Van Floor moet ik wandelen dus daarom ging ik wandelen. Het was een mooie zondag om te wandelen. De zon scheen, er was een aangename luchtvochtigheid en niet veel wind.
Meer mensen verkozen de luchtvochtigheid boven verwinterde zondagmiddagseks. Er zaten mensen buiten, voor hun huis of op het balkon. Mensen werkten in de tuin. Auto’s werden gewassen. Er werd gefietst, veel gefietst. En gewandeld, zoals gezegd. Door mij, maar ook door veel anderen. Ik ben zelden op een origineel idee betrapt.
Ongeacht welke keuze we hadden gemaakt - tuin, balkon, auto, fiets - we hadden één ding gemeen: we lieten ons humeur kietelen door de voorjaarszon. We hadden de deur geopend, de muffe woonkamer verlaten en waren naar buiten gegaan.
Sommige mensen droegen een muts en handschoenen, anderen waren gekleed in een sportieve trui of jas. De overgang van jaargetijden zorgt voor een contrastrijk beeld. Er ligt nog ijs op de sloten terwijl kinderen voetballen in T-shirts met korte mouwen op een aangrenzend stukje gras. Met grasveldjes moet je uitkijken. Je kunt er de hond uitlaten.
Van Floor moet ik eigenlijk in het bos wandelen maar in het bos is geen contrast. Door de bos bomen het niet meer zien, zeg maar.
Daarom wandelde ik door de straten van het oude dorp. Langs kleine maar statige huisjes, maar ook langs misplaatste moderniteiten. Langs lamlendige landhuizen, langs restaurants die voorjaarsomzet lieten lopen. Langs het stadhuis en het zwembad. Langs de kade en langs de bosrand. Langs de snelweg, langs een illegale vuilstortplaats. Daar bleef ik staan.
Een bonus op deze zonovergoten middag. Dankzij Floor is de locatie gevonden.
Be aware, be very aware.
Fleur vind ik een leukere naam. Een vriendinnetje dat Fleur heet, dat zou leuk zijn. Een vriendinnetje, dat zou leuk zijn. Samen met een vriendinnetje wandelen is leuker dan in de tuin werken of de auto wassen. Ik bezit geen auto en ik heb geen tuin. Het zal met elkaar te maken hebben.
Na de toevalstreffer liep ik verder, de polder in. Er zitten nog geen pollen in de lucht, anders had ik het niet gedaan. Pollen in het voorjaar zijn het ergst, want levenslustig en vers. Even besmettelijk als buikloop bij kleuters, even verraderlijk als hun puberende zus.
Over het spoor en een spoorwegovergang de polder uit, via een tuincentrum en een bouwmarkt de bewoonde wereld weer in. De randstedelijke villawijk, daarachter de moderne maar monotone huizenrij, de goedkope grijze flatgebouwen en de late jaren zestig bouw. Toen stond ik in het winkelcentrum.
Over contrast gesproken.
In het winkelcentrum waren de winkels open. Het was koopzondag maar er werd niet veel gekocht. Kopen doe je niet bij een glimlachende voorjaarszon.
Tegenwoordig is elke zondag koopzondag. Niet meer één keer per maand, of alleen met de feestdagen. Alles moet meer en de omzet wordt minder. Het speciale is eraf, zoals bij iemand die je elke week ziet. Hoe houd je het spannend? Ik keek naar boven. De zon zal de rest van de maand niet meer schijnen.
Bij de ingang van de snackbar stond een groepje pubers. Ik bestelde een bakje friet. Wandelen maakt hongerig, onzekere jeugd hoerig. Ik eet zelden friet, daarom blijft het speciaal.
Terwijl ik mijn friet at zag ik buiten een bekende Nederlander staan. Maar ik wist niet wie het was. Zo bekend was hij toch weer niet. Misschien moet hij vaker naar buiten gaan.
25 January 2013
Je bent zelf een cliffhanger
In het dagelijkse leven, als we werk daaronder verstaan, ben ik dus een aantal verdiepingen verplaatst. Dit even voor het overzicht. Overzicht is belangrijk, want dan weet je waar je staat. Zonder overzicht zou je kunnen verdwalen, door de bos bomen het niet meer zien zitten en in een ravijn storten. Dat is het allemaal niet waard.
Een collega die twintig verdiepingen en drie salarisschalen hoger zit, plaatste op facebook een foto van het uitzicht vanaf zijn werkplek. Je zag de Watergraafsmeer, Amsterdam-Oost, Zeeburg en Diemen. Wel zo overzichtelijk, maar ik heb het niet zo op hoge salarisschalen. Na jaren ploeteren heb je het eindelijk gemaakt, je hebt een plaats bovenin de toren. Je komt op je werk en je start facebook op. Dan ben je niet vierkant geslaagd maar ronduit mislukt.
Er schijnen vrouwen te zijn die het lekker vinden, zo’n hoge man. Ze trouwen op haar verzoek na gemeenschap in goederen.
De collega en ik hebben weinig contact. Maar zoals gezegd hebben we facebook. Op facebook onderhoud je contact met mensen waarmee je geen contact hebt.
Het is een mooie toren, dat mag ook gezegd, maar wel hoog. Erg hoog. Ik heb het niet zo op hoge torens, niet meer. Vroeger wel, maar nu niet meer. Ik krijg al last van hoogtevrees als ik naar filmpjes kijk van grote hoogtes, laat staan dat ik in werkelijkheid mijn sluitspier onder controle houd.
Youtube staat vol met filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Waaghalzen beklimmen bouwkranen en televisietorens, ze lopen langs bergrichels of kruipen zonder touwen langs een stuwdam omhoog. Vroeger steeg ik ook tot grote hoogte, maar dat was vroeger. Het verschil tussen de kindertijd en de volwassenheid is dat kinderen geen vroeger hebben.
Janine schijnt bij het klimmen haar nieuwe vriend te hebben ontmoet. Klimmen is een manier om je vertrouwen in de mensen terug te krijgen, bijvoorbeeld nadat je bent bedrogen, mishandeld of gewoon voor slet bent uitgemaakt. Terwijl je klimt ben je gezekerd en iemand die beneden staat is je zekering. Daarop moet je vertrouwen en na het klimmen ben je dan genezen. Janine zit ook op facebook maar ik heb geen contact met Janine.
Om mezelf te laten lijden kijk ik naar de filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Tintelingen doortrekken mijn benen, mijn buik trekt samen en ik wil wegkijken. Maar ik kijk niet weg, ik kijk recht vooruit. Zelfs veilig achter het bureau, met beide voeten op de grond, begint het in mijn hoofd te draaien en het voelt alsof ik geen benen meer heb. Ik vind het onbegrijpelijk maar tegelijkertijd ook fascinerend. Plaatjes kijken, meer is het niet, en dan zo'n reactie kunnen oproepen. Solistische sadomasochistische spelletjes voor als vrouwen en kaarsen niet voorradig zijn.
Je verwacht dat hoogtevrees verdwijnt naarmate je ouder wordt, of op haar minst afzwakt. Je kweekt tenslotte eelt en je verwerft een hoger beleggings- en incasseringsvermogen. Jammer, maar helaas. In de praktijk verhevigen de angsten naarmate de leeftijd vordert. Het afstompen en afvlakken, de clichématige en gevoelsmatige ontwikkeling van de tekortkomingen, het is allemaal juist precies anders.
Hoogtevrees is geen ziekte, het is een begoocheling, je gaat er dan ook niet mee naar de dokter. Begoocheling is niet erg, driekwart van de wereld gelooft in geesten en loopt verdwaasd in het rond. Zo zei ik bijvoorbeeld tegen Janine dat ze een slet was. Ze twijfelde tussen schreeuwen en slaan. Toen heb ik maar een knoop voor haar doorgehakt. Er is bij hoogtevrees maar één echt probleem.
Als je de top eenmaal hebt bereikt, dan is er maar één weg over.
Een collega die twintig verdiepingen en drie salarisschalen hoger zit, plaatste op facebook een foto van het uitzicht vanaf zijn werkplek. Je zag de Watergraafsmeer, Amsterdam-Oost, Zeeburg en Diemen. Wel zo overzichtelijk, maar ik heb het niet zo op hoge salarisschalen. Na jaren ploeteren heb je het eindelijk gemaakt, je hebt een plaats bovenin de toren. Je komt op je werk en je start facebook op. Dan ben je niet vierkant geslaagd maar ronduit mislukt.
Er schijnen vrouwen te zijn die het lekker vinden, zo’n hoge man. Ze trouwen op haar verzoek na gemeenschap in goederen.
De collega en ik hebben weinig contact. Maar zoals gezegd hebben we facebook. Op facebook onderhoud je contact met mensen waarmee je geen contact hebt.
Het is een mooie toren, dat mag ook gezegd, maar wel hoog. Erg hoog. Ik heb het niet zo op hoge torens, niet meer. Vroeger wel, maar nu niet meer. Ik krijg al last van hoogtevrees als ik naar filmpjes kijk van grote hoogtes, laat staan dat ik in werkelijkheid mijn sluitspier onder controle houd.
Youtube staat vol met filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Waaghalzen beklimmen bouwkranen en televisietorens, ze lopen langs bergrichels of kruipen zonder touwen langs een stuwdam omhoog. Vroeger steeg ik ook tot grote hoogte, maar dat was vroeger. Het verschil tussen de kindertijd en de volwassenheid is dat kinderen geen vroeger hebben.
Janine schijnt bij het klimmen haar nieuwe vriend te hebben ontmoet. Klimmen is een manier om je vertrouwen in de mensen terug te krijgen, bijvoorbeeld nadat je bent bedrogen, mishandeld of gewoon voor slet bent uitgemaakt. Terwijl je klimt ben je gezekerd en iemand die beneden staat is je zekering. Daarop moet je vertrouwen en na het klimmen ben je dan genezen. Janine zit ook op facebook maar ik heb geen contact met Janine.
Om mezelf te laten lijden kijk ik naar de filmpjes die zijn geschoten vanaf grote hoogte. Tintelingen doortrekken mijn benen, mijn buik trekt samen en ik wil wegkijken. Maar ik kijk niet weg, ik kijk recht vooruit. Zelfs veilig achter het bureau, met beide voeten op de grond, begint het in mijn hoofd te draaien en het voelt alsof ik geen benen meer heb. Ik vind het onbegrijpelijk maar tegelijkertijd ook fascinerend. Plaatjes kijken, meer is het niet, en dan zo'n reactie kunnen oproepen. Solistische sadomasochistische spelletjes voor als vrouwen en kaarsen niet voorradig zijn.
Je verwacht dat hoogtevrees verdwijnt naarmate je ouder wordt, of op haar minst afzwakt. Je kweekt tenslotte eelt en je verwerft een hoger beleggings- en incasseringsvermogen. Jammer, maar helaas. In de praktijk verhevigen de angsten naarmate de leeftijd vordert. Het afstompen en afvlakken, de clichématige en gevoelsmatige ontwikkeling van de tekortkomingen, het is allemaal juist precies anders.
Hoogtevrees is geen ziekte, het is een begoocheling, je gaat er dan ook niet mee naar de dokter. Begoocheling is niet erg, driekwart van de wereld gelooft in geesten en loopt verdwaasd in het rond. Zo zei ik bijvoorbeeld tegen Janine dat ze een slet was. Ze twijfelde tussen schreeuwen en slaan. Toen heb ik maar een knoop voor haar doorgehakt. Er is bij hoogtevrees maar één echt probleem.
Als je de top eenmaal hebt bereikt, dan is er maar één weg over.
16 January 2013
Mollusken
Het is de derde week van het jaar en ik vraag me af wat ik zal gaan doen. De eerste weken was ik nuttig, maar in het rapportageproces zijn we op een niveau beland dat echte mannen het werk moeten doen. Op de wc ben ik een echte man, maar daarop houdt het verder. Aan de lichaamstaal van de ingehuurde externen lees ik af dat zij hetzelfde denken – dat zij zich afvragen wat ik zal gaan doen. Laat ik maar een log schrijven, Kerst is ook alweer een tijdje voorbij.
Twee weken overwerken, de zaterdagen erbij. Zo begint de werkzame mens het nieuwe jaar. Het jaarwerk vloeit en de afdeling stroomt - over. De afdeling mist deadlines, aansluiting en lunches. Ik mis begeleiding, instructies en kennis. De afdeling werkt onverminderd voort, ik werk onvermeerderd mee. Teamgeest is ook maar een geest.
Toen we afgelopen zaterdag overwerkten ging ik naar het damestoilet. Een man een man, een woord een woord. De beveiliging zat beneden, ik zat met de hindoe boven, de rest van de overwerkers was naar huis. “Maak het niet te laat,” zei de leiding bij het weggaan, “maandag weer een dag.” Zondag is blijkbaar geen dag.
Buiten was het al weer donker, wat niet zo gek is in deze tijd van het jaar. Het zou pas raar zijn geweest als er rood licht naar binnen had geschenen, of als het toilet schoon was geweest. Damestoiletten zijn smeriger dan je op het eerste gehoor zou verwachten. Dat van die deplorabele staat bedenk ik niet zelf, ik heb het eerder gezien.
De hindoe deed intelligent, ik keek vriendelijk mee. Van meekijken kun je een hoop leren. Na verloop van tijd doe je gewoon precies hetzelfde als wat je hebt gezien. Half Nederland kijkt naar domme televisie en gedraagt zich net zo idioot als de mensen dat in de domme televisieprogramma’s doen.
Vroeger, toen ik nog haar en buikspieren had, werkte ik in kroegen waar het gebruikelijk was dat je zelf de wc’s schoonmaakte. Het schoonmaken van het damestoilet was meer werk dan het schoonmaken van de bar. Na een paar keer diep ademhalen de brandspuit erop, dat was de enige methode. En als de dames weg waren nog een keer.
Het is algemeen bekend dat vrouwen samen naar het toilet toe gaan. Ze kletsen even bij, doen hun ditje en hun datje en kunnen verder met het leven. Op het toilet bespreken ze zaken die de omgeving niet mag horen, worden oneffenheden weggewerkt die het daglicht niet mag zien. Het waarom van de rotzooi die ze achterlaten is evolutionair.
Als je geheimzinnige dingen doet, moet je de sporen wissen. Het gevaar van geheimzinnigheid is dat het vroeg of laat gaat lekken - verbaal of vaginaal. Een vrouw laat sporen na als een naaktslak op een zomerse dag.
Het is de derde week van het jaar en ik vraag me af wat ik zal gaan doen. Vrouwen komen al pratend met elkaar tot een oplossing, een man bedenkt dat zelf. Als je praat kun je niet schieten. Het moment voordat je de trekker overhaalt moet je je adem inhouden. Laat een klein beetje lucht los, stop met uitademen, wacht drie seconden en haal de trekker over. Blaas dan de resterende lucht uit.
Twee weken overwerken, de zaterdagen erbij. Zo begint de werkzame mens het nieuwe jaar. Het jaarwerk vloeit en de afdeling stroomt - over. De afdeling mist deadlines, aansluiting en lunches. Ik mis begeleiding, instructies en kennis. De afdeling werkt onverminderd voort, ik werk onvermeerderd mee. Teamgeest is ook maar een geest.
Toen we afgelopen zaterdag overwerkten ging ik naar het damestoilet. Een man een man, een woord een woord. De beveiliging zat beneden, ik zat met de hindoe boven, de rest van de overwerkers was naar huis. “Maak het niet te laat,” zei de leiding bij het weggaan, “maandag weer een dag.” Zondag is blijkbaar geen dag.
Buiten was het al weer donker, wat niet zo gek is in deze tijd van het jaar. Het zou pas raar zijn geweest als er rood licht naar binnen had geschenen, of als het toilet schoon was geweest. Damestoiletten zijn smeriger dan je op het eerste gehoor zou verwachten. Dat van die deplorabele staat bedenk ik niet zelf, ik heb het eerder gezien.
De hindoe deed intelligent, ik keek vriendelijk mee. Van meekijken kun je een hoop leren. Na verloop van tijd doe je gewoon precies hetzelfde als wat je hebt gezien. Half Nederland kijkt naar domme televisie en gedraagt zich net zo idioot als de mensen dat in de domme televisieprogramma’s doen.
Vroeger, toen ik nog haar en buikspieren had, werkte ik in kroegen waar het gebruikelijk was dat je zelf de wc’s schoonmaakte. Het schoonmaken van het damestoilet was meer werk dan het schoonmaken van de bar. Na een paar keer diep ademhalen de brandspuit erop, dat was de enige methode. En als de dames weg waren nog een keer.
Het is algemeen bekend dat vrouwen samen naar het toilet toe gaan. Ze kletsen even bij, doen hun ditje en hun datje en kunnen verder met het leven. Op het toilet bespreken ze zaken die de omgeving niet mag horen, worden oneffenheden weggewerkt die het daglicht niet mag zien. Het waarom van de rotzooi die ze achterlaten is evolutionair.
Als je geheimzinnige dingen doet, moet je de sporen wissen. Het gevaar van geheimzinnigheid is dat het vroeg of laat gaat lekken - verbaal of vaginaal. Een vrouw laat sporen na als een naaktslak op een zomerse dag.
Het is de derde week van het jaar en ik vraag me af wat ik zal gaan doen. Vrouwen komen al pratend met elkaar tot een oplossing, een man bedenkt dat zelf. Als je praat kun je niet schieten. Het moment voordat je de trekker overhaalt moet je je adem inhouden. Laat een klein beetje lucht los, stop met uitademen, wacht drie seconden en haal de trekker over. Blaas dan de resterende lucht uit.
31 December 2012
22 December 2012
Een vreemde bijt in de eend
Wijzen is onbeleefd. Het is vrij gemakkelijk scoren door te wijzen op de beperkingen en gebreken van anderen. Ik doe het noodgedwongen. Ze zijn allemaal jonger en slimmer dan ik en ze hebben meer diploma's en ervaring. Dat zou geen probleem hoeven zijn, maar iemand die me wegwijs maakt is van harte welkom. Helaas. Bijna iedereen werkt aan het grote probleem en wie dat niet doet vangt het werk op wat als gevolg daarvan blijft liggen. Daardoor blijf ik ook liggen. Bestanden en systemen schieten over het computerscherm en ik schiet voortdurend mis. Het gevolg is dat ik geen idee heb waarmee ik bezig ben. De afdeling heeft waarschijnlijk ook geen idee waarmee ik bezig ben. Ik moet beter richten.
Vanwege de omvang van het grote probleem krijgen we hulp. Dat is gunstig want dan heb ik iets om naar te wijzen. De eerste is Ines (van Daan). Ines kwam hier eerder voorbij en is naast me komen zitten. Twee jaar geleden was ik op een opendag voor een studie. Daar was Daan ook. Er was sprake van een bevruchtingsprobleem, want dat vertelde Daan toen. Daan zag er erg slecht uit, hij moest zijn verhaal kwijt. Ik herkende dat wel. Het was me direct duidelijk waar de bevruchtingsproblematiek zijn oorsprong had. Ines ziet er vandaag de dag goed uit. Strak in huid en haar en zwanger van de tweede. Als er één schaap over de dam is, dan staat het hek open.
Ines staat redelijk hoog op de ladder. Niet zozeer opleidingstechnisch qua ingelijst diplomamateriaal aan de muur maar wel wat ze daarmee intern carrièretechnisch in aanzien heeft bereikt. Je moet de juiste mensen tegenkomen. En wanneer je de juiste mensen tegenkomt dan moet je de juiste dingen zeggen. De juiste kleding dragen is een pre. Op feestjes en recepties kom ik steevast de verkeerde mensen tegen. Ze zeggen de verkeerde dingen en ze zien er niet goed uit. Als dank zeg ik niets terug. Niets zeggen is nooit vruchtbaar.
Isa helpt ook. Isa is extern van de bovenste verdieping. Omdat externen niet voorin onze systemen komen heb ik weinig informatie. Voor een echte auteur is dat geen probleem, die verzint de ontbrekende informatie zelf. Dingen verzinnen is tenslotte zijn fuck. Zo zou ik kunnen verzinnen dat er een groot probleem is wat ervan de reden is dat hoogopgeleid, vrouw en vruchtbaar ons ondersteunt. Ook zou ik kunnen verzinnen dat er een spreekverbod is ingesteld. En omdat we niet mogen spreken over het grote probleem er een codenaam is bedacht, zodat we die codenaam kunnen gebruiken, elke keer dat er intern over het grote probleem wordt gepraat.
Nadat Isa haar miskraam had gehad, maakte ze het uit met de vader van het ongeboren kind. Je moet toch iemand de schuld geven? Hoogopgeleid steekt niet graag de hand in eigen boezem. Daarna maakte ze een wereldreis die haar tot in Zuid-Amerika bracht. De wereld is groter dan Zuid-Amerika maar niet voor een jonge vrouw met een gebroken placenta. Dansen en ziektes oplopen met een tropische verrassing is een goede remedie tegen geestelijk en lichamelijk leed. Voorzien van verhoogde immuniteit keerde Isa terug naar het land van herkomst, en ze maakte toen toch maar haar studie af. Alleen de scriptie, uitgesteld vanwege het dode leven, moest nog. Daarna ging ze als een bezetene aan het werk, als gedetacheerde. Psychologisch een niet al te ingewikkeld verhaal. En een carrière is toch ook een soort van gezin? Het is hard werken en na verloop van tijd vraag je jezelf af waar je het eigenlijk allemaal voor doet.
Het derde poesje dat uit haar normale werkzaamheden vandaan is gehaald om codenaam te ondersteunen, is Kip. Kip stond ooit in het studiemagazine. Toen heb ik Kip door google gehaald. Ik werd geen steek wijzer. Kip is functienaamtechnisch het hoogst van de drie. Verder is ze het blondst, het kontst en het zwangerst. Ze is bijvoorbeeld zwangerder dan Ines. Kip heeft een mooie voetbal op haar buik. Uit lichaamstaal, taalgebruik en gebruik van autoriteit af te leiden, is Kip leading. Hoogopgeleid gaat vaak samen met dominantie. Het lager personeel doet niets uit zichzelf, dat moet worden aangewezen, aangelijnd en aangestuurd. Hoogopgeleid betekent dat je de mindere mens leert plaatsen.
De hindoe die mij wegwijs moet maken, wijst mijn plaats. Maar plaats is geen weg. Plaats is statisch, weg is dynamisch. De stuurloze medewerker wordt balorig, heeft te veel tijd. Als je te veel tijd hebt ga je nadenken. Waar eindigt verveling en waar begint desinteresse? Als je nadenkt slaat de twijfel toe. Zit ik hier wel goed? Minder papieren misschien, wel meer eelt. De mens leert meer door ondervinding dan uit boeken. Ik sta op en mik. Twee stoten onder de gordel. Ines moet lachen.
"Wat zegt hij?" vraagt de hindoe.
Ik ben derde persoon enkelvoud. Stuurloos misschien, maar aan mijn richtingsgevoel mankeert niets. Een schijnwereld is ook een wereld, zoals een luxeprobleem ook een probleem is. Ines houdt wijselijk haar mond. Ze lacht niet meer.
Is het een beginnend buikje of is het juist een aflopend geval? De eerste maanden zijn verwarrend. Misschien is Ines helemaal niet zwanger van de tweede, en duurt het wegwerken van het overtollig zwangerschapsvet net zolang als het haar duurde om zwanger te worden. Mocht dat het geval zijn dan is dat knap lullig. Ik vraag er niet naar – ernaast zitten is nog veel lulliger. En als je ernaast zit kun je ook niet zwanger worden. Van mening veranderen betekent niet dat je met alle tropische winden meewaait. Van mening veranderen betekent dat je openstaat voor nieuwe zienswijzen. Zienswijze bevat het woord wijze. Kwamen de drie wijzen niet uit het oosten? En ligt Azië niet in het oosten? Ik bedoel maar. Wijzen is niet onbeleefd maar slechts het onderkennen van een minderwaardigheid.
Vanwege de omvang van het grote probleem krijgen we hulp. Dat is gunstig want dan heb ik iets om naar te wijzen. De eerste is Ines (van Daan). Ines kwam hier eerder voorbij en is naast me komen zitten. Twee jaar geleden was ik op een opendag voor een studie. Daar was Daan ook. Er was sprake van een bevruchtingsprobleem, want dat vertelde Daan toen. Daan zag er erg slecht uit, hij moest zijn verhaal kwijt. Ik herkende dat wel. Het was me direct duidelijk waar de bevruchtingsproblematiek zijn oorsprong had. Ines ziet er vandaag de dag goed uit. Strak in huid en haar en zwanger van de tweede. Als er één schaap over de dam is, dan staat het hek open.
Ines staat redelijk hoog op de ladder. Niet zozeer opleidingstechnisch qua ingelijst diplomamateriaal aan de muur maar wel wat ze daarmee intern carrièretechnisch in aanzien heeft bereikt. Je moet de juiste mensen tegenkomen. En wanneer je de juiste mensen tegenkomt dan moet je de juiste dingen zeggen. De juiste kleding dragen is een pre. Op feestjes en recepties kom ik steevast de verkeerde mensen tegen. Ze zeggen de verkeerde dingen en ze zien er niet goed uit. Als dank zeg ik niets terug. Niets zeggen is nooit vruchtbaar.
Isa helpt ook. Isa is extern van de bovenste verdieping. Omdat externen niet voorin onze systemen komen heb ik weinig informatie. Voor een echte auteur is dat geen probleem, die verzint de ontbrekende informatie zelf. Dingen verzinnen is tenslotte zijn fuck. Zo zou ik kunnen verzinnen dat er een groot probleem is wat ervan de reden is dat hoogopgeleid, vrouw en vruchtbaar ons ondersteunt. Ook zou ik kunnen verzinnen dat er een spreekverbod is ingesteld. En omdat we niet mogen spreken over het grote probleem er een codenaam is bedacht, zodat we die codenaam kunnen gebruiken, elke keer dat er intern over het grote probleem wordt gepraat.
Nadat Isa haar miskraam had gehad, maakte ze het uit met de vader van het ongeboren kind. Je moet toch iemand de schuld geven? Hoogopgeleid steekt niet graag de hand in eigen boezem. Daarna maakte ze een wereldreis die haar tot in Zuid-Amerika bracht. De wereld is groter dan Zuid-Amerika maar niet voor een jonge vrouw met een gebroken placenta. Dansen en ziektes oplopen met een tropische verrassing is een goede remedie tegen geestelijk en lichamelijk leed. Voorzien van verhoogde immuniteit keerde Isa terug naar het land van herkomst, en ze maakte toen toch maar haar studie af. Alleen de scriptie, uitgesteld vanwege het dode leven, moest nog. Daarna ging ze als een bezetene aan het werk, als gedetacheerde. Psychologisch een niet al te ingewikkeld verhaal. En een carrière is toch ook een soort van gezin? Het is hard werken en na verloop van tijd vraag je jezelf af waar je het eigenlijk allemaal voor doet.
Het derde poesje dat uit haar normale werkzaamheden vandaan is gehaald om codenaam te ondersteunen, is Kip. Kip stond ooit in het studiemagazine. Toen heb ik Kip door google gehaald. Ik werd geen steek wijzer. Kip is functienaamtechnisch het hoogst van de drie. Verder is ze het blondst, het kontst en het zwangerst. Ze is bijvoorbeeld zwangerder dan Ines. Kip heeft een mooie voetbal op haar buik. Uit lichaamstaal, taalgebruik en gebruik van autoriteit af te leiden, is Kip leading. Hoogopgeleid gaat vaak samen met dominantie. Het lager personeel doet niets uit zichzelf, dat moet worden aangewezen, aangelijnd en aangestuurd. Hoogopgeleid betekent dat je de mindere mens leert plaatsen.
De hindoe die mij wegwijs moet maken, wijst mijn plaats. Maar plaats is geen weg. Plaats is statisch, weg is dynamisch. De stuurloze medewerker wordt balorig, heeft te veel tijd. Als je te veel tijd hebt ga je nadenken. Waar eindigt verveling en waar begint desinteresse? Als je nadenkt slaat de twijfel toe. Zit ik hier wel goed? Minder papieren misschien, wel meer eelt. De mens leert meer door ondervinding dan uit boeken. Ik sta op en mik. Twee stoten onder de gordel. Ines moet lachen.
"Wat zegt hij?" vraagt de hindoe.
Ik ben derde persoon enkelvoud. Stuurloos misschien, maar aan mijn richtingsgevoel mankeert niets. Een schijnwereld is ook een wereld, zoals een luxeprobleem ook een probleem is. Ines houdt wijselijk haar mond. Ze lacht niet meer.
Is het een beginnend buikje of is het juist een aflopend geval? De eerste maanden zijn verwarrend. Misschien is Ines helemaal niet zwanger van de tweede, en duurt het wegwerken van het overtollig zwangerschapsvet net zolang als het haar duurde om zwanger te worden. Mocht dat het geval zijn dan is dat knap lullig. Ik vraag er niet naar – ernaast zitten is nog veel lulliger. En als je ernaast zit kun je ook niet zwanger worden. Van mening veranderen betekent niet dat je met alle tropische winden meewaait. Van mening veranderen betekent dat je openstaat voor nieuwe zienswijzen. Zienswijze bevat het woord wijze. Kwamen de drie wijzen niet uit het oosten? En ligt Azië niet in het oosten? Ik bedoel maar. Wijzen is niet onbeleefd maar slechts het onderkennen van een minderwaardigheid.
20 December 2012
Bedrijfsrisico

Het zijn de verlichtende dagen voor kerst. De afdeling organiseert een kerstborrel - the Dutch way. De grote bedrijfsfeesten van bodemloze consumptie zijn voorbij. Als je iets wil doen dan regel je het zelf. Feesten op kosten van de baas is niet meer van deze tijd. Ik neem twee mandarijnen mee. Het mandarijnenseizoen is ook voorbij.
Er staan flessen wijn, pakken jus d'orange, blikjes bier. Er liggen zakken chips, doosjes kant en klare partysnacks. De teamleider met de hardloopbenen zit op een bureau. Haar omhooggekomen broek biedt zicht op de door het vele wassen verkleurde sokken in haar enkellaarsjes. Ik vind het vertederend. Ze draagt nooit laarsjes. Met kerst gedragen mensen zich anders.
's Morgens was ik bij Floor. Floor is van de interne gezondheidsgestapo. Gezonde medewerkers in een gezond bedrijf - ongezonde mensen zijn een bedrijfsrisico. Floor deed metingen, ik deed gehoorzaam en een conditietest. Daarna moest ik vragen beantwoorden. Over eetgewoontes en andere fysieke ongemakken. Vragen beantwoorden is niet moeilijk. Ik heb geen fysieke ongemakken - als we ouderdom buiten beschouwing laten. Vragen stellen vind ik moeilijker.
"Heb je thuis ook een hartslagmeter?"
"Is cupmaat een aanleiding voor depressies?"
"Hoe vaak geef je planten water?"
"Wil je mijn kerstboom zien?"
Nee.
De donkerbruine ogen van Floor bekeken de uitslagen. Toen zei ze dat ik kerngezond ben. Alleen de conditie kan beter. Ik hoef niet per se te sporten, een uur door het bos wandelen is ook goed. Als ik maar naar buiten ga.
De standaard conversaties worden gevoerd.
"Wat doe je met de kerstdagen?"
"Mijn ouders komen. En tweede kerstdag gaan we naar zijn ouders."
"Ga je met oud en nieuw nog iets leuks doen?"
"We blijven thuis, met ons tweetjes. Met zo'n buik wordt er voorlopig niet gefeest."
Een hand beweegt voorzichtig over onvolgroeid nieuw leven.
Ik verdiep me in de mandarijnen. Gisteren had ik er twee die vol met pitten zaten. Die kan je niet gedachteloos opeten. Eerst zachtjes bijten, dan met je tong de pitten zoeken en als je ze vindt dan voorzichtig naar je lippen duwen. Niet te hard want dan valt het hele mandarijnenpartje eruit.
Een vinger verdwijnt in mijn neus. Een zenuwtrekje. Ik heb beet en voel dat er een ongemakkelijke situatie aankomt. Ik kijk rond. Niemand kijkt. Ik trek mijn vinger terug en stop hem in de schil van een van de mandarijnen.
Ik kan het niet - small talk. Ongeïnteresseerde beleefdheidsgesprekken over niets. Ik wil ongegeneerd dronken worden. Ik wil dat iedereen loskomt, zich losmaakt van het zaaddodend gewenst gedrag. En als alle drank op is gaan we naar de stad. Naar kroegen met muziek die ervoor zorgt dat het niet uitmaakt wat je zegt. En als alle kroegen dicht zijn eindigen we in een shoarmatent. Zodat we allemaal hetzelfde ruiken. En we de volgende dag niet hoeven te werken.
"Nog geneukt?" wil ik vragen.
Maar dat antwoord weet ik al.
Na tien minuten heb ik allebei de mandarijnen opgegeten. Ik doe mijn sjaal om en trek mijn jas aan. Het zijn geen onaardige mensen - dat is het niet. Ik weet gewoon niets te zeggen. Ik ga naar buiten.
"Hij gaat al," zegt de hindoe.
08 December 2012
Flower in the desert
07 December 2012
Weerwaarschuwing
De hoofdpersoon in de nachtfilm op het tweede televisiekanaal leek op Janine. Janine haar fiets stond vanochtend niet in de fietsenkelder. Toen ik had ingelogd op het bedrijfsnetwerk zag ik dat ze wel online was. Net zoals Spijkerrokje, Fatima, Krissie en Nattelie. De moderne interne chatbox als stalkerroom. Ik belde de hindoe terug.
"Ik ga je slaan," zei ze.
Ik liet een stilte vallen.
"Nou oké, dan kom ik wel."
Het duurde zeker een uur voordat de hindoe er zou zijn. In de tussentijd dacht ik na over de afgelopen weken, schreef een log, haalde koffie voor iedereen die zich niet had laten afschrikken door de aangekondigde sneeuwstorm, ging naar de wc terwijl ik niet moest, at een appel, las wat stukken op internet en verwijderde tot slot het log. Het schrijven ervan volstaat. Publiekelijk bekentenissen etaleren is aandachtshoertje spelen en dat moet je lekker thuis doen.
In een column in de Groene las ik dat meisjes hun mobiel associëren met het 'in contact staan met anderen', waarbij oxytocine zou vrijkomen, een belangrijk hormoon en neurotransmitter, dat positieve gevoelens van vertrouwen en geborgenheid teweegbrengt. Dus als een meisje tijdens een afspraakje steeds op haar mobiel kijkt, dan weet je waaraan het jou ontbreekt. Sociale media is niet sociaal maar digitaal. Digitaal vertrouwd, sociaal onaangepast. Vroeger noemden ze dat psycho's.
Toen de hindoe was gearriveerd en zich had geïnstalleerd - ze had haar laarzen uitgetrokken - ging ik naast haar zitten en we gingen verder waar we gisterenavond waren gebleven.
"Mijn sokken zijn nat geworden."
Ik hield mijn goedkope grappen voor me.
Op twitter maakte singlemoeder de wereld deelgenoot van de geboorte van haar tweede kind. Ze vertelde erbij dat het leven nog nooit zo mooi is geweest. Haar logs over de schijnbaar eindeloze stroom ziekenhuisbezoeken om maar zwanger te geraken staan niet meer online - over publieke bekentenissen gesproken. In onze studententijd hebben we een paar keer samen geslapen. Toen bestonden er nog geen mobiele telefoons, je pikte geborgenheid op in de kroeg.
De afgelopen weken zijn we 's avonds en in het weekend aan het werk. Ik werk er een maand en er wordt een forse fout uit het verleden blootgelegd - er is geen causaal verband maar desondanks is het wel uitermate grappig.
"Ik doe dit wel, ga jij maar schrijven," zei de hindoe even later.
Het schoot duidelijk niet op. Ik ging achter mijn eigen bureau zitten en begon aan de notitie voor de directie.
“Kom je bij me zitten?” vroeg Spijkerrokje tijdens lunchtijd in het restaurant.
Spijkerrokje was vandaag zwart leren rokje. Hoezo weerwaarschuwing? Leer is opwindend. Andere mensen vinden Sinterklaas, Lady Gaga, een grensrechter of kinderen van drie jaar oud opwindend. Over smaak valt niet te twisten, net zomin als over de correlatie met intelligentie.
"Hoe is het op je nieuwe afdeling?" vroeg Spijkerrokje.
Positief aan de nieuwe afdeling is dat het onderdeel van de fabriek wordt bemand door een totaal ander slag mensen dan het onderdeel dat ik achter me heb gelaten. Het is verbazingwekkend hoe binnen één bedrijf zulke verschillende culturen kunnen bestaan. En ik ken verschillende soorten mensen maar een type als de hindoe heb ik nooit eerder ontmoet. De laatste tijd heb ik last van erotische dromen en dat is duidelijk haar schuld. Soms kijk ik naar haar nagels, soms naar haar borstjes. Ze draagt felgekleurde nagellak, passend bij haar topjes. Dat is erom vragen. Om niet in de valkuil van een premature lofzang te vallen laat ik het daar voorlopig bij. Want ooit zullen we elkaar mijden - uiteindelijk brouilleer ik met iedereen - en zal ook zij niet meer zijn dan de melding 'online' in de chatbox.
"Wil je mijn sinterklaasfoto's zien?"
Voordat ik had kunnen antwoorden duwde Spijkerrokje haar Blackberry al onder mijn neus.
De film was afgelopen. Het was een mooie film, met een vertrouwd open einde. Niet alles hoeft verklaard te worden. Aan Janine denkend kroop ik in bed. Eén sneeuwbuitje en ze laten de fiets staan en vluchten in het openbaar vervoer. Eenzijdige liefde kan verstikkend zijn, evenzo geldt dat voor de liefdeloosheid van de andere partij. De sigaret is een neurotransmitter. Een geconcentreerd fenomeen, gebaseerd op vage motivatie.
"Ik ga je slaan," zei ze.
Ik liet een stilte vallen.
"Nou oké, dan kom ik wel."
Het duurde zeker een uur voordat de hindoe er zou zijn. In de tussentijd dacht ik na over de afgelopen weken, schreef een log, haalde koffie voor iedereen die zich niet had laten afschrikken door de aangekondigde sneeuwstorm, ging naar de wc terwijl ik niet moest, at een appel, las wat stukken op internet en verwijderde tot slot het log. Het schrijven ervan volstaat. Publiekelijk bekentenissen etaleren is aandachtshoertje spelen en dat moet je lekker thuis doen.
In een column in de Groene las ik dat meisjes hun mobiel associëren met het 'in contact staan met anderen', waarbij oxytocine zou vrijkomen, een belangrijk hormoon en neurotransmitter, dat positieve gevoelens van vertrouwen en geborgenheid teweegbrengt. Dus als een meisje tijdens een afspraakje steeds op haar mobiel kijkt, dan weet je waaraan het jou ontbreekt. Sociale media is niet sociaal maar digitaal. Digitaal vertrouwd, sociaal onaangepast. Vroeger noemden ze dat psycho's.
Toen de hindoe was gearriveerd en zich had geïnstalleerd - ze had haar laarzen uitgetrokken - ging ik naast haar zitten en we gingen verder waar we gisterenavond waren gebleven.
"Mijn sokken zijn nat geworden."
Ik hield mijn goedkope grappen voor me.
Op twitter maakte singlemoeder de wereld deelgenoot van de geboorte van haar tweede kind. Ze vertelde erbij dat het leven nog nooit zo mooi is geweest. Haar logs over de schijnbaar eindeloze stroom ziekenhuisbezoeken om maar zwanger te geraken staan niet meer online - over publieke bekentenissen gesproken. In onze studententijd hebben we een paar keer samen geslapen. Toen bestonden er nog geen mobiele telefoons, je pikte geborgenheid op in de kroeg.
De afgelopen weken zijn we 's avonds en in het weekend aan het werk. Ik werk er een maand en er wordt een forse fout uit het verleden blootgelegd - er is geen causaal verband maar desondanks is het wel uitermate grappig.
"Ik doe dit wel, ga jij maar schrijven," zei de hindoe even later.
Het schoot duidelijk niet op. Ik ging achter mijn eigen bureau zitten en begon aan de notitie voor de directie.
“Kom je bij me zitten?” vroeg Spijkerrokje tijdens lunchtijd in het restaurant.
Spijkerrokje was vandaag zwart leren rokje. Hoezo weerwaarschuwing? Leer is opwindend. Andere mensen vinden Sinterklaas, Lady Gaga, een grensrechter of kinderen van drie jaar oud opwindend. Over smaak valt niet te twisten, net zomin als over de correlatie met intelligentie.
"Hoe is het op je nieuwe afdeling?" vroeg Spijkerrokje.
Positief aan de nieuwe afdeling is dat het onderdeel van de fabriek wordt bemand door een totaal ander slag mensen dan het onderdeel dat ik achter me heb gelaten. Het is verbazingwekkend hoe binnen één bedrijf zulke verschillende culturen kunnen bestaan. En ik ken verschillende soorten mensen maar een type als de hindoe heb ik nooit eerder ontmoet. De laatste tijd heb ik last van erotische dromen en dat is duidelijk haar schuld. Soms kijk ik naar haar nagels, soms naar haar borstjes. Ze draagt felgekleurde nagellak, passend bij haar topjes. Dat is erom vragen. Om niet in de valkuil van een premature lofzang te vallen laat ik het daar voorlopig bij. Want ooit zullen we elkaar mijden - uiteindelijk brouilleer ik met iedereen - en zal ook zij niet meer zijn dan de melding 'online' in de chatbox.
"Wil je mijn sinterklaasfoto's zien?"
Voordat ik had kunnen antwoorden duwde Spijkerrokje haar Blackberry al onder mijn neus.
De film was afgelopen. Het was een mooie film, met een vertrouwd open einde. Niet alles hoeft verklaard te worden. Aan Janine denkend kroop ik in bed. Eén sneeuwbuitje en ze laten de fiets staan en vluchten in het openbaar vervoer. Eenzijdige liefde kan verstikkend zijn, evenzo geldt dat voor de liefdeloosheid van de andere partij. De sigaret is een neurotransmitter. Een geconcentreerd fenomeen, gebaseerd op vage motivatie.
03 December 2012
Prioriteren
Het is een misverstand te veronderstellen dat verrechtsing een gevolg is van jaloezie. Je kunt niet jaloers zijn op een paartje dat stelselmatig aan het infuus van de staat hangt.
Verrechtsing groeit bij onrechtvaardigheid. Het gevoel van onrechtvaardigheid ontstaat als er een blauwe envelop wordt bezorgd. Of je maar even wilt betalen - als voorheffing op de naheffing van de definitieve heffing op de correctie van de voorheffing op het geschatte inkomen van het volgend jaar.
Je hebt het nog niet eens verdiend, maar je mag wel alvast de belasting betalen, en een jaar vooruit alstublieft. Sterker, je moet betalen – als je niet geconfronteerd wilt worden met de wettelijke invorderingsrente. De vaderlandse blauwe enveloppenbrigade krijgt steeds meer de trekjes van een notoir incassobureau.
Er zijn mensen die niet hoeven te betalen. Bij hen werkt het andersom. Als je geen geld en geen huis hebt dan krijg je een huis en dan krijg je geld. We zijn een beschaafd land en volgens de universele rechten van de mens heeft iedereen recht op informatie. Informatie betekent: waar krijg ik een huis en waar krijg ik geld?
Als je niet kan werken omdat je een probleem hebt met gezag - los van het feit dat je een hekel hebt aan opstaan en een voorkeur hebt voor een joint in plaats van ontbijt - dan verwacht de Nederlandse staat niet dat je werkt. Een stempeltje ongeschikt op je voorhuid en je bent verzekerd van een leven lang wekkerloos betaald bestaan.
Onder het genot van een biertje (accijns € 0,08) zei een vriendin: Wees blij dat je belasting moet betalen, want dat betekent dat je het kan betalen. Met andere woorden: wees blij dat je moet poepen want dat betekent dat je het kan. Ik hoop dat later de meisjes in het verzorgingstehuis er ook zo blij mee zijn.
Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Makkelijker kunnen we het zeker maken. Privatiseren is een feest. Een Europese aanbesteding en er kunnen weer dertigduizend ambtenaren worden afgeboekt. Bezuinigen is prioriteren.
Ik ben niet jaloers op de bijstandsrukkers, op de psychisch gestoorde bewoners van de WIA, op semi-intellectuele profiteurs en ander ongewassen kunstzinnig tuig. Want wat is erger: het geluid van de wekker ’s morgens vroeg of de lucht van degene die ernaast ligt?
Verrechtsing groeit bij onrechtvaardigheid. Het gevoel van onrechtvaardigheid ontstaat als er een blauwe envelop wordt bezorgd. Of je maar even wilt betalen - als voorheffing op de naheffing van de definitieve heffing op de correctie van de voorheffing op het geschatte inkomen van het volgend jaar.
Je hebt het nog niet eens verdiend, maar je mag wel alvast de belasting betalen, en een jaar vooruit alstublieft. Sterker, je moet betalen – als je niet geconfronteerd wilt worden met de wettelijke invorderingsrente. De vaderlandse blauwe enveloppenbrigade krijgt steeds meer de trekjes van een notoir incassobureau.
Er zijn mensen die niet hoeven te betalen. Bij hen werkt het andersom. Als je geen geld en geen huis hebt dan krijg je een huis en dan krijg je geld. We zijn een beschaafd land en volgens de universele rechten van de mens heeft iedereen recht op informatie. Informatie betekent: waar krijg ik een huis en waar krijg ik geld?
Als je niet kan werken omdat je een probleem hebt met gezag - los van het feit dat je een hekel hebt aan opstaan en een voorkeur hebt voor een joint in plaats van ontbijt - dan verwacht de Nederlandse staat niet dat je werkt. Een stempeltje ongeschikt op je voorhuid en je bent verzekerd van een leven lang wekkerloos betaald bestaan.
Onder het genot van een biertje (accijns € 0,08) zei een vriendin: Wees blij dat je belasting moet betalen, want dat betekent dat je het kan betalen. Met andere woorden: wees blij dat je moet poepen want dat betekent dat je het kan. Ik hoop dat later de meisjes in het verzorgingstehuis er ook zo blij mee zijn.
Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Makkelijker kunnen we het zeker maken. Privatiseren is een feest. Een Europese aanbesteding en er kunnen weer dertigduizend ambtenaren worden afgeboekt. Bezuinigen is prioriteren.
Ik ben niet jaloers op de bijstandsrukkers, op de psychisch gestoorde bewoners van de WIA, op semi-intellectuele profiteurs en ander ongewassen kunstzinnig tuig. Want wat is erger: het geluid van de wekker ’s morgens vroeg of de lucht van degene die ernaast ligt?
Subscribe to:
Posts (Atom)

