07 October 2005

Core

Fietssturen verstrengelen. Het asfalt van de Weteringschans is hard. Dronken mensen vallen goed, breken nooit wat. Daarom ben ik graag dronken. Ingebouwde veiligheid. Ik ga zitten en strek mijn ledematen. Ze zitten er allemaal nog aan. En nog heel ook. Mijn pols doet zeer.

Haar zwartgelakte nagels rusten op zijn been. Wat een gezelligheid. Moet ik hier vanavond mee uit? Het zweet staat op mijn rug. Op mijn voorhoofd. Heb ik koorts? Er is maar één remedie. Aan de drank. Mijn rug doet zeer. Ik weiger pijnstillers te slikken. Alcohol is een spierverslapper.

Bij gebrek aan een eigen leven lees ik de levens van anderen. Bij gebrek aan eigen foto’s bekijk ik de foto’s van andere levens. Lezen is beter dan televisie kijken. Een foto is beter dan een film.

De klap is harder aangekomen dan verwacht. Waarom komt die zwelling zo langzaam op gang? Na anderhalve week gaat voor het eerst de telefoon. Goh, mis je me nu al? Waarom ik niets heb gezegd. Zo ernstig is het nou ook weer niet. Ik ben niet dood. Al doe ik met twee pakjes per dag goed mijn best. Hoeveel gif kunnen je longen verdragen? Hoeveel mensen kan ik verdragen is beter. Die jagen me eerder het graf in.

Het is binnen rustig, ik dacht dat het was uitverkocht. Bij het voorprogramma is de zaal nog niet eens halfvol. We praten bij. Opleidingen en werk. Log en leven. Wat valt er te vertellen? We komen voor de muziek. Nooit de core vergeten. Mensen maken zich te vaak te druk over randverschijnselen. Concerten kun je ook prima in je eentje doen. Wanneer je alleen bent zie je meer. Nee, niet meer, anders. Je ziet andere dingen. Je kijkt anders. Wanneer je alleen bent zie je andere mensen.

Zwart geverfd haar. Stoer motorjack. Gele rookaanslag op haar geringde vingers.

"Je kunt toch ook bellen om gewoon even te kletsen?"
Kletsen? Wat moet ik vertellen dan? Wat ik vandaag allemaal niet heb gedaan? Ik heb niet gedoucht, ik heb me niet geschoren en ik heb geen eten gekookt. Ik heb geen krant gelezen en ik heb geen televisie gekeken. Ik doe niets. Echt helemaal niets. En dat is verdomd lekker. Dat zou ik kunnen vertellen.

De lampen gaan uit. Het intromuziekje zwelt aan. Beginjaren tachtig gothic. Langhaar doet een stap naar achter, ik houd mijn sigaret naast mijn lichaam. Ik kan haar ruiken. De zaal is toch volgelopen, ze schuift iets naar links voor het beste zicht op het podium, ze is lang. Ze ruikt lekker. Ik laat mijn sigaret vallen en volg de brandende punt met mijn ogen. Mijn blik valt op haar schoenen. Waar je allemaal niet op af kunt knappen. Meer bier. Ik leg mijn hand in haar zij, duw haar naar voren en loop naar de bar.

Ze is mooi. Het is tien jaar geleden, maar dan nog. Had ik je toen maar ontmoet. Toen mezelf vasthoudend aan de nette wereld. Geregeld, gestructureerd, geëffende paden, ik hoefde ze slechts te bewandelen. Ik liep over het pad maar keek naar de andere weg. Keek naar andere mensen. Nu zwemmend tussen twee werelden in. Drijvend. Te degelijk voor de ene, te onaangepast voor de andere. Er is geen als dan.

"Straks weet ik meer van hem dan jij."
Inderdaad. Veel plezier ermee. See you at his funeral.