31 January 2008

Masochist

De katalysator liep naar mijn bureau en begon een gesprek, zij stond bij een externe te praten. Ze droeg dezelfde zwart-witte kleding als gisteren.

Gisteren.

Met een dossier liep ik naar de vijfde, daar zit hun project, ik werk zelf op de derde. Een spoedje, een klus voor haar. In een vorig leven zou ik het niet hebben gedurfd, zou ik haar nooit meer onder ogen durven komen. Ik ben niet veranderd, daarentegen heb ik wél geleerd – ik heb mijn gedrag veranderd, over gedrag heb je zelf actieve controle. Daarbij komt dat ik mijn gezicht toch al heb verloren, er is niets meer te verliezen. Of dreef de spanning van de mogelijkheid om ook nog eens live voor het oog van de camera’s afgemaakt te worden me naar boven?

Je bent masochist of je bent het niet.

Ze had haar lenzen in, ze zag er moe uit. Door het samenknijpen van haar ogen kon ik niet eens zien of ze me aankeek. Ik zei wat ik van haar wilde, ze zei dat ze het zou doen. Een ongebruikelijke doch gepaste stilte volgde. Een derde wiel bij het raam lonkte, ik liep erheen en we koetjes en kalfden over de studie en over de tentamens. Ze hield – onaanwijsbaar wijselijk – haar mond. De gebruikelijke groet bleef ongebruikt in de lucht hangen.

We hebben meer gemeen dan ze vermoedt.

De katalysator is lang aan het woord, de externe en het zwart-witte truitje lopen onze kant op. De mond boven het zwart-witte truitje gaat open. "Ga je mee lunchen?" In de zaal blijven aan tafel twee stoelen naast elkaar vrij wanneer de anderen eenmaal zijn gaan zitten.

30 January 2008

Equus

Daarom zag ik haar niet zitten, ik miste haar al. Dag blonde krullen, hallo roodbruine herfstspoeling.

Rondjes koffie halen, niet vanwege de koffie, wel vanwege de blik op haar bureau, op de vulling van de bijbehorende stoel. Ik vond de stoel vandaag niet zo leuk, herfstkleuren zijn voor de wereld, niet voor op het hoofd. De rest van het lichaam gaat eveneens schuil onder nieuwe aankopen en alwéér een ander paar laarzen. Ze heeft de caissière definitief verslagen. Qua schoeisel dan, het hoofdje van kassa vijf, tegenwoordig kassa één, staat onaantastbaar bovenaan de ranglijst der onwetende obsessies.

Ze is vier jaar jonger, goede partij. Het duurde even voor ik er achter was, externen staan niet in de systemen. Na de zoveelste ijzige stilte in een reeks rookontmoetingen zei ze iets, het ging over mijn schoenen - voor al uw bruiloften en partijen. Ik zei maar niets over mijn fetisj. Haar sigaret was eerder op dan die van mij en ze liep weg uit het haperende gesprek. Toen vroeg ik haar naam. Ze antwoordde, mijn blik vroeg details. Ze spelde haar naam, ze vermeed de logische wedervraag.

De eerste hit op google was raak, lang leve de digenitale generatie. Hyves is een trage, slecht gebouwde kutsite maar als informatiebron onweerstaanbaar, zeker de fotoalbums. Clara is een maand lang mijn desktop geweest, altijd goed voor een stevige roddel. Ik heb netjes gevraagd of ik de foto mocht gebruiken, een verzameling hilarische smiley’s was haar antwoord.

Drie stuks die alles zeggen. Eentje met een vriendin, eentje met een glas rosé op Oerol en één met een paard. Vrijgezel dus, Oerol is een festival voor droogstaande cultuurminnende singles van dertig plus. Alweer ééntje met een paard, vandaar die fietstassen. Thuis geen controle maar wel de baas in het hooi. Prachtige kop, goede kont, ik knap af op haar ongehakt schoeisel. Een paard mag je eerst keuren, goed gebit - met tandenstokers prik je dwars door drooggeilers heen. Zou ze soms ook geen kinderen kunnen krijgen? Mannetje met lui zaad en de deur gewezen? Geen kinderzitje, het oude brood gaat niet naar de eendjes. Oud brood als haver, rosé als water, een vrouw is een oud meisje. Meisjes van acht jaar oud hebben een poster van een paard boven hun bed, volwassen vrouwen willen een paard tussen hun benen. Zouden het die grote bruine ogen zijn?

"Stoer," zeg ik. Ze raakt het haar aan, voelt zich ongemakkelijk, de sigaret trilt tussen haar vingers. Niet mooi, maar dat zeg ik niet. Ik heb de illusie dat wanneer ik zelf minder lieg er dan ook minder tegen me gelogen zal worden. Misschien heeft ze binnenkort een dressuurwedstrijd - verkapte manegedating. Ze heeft relatief kleine maar goed blauwe ogen en een paar handen die binnen tien minuten een emmer met aardappels kunnen schillen. Een boerinnetje in de consultancy.

Paarden zijn groepsdieren en onevenhoevig. Per poot hebben ze een oneven aantal tenen waarvan de middelste is uitgegroeid tot hoef. Eén keer per jaar naar de hakkenbar en ze paradeert weer uitdagend verder. Misschien moet je toch ook iets aan je handen laten doen, anders heb ik huis wel een passende set handschoenen voor je. Neem je verder je eigen spulletjes mee?

Ik leg mijn boodschappen op de lopende band van kassa één en fantaseer over de fatale overval, een overval waarbij de gemaskerde geweldenaar het pistool tegen haar slaap aan zet, ik haar vervolgens met een snoekduik over de lopende band met boodschappen van kassa één bevrijd van haar belager en in de daaropvolgende worsteling met het gemaskerde hoofd het leven laat. Famous when you’re dead. Twintig jaar geleden werkte ik hier zelf, ’s avonds vakken vullen, na sluitingstijd. Tegenwoordig gebeurt dat gedurende openingstijd, één van de vakkenvullers is haar vriendje. Ik kijk niet alleen naar meisjes, ik kijk naar sociale verbanden.

Daarom zie ik haar niet zitten.

28 January 2008

Managedement

De nieuwe indeling wordt bekendgemaakt. De indeling komt me bekend voor. Ik vraag wanneer de mooie plannen worden geëffectueerd. "Begin 2009." Er wordt weinig gezegd.

Weet je nog wat je toen tegen me zei?


Toevallig was er een gaatje en ik kroop naar binnen. Ik had mezelf bewezen en er mocht worden geoogst. Toen zat ik er ook - opeens, zomaar, vanuit het niets. Ik ging voor de status, de rest interesseerde me niet. Ik was iedereen voorbij gestreefd, slappe handjes werden toegestoken. Doet het zeer, die felicitatie? Ja, ik ga het vanavond vieren maar niet met jullie.

Weet je nog wat je toen tegen me zei?

Het team wordt verdeeld over de andere teams, vacatures worden niet vervuld. Al naar gelang het aandachtsgebied krijgen ze een plek. Hoofdzaken naar boven, bijzaken naar buiten.

Weet je nog wat je toen tegen me zei?


Ik zei dat je het hele team moest opdoeken en moest verdelen over de rest van de afdeling. Ik zei wie je waar moest neerzetten, wie zou vertrekken, welke taken we zouden meenemen, welke taken zouden kunnen worden uitbesteed en welke taken zouden komen te vervallen. Overbodig routinematig gerommel in een zelfgecreëerde marge.

Weet je nog wat je toen tegen me zei?

Ja, ik weet nog dondersgoed wat ik tegen je zei want dit is de indeling die ik voorstelde met mijn dronken kop op het bedrijfsfeest - een lege maag, een onnoemelijke hoeveelheid drank. Ach ja, het was toch feest? Ik heb het gevierd. Heb ik eigenlijk nog wat over je kont gezegd?

Het is nu nog wachten op de rest van het verhaal.

27 January 2008

Reason

Het examen ging goed. De derde op rij en de derde op rij binnen - ik ben het nog niet verleerd. Nog zes en dan naar Groningen.

Ze stond bij de metrohalte, ik zag na afloop binnen geen bekenden en liep meteen naar buiten, de onuitgeschreeuwde euforie als een zak aardappelen met me meeslepend. Ze herkende me niet direct, na het eerste vak volgt ze geen lessen meer. Want: "Een tien." Ze sprak de woorden uit alsof ze zich ervoor schaamde. "En jij?" Maar een acht.

Dat ze tweeënhalf uur deed over een enkele reis, voor vier uur les dus alles bij elkaar negen uur bezig, was het zwaardere argument.

Ze bietste een sigaret en begon te praten. Als ik stop met roken spreek ik niemand meer. Ze was gestopt.

22 January 2008

Distortion

Wow!

Het katje heeft nagels, die had ik even over het hoofd gezien. Of ik was gewoon even vergeten dat ze er zaten, ze zijn zo lang buiten beeld geweest dat het vermoeden dat ze waren verdwenen - eraf gevallen of gevijld of blijven hangen achter de rits van haar broek of achtergebleven in haar schaamhaar - gerechtvaardigd was. Gevoelige snaar geraakt, overduidelijk, al heeft ze gelijk dat ik er compleet naast zit. Het was een spontane actie, spontaniteit is nooit mijn sterkste punt geweest. Misplaatste projectie, een blinde ziet meer.

Ze trekt stevige striemen over mijn handen, armen - ik blijf stoïcijns zitten, wacht totdat ze bij mijn gezicht is aangekomen en mijn ogen eruit krabt. Als je wordt geschoren moet je stilzitten. Kom, toe maar, ik heb ze niet meer nodig, de informatie die mijn ogen naar mijn hersens toesturen is toch fout. Of is daar de toegangspoort zo beschadigd dat alles zwaar vervormd naar binnenkomt? In plaats van te scannen op onrechtmatigheden krijgt de rechtmatigheid geen blue ray maar een X-ray op verkeerde golflengte - de overtreffende trap van de roze bril. Dat krijg je met al die detectiepoortjes der etiquette van de singles tegenwoordig, moderne slecht werkende apparatuur. Lezen kan iedereen, begrijpen is een vak apart.

Ik vond haar aandoenlijk, ik had met haar te doen en bij gebrek aan andere communicatie bleef ik hangen in het gesprek. Tot een jaar geleden voerde ik tien van zulke gesprekken per dag, toen waren de gesprekspartners inwisselbaar en overbodig en ik genoot van de misère, de schaamteloze inkijk die ik kreeg, van hun onvolwassenheid en onuitroeibare puberale onzekerheid waar ze maar niet overheen wilde groeien, het gebrek aan progressie in hun leven, onlosmakelijk verbonden met het gebrek aan doelen of wanneer die er wel waren het gebrek aan daadkracht, maar het meeste nog de triestheid die ze schaamteloos op tafel legden, de conclusie dat het moderne leven totaal aan ze voorbij gaat - was gegaan. Toen zette ik mezelf gemakkelijk over de gesprekken heen, de volgende stond alweer te wachten op mijn egoboost en dat is nu veranderd. Na een gesprek staat er geen volgende meer klaar.

Ik sta opeens zelf aan de andere kant. Dat ik dat nooit eerder heb gezien.

19 January 2008

Ich gehe jetzt

Waar zij gewoonlijk het middelpunt van de lunchtafel vormt, is het nu stil. Ze zit aan de zijkant van de achthoekige tafel in het midden van de zaal, de stoel naast haar is leeg. Ik loop met mijn gevulde dienblad naar de hoek van het bedrijfsrestaurant, de hoek bij het raam waar ik altijd zit, de hoek die me het beste overzicht over de bedrijfskantine geeft, de hoek die me met de ramen in mijn rug de meeste bescherming biedt. Op het moment dat ik wil gaan zitten flitsen mijn ogen door het restaurant en zie ik het paardenstaartje dansen in haar nek, de gespleten punten net boven de rand van de lichtblauwe trui die ze vandaag draagt. De lunchgroep die de tafel vult bestaat uit een club externen - ze werken voor hetzelfde detacheringbureau. Het zijn de externen die het afgelopen jaar nog enige glans hebben gegeven, een sporadische gloed in het voor mij verder meest beroerde jaar binnen dit bedrijf. Ik ga weer staan, neem mijn dienblad mee, manoeuvreer tussen de tafels door naar het midden van de zaal naar de vrije stoel en ga naast haar zitten.

Je hoeft me niet te entertainen.


Het gesprek gaat over de uitslagen van de tentamens die we maakten in november en over de tentamens van volgende week. De uitslagen laten gewoonlijk acht weken op zich wachten, net voordat een nieuw tentamen zich aandient krijgt de motivatie vleugels of een dreun. Het is deze club externen die me het zetje in de rug heeft gegeven om met de opleiding te beginnen, het is deze club externen waarvan ik leerde hoe ik weer ergens bij kan horen. Je kunt lid worden van een vereniging om mensen te ontmoeten, je kunt in de kroeg gaan zitten om mensen te ontmoeten, je kunt een taalcursus gaan volgen - bij een taalcursus weet je ten minste zeker dat je met anderen zal communiceren. Ik liet de mogelijkheden de revue passeren en elimineerde de vrijblijvendheid, ik zoek regelmaat, een verplichting - op vriendschappen rust geen verplichting - en besloot uiteindelijk weer te gaan studeren want dan was ik zeker van een bepaald niveau, daarbij zou mijn discipline worden opgewekt, de vraag restte slechts welke studie het moest worden. Als je studeert is er altijd iets om over te praten, de docenten, de hoofdstukken, hoe ver ben jij, hoeveel modules moet jij nog, ga je verder met de vervolgopleiding, Utrecht is beter dan Leiden, Amsterdam is beter dan Utrecht. Het is zwaar, het is een opoffering, ik internet liever de hele avond maar de euforie van een willekeurige geslaagde download weegt niet op tegen de euforie van elke behaalde module. De gemeenschappelijkheid, voortkomend uit het herkenbare afzien van het studeren, de tentamenstress, de stress van de grote en de kleine envelop in de brievenbus - een grote envelop is een certificaat, een kleine envelop is een onvoldoende - verbant mijn eenzaamheid maar nog meer de doelloosheid naar een mistige achtergrond.

Je hoeft me niet te entertainen.

Ik wens iedereen een smakelijk eten, draai mijn gezicht naar haar toe en vraag aan haar hoe het gaat. Op het dienblad voor haar op de tafel liggen de resten van een hard gekookt ei, een toetje staat verloren in de hoek. Ik vraag naar het examen van gisteren, het is haar laatste, dan is ze klaar - ze is een jaar eerder begonnen dan ik. Ze zit niet in de stoel, ze hangt er in, haar hoofd staat niet op haar schouders maar rust er op - op de schouder aan de kant waar ik ben gaan zitten. We verlaten het groepsgesprek, de groep verlaat ons. Er is geen inmenging van de overige tafelgenoten, alsof ze - altijd al - hebben geweten wat er gaat gebeuren. Vorige week zaterdag, preciezer zaterdagnacht, ontving ik een mail, tijdstip van verzenden 00.31 uur. Het geeft een prettig gevoel te weten dat er iemand in de nacht van zaterdag op zondag aan je denkt terwijl je zelf de grenzen tart van het menselijk genot. Voor het eerst dit jaar heb ik toen een nacht goed geslapen en werd ik wakker zonder hoofdpijn. Voor het eerst dit jaar kwam ik ongeschonden uit de nacht en voor het eerst dit jaar ontbeet ik die zondagochtend erop volgend voordat de eindeloze stroom nicotine zijn opwachting maakte.

Ik hoef haar niet te entertainen - we voeren een gesprek.

Een uur later is het bedrijfsrestaurant leeg op twee mensen na. In het midden van de zaal zitten een Ariër en een Chineesje met een brilletje en een paardenstaartje - het paardenstaartje dat me wakker belde op zaterdagochtend toen ze was verdwaald in Amsterdam, het paardenstaartje dat me het gevoel gaf weer tot een groep te behoren, het paardenstaartje waarvoor ik weer ging studeren, het paardenstaartje dat me drie keer vroeg wanneer ik stopte met roken - waardoor ik stopte met roken. Het is het paardenstaartje dat me in verwarring bracht. Ik had het toch afgezworen? Ik had mijn keuze toch gemaakt? Het is het paardenstaartje dat op donderdagavond anderhalf uur lang in kleermakerszit op het bureau van mijn collega tegenover me zat, mijn masker eraf trok en me leerde praten. Het is het paardenstaartje waar ik in de zomer hevig verliefd op was geworden - hetzelfde paardenstaartje dat me toen even hevig duidelijk maakte waar ik stond in het leven - waardoor ik weer begon met roken - en mij nu, in het uitgestorven bedrijfsrestaurant, terwijl ze haar eigen masker op tafel neerlegt, vertelt dat ze weggaat.

16 January 2008

Dhoop cones

De spijlen van het bed glimmen, ik heb er hard op staan poetsen. Ze heeft haar armen er doorheen gestoken, gekruld lopen ze naar boven waar haar handen de brede bovenste spijl omvatten. Ze zegt dat ze het spannend vindt, zo’n bed. Ik stroop haar broekspijp op zodat de rits zichtbaar wordt, trek de rits naar beneden en ontdoe haar van één van haar laarzen. Ik kus de punt ervan en breng hem naar haar mond. Ze kust mijn zoen eraf. De andere broekspijp gaat omhoog, de rits gaat omlaag en de tweede laars gaat uit. Ze tuit haar lippen, ik kus opnieuw de punt, omvat de wreef met beide handen en plant de hak tussen haar ogen. Ik haal nog twee keer uit, dan stopt ze met ademen. In haar oogkassen vormen zich meertjes van bloed. Ik sta op, loop naar Oma’s antieke kast in de woonkamer en haal de dhoop cones uit de onderste lade. Terug in de slaapkamer doe ik haar hemdje omhoog en zet er eentje in haar navel. Daar hield ze van, van wierook.

14 January 2008

13 January 2008

Vruchtbaarheid

Wat doe je op de eerste dag wanneer je na vijf maanden zwangerschapsverlof weer aan het werk bent? Dan stuur je mij een timide mail.

Vrijdag is de minst opgefokte dag, dan vindt de ontmoeting plaats. We spelen het spelletje you first.

"Hoe is het met je?"
"Nee, hoe is het met jou?"
"Nee, hoe is het met jou?"
"Erwin, hoe gaat het?"
"Ik ben blij dat ik je weer zie."
"Ik ben ook blij jou weer te zien."

Ik laat de details voor wat ze zijn en vertaalde de eenzaamheid naar de extreem kleine wereld waarin ik terecht ben gekomen. "Een gezin is ook een kleine wereld." Ze adviseerde Korea in plaats van Japan. "Japan is erg duur en ze zijn er zo klein. Koreaanse zijn groter."

En dramatischer en gepassioneerder, dacht ik er bij. En vruchtbaarder.

Het scheelt een paar uur vliegen. Via China, India en het Oostblok eindig ik nog wel een keer in Nederland.

12 January 2008

3840



Natuurlijk gaan we – samen. Nu nog niet, pas als de rust in huis is teruggekeerd. Het huis zal vollopen met vertroeteling en zorgzaamheid. Ze bedoelen het goed, ze hebben het zelf ook moeten ondergaan.

Het is een jongen. Ik hoopte op nog een meisje en ik moet me er niet mee bemoeien. Ik moet een stoer cadeau kopen.

Vrijdag toch maar naar De Omval gegaan. Misschien dat een avondje drank verhelderend zou werken. Het gevolg is een apathische zaterdag. Geen licht gezien.

De kater was weg na de eieren met tomaat. De katergeilheid hield het langer vol, de verlossing kwam ver in de avond. Rondje winkelcentrum gedaan toen het al donker was geworden. Binnenbanden voor de fiets, een vrolijk gekleurd dekbedovertrek (zwart) en een kaart voor het nieuwe leven.

Het bericht ging naar ons beiden, wellicht dat op deze manier ook bij haar het nieuwe leven wortel schiet. Ze meldde zich zaterdagmiddag, een minuscule grip in de aarde. Hoe klein dan ook, het is een begin. Rustig laten ontkiemen, het antwoord werd ’s avonds verzonden. Ook dat was een verlossing.

Het bad is leeggelopen. De sigaretten maakten geen verschil, het is een zware - jongen. Misschien is een set kleurpotloden gepast, de krassen op haar spiegel zullen zijn verdwenen. Ze heeft er een broertje bij, het spaghettimonster.