik schuif aan bij een stel dat is uitgegeten, in zoverre, de borden zijn leeg, wat de verwachting wekt dat ze snel zullen vertrekken. Verwachtingspatronen, altijd lastig. Echtscheidingsproblematiek dwarrelt mijn kant op. Wat ooit een man was vertelt hoe kapot hij is als hij de kinderen weer heeft afgezet bij zijn ex. Hij kan daarna niets anders doen dan op de bank liggen en huilen. Hij heeft een levensgrote foto van zijn kinderen ingelijst en tegen de muur gezet, midden in de woonkamer. Hij laat de foto gelukkig niet zien. Als mensen over foto’s beginnen dan is het de bedoeling dat je kijkt en luistert. Dit zijn levens waarnaar ik niet wil kijken, dit zijn levens die ik wil vertrappen. Zelfbeklag gepersonifieerd in een vale polo en een gekreukte zomerbroek. Je bent niets dus je gaat trouwen. Je bent nog steeds niets dus je neemt een kind. Je bent nog steeds niets dus je neemt nog een kind. Je bent nog steeds niets dus je vrouw wil scheiden. Je bent niets dus je stemt toe. Conclusie: Je was niets en je bent niets geworden. Wat is het verschil? Je hebt niets verloren. Bekijk het van de positieve kant: kinderen moeten geen loser als voorbeeld. De zelfbewuste moeder zet ze sterker in de maatschappij dan jij met je milieuvervuilende verzameling drukinkt aan de muur. Misschien is dat de oplossing voor jou: tegen de muur zetten. De collega waartegen hij denkt te praten blijkt ook een ex te hebben. Ze waren gelukkig nog niet aan kinderen begonnen. Ze waren gelukkig getrouwd.

Overal gaat het over geld. Het was te duur of ze zijn goed belazerd.

Jacqueline zit buiten op één van de houten banken. Ze rookt een sigaret. Het huwelijk heeft haar goed gedaan, ze is weer gaan roken. Zuivere wiskunde: stoppen met roken + trouwen = kinderen krijgen. Logica, altijd lastig. Ik zit aan de andere kant van het pad en word omringd door medecursisten. Ik heb alle lessen gevolgd en ken iedereen, Jacqueline hield het na drie lessen voor gezien. Een juist besluit, voor de eerste module haalde ze een tien. Bij de eerste module zat ik één keer achterin de zaal. Na de les kon ik geen sheet reproduceren, wel wist ik precies te vertellen wat iedereen voor kleding aanhad en hoe vaak de meisjes het scherm van hun mobiele telefoon hadden bekeken. Jacqueline droeg lichtbruine laarzen van Sacha, grof en stoer, de carrièrekut droeg zwarte laarzen met een platte hak, het meisje met de kuiltjes in haar wang droeg zware motorlaarzen die waren vastgezet met riempjes, het meisje naast haar was de enige die een rok droeg, van onder opgevuld door roodbruine kniehoge laarzen met een ronde neus. Het was een goede laarzenwinter, helaas werk ik daarvoor bij het verkeerde bedrijf. Jacqueline stopt het loshangend haar achter haar oor, haar gezicht wordt zichtbaar en ze schenkt me een stralende lach. Ze integreert niet bij de groep. Voordat ze naar binnen loopt komt ze bij me staan. Ik pak haar hand en draai de trouwring rond tussen mijn vingers. "Dat jij zulke dingen onthoudt." Je onthoudt niet wat belangrijk is, wat je onthoudt is belangrijk.

Overal liggen mobiele telefoons. Sommige gaan af, sommige niet. Het maakt geen verschil.

Het graatje van vijfentwintig dat naast me zit is al anderhalve week ziek. Twee weken Italië en geen seks gehad. Er wordt voor minder zelfmoord gepleegd. Het is mijn openingsvraag aan de bruin verbranden, de rest van de verhalen blijft dan meestal wel achterwege. Als bonus verstuur ik een dag voordat ze terugkomen een aantal grote bestanden. Wie op verhalen trakteert verdient ook zelf een cadeautje. Het gevolg is een onbereikbare mailbox, dan zijn ze meteen een tijdje zoet. Ik help haar met haar houding. We hebben pumps gekocht waar ze thuis op oefent en als ik haar tegenkom in de gang dan trek ik haar schouders naar achter. Vervelend hoor, ziek zijn met dit weer. Ik belde haar vanochtend op, ik kreeg haar voicemail. Waarschijnlijk oefent ze in het wilde weg.

Nergens wordt geleefd. Het is te heet of ze zijn niet heet genoeg.

De zon schijnt en we gaan elkaar bekijken. Ik heb het zelfs op de fiets, gezichten die meedraaien, het testen van de rekkracht van de nek. Mijn fiets loopt nu weer geluidloos en geolied, toen alles rammelde was het nog erger. Als je herrie maakt kijken mensen naar je. Dan ben je al op de helft, nu alleen nog een gesprek beginnen en afmaken. Dan kun je bijvoorbeeld zeggen: "Wat een mooie hond, wat voor ras is het?" Mensen die hun hond uitlaten maken gemakkelijk een praatje. De opening is niet al te ingewikkeld want ze hebben iets gemeenschappelijk. "Het is mijn man," krijg je dan te horen. "Een man houdt vreemden buiten de deur." Vrouwen, altijd lastig. Ik ben op zoek naar een levensgrote poster van Ringo, niet voor aan de muur maar voor op de deur - de deurknop ter hoogte van haar middel bij de uiteinden van de veters van haar korset.

Mij hoor je niet klagen, ik eet het liefst alleen. In verre oorden is alles mogelijk. Vakantie is afleiding van de gedachte waar het werkelijk om gaat.

29 July 2008

22:56 (3) - Folkert

Folkert heeft een gele auto. Het is een mini bestelauto met oranje zwaailichten op het dak. De auto is van binnen gevuld met allerhande soorten gereedschap: een gevarendriehoek, een jerrycan, sleutels in alle soorten en maten en allerlei soorten kabels, stukken rubber en lampen. Ik ga voorin naast Folkert zitten. Hij steekt zijn hand uit. Achterin kun je niet eens zitten of je moet graag een sleutel in je been willen terwijl je kloten proberen de contactpunten van de stroomkabels te ontwijken. Op het dashboard staat een klein computerscherm. In het midden van het scherm staat de melding, daaronder mijn naam, adres en telefoonnummer. Ik beantwoord zijn hand. "Erwin." Folkert start zijn kanariegele auto en ik verlaat het tankstation. De regen klettert onophoudelijk. Folkert vraagt of we nog ver moeten. Ik wijs naar het adres. "Amsterdam." Folkert vertelt dat het in dit gebied de hele dag al noodweer is geweest. We hebben er niets van gemerkt, Nederland is klimatologisch gek. Volgens Folkert hebben we het meeste water nu wel gehad en wordt het vannacht beter. Ja, Folkert, vannacht wordt alles beter. Boven de melding op het schermpje staat het tijdstip ervan: 22:56. Het is intussen twaalf uur geweest. Kleine meisjes moeten al lang naar bed.

28 July 2008

22:56 (2) - Killing time

Lichtelijk doorweekt tot op het bot en redelijk buiten adembereik bereikten we het tankstation. In mijn linkerhand had ik een plastic tas waarin ik twee droge shirts, mijn telefoon en mijn sigaretten had gedaan. Ik stak een sigaret op en kreeg weer lucht. Op deze momenten ben ik blij dat ik rook. Geen panisch en of paniekerig gedoe maar rustig een sigaretje roken. Of twee. Toen liepen we naar binnen en we kochten water en paracetamol. We stonden te trillen, de jongen achter de kassa bood ons koffie aan. Ana had hoofdpijn gekregen en belde haar zus, ik berekende de 3R-kosten van het tankstation. We trokken allebei een droog shirt aan en gingen naar buiten om op te warmen. Het was koud binnen, de halve winkel bestond uit koelapparatuur. Buiten stonden genoeg zakken briketten en flessen spiritus om de provincie die we zojuist hadden verlaten te kunnen barbecueën. We gingen op de grond zitten, tussen de bloemen en de brandblussers in. Ik had zin om te vrijen en voelde de lunch tegen mijn sluitspier kloppen. Je moet toch wat om de tijd te doden. Ana pakte haar mobiele telefoon en we luisterden naar een mp3-tje van Hans Teeuwen. Tijdens haar therapie had ze het nummer ook gebruikt. "Hier word ik blij van," zei ze. Niet veel later kwam de politie.

27 July 2008

22:56

Er brandde een rood lampje. Daar schrok ze van. Ik niet, rode lampjes branden vaak zonder reden. De dashboardverlichting was wat zwak. Daar schrok ze van. Ik niet, als je de hele dag de zon hebt gezien is elk beeld schemerig. Toen lieten de wolken al hun water vallen en de ruitenwissers moesten aan. De ruitenwissers gingen niet zo snel. Daar schrok ze van. In stand één en stand twee deden ze helemaal niets, in de derde stand waren ze nog wel bereid om over de voorruit heen te kruipen. Dat was niet handig want nu konden we de weg niet goed zien. Wanneer je auto rijdt is het belangrijk dat je de weg waarop je rijdt kunt zien. Anders zou je de weg kunnen kwijtraken. Raak is in dat geval mis. We volgden de witte strepen aan de linkerkant van de auto. De witte strepen werden steeds slechter zichtbaar en verdwenen langzaam in het donker. We concludeerden dat de verlichting het had begeven. Toen stopten de ruitenwissers er voorgoed mee en ook de dashboardverlichting had er geen zin meer in. De auto rolde nog een stukje door en toen stonden we stil. Midden op de snelweg, in het pikkedonker, in de middle of nowhere, terwijl de regen met bakken tegelijk naar beneden kwam. Het was een kwestie van seconden voordat de eerstvolgende weggebruiker bovenop ons zou knallen, een enkele reis naar de hemel als bonus bij de blikschade achterlatend. Samen naar de hemel, ten minste één droom zou zijn uitgekomen.

22 July 2008

Leverworst

Dude vindt Bernadette een geile naam, ik vind Bernadette geen mooie naam. Bernadette draagt vandaag een zwart jasje, een grijze rok, een zwarte maillot en haar zwarte puntlaarzen. Ik sta achter haar in de rij bij de borden en het bestek, het beginpunt van de kantoorgerechtelijke massaconsumptie. Ze ruikt lekker. Ik vind Bernadette mooi.

Niet eerder stond ik zo dichtbij, één keer bijna toen ik met Dude in het stamcafé van het bedrijf stond en ze met vier mannelijke collega’s naast ons kwam staan. Ik herkende haar niet, ik vertelde een verhaal terwijl ik staarde naar de achterkant van een goedgeklede gelaarsde zwartharige en me irriteerde aan de vier pakken erom heen. We kennen de meeste klanten in het stamcafé, maar dit exemplaar had ik er niet eerder gezien. Toen ik haar gezicht zag, stokte het verhaal dat ik Dude vertelde. Het was het verhaal over mijn nieuwste aanwinst in lunchobsessies.

Het heeft maanden geduurd voordat ik haar naam had achterhaald.
"Dat vind ik nou een geile naam," zei Dude toen.

De mannen praatten, Bernadette bestelde vier bier en een rode wijn. Het meisje achter de bar droeg een zwarte polo, de knoopjes uiteraard los. Ze rekende de bestelling af en ze reikte de glazen aan. De mannen praatten verder, Bernadette nam een slokje van haar wijn en ze opende haar tas. Dat doen meisjes wel vaker als de mannen staan te praten, hun tas open doen. Gewoonlijk komt er dan een mobieltje tevoorschijn dat tevergeefs wordt gecontroleerd. Bernadette pakte niet haar mobiele telefoon, uit haar tas kwam een pakje Marlboro light.

Die handeling maakte haar nog mooier, ze leek me niet het type dat rookte. Ongefundeerd vooroordeel. Ze stak een sigaret aan en op het moment dat ze de rook uitblies draaide ze haar hoofd naar onze kant. Dat waren mijn ogen. Ze keek me aan zonder ook maar een spier in haar gezicht te vertrekken - haar bruine hondstrouwe ogen zeiden zowel "help me" als "val dood". Misplaatste inschattingstechniek. Ze rook lekker.

Christine blies een keer rook in mijn gezicht. De hele bar was voorzien van drank en ze ging recht tegenover me staan, klaar voor de nicotinepauze.
"Weet je wat dat betekent?" vroeg ze.
Mijn ogen vroegen om een herhaling, Christine legde het pakje Marlboro light neer.
"Wanneer iemand rook in je gezicht uitblaast," verduidelijkte ze.
Ik schudde mijn hoofd.
"Dat betekent dat ze met je naar bed willen."
Overduidelijk.

Bij de soep neem ik afscheid van Bernadette, ik heb vandaag geen trek in soep. Mijn plaats bij het raam is ingenomen door drie stropdassen. Wat doen die gasten in de loser’s hoek? Ga carrière maken, sukkels. Ik neem de tafel ervoor en schuif aan bij tweehonderd kilo vet verdeeld over anderhalve vrouw. Uit het gesprek dat ik opvang begrijp ik dat er gisteren niets leuks op televisie was.

Terwijl ik eet constateer ik wie er niet aan schoolvakanties zijn gebonden. Debbie draagt vandaag een witte rok, gympen en een beigekleurig jasje. Voordat ze gaat zitten trekt ze het jasje uit. Een hemd en een set sportschoolarmen komen tevoorschijn. Debbie is verhuisd en in Amsterdam komen wonen. De zwarte puntlaarzen zijn verdwenen achter één van de grote nepplanten.

Ooit nam ik Zusje en India mee om Christine te keuren. Ik vond Christine mooi.
"Past niet bij jou," was het resolute oordeel.

20 July 2008

Contrast

Lief,

Vanmiddag zag ik dat je hyvesaccount is opgeheven. Jammer.

Ik kwam er regelmatig. Niet om te krabbelen, als ik iets wil zeggen dan bel ik je, wel om naar de foto’s te kijken. Een manier om op de hoogte te blijven van je reilen en zeilen, een glimp van je leven door middel van beelden.

Beelden die ik zelf thuis niet zie, beelden in schril contrast met onze schrijfsels en gesprekken. Huiselijke beelden, of zeg maar gewoon burgerlijke beelden. Van het groeien van je kinderen via de bank die van het midden van de kamer naar de linkermuur verhuisde tot aan het groeien van je haar. Ik kijk graag naar levens van anderen. Ik kijk graag naar jouw leven. Ik kijk graag naar jou. Door de foto’s voel ik me, hoe minimaal dan ook, deelgenoot.

Wil je me de foto mailen waarop je met je dochter in je armen in je witte zomerjurk op het strand staat?

x,
S

17 July 2008

Opblaaspop

Vanochtend was ik bij de dokter, bij de fietsendokter om precies te zijn. Mijn fiets was ziek. Er zat een stevige voorhoofdsholteontsteking, er zat een ingegroeide teennagel, hij had twee gekneusde vingers en iets van een aambei. Dat laatste moest even nader worden bekeken. Ik steek niet zelf mijn hand in een achterste, daar heb je specialisten voor.

Bij de fietsendokter loop je zo naar binnen, hij werkt niet volgens afspraak. Er waren drie fietsendokters met zwarte smeer op hun spijkerbroek er was één fietsendoktersvrouw in een stoere overall met opgestroopte mouwen. De fietsendokter zei dat een poliklinieke behandeling zou volstaan. De ingrepen zouden onder plaatselijke verdoving plaatsvinden. In de namiddag, tegen vijf uur, zou ik mijn fiets in de uitslaapkelder kunnen ophalen.

Terwijl ik een traantje wegwijsvingerde aaide ik mijn zieke tweewieler over zijn zadel, in de wetenschap dat hij in besmeerde maar geoliede handen was. Het onderzoek zou glad verlopen, mijn enige zorg was of de banden in dat benauwde hok wel genoeg lucht zouden krijgen. Toen ging ik naar mijn werk.

Toen ik op mijn werk was, kon ik me niet goed concentreren. De baas begreep me, je zit met je gedachten toch ergens anders. Vannacht had ik alle vlogs van Cotorich bekeken en op het beeldscherm van de computer zag ik steeds haar gezicht terugkomen. Zelfs het glitterhemdje van Vijfentwintig naast me bracht me niet op andere gedachten. Als ik maar even wegdroomde kwam ze tevoorschijn. Toen heb ik de screensaver uitgezet.

Tijdens de lunch belde ik naar de fietsendokterskelder. Werd voorheen alles gemold aan je fiets dat maar gemold kon worden, de reflector, de verlichting, de banden, de bagagedrager en natuurlijk het slot, deze fiets is de afgelopen jaren glorieus doorgekomen. Zelfs de fietspomp, gewoonlijk na één dag gescheiden van het functionele nut, stond nog fier ingeklemd op het frame. Het gaat goed met de fatsoensnormen in Amsterdam. Er zijn minder junks en er is betere opvang voor daklozen, verslaafden en bejaarden, dat natuurlijk ook maar dan toch. In de fietsendokterskelder werd niet opgenomen. Ze waren zeker aan het lunchen.

’s Middags meldde ik me af voor een vergadering zodat ik eerder weg kon gaan, je fiets gaat altijd voor. Als antwoord kreeg ik de melding dat de vergadering was afgelast omdat er te weinig mensen waren. Het is hoogseizoen voor de fietsendokters. Toen stuurde ik het weekend een berichtje dat alles goed was. Als antwoord kreeg ik de mededeling dat we met de auto gaan. U wilt op een parkeerplaats cruisen. Mag dat? Onder tijdsdruk gaan mensen in de fout.

Ik wil best een cadeautje meenemen, graag zelfs, maar ik weet de maat niet. Het steekt erg nauw met dat spul, misschien kan ik beter haar ermee insmeren en het dan hard laten worden. Ik weet niet of ze van planten houdt. Planten voelen dat, je moet ermee uitkijken. Ik zou aan de fietsendokter wat oude fietsbanden kunnen vragen. Je leest wel eens verhalen dat ze gereedschap achterlaten na een operatie. Als een relatie routine wordt dan gaat het fout.

Om vier uur ging ik terug naar de fietsendokter. Ik wilde erbij zijn als mijn fiets wakker werd. Niets is zo erg als wakker worden in een kelder vol onbekende fietsen. Toen ik binnen kwam opende hij juist zijn velgen. Hij zag er goed uit, hij trilde nog wat na door de spanning van de ketting en de banden maar dat was dan ook alles. Over een maand even terug voor controle was de boodschap en de mouwen van de overall gingen naar beneden. Toen mocht ik de fiets meenemen en we gingen fietsen. In het begin een beetje onwennig maar al snel kwamen we op tempo. Ik nam de toeristische route, buitenlucht is goed voor fietsen. Volgende maand neem ik iets mee voor de overall, een set snelbinders kan ze vast wel waarderen.

Om zes uur, na een uur fietsen en een pisstop in de Amstel, waren we thuis. Ik zette mijn fiets in de kelderbox en genoot van de spanning. Toen ontdekte ik dat de fietspomp was verdwenen.

13 July 2008

Noord/Zuidlijn

Opa is niet gekomen. De rest van de familie is er wel. Ouders en stiefouders, ouder en lelijker. Koffie en vers geperste jus in plaats van flessen wijn en likeur. ’s Middags in plaats van ’s avonds, lunch in plaats van tapas. Zonder drank ben ik minder gedreven, ik kwijl minder, zoek niet naar woorden en houd mijn handen thuis. Zoeken is zelfgecreëerde werkverschaffing, je moet gewoon niets kwijtraken.

Het is het zevende jaar, het zeven achtereenvolgende jaar. Je moet ergens een grens trekken. Ik hoor bij de groep van ongehuwd aangetrouwden. Bij het woord huisvriend denk ik eerder aan huismijt dan aan een welkome gast. Zelf vermijd ik de spiegel. Er is altijd iets anders om over na te denken. Ze passeren de revue, allemaal. Op deze momenten blijkt het geheugen nog prima te werken. Op welke momenten niet? Ik kan het me nu even niet herinneren. Ik weet wat er gebeurt en ik weet wat er gaat gebeuren. Aan alles komt een eind.

Zwager die ik de afgelopen twee verjaardagen bezighoud, het wringt tussen hem en de zussen. De zwangere, ze werpt over een maand en trouwt volgend jaar. Haar aanstaande: geaccepteerd, geïntegreerd en gestabiliseerd. De te jonge vader met het altijd vochtige voorhoofd, ik vergeet steeds wat voor werk hij doet. De tien jaar oudere moeder van zijn kind, Russisch of Oost-Europees, dat weet ik - ook - niet meer. Hebben ze het écht wel geprobeerd om vanmiddag een oppas voor de schijtfabriek te vinden? En tot slot de visagist, ze schminkt meisjes die belspelletjes presenteren. Ze heeft een mooie kop maar te veel heup. Uiteindelijk zijn ze toch maar getrouwd, ik voorspel bekkeninstabiliteit.

Op de uitklapbare IKEA-tafel staan de schalen die ik kan uittekenen. De gele saladekom, de groene saladekom, de schaaltjes van oma met wortel, paprika en komkommer, de tupperwarebakjes met feta, tapenade, chorizo en filet americain en de twee ronde plateaus met hartige taart om het af te maken. Het stokbrood moet je in de keuken halen. Er is geen vis.

De zweefteven zijn er, te veel goud en te weinig kleding, te veel verhalen met te weinig inhoud. De geadopteerde speelt emotioneel labiel. Ze heeft haar ouders gezocht maar niet gevonden. Bij thuiskomst meldde ze zich ziek, haar darmen trokken het inheemse voedsel niet. Nooit je afkomst verloochenen. De Italiaanse is er, vorig jaar in slim fit op pumps, nu in zomertenue op zaaddodende witte gympen. Als er twee mensen ruzie maken dan zijn er twee verhalen. Toen ik het tweede verhaal hoorde vond ik haar niet meer zo slim. Iedereen liegt, je weet alleen niet wanneer je de waarheid nodig hebt. Huisgenoot is er en lekker op tijd, ze woont intussen samen met een ander. Ik smelt nog steeds voor haar met sproeten gevulde, broze gezicht. Ze is getemd. Haar roekeloosheid was haar aantrekkelijkheid - naast haar lichaam, lippen en dito bos haar. Ze is het product van een gescheiden kunstenaarsechtpaar, het meest onbevangen van ons allemaal. Is er überhaupt iemand aanwezig die wel op een normale manier is grootgebracht?

In de woonkamer wordt gegeten, er wordt gerookt op het balkon. Aan de rechterkant van het balkon zit de deur naar de keuken, meteen daarachter staat de koelkast. Twee flessen rosé en één fles witte wijn, verder een overdosis aan fruitsap en frisdrank. Boven op één van de keukenkastjes staat een onaangeroerde fles sake. Het is mijn cadeau van vorig jaar - het heeft niet zo mogen zijn. Het is zondagmiddag, we zitten buiten op het terras en we bestellen onze lunch. Ik heb me niet afgemeld. Over zeven jaar zal de fles er nog precies zo staan. Ik weet wat er is gebeurd en er is een eind aan gekomen.

Mensen hangen een geloof aan om de zinloosheid van het leven te verbergen. De hemel, een hogere kaste of gewoon in hogere sferen. Er is niets na de dood, er valt niets te bereiken - het moet nu gebeuren. Waar je vandaan komt is niet boeiend, wat je ermee doet, bepaalt. Er is leven voor de dood, een aantal grensgevallenen uitgezonderd. Er is iets. Met de mobiele telefoon tegen haar oor aan komt ze aangelopen. Er is altijd iets. Er is altijd een ander.

Ik heb gekozen, daarom zit ik hier op dit terras en niet op twee hoog - ik was haar toch al kwijt. We mijden chirurgie, we praten over relatieplanet en Japanse vrouwen. Ik vertel over mijn werk, ze weet niet eens wat ik doe. Ja, examens, maar waarom dan? Dat leg je niet uit zonder in details te treden. Mijn frustraties. Ja, maar waarom dan? Het zit hem in de details. We praten over jou. Ik vertel wanneer ik je voor het eerst ontmoette. Je onthoudt altijd de leuke dingen, herinneringen krijgen niet zonder reden het predikaat dierbaar. Nog zo’n hokje waarin ik niet pas, ik onthoud de mislukkingen, de fouten, de momenten waarop het fout ging. Mensen zijn net koersen: In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst. Zou het leven nog goed komen? Er is iets geweest. Er is naar je gevraagd.

Het leeft hier, ze maakt foto’s en ik drink koffie. De zelfontspanner werkt niet. De man van het bejaarde stel naast ons op het terras biedt aan de camera te bedienen. Hij draagt een regenjas. We zitten in de brandende zon, er was regen voorspeld. Het weer in dit land is betrouwbaarder dan haar inwoners. Waarom heeft ze geen vis gehaald? Het is logisch dat Opa niet is gekomen. Opa is al twee jaar dood.

12 July 2008

The postman always rings twice



Op woensdag, als je op je werk zit en niemand de deur open doet. Op donderdag als bonus erbij, omdat hij twee keer het pakketje moet aanbieden en je niet open doet omdat je weer op je werk zit.

Op donderdagavond vind je dan een briefje met de mededeling dat je de volgende dag het pakketje kunt ophalen. Tijdens kantoortijden. Vervelend zeg, je werkt zelf toevallig op vrijdag en ook nog eens op een kantoor. Dat zijn nog eens tijden.

Misschien een stomme vraag hoor, maar waarom komen ze niet ’s avonds langs als ze overdag niemand thuis hebben getroffen? Is de kans niet groter dat er ‘s avonds iemand thuis is als er overdag niemand aanwezig is? Nee, dan gaan we gewoon de volgende dag langs, op hetzelfde tijdstip.

Dan is het zaterdag en ga je het pakketje ophalen. Het loket waar pakketjes kunnen worden opgehaald is gesloten. Je ziet het pakketje liggen, inpandige postkantoren hanteren het open balie systeem. Je pakt jouw rechtmatig eigendom en loopt naar de kassa. Ze kijken je wantrouwig aan, brabbelen iets over je gedrag en laten je vertrekken als je het afhaalbericht en je legitimatie hebt laten zien. Ben je nu blij?

Ja, ik ben erg blij. Twee keer blij. Of zelfs drie keer blij want het is de limited edition, met bonus CD.

21 June 2008

Oranjekoorts



Het was weer een gekkenhuis in Amstelveen, zaterdagavond, kwartfinale EK 2008.

Zesendertig woningen, vijf schotels, één Hollandse vlag. Dat is overigens niet mijn balkon, ik heb geen vlag van Nederland. Wel één van Apocalyptica, dat zijn vier Finse cellisten die metal spelen op hun cello’s. Ze dragen strakke leren broeken en witte overhemden. Hardrockers met stijl zogezegd. Ik heb er ook een tijdje zo bijgelopen. Wie met pek omgaat wordt besmeurd met het spek op de kat gebonden. En mijn vriendinnetje vond het stoer.

Ik heb de wedstrijd met een half oog bekeken. Er moest gekookt worden, er moest gegeten worden, er moest afgewassen worden. Tijdens de rust heb ik de wasmachine leeggehaald en het wasrek gevuld met de wekelijkse dosis zwarte kleding. Ik doe niet mee met de oranjegekte, ik ga niet opeens in het oranje lopen. Voetbal is niet stoer. Ik draag liever leren broeken. Daar is het nu alleen even te warm voor.

20 June 2008

Insomniateque

Slapeloosheid - dat is lang geleden. Ik heb de hele dag niet gerookt en mijn lichaam sputtert tegen, ik denk dat het de oorzaak is. Mijn maag is onrustig en vraagt om eten. Ik heb honger, de hele dag al. Waar mijn hoofd om vraagt blijft om moverende reden onduidelijk.

Ingrid at haar patat heel geconcentreerd. Elk individueel patatje was een delicatesse dat zorgvuldig werd geconsumeerd. Nooit gehaast, nooit meer dan één patatje tegelijk sloop in haar mond. Haar duim en wijsvinger waren het bestek, de overige drie vingers lagen opgerold in haar handpalm ter ruste.

Het is half vier in de nacht en ik rol naar de andere kant van het bed. Onderweg kom ik twee knuffelberen tegen. Ze zijn ouder dan ik en het zijn de enige twee relikwieën die de opruimwoede van november jongstleden hebben overleefd. Je kunt naar de toekomst kijken of je kunt naar het verleden kijken. Ik kijk naar het plafond. Mijn ogen zijn nu zo aan het donker gewend dat ik bij het invallende licht van de galerij een boek kan lezen. Ik heb geen zin om te lezen.

Hoewel ik altijd degene was die honger had en de reden waarom we op zondagmiddag in de snackbar zaten, was zij degene die haar honger stilde en mij, nadat ze het zout van haar vingers had gelikt, hongeriger dan ooit achter zich aan liet lopen. We wandelden vaak, ’s nachts.

Alles is veranderd en toch blijft alles hetzelfde. Ik ben veranderd en toch dezelfde gebleven. Ondanks het tenenkrommend zelfbeklag dat ik ooit produceerde was het een goede uitlaadklep. Schrijven ordent je hoofd en publiceren geeft het gebeuren een plaats - zoals anderen door middel van converseren zichzelf een plaats weten te geven. Mijn gesprekken gaan niet verder dan terugzeggen wat de ander verwacht. Alle verhalen zijn hetzelfde, alleen de namen en de omgeving zijn verschillend. In foto’s mag ik het verhaal lezen dat ik erin wil lezen.

De finesse in haar bewegingen weet ik aan haar pianospelen. Met het vriendje dat ze voor mij had speelde ze wel eens samen piano. Zij zat op zulke momenten links, hij zat rechts. Het was het enige dat hij beter deed dan ik. Ik bespeelde haar beter - ik zat overal.

Het is tien over half vier. Ik sta op en loop naar de woonkamer. Ik steek een sigaret op en ga op het balkon staan. Leven is niet moeilijk, ik maak het moeilijk. Om te schrijven moet je iets meemaken. Ik maak alleen, niet mee. De straatlantaarns verspreiden een oranjegekleurd licht. Er wandelt niemand.

01 June 2008

Vier

Het was geeneens een vijf, mijn voorspelling blijkt weer eens niet te kloppen. Het was een vier. Dus niet een klein beetje niet gehaald maar gewoon grof niet gehaald. Als je iets doet, moet je het goed doen, toch?

Een vijf haal je als je het niet snapt maar toch oeverloze pogingen onderneemt een zes te scoren. Met een vier zeg je niets anders dan: ik heb er niets aan gedaan maar heb uit beleefdheid het examen ingeleverd.

Er is geen man overboord met deze score, nadeel is alleen dat de herkansingen begin november zijn. De bijbehorende baan is al binnen, alleen nog even een sollicitatiebrief schrijven en babbelen, ze hebben al gezegd dat ze me willen hebben, dat ik een diploma overleg is een noodzakelijke bijzaak. Dag nazomer, hallo herfstdepressie. En dan is de zomer nog niet eens begonnen.

Had ik al gezegd dat het verder wel goed gaat? Mijn obsessies nemen af terwijl het drankgebruik juist weer toeneemt, vroeger was het zo dat ze elkaar versterkten. Hoe meer er gedronken werd, hoe obsessiever ik mezelf begon te gedragen. Het is onwaarschijnlijk rustig in mijn hoofd. Of ik ben intussen volledig afgestompt of er staat nog iets te gebeuren dat mij momenteel volledig ontgaat en dat mij vrolijk uit de vermeende roes zal schoppen. Schoppen, die voel je wel.

Het weekend is alweer voorbij en de tas met studieboeken staat onaangeroerd naast mijn bureau. Het is een gave, om half één naar bed gaan en jezelf afvragen wat je in godsnaam hebt gedaan de hele dag waarom je er niet aan toe bent gekomen om de tas met studieboeken überhaupt maar te openen. Morgen weer een dag om de tas open te maken. Na het boodschappen doen. Na het koken en afwassen. Na het opruimen van de was. Na het lezen van de krant. Na het checken van mijn mail en financiën. Als er dan nog tijd over is want ik moet eerst nog een sollicitatiebrief schrijven.

31 May 2008

Stamgast

06 May 2008

Couleur locale

Verandering is weerstand luidt het cliché, mijn weerstand is de verandering.

In kleine stappen, ondanks het postuur. De grote gebaren blijven achterwege, ik ruim het balkon op en ga in de zon zitten. Zon is vitamine D, de vitamine A moet nog even wachten.

Terwijl de temperatuur daalt, de wind komt en de zon verdwijnt achter de bomen voor mijn huis, val ik in slaap in de afgelopen zondag zorgvuldig schoongemaakte terrasstoelen. Ze zijn weer wit, twee jaar schimmel ten spijt.

Het geeft mijn hoofd weer kleur.

18 April 2008

15 April 2008

In no time

Er is hagel en regen voorspeld en ik ga met de metro naar mijn werk. Dat betekent dat ik ook weer met de metro naar huis toe ga.

Er is helemaal geen hagel en regen, de zon schijnt en ik heb spijt dat ik vanochtend de fiets niet heb genomen. Het is prachtig fietsweer, het is weer om eens goed uit te waaien. Deus staat vanavond in Paradiso, het is uitverkocht en ik heb geen kaartje. De eerstvolgende weekenddag dat de zon schijnt ga ik in het Amsterdamse bos liggen. Het is goed om buiten te zijn, het is goed om weer eens uit te waaien.

Op weg naar het perron kom ik een bekende tegen. Verplicht gesprek, het hoort erbij, ik probeer mijn arrogantie te laten varen, dit is een eerste goede aanzet daartoe. Jezelf afsluiten kan soms nodig zijn, isolement is wanneer je dat te lang hebt volgehouden. Op het perron, terwijl ik net de oordopjes van de discman in mijn oren stop, zie ik een tweede bekende. De oordopjes gaan uit, sociaal doen kan geen kwaad. We gaan dezelfde kant op.

We praten de rit vol, ze is uitgelaten zonder reden. Zomerhormonen? Een halte voordat ze uitstapt zie ik de derde bekende en ik ben mijn sociale ik alweer kwijt. Ik voel, ik voel het verschil. Social talk en mental talk. Ja, stap maar uit, ik heb wat anders aan mijn hoofd.

Herinneringen vervagen en verdwijnen maar aangewakkerd staan ze, alsof ze nooit zijn weggeweest, in no time weer voor je neus. Letterlijk.

Ze stapt uit waar ik weet dat ze zal uitstappen. Ik weet waar ze woont, ik ben er één keer geweest, op haar verjaardag. Het was de laatste keer dat ik haar zag of sprak. Net zoals afgelopen vrijdag verklootte ik ook dat examen, al had het in haar geval niet met een slechte voorbereiding te maken. Jezelf de hele dag druk maken op de avond die gaat komen valt allerminst voorbereiding te noemen. Ze stuurde later nog de foto’s die waren gemaakt, fotogeniek bleek ik ook al niet te zijn. Zij is in het echt ook mooier.

Alle mensen op de foto’s die ik ondertussen heb bekeken, alle gezichten en lichamen die mij ’s nachts uit mijn bed vandaan houden, zouden die in het echt dan soms lelijker zijn?

Ik blijf staan, jaag op haar ogen maar ze kijkt niet op. Kort wollen jasje, stijve blauwe rok op kniehoogte en zwart glimmende laarzen met brede hak. Haar gezicht nog even perfect, de strakke Aziatische lijn in tact gebleven, haar heupen breder. Getrouwd, gebaard? Een opvouwbare paraplu bungelt aan haar pols. Er was regen voorspeld.

23 March 2008

Lente

Het is Goede Vrijdag en het sneeuwt. Ik sta weer op het pontje, het pontje naar Noord. In mijn linkerhand heb ik een ballon, in mijn rechterhand houd ik de bloemen vast. Mijn zwarte outfit wordt langzaam maar zeker wit. De medepassagiers bevinden zich in het beschutte middenstuk, ik sta in mijn eentje op het achterdek. Op de toegangsdeur naar het middenstuk zit een sticker waarop staat dat je er niet mag roken, toch ruik ik de geur van wiet. Wietrokers kunnen niet lezen.

Net buiten het Centraal Station kwamen twee meisjes op me toegelopen, ze hielden een pen en papier vast. "Meneer, u ziet er zo vrolijk uit, mogen we u iets vragen?" Schijn bedriegt. "Ga maar mee met de pont, dan kun je daar je vragen stellen," zei ik. Dat vonden ze niet zo’n vrolijk idee. Waarschijnlijk hebben ze geleerd dat ze niet met vreemde mannen mogen meegaan. Waar ligt de grens tussen vreemd en niet-vreemd? Iedereen die je kent is ooit een vreemde geweest. De ballon is voor iemand die ik nooit eerder zag, toch is het geen vreemde, de bloemen voor haar die ik te lang niet heb gezien, vervreemd.

Kunstenaarstype, met relatief lange vingers, armen en beentjes. Zonder te huilen rolt uit beide ogen een traan naar beneden. "Krokodillentranen." Met een theedoek veeg ik voorzichtig het vocht weg, mijn pink danst op en neer tussen zijn boven- en onderlip. Hij lacht naar me. In de holte tussen mijn borstkas en rechterarm sluit hij zijn oogjes, een sliert speeksel gecombineerd met melkresten op mijn shirt achterlatend.

18 March 2008

From Kim to me



Ordered it twelve days ago and there it is already! Straightforward from Korea, two CD’s by Korean bands. And although I paid for it myself it feels like receiving a present. It’s well packed, it’s a surprise and the sender’s name is Kim. It’s always nice to get presents. Maybe I should give presents to myself more often.

16 March 2008

Ontplooiing

Op zaterdag heb ik overgewerkt, ik was om negen uur ’s morgens binnen. Niet omdat het nodig was, wel om de discussie over teamgeest aan het eind van het jaar voor te zijn. Overwerk is handelswaar, je weet wat je koopt.

De computer op mijn werk heeft een geluidskaart, bij een overwerkactie hoort muziek en de zaterdag vulde zich met het geluid van mijn playlist bij youtube. Om tien uur werd er appelgebak geleverd. Ik bleek coördinator te zijn, nam de appeltjes en het deeg in ontvangst en liep als koffiejuffrouw over de afdelingen. Vijf keer kwam er dezelfde intelligente vraag: "Zijn er geen saucijzenbroodjes?" Even kijken hoor. Er staat hier appelgebak en hier staat ook appelgebak, alleen dan met slagroom. "Ja, dat zie ik ook wel." Waarom vraag je het dan als je het zelf ziet?

Door het bezorgen van de gebakjes over de gehele afdeling zie ik iedereen die is komen werken. Nog beter is dat iedereen mij ziet. Ik zie hun gezichten betrekken als ze me zien lopen met de wagen met gebakjes. Om onverklaarbare reden denken ze dat ik het vriendje van de manager ben. Ik laat het maar zo, geen blind paard in zijn gegeven bek schijten. Ik was er dicht bij maar zij zitten er verder van af. Bij de laatste vergadering over de nieuwsbrieven kwam ze naast me zitten, ik joeg in een moordend tempo de agendapunten er doorheen en beantwoordde alle vragen en opmerkingen met - één - tegenzin. "Je bent visueel ingesteld," zei ze. Met haar hand raakte ze mijn elleboog, een beetje aankomen kan geen kwaad. Hoe zou ze neuken, dacht ik.

Op de afdelingen is geen teamleider te bekennen, ik neem de verantwoordelijkheid die bij mijn rang hoort. Ze nemen van mij ook meer aan dan van hun teamleiders. Teamleiders bezitten geen kennis, teamleiders zijn afgericht en klaargestoomd om de bedrijfskapstok op te vullen, een zichzelf in stand houdend middenkader met mooie verhalen over het terugdringen van het ziekteverzuim, het verhogen van de medewerkertevredenheid (bestel dan ook saucijzenbroodjes!) en het vergroten van de ontplooiingsmogelijkheden. Het uitdragen van de voorbeeldfunctie zijn ze deze zaterdag even vergeten, eigen ontplooiing eerst. Laat jezelf zien ook al doe je niets, noem het een visuele instelling.

Om half twaalf werd de lunch bezorgd. Ik was nog steeds coördinator en nam de broodjes en melk in ontvangst. Overwerken op zaterdag is voornamelijk eten, om twaalf uur gaan de meeste werknemers alweer naar huis. Ik verdeelde het brood, de vissen en de wijn en nam van haar lichaam. Ik ken haar van de avondploeg die ik vorig jaar begeleidde, ze studeert nog steeds en heeft op deze manier een goed te combineren bijbaantje. Ze heeft een voor het kantoorleven ongebruikelijk stralend gezicht, als ze je aankijkt straalt de levenslust je tegemoet. Hoe keek ik uit mijn ogen toen ik tweeëntwintig was?

Een collega van mijn team heeft een Thaise vrouw, hij kent mijn Aziatische fetisj. Tijdens de lunch liet ik hem clips van Shiina Ringo zien. Om één uur gingen de collega’s van mijn team naar huis, ik zette youtube uit en toen ben ik gaan werken.

Om vier uur vond ik het goed geweest, daarnaast moest de 160% direct worden uitgegeven. ’s Morgens op de fiets had ik besloten waaraan, stel jezelf een beloning in het vooruitzicht. Niet dat het nodig is, wel om de discussie voor te zijn. Na het behalen van het eerste examen deed ik hetzelfde, ik had goed geleerd. Vier maanden later blijkt toch de maat te groot, of ik ben alweer aan het afvallen, dat kan ook. Leer groeit mee en moet strak zitten, ik zou precies dezelfde kopen maar dan één maat kleiner. Je weet niet wat de toekomst brengt en het bederft niet.

Ik fietste naar de dump en fietste niet veel later met de niet besteedde 160% naar huis. Ze werden niet meer verkocht. Thuis at ik de overgebleven appelgebak op. Een beetje aankomen kan geen kwaad.

14 March 2008

5/2

Ik heb eraan gedacht - maar er niet aan toe gegeven. Je vindt het stom maar het is helemaal niet stom. Stom is dat je niet wordt uitgenodigd, dit zijn dingen waar je zelf niet over na moet hoeven denken. Wie gebruikt er tegenwoordig nog een verjaardagskalender? Was jij het niet die schreef: uitnodigen is dwingen?

Het heeft me er sindsdien van weerhouden ooit nog afspraken te initiëren. Ik heb het niet gevierd. Er is niets te vieren. Gefrustreerd, verlaten door levens, hij stond erbij en hij keek ernaar. Thuisloos, koud en grimmig, elke communicatieve liefkozing steevast met de grond gelijkmakend. Toeval of niet, het tweede anker had hetzelfde – deed hetzelfde. Te laat bestaat niet – nooit bestaat. Een minimaal verschil in bewoording, niet zichzelf veroordelend maar excuserend. Is het feit dàt niet belangrijker dan het tijdstip waarop? Het feit dàt is gegrond.

Excuses zijn nutteloos. De handeling, of het gebrek daaraan, staat - vast. Ook zij laat zich niet dwingen, het is de natuur, terwijl ze zichzelf zo gemakkelijk naar beneden haalt. In haar geval de mindere keuze, dwang is haar redding. Ze is slecht bedreven in de vrije keuze – in tegenstelling tot de gevolgen, daar de zelfverzekerde teef zelve. Ze zal met haar kut blijven denken, waar jij hem juist hebt weten te gebruiken. In control en out of control. Ik sta erbij en ik kijk ernaar. Stom eigenlijk.

10 March 2008

Welcome to Mexico, asshole

De beveiligingscamera staat bij de achteringang op een zes meter hoge paal. In de spiegeling van het raam maken we oogcontact. Haar gezicht is lang en wit en ze heeft een uitstekende kin. Je ontdekt elke dag nieuwe mensen, voor zover ze zich laten zien. Ik onderdruk de drang mijn gezicht naar haar toe te draaien en haar onderstel te keuren. De spiegeling is aantrekkelijk en scherp - genoeg. Er is niets mis met een tweedehandsje, let wel goed op de spanning van de bandjes. Ik heb haar niet eerder gezien, achter glas zijn mensen anders. Uitgewoond is ooit bewoond geweest.

Ze draagt een strak om haar bovenlichaam gespannen, felrood overhemd. De werkloze knoopjes zijn functioneel en bieden uitzicht op een vies groen gekleurd topje. Bij meisjes met zwart haar zijn alle kleurencombinaties mogelijk. Een broodje kaas is het meest genoten ontbijt. Sinds ik weer ontbijt rook ik twee sigaretten per dag minder. Het is niet het einde, het is wel het begin. Haar zwarte lokken zijn mooi maar te verzorgd, coupe haarlak. Lak is goed, maar niet in je haar. Als je alleen reist ontmoet je meer mensen. De vraag is of je op reis gaat om iemand te ontmoeten of dat je iemand ontmoet en daarom op reis gaat. Het hek is open van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds.

Als je na zeven uur ’s avonds weggaat mag je via de parkeergarage naar buiten. Het leuke van reorganisaties is dat wat er aan de ene kant wordt uitgeschopt aan de andere kant even snel naar binnenloopt. Waar zit de winst? Het is net als het opruimen van je uitpuilende kledingkast. Overjarig en verkleurd gaat in de witte container (schoenen graag apart) of stuur je naar een weeshuis in India. Dan zie je opeens hoeveel ruimte je hebt en je gaat shoppen. Een mens moet zichzelf belonen. Als vrienden vertrekken komt er ruimte voor nieuwe vrienden, ik heb vakantie als anderen met vakantie zijn. Je ontdekt elke dag nieuwe mensen, voor zover je het jezelf toestaat het te willen zien. Het hek is niet hoog, je klimt er gemakkelijk overheen.

Nieuw bloed is gewenst, de veranderingsweerstand van vastzittende oude garde zorgt voor een degelijk maar achterlijk bedrijf. Nee, de stank komt niet uit de airco. Het kan sneller dus volgens de economische wetten moet het sneller. Met 220 Volt op je kloten ben je nog niet vooruit te branden. Sinds ik weg ben uit het café is de omzet gestegen. Jonge honden, hongerige teven. Toch ben ik de beste die er ooit heeft gewerkt, waarmee hij bedoelt dat hij nog nooit zo’n toegewijde idioot heeft gezien. Daarnaast was ik de snelste, alleen op het verkeerde terrein. Verbittering is de verstikkingsdood van angstig leven.

In de parkeergarage mag je niet roken. Ze eet haar soep, snuit haar neus - van Indiase currysoep gaat je neus lopen - en controleert voor de derde keer haar mobiele telefoon. Mensen die je voor de voeten lopen, lopen in de weg. Een kneuzing is pijnlijker dan een breuk. Een blok aan je been is iemand die je beperkt in je ontwikkeling. Als je negen maanden lang je benen niet hebt gebruikt, dan moet je opnieuw leren lopen. Mentaal is dat zwaarder dan fysiek. Wat moet je met een schaamlipcorrectie terwijl je niets aan je rotkop doet? Ga maar terug naar je speeltuin, je bent niet klaar voor het grote werk. Door middel van een blok beton aan hun voeten ruim je iemand uit de weg. Er was ooit een feest, ik ben niet gegaan. Niet dat ik het heb gemist, it wasn’t me. Ik ben immuun geworden.

Strijd is van levensbelang, zonder strijd is er geen leven. Wat doen mensen in tijden van harmonie? Klagen, zeuren en zeiken. Ruzie maken met de buurman over een boom die in zijn tuin staat en waarvan de takken in jouw tuin hangen. Vervelend hè, al die bladeren. Horizonvervuiling veroorzaakt door aandachtsgeile opdringerigheid, kruipend en zuigend werken ze zichzelf naar binnen. Wees blij dat er een boom staat, dan weten de kinderen je te vinden als je de reorganisatie niet hebt overleefd. Zwaartekracht verliest het van geestelijke weerbaarheid. Een consensus van empathie, sympathie en necrologie. Ik koop niets voor je sympathie, we zullen vechten totdat je in het leven je meerdere erkent.

Ze staat op, pakt het dienblad en loopt weg. De camera draait en ik steek mijn tong uit.

09 March 2008

Yasmine

Op de televisie zag ik een programma over de werkomstandigheden in een Chinese jeansfabriek. De camera volgde een vijftienjarig meisje dat als tweede meisje in een boerengezin naar de stad werd gestuurd om geld voor de familie te verdienen. Haar ouders hadden liever, zoals alle Chinese boerenlandgezinnen, een jongetje gehad. Ik heb liever een Chinees meisje.

Ze overleefde het regime, een regime waar Westerse meiden het nog geen dag volhouden, door een dagboek bij te houden en haar fantasie op de vrije loop te laten. Ze had de zorg op zich genomen van een vis en ze sprak tegen het beestje. Dat hij maar blij moest zijn dat hij de hele dag lekker kon zwemmen en eten en slapen. Het beestje zwom rond in een klein glazen bakje op het tafeltje naast haar bed, het fysieke bed dat afgesloten door een kleed in het zaaltje met twaalf bedden meteen haar woonkamer, studeerkamer en slaapkamer, haar hele leven was.

Alle fabriekswerkers woonden intern, voor het eten en de huur werd een deel van het salaris ingehouden. Ze had vriendschap gesloten met een ander meisje. Soms, als ze ’s avonds niet moesten overwerken, het onbetaalde overwerken dat meer regel dan uitzondering was, gingen ze samen naar de avondmarkt. Dan liepen ze hand in hand langs de kraampjes. In een uitbundige bui lieten ze zich fotograferen in traditionele Chinese kledij. Haar eerste loon werd niet uitbetaald onder het mom van borg, al was het inhouden van het geld meer een waarborg dat ze niet zou weglopen uit de fabriek. Ze had daarom geen geld om de trein naar huis te nemen en nieuwjaar bij haar ouders te vieren. In het verlaten zaaltje met bedden tekende ze op in haar dagboek: "Papa bakt plakkerige rijstkoekjes en oom zal natuurlijk dronken worden. Mama heeft weer een nieuwe jurk voor me gemaakt, een jurk die ik niet aan kan trekken."

De documentaire eindigde abrupt, ook was er stevig in de film gesneden. In de aftiteling liet de regisseur optekenen dat de filmploeg meerdere keren was opgepakt door de Chinese autoriteiten en dat ze filmmateriaal hadden moeten afstaan. Ik weet niet hoe het met haar is afgelopen.

’s Nachts kwam ik moeilijk in slaap. Ik zag haar leven voor me en ik zag in welke luxe wij ons hier wentelen. Ik zag een prachtig Chinees meisje. Ik zag mijn eigen luxeproblemen. ’s Morgens zag ik het nog.

26 February 2008

Boodschap

Het onderscheid maken tussen de boodschapper en de boodschap blijft moeilijk. Stel dat ik zeg: "Je bent een trut." Je wordt verdrietig en boos en roept "Waarom vind je mij een trut?" Dat is begrijpelijk maar ook dom. Dat vind ik namelijk niet, het is zo. En je bent niet alleen een trut, je bent ook nog doof. Het is geen mening maar het is een vaststaand feit. Het feit is de boodschap, wie het zegt doet niet terzake. De boodschapper meldt de boodschap, laat daarom de boodschapper met rust.

Het kan confronterend zijn, zo’n boodschap. Wanneer iets confronterend is, dan werkt dat op je gemoed. In de linker hersenhelft draait een radartje en je krijgt het signaal om te reageren op de confrontatie. Het gevolg van deze kennisverrijking is een emotionele reactie – je bent niet alleen een trut maar ook nog een jankerd - een reactie die zich richt op de persoon die voor je staat. Je richt jezelf op de boodschapper waarbij je voorbij gaat aan de boodschap. Want het feit dat je een trut bent, blijft. "Zie je niet wat je doet?" volgt daarna. Ja, ik zie dat wel, maar zie je het zelf ook? Je bent niet alleen een trut maar ook nog blind.

Kennisverrijking is kennis tot je nemen, begrijpen en bewaren. Je wordt verrijkt met kennis, je bent nu kennis rijker dan een minuut geleden. Kennisverijking, met een r minder, is het ijken van kennis. IJken is het toetsen aan gestelde eisen, voldoe je aan de eisen dan verdien je daarmee een ijk. Een ijk is een teken dat wordt ingeslagen of ingebrand. Het is dat je een hekel aan rokers hebt, anders had ik een sigaret gebruikt.

Het feit dat je een trut bent wordt er ingeslagen, wie niet horen wil moet voelen. Dat doet even zeer, nu maar hopen dat je het ook nog begrijpt. De boodschapper, dat ben ik, de boodschap is en blijft dat je een trut bent. Doe er je voordeel mee.

24 February 2008

Idle hands

Ik had er niet heen moeten gaan, nu zit ze weer in mijn hoofd. Ik haat afscheid nemen.

Onderweg naar huis ontspint zich een verhaal en heb ik de mooiste oneliners in mijn hoofd. Ik heb gedronken.

Ik kom thuis en zet de computer aan, nu moet ik gaan schrijven.

Ooit legde ik mezelf de beperking op dat wanneer ik thuis kom na een drankgelag ik niet de computer aan mag zetten. Dit nadat de in die toestand geschreven en verzonden dan wel gepubliceerde teksten niet het gewenste effect hadden bereikt. Integendeel, het bereik was de afbraak van wat ooit was opgebouwd. Nooit maar dan nooit meer mocht ik dronken achter de pc.

Ik kom thuis en ik zet de computer aan. Ze zijn te mooi om te laten liggen en morgen zal ik hier steun aan hebben. De computer wordt warm, ik koel af, het verhaal en de oneliners zijn verdwenen - zoals ook jij bent verdwenen.

Dag brilletje, dag biggenpootjes. Dag paardenstaartje, dag vetribbeltjes. Waarom vond je mij niet leuk?

23 February 2008

Last scene

De officiële laatste dag, er is taart en ik word uitgenodigd. Een landgenote van haar haalt me op. De landgenote is op een paar bruine laarsjes na volledig in het zwart gekleed. Zwart staat haar goed. Ze stamelt een verlegen bedankje en trekt het truitje strak.

Het is half twaalf ’s morgens en we lopen naar de fatale afdeling. Ze heeft de middag vrijaf genomen om te klussen, ze heeft met haar landgenote vriend een huisje gekocht. Elke keer wanneer ik haar spreek vraag ik naar de vorderingen van het pril geluk, het behangen van muren blijkt opeens de ultieme relatietest te zijn. Ze heeft nooit op kamers gewoond, ook niet tijdens haar studie en nu nog steeds woont ze bij haar ouders thuis.

Op de afdeling is het stil. Het continuïteitsproces verstorend parttime werken betaalt zich uit, driekwart van de bureaus op de afdeling zijn leeg. Het zwarte paardenstaartje zit achter het bureau meteen rechts. Op het bureau liggen twee dozen van Multivlaai, een appelkruimel en iets met kwark.

Het paardenstaartje gaat staan als ze onze stemmen hoort, ze draagt verrassend genoeg een spijkerbroek. Vertrouwd is het gestreepte shirt - het vetribbeltje lijkt minder, haar borstjes des te meer. Ze staat onrustig tussen ons in, met het zwarte truitje bespreekt ze haar braakliggende toekomst. Ik ga achter het bureau zitten en bekijk haar voor de laatste keer. Waar ben ik in de fout gegaan?

Het zwarte truitje vraagt haar telefoonnummer en de mobieltjes worden tevoorschijn gehaald. Ik moet wennen aan haar lenzen, de appelkruimel is een goed ontbijt. Ik vraag niets, ik ken het nummer uit mijn hoofd - daar is het mee begonnen.

19 February 2008

Twee weken

Ik kwam uit het examen en er lag een bericht op het bureau. Of ik wilde terugbellen. Het examen ging goed, dank je. Alle examens gaan tegenwoordig goed, ik kom bijna niet meer in de kroeg. Het leven wordt er niet interessanter op.

Waarom ze belde was geen examenvraag, wel houdt het me meer bezig dan de getoetste kennis. Het was een statusexamen, ik zal mijn gezag eraan ontlenen. Hoger scoren dan de rest, dat was de opdracht. Ik bel haar terug, dat was een bevel.

Het is het keerpunt na twee weken zwijgen, pas nu ben ik bereid te praten. Natuurlijk bloost ze als ze me ziet zitten, natuurlijk loopt ze voorovergebogen, natuurlijk begint ze meteen te ratelen terwijl ze niet in de gaten heeft dat ik een andere route langs de buffetten loop.

Ik beantwoord de berichten die twee weken hebben liggen wachten. Waarop eigenlijk? Ik heb het niet gevierd. Natuurlijk staat de fles drank die ik vorig jaar kreeg ongeopend in de kast, ze weten niet dat ik thuis niet drink. Wat weten ze eigenlijk wel van me? Ze weten helemaal niets.

Ik draai om de antwoorden heen, de antwoorden staan beschreven, waarom zou ik in herhaling vallen? Wat heb ik nog in een kroeg te zoeken? De vergetelheid nadert terwijl de aandacht zich verwijdert. Euforisch verstuur ik een oud log, hier zijn de antwoorden. Het is een tien, feilloos. Nu zijn ze stil, ik snoer monden zonder handen. Het moment van spijt valt gelijk met enter. Nu weet ze teveel.

Morgen ga ik naar de kroeg, er is niets te vieren. Ik weet genoeg.