15 February 2005

R.I.P.

Voor Michiel.

Buurman is pas sinds een jaar Buurman. Hij heeft het café overgenomen van de oude baas. Oude Baas was 62 winters oud toen hij zijn zaak verkocht. Goede leeftijd om te stoppen. Toch? Of tellen jaren in de horeca zwaarder. Net zoals bij bootwerkers en bij bouwvakkers. Fysiek slopend. Versleten knieën en enkels. Gebogen rug. Om over de longen en de slokdarm maar te zwijgen.

Ik mocht Oude Baas. Ik was er stamgast. De manier waarop hij klanten afzeikte was geweldig. Hij mocht klanten afzeiken. Het was tenslotte zijn café. Als personeelslid haal je dat niet in je hoofd. Een botte beer. Hij was ook een beetje een beer. Een knuffelbeertje. En op zijn oude dag ook nog charmeur. Altijd flirten met de vrouwen, of er nu een man naast zat of niet. Overhemd, spencertje. Knoopjes los, borstharen eruit. Leesbrilletje. Potloodje aan een touwtje om zijn nek.

We hadden een week eerder besloten uit elkaar te gaan. En toen kwam oud & nieuw. We vierden samen oud & nieuw. Bij Buurman in het café. Waar je stamgast bent kun je veilig oud & nieuw vieren. Ook als je uit elkaar gaat. In de kroeg zijn we nooit uit elkaar geweest.

Café Buurman heeft een U-vormige bar. In het midden de flessenvoorraad, de bakplaat voor de saté, het frituurpannetje en de au bain marie met de pindasaus. Al dertig jaar niets veranderd. Zo krijg je twee kleine barretjes. Bij elk barretje een barkeeper. Ik zat altijd aan de kant van Oude Baas. In eerste instantie omdat daar ruimte was. Ik houd niet van drukte om me heen. Wanneer ik eenmaal ergens prettig zit ga ik daar ook steeds zitten. Never change a winning team. Bij Oude Baas was altijd ruimte. De andere helft van de bar, waar Buurman stond, was meestal afgeladen. Populaire jongen. Ik houd niet van populaire jongens. Of was het de impopulariteit van Oude Baas? Ik houd van Oude Baas. Ik houd ervan wanneer mensen worden afgezeken. Hij hield zich niet in. Dat is niet goed voor je hart. Mij heeft hij nooit afgezeken. Dat dwing je af.

Hij vroeg me meerdere keren voor hem te komen werken. Ik twijfelde. Zoals ik altijd twijfel. Maar dit was anders. Gaan werken in je stamcafé en je bent je stamcafé kwijt. Een kroegbaas die je leuk vindt hoeft als werkgever helemaal niet leuk te zijn. Sterker, ze zijn dat ook vaak niet. Ik ben een leuke barkeeper. Als leidinggevende een dictator.

Natuurlijk vierden we samen oud & nieuw. Mijn beste drinkebroer. Ik wilde met haar samenzijn. Toen. Nu nog steeds. Geen oog voor nieuwe liefdes. Ik had het samen te gezellig. Ik vond nergens anders die gezelligheid. Met niemand anders.

Dertig jaar bier tappen. Biervaten sjouwen. Pindasaus maken. In café Buurman is de pindasaus heilig. Geheime receptuur. Alleen Oude Baas kent het recept. In het keukentje een bus kruiden. De samenstelling? Niemand die het weet.

Een jaar geleden zijn zaak verkocht. Eindelijk. Aan Buurman. Oude Baas kon gaan vissen. Gaan genieten. Leven. Kunnen horecajongens wel genieten? Kunnen horecajongens wel leven? Zijn we niet te afhankelijk van de gezelligheid om ons heen? Elke dag weer. Elke dag feestgangers en feestbedervers. Hoeristen en toeristen. Sletjes en spetters. Vrouwen en vouwwagens.

In de Bocht werkte ik vaak met Zusje. Privécontacten deed ik niet aan. Ik had Mex tenslotte, en later India. Na de Bocht en na Mex en na India trok ik naar Zusje toe. Ik begon privé met haar om te gaan. Ze zei dat ik leuk was. Ze zei dat ik lief was. Maar ze zei ook dat ze bang voor me was, toen ze voor me werkte. Zusje ving me op na het India debacle. De dictator. Jankend bij haar thuis aan tafel. Zusje zette Angel op.

Hij liet me na sluitingstijd zitten. Zijn vrouw erbij. Die kwam zelden. Goed geconserveerd. Ik gedroeg me netjes en mocht bodemloos doordrinken.
"Pak het zelf maar," werd het al snel.
Als klant achter de bar mogen komen. Het heiligdom. Achterlijk eigenlijk hoe mensen aan een bar gedurende uren naar dezelfde twee vierkante meter kunnen kijken. Een schilderij van Bob Ross is er niks bij. De beste plaats in een café is achter de bar. De meeste ruimte. Het beste uitzicht. De meeste aandacht.

In café Buurman leerde ik Kroegbaas kennen en ik besloot voor hem te gaan werken. Correctie. Kroegbaas besloot dat ik voor hem ging werken. Ik was onverzekerd. Ik had ontslag genomen in De Bocht. Ontslag nemen betekent geen rechten. Kroegbaas zette me op de loonlijst. Dan was ik in elk geval verzekerd. Ik vond dat ik dan ook wel een tegenprestatie mocht leveren. Hij had een barkeeper nodig. Ik was barkeeper. Eén en één is twee. Is die wiskundestudie toch nog ergens goed voor geweest.

Het is een ongeschreven horecawet dat je niet bij de buren gaat werken. Concurrentiebeding heet dat officieel. Ik doe niet aan wetten. Ik heb schijt aan regelgeving. Ik ben loyaal. Loyaal naar Kroegbaas. En dus ging ik niet voor Oude Baas werken. In de horeca heb je geen vrienden. Alleen maar kennissen. Daarom is loyaliteit een groot goed. Ik ben groot. Ik ben goed. Ik ben loyaal.

Afgelopen vrijdag. Ik werk. Het is druk. Veel bekenden. Ik kan moeilijk de aandacht verdelen. Iedereen wil aandacht. Ik wil iedereen aandacht geven. Ik wil met iedereen praten. Ik wil met iedereen zoenen. Op de hoek van de bar, in het stamgastenhoekje Nerd en Nietzz. Twee Amerikaanse hormoonbundels eromheen. Ik vraag aan de logsters of de Amerikanen ok zijn. De Amerikaan is ze voor met het antwoord.
"Yeah man. We’re ok."
Bij de spoelbak zit Mr. Happy die de identiteit van Stella onthuld. Grijns. Dus toch. Ik heb haar nooit meer over het logeerbed gehoord. Ze geven me een verlaat verjaardagscadeau. Opdat ze me blijven zien, na de verkoop van het café. Ja, wij blijven elkaar zien. Ook zonder cadeau. In de andere hoek Mex met twee blondjes. Gaat ze me koppelen? Dat is geen loyaliteit meer. Dat is zorgzaamheid. Ze kent mijn smaak. Mex zegt dat ze met een verjaardagscadeau in haar maag zit. Ik vraag of ze zwanger is. De blondjes keuren me. Wat heeft ze verteld?

Buurman komt met een bedrukt gezicht binnen. Ik heb geen tijd voor hem. Heel even dan, een snelle borrel. Ik hef mijn glas om te proosten maar hij houdt zijn handen stil en staart naar de grond.
"Oude Baas ligt in coma."

Werken. Pensioen. Oudedag. Genieten op je oude dag. Van je oude dag. Valt er nog wat te genieten? We worden maar ouder en ouder. Genieten moet je niet later doen.

Vijf uur later. Precies om sluitingstijd is hij overleden. 63 jaar oud. Net een jaar gestopt met werken.

Er moet nu genoten worden. Drinken en roken. Feesten en vrijen. Daten en dumpen. Dumpen? Hoezo dumpen? Welke idioot heeft dat bedacht? Er wordt niemand gedumpt. We gaan valentijnskaarten versturen. We gaan met elkaar bellen. We gaan afspraakjes maken. We gaan dansen. We gaan feesten. We gaan vrijen. Hoezo angst voor de afwijzing? Er is geen afwijzing. We gaan genieten. We gaan lol maken. We gaan elkaar gelukkig maken. Al is het maar voor één nacht. Morgenochtend gaan we douchen en ontbijten en we zien het allemaal wel. Na ons de zondvloed. Morgen? Ja, wat morgen!? Dat is morgen pas. Moet je morgen werken? Ah gut. Boeien! Morgen is een nieuwe dag voor een nieuw feest. Nu is het nu. Hou je niet in. Laat je los. Laat je gaan. Doe het.

Alsjeblieft.

Wat is het nut van een goed pensioen? Wat doe ik in die fokking kantoortoren met mijn veilige negen tot vijf baantje, mijn veilig pensioentje en mijn saaie veilige collega’s. Arbomensen die ons beveiligen tegen RSI. RSI?? Een moderniteitsziekte van mensen die niet eens meer het vermogen bezitten thuis te feesten. Beweeg je thuis nog wel een beetje jongen? Gooi je je vrouw nog wel eens over je schouder? Dondert er nog wel eens iemand uit bed omdat je niet eens meer weet dat je in een bed ligt? Blijkt het licht nog wel eens te branden wanneer je ’s morgens je bed uit rolt? Branden de kaarsen nog wel eens de volgende ochtend? Heb je überhaupt kaarsen? Hoeveel hoeken heeft je huis? Wanneer hebben jullie voor het laatst alle hoeken bekeken? Heb je haar alle hoeken laten zien? Of gaat je huiselijke leventje niet verder dan de hoek van je nachtkastje waar je wekker staat? De wekker die je elke ochtend terugduwt in je slavenbestaantje? Wat zeg ik? Slavenbestaan? Dat is nog te goed voor je! Slaven zongen in ieder geval nog! Die putten moed, kracht en vreugde uit hun positie. Vernederd en afgericht maar ongebroken en fysiek ongenaakbaar. Of de hoek van je peperdure aanrechtblad waar je een pindasausje staat te maken omdat je schoonouders komen eten en jullie heel orgineel gaan tafelgrillen? Wanneer heb je je vrouw voor het laatst op het aanrechtblad genomen? Even achterlangs tijdens de afwas lukt niet meer want je hebt nu een prachtige vaatwasser. Waar is de romantiek van het samen afwassen gebleven? Wist je dat Dreft een lekker glijmiddel is? Moet je haar borsten eens mee insmeren. Wat een feest! Weet je wat ook een feest is? Je schoonmoeder versieren! Daar kan je nog wat van leren! Die kreeg geen vier maanden zwangerschapsverlof. Begin je nog wel eens de volgende ochtend met het wegwerken van de wijnvlekken in je zojuist aangeschafte tapijtje? Laat liggen die wijn. We gaan vrijen! Of is alle passie blijven hangen in de kantoorstoel waar je acht uur per dag in weg zit te rotten?

Een steeds hogere levensverwachting. Een steeds lagere verwachting van het leven.

Barkeeper is de leukste baan die er is.