Het nadeel als niemand weet wat je doet is dat niemand vraagt hoe het is geweest.
Dan krijg je sprekers die jou ongevraagd hun belevenissen gaan verhalen. Verdomd interessant maar ga vooral verder. Als ze eindelijk stilvallen licht ik ze in over het bestaan van het asiel. Daar kunnen ze gratis een kat ophalen.
Contactlozen geef je een kat, dan hebben ze iets om te aaien. Dan hebben ze altijd iemand die blij is als ze thuiskomen en aandachtig naar de verhalen luistert. Tenminste, zo lang als ze de etensbak en het zojuist geopende blik vasthouden.
Verse weduwen geef je een hondje om voor te zorgen. Ze zijn niet anders gewend dan het zorgen voor iets dat slechts eet en schijt en ze af en toe eens goed afblaft. Zo komen ze nog eens buiten en hebben ze een reden om het keukenzeil weer te dweilen na een verkwikkende wandeling. Even luchten want je stinkt.
Er zijn ook sprekers die geen woorden gebruiken. Ze zuchten hard en veel, het kan je onmogelijk ontgaan, de verwachting is dan dat je vraagt waarom ze zo zuchten. Hebben ze ergens pijn? Of zijn ze misschien moe? Of hebben ze iets ergs meegemaakt? Iets ergs dat ze alle woorden heeft ontnomen? Het zijn de meest irritante aandachtstrekkers. Ze blazen hun sigarettenrook uit alsof ze een brand staan te blussen. Ik loop dan steevast naar de wc. Wanneer je de wc-deur opent moet je bukken anders krijg je een stoot luchtverfrisser in je gezicht.
Mijn slaapkamerraam staat altijd open. Daar kwam de kat van de buren achter. Ik haat katten. Daar kwam de kat van de buren ook achter.
Minder hoorbaar en daarom significant zichtbaar irritant zijn de zenuwpezen. Sigaret in de linkerhand, de rechterhand in de broekzak. De rechterhand komt uit de broekzak, de sigaret gaat in de rechterhand en de linkerhand gaat in de broekzak. Een haal van de sigaret en de linkerhand is weer terug, pakt de sigaret over en de rechterhand verdwijnt weer in de broekzak. Al naar gelang de volgorde wordt met de dalende hand een niet bestaande vlek van het dijbeen afgeveegd. Bij afwezigheid van broekzakken zijn er altijd nog plukjes haar die achter het oor worden geklemd of zijn er juist geen plukjes haar die toch achter het oor moeten worden geklemd. De niet-bestaande vlek wordt daarna opnieuw weggeveegd. En dit alles als substituut van een verhaal dat op hun lippen brandt maar waarnaar je moet vragen voordat het eruit komt. Hardnekkige pisvlek.
Ik had vroeger een hond. Het was niet mijn hond maar ik zorgde voor hem dus hij accepteerde mij als zijn baas. Het was een vals beest, een slechte opvoeding leidt niet automatisch tot verkeerd gedrag. ’s Nachts lag hij tegen het voeteneind van mijn bed, mijn waakhond. Als ik de verhalen moet geloven is hij geëindigd bij een particulier beveiligingsbedrijf. Wie moet er nu beschermd worden?
Dan heb je ook nog de parasieten die ertussendoor kruipen, de ergste soort. Ze dartelen rond je benen zonder expliciet aantoonbare toegevoegde waarde, steken overal hun bolle kop tussen en controleren steeds hun mobiel wanneer er even niets wordt gezegd. Kut, nog steeds geen nieuw bericht, een minuut geleden was er ook nog niets. Hoe kan dat toch? Misschien heb ik niet goed gekeken, of misschien was het bericht net verstuurd en is het nu nog onderweg. Wel kijken, niet kopen. Beetje meedoen, beetje meeliften, beetje meepraten, maar als puntje bij paaltje komt moet de hond nog worden uitgelaten. Je ziet het beest denken: Ik moet haar een hond geven, dan komt ze nog eens buiten.
De buren hadden de verhuizing al gepland, dat had dus niets met de verdwijning van hun kat te maken. Huisdieren worden onrustig van verhuizingen, ze willen niet in het mandje. Ze ruiken het en gaan rare dingen doen. Ze weigeren te eten of verstoppen zich onder de vloer. Of ze lopen gewoonweg.
Het voordeel als niemand weet wat je doet is dat ook niemand vraagt hoe het is geweest.
30 November 2007
27 November 2007
Nag champa
Even ben je weer terug en even heb ik spijt, dat het zo is gelopen. Het sloopwerk haalt jouw handtekening naar boven, jij had de kleuren uitgezocht. Ik was niet geïnteresseerd in kleuren, ik was geïnteresseerd in jou. De gele verf vloekt bij het bouwpuin, waar het niet is afgebladderd zitten op sommige plaatsen schimmelplekken. Het sloopwerk haalt jou naar boven.
Onder het vakkundig aangelegd zeil komen vier andere lagen tevoorschijn. Dit gaat zeer doen. Had je die toen niet gezien? Succes in je carrière met het ontleden van het menselijke hoofd, houd rekening met onderliggende gedachten. Vier lagen, vier andere levens in dit huis. Misschien wel meer, wij leefden er ook twee, twee verschillende levens die er één hadden moeten zijn. Ons samenwonen was het delen van een huis, de toekomst een achterliggende gedachte.
Even heb ik spijt, even word ik sentimenteel. Het gebrek aan een klusmaatje of gesprekspartner breekt me op en loopt vast in waar ooit een afvoer was. Wij klusten hier samen, dat was saamhorigheid, het was tenslotte van ons. Nu is het van mij en van geen waarde. De pijpen zijn afgesloten, toch lijkt het alsof de rioollucht naar boven komt. Hoeveel stront hebben wij hier weggespoeld? De afvoerpijp een vergiet voor bloed.
Het puinstof ruikt hetzelfde als toen. ’s Nachts ontkorstten we onze neuzen voordat we neukten in de tussenwoning. ’s Morgens rook je het nog steeds. Ik was dronken toen we de woning gingen bezichtigen, je stopte pepermunt in mijn mond. Roze, alles was roze, de vorige bewoonster een overspannen dwerg met een gebrek aan smaak. Ze had een kat, ik begon meteen te niezen en kreeg een bloedneus toen we binnenkwamen. Op de dag dat ik mijn handtekening zette, liet ik haar de overname afkopen. Jij de kleuren, ik de zaken. Overspannen mensen heb je snel in een hoek. Timing, toon en zin. Ik heb er geen last meer van, ik ben over mijn allergie heen gegroeid.
Even word ik sentimenteel, even mis ik je. Misschien had ik ook moeten verhuizen, een eind markeer je met een begin. Mijn ineenstortingen werden veroorzaakt door het accentueren van het eindpunt, zonder vervolg - apathisch, doelloos en onmachtig. Op de dag dat je vertrok zat je ’s avonds bij me aan de bar, je zat er zoals je er altijd zat. Je vertelde me wat jullie hadden gegeten, wat ze van je nieuwe woning vonden. Het was een gezellige dag geweest. Er was geen verschil, het was alsof we iedereen die dag van jouw verhuizing voor de gek hadden gehouden. De buren brachten mij die dag voor het eerst een kom soep, de eerste in een nog steeds lopende reeks van een met uitsterven bedreigd stukje keukenvlijt. Gisteren ook weer, oudjes zijn nieuwsgierig, oudjes zijn zorgzaam. Het is een gewenste sociale controle.
De blaren staan al op mijn handen wanneer een aanneemhulpje binnenloopt. Hij ziet de berg vloerresten. "Ik zou maar uitkijken, daar zit asbest in." Asbest, dat is vast iets kankerverwekkends. "Vooral niet scheuren, in hele delen verwijderen." Uh huh. Er komt maximaal een stuk ter grootte van een pakje sigaretten los per keer. "Je mag het niet bij het grof vuil doen, je moet het naar de gemeente brengen." Dominant ventje. Hij inspecteert de vertrekken, vertelt wat er nog staat te gebeuren en vertrekt weer. Ik doe alsof ik het niet heb gehoord en donder alles in de containers. Mag dat niet? Goh. Ik doe alsof mijn neus bloedt, dan krijg ik misschien ook geen kanker.
Even mis ik je en ik pak de telefoon. Ze neemt op. Een uur later loopt ze naar binnen met haring en kibbeling. "Ik heb een cadeautje voor je meegenomen!" Dhoop Cones. Ze draagt een roze shirt met een capuchon. "Waar moet ik beginnen?" In de slaapkamer, het is tijd voor een nieuwe handtekening.
Onder het vakkundig aangelegd zeil komen vier andere lagen tevoorschijn. Dit gaat zeer doen. Had je die toen niet gezien? Succes in je carrière met het ontleden van het menselijke hoofd, houd rekening met onderliggende gedachten. Vier lagen, vier andere levens in dit huis. Misschien wel meer, wij leefden er ook twee, twee verschillende levens die er één hadden moeten zijn. Ons samenwonen was het delen van een huis, de toekomst een achterliggende gedachte.
Even heb ik spijt, even word ik sentimenteel. Het gebrek aan een klusmaatje of gesprekspartner breekt me op en loopt vast in waar ooit een afvoer was. Wij klusten hier samen, dat was saamhorigheid, het was tenslotte van ons. Nu is het van mij en van geen waarde. De pijpen zijn afgesloten, toch lijkt het alsof de rioollucht naar boven komt. Hoeveel stront hebben wij hier weggespoeld? De afvoerpijp een vergiet voor bloed.
Het puinstof ruikt hetzelfde als toen. ’s Nachts ontkorstten we onze neuzen voordat we neukten in de tussenwoning. ’s Morgens rook je het nog steeds. Ik was dronken toen we de woning gingen bezichtigen, je stopte pepermunt in mijn mond. Roze, alles was roze, de vorige bewoonster een overspannen dwerg met een gebrek aan smaak. Ze had een kat, ik begon meteen te niezen en kreeg een bloedneus toen we binnenkwamen. Op de dag dat ik mijn handtekening zette, liet ik haar de overname afkopen. Jij de kleuren, ik de zaken. Overspannen mensen heb je snel in een hoek. Timing, toon en zin. Ik heb er geen last meer van, ik ben over mijn allergie heen gegroeid.
Even word ik sentimenteel, even mis ik je. Misschien had ik ook moeten verhuizen, een eind markeer je met een begin. Mijn ineenstortingen werden veroorzaakt door het accentueren van het eindpunt, zonder vervolg - apathisch, doelloos en onmachtig. Op de dag dat je vertrok zat je ’s avonds bij me aan de bar, je zat er zoals je er altijd zat. Je vertelde me wat jullie hadden gegeten, wat ze van je nieuwe woning vonden. Het was een gezellige dag geweest. Er was geen verschil, het was alsof we iedereen die dag van jouw verhuizing voor de gek hadden gehouden. De buren brachten mij die dag voor het eerst een kom soep, de eerste in een nog steeds lopende reeks van een met uitsterven bedreigd stukje keukenvlijt. Gisteren ook weer, oudjes zijn nieuwsgierig, oudjes zijn zorgzaam. Het is een gewenste sociale controle.
De blaren staan al op mijn handen wanneer een aanneemhulpje binnenloopt. Hij ziet de berg vloerresten. "Ik zou maar uitkijken, daar zit asbest in." Asbest, dat is vast iets kankerverwekkends. "Vooral niet scheuren, in hele delen verwijderen." Uh huh. Er komt maximaal een stuk ter grootte van een pakje sigaretten los per keer. "Je mag het niet bij het grof vuil doen, je moet het naar de gemeente brengen." Dominant ventje. Hij inspecteert de vertrekken, vertelt wat er nog staat te gebeuren en vertrekt weer. Ik doe alsof ik het niet heb gehoord en donder alles in de containers. Mag dat niet? Goh. Ik doe alsof mijn neus bloedt, dan krijg ik misschien ook geen kanker.
Even mis ik je en ik pak de telefoon. Ze neemt op. Een uur later loopt ze naar binnen met haring en kibbeling. "Ik heb een cadeautje voor je meegenomen!" Dhoop Cones. Ze draagt een roze shirt met een capuchon. "Waar moet ik beginnen?" In de slaapkamer, het is tijd voor een nieuwe handtekening.
18 November 2007
Vanishing point
"Weet je nog wat je zaterdag tegen me zei?"
Nee. Ik weet er helemaal niets meer van. Dat je er goed uitziet voor iemand die er twee heeft uitgepoept? Waar de opening van je jurk zit? Of ik jouw paard mag zijn? Of je ook een zweep hebt meegenomen? Sorry, er was niemand anders, daarom ben ik maar om jouw nek gaan hangen. En dat je leiding geeft aan tweehonderd man, ach, soms wil jij toch ook gewoon een vrouw zijn? Mijn reputatie is bekend, ik bedoel er niets mee.
"Dat is nu juist het punt."
Een week eerder stond ze aan ons blok, of ik maar even mee wil komen. Informatie, niet bestemd voor andere oren. Hoe meer ik zwijg, hoe zenuwachtiger ze worden, maar ook hoe meer ik word genegeerd. Ik ben niet meer één van hun, al ben ik dat in mijn ogen nooit geweest. Mijn hoofd zit vol informatie die niemand mag horen. Persoonlijk beleidsplan. Bij wie ik alleen de vingers breek, bij wie ik de ogen uitsteek. Wie ik verlos van het nagelbijten, wie nooit meer naar de tandarts hoeft. Wie er een parkeerplaats krijgt onder het gebouw, wie nooit meer met de trap omhoog hoeft. Wie er een stukje mee mag rijden, wie er mee naar huis mag. Wie er zweet mag achterlaten in bed, wie nooit meer zal kunnen zweten. Wie er in een bos gaat wonen, wie de manshoge vriezer mag inwijden.
"Ik wil je iets vragen."
Vorig jaar zei ze dat ook, toen had ik een maand later een andere baan. Opdoeken, het hele team. De helft terug naar beneden, de andere helft eruit. Compleet overbodig, allemaal, ze hebben hun eigen werk geschapen. Vasthouden in plaats van delen, stilhouden in plaats van verspreiden. Overtollig en ook nog eens overdadig betaald, budgettair onverantwoord, behalve voor hun eigen hypotheken. Iedereen eindigt uiteindelijk in een huurhuisje, een kamertje waar af en toe een wit schort langskomt dat een dienblad met eten naar binnen brengt en je complimenteert met het feit dat je alweer een dag niet in je bed hebt geplast. Kunnen ze alvast een voorschot nemen, voor mij zijn ze even nietszeggend als dement.
"Zou je dat op papier kunnen zetten?"
Het is niet de eenzaamheid zelf. Je wordt alleen geboren en je gaat alleen weer dood, dat is bekend. Het is de confrontatie ermee, zolang je wordt omringd door mensen valt het niet op, ben je jezelf niet bewust van de eventualiteit ervan. Eén in verwachting, één in therapie, één in Amerika en één in India. Ik mag het fort bewaken, het fort van mijn eigen klatergoud. Pas wanneer ze zijn verdwenen, tijdelijk of voorgoed, wordt het zichtbaar - tastbaar, omdat ze er niet meer zijn om met hun aanwezigheid de illusie te voeden.
"Weet je nog wat je zaterdag tegen me zei?"
Dat is nu juist het punt.
Nee. Ik weet er helemaal niets meer van. Dat je er goed uitziet voor iemand die er twee heeft uitgepoept? Waar de opening van je jurk zit? Of ik jouw paard mag zijn? Of je ook een zweep hebt meegenomen? Sorry, er was niemand anders, daarom ben ik maar om jouw nek gaan hangen. En dat je leiding geeft aan tweehonderd man, ach, soms wil jij toch ook gewoon een vrouw zijn? Mijn reputatie is bekend, ik bedoel er niets mee.
"Dat is nu juist het punt."
Een week eerder stond ze aan ons blok, of ik maar even mee wil komen. Informatie, niet bestemd voor andere oren. Hoe meer ik zwijg, hoe zenuwachtiger ze worden, maar ook hoe meer ik word genegeerd. Ik ben niet meer één van hun, al ben ik dat in mijn ogen nooit geweest. Mijn hoofd zit vol informatie die niemand mag horen. Persoonlijk beleidsplan. Bij wie ik alleen de vingers breek, bij wie ik de ogen uitsteek. Wie ik verlos van het nagelbijten, wie nooit meer naar de tandarts hoeft. Wie er een parkeerplaats krijgt onder het gebouw, wie nooit meer met de trap omhoog hoeft. Wie er een stukje mee mag rijden, wie er mee naar huis mag. Wie er zweet mag achterlaten in bed, wie nooit meer zal kunnen zweten. Wie er in een bos gaat wonen, wie de manshoge vriezer mag inwijden.
"Ik wil je iets vragen."
Vorig jaar zei ze dat ook, toen had ik een maand later een andere baan. Opdoeken, het hele team. De helft terug naar beneden, de andere helft eruit. Compleet overbodig, allemaal, ze hebben hun eigen werk geschapen. Vasthouden in plaats van delen, stilhouden in plaats van verspreiden. Overtollig en ook nog eens overdadig betaald, budgettair onverantwoord, behalve voor hun eigen hypotheken. Iedereen eindigt uiteindelijk in een huurhuisje, een kamertje waar af en toe een wit schort langskomt dat een dienblad met eten naar binnen brengt en je complimenteert met het feit dat je alweer een dag niet in je bed hebt geplast. Kunnen ze alvast een voorschot nemen, voor mij zijn ze even nietszeggend als dement.
"Zou je dat op papier kunnen zetten?"
Het is niet de eenzaamheid zelf. Je wordt alleen geboren en je gaat alleen weer dood, dat is bekend. Het is de confrontatie ermee, zolang je wordt omringd door mensen valt het niet op, ben je jezelf niet bewust van de eventualiteit ervan. Eén in verwachting, één in therapie, één in Amerika en één in India. Ik mag het fort bewaken, het fort van mijn eigen klatergoud. Pas wanneer ze zijn verdwenen, tijdelijk of voorgoed, wordt het zichtbaar - tastbaar, omdat ze er niet meer zijn om met hun aanwezigheid de illusie te voeden.
"Weet je nog wat je zaterdag tegen me zei?"
Dat is nu juist het punt.
10 November 2007
16 October 2007
God

Michael Gira was in Paradiso.
Geen tenenkrommend log of concertverslag, ik heb mezelf overgegeven. Zijn stem was hoorbaar aan het eind van de tournee, toch ging hij tot het uiterste. Gezwollen aderen in zijn nek, gesloten ogen. Hij maakte grapjes tussen de nummers: "I wrote this next song when I was two." Hij was interactief, vertelde over zijn jeugdjaren in Israel en later in Amsterdam.
Ondanks de staat van zijn stembanden ging hij vol erin.
Gvd.
Na afloop kocht ik twee cd’s, opnames die hij thuis maakte en alleen via zijn website verkrijgbaar zijn. Hij zat achter de tafel met cd’s op een te kleine stoel, ik was opeens erg twee meter. Hij signeerde de cd’s en ik ging naast hem zitten, hij stak zijn hand uit. De volgende conversatie volgde.
Ik: "You opened the show with I am the sun and closed off with God damn the sun. Goddamn yourself?"
Gira: "So. You noticed?"
15 October 2007
Dames, booze, chains and boots
Het zaterdaghulpje lijkt zo weggelopen uit een Visual Kei bandje. Eighties geblondeerd maar uitgegroeid zwart haar, zwarte strepen rond haar ogen en een piercing in het midden van haar onderlip. Ik vraag mijn maat. "Dat wordt moeilijk, het is allemaal donker." Daarom wil ik lichte, altijd tegendraads doen. "Iedereen gaat naar het feest." Daarom ga ik niet. Hij stuurt het verkoopstertje naar het andere filiaal. "Heb je haast? Tien minuten, hooguit." Nee, ik heb geen haast. Er wacht niemand, ik wacht zelf.
Er komt een groot personeelsfeest, mijn date zegt af. "Ik zit in India." Vriendinnen gaan voor, zeker de emotioneel instabiele, ze zijn beter voor haar zelfbeeld. Rijp voor de bevruchting, ze stelt zich open, ze fladdert verder en scheurt ongemerkt de oude wond open. De vleeswond blijkt rotter dan de kadavers in het land van bestemming. Vriendinnen gaan voor, ongeacht herkomst en claim. Ik loop niet weg en dat weet ze. "Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit." Opgedreund, een slap excuus van haar vorige dumper. Het zit diep, behalve bij hem.
En wat als ik nu eens behoefte heb aan meer kwantiteit? Wat als ik jou nu eens vaker zou willen zien? Elke avond een tien, hoeveel zijn het er? Gemiddeld elke maand een keer, laten we het afronden op twaalf keer per jaar. Twaalf keer goud, ja, dat zeker. Maar dat goud verliest snel de glans. Nadeel is ook dat na elke gouden plak een nieuwe gouden plak wordt verwacht. Minder is niet goed genoeg.
De vriendin in kwestie heeft ondersteuning nodig, ze gaat voor het eerst sinds haar adoptie terug naar haar geboorteland, terug naar haar ouders. "Ze is er nu klaar voor." Alle moeite die mensen doen om hun ouders te vinden, terwijl ik zelf juist zoveel moeite doe om van ze af te komen. Het is niet ongelijk verdeeld in de wereld, we hakken de wereld zelf in ongelijke stukken.
We zullen nooit samen op de bank kunnen hangen, we zullen ons nooit samen kunnen vervelen want elke ontmoeting is een piek. Voor mij sowieso, ik zie niemand anders meer. Ik ga alleen naar concerten, ik ga alleen naar de film, ik ga alleen in het Vondelpark liggen, mijn hoofd leeg, de camera bij de hand. Maar zelfs de camera kan niet vastleggen wat mijn hoofd weigert vast te houden en laat lopen.
Wat ga ik in mijn eentje tussen tienduizend mensen doen? "Dronken worden. Dat zou je met mij erbij ook hebben gedaan." Ja, maar dan was jij er om mij te beschermen. Niet tegen mezelf, maar tegen de anderen. "Trek iets donkers aan. En ga niet met de fiets maar kom lopend." Niet alleen op de wereld. Alleen in de wereld.
Na twintig minuten is de piercing terug. Ze zitten als gegoten.
Er komt een groot personeelsfeest, mijn date zegt af. "Ik zit in India." Vriendinnen gaan voor, zeker de emotioneel instabiele, ze zijn beter voor haar zelfbeeld. Rijp voor de bevruchting, ze stelt zich open, ze fladdert verder en scheurt ongemerkt de oude wond open. De vleeswond blijkt rotter dan de kadavers in het land van bestemming. Vriendinnen gaan voor, ongeacht herkomst en claim. Ik loop niet weg en dat weet ze. "Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit." Opgedreund, een slap excuus van haar vorige dumper. Het zit diep, behalve bij hem.
En wat als ik nu eens behoefte heb aan meer kwantiteit? Wat als ik jou nu eens vaker zou willen zien? Elke avond een tien, hoeveel zijn het er? Gemiddeld elke maand een keer, laten we het afronden op twaalf keer per jaar. Twaalf keer goud, ja, dat zeker. Maar dat goud verliest snel de glans. Nadeel is ook dat na elke gouden plak een nieuwe gouden plak wordt verwacht. Minder is niet goed genoeg.
De vriendin in kwestie heeft ondersteuning nodig, ze gaat voor het eerst sinds haar adoptie terug naar haar geboorteland, terug naar haar ouders. "Ze is er nu klaar voor." Alle moeite die mensen doen om hun ouders te vinden, terwijl ik zelf juist zoveel moeite doe om van ze af te komen. Het is niet ongelijk verdeeld in de wereld, we hakken de wereld zelf in ongelijke stukken.
We zullen nooit samen op de bank kunnen hangen, we zullen ons nooit samen kunnen vervelen want elke ontmoeting is een piek. Voor mij sowieso, ik zie niemand anders meer. Ik ga alleen naar concerten, ik ga alleen naar de film, ik ga alleen in het Vondelpark liggen, mijn hoofd leeg, de camera bij de hand. Maar zelfs de camera kan niet vastleggen wat mijn hoofd weigert vast te houden en laat lopen.
Wat ga ik in mijn eentje tussen tienduizend mensen doen? "Dronken worden. Dat zou je met mij erbij ook hebben gedaan." Ja, maar dan was jij er om mij te beschermen. Niet tegen mezelf, maar tegen de anderen. "Trek iets donkers aan. En ga niet met de fiets maar kom lopend." Niet alleen op de wereld. Alleen in de wereld.
Na twintig minuten is de piercing terug. Ze zitten als gegoten.
05 October 2007
Kraslot
Het is stil.
Waarom raak je mensen kwijt? Omdat je ze niet goed hebt geraakt? Volgende keer beter mikken.
Het ene kind leert op jonge leeftijd pianospelen. Het wil niet naar pianoles maar het moet. Uitbuiting van talenten. Het andere kind leert op jonge leeftijd met volwassenen spelen. Uitholling van het groeiproces. De één maakt een tekening, de ander maakt ruimte. Een splijtend openingsnummer, uitvreters.
Het is oktober en ze zien er anders uit. Ze kleden zich anders en ze kijken anders. Het is buiten koud, het bed is koud. Het viel de afgelopen maanden niet op, ze komen uit de kast wanneer het winterdekbed tevoorschijn komt, bank en bed moeten worden gevuld. Op de planken onder de wintervoorraad ligt de noodzakelijke kerstversiering. Het lichaam moet worden verfraaid, het cadeau wordt mooi verpakt, de kerstballen moeten worden gezien. Kijk dan, zie je ze glimmen? Vind je ze mooi? Wil je ze even aanraken?
Met een lege plastic tas loop ik naar huis. Ik draag een plastic tas omdat ik een cadeau heb gekocht. Wanneer je iets hebt gekocht dan krijg je er een plastic tas bij, of dat vragen ze en dan zeg je ja. Ik draag een lege plastic tas omdat ik niets heb gekocht.
Niet zwevend boven ons door herwonnen geluk maar veilig in de isoleercel van een preferente hersenbloeding. De hemel bestaat niet. Nee, koffie en gebak zit er niet in. Een bakje water is beter, beter bereikbaar. Op de keukenvloer, naast de deurmat. Dicht bij de grond, je favoriete positie. Het maakt geen verschil waar ze hun voeten aan af vegen.
Vuistjes bewegen in de lucht, een virtuele tekening. Vuistjes storten zich op het hoofd, later zal je zeggen dat er haar heeft gezeten. Expressieve kunst. Je hebt er geen kind aan.
Hoe doet ze dat toch? Schijnbaar zelfverzekerd en alles goed voor elkaar. Schijn bedriegt, meedrijvend op het succes van de ander, wanneer je hun zelfbeeld hebt gefileerd loop je als overwinnaar naar buiten. Struikel er niet over bij het weglopen. Uiterlijk vertoon, het versje goed uit het hoofd geleerd. Het is niet wát ze denken, het is wat jij wilt dat ze denken. Een kind leert snel, het zijn juist de volwassenen die de meeste problemen geven.
Ze ziet er leuk uit, het is vast een leuk meisje. Eén welgemikte zin is voldoende om ze te laten steigeren of om ze te laten stuiteren. Eén blik is voldoende om te doden.
In de volgende winkel vind ik wat ik zoek. Alles wat ik haar wil geven, geef ik aan mezelf. Ik kijk naar buiten en ik denk aan haar. Het is het enige verschil met thuis, daar kijk ik niet naar buiten.
Waarom raak je mensen kwijt? Omdat je ze goed hebt geraakt.
Ze is eindelijk stil.
Waarom raak je mensen kwijt? Omdat je ze niet goed hebt geraakt? Volgende keer beter mikken.
Het ene kind leert op jonge leeftijd pianospelen. Het wil niet naar pianoles maar het moet. Uitbuiting van talenten. Het andere kind leert op jonge leeftijd met volwassenen spelen. Uitholling van het groeiproces. De één maakt een tekening, de ander maakt ruimte. Een splijtend openingsnummer, uitvreters.
Het is oktober en ze zien er anders uit. Ze kleden zich anders en ze kijken anders. Het is buiten koud, het bed is koud. Het viel de afgelopen maanden niet op, ze komen uit de kast wanneer het winterdekbed tevoorschijn komt, bank en bed moeten worden gevuld. Op de planken onder de wintervoorraad ligt de noodzakelijke kerstversiering. Het lichaam moet worden verfraaid, het cadeau wordt mooi verpakt, de kerstballen moeten worden gezien. Kijk dan, zie je ze glimmen? Vind je ze mooi? Wil je ze even aanraken?
Met een lege plastic tas loop ik naar huis. Ik draag een plastic tas omdat ik een cadeau heb gekocht. Wanneer je iets hebt gekocht dan krijg je er een plastic tas bij, of dat vragen ze en dan zeg je ja. Ik draag een lege plastic tas omdat ik niets heb gekocht.
Niet zwevend boven ons door herwonnen geluk maar veilig in de isoleercel van een preferente hersenbloeding. De hemel bestaat niet. Nee, koffie en gebak zit er niet in. Een bakje water is beter, beter bereikbaar. Op de keukenvloer, naast de deurmat. Dicht bij de grond, je favoriete positie. Het maakt geen verschil waar ze hun voeten aan af vegen.
Vuistjes bewegen in de lucht, een virtuele tekening. Vuistjes storten zich op het hoofd, later zal je zeggen dat er haar heeft gezeten. Expressieve kunst. Je hebt er geen kind aan.
Hoe doet ze dat toch? Schijnbaar zelfverzekerd en alles goed voor elkaar. Schijn bedriegt, meedrijvend op het succes van de ander, wanneer je hun zelfbeeld hebt gefileerd loop je als overwinnaar naar buiten. Struikel er niet over bij het weglopen. Uiterlijk vertoon, het versje goed uit het hoofd geleerd. Het is niet wát ze denken, het is wat jij wilt dat ze denken. Een kind leert snel, het zijn juist de volwassenen die de meeste problemen geven.
Ze ziet er leuk uit, het is vast een leuk meisje. Eén welgemikte zin is voldoende om ze te laten steigeren of om ze te laten stuiteren. Eén blik is voldoende om te doden.
In de volgende winkel vind ik wat ik zoek. Alles wat ik haar wil geven, geef ik aan mezelf. Ik kijk naar buiten en ik denk aan haar. Het is het enige verschil met thuis, daar kijk ik niet naar buiten.
Waarom raak je mensen kwijt? Omdat je ze goed hebt geraakt.
Ze is eindelijk stil.
23 September 2007
Against the grain
In Amstelveen is het weer een dolle boel. Er zijn er al zes binnen, ik ben de zevende. Twee achter de bar, twee achter het mengpaneel en twee bij de tafel met T-shirts en cd’s. Het meisje achter de bar heeft een haakneus en een bos Surinaamse krullen. Ik zet haar aan het werk en bestel de eerste in een lange rij. Het is tenslotte zaterdagavond, laat ik maar weer eens dronken worden.
Om half negen begint er een voorprogramma. Er zijn wat meer mensen in de zaal gekomen, het publiek halveert echter wanneer vier van hen op het podium gaan staan. De haakneus gooit mijn tweede bijdrage muntjes in een bak, vooralsnog ben ik 100% van de omzet. Zorg voor iets opvallends, dan word je onthouden. Ze draagt een roze plastic armband, meeloophype van een paar jaar geleden. Een witte armband is tegen armoede, een gele is tegen kanker, oranje is tegen intolerantie. Roze zal dan wel tegen homo’s zijn. Ik heb niets tegen homo’s, wel tegen meelopers. Misschien ben ik daarom alleen. Het voorprogramma krijgt een zesje voor de moeite, de haakneus applaudisseert. Ik klap ook, ik vind het een mooie bos krullen en mijn glas is leeg.
Er komt nog een voorprogramma, laten we het een tussenprogramma noemen. Ze zijn met twee man, alleen gitaar en drum, het achtergrondlawaai met postmodern sloganisme staat op tape. Het geheel is een bak stevige herrie, dat is lekker. Ik bestel maar weer eens, ze worden lekkerder. De haakneus laat haar Surinaamse krullen springen, dat is het lekkerst. Twee brillenmansen voor me kijken hoofdschuddend naar het podium. Achter de bar hangen drie computerschermen, willitblend.com verschijnt in beeld. Ik ken ze al.
Ik blijf aan de bar hangen, bij de spoelbak, er is alleen niets om te spoelen. Er staat nu ongeveer veertig man in de zaal, ik voel een plaatsvervangende schaamte. Niet zozeer voor de opvullende bandjes, wel voor de hoofdact waarvoor ik hier ben gekomen. Naast de haakneus is een jongen achter de bar komen staan. Hij geeft zijn vriendinnetje een biertje. Dat is een lek. Ik draai me om, achter me staat de tafel met de T-shirts en cd’s. Dat is handel. Naast de tafel staat een mannetje in een wit shirt en een baseballcap op zijn hoofd. Dat is Chris Spencer.
Laat ik eens vrienden gaan maken voordat de Surinaamse krullen echt zenuwachtig van me worden. Chris Spencer is de zanger/gitarist van Unsane. Ik geef hem een hand en bedank hem voor Visqueen. Hij vertelt over de tour, de bassist die het land niet uit mocht en op de tour wordt vervangen door de bassist van Cop Shoot Cop. Hij vertelt hoe de draak van negen minuten, het laatste nummer van Visqueen, is opgenomen, hij pakt de cd’s van de tafel en vertelt waar de hoesfoto’s zijn gemaakt. De badkamer van Blood Run: zijn eigen badkamer. Het veld met lijk van Visqueen: tuin van zijn broer. Wie het lijk is vertelt hij dan weer niet. Ik vraag of hij iets wil drinken. "No man, I’m gonna buy yóú a beer." Hij loopt naar de bar, de haakneus loopt naar hem toe. Even later geeft hij me het biertje, uit zijn broekzak komt een hand muntjes, die geeft hij erbij. Kun je cd’s ook met muntjes betalen? Ik vraag hem of een slecht gevulde zaal wel motiveert tot optreden, een band kan een zaal opzepen maar omgekeerd zweept een goed gevulde zaal die uit zijn dak gaat de band juist weer op. Geen probleem, volgens hem. Hij vertelt over zijn band met de drummer, ze houden elkaar scherp, stuwen elkaar omhoog bij optredens. Hij vindt het jammer dat er weinig publiek is maar hij belooft me alles te zullen geven. Dat is mooi, waar zijn de groupies?
Spencer verdwijnt en de brillenmansen komen naar me toe. "Jij kreeg gewoon een biertje van Chris Spencer!?" Is dat zo raar? Wanneer iemand bier drinkt is het doodnormaal dat je hem een biertje geeft. Het zou pas raar zijn als hij mij een rode wijn had gegeven. Of een kopstoot. Daar is hij trouwens te klein voor. En ik te groot. Ik blijf bij de brillenmansen hangen, de Surinaamse krullen lopen niet weg. De brillenmansen blijken echte fans. Ze hebben alle platen van Unsane, ze gaan zo mogelijk naar elk optreden en ze hebben, speciaal voor dit optreden, een hotelletje geboekt . Voor een gesprek met hun held hadden ze zeker geen geld meer over. Ik neem ze mee naar de tafel met T-shirts en cd’s en laat me adviseren welke cd ik moet kopen. Het T-shirt had ik zelf bij binnenkomst al gekozen. De handel wordt apart gelegd, na het optreden haal ik het wel op. Na een optreden pas besluiten wat te kopen is hetzelfde als boodschappen doen als je honger hebt. Je koopt teveel.
Het derde voorprogramma begint en dat hadden ze beter niet kunnen doen. Gelukkig is dit Amstelveen, een beschaafd rijkeluisdorp onder Amsterdam, in de stad zelf waren ze niet levend naar buiten gekomen. De bos Surinaamse krullen is erbij gaan zitten, ze gaapt. De computerschermen tonen beelden van eerdere optredens alhier. De Melkweg krijgt financiële hulp van de gemeente Amsterdam om te kunnen overleven en dit bezoekersloze hol kan gewoon bestaan. Zwarte gaten in gemeentebegrotingen. Ik begin nog maar eens een gesprek met een zanger, nu de zanger van de Prunella Scales die me met een por in mijn maag van zijn aanwezigheid op de hoogte brengt. We zijn even groot, gesprek op niveau dus. "Biertje?"
Als Unsane dan eindelijk begint is er zestig man in de zaal. Spencer vraagt of iedereen naar voren wil komen, hij bijt niet, het gapende gat tegenover hem wel. We schuiven gehoorzaam naar voren, in Amstelveen is nog gezag. Het optreden is gejaagd, goed. Na drie nummers worden de vochtplekken zichtbaar op zijn witte shirt, halverwege de set is hij doorweekt. Voor ons danst een meisje. Zo’n grote dansvloer heeft ze waarschijnlijk nooit eerder gehad. Ze paradeert shoegazend heen en weer, aan de zijkant hangen houten glazenhouders waar ze af en toe een glas uitpakt en een slok drinken uit neemt. Spencer jaagt intussen een zoveelste rochel uit zijn strot. Wanneer ze in de gaten krijgt dat ik sta te kijken verplaatst ze haar werkterrein en ze gaat achter me staan. Ze houdt zeker niet van pottenkijkers. Voor deze meisjes voer ik per heden de zwarte armband in. Singles krijgen een rood fluorescerende, dan kan je ze in het donker ook nog zien. Of als je dronken bent.
Na een uur en een toegift is Spencer leeg en het licht gaat aan. Dank u wel meneer Spencer, dat was erg nodig. De zwarte band aait mijn arm, ik loop naar de tafel met T-shirts en cd’s en haal mijn bestelling op, in het voorbijgaan zwaai ik naar de Surinaamse krullen. Zorg voor iets opvallends, dat wordt je onthouden. En het was nog lang rustig in Amstelveen.
Om half negen begint er een voorprogramma. Er zijn wat meer mensen in de zaal gekomen, het publiek halveert echter wanneer vier van hen op het podium gaan staan. De haakneus gooit mijn tweede bijdrage muntjes in een bak, vooralsnog ben ik 100% van de omzet. Zorg voor iets opvallends, dan word je onthouden. Ze draagt een roze plastic armband, meeloophype van een paar jaar geleden. Een witte armband is tegen armoede, een gele is tegen kanker, oranje is tegen intolerantie. Roze zal dan wel tegen homo’s zijn. Ik heb niets tegen homo’s, wel tegen meelopers. Misschien ben ik daarom alleen. Het voorprogramma krijgt een zesje voor de moeite, de haakneus applaudisseert. Ik klap ook, ik vind het een mooie bos krullen en mijn glas is leeg.
Er komt nog een voorprogramma, laten we het een tussenprogramma noemen. Ze zijn met twee man, alleen gitaar en drum, het achtergrondlawaai met postmodern sloganisme staat op tape. Het geheel is een bak stevige herrie, dat is lekker. Ik bestel maar weer eens, ze worden lekkerder. De haakneus laat haar Surinaamse krullen springen, dat is het lekkerst. Twee brillenmansen voor me kijken hoofdschuddend naar het podium. Achter de bar hangen drie computerschermen, willitblend.com verschijnt in beeld. Ik ken ze al.
Ik blijf aan de bar hangen, bij de spoelbak, er is alleen niets om te spoelen. Er staat nu ongeveer veertig man in de zaal, ik voel een plaatsvervangende schaamte. Niet zozeer voor de opvullende bandjes, wel voor de hoofdact waarvoor ik hier ben gekomen. Naast de haakneus is een jongen achter de bar komen staan. Hij geeft zijn vriendinnetje een biertje. Dat is een lek. Ik draai me om, achter me staat de tafel met de T-shirts en cd’s. Dat is handel. Naast de tafel staat een mannetje in een wit shirt en een baseballcap op zijn hoofd. Dat is Chris Spencer.
Laat ik eens vrienden gaan maken voordat de Surinaamse krullen echt zenuwachtig van me worden. Chris Spencer is de zanger/gitarist van Unsane. Ik geef hem een hand en bedank hem voor Visqueen. Hij vertelt over de tour, de bassist die het land niet uit mocht en op de tour wordt vervangen door de bassist van Cop Shoot Cop. Hij vertelt hoe de draak van negen minuten, het laatste nummer van Visqueen, is opgenomen, hij pakt de cd’s van de tafel en vertelt waar de hoesfoto’s zijn gemaakt. De badkamer van Blood Run: zijn eigen badkamer. Het veld met lijk van Visqueen: tuin van zijn broer. Wie het lijk is vertelt hij dan weer niet. Ik vraag of hij iets wil drinken. "No man, I’m gonna buy yóú a beer." Hij loopt naar de bar, de haakneus loopt naar hem toe. Even later geeft hij me het biertje, uit zijn broekzak komt een hand muntjes, die geeft hij erbij. Kun je cd’s ook met muntjes betalen? Ik vraag hem of een slecht gevulde zaal wel motiveert tot optreden, een band kan een zaal opzepen maar omgekeerd zweept een goed gevulde zaal die uit zijn dak gaat de band juist weer op. Geen probleem, volgens hem. Hij vertelt over zijn band met de drummer, ze houden elkaar scherp, stuwen elkaar omhoog bij optredens. Hij vindt het jammer dat er weinig publiek is maar hij belooft me alles te zullen geven. Dat is mooi, waar zijn de groupies?
Spencer verdwijnt en de brillenmansen komen naar me toe. "Jij kreeg gewoon een biertje van Chris Spencer!?" Is dat zo raar? Wanneer iemand bier drinkt is het doodnormaal dat je hem een biertje geeft. Het zou pas raar zijn als hij mij een rode wijn had gegeven. Of een kopstoot. Daar is hij trouwens te klein voor. En ik te groot. Ik blijf bij de brillenmansen hangen, de Surinaamse krullen lopen niet weg. De brillenmansen blijken echte fans. Ze hebben alle platen van Unsane, ze gaan zo mogelijk naar elk optreden en ze hebben, speciaal voor dit optreden, een hotelletje geboekt . Voor een gesprek met hun held hadden ze zeker geen geld meer over. Ik neem ze mee naar de tafel met T-shirts en cd’s en laat me adviseren welke cd ik moet kopen. Het T-shirt had ik zelf bij binnenkomst al gekozen. De handel wordt apart gelegd, na het optreden haal ik het wel op. Na een optreden pas besluiten wat te kopen is hetzelfde als boodschappen doen als je honger hebt. Je koopt teveel.
Het derde voorprogramma begint en dat hadden ze beter niet kunnen doen. Gelukkig is dit Amstelveen, een beschaafd rijkeluisdorp onder Amsterdam, in de stad zelf waren ze niet levend naar buiten gekomen. De bos Surinaamse krullen is erbij gaan zitten, ze gaapt. De computerschermen tonen beelden van eerdere optredens alhier. De Melkweg krijgt financiële hulp van de gemeente Amsterdam om te kunnen overleven en dit bezoekersloze hol kan gewoon bestaan. Zwarte gaten in gemeentebegrotingen. Ik begin nog maar eens een gesprek met een zanger, nu de zanger van de Prunella Scales die me met een por in mijn maag van zijn aanwezigheid op de hoogte brengt. We zijn even groot, gesprek op niveau dus. "Biertje?"
Als Unsane dan eindelijk begint is er zestig man in de zaal. Spencer vraagt of iedereen naar voren wil komen, hij bijt niet, het gapende gat tegenover hem wel. We schuiven gehoorzaam naar voren, in Amstelveen is nog gezag. Het optreden is gejaagd, goed. Na drie nummers worden de vochtplekken zichtbaar op zijn witte shirt, halverwege de set is hij doorweekt. Voor ons danst een meisje. Zo’n grote dansvloer heeft ze waarschijnlijk nooit eerder gehad. Ze paradeert shoegazend heen en weer, aan de zijkant hangen houten glazenhouders waar ze af en toe een glas uitpakt en een slok drinken uit neemt. Spencer jaagt intussen een zoveelste rochel uit zijn strot. Wanneer ze in de gaten krijgt dat ik sta te kijken verplaatst ze haar werkterrein en ze gaat achter me staan. Ze houdt zeker niet van pottenkijkers. Voor deze meisjes voer ik per heden de zwarte armband in. Singles krijgen een rood fluorescerende, dan kan je ze in het donker ook nog zien. Of als je dronken bent.
Na een uur en een toegift is Spencer leeg en het licht gaat aan. Dank u wel meneer Spencer, dat was erg nodig. De zwarte band aait mijn arm, ik loop naar de tafel met T-shirts en cd’s en haal mijn bestelling op, in het voorbijgaan zwaai ik naar de Surinaamse krullen. Zorg voor iets opvallends, dat wordt je onthouden. En het was nog lang rustig in Amstelveen.
22 September 2007
Niagara (11)
Hallo. Ik dacht, ik mail je even. Hoe is het op je nieuwe werkplek? Ben je al eenzaam zonder je teamgenootjes? Gelukkig hebben we de mail, dan krijg je toch even je noodzakelijke bevestiging. Heeft Tennis al gemaild? Zit hij nu thuis? En heeft Party al gemaild? Je vond hem leuk hè, vrijdag. Ik liep net nog even bij je langs, op je nieuwe afdeling. Er staat daar een kleurenprinter en daar rolde mijn nieuwsbrief uit. Je zat met je rug naar het gangpad, je kon me niet zien. Je was in gesprek dus ik ben doorgelopen. Je droeg je roze shirt en je ruitjespantalon en je zwarte sportschoenen. Ik heb je nog nooit sinds je bij ons zit op andere schoenen zien lopen. Heb je moeilijke voeten? Ik zag dat, dat je hem leuk vond. Leuker dan mij, dat zag ik ook. Ik let niet op wat mensen zeggen, ik let altijd op lichaamstaal. Dat zegt veel meer. Iedereen lult maar wat, zeker op zo’n borrel, daar is geen normaal gesprek mogelijk. Ik heb ook niets zinnigs gezegd. Heb ik je nog afgezeken? Of heb ik gezegd wat ik van je vind? Ik weet het niet meer. Ik dronk weer veel te snel, ik heb wel sluitingstijd gehaald maar hoe weet ik ook niet meer. Ik ben een Engelse drinker geworden, om elf uur moet het licht uit. Jullie dronken allemaal fluitjes, ik dronk halve liters. En Dude dronk ook halve liters, hij was gelukkig ook gekomen. Tegen Tennis zei ik dat mijn vriendin bier was gaan halen. Toen schreeuwde hij het uit. “Waat!? Heb jij een vriendin? En ze is hier?” En toen kwam Dude met twee halve liters aangelopen. Tennis heeft geen gevoel voor humor. Het is een appelsaphomo. Zonder jou is hij niets, weet je dat? Jullie team excelleerde dankzij jouw aanwezigheid, jij trok de handel naar boven. Mij trok je ook mee, ik teerde op jullie productie. Af en toe een vraagje beantwoorden en een beslissing nemen, niet zo moeilijk. En de echt complexe gevallen behandelen, dat dan weer wel. Zo dwing je gezag af. Dat is mijn functie nu eenmaal, daarom ga ik ook weer studeren. Er zijn straks teveel mensen die wel even een vraagje kunnen beantwoorden. Ik ben wel besluitvaardiger dan de anderen maar ze zijn nooit zo blij met mijn besluiten. Uren achtereen kunnen ze zeiken over alle grijstinten die er maar zijn, het gaat er uiteindelijk om of het wit of zwart is. En maar zeiken en maar zeiken, ik word er doodzeik van. En na al dat gelul weten ze het nog niet want dan zijn ze zijn de vraag vergeten door al dat oeverloze gezeur. Beter een verkeerd besluit dan geen besluit. Dat is eigenlijk hetzelfde als bij twijfel altijd doen. Auw, die leg ik je nog wel een keer uit. Een andere keer. Of misschien laat ik je het wel lezen, als het over is. Als jij over bent. Dat lijkt me wel een goed plan. Er zal geen zondvloed komen. Beugel gaf me haar visitekaartje. Beugel vind ik ook leuk. Een echte powergirl. Ze is alleen wel erg klef met haar vriendje, die was ook gekomen, weet je dat nog? Of was je te druk met Party bezig? Tussendoor liep ik vaak even naar de bar voor mijn tussengerecht. En om naar Zeventien te kijken. Zeventien had niet zoveel tijd en de vakantierestjes zaten nog tussen haar benen. Ze is mooi, hè? Met het telefoontoestel van Party maakten we foto’s van je borsten. Dat was lachen. Dat vond je niet zo leuk, hè? Je staat niet graag op foto’s. Vorig jaar wilde je ook al niet met mij op de foto maar vorige week vroeg je wel een foto van mij en mijn adres. Mijn adres geef ik niet, dan zit ik hier straks met een pak appelsap opgescheept. Op dinsdag heeft ze straks weer tijd maar ik ga niet meer op dinsdag, dat is jammer. Ik meld dat maar even, je hebt er niets van gezien. We hebben wel afgesproken weer eens te gaan lunchen maar dat wil ik bij deze teniet doen. Ik wil niet meer met je lunchen. Ik wil je eigenlijk niet meer zien. Die laatste blik net, op je rug, in je haar zaten de blauwe speldjes. Wanneer mensen niet actief hun rug toekeren kun je ook zelf de rug opzoeken en dan achterwaarts weglopen. Er zullen nieuwe groepen externen komen, we worden een bedrijf van projecten. Target, budget, deadline, klaar. Laat maar komen. Ik ben goed met targets. Ik ben goed met budgetten. Op het eind van de borrel sprak ik Party nog even. Ik vroeg of hij je leuk vond. Hij vond je niet zo leuk. Dat zei hij. Uit zijn ogen sprak dronkenschap. Ik ben goed met deadlines. Ik ben klaar.
16 September 2007
Danse macabre
Als ze alleen is, dan danst ze.
Hij moet aan haar denken, ze lijkt op haar. Niet zoals de laatste keer maar zoals toen, het moment dat zij in een vlaag van misplaatste openheid haar gezicht liet zien.
Ze leeft aan het strand. Soms komt hij langs, dan zitten ze naast elkaar, in het zand. Ze spreken zelden, ze raken elkaar niet aan. Ze zijn samen. Wanneer hij op staat om weg te gaan, vraagt ze of hij nog even wil blijven. Ze zegt dat ze bang is om alleen te zijn. Dan gaat hij weer zitten.
Hij denkt elke dag aan haar, ze zal het nooit weten. De desktop is terug, een groter gevaar dan de kankercellen die hem omringen. Haar schild beschermt hem tegen de fysiek aanwezigen. Tegen het beeld dat zijn ogen binnendringt en zijn hoofd infiltreert, is geen middel bestand.
Niemand weet dat ze danst, alleen hij. Hij ziet haar dansen wanneer hij het strand op loopt. Ze ziet hem niet staan. Ze springt, ze landt. Ze danst met geopende ogen in een afgesloten wereld. Ze stijgt, ze daalt, stofwolken van zand volgen haar voeten waar ze de grond aanraakt. Ze vliegt, op de achtergrond slaan de golven kapot. Ze stort neer en haar ogen sluiten, ze danst verder, in een andere wereld.
Ze denken hetzelfde, het maakt de praktijk niet anders. Gedeelde irritatie is geen halve irritatie. De irritatie blijft, het wordt hooguit draaglijker. Blind blijft blind, dom blijft dom, kut blijft kut. Mensen praten teveel over wat ze niet kunnen en over wat ze niet hebben, de rijkdom die in de schoot ligt vergetend.
Op dat moment loopt hij naar haar toe, hij tilt haar op en instinctief omhelst ze hem. Armen omsluiten zich uit afhankelijkheid, armen omsluiten zich uit bescherming. Het is het enige moment van fysiek contact. Ze laat niet los tot het moment dat ze haar ogen opent, haar werelden botsen, dan maakt ze zich los uit de omhelzing en ze gaat naast hem zitten. Ze kijken naar het water.
Ze ontbloot haar borst, vanuit haar schoot nadert een tandeloze mond. Gedeeld geluk is niet gelukkig. Armen omsluiten zich uit bekoring.
Wanneer hij iets later weer op staat is er hetzelfde ritueel. Ze vraagt of hij nog even wil blijven omdat ze bang is om alleen te zijn, om alleen te blijven. En dan gaat hij weer zitten, hij blijft bij haar en samen kijken ze naar het water. Soms staat ze op om een aangespoeld iets op te rapen. Dan laat ze hem zien wat ze heeft gevonden, daarna gaat ze weer zitten en kijken ze samen naar het water.
Pijn moet je niet verzachten, zet er iets sterkers tegenover. Liefdesverdriet? Steek een naald onder je nagel. Eendagsvliegen sla je dood, hij heeft gekozen.
Hij heeft het leer verruild voor ijzer, het ijzer waarvoor hij altijd bang is geweest. Hij is niet bang meer, zelfs dat kan de doorstroming niet stoppen. Hij verafgoodt haar, alleen zij geeft en neemt zijn leven. Het is de overwinning van de angst, het wachten totdat zij steekt en het bloeden daarmee voorgoed is gestopt.
Ze maakt haar armen los en hij gaat zitten. De krullen zijn weg, het water golft. Hij spreekt niet, hij kijkt naar het water. Maakbaar is niet het tegenovergestelde van breekbaar. Hij zal niet meer aan haar denken. Hij is samen.
Ze dansen verder, in haar eigen wereld.
Hij moet aan haar denken, ze lijkt op haar. Niet zoals de laatste keer maar zoals toen, het moment dat zij in een vlaag van misplaatste openheid haar gezicht liet zien.
Ze leeft aan het strand. Soms komt hij langs, dan zitten ze naast elkaar, in het zand. Ze spreken zelden, ze raken elkaar niet aan. Ze zijn samen. Wanneer hij op staat om weg te gaan, vraagt ze of hij nog even wil blijven. Ze zegt dat ze bang is om alleen te zijn. Dan gaat hij weer zitten.
Hij denkt elke dag aan haar, ze zal het nooit weten. De desktop is terug, een groter gevaar dan de kankercellen die hem omringen. Haar schild beschermt hem tegen de fysiek aanwezigen. Tegen het beeld dat zijn ogen binnendringt en zijn hoofd infiltreert, is geen middel bestand.
Niemand weet dat ze danst, alleen hij. Hij ziet haar dansen wanneer hij het strand op loopt. Ze ziet hem niet staan. Ze springt, ze landt. Ze danst met geopende ogen in een afgesloten wereld. Ze stijgt, ze daalt, stofwolken van zand volgen haar voeten waar ze de grond aanraakt. Ze vliegt, op de achtergrond slaan de golven kapot. Ze stort neer en haar ogen sluiten, ze danst verder, in een andere wereld.
Ze denken hetzelfde, het maakt de praktijk niet anders. Gedeelde irritatie is geen halve irritatie. De irritatie blijft, het wordt hooguit draaglijker. Blind blijft blind, dom blijft dom, kut blijft kut. Mensen praten teveel over wat ze niet kunnen en over wat ze niet hebben, de rijkdom die in de schoot ligt vergetend.
Op dat moment loopt hij naar haar toe, hij tilt haar op en instinctief omhelst ze hem. Armen omsluiten zich uit afhankelijkheid, armen omsluiten zich uit bescherming. Het is het enige moment van fysiek contact. Ze laat niet los tot het moment dat ze haar ogen opent, haar werelden botsen, dan maakt ze zich los uit de omhelzing en ze gaat naast hem zitten. Ze kijken naar het water.
Ze ontbloot haar borst, vanuit haar schoot nadert een tandeloze mond. Gedeeld geluk is niet gelukkig. Armen omsluiten zich uit bekoring.
Wanneer hij iets later weer op staat is er hetzelfde ritueel. Ze vraagt of hij nog even wil blijven omdat ze bang is om alleen te zijn, om alleen te blijven. En dan gaat hij weer zitten, hij blijft bij haar en samen kijken ze naar het water. Soms staat ze op om een aangespoeld iets op te rapen. Dan laat ze hem zien wat ze heeft gevonden, daarna gaat ze weer zitten en kijken ze samen naar het water.
Pijn moet je niet verzachten, zet er iets sterkers tegenover. Liefdesverdriet? Steek een naald onder je nagel. Eendagsvliegen sla je dood, hij heeft gekozen.
Hij heeft het leer verruild voor ijzer, het ijzer waarvoor hij altijd bang is geweest. Hij is niet bang meer, zelfs dat kan de doorstroming niet stoppen. Hij verafgoodt haar, alleen zij geeft en neemt zijn leven. Het is de overwinning van de angst, het wachten totdat zij steekt en het bloeden daarmee voorgoed is gestopt.
Ze maakt haar armen los en hij gaat zitten. De krullen zijn weg, het water golft. Hij spreekt niet, hij kijkt naar het water. Maakbaar is niet het tegenovergestelde van breekbaar. Hij zal niet meer aan haar denken. Hij is samen.
Ze dansen verder, in haar eigen wereld.
Subscribe to:
Posts (Atom)